Herstelbesluit instellen verbod voor plaatsen fietsen, bromfietsen en snorfietsen in de binnenstad Haarlem

Nr. 2026-207021

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

 

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

 

Overwegende:

dat het college op 12 mei 2025 een verkeersbesluit heeft genomen met kenmerknummer 2025/414273 voor het instellen van een verbod voor het plaatsen van fietsen, bromfietsen en snorfietsen in de binnenstad van Haarlem;

dat tegen dit verkeersbesluit bezwaar is gemaakt;

dat het college naar aanleiding van de bezwaren op 17 februari 2026 heeft overwogen dat:

  • in dit verkeersbesluit is gesteld dat dit verbod wordt vormgegeven door het verwijderen van de begin/einde zoneborden met verkeersbord model E3zb en E3ze, zoals opgenomen in bijlage 1 van het RVV 1990 op een drietal locaties;

  • de betreffende verkeersborden niet verwijderd worden, maar dat het een verplaatsing van de bestaande verkeersborden betreft en het besluit op dit onderdeel dient te worden gecorrigeerd;

  • uit de bezwaren en het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften van 15 januari 2026 is gebleken dat het besluit op het punt van de parkeerbehoefte van bewoners van de binnenstad nadere motivering behoeft;

  • het college door middel van dit herstelbesluit de nadere motivering op dit punt geeft;

 

dat bij de voorbereiding van het besluit rekening is gehouden met de belangen van bewoners, bezoekers en ondernemers in de binnenstad;

dat is geconstateerd dat het plaatsen van (brom- en snor)fietsen buiten de daarvoor bestemde plaatsen leidt tot:

  • hinder voor gehandicapten en slechtzienden;

  • een verslechterde bereikbaarheid van winkels, woningen en bedrijven;

  • belemmering van het vrije verkeer door stremmingen en onveilige situaties;

 

dat het verkeersbesluit strekt tot het waarborgen van de bruikbaarheid van de weg en het voorkomen of beperken van overlast en hinder, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, en tweede lid onder a, van de Wegenverkeerswet 1994;

dat het college, samen met de organisatie Haarlem Fietsstad, heeft onderzocht in hoeverre de parkeerbehoefte van bewoners kan worden gefaciliteerd, wetende dat:

  • in de binnenstad circa 5.000 fietsparkeerplaatsen op straat aanwezig zijn;

  • in deze rekken een fiets dertig dagen lang mag worden gestald;

  • diverse (ondergrondse) fietsenstallingen beschikbaar zijn, waaronder Houtplein, Hortusplein, Botermarkt en bij het NS-station;

  • in deze stallingen een fiets tien dagen onafgebroken mag worden gestald en er openingstijden zijn (met uitzondering van de noordzijde van het station);

  • aanvullende stallingscapaciteit wordt gerealiseerd zoals in de Smedestraat, nieuwe fietsenstallingen eind 2026/begin 2027 zoals in de Lange Margrethastraat en buurtstallingen zoals in de Tempeliersstraat;

 

dat het college van oordeel is dat, gelet op de bestaande capaciteit en geplande uitbreidingen, in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte van bewoners;

dat met deze maatregelen een redelijke balans wordt bereikt tussen:

  • de toegankelijkheid en veiligheid van de openbare ruimte;

  • de parkeerbehoefte van bewoners in de binnenstad;

  • en de belangen van ondernemers en bezoekers;

 

dat het, gelet op de beperkte openbare ruimte, niet mogelijk is iedere individuele parkeerbehoefte volledig te accommoderen;

dat het college hierbij streeft naar een redelijke verdeling van de beperkte openbare ruimte;

dat een bijkomend gevolg van het wonen in de binnenstad betreft dat het wellicht niet altijd mogelijk is om de fiets in de buurt van de eindbestemming of in de buurt van de woning te stallen;

dat het college daarnaast bewust dient om te gaan met de financiële middelen van de stad en dit zodoende doelmatig dient in te zetten en daarbij de verschillende belangen zorgvuldig moet afwegen;

dat ondanks deze beperkingen en gelet op het verbeteren en vergroten van het aanbod van fietsparkeerplaatsen er in voldoende mate rekening is gehouden met de belangen van de bewoners van de binnenstad;

dat hiermee het geconstateerde motiveringsgebrek wordt hersteld en de belangenafweging voldoende zorgvuldig is verricht;

dat de overige overwegingen en besluiten zoals opgenomen in het verkeersbesluit van 12 mei 2025 onverkort van kracht blijven.

 

 

 

 

 

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem heeft op 17 februari 2026 besloten om:

 

  • Het verkeersbesluit met kenmerknummer 2025/414273, vastgesteld op 12 mei 2025, in stand te laten, met dien verstande dat dit besluit als volgt wordt gewijzigd en aangevuld:

  • het besluitpunt waarin is opgenomen:

  •  

  • “door middel van het verwijderen van begin/einde zoneborden E3zb en E3ze van bijlage 1 van het RVV 1990”

  •  

  • wordt gewijzigd in:

  •  

  • “door middel van het verplaatsen van bestaande begin/einde zoneborden E3zb en E3ze van bijlage 1 van het RVV 1990”;

  •  

  • Het verkeersbesluit van 12 mei 2025 aanvullend te motiveren zoals weergegeven in dit herstelbesluit, waarbij de aanvullende motivering integraal onderdeel uitmaakt van het besluit;

  •  

  • De aanvullende overwegingen zoals opgenomen in dit herstelbesluit te betrekken bij de uitvoering en handhaving van het verkeersbesluit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aldus vastgesteld op 17 februari 2026 te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Hellen Jennissen

Teammanager Bereikbaarheid, Afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte

 

 

Bent u het niet eens met de beslissing op uw bezwaar? 

Tegen deze beslissing kan beroep worden Ingesteld. U stelt beroep in door een brief (beroepschrift) te sturen naar de Rechtbank Noord-Holland, Locatie Haarlem, Bestuursrecht Algemeen en Belasting, 

Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. Voor het instellen van beroep is griffierecht verschuldigd. 

 

Binnen welke termijn moet u uw beroepschrift indienen? 

Uw beroepschrift moet binnen zes weken na de datum van publicatie van deze beslissing op uw bezwaarschrift door de rechtbank zijn ontvangen. 

 

Wat moet er in een beroepschrift staan? 

Het beroepschrift bevat tenminste: 

• uw naam en adres; 

• een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht; 

• de redenen waarom u het niet eens bent met het besluit; 

• uw handtekening; 

• datum waarop u uw handtekening zet. 

 

Stuur een kopie van het besluit met uw beroepschrift mee. 

 

Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Dit betekent dat niet zal worden gewacht met de uitvoering van het besluit. In geval van onverwijlde spoed kunt u naast uw beroepschrift ook een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland. Ook voor het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. 

 

U kunt ook digitaal beroep instellen of digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij (de voorzieningenrechter van) genoemde rechtbank via http://Ioket.rechtspraak.nl/bestuursrecht

Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Naar boven