Gemeenteblad van Reusel-De Mierden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Reusel-De Mierden | Gemeenteblad 2026, 334794 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Reusel-De Mierden | Gemeenteblad 2026, 334794 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 mei 2026, gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, lid 3 van de Jeugdwet en artikel 149 van de Gemeentewet;
• de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd;
• de verordening de visie en uitgangspunten van het Kempisch Meerjarenbeleidskader Jeugd 2026-2029 vertaalt naar concrete, toetsbare regels voor toegang, toekenning en uitvoering van jeugdhulp. De uitgangspunten vanuit het MJBK (voluit) als volgt zijn:
- kinderen en ouders worden zoveel mogelijk laagdrempelig en vanuit preventief oogpunt ondersteund vanuit lokale voorzieningen binnen de sociale basis;
- bij een hulpvraag wordt er samen met kind en ouders gekeken naar mogelijkheden vanuit eigen kracht, binnen het netwerk en voorliggende (collectieve) ondersteuning. Scholen en verenigingen zijn voorbeelden van vind- en werkplaatsen van collectief preventief aanbod;
- jeugdhulp is niet per definitie het antwoord op een hulpvraag;
- benodigde hulp en ondersteuning wordt gezinsgericht en domeinoverstijgend
geboden vanuit Stevige Lokale Teams, waarbij maatwerk mogelijk is;
- kinderen worden thuis of zo dicht mogelijk bij huis, geholpen en als dat niet kan, is ‘thuis’ onderdeel van de hulp of ondersteuning die gezinsgericht is vormgegeven en waarbij maatwerk mogelijk is;
- professionele ondersteuning is begrensd om deze beschikbaar te houden voor inwoners die deze het hardst nodig hebben;
- voor jongeren met zorg die door moet lopen na hun 18e verjaardag, is de continuïteit van de hulpverlening geborgd en is er tijdig en voldoende afstemming tussen professionals 18- en 18+;
- we werken cultuursensitief om passende ondersteuning te bieden die toegankelijk, begrijpelijk en effectief is voor álle jeugdigen en gezinnen.
• de reikwijdte van de jeugdhulpplicht bewust wordt afgebakend zodat de beschikbare middelen worden ingezet voor jeugdigen in de meest kwetsbare situaties, in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Actieplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of zijn ouder(s) is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren en het moment en de wijze waarop de resultaten van de ontvangen jeugdhulpvoorziening met de jeugdige of zijn ouder(s) worden besproken;
Onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
Stevige Lokale Teams: Stevige Lokale Teams zijn wijkgerichte, laagdrempelige teams die integraal en domeinoverstijgend werken en die als herkenbaar en centraal aanspreekpunt fungeren voor inwoners met vragen over opgroeien, opvoeden en veiligheid, en die integraal en domeinoverstijgend werken aan vroege signalering, normaliseren en het voorkomen van zwaardere jeugdhulp en gedwongen kaders. Deze zijn nog in ontwikkeling.
HOOFDSTUK 2. VORMEN VAN JEUGDHULP
Artikel 3. Individuele voorzieningen
HOOFDSTUK 3. TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN
Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:
Ouders en jeugdigen kunnen hun vraag eenvoudig, tijdig en zonder drempels stellen bij Stevige Lokale Teams of andere toegangen, die helder zijn over wie wat doet en welke ondersteuning verwacht mag worden. De teams worden ingericht in overeenstemming met de landelijke kaders en afspraken over Stevige Lokale Teams. Het huidige CJG+ de Kempen maakt deel uit van de Stevige Lokale Teams.
Specialistische jeugdhulp is niet automatisch het antwoord op een hulpvraag maar volgt pas als lichtere vormen, zoals ondersteuning vanuit het netwerk, de sociale basis, Stevige Lokale Teams en collectief/groepsaanbod, aantoonbaar tekortschieten en andere onderliggende problemen in het gezin zijn aangepakt. Toeleiding naar hulp is gezinsgericht, domeinoverstijgend en gericht op normaliseren en het beperken van instroom in specialistische zorg.
