Besluit (verlengen) cameratoezicht Fluitpolderplein Leidschendam

De burgemeester van Leidschendam-Voorburg,

 

Overwegende dat:

  • het Fluitpolderplein een gemengde maatschappelijke functie heeft waar openbare voorzieningen, onderwijsinstellingen en woningen naast elkaar zijn gelegen;

  • dagelijks grote aantallen bezoekers, scholieren en omwonenden gebruikmaken van deze openbare plaats;

  • op en rondom het Fluitpolderplein gedurende langere tijd sprake is van openbare ordeverstoringen bestaande uit intimidatie, vernieling en vervuiling veroorzaakt door groepen jongeren;

  • deze openbare ordeverstoringen gevoelens van onveiligheid veroorzaken bij omwonenden, scholieren en overige gebruikers van de openbare plaats en een negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat;

  • in de periode van 7 februari 2023 tot en met 6 februari 2024 cameratoezicht is ingesteld voor de handhaving van de openbare orde;

  • gedurende voornoemde periode een duidelijke afname van openbare ordeverstoringen is waargenomen waarna het cameratoezicht is beëindigd;

  • na beëindiging van het cameratoezicht het aantal openbare ordeverstoringen aanzienlijk is toegenomen wat heeft geleid tot gevoelens van onveiligheid;

  • om die reden met ingang van 18 juni 2025 tot en met 18 juni 2026 opnieuw cameratoezicht is ingesteld voor de handhaving van de openbare orde;

  • uit de bestuurlijke rapportage van 20 mei 2026 blijkt dat gedurende de periodes waarin cameratoezicht is toegepast het aantal geregistreerde incidenten aanzienlijk is afgenomen en dat het cameratoezicht een aantoonbare preventieve werking heeft op ernstige overlast en ordeverstorend gedrag;

  • uit voornoemde rapportage daarnaast blijkt dat de problematiek nog niet zodanig is verdwenen dat beëindiging van het cameratoezicht verantwoordelijk wordt geacht;

  • de vrees bestaat dat na beëindiging van het cameratoezicht na voornoemde periode het aantal openbare ordeverstoringen opnieuw sterk zal toenemen;

  • cameratoezicht daarmee nog steeds noodzakelijk wordt geacht voor het handhaven van de openbare orde en het vergroten van de veiligheidsbeleving van bezoekers, scholieren en omwonenden;

  • het belang van handhaving van de openbare orde zwaarder weegt dan de belangen van individuele burgers;

  • het opnieuw instellen van cameratoezicht voor de duur van één jaar noodzakelijk wordt geacht om de positieve effecten van het cameratoezicht te behouden, de ontwikkelingen in het gebied gedurende een representatieve periode te kunnen monitoren en te voorkomen dat de overlastproblematiek opnieuw toeneemt;

  • de duur van het cameratoezicht en de omvang van het gebied proportioneel en subsidiair zijn in verhouding tot het daarmee nagestreefde doel;

  • overleg heeft plaatsgevonden met de Officier van justitie en de teamchef van politie over de inzet van cameratoezicht, het daadwerkelijk bekijken van de camerabeelden en de duur van de inzet;

  • het cameratoezicht onder de volgende voorwaarden plaatsvindt:

    • de camerabeelden worden na incidenten door de politie bekeken;

    • de camerabeelden worden 24 uur per dag opgenomen en opgeslagen;

    • de beelden worden maximaal 28 dagen bewaard en vernietigd als ze niet noodzakelijk zijn voor onderzoek;

    • beelden die noodzakelijk zijn voor onderzoek mogen langer worden bewaard overeenkomstig de Wet politiegegevens;

Gelet op:

Artikel 151c van de Gemeentewet juncto artikel 2:77 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leidschendam-Voorburg;

 

Besluit:

 

  • 1.

    Cameratoezicht op het Fluitpolderplein in Leidschendam, zoals weergegeven in bijlage 1: “Kaart cameratoezicht Fluitpolderplein Leidschendam”, in te stellen voor de duur van één jaar, met ingang van 17 juli 2026 tot en met 17 juli 2027.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.

Leidschendam, 7 juli 2026

De burgemeester van Leidschendam-Voorburg,

M.W. Vroom

Bijlage 1: Kaart cameratoezicht Fluitpolderplein Leidschendam

 

 

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift bedraagt, op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit openbaar bekend is gemaakt. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Burgemeester van de Leidschendam-Voorburg, postbus 1005, 2260 BA Leidschendam.

 

Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend. Het bevat ten minste de naam en het adres van indiener, telefoonnummer, handtekening, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.

 

Het indienen van een bezwaar schorst niet de werking van dit besluit. In spoedeisende gevallen kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank te Den Haag, Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Naar boven