Gemeenteblad van Roosendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2026, 336745 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2026, 336745 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Roosendaal
gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Omgevingsplanwijziging Islamitische begraafplaats” d.d. 7 juli 2026
Overwegende dat:
Besluit;
"Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Omgevingsplanwijziging Islamitische begraafplaats" opgenomen in Bijlage A wordt ter ontwerp aangeboden.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven via officiële bekendmakingen en in het gemeenteblad.
In geval van een definitief besluit vervallen de delen van bestemmingsplannen binnen de pons met identificatie /join/id/regdata/gm1674/2026/84a0799407db42879815079e3bbb3a56/nld@2026‑07‑10;13201280.
A
Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat de begripsbepalingen voor de toepassing van alle andere hoofdstukken, dan hoofdstuk 22, van dit omgevingsplan.
De geografische werkingsgebieden van dit omgevingsplan zijn opgenomen in bijlage I
Aan de regels van dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, laat verrichten of in stand houdt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Als in de regels van dit hoofdstuk een specifiek normadressaat is genoemd wordt, in afwijking van het eerste lid, aan de regels voldaan door die normadressant.
B
Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
C
Hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
D
Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op het toedelen van gebiedsaanwijzingen.
Er is een functie Maatschappelijke dienstverlening.
Er is een Bouwvlak.
Er is een Bouwregelgebied 1.
E
Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit hoofdstuk gaat over het verrichten van gebruiksactiviteiten.
Deze paragraaf gaat over de regels die op alle gebruiksactiviteiten van toepassing zijn.
Tot de gebruiksactiviteiten in dit hoofdstuk behoren eveneens de ondergeschikte gebruiksactiviteiten, bijbehorende voorzieningen en inrichtingen, waaronder tuinen, erven en terreinen, parkeer- en stallingsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, ontsluitingen, (ondergrondse) voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met:
Het eerste lid is niet van toepassing op legaal gebruik dat in strijd is met het in dit hoofdstuk toegestane gebruik.
Onder verboden gebruik als genoemd in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken als:
Het gebruik als genoemd in het derde lid is niet verboden voor zover de activiteit in het omgevingsplan specifiek is aangewezen.
Gronden en bouwwerken worden gebruikt volgens:
Voor het beoogde gebruik wordt voldaan aan de parkeer- en stallingsvereisten, zoals bepaald in paragraaf 5.2.2.
De gebruiksactiviteit leidt tot een:
aanvaardbaar woon-, milieu- en leefsituatie;
aanvaardbare situatie uit oogpunt van sociale veiligheid;
aanvaardbare situatie uit het oogpunt van gezondheid;
aanvaardbare situatie ten aanzien van de afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; en
aanvaardbare situatie voor bodemkwaliteit en waterhuishouding.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot gebruik worden, voor de toetsing aan dit omgevingsplan, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
voor zover dat in dit omgevingsplan is bepaald: rapporten of onderzoeken waarin de waarden- en aandachtsgebieden op en met betrekking tot de locatie in voldoende mate zijn vastgesteld;
ten aanzien van parkeer- en stallingsnormen, de aanvraagvereisten zoals opgenomen in paragraaf 5.2.2;
een motivering dat voldaan wordt aan de aanvaardbaarheid zoals genoemd in artikel 5.6; en
overige rapporten die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
Deze paragraaf gaat over normen voor parkeer- en stallingsvoorzieningen voor gemotoriseerde voertuigen en niet-gemotoriseerde voertuigen bij een gebruiksactiviteit waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op een toereikend aantal parkeer- en stallingsplaatsen.
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 5.6 geldt dat een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is, wordt alleen verleend als:
voldaan wordt aan de beoordelingsregels voor de betreffende gebruiksactiviteit; en:
voldaan wordt aan de parkeer- en stallingsnormen, zoals bepaald in de Nota parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan, zoals deze geldt op het moment dat een ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag wordt ingediend.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 5.7 worden bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is, voor de toetsing aan de parkeer- en stallingsnormen de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een opgave van het aantal (hoofd)gebouwen;
een opgave van het beoogd gebruik van de verschillende ruimtes in het (hoofd)gebouw;
een opgave van de vierkante meters van de verschillende ruimtes in het (hoofd)gebouw;
een berekening van de parkeerbalans met het benodigd aantal parkeer- en stallingsplaatsen, zoals bepaald in artikel 5.10, en het aantal parkeer- en stallingsplaatsen dat gerealiseerd wordt;
tekening van situering van de parkeer- en stallingsplaatsen.
In de omgevingsvergunning wordt als voorschrift opgenomen dat de benodigde parkeer- en stallingsvoorzieningen, als bedoeld in artikel 5.10 sub b, worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden.
Met een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken van de parkeer- en stallingsnormen, zoals deze zijn bepaald in artikel 5.10, onder de voorwaarden, zoals deze opgenomen zijn in de geldende Nota parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan.
In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders met een maatwerkvoorschrift, conform de geldende Nota parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan, in bepaalde gebieden andere vervoersconcepten toestaan, waardoor minder parkeerruimte nodig is.
Maatwerkvoorschriften worden opgenomen in een maatwerkbesluit of in een omgevingsvergunning.
F
Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit hoofdstuk gaat over het bouwen, het laten bouwen en het in stand houden van bouwwerken.
Aan de regels van dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die het bouwwerk bouwt of laat bouwen en in stand houdt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels.
Deze paragraaf gaat over de regels die op alle bouwactiviteiten van toepassing zijn.
Het is verboden om een bouwwerk te bouwen, te laten bouwen of in stand te houden, anders dan in dit omgevingsplan is toegestaan.
Het eerste lid is niet van toepassing op een bestaand legaal bouwwerk die in strijd is met dit omgevingsplan.
Het bouwen van een bouwwerk is alleen toegestaan als de gebruiksactiviteit waarvoor het bouwwerk wordt gebouwd ter plaatse is toegestaan op grond van hoofdstuk 5.
Het verbod, als genoemd in artikel 22.26 geldt niet voor:
Als sprake is van een geval, bedoeld in het eerste lid én het een bouwwerk betreft waarvan de aanwezigheid slechts tijdelijk is toegestaan, is artikel 22.26, van toepassing na afloop van de periode waarin het bouwwerk is toegestaan.
Het bepaalde in artikel 6.6 geldt uitsluitend als het te bouwen bouwwerk wordt gebruikt, zoals op grond van het omgevingsplan of op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit rechtmatig is toegestaan.
Het straatpeil wordt als volgt bepaald:
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; en
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang op of direct aan het water grenst de hoogte van het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil).
In afwijking van de meetbepalingen in artikel 22.24 gelden de volgende regels voor het meten bij het bouwen van bouwwerken:
bouwhoogte van een bouwwerk: de grootste afstand (loodrecht) vanaf het (straat)peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarbij buiten beschouwing blijven:
bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, op een gebouw: de grootste afstand (loodrecht) vanaf het oppervlak waarop het bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt gebouwd tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals een antenne-installatie of valhek;
de goothoogte van een bouwwerk: de grootste afstand (loodrecht) vanaf het (straat)peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
de hoogte van een ondergeschikt bouwdeel op een gebouw: de grootste afstand (loodrecht) vanaf het oppervlak waarop het ondergeschikt bouwdeel wordt gebouwd tot aan het hoogste punt van het ondergeschikt bouwdeel;
dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak;
oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 meter buiten beschouwing blijven;
de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
de afstand tot (zijdelingse) perceelsgrens: de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelsgrens van het bouwperceel;
overige afstanden: loodrecht
de breedte van bouwpercelen: de kortste afstand tussen de zijdelingse perceelgrenzen van het bouwperceel;
diepte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk: de kortste afstand gemeten loodrecht vanaf de oorspronkelijke gevel van het hoofdgebouw waar tegenaan gebouwd wordt, tot de uiterste grens van het bijbehorend bouwwerk;
stapelhoogte in het kader van opslag: de afstand (loodrecht) vanaf het (straat)peil tot het hoogste punt van de opgeslagen goederen en materialen;
in geval van ondergronds bouwen wordt, bij het berekenen van het bebouwingspercentage, of het maximaal te bebouwen oppervlak, het oppervlak van het ondergronds bouwwerk mede in aanmerking genomen voor zover deze buiten de buitenwerkse gevelvlakken van een bovengronds gebouw of overkapping zijn gelegen; en
een bebouwingspercentage: het bebouwde oppervlakte, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel of het bouwvlak.
De in het omgevingsplan gestelde maten omtrent plaatsing, afstanden, bouwhoogte, bouwgrenzen, bouwvlakken en andere normen mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen, waarbij geldt dat:
de overschrijding van een bouwgrens of bouwvlak niet groter is dan 1,0 meter; en
de overschrijding van de maximale bouwhoogte door ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen, gasafvoer- en ontluchtingskanalen, luchtbehandelingsinstallaties, antennes, liftopbouwen en dergelijke naar aard en omvang vergelijkbare onderdelen van het gebouw, voldoet aan de volgende voorwaarden:
Voor zover de overschrijding niet voldoet aan het eerste lid onder a gelden in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.12 de aanvullende beoordelingsregels:
Het eerste en tweede lid is niet van toepassingen op noodtrappen, die zijn zonder omgevingsvergunning -of melding toegestaan.
Indien twijfel bestaat of sprake is van een ondergeschikt bouwdeel, beoordeelt het bevoegd gezag dit aan de hand van de volgende, cumulatief te wegen criteria:
visuele ondergeschiktheid: het onderdeel is ondergeschikt in maat, schaal en hoofdvorm;
functionele ondergeschiktheid: het onderdeel heeft een ondersteunende functie en geen zelfstandige gebruiksruimte;
beperkte ruimtelijke impact: het onderdeel leidt niet tot onevenredige schaduwwerking, hinder of aantasting van het straat‑ en gevelbeeld; en
noodzakelijkheid: het onderdeel is noodzakelijk voor bouwfysische, installatietechnische of ontsluitingsfuncties.
Indien afstanden tot, hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de wetgeving of geldende regels meer bedragen dan wel minder bedragen dan ingevolge van dit hoofdstuk is voorgeschreven, mogen deze maten en aantallen als maximaal dan wel minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
Het eerste lid is alleen van toepassing bij heroprichting van gebouwen indien de heroprichting grotendeels op dezelfde locatie plaatsvindt.
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken de beoordelingsregels in onderstaande leden.
Het bouwwerk wordt gebruikt of zal worden gebruikt volgens:
Voor het te bouwen bouwwerk en het beoogde gebruik wordt voldaan aan de parkeer- en stallingsvereisten, zoals bepaald in paragraaf 6.2.2.
Het bouwwerk leidt tot een:
aanvaardbaar straat- en bebouwingsbeeld;
aanvaardbaar woon-, milieu- en leefsituatie;
aanvaardbare situatie uit oogpunt van verkeersveiligheid;
aanvaardbare situatie uit oogpunt van sociale veiligheid;
aanvaardbare situatie uit het oogpunt van gezondheid;
aanvaardbare situatie ten aanzien van de afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; en
aanvaardbare situatie voor bodem- en waterhuishouding.
In aanvulling op de aanvraagvereisten in artikel 22.35 geldt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk, voor de toetsing aan dit omgevingsplan, tevens de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt:
voor het toetsen aan de regels met betrekking tot redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota inclusief beeldkwaliteitsplannen, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet monsters van gevelstenen, dakpannen of andere toe te passen bouwmaterialen indien dat naar het oordeel van het college en burgemeester en wethouders nodig is.
ten aanzien van parkeer- en stallingsnormen, de aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 6.17;
een motivering dat voldaan wordt aan de aanvaardbaarheid zoals genoemd in artikel 6.12, vierde lid; en
overige rapporten die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
Deze paragraaf gaat over normen voor parkeer- en stallingsvoorzieningen voor gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde voertuigen bij een gebouw, met het oog op het beoogde gebruik, waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op een toereikend aantal parkeer- en stallingsplaatsen vanwege het beoogde gebruik in het gebouw waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is.
Bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt aanvullend op de beoordelingsregels in artikel 6.12 ook voldaan aan de parkeer- en stallingsnormen voor het beoogde gebruik van het gebouw waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is. De normen zijn opgenomen in de Nota Parkeernormenof de rechtsopvolger daarvan, zoals deze geldt op het moment dat een ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag wordt ingediend.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.13 worden bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen voor de toetsing aan de parkeer- en stallingsnormen in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een opgave van het aantal (hoofd)gebouwen;
een opgave van het beoogd gebruik van de verschillende ruimtes in het (hoofd)gebouw;
een opgave van het brutovloeroppervlak van de verschillende ruimtes in het (hoofd)gebouw;
een berekening van de parkeerbalans met het benodigd aantal parkeer- en stallingsplaatsen, zoals bepaald in artikel 6.16, en het aantal parkeer- en stallingsplaatsen dat gerealiseerd wordt; en
tekening van de situering van de parkeer- en stallingsplaatsen.
In de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt als voorschrift opgenomen dat de benodigde parkeer- en stallingsvoorzieningen, als bedoeld in artikel 6.16 worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
Met een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken van de parkeer- en stallingsnormen, zoals deze zijn bepaald in artikel 6.16, onder de voorwaarden, zoals deze opgenomen zijn in de geldende Nota parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders met een maatwerkvoorschrift, conform de geldende Nota parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan, in bepaalde gebieden andere vervoersconcepten toestaan, waardoor minder parkeerruimte nodig is.
Maatwerkvoorschriften worden opgenomen in een maatwerkbesluit of in een omgevingsvergunning.
Deze paragraaf gaat over het realiseren van waterberging, voorzover op deze locatie bouwwerken worden gerealiseerd waarvoor op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning nodig is.
Dit artikel gaat niet over bouwwerken waarvoor op grond van dit omgevingsplan geen omgevingsvergunning nodig is.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op een evenwichtige waterhuishoudkundige situatie.
Bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen op de locatie 'minimum waterbergingseis, wordt aanvullend op de beoordelingsregels in artikel 6.12 ook voldaan aan de onderstaande leden.
Op de locatie 'minimum waterbergingseis' geldt de daar aangegeven waarde als minimale waterbergingseis.
De waterbergingsvoorziening wordt zodanig ontworpen en aangelegd dat:
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen worden voor waterberging in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
situatietekening:
technische uitwerking waterberging:
lediging en functioneren: een toelichting waaruit blijkt dat:
een beheer- en onderhoudsplan; en
indien infiltratie wordt toegepast:
een korte beschrijving van de bodemopbouw en doorlatendheid (bijv. uit bestaand bodemonderzoek); en
indien wordt afgeweken van de standaardinvulling van waterberging een motivering van gelijkwaardigheid en een onderbouwing dat de voorgestelde maatregel minimaal hetzelfde waterbergend effect heeft als vereist.
In de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt als voorschrift opgenomen dat de benodigde waterbergingsvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden.
Deze afdeling gaat over het bouwen van specifieke bouwwerken waarvoor de regels in de hele gemeente hetzelfde zijn.
Het verbod in artikel 22.26 geldt niet voor dakkapellen die voldoen aan de voorwaarden in onderstaande leden.
Een dakkapel in het achterdakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, dat voldoet aan de regels bedoeld in artikel 2.29 Bbl en artikel 2.30 Bbl.
Voor een dakkapel dat niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 6.27 gelden, in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.12, de onderstaande leden.
De dakkapel voldoet aan de regels van de Welstandsnota, of de rechtsopvolger daarvan, zoals deze geldt op het moment waarop de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend.
De hoogte van de dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, maximaal 1,75 meter.
De afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de voet van het dakvlak is minimaal 0,5 meter én maximaal 1 meter.
De afstand van de bovenzijde van de dakkapel tot de daknok is minimaal 0,5 meter.
De afstand van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak is minimaal 0,5 meter.
De dakkapel is voorzien van een plat dak.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken ten behoeve van sport- speeltoestellen of daarmee vergelijkbare voorzieningen.
Deze paragraaf gaat niet over sport- en speeltoestellen voor particulier gebruik. De regels hiervoor zijn opgenomen in artikel 2.26 Bbl.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.27 aanhef en sub d geldt dat het bouwen van een sport- en speeltoestel of een daarmee vergelijkbare voorziening zonder omgevingsvergunning alleen mogelijk is als de oppervlakte ten hoogste 25 m2 bedraagt.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken ten behoeve van algemene nutsvoorzieningen, die niet voldoen aan de regels van artikel 2.29 Bbl en artikel 2.30 Bbl.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken in het openbaar gebied anders dan al geregeld in paragraaf 6.3.3 en paragraaf 6.3.4.
Het bouwen van een overig bouwwerk in het openbaar gebied is zonder omgevingsvergunning toegestaan indien wordt voldaan aan de voorwaarden in onderstaande leden.
De bouwhoogte van geluidswerende voorzieningen is maximaal 6 meter.
De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 15 meter.
Deze afdeling gaat over het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, in bouwregelgebied 1.
Deze afdeling gaat niet over het bouwen van bouwwerken:
in andere bouwregelgebieden; en
zoals bedoeld in paragraaf 6.3.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van een hoofdgebouw.
Deze paragraaf gaat niet over het bouwen van:
een bijbehorend bouwwerk daarvoor gelden de regels in paragraaf 6.4.3; en
een erf- en perceelafscheiding of ander bouwwerk, geen gebouw zijnde, daarvoor gelden de regels in paragraaf 6.4.5.
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.12 geldt voor een hoofdgebouw de beoordelingsregels in onderstaande leden.
Een hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen de locatie 'bouwvlak'.
Per bouwperceel mag maximaal één hoofdgebouw worden gebouwd binnen het bouwvlak.
Ter plaatse van een van onderstaande locaties zijn de daar aangewezen bebouwingstypen uitsluitend toegestaan, hierin worden de volgende bebouwingstypen onderscheiden:
Op de locatie 'maximum goothoogte' geldt de daar aangegeven waarde als maximale goothoogte.
Op de locatie 'maximum bouwhoogte' geldt de daar aangegeven waarde als maximale bouwhoogte.
De afstand van een hoofdgebouw, op de locatie 'twee-aaneen', tot de zijdelingse perceelsgrens is aan één zijde minimaal 3 meter.
De afstand van een hoofdgebouw, op de locatie 'vrijstaand', tot de zijdelingse perceelsgrens is aan beide zijden minimaal 3 meter.
In aanvulling op het bepaalde in artikelen 22.27 en 22.36 is het bouwen van een bijbehorend bouwwerk zonder vergunning toegestaan als voldaan is aan de navolgende leden.
Een bijbehorende bouwwerk is toegestaan op de locatie 'erf'.
Een bijbehorend bouwwerk moet op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk (erker) op de locatie 'voor- en/of zijtuin'.
Deze paragraaf gaat niet over het bouwen van:
een hoofdgebouw, daarvoor gelden de regels in paragraaf 6.4.2;
een bijbehorend bouwwerk in bouwregelgebied 1 op de locatie 'erf', daarvoor gelden de regels in paragraaf 6.4.3; en
erf- en perceelafscheidingen of een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde, daarvoor gelden de regels in paragraaf 6.4.5.
Op de locatie 'voor- en/of zijtuin' is een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet toegestaan.
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.12, geldt voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel van een hoofdgebouw op de locatie 'voor- en/of zijtuin' de onderstaande beoordelingsregels.
De diepte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de zijgevel van het hoofdgebouw, is maximaal 3 meter.
De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is maximaal 30 cm boven de eerste bouwlaag van het hoofgebouw.
De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is maximaal 30 cm boven de eerste bouwlaag van het hoofgebouw.
In afwijking van het vierde lid geldt op de locatie 'maximum bouwhoogte' de daar aangegeven waarde als maximale bouwhoogte.
De afstand van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot de voorste perceelsgrens is minimaal 3 meter.
In aanvulling op het achtste lid van artikel 6.44, mag maximaal 50% van de locatie 'voor- en/of zijtuin' worden bebouwd.
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.12, geldt voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan de zijgevel van een hoofdgebouw op de locatie 'voor- en/of zijtuin' de onderstaande beoordelingsregels.
De diepte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de zijgevel van het hoofdgebouw, is maximaal 3 meter.
De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is maximaal 30 cm boven de eerste bouwlaag van het hoofgebouw.
In afwijking van het derde lid geldt op de locatie 'maximum bouwhoogte' de daar aangegeven waarde als maximale bouwhoogte.
De afstand van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 1 meter.
De afstand van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw is minimaal 3 meter.
In afwijking van het vijfde lid mag het aangebouwd bijbehorend bouwwerk ook in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.
In aanvulling op zevende lid en artikel 6.43, mag maximaal 50% van de locatie 'voor- en/of zijtuin' worden bebouwd.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van een erf- en perceelafscheiding of een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde die niet voldoen aan de regels in artikel 2.29 Bbl en artikel 2.30 Bbl.
Deze paragraaf gaat niet over het bouwen van:
In aanvulling op het bepaalde in artikelen 22.27 en 22.36 is het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw en geen erf-en perceelafscheiding zijnde, zonder vergunning toegestaan als voldaan is aan de onderstaande leden.
De maximale bouwhoogte van een ander bouwwerk, geen gebouw en geen erf- en perceelafscheiding zijnde, op de locatie 'erf' bedraagt maximaal 3 meter.
Een ander bouwwerk, geen gebouw en geen erf- en perceelafscheiding zijnde, op een erf of perceel wordt gebouwd waarop al een gebouw staat waarmee het andere bouwwerk, geen gebouw zijnde, in functionele relatie staat.
G
Het opschrift van hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
H
Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
I
Het opschrift van hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
J
Hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het toelaten en realiseren van geluidsgevoelige gebouwen binnen de locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen.
De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in deze paragraaf.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.12 gelden voor geluidgevoelige gebouwen de beoordelingsregels in onderstaande leden.
Het toelaten en realiseren van een geluidgevoelig gebouw is toegestaan indien wordt voldaan aan de geluidwaarden die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing zijn.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is een hogere geluidwaarde toegestaan als met een akoestisch onderzoek is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.
In aanvulling op het bepaalde in het derde lid wordt voor geluidgevoelige gebouwen een maximum gezamenlijk geluid voor het gezamenlijke geluid op de gevel aanvaardbaar geacht van de op de locatie aangegeven maximum geluidniveau, mits voldaan wordt aan de voorwaarden in artikel 10.4.
K
Het opschrift van hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
L
Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
M
Het opschrift van hoofdstuk 13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
N
Het opschrift van hoofdstuk 14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
O
Het opschrift van hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
P
Het opschrift van hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Q
Het opschrift van hoofdstuk 17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
R
Het opschrift van hoofdstuk 18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
S
Het opschrift van hoofdstuk 19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
T
Het opschrift van hoofdstuk 20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
U
Het opschrift van hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
V
Na hoofdstuk 22 worden twee hoofdstukken ingevoegd, luidende:
De regels in dit hoofdstuk zijn alleen van toepassing op de locatie landschappelijke inpassing.
Deze paragraaf gaat over het aanwijzen van de locatie 'landschappelijke inpassing'.
Er is een locatie landschappelijke inpassing.
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locatie 'landschappelijke inpassing'.
De regels in deze paragraaf zijn opgesteld met het oog op het aanleggen, het beheer en de instandhouding van een landschappelijke inpassing.
Binnen de locatie 'landschappelijke inpassing' moet de (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, gebouwen en/of verhardingen, overeenkomstig het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in onderstaande tabel, worden aangelegd binnen de aangegeven termijn en als dusdanig in stand worden gehouden.
Het uitvoeren van werken of werkzaamheden, niet zijnde bouwwerken, zijn toegestaan als het werken of werkzaamheden zijn die tot het normale onderhoud of beheer gerekend kunnen worden.
Het is verboden om op de locatie 'landschappelijke inpassing' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken of werkzaamheden uit te voeren in strijd met artikel 23.7.
De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.12 en de aanvullende beoordelingsregels in artikel 23.9.
Het uitvoeren van een werk en/of werkzaamheid mag geen onevenredige afbreuk doen aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden.
Een werk en/of werkzaamheid is opgenomen in een aangepast landschappelijk inpassingsplan dat kwalitatief en kwantitatief gelijk gesteld kan worden met het oorspronkelijke landschappelijk inpassingsplan, en als dusdanig is goedgekeurd door het bevoegd gezag; en
Het aangepaste landschappelijk inpassingsplan dient als voorwaardelijke bepaling en instandhoudingsverplichting te worden opgenomen in de omgevingsvergunning.
De regels in dit hoofdstuk zijn alleen van toepassing op de ontwikkellocatie Islamitische begraafplaats.
Deze paragraaf gaat over het aanwijzen van de ontwikkellocatie Islamitische begraafplaats.
Er is een transformatiegebied ‘Islamitische begraafplaats'.
Deze paragraaf gaat over de activiteit maatschappelijke dienstverlening en de bij maatschappelijke dienstverlening behorende ondergeschikte activiteiten.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
Op de locatie 'maatschappelijke dienstverlening' is maatschappelijke dienstverlening toegestaan; en
Ter plaatse van de locatie ‘begraafplaats’ is uitsluitend een begraafplaats met inbegrip van een aula en een mortuarium met bijbehorende voorzieningen toegestaan.
W
Hoofdstuk 23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning, ontheffing, maatwerkvoorschrift, of een ander besluit dat genomen is op grond van een gemeentelijke verordening die is vervangen door dit omgevingsplan, blijft gelden, hetzij tot het einde van de looptijd, hetzij tot het tijdstip dat het besluit met toepassing van dit omgevingsplan wordt gewijzigd of ingetrokken.
Een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift verleend of gesteld op grond van dit omgevingsplan blijft ook na wijziging van de daarop betrekking hebbende regels in dit omgevingsplan gelden, hetzij tot het einde van de looptijd, hetzij tot het tijdstip dat het besluit met toepassing van dit omgevingsplan wordt gewijzigd of ingetrokken.
Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit blijft ook na wijziging van dit omgevingsplan gelden.
Op een aanvraag om een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan wordt de beslissing genomen met toepassing van de regels zoals die gelden op het moment dat op de aanvraag wordt beslist.
In afwijking van het eerste lid geldt voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken dat de regels over die activiteit worden toegepast zoals die op grond van het omgevingsplan golden op het moment van de aanvraag, maar uitsluitend indien ten tijde van het indienen van de aanvraag sprake was van een rechtstreekse aanspraak op het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, en er ook geen voorbeschermingsregels van toepassing waren.
Als een activiteit voor de inwerkingtreding van een wijziging van dit omgevingsplan zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht, en als gevolg van een wijziging van het omgevingsplan een vergunningplicht gaat gelden, dan geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van die nieuwe vergunningplicht een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van die vergunningplicht.
De in het eerste lid bedoelde omgevingsvergunning van rechtswege vervalt indien de vergunningplichtige activiteit, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde nieuwe vergunningplicht, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken.
In afwijking van artikel 25.4, eerste lid, geldt dat het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip waarop een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, als dat gebruik gevolg van die wijziging in strijd is gekomen met de regels over gebruik, gesteld in hoofdstuk 5, mag worden voortgezet.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip waarop een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, voor zover met die wijziging van hoofdstuk 5 expliciet is voorzien in een verbod om zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een bepaalde activiteit te verrichten. In dat geval is artikel 25.4 onverkort van toepassing.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat voorafgaand aan wijziging van dit omgevingsplan reeds in strijd was met de voorheen geldende regels over gebruik in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.
Het is verboden het strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen in een ander met het omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot.
Indien het strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wijziging voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
[Red: Artikel 23.1 verplaatst van hoofdstuk 23 naar afdeling 25.2. ]
X
Na het lichaam worden drie bijlagen ingevoegd, luidende:
/join/id/regdata/gm1674/2026/462805f36dcb4b7b8fef6beb316f5e98/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/03060c50a922476bb97fbefa8772743e/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/95b997c3a99e4b2690fcac75aeec8668/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/412a91dac625489bab68398d6c94fae4/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/802dba8156b849fca7dd18bca4306ffb/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/bae6ac078f96459aa5e422e86b72042e/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/a83b6804a5e44400b5fd8b6a0ab2d311/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/05a3ca5dcabe451ab3b6df8fc88cf0b9/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/5f9f20052d4040c695dd96eeb9e5b541/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/2996e8315b3545e79855d37c412d0c12/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/6173c36e576b47f58e39591d6f465881/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/eba4f1a0106447c2be7fc1b4be835886/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/regdata/gm1674/2026/5e049ab97e6a4dd199f6737cd156b187/nld@2026‑07‑10;13201280
Voor de toepassing op alle hoofdstukken met uitzondering van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:
een beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteit die op kleine schaal in een woning en/of daarbij bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend. De activiteiten zijn niet publieksgericht en hebben een ruimtelijke uitstraling die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse;
van de openbare weg af gekeerde zijde van een gebouw;
een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin mantelzorg is ondergebracht;
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie, gas, water en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en zendmasten;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
het percentage van een bouwperceel of gedeelte daarvan, dat ten hoogste mag worden bebouwd;
een gebouw, geheel of gedeeltelijk gebruikt om daarin voor derden tegen vergoeding elektronische berichtenverkeer, zoals (internationaal) telefoonverkeer, dan wel aanverwante activiteiten te doen plaatsvinden;
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
een activiteit die betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk;
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige of functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, en dat bestaat uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken, geen gebouwen zijn zen vergunningvrije bouwwerken zijn toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak waar (hoofd)gebouwen zijn toegelaten;
een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal, of ander materiaal die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Inclusief de daarvan deel uitmakende bouwwerk gebonden installaties;
een bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel van een gebouw is;
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt;
de horizontale snijlijn van twee dakvlakken ofwel bovenste rand van een hoogste punt van een schuin dak;
een schuin nagenoeg plat of gebogen onderdeel van een dak;
de afsluiting van het dakvlak aan de onderzijde van het dak: de dakvoet is het laagste punt van het hellend dak (schuin dak);
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- en/of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt mede begrepen: een afhaalservice zonder de mogelijkheid om ter plaatse te consumeren;
alle systemen en constructies die een functie hebben in het proces van transport, transformatie en distributie van elektrische energie van een aansluitpunt van het energiebedrijf naar stroomgebruikende objecten, zoals bedrijven, of woningen;
een gebouw bedoeld voor de stalling van vervoermiddelen en voor de berging van niet voor handel en distributie bestemde goederen. Een berging of garage is geen verblijfsruimte;
een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
het totale oppervlak van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de dragende wanden, zoals bedoeld in NEN 2580;
de gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid;
een afgebakend geografisch gebied vastgelegd door coördinaten, waarop specifieke regels van toepassing zijn;
een zijde van een gebouw;
een bouwkundige tekening die de buitenzijde van een gebouw weergeeft;
een woonvorm waarbij bewoning verwantschap heeft met bewoning in gezinsverband of een vorm van een vast samenlevingsverband, waarbij de bewoners eventueel begeleid worden;
het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen de uitstalling ter verkoop, ter huur, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen die het maatschappelijk verkeer worden aangeduid als smart- en growproducten aan tussenhandelaren of verwerkende bedrijven die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit met dien verstande dat het niet is toegestaan om in groothandel detailhandel te bedrijven;
een al dan niet zelfstandige ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, en of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, mest meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen) voor psychotrope stoffen, aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan een growshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'growshop';
een gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten, die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkste is;
een persoon of groep personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn, waarbij sprake is van de continuïteit in de samenstelling ervan en die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
het in gebruik (laten) hebben van een (gedeelte van een) hoofdgebouw door een persoon die geen deel uitmaakt van het huishouden van de rechthebbende op dat hoofdgebouw en die verblijft in onzelfstandige woonruimten, al dan niet gebruik makend van gemeenschappelijke voorzieningen;
de bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft;
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
ondergeschikt deel aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen en liftopbouwen;
activiteit die feitelijk een andere hoofdactiviteit ondersteunt en hier functioneel aan ondergeschikt is;
een woonruimte zonder eigen toegang en waarbij de bewoners afhankelijk zijn van wezenlijke voorzieningen (zoals sanitaire ruimten of keuken) buiten die woonruimte;
gronden die worden ingericht en beheerd ten behoeve van openbare voorzieningen zoals wegen, groen, speelvoorzieningen en water;
de situatie waarbij het gebruik van een woning of woonruimte door een zodanig aantal bewoners dat dit, gelet op de oppervlakte, indeling of het aantal verblijfsruimten van die woning of woonruimte, leidt tot een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat, de gezondheid of veiligheid van bewoners of de fysieke leefomgeving;
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
voor een bouwwerk in of op het water: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
een bouwkundige tekening die een bovenaanzicht geeft van een gebouw, verdieping of ruimte, alsof het horizontaal is doorgesneden en het dak is verwijderd;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
een gebied of constructie die tijdelijk water bergt bij hevige regenval of hoge waterstanden om zo overstromingen stroomafwaarts te voorkomen;
de denkbeeldige lijn die, in beginsel, bij het bouwen niet mag worden overschreden. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de voorgevelrooilijn, achtergevelrooilijn en zijgevelrooilijn;
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoning van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een bouwkundige tekening die op schaal de precieze locatie van een bouwwerk of initiatief op een perceel aangeeft;
een al dan niet zelfstandige ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/of leveren van psychotrope stoffen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan smartshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'smartshop';
een gebouwde of ongebouwde voorziening ten behoeve van het spelen van kinderen of uitoefenen van sportactiviteiten, zoals: klim- en speelhuisjes, klimrekken, schommels, glijbanen, speelhutten, ballenvangers, doeltjes, basketbalpalen en urban gym;
naar de openbare weg gekeerde zijde van een gebouw;
het tijdelijk vasthouden van hemelwater in de daarvoor bestemde voorziening of gebied, met het doel wateroverlast te voorkomen en het watersysteem te ontlasten, waarbij het opgevangen water na een neerslaggebeurtenis wordt geïnfiltreerd, hergebruikt of vertraagd afgevoerd
een voorziening ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit;
het gehuisvest zijn in een woning;
een complex van ruimten dat naar zijn aard en inrichting bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
een bestaande woning die wordt gewijzigd naar twee of meer afzonderlijke zelfstandige woningen (met eigen keuken, sanitair en toegang);
het totaal van alle gebouwen of delen van gebouwen met een woonfunctie in de gemeente;
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
een woning met een eigen toegang en die de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals sanitair en keuken buiten de woning.
/join/id/regdata/gm1674/2026/e9aeb29c4b7e4a5dbba5cd3dfaeec742/nld@2026‑07‑10;13201280
Y
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel regelt welke begripsbepalingen van toepassing zijn bij de uitleg en toepassing van de regels van dit omgevingsplan In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB’s geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22.
Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling.
In lid 2 van dit artikel is bepaald dat de begripsbepalingen in bijlage II bij dit omgevingsplan ook van toepassing zijn op hoofdstuk 22. Het betreft een aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling.
In lid 3 is bepaald dat de begripsbepalingen in bijlage III bij dit omgevingsplan van toepassing zijn op alle andere hoofdstukken van dit omgevingsplan.
Z
Na sectie ' Begripsbepalingen' worden vijftien secties ingevoegd, luidende:
De normadressant is degene tot wie de norm zich richt. Bij de regels in het omgevingsplan is de hoofdregel dat de normadressant degene is die de activiteit verricht, laat verrichten of in stand houdt, tenzij specifiek een andere normadressant is bepaald. De normadressant draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Dit artikel regelt de mogelijkheid om door middel van maatwerkvoorschriften nadere invulling te geven aan de regels van het omgevingsplan. Met maatwerkvoorschriften kan het bevoegd gezag algemene planregels toespitsen op een concrete situatie of nadere invulling te geven aan de algemene regels, indien toepassing van die regels zonder maatwerk zou leiden tot een onevenredige aantasting van belangen of indien maatwerk noodzakelijk is voor een goede fysieke leefomgeving.
Dit artikel beschrijft het doel van het omgevingsplan met als doel om de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet te kunnen realiseren. Deze doelen zullen nog worden aangevuld met specifieke doelen die de gemeente Roosendaal zich wil stellen.
Dit hoofdstuk is gereserveerd voor omgevingswaarden en programma's. Vooralsnog bevat het omgevingsplan geen omgevingswaarden of programma’s, waar regels over moeten worden opgenomen.
Dit artikel geeft aan welke typen gebiedsaanwijzingen het omgevingsplan bevat. Het is een verwijzing naar de relevante afdelingen. Vooralsnog betreft het een verwijzing naar:
- Afdeling 4.2 waar de gebiedsaanwijzingen voor functies zijn opgenomen;
- Afdeling 4.3 waar de gebiedsaanwijzingen voor bouwregelgebieden zijn opgenomen.
Daarnaast kan het omgevingsplan andere gebiedsaanwijzingen bevatten die nodig zijn voor het benutten of beschermen van de fysieke leefomgeving.
Dit artikel geeft het oogmerk van dit hoofdstuk aan.
De regels in dit hoofdstuk zijn bedoeld om gebiedsaanwijzingen aan te wijzen. Deze aanwijzingen zijn nodig om duidelijk te maken waar welke regels gelden.
In dit artikel is een gebiedsaanwijzing voor een bouwvlak opgenomen. Met een bouwvlak wordt een gebied aangewezen en begrensd waar bepaalde bebouwing is toegestaan.
In dit artikel is bouwregelgebied 1 aangewezen. Dit is een gebiedsaanwijzing waarmee wordt vastgelegd waar de bouwregels voor bouwregelgebied 1 gelden. Bouwregelgebied 1 is van toepassing op percelen waar afzonderlijk regels voor hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken worden gesteld ongeacht de functie of toelaatbare activiteit. Er is gekozen voor het aanwijzen van bouwregelgebieden om zo de bouwregels af te kunnen stemmen op de ruimtelijke verschijningsvorm. Zo gelden in gebieden met een vergelijkbare verschijningsvorm vergelijkbare regels.
Het toepassingsbereik geeft aan voor welke activiteiten de regels in dit hoofdstuk gelden. In hoofdstuk 5 worden regels gesteld over gebruiksactiviteiten. Het gaat om het gebruik van zowel gronden als bouwwerken.
Het oogmerk beschrijft het doel van de regels over gebruiksactiviteiten in dit hoofdstuk.
De regels zijn bedoeld om het woon- en leefklimaat te beschermen en om de gezondheid en veiligheid van mensen te waarborgen. Daarnaast bieden de regels ruimte om de fysieke leefomgeving goed te benutten, bijvoorbeeld voor wonen, werken en andere activiteiten.
Met dit oogmerk wordt gewaarborgd dat gebruiksactiviteiten op een zorgvuldige manier plaatsvinden en passen binnen een goede fysieke leefomgeving.
Het toepassingsbereik geeft aan voor welke activiteiten de regels in deze paragraaf gelden. In deze paragraaf zijn regels opgenomen die voor alle gebruiksactiviteiten van toepassing zijn.
Dit artikel maakt duidelijk dat bij de gebruiksactiviteiten ook ondergeschikte activiteiten en bijbehorende voorzieningen zijn toegestaan.
Het gaat om voorzieningen die functioneel horen bij het hoofdgebruik van een locatie. Voorbeelden zijn tuinen, erven en terreinen, parkeer- en stallingsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, ontsluitingen, voorzieningen voor afvalinzameling, water en waterhuishouding en groenvoorzieningen.
Dit verbod bepaalt welk gebruik van gronden en bouwwerken niet is toegestaan.
In lid 1 is bepaald dat gebruiksactiviteiten die in strijd zijn met de regels van dit hoofdstuk of met de doelen van de Omgevingswet zijn verboden.
In lid 2 is bepaald dat bestaand legaal gebruik dat daarvan afwijkt, daar niet onder valt.
In lid 3 is ook een aantal gebruiksactiviteiten expliciet uitgesloten, omdat deze niet zondermeer passen bij een goede fysieke leefomgeving. Het gaat onder andere om seksbedrijven, prostitutie, speelautomatenhallen, belwinkels en smart- en growshops. De gemeente Roosendaal wil voor het toestaan van deze activiteiten een goede beoordeling kunnen maken over de geschiktheid van de beoogde locatie.
In lid 4 is bepaald dat de activiteiten genoemd in lid 3 zijn toegestaan voor zover deze uitdrukkelijk en specifiek in het omgevingsplan zijn aangewezen.
Dit artikel bevat de beoordelingscriteria voor het toetsen van een omgevingsvergunningaanvraag voor een gebruiksactiviteit (op basis van dit omgevingsplan; omgevingsplanactiviteit). Deze beoordelingsregels gelden voor alle vergunningaanvragen voor gebruiksactiviteiten. In specifieke gevallen kunnen aanvullende beoordelingsregels zijn gesteld.
Lid 1 regelt dat gebruik alleen is toegestaan als het past binnen het omgevingsplan of als het rechtmatig is toegestaan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Daarnaast moet op basis van lid 2 worden voldaan aan de geldende parkeer- en stallingsvereisten.
Verder bepaalt lid 3 dat een gebruiksactiviteit alleen is toegestaan als deze leidt tot een aanvaardbare situatie. Daarbij wordt gekeken naar het woon-, leef- en milieuklimaat, sociale veiligheid, gezondheid, de belangen van omliggende gronden en bouwwerken en naar bodem en water.
Met deze beoordelingsregels wordt geborgd dat gebruiksactiviteiten passen binnen een goede fysieke leefomgeving.
Dit artikel bevat de indieningsvereisten voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit (op basis van dit omgevingsplan; omgevingsplanactiviteit). Aanvraagvereisten zijn de gegevens die benodigd zijn voor het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning. Deze aanvraagvereisten gelden voor alle vergunningaanvragen voor gebruiksactiviteiten. In specifieke gevallen kunnen aanvullende aanvraagvereisten zijn gesteld. g
Bij de aanvraag moet duidelijk worden gemaakt welke waarden en aandachtsgebieden op de locatie aanwezig zijn, voor zover dit in het omgevingsplan is vereist. Ook moet worden voldaan worden aan de parkeer- en stallingsregels, zoals bepaald in de volgende paragraaf.
Daarnaast bevat de aanvraag een motivering waaruit blijkt dat het beoogde gebruik leidt tot een aanvaardbare situatie, zoals bedoeld in het omgevingsplan. Indien nodig worden aanvullende rapporten of onderzoeken meegestuurd.
De motivering voor Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Omgevingsplanwijziging Islamitische begraafplaats is bijgevoegd als bijlage met als titel Motivering Islamitische begraafplaats
De volgende bijlagen horen bij de motivering voor Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Omgevingsplanwijziging Islamitische begraafplaats
/join/id/pubdata/gm1674/2026/657dc239226849358976b66dedf8f91e/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/eef98a246aba4fb3bdb38dd740bae363/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/6e4d9f7d6cf24289b018a8d0dac89de2/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/3f8f4dd2759a4021a3fad4ac8da96406/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/462b30def8f743b8b16ee8d6386bc63c/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/1a553a23b08142488831ccf85cab64dc/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/647ad5ee505f438da0091adf970db254/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/952635626180430fa5519eb85bf57f9f/nld@2026‑07‑10;13201280
/join/id/pubdata/gm1674/2026/643cce9c2e7c4c678d1d5b53da2046d2/nld@2026‑07‑10;13201280
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-336745.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.