Artikel 4. Toegang tot overige voorzieningen
Een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 lid 1c gaat voor op een individuele voorziening. Dit betekent dat een inwoner die gebruik kan maken van door het college georganiseerde collectieve zorg of begeleiding binnen het onderwijs, geen aanspraak kan maken op een individuele voorziening binnen het onderwijs voor dezelfde zorg of begeleiding.
Artikel 6. Toegang tot individuele voorzieningen via de huisarts, medische specialist of jeugdarts
Jeugdhulp die is verleend na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een aanbieder van jeugdhulp die daarvoor geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft.
Artikel 6a. Doorverwijzing naar gecontracteerde jeugdhulpaanbieder door huisarts, medische specialist of jeugdarts
Om te zorgen voor een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling en inzet van de individuele voorziening, houdt de jeugdhulpaanbieder zich bij de beoordeling van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels van deze verordening en de afspraken met de gemeente binnen de contract- of subsidierelatie, waaronder het regionale protocol ‘Toegang tot jeugdhulp via de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts’.
In deze overeenkomst is vastgelegd dat de gemeente bevoegd is om te controleren of de jeugdhulpaanbieder het protocol correct toepast. De gemeente kan daarbij toetsen of de voorgestelde individuele voorziening juist, passend en conform het principe van de goedkoopst adequate voorziening is vastgesteld, inclusief de omvang en duur daarvan.
HOOFDSTUK 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE
Artikel 8. Onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Artikel 9. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming
Het college zorgt voor maatregelen die waarborgen dat het onderzoek en de voorbereiding van besluiten door de gemeente zorgvuldig plaatsvinden. Daarbij wordt er specifiek op gelet dat de organisatie die de jeugdhulp verleent of mogelijk gaat verlenen (of haar medewerkers) niet zelf adviseert over het toekennen van jeugdhulp en ook niet betrokken is bij het nemen van dat besluit.
Artikel 11. Verslag en aanvraag
Blijkt uit het verslag dat de gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan worden opgelost met eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, of met inzet van een andere of overige voorziening, dan wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of zijn ouder(s) teruggestuurd. In dat geval is er geen sprake van een aanvraag voor een individuele voorziening.
Artikel 12. Medewerkingsverplichting van de jeugdige, ouders en huisgenoten
De jeugdige, de ouder(s) en de relevante huisgenoten zijn in het kader van de beoordeling van de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen verplicht medewerking te verlenen aan de oproep zoals bedoeld in het tweede lid onder a en de bevraging en/of onderzoek zoals bedoeld in het tweede lid onder b.
De medewerkingsplicht houdt ook in dat zij het college, zowel op verzoek als uit eigen beweging, informeren over feiten en omstandigheden waarvan zij redelijkerwijs kunnen weten dat die van invloed zijn op het recht op de voorziening. Daarnaast kunnen zij worden gevraagd mee te werken aan een bezichtiging van de woon- en leefsituatie of aan een controle van een verstrekte of te verstrekken voorziening.
Als de jeugdige of zijn ouder(s) naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt, kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief. In dat geval kan het college besluiten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.
Artikel 13. Criteria voor toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening
Een jeugdige of ouder komt, naast de mogelijkheid van verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts, in aanmerking voor een individuele voorziening van het college als het college van oordeel is dat jeugdhulp nodig is vanwege opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en een andere of overige voorziening de noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Artikel 14. Beoordeling eigen vermogen en probleemoplossend vermogen
Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als uit het onderzoek van het college blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om, binnen de eigen mogelijkheden en zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere hulpverlenende instellingen, de nodige hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag.
Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen neemt het college, gelet op de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hiervoor benodigde hulp in beginsel ook door hen kan worden geleverd. Van beide ouders mag worden verwacht dat zij verregaande aanpassingen doen en maximaal naar oplossingen zoeken, ook als zij werken, studeren of gescheiden zijn.
Uit het onderzoek kan echter blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschieten, bijvoorbeeld omdat sprake is van:
geobjectiveerde beperkingen1 om noodzakelijke hulp te bieden;
Bij de beoordeling van de in het voorgaande lid bedoelde overbelasting wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om die overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren. Daarbij houdt het college rekening met:
De diagnose en behandeling van ernstige dyslexie (ED) voor kinderen van 7 tot 13 jaar in het
Artikel 17. Kinderopvang en buitenschoolse opvang
In uitzonderlijke situaties waarin een kind extra of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de Jeugdwet begeleiding worden ingezet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang.
Artikel 18. Besluit college en inhoud beschikking
HOOFDSTUK 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB
Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:
• Het pgb is bedoeld om maatwerk en regie van jeugdige/ouders te versterken, niet om niet‑gecontracteerde zorg structureel te faciliteren of professionele kaders te omzeilen.
• Pgb wordt alleen toegekend als de kwaliteit en resultaten minimaal gelijkwaardig zijn aan zorg in natura én als de budgethouder pgb‑vaardig is of een geschikte beheerder heeft.
• Pgb wordt zo min mogelijk ingezet voor informele hulp; informele inzet is alleen mogelijk als dit verantwoord is, geen overbelasting geeft en past binnen begrensde professionele ondersteuning.
• Het ontbreken van pgb‑vaardigheid is geen grond om niet‑gecontracteerde zorg (NGZ) in te zetten.
Artikel 19. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
5. Een pgb voor informele hulp wordt alleen toegekend als dit niet leidt tot overbelasting van de zorgverlener. Het college gaat hierbij uit van een maximale werkweek van gemiddeld 40 uur per persoon. Het totaal aantal uren arbeid, inclusief de uren vanuit het pgb, mag die 40 uur per week niet overschrijden.
Het college gaat ervan uit dat de budgethouder op een zorgvuldige wijze invulling geeft aan zijn of haar verantwoordelijkheden. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen, moet de beoogd budgethouder, eventueel met hulp uit het sociale netwerk of van een budgetbeheerder, in elk geval:
Artikel 21. Onderscheid formele en informele hulp
Artikel 22. Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb
Artikel 24. Bestedingsmogelijkheden pgb
Het pgb-tarief van de gemeente omvat zowel direct als indirect cliëntgebonden tijd. Naast de directe interactie met de cliënt of diens netwerk, zijn ook werkzaamheden zoals de voorbereiding van gesprekken of activiteiten, verslaglegging, casusoverleg met betrokken professionals en het opstellen van brieven of e-mails in het uurtarief opgenomen.
HOOFDSTUK 6. HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK
Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:
• Toezicht en heroverweging zijn niet alleen gericht op rechtmatigheid, maar ook op doelmatigheid en effectiviteit: wordt de hulp nog gebruikt, is deze passend en kan worden afgeschaald of beëindigd?
• Misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik worden actief tegengegaan door heldere communicatie over rechten en plichten, vroegtijdige signalering en gerichte controles, met oog voor de positie van jeugdige en ouders.
• Herziening en terugvordering worden ingezet met het doel de beschikbare middelen te richten op de meest kwetsbare jeugdigen, in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd en het uitgangspunt van begrensde professionele ondersteuning.
Artikel 25. Herziening, intrekking, opschorting en terugvordering
Als een besluit is herzien of ingetrokken op grond van het tweede lid onder a (onjuiste/onvolledige gegevens), kan het college de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten voorziening in natura of het pgb. In dat geval kan het college het ten onrechte genoten pgb bij dwangbevel invorderen.
Artikel 26. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s
Artikel 27. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik
Het college maakt met gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen overeenkomen met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de daadwerkelijk geleverde prestaties.
HOOFDSTUK 7. AFSTEMMING EN AFBAKENING
Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:
• De gemeente werkt nauw samen met onderwijs en andere wettelijke domeinen als volwaardige partners;
• Afstemming is gericht op één gezin, één plan en één regisseur, met zo min mogelijk ‘schuiven’ tussen wetten en maximale continuïteit en duidelijkheid voor het gezin.
• Er wordt tijdig vooruitgekeken naar de overgang naar 18 jaar en de overgang naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz), zodat ondersteuning na 18 jaar voldoende passend en goed georganiseerd is.
Artikel 29. Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning
HOOFDSTUK 8. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT
Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:
• Tarieven en contracten zijn zó ingericht binnen de inkoopregio Samen voor Jeugd dat aanbieders verantwoorde kwaliteit, continuïteit en voldoende deskundige professionals kunnen leveren, in lijn met de doelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en het MJBK.
• Inkoop stimuleert effectieve, kortdurende, gezinsgerichte en domeinoverstijgende hulp, met ruimte voor consultatie en mogelijkheden voor afschaling naar lichtere vormen.
• De gemeente stuurt op data over volume, duur, wachttijden, uitkomsten en cliënttevredenheid en gebruikt deze gegevens om met aanbieders te werken aan verbetering, normalisering en beheersing van kosten.
Artikel 31. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het bovenstaande geldt voor subsidies alleen voor zover deze worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouder(s), en de omvang van de subsidie direct of indirect is gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
HOOFDSTUK 9. KLACHTEN EN ZEGGENSCHAP
Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:
• De ervaringen en meningen van jeugdigen en ouders zijn een volwaardig vertrekpunt voor verbetering van beleid en uitvoering.
• Gemeente en CJG+ werken transparant, uitnodigend en responsief: klachten worden laagdrempelig ontvangen, zorgvuldig behandeld en benut om het systeem toegankelijker, eenvoudiger en menselijker te maken.
• Adviesraden worden betrokken bij besluitvorming over verordeningen.
Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouder(s) over de afhandeling van aanvragen op grond van deze verordening en over de uitvoering van jeugdhulp door het CJG+ de Kempen overeenkomstig de Klachtenregeling Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten.
Artikel 33. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college stelt jeugdigen, hun ouder(s) en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid om voorstellen voor het jeugdhulpbeleid te doen en advies uit te brengen over verordeningen en beleidsvoorstellen op het gebied van jeugdhulp, en zorgt voor ondersteuning zodat zij hun rol effectief te kunnen vervullen.
Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:
• Overgangsrecht wordt zo toegepast dat de continuïteit en veiligheid van lopende hulp voorop staan, met waar mogelijk afschaling en normalisering conform de bewegingen van het MJBK.
• Evaluatie van de verordening sluit aan op de MJBK-cyclus en de Kempische datamonitoring, zodat bijstelling van regels plaatsvindt op basis van effecten, ervaringen en financiële houdbaarheid.
• Bij toekomstige aanpassing van landelijke en regionale kaders (Jeugdwet, Hervormingsagenda, Toekomstscenario, Meerjarenplan Samen voor Jeugd) wordt de verordening tijdig herijkt, met behoud van het Kempisch fundament: preventie, normaliseren, veiligheid en regievoeren.
Aanvragen die zijn ingediend onder de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ en waarop tijdens inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden afgehandeld op basis van deze verordening.
Bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ die voor die zaken zijn rechtskracht behoudt. Hiervan kan in het voordeel van de jeugdige of zijn ouder(s) worden afgeweken als heroverweging op basis van de huidige Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026 tot een gunstiger uitkomst leidt.
Bijlage 1: Normtijden persoonlijke verzorging
Bijlage 2: Normtijden begeleiding
Bijlage 3: Gebruikelijke zorg en normale opvoeduitdagingen per leeftijdscategorie
Hebben voortdurend begeleiding, toezicht en volledige overname van zelfzorg nodig.
Normale opvoeduitdagingen: voedingsproblemen, slaapproblemen, scheidingsangst,
angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties en incidenteel huilen.
Hebben overdag voortdurend begeleiding, toezicht en overname van zelfzorg nodig en ’s nachts soms nog begeleiding en overname van zelfzorg. Vanaf ongeveer 3 jaar is geen sprake meer van normale opvoeduitdagingen als is vastgesteld dat er sprake is van ernstige meervoudige beperkingen (EMB). Deze kinderen hebben een ernstige verstandelijke beperking met een blijvend zeer laag ontwikkelingsperspectief en een ernstige motorische beperking. Meestal is ook sprake van zintuiglijke problemen (waaronder prikkelverwerkingsstoornissen) en/of somatische aandoeningen (zoals epilepsie, reflux, slikproblemen, luchtweginfecties et cetera).
Normale opvoeduitdagingen: angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties, koppigheid, driftbuien, agressie, ongehoorzaamheid, druk gedrag, niet zindelijk zijn, zeuren/ driftbuien om beeldschermgebruik.
Hebben overdag nog voortdurend begeleiding en aansturing nodig, maar zijn steeds meer zelfstandig in zelfzorg en motoriek; overdag vaak op geplande momenten hulp of enige overname van zelfzorg. Er is geen sprake meer van normale opvoeduitdagingen bij kinderen met een matige, ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking als daarnaast:
1. intensief toezicht (maar geen actieve observatie) nodig is in verband met ernstige gedragsproblemen; of
2. blijvende noodzaak bestaat voor (volledige) overname van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL39); of
3. sprake is van beperkingen op meerdere terreinen, zoals bewegen en verplaatsen, ADL, gedrag.
Normale opvoeduitdagingen: niet gegronde angsten, ruzies met leeftijdgenoten, zindelijkheid, schoolweigering, gebrek aan zelfsturing.
Hebben nog toezicht van volwassenen nodig, soms op enige afstand, zoals bij buitenspelen in de buurt. Ze worden geleidelijk zelfstandiger, maar hebben nog hulp bij persoonlijke verzorging en medicatie. Meestal overdag en vaak ook ’s nachts zindelijk, zo nodig met ondersteuning van ouder(s). Voor psychomotorische ontwikkeling, zelfredzaamheid, deelname aan het verkeer en begeleiding van/naar school is begeleiding en stimulans nodig.
Normale opvoeduitdagingen: ruzies, pesten, concentratieproblemen, laag prestatieniveau, niet naar school willen, incidenteel stelen of vandalisme, overmatig gamen/ televisie/streaming, cyberpesten.
Hebben geen voortdurend toezicht meer nodig; vanaf twaalf jaar kunnen zij enkele uren alleen thuisblijven, vanaf zestien jaar een dag of nachten en rond achttienjarige leeftijd zelfstandig wonen. Zij redden zich grotendeels zelf op het gebied van persoonlijke verzorging maar tot 18 jaar is nog toezicht, stimulans en controle nodig bij medicatie en is een reguliere dagbesteding passend. Begeleiding blijft belangrijk voor hun ontwikkeling, bijvoorbeeld bij huiswerk, het ontwikkelen richting zelfstandigheid en het vergroten van hun zelfredzaamheid.
Normale opvoeduitdagingen: onzekerheid (o.a. uiterlijk), onder- of overschatting van zichzelf, wisselend humeur; incidenteel spijbelen, incidenteel gebruik van alcohol en drugs, twijfels over identiteit of toekomst, problemen met autoriteiten, overmatig gamen/mediagebruik, cyberpesten, sexting (dader en slachtoffer).
Hebben nog emotionele, financiële en praktische ondersteuning nodig maar maken eigen keuzes en beslissingen.
Normale opvoeduitdagingen: stemmingswisselingen, incidenteel gebruik van alcohol en drugs, twijfels over identiteit of toekomst, problemen met autoriteiten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-334794.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.