Gemeenteblad van West Maas en Waal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Maas en Waal | Gemeenteblad 2026, 333667 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Maas en Waal | Gemeenteblad 2026, 333667 | beleidsregel |
BELEIDSREGEL WELZIJNSWERK GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL 2027-2029
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal.
Gelet op artikel 2, lid 1.g., artikel 3 en artikel 5 van de Algemene Subsidie Verordening gemeente West Maas en Waal 2017
Besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:
BELEIDSREGEL WELZIJNSWERK GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL 2027 T/M 2029
In deze regeling wordt verstaan onder:
kwetsbare inwoners: mensen met een beperking of probleem van lichamelijke, verstandelijke, psychische, psychosociale en/of materiële aard, waarbij een disbalans is ontstaan tussen draaglast en draagkracht, wat ingrijpende gevolgen heeft voor hun zelfstandigheid en participatiemogelijkheden in de samenleving;
sociaal werker: professional die hulp of preventieve hulp biedt aan bewoners of groepen bewoners bij het oplossen van sociale en praktische problemen en die bewoners daarbij stimuleert zoveel mogelijk zelfstandig te zijn, als bedoeld in het functieboek behorende bij de laatste versie van de Cao Sociaal Werk;
Een rechtspersoon die welzijnswerk en/of sociaal-maatschappelijke dienstverlening binnen het sociaal domein als structurele kernactiviteit heeft, aantoonbaar ervaring heeft met breed welzijnswerk voor gemeenten zoals bedoeld in deze beleidsregel, en beschikt over voldoende organisatorische en financiële capaciteit om het samenhangende geheel van de activiteiten uit hoofdstuk 3 gedurende het gehele subsidietijdvak uit te voeren.
Artikel 1:3 Algemene doelstelling
Het versterken van de persoonlijke sociale basis van (kwetsbare) inwoners en de gemeenschappelijke sociale basis in de verschillende dorpskernen. Welzijnswerk is hierbij een belangrijke spil in de beoogde beweging “naar de voorkant”, waarbij een verschuiving van ziekte en zorg naar gezondheid en preventie plaatsvindt.
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in hoofdstuk 3 bedoelde activiteiten. De subsidieregeling kan na de inwerkingtreding worden uitgebreid met onderdelen, prestaties en/of activiteiten die aanvullend zijn op en samenhangen met de in hoofdstuk 3 beschreven activiteiten.
Artikel 1:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na eventuele andere bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct verbonden zijn met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten.
Niet voor subsidie in aanmerking komen:
Hoofdstuk 2. Aanvraag subsidie en termijnen
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat loopt vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2029.
De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het voor deze regeling door het college ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier inclusief bijlagen en voegt bij de aanvraag de volgende stukken bij:
een projectplan. In dit projectplan beschrijft de aanvrager op welke wijze invulling wordt gegeven aan de uitvoering van het welzijnswerk. Het plan moet in overeenstemming zijn met de beleidsregel en vormt een integraal onderdeel van de subsidieaanvraag. Het projectplan bestaat uit maximaal 20 pagina’s exclusief inhoudsopgave en bijlages. Indien er meer bladzijden worden ingediend dan is toegestaan, worden de pagina’s die het maximum overschrijden niet beoordeeld;
niet-controleplichtige aanvrager: een aanvrager die op grond van zijn omvang valt onder de vrijstelling van artikel 2:396 BW (kleine rechtspersoon) of artikel 2:395a BW (micro-rechtspersoon): de meest recente jaarrekening of, bij ontbreken daarvan, een actuele balans met winst- en verliesrekening; waaruit blijkt dat in het meest recente boekjaar het eigen vermogen niet negatief is;
controleplichtige aanvrager: een aanvrager die wettelijk verplicht is tot accountantscontrole van de jaarrekening (artikel 2:393 lid 1 jo. artikel 2:396 lid 7 BW): de meest recente jaarrekening met de daarbij behorende accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393 lid 5 BW; waaruit blijkt dat in het meest recente boekjaar het eigen vermogen niet negatief is en de accountantsverklaring geen paragraaf bevat als bedoeld in artikel 2:393 lid 5 onderdeel h BW, inhoudende een verklaring betreffende materiële onzekerheden die gerede twijfel kunnen doen rijzen over de voortgang van de activiteiten van de aanvrager;
een verklaring van de aanvrager dat in een periode van drie jaar voorafgaande aan de aanvraag er geen opdracht- of subsidierelatie inzake het uitvoeren van welzijnswerk voortijdig door een gemeente is beëindigd (het niet benutten van een (verlenging)optie valt daar niet onder) en/ of tot een schadeplicht zijdens aanvrager heeft geleid vanwege (naar het oordeel van de betreffende gemeente) wanprestatie door aanvrager. Indien een dergelijke voortijdige beëindiging en/ of schadeplicht zich heeft voorgedaan en aanvrager niettemin meent dat een weigering van de subsidie op deze grond disproportioneel zou zijn, dan dient dit tegelijk met de verklaring aannemelijk te worden gemaakt (met bijvoorbeeld een overzicht van genomen maatregelen). Een en ander ter vrije beoordeling van de gemeente.
In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie voor het gehele subsidietijdvak ingediend vanaf 1 september 2026 tot en met 15 september 2026.
In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV beslist het college uiterlijk op 18 oktober 2026 op de aanvragen, onder voorbehoud dat de gemeenteraad van gemeente West Maas en Waal de programmabegroting 2027-2030 op 4 november 2026 goedkeurt.
Het voorschot voor de uitvoering van de in artikel 3:8 beschreven activiteiten voor nieuwkomers zijn gebaseerd op het gemiddelde vastgestelde subsidiebedrag voor dit onderdeel in de twee voorafgaande kalenderjaren (voor 2025 en 2026 gaan we uit van het bedrag waarvoor we dit onderdeel bij stichting Sociom hebben ingekocht). Conform artikel 4:95 van de Awb stellen we het verstrekte voorschot bij tussen 1 en 15 januari van het opvolgende kalenderjaar, op basis van de daadwerkelijke realisatie volgens de berekening die wordt weergegeven in artikel 7:1h.
Als indexatiegrondslag geldt de DPI dienstverlening en transport voor het betreffende begrotingsjaar (t) zoals dit over het tweede voorafgaande volledige jaar (t-2) bekend is gemaakt door het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Bij een negatieve DPI dienstverlening en transport hanteren we een index van 0%.
Hoofdstuk 3. Doelgroep, doel en prestaties en activiteiten per onderdeel
De subsidieontvanger verricht gedurende het gehele subsidietijdvak de activiteiten en prestaties voor alle in dit hoofdstuk omschreven doelgroepen en onderdelen.
Artikel 3:1 Steunpunt mantelzorg
Mantelzorg is alle hulp aan en zorg om een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Ook minder intensieve hulp, de hulp aan huisgenoten en de hulp aan instellingsbewoners zijn meegenomen. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde “gebruikelijke hulp”, die in redelijkheid mag worden verwacht van partners, ouders, kinderen of andere huisgenoten. Hoewel de meeste mantelzorgers senioren zijn, zijn er mantelzorgers van alle leeftijden. Onze doelgroep omvat mantelzorgers van jong tot oud.
In WMW worden mantelzorgers zo herkend, erkend en ondersteund dat zij -net als alle andere inwoners in West Maas en Waal- kunnen blijven deelnemen aan de gemeenschap en worden ondersteund vanuit de gemeenschap zodat zij kunnen blijven mantelzorgen naast hun andere maatschappelijke en sociale taken. We willen dat mantelzorgers op de volgende onderdelen worden ondersteund:
Incidenteel: persoonlijke ondersteuning (coaching, begeleiding) waardoor mantelzorgers beter in balans blijven en meer draagkracht houden / ontwikkelen. Bij een structurele vraag kan de welzijnsorganisatie toe leiden naar andere partijen (bijv. cliëntondersteuning, zorgtrajectbegeleiders, maatschappelijk werk, mantelzorgmakelaars).
Artikel 3:2 Steunpunt vrijwilligers
Vrijwilligers en organisaties die (voornamelijk) met vrijwilligers werken. Hierbij ligt het accent op de volgende doelgroepen:
vrijwilliger (digitale) basisvaardigheden: in samenwerking met Digi-Taalhuis West Maas en Waal wordt deze vrijwilliger ingezet met als doel om te ondersteunen bij het ontwikkelen van basisvaardigheden. Bijvoorbeeld als taalmaatje voor een laaggeletterde inwoner. Of als vrijwilliger bij de Voorleesexpress bij inwoners thuis. De vrijwilligers hebben een signalerende functie in het gezin / systeem;
Signaleren en structureel inventariseren van de behoefte aan ondersteuning en hulp aan én door vrijwilligers bij de inwoners en samenwerkingspartners. Vanuit die inventarisatie vrijwillige hulp en ondersteuning inrichten. Zodat, zowel op incidentele basis als op structurele basis, hulp en ondersteuning zoveel mogelijk vrijwillig kan worden gegeven. Hierdoor leveren zoveel mogelijk vrijwilligers een passende maatschappelijke bijdrage en worden inwoners zelfredzaam en/of samenredzaam en kunnen deelnemen in de gemeenschap.
De door Werkzaak Rivierenland aangedragen bijstandsgerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen bij het vinden van zinvol vrijwilligerswerk, dat binnen de cliëntmogelijkheden past (zoals belastbaarheid, motivatie/ affiniteit en reismogelijkheden, etc.). Werkzaak verzorgt –indien nodig- de afstemming met de organisatie waar de betrokkene als vrijwilliger is geplaatst. Vooraf kunnen afspraken hierover worden gemaakt.
De samenleving in zijn geheel en alle (formele en informele) organisaties binnen de gemeenschappelijke sociale basis.
Vormen, versterken en ondersteunen van gemeenschappen door inwoners en groepen te verbinden, koppelen en bruggen te slaan zodat de sociale cohesie, participatie en leefbaarheid bevorderd wordt. En inwoners te motiveren en ondersteunen om elkaar te helpen en te zorgen voor elkaar.
Artikel 3:4 Combinatiefunctionaris volwassenen en ketenaanpakken GLI, Valpreventie en Welzijn op Recept
Het bevorderen van een actieve en vitale gemeenschap. Meer volwassenen gaan bewegen en sporten en doen mee aan activiteiten die hun positieve gezondheid bevorderen:
alleen Valpreventie: het voorkomen van vallen bij thuiswonende ouderen vanaf 65 jaar en ouder. Zoveel mogelijk werken met de landelijke ketenaanpak die gericht is op: het opsporen van ouderen met een verhoogd valrisico, het screenen op valrisicofactoren (valanalyse), interventies en de doorstroom naar structureel beweegaanbod.
Het aanbod van activiteiten op het gebied van cultuur en bewegen dicht bij huis in beeld brengen en houden. Hiertoe stimuleert de subsidieontvanger dat aanbieders de website www.meedoeninmaasenaal.nl invullen en bijhouden. De subsidieontvanger promoot de website actief en stimuleert inwoners om deel te nemen aan het aanbod.
Een gezonde leefstijl bij inwoners met obesitas stimuleren door als keten coördinator bij te dragen aan het lokaal vormgeven en invullen van de ketenaanpak GLI. Dit in samenwerking met o.a. huisartsen, aanbieders van GLI’s en aanbieders van beweegactiviteiten in onze gemeente (o.a. inwonersinitiatieven, verenigingen en commercieel aanbod).
Vallen bij 65 plussers voorkomen door als keten coördinator bij te dragen aan het lokaal vormgeven en invullen van de ketenaanpak valpreventie. Dit in samenwerking met o.a. huisartsen, fysiotherapeuten en aanbieders van geschikte beweegactiviteiten in onze gemeente (o.a. inwonersinitiatieven, verenigingen en commercieel aanbod).
Artikel 3:6 Kansrijk opgroeien: jongerenwerk
Kinderen en jongeren van 10 tot 23 jaar, met extra aandacht voor degenen die te maken hebben met structurele of stapelende risico’s in hun leefomgeving, dat in het verlengde van het jeugdbeleid als bedoeld in artikel 2.1 van de Jeugdwet wordt uitgevoerd. De jongerenwerker richt zich hierbij zowel op het kind / de jongere zelf als op zijn of haar gezin en de sociale context.
In 2030 is er een breed structureel aanbod van preventieve voorzieningen voor inwoners met opvoed- en opgroeivragen.
Maatschappelijke stages begeleiden in aansluiting bij de overige genoemde onderdelen. Maatschappelijke stages zijn onderdeel zijn van het jongerenwerk. Voor zover daarvoor aanvullende middelen beschikbaar zijn vanuit de subsidieregeling “Maatschappelijke diensttijd (MDT) 2026” werkt de subsidieontvanger mee aan de daarvoor benodigde samenwerking.
De overkoepelende doelstelling van het ouderenwerk is om de sociale basis van senioren te versterken. Zo kunnen zij zo lang mogelijk vitaal, gezond en gelukkig blijven leven. De subsidieontvanger draagt met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten bij aan het stimuleren van ontmoeting, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
De subsidieontvanger versterkt de zelf- en samenredzaamheid van inwoners door het stimuleren, begeleiden en verduurzamen van voorzorgcirkels in de kernen van West Maas en Waal. Het doel is om een zorgzame gemeenschap te bevorderen, eenzaamheid te voorkomen en vroegtijdig risico’s te herkennen, zodat inwoners langer veilig en vitaal thuis kunnen blijven wonen. Deze cirkels vormen laagdrempelige buurtnetwerken waarin inwoners elkaar kennen, ondersteunen en tijdig signalen oppikken.
De subsidieontvanger draagt bij aan een dementievriendelijk West Maas en Waal door bewustwording, kennis en begrip rondom dementie te vergroten. Dit omvat het stimuleren en ondersteunen van inwoners, verenigingen, bedrijven en lokale organisaties om een omgeving te creëren waarin mensen met geheugenproblemen veilig, gezien en volwaardig kunnen blijven meedoen.
Informeren over dementie en het organiseren van bijeenkomsten, gericht op herkennen, omgaan met en ondersteunen van mensen met dementie en hun naasten. Hierbij de GOED-omgaan met dementie trainingen van de organisatie “Samendementievriendelijk” faciliteren in de dorpen en gebruik maken van het promotiemateriaal van Alzheimer Nederland.
De subsidieontvanger levert een actieve bijdrage aan het vitaal en toekomstgericht ouder worden van inwoners. Dit omvat het informeren, adviseren en bewustmaken van inwoners, zodat zij tijdig keuzes kunnen maken die bijdragen aan zelfstandigheid, gezondheid en kwaliteit van leven. De inzet is preventief van aard en gericht op versterken van eigen regie en eigen kracht.
Ondersteunen van de lokale gemeenschap in activiteiten gericht op het ouder worden en vraagstukken over zorg en welzijn van nu en in de toekomst. Bijvoorbeeld ondersteunen van het inwonersinitiatief ‘Zorg om de zorg’ in Dreumel. En verbindingen leggen tussen inwoners, verenigingen en (zorg)organisaties.
Binnen onze gemeente zetten we vooral in op de hervestiging van statushouders. We hebben hierbij ongeveer 5 plaatsingen per half jaar. Meestal omvat een plaatsing een groot gezin.
In samenwerking met het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), de gemeente en woningstichting de Kernen –binnen de gemeentelijke taakstelling- vluchtelingen (her)vestigen binnen onze gemeente om zo te voldoen aan de Wet inburgering 2021.
Statushouders die binnen afzienbare termijn gehuisvest worden of recent gehuisvest zijn binnen de gemeente West Maas en Waal.
De statushouders leren hun leefomgeving beter kennen en vinden hun plek binnen onze gemeente.
Artikel 3.9 Overkoepelende thema’s
Tot slot geven we hieronder een tweetal thema’s weer, die door de verschillende onderdelen heenlopen: mentale gezondheid en laaggeletterdheid. De subsidieverstrekker vindt het belangrijk dat:
de subsidieontvanger laaggeletterdheid via een vaste manier van werken bij de uitvoering van activiteiten en in contacten met inwoners signaleert, bespreekbaar maakt en inwoners doorverwijst. Professionals en waar mogelijk vrijwilligers nemen deel aan de beschikbare trainingen die worden georganiseerd vanuit “het Regionaal programma basisvaardigheden 2026-2029” die zijn gericht op: herkennen, bespreken en/of doorverwijzen.
Hoofdstuk 4. Voorwaarden en verplichtingen
Onverminderd de artikelen 4:37, 4:38 en 4:39 van de Awb en de artikelen 11 en 12, van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
De subsidieontvanger stelt een communicatieplan op waaruit blijkt hoe zij zich als subsidieontvanger binnen de gemeente West Maas en Waal presenteert of positioneert. De subsidieontvanger vertaalt het communicatieplan twee keer per jaar in een concrete planning en deelt deze uiterlijk 15 september respectievelijk -15 januari met de gemeente West Maas en Waal;
Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling
Artikel 5:1 indieningstermijn aanvraag tot vaststelling
Conform artikel 15 lid 1a van de ASV dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling in.
Artikel 5:2 wijze van verantwoorden eindverantwoording
Onverminderd artikel 15 lid 1 en 2 bevat het jaarverslag de volgende gegevens:
Artikel 5:3 tussentijds rapportage
De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks uiterlijk 1 oktober (beknopt) de opvallende resultaten van de laatste helft van voorafgaand kalenderjaar en reflecteert op kansen in de nabije toekomst. Indien de subsidieontvanger en/of de gemeente West Maas en Waal dit noodzakelijk acht wordt deze rapportage besproken in een ingelast bestuurlijk overleg.
Onverminderd de artikelen 4:25, lid 2 en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASV weigert het college een subsidie als:
de aanvrager geen referentie beschikbaar stelt (zoals beschreven in artikel 2.2.d onder 2 met verplichte bewijsmiddelen) of wanneer de opdracht / subsidieverlening bij een referent/ gemeente tussentijds is beëindigd of tot schadeplicht heeft geleid (zoals beschreven onder artikel 2.2.d onder 1 met verplichte bewijsmiddelen).
Het college heeft het subsidieplafond bij besluit vastgesteld. De subsidie wordt verleend onder voorbehoud van vaststelling van de programmabegroting 2027-2029 door de gemeenteraad.
Voor subsidieverlening op grond van de in hoofdstuk 3 beschreven activiteiten en prestaties geldt jaarlijks een subsidieplafond van:
Artikel 7:2 wijze van verdeling
De subsidie wordt toegekend aan één subsidieontvanger. De wijze van verdeling is: rangschikking op basis van een vergelijkende toets. Bij gelijke score kennen we de subsidie toe aan de aanvrager met de hoogste score op ‘invulling welzijnswerk’, daarna de hoogste score op 'Integrale aanpak', en als dat geen uitsluitsel geeft loting
Bij de subsidieaanvraag dient de aanvrager een projectplan in. Om de aanvraag met de hoogste kwaliteit te selecteren, zijn de selectiecriteria in onderstaande tabel vastgesteld. Per criterium kan een maximaal aantal punten worden behaald. De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager die het hoogste aantal punten scoort. Dit blijkt uit het onder Hoofstuk 2 lid 2a ingediende projectplan. Onder de tabel wordt per selectiecriterium aangegeven welke aspecten worden beoordeeld.
|
2.Integrale aanpak welzijnswerk 4.Behoud van kennis relaties en netwerk 5.Samenwerking met 0e, 1e en 2e lijnszorg 6.Rol binnen (vroeg)signalering |
|
De aanvrager beschrijft hoe invulling wordt gegeven aan de prestaties en activiteiten van de verschillende onderdelen, zoals beschreven in hoofdstuk 3.
Met betrekking tot de volgende onderdelen wegen we de hieronder beschreven aspecten mee in onze beoordeling:
De aanvrager beschrijft hoe de verschillende onderdelen uit hoofdstuk 3 met elkaar worden verbonden (onder andere mantelzorgondersteuning, vrijwilligerswerk en opbouwwerk), met als doel een maximaal integraal effect te bereiken. Hierbij wordt tevens aandacht besteed aan de thema’s laaggeletterdheid en mentale gezondheid, die door alle onderdelen heen lopen.
De aanvrager presenteert een onderbouwde visie op welzijnswerk die aansluit bij het overkoepelende beleidskader Sociaal Domein van de gemeente. In deze visie wordt weergegeven hoe de aanvrager: de positieve gezondheid van inwoners bevordert, de sociale basis uitbouwt, inwoners zelfredzamer en samenredzamer maakt en zwaardere zorg voorkomt.
De aanvrager beschrijft hoe het fijnmazige netwerk binnen de sociale basis in de kernen, dat de afgelopen jaren door Stichting Sociom is opgebouwd, wordt geborgd. De aanvrager beschrijft of en zo ja hoe hij zich inspant om de beschikbare werknemers van Stichting Sociom een passend aanbod tot indiensttreding te doen, en hoe daarmee de continuïteit van kennis, netwerk en bestaande relaties met inwoners en samenwerkingspartners wordt geborgd. Onder beschikbare werknemers worden verstaan de werknemers die per 1 juni 2026 in dienst waren van Stichting Sociom, voor 70% of meer van hun werkbare uren werkzaam waren voor de gemeente West Maas en Waal en betrokken waren bij de uitvoering van de activiteiten zoals beschreven in hoofdstuk 3.
De aanvrager beschrijft de rol binnen de ketensamenwerking en laat zien dat:
De aanvrager beschrijft welke rol zij beoogt te vervullen m.b.t. (vroeg)signalering.
De aanvrager toont aan over voldoende kennis te beschikken van toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving binnen het sociaal domein (onder andere Wmo, Jeugdwet en Participatiewet), evenals van relevante akkoorden (zoals AZWA), en beschrijft hoe hier in de bedrijfsvoering op wordt ingespeeld.
De aanvrager communiceert effectief en voegt een beknopt communicatieplan als bijlage toe. Hieruit blijkt dat:
De aanvrager toont aan het Kwaliteitslabel Sterk Sociaal Werk te hebben of een vergelijkbaar aantoonbaar kwaliteitssysteem dat toeziet op vakmanschap, dienstverlening, veiligheid, reflectie en organisatiekwaliteit.
Voor dit selectiecriterium kunnen 5 of 0 punten worden verkregen. De aanvrager krijgt uitsluitend 5 punten als voldaan wordt aan twee voorwaarden:
overlegging van een tevredenheidsverklaring van de betreffende contractmanager (en indien onverhoopt niet meer werkzaam bij de referent/ gemeente: van een andere persoon die de referent/ gemeente kan vertegenwoordigen) dat het welzijnswerk naar tevredenheid is uitgevoerd inzake de opgegeven referentie als bedoeld onder artikel 2.2.d onder 2;
overlegging van een verklaring van de aanvrager dat in een periode van drie jaar voorafgaande aan de aanvraag er geen opdracht- of subsidierelatie inzake het uitvoeren van welzijnswerk voortijdig door een gemeente is beëindigd (het niet benutten van een (verlenging)optie valt daar niet onder) en/ of tot een schadeplicht zijdens aanvrager heeft geleid vanwege (naar het oordeel van de betreffende gemeente) wanprestatie door aanvrager. Hiervoor moet dezelfde verklaring worden gebruikt als bedoeld onder 2.2.d onder 1, met dien verstande dat indien uit de verklaring blijkt dat er wel degelijk een dergelijke omstandigheid zich heeft voorgedaan en aanvrager niettemin gemotiveerd van oordeel is dat een weigering disproportioneel zou zijn, én de gemeente onverplicht (inderdaad) zou besluiten op deze grond de aanvraag niet te weigeren (zie ook artikel 6.1.2) de gevolgtrekking in alle gevallen dus (wel) is dat voor dit selectiecriterium geen punten kunnen worden verkregen.
Artikel 8:2 beoordeling selectiecriteria
De beoordeling van de aanvraag geschiedt door een ter zake kundig beoordelingsteam. Per selectiecriterium kunnen punten worden gescoord. Per selectiecriterium wordt er individueel door de beoordelingsleden een beoordelingscijfer toegekend, waarna op basis van een consensusmeeting een eenduidige score per onderdeel wordt bepaald. Het totaal van de score op alle criteria leidt tot de totaalscore voor de selectiecriteria. De beoordeling van de selectiecriteria geschiedt aan de hand van onderstaande tabel waarbij onder andere rekening wordt gehouden met:
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal in de vergadering van 7 juli 2026
D. (Didier) Oosterom V.M. (Vincent) van Neerbos
Gemeentesecretaris burgemeester
Artikel 1:3 Algemene doelstelling
In het beleidskader Sociaal Domein hebben we de volgende visie opgenomen:
“Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners leven in een vitale gemeenschap waarin iedereen meedoet en gelijke kansen krijgt. Waarin mensen naar elkaar omkijken en als het nodig is elkaar helpen. Een samenleving waarin inwoners een waardevol en gezond bestaan opbouwen, hierin eigen keuzes maken en veerkrachtig zijn wanneer het leven (even) tegenzit. Waar signalen over behoefte aan hulp worden gegeven en opgepakt. En waar inwoners die dat nodig hebben passende hulp en ondersteuning ontvangen, ook van elkaar”. We zien het versterken van de sociale basis als algemene doelstelling voor het welzijnswerk.
De sociale basis bestaat uit alle informele (sociale) verbanden, aangevuld en ondersteund vanuit formele organisaties en voorzieningen. Op pagina 12 van ons beleidskader Sociaal Domein vindt u een schets van de sociale basis in onze gemeente. We gaan uit van het vergroten van de “Positieve Gezondheid”. Hierbij is de afwezigheid van ziekten of beperkingen niet meer het uitgangspunt, maar het vermogen om je eigen veerkracht te verhogen, in het licht van fysieke en emotionele uitdagingen. Welzijnswerk is hierbij een belangrijke spil in de beoogde “beweging naar de voorkant” en de verschuiving van “zorgvraag naar leefvraag”. Welzijnswerk stimuleert hierbij de wederkerigheid.
Voor toekomstige uitbreidingen / wijzigingen zijn de volgende routes mogelijk:
Als de extra activiteiten niet passen binnen de bestaande subsidieverlening, de daarin omschreven activiteiten en het daarin opgenomen bedrag, kan het college de ‘Beleidsregel welzijnswerk gemeente West Maas en Waal 2027-2029’ gewijzigd vaststellen of een aanvullende beleidsregel vaststellen. In voorkomend geval moet de subsidieontvanger opnieuw een aanvraag indienen om voor de subsidie in aanmerking te kunnen komen.
Hoofdstuk 3: Doelgroep, doel en prestaties en activiteiten per onderdeel
Artikel 3:2 Steunpunt vrijwilligers
De seniorenverenigingen bieden vrijwillige ouderenadviseurs in een deel van de gemeente. Dit doen zij voornamelijk vanuit de eigen vereniging, wij sturen hier inhoudelijk niet op. Stichting MEE voert de onafhankelijke clientondersteuning vanuit de Wmo uit.
Artikel 3.4 Combinatiefunctionaris volwassenen en GLI en valpreventie
Momenteel hebben we een “kernteam sport en preventie” om gezamenlijk met alle partners nieuwe initiatieven met betrekking tot sport en bewegen en/of gezondheid aan te jagen, af te stemmen en/of uit te voeren. De komende tijd onderzoeken we hoe we dit het beste vorm kunnen geven in de toekomst.
Ketenaanpakken GLI, Valpreventie en Welzijn op Recept
Bovenstaande ketenaanpakken voeren wij in 2026 uit in het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Momenteel vervult de welzijnsorganisatie de rol van coördinator en neemt namens de gemeente plaats in de regionale GALA werkgroepen van bovengenoemde ketenaanpakken. Vanaf 2027 worden deze ketenaanpakken onderdeel van het AZWA. Momenteel stellen de gemeenten een regioplan op, waarin we -op hoofdlijnen- ook afspraken maken over de uitvoering van deze onderdelen. De afspraken zijn mede gebaseerd op de door het Rijk opgestelde handreikingen. Op basis hiervan zullen we onze ketenaanpakken lokaal doorontwikkelen en maken we afspraken over de invulling en de rol van de welzijnsorganisatie hierin vanaf 2027.
Artikel 3:6 Kansrijk opgroeien: jongerenwerk
Op 20 mei 2026 heeft de raad de concept-nota “Samen vooruit: Preventie die werkt voor een gezonde toekomst van onze jeugd” vastgesteld. Dit preventief jeugdbeleid vloeit voort uit landelijk, regionaal en lokaal beleid zoals de hervormingsagenda jeugd, de regiovisie en de lokaal educatieve agenda. In de nota staan kinderen en jongeren centraal (0-23 jaar). We willen dat zij veilig, gezond en kansrijk opgroeien.
Wij richten ons op het vroeg herkennen en aanpakken van problemen. We investeren in wat werkt: sterke gezinnen, een positief opvoedklimaat, goede samenwerking en duidelijke steun dichtbij huis. We hebben hierbij de volgende vijf aandachtsgebieden: kansrijke start, opgroeien in kansrijke omgeving, mentale gezondheid, scheidingen en online leefwereld van jongeren.
In bovengenoemde nota staat beschreven dat we in de toekomst meer willen inzetten op de online leefwereld van jongeren. We gaan dit de komende periode nader uitwerken.
In 2023 en 2024 werden gemiddeld 20 jongeren individueel begeleid door Stichting Sociom.
Signalen rond overlastgevende jongeren worden in het jeugdoverlastoverleg besproken (hieraan nemen deel: het jongerenwerk, de gemeente, de politie, school en de boa). De komende tijd evalueren we welke structuur het beste bij het overleg past en maken we afspraken over: signaleren, melden, doorverwijzen en de verdere aanpak.
Bij het schrijven van deze beleidsregel vraagt Spectrum bij de Dienst Uitvoering subsidies voor instellingen (DUS-I) een subsidie aan volgens de subsidieregeling “Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2026 ”, onderdeel “Jong en Meer”. De hierboven beoogde subsidie is aanvullend op het in artikel 7.1f beschreven subsidieplafond voor MDT. Eén van de voorwaarden voor het toekennen van de subsidie is dat de uitvoerende partij een samenwerkingsovereenkomst met Spectrum afsluit. In bovengenoemde samenwerkingsovereenkomst worden afspraken gemaakt over de uitvoering van dit onderdeel.
Voorzorgcircels zijn nog niet breed uitgerold binnen de gemeente West Maas en Waal. En kunnen -afhankelijk van waar de meeste energie zit- gefaseerd worden gestimuleerd.
Sociom is in juni 2024 begonnen met het vormgeven van de dementievriendelijke gemeente. Om dit onderwerp bekendheid te geven hebben we hier 20 uur per week in geïnvesteerd, gedurende de afgelopen twee-en-half jaar. Daarmee hebben we de basis voor dementievriendelijk WMW gelegd. We willen blijven investeren in een dementievriendelijke samenleving als onderdeel van het ouderenwerk, maar omdat e.e.a. inmiddels vorm heeft gekregen willen we de ureninzet voor dit subonderdeel afbouwen en onze inzet verdelen over de genoemde onderdelen.
Om uitvoering te geven aan de Wet inburgering 2021 is de “SPUK staatstelsel voor inburgering” ingevoerd. Met deze SPUK worden gemeenten geholpen bij het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen. Om te kunnen voldoen aan de verantwoordingseisen van bovengenoemde SPUK is dit onderdeel van de beleidsregel specifieker geformuleerd dan de andere onderdelen. Het is wenselijk dat “nieuwkomers” onderdeel is van een brede welzijnsorganisatie met een fijnmazig netwerk in iedere kern. Zo kunnen nieuwkomers beter worden geholpen met kennismaken en het vinden van aansluiting in de dorpskern waar ze wonen. En kunnen ze beter worden ondersteund bij het vinden van passende activiteiten en/of vrijwilligerswerk in de gemeente. Dit vergroot hun sociale basis.
Artikel 3:9 Overkoepelende thema’s
Uit onze jeugdmonitor en volwassenenmonitor blijkt dat onze inwoners vaker een slechte mentale gezondheid ervaren dan een aantal jaar geleden (dit past ook binnen het landelijk beeld). In navolging op de “landelijke nota gezondheidsbeleid 2025-2028" willen we extra aandacht besteden aan de mentale gezondheid. Vanaf 01-01-2026 is de wet suïcidepreventie van kracht. We hebben de regionale coördinatie belegd bij de GGD. In het AZWA wordt een netwerk mentale gezondheid beoogd. Mogelijk geven we als gemeente in aansluiting hierop vorm aan een lokaal netwerk mentale gezondheid. Ook vragen we van partners om met hun bestaande activiteiten aan te sluiten bij landelijke campagnes, zoals: “social Friday” en “dag tegen het pesten (jongeren)”, “hoe is het? (volwassenen)” en “één-tegen-eenzaamheid” (met activiteiten voor iedere doelgroep). We zullen onderzoeken hoe we de promotie structureel vormgeven. Welzijnswerk speelt een belangrijke rol dit netwerk. Een sterke sociale basis vermindert eenzaamheid en zorgt voor meer verbinding en zingeving. I.s.m. Pro Persona Connect moeten vrijwilligers die veel met kwetsbare inwoners werken (en indien nodig medewerkers) hierop worden toegerust. Pro Persona organiseert verschillende cursussen voor inwoners, vrijwilligers en/of medewerkers om: beter in hun eigen kracht te staan, mentale problemen te signaleren en/of hier mee om te gaan.
Binnen onze gemeente zijn relatief veel inwoners laaggeletterd. We zetten daarom in op de bestrijding van laaggeletterdheid. De uitvoering hiervan wordt gedaan door het (Mobiel) Digi-Taalhuis. De subsidieontvanger is hierin een belangrijke partner.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-333667.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.