Overwegende,
dat de deelauto in het landelijk beleid ten aanzien van verkeer en vervoer wordt gezien als een instrument om de groei van het autogebruik te temperen en toch in een noodzakelijke mobiliteits-behoefte te voorzien;
dat volgend op dit beleid is besloten om in Nijmegen mee te werken aan de invoering van het concept autodelen;
dat autodelen het autobezit terug kan dringen en automobiliteit mogelijk maakt voor hen die zich geen eigen auto kunnen of willen permitteren;
dat autodelen op termijn een positief effect op de parkeerdruk kan hebben omdat meerdere huishoudens dezelfde auto kunnen gebruiken en gebruikers van deelauto’s vaak bewuster om met hun reisgedrag;
dat autodelen bovendien bijdraagt aan het beperken van door het autoverkeer veroorzaakte overlast en de nadelige gevolgen hiervan voor het milieu;
dat het concept autodelen past binnen de uitgangspunten opgenomen in het ambitiedocument Nijmegen goed op weg, het regionale ambitiedocument Duurzame Mobiliteit en het Programma Slim en Schoon Onderweg;
dat de effectiviteit van een deelauto-concept toeneemt als de beschikbaarheid en het gemak voor de gebruikers zo optimaal mogelijk is;
dat in Nijmegen de dienst autodelen nu ook wordt aangeboden door het bedrijf SnappCar;
dat om het autodelen als systeem te laten functioneren het noodzakelijk is hiervoor parkeerplaatsen te reserveren;
dat dit gerealiseerd kan worden door deze parkeerplaatsen aan te wijzen als parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie die op het bord is aangegeven. door middel van het Bord E8 uit bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), in dit geval voorzien van een onderbord met de tekst “SnappCar”;
dat er op deze wijze een parkeerplaats voor deelauto’s van het bedrijf SnappCar wordt aangewezen in de Bijleveldsingel;
dat de bovenvermelde maatregelen worden genomen op basis van artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 om een doelmatig of zuinig energiegebruik te bevorderen en om bij te dragen aan het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
dat er gelet op het voorgaande een groter belang wordt toegekend aan het bieden van de mogelijkheid tot autodelen dan aan het handhaven van de bestaande verkeerssituatie op dit punt;
dat terzake overleg met de verkeersadviseur en tevens de gemachtigde van de korpschef van de politie-eenheid Oost-Nederland heeft plaatsgevonden;
dat, gelet op het bepaalde in het Mandaatbesluit gemeente Nijmegen 2019, onderdeel mandaatregister Stadsbeheer, aan de concernmanager afdeling Stadsbeheer en aan de manager bureau Dienstverlening, (onder voorwaarden) mandaat is verleend tot het nemen van tijdelijke en definitieve verkeersbesluiten op basis van de Wegenverkeerswet 1994;
gelet op de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer;