Gemeenteblad van Rijswijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2026, 333357 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2026, 333357 | beleidsregel |
Leidraad invordering gemeente Rijswijk
Hoofdstuk 1 Inleiding en toepassingsgebied
De gemeente Rijswijk vindt het belangrijk om op een duidelijke en concrete manier om te gaan met het innen van belastingen. Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en consistente invorderingsacties, draagt in de praktijk enorm bij aan het succesvol innen van vorderingen/aanslagen.
Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderingsproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving, en die op een gestructureerde manier vast te leggen.
Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid- en zekerheid spelen in een toenemende mate een rol.
Het college van B&W heeft de Leidraad Invordering vastgesteld.
De leidraad invordering is via www.overheid.nl in te zien.
De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen 3 belangrijke wetten:
Invorderingswet 1990 (IW 1990)
De gemeente Rijswijk is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen.
Kostenwet invordering Rijksbelastingen
De kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslag. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd.
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een wet die regels geeft over hoe de gemeente moet omgaan met burgers en bedrijven. Het zorgt ervoor dat de gemeente eerlijk, duidelijk en volgens bepaalde procedures handelt als zij besluiten neemt die invloed hebben op mensen.
Volgens de Invorderingswet 1990 zijn niet alle regels uit de Awb van toepassing. Maar voor de invordering van gemeentelijke belastingen probeert de gemeente Rijswijk zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen.
Dwangsom bij niet-tijdige beslissing
Eén van de regels uit de Awb die niet standaard van toepassing is, is de dwangsom bij niet-tijdige beslissing. Als de gemeente te laat een beslissing neemt op een bezwaarschrift, kan de belastingschuldige recht hebben op een dwangsom. Deze dwangsom is een boete (geld) die de gemeente aan de belastingschuldige moet betalen.
Dit passen wij in het invorderingsproces alleen in de volgende situaties toe:
De gemeente Rijswijk maakt gebruik van externe belastingdeurwaarders.
Alle belastingdeurwaarders die werken bij deurwaarderskantoor Cannock zijn officieel benoemd als belastingdeurwaarder van de gemeente Rijswijk. Dit is geregeld volgens artikel 231, lid 2, onderdeel e van de Gemeentewet.
Elke belastingdeurwaarder moet zich kunnen legitimeren als belastingdeurwaarder van de gemeente Rijswijk.
Hoofdstuk 2 Het invorderingsproces
Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, wordt er eerst een kosteloze herinnering verstuurd en daarna indien nodig een aanmaning en een dwangbevel en uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals beslag volgen.
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiest de gemeente Rijswijk voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier.
2.1 Stap 1: belastingaanslag (art. 8 IW)
Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat op welke datum het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen.
Versturen van het aanslagbiljet
De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige gestuurd. In sommige gevallen wordt de belastingaanslag niet aan de belastingschuldige maar naar de wettelijke vertegenwoordiger verstuurd.
De belastingaanslag kan aan een particulier ook digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt dan binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige. De belastingaanslag wordt dan niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient belastingschuldige dat zelf aan te passen in MijnOverheid.
2.4 Stap 4: dwangbevel (art. 12 IW)
Als de belastingschuldige na de aanmaning nog steeds niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen om het geld in te vorderen.
Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige bevel krijgt om de schuld te betalen.
2.5 Stap 5: betekenen dwangbevel (art. 13 IW)
De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening.
Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over:
Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen:
De invorderingsambtenaar maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen.
Het betekenen van een dwangbevel kost de belastingschuldige geld. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som.
2.6 Stap 6: hernieuwd bevel tot betaling (art.14 IW)
Als de belastingschuldige na een met de post gestuurd dwangbevel niet op tijd betaalt, gaat de externe belastingdeurwaarder op bezoek met een hernieuwd bevel tot betaling.
De belastingdeurwaarder geeft dit hernieuwde bevel aan de belastingschuldige of aan één van zijn huisgenoten. De belastingschuldige moet het verschuldigde bedrag direct aan de belastingdeurwaarder betalen. Als er niemand thuis is, wordt het hernieuwd bevel in de brievenbus gedaan. In dat geval krijgt de belastingschuldige nog 2 dagen om te betalen.
Kosten hernieuwd bevel tot betaling
Voor het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling brengt de deurwaarder extra kosten in rekening.
2.7 Stap 7: vordering (art. 19 IW)
De invorderingsambtenaar kan een derde (is een andere persoon of partij) verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Deze brief noemen we 'vordering'.
2.8 Stap 8: beslag (art. 14 IW)
Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel niet betaalt, of het is niet gelukt om met de vordering de belastingschuld te innen, dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdracht geven om beslag te leggen.
Beslaglegging is een juridische term. Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder het recht heeft om eigendommen van een belastingschuldige in beslag te nemen.
Op welke zaken mag een deurwaarder beslag leggen?
Beslaglegging kan bijvoorbeeld plaatsvinden:
Hoofdstuk 3 Waarop kan beslag worden gelegd?
Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd of vordering worden gedaan op het inkomen of zijn eigendommen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen toegelicht.
3.1 Vordering op loon of uitkering (loonbeslag)
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige ontvangt. Iedere maand wordt er dan een deel van het salaris of uitkering opgeëist van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald.
De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd door de invorderingsambtenaar.
De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen.
Bezwaar tegen beslagvrije voet
Als de belastingschuldige vindt dat er te veel geld wordt ingehouden, kan betrokkene vragen om de beslagvrije voet aan te passen. Daarvoor dient de belastingschuldige binnen 4 weken contact op te nemen met het deurwaarderskantoor. Zie voor de contactgegevens artikel 3.4.
Vordering (loonbeslag) opheffen
Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de hele belastingschuld is kwijtgescholden. De invorderingsambtenaar kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht.
Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige. De betalingsvordering kan worden toegepast bij zowel particulieren als ondernemingen.
Beslagvrij bedrag en betalingsvordering
Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige zijn levensonderhoud betalen. Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie.
Deze bedragen zijn wettelijk vastgelegd in artikel 475da, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.).
De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen.
Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering
De belastingschuldige krijgt binnen 8 dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeld. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald.
Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk
Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslaglegging dan kan belastingschuldige een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken. Voor deze procedure (artikel 17 IW) is een advocaat verplicht.
3.3 Vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder de curator in het faillissement van belastingschuldige en onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders.
De vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen wordt indien nodig toegepast.
De belastingdeurwaarder kan bij de belastingschuldige thuis of in diens bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. De belastingdeurwaarder maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan.
Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht.
Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Belastingschuldige mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven.
De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen.
Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop.
As de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan 10 werknemers kunnen bedreigen, moet er eerst toestemming aan het college van B&W worden gevraagd.
De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als:
De belastingdeurwaarder voert bij een beslag meerdere acties uit, zoals het opmaken van een proces-verbaal van beslag en het betekenen van het beslag aan de belastingschuldige. Deze kosten staan in de Kostenwet.
Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen
De belastingschuldige dient contact op te nemen met deurwaarderskantoor:
De belastingschuldige wordt vooraf geïnformeerd wanneer er beslag zal worden gelegd.
In het proces-verbaal dat de deurwaarder opmaakt, staat omschreven welke roerende zaken in beslag zijn genomen en op welke datum deze in het openbaar zullen worden verkocht.
Voor het treffen van een betalingsregeling moet de belastingschuldige contact opnemen met het deurwaarderskantoor. Het deurwaarderskantoor houdt zich daarbij aan de beleidsregels van de gemeente Rijswijk.
De belastingschuldige is het niet eens met het beslag (verzet)
De belastingschuldige kan in verzet komen tegen het gelegde beslag. Belastingschuldige moet dan een advocaat inschakelen om de invorderingsambtenaar te dagvaarden. De zaak wordt vervolgens behandeld bij een rechtbank.
Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden.
Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning of op het onroerend goed moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht.
Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen.
De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in 1 keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt.
Kosten beslag onroerende zaken
Ook bij deze manier van beslagleggen brengt de belastingdeurwaarder kosten in rekening voor het opmaken van het proces-verbaal van beslag en de diverse betekeningen. Daarnaast zijn er kosten verschuldigd om het beslag in te schrijven en door te halen bij het Kadaster.
Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen?
Ook bij beslag op een woning hoeft dit niet automatisch te betekenen dat het tot een verkoop komt. Er is meestal nog ruimte om het samen op te lossen. De belastingschuldige dient hiervoor contact op te nemen met Team Belastingen van de gemeente Rijswijk.
Hoofdstuk 4 Acties door belastingschuldige
In dit hoofdstuk worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces.
Als de belastingschuldige door middel van automatische incasso betaalt, dan hoeft belastingschuldige zelf geen geld over te maken. De gemeente schrijft in maximaal 9 keer het bedrag van zijn rekening af. De afschrijvingen vinden plaats aan het einde van iedere volgende maand. Het totaalbedrag van de aanslag mag niet lager zijn dan € 100,- en niet hoger dan € 2.500,-
Meer informatie hierover staat op www.rijswijk.nl
Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement)
Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan. Het incassoreglement is te vinden op www.overheid.nl
4.5 Betaling bij vergissing of misverstand
Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden.
In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de schuld alsnog zal betalen.
4.7 Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW)
Soms moet de gemeente een bedrag betalen aan de belastingschuldige, bijvoorbeeld als er teveel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) aan een belastingschuldige vindt plaats op het rekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is.
Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het rekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige.
Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet dat op tijd aan de invorderingsambtenaar worden doorgegeven, zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige.
Directe uitbetaling gebeurt wél als wordt aangetoond dat:
Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen, omdat deze daar geen recht op had.
Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de belastingschuldige, dan is en blijft de belastingschuldige verantwoordelijk voor deze fout.
De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan er informatie worden verstrekt over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald.
4.8 Uitstel van betaling (art 25 IW)
4.8.1 Uitstel van betaling algemeen
Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend:
De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder diens voorwaarden een belastingschuldige uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend, wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hiervan afwijken als hij vreest dat de belangen van de gemeente worden geschaad of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling.
De invorderingsambtenaar verleent geen uitstel van betaling voor de aanslagen toeristenbelasting.
4.8.2 Aanvragen van uitstel van betaling
De belastingschuldige kan op 5 manieren uitstel van betaling aanvragen:
per e-mail: invordering@rijswijk.nl
4.8.3 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep
Het indienen van een bezwaar of beroep tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting (parkeerboete) op de voorgeschreven wijze, binnen de wettelijke termijn van 6 weken, geeft automatisch uitstel van betaling van de naheffingsaanslag totdat de uitspraak op bezwaar is gedaan.
Het indienen van een bezwaar of beroep tegen overige belastingaanslagen geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. De belastingschuldige moet in zijn bezwaar of beroep vragen om uitstel van betaling. De invorderingsambtenaar verleend bij deze overige aanslagen alleen uitstel voor het deel van de aanslag waar de belastingschuldige bezwaar of beroep tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden.
Het uitstel van betaling eindigt automatisch bij uitspraak op het bezwaar of het beroep.
4.8.4 Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen
Als de belastingschuldige de belastingaanslag niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan de belastingschuldige een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald.
Onder 'betalingsregeling' valt ook het uitstel van betaling tot een bepaalde datum vanwege betalingsproblemen.
De invorderingsambtenaar kan de volgende voorwaarden stellen aan het verlenen van een betalingsregeling:
Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn, wordt er geen betalingsregeling afgesproken.
4.8.4.1 Betalingsregeling voor particulieren
Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd, streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit wordt gedaan om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.
Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 10 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan deze termijn verlengd worden.
Een betalingsregeling kan in principe slechts één keer worden getroffen. Een uitzondering geldt wanneer de invordering is overgedragen aan het deurwaarderskantoor. In dat geval kan het deurwaarderskantoor eventueel akkoord gaan met een nieuwe aanvraag voor een betalingsregeling.
4.8.4.2 Betalingsregeling voor ondernemers
Een betalingsregeling voor ondernemers duurt maximaal 6 maanden. Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, kan deze periode langer worden. Dat beslist de invorderingsambtenaar.
Een betalingsregeling kan in principe slechts één keer worden getroffen. Een uitzondering geldt wanneer de invordering is overgedragen aan het deurwaarderskantoor. In dat geval kan het deurwaarderskantoor eventueel akkoord gaan met een nieuwe aanvraag voor een betalingsregeling.
4.9 Tweede verzoek voor uitstel van dezelfde aanslag (herhaald verzoek)
Als de invorderingsambtenaar bij een herhaald verzoek om een betalingsregeling van mening is, dat hij een beslissing kan nemen die gunstiger is voor de belastingschuldige dan zijn eerdere beslissing, dan handelt de invorderingsambtenaar het verzoek zelf af. In dat geval verstuurt de invorderingsambtenaar een nieuwe betalingsregeling naar de belastingschuldige. Tegen deze beslissing kan de belastingschuldige een beroepschrift indienen bij het college van B&W, als de belastingschuldige het met de nieuwe betalingsregeling niet eens is.
4.9.1 Verrekening van teruggaven
Gedurende de looptijd van de betalingsregeling kunnen teruggaven of andere uit te betalen bedragen worden verrekend. De verrekening kan ertoe leiden dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het oorspronkelijk overeengekomen bedrag.
4.9.2 Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance van betaling
De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling.
4.9.3 Wanneer wordt een betalingsregeling beëindigd?
De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als:
Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald, voldoet hij niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling en wordt de betalingsregeling beëindigd.
Als de invorderingsambtenaar geen nieuw uitstel van betaling geeft of het uitstel stopt, of als het beroep tegen de afwijzing van het uitstel is afgewezen, wordt de invordering pas na 14 dagen opgestart dan wel voortgezet.
De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen:
Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, en moet worden gericht aan het college van B&W.
Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren.
Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing in een brief en gemotiveerd bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde.
4.10 Kwijtschelding (art. 26 IW)
Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel hoeft te worden betaald.
Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie, zoals inkomen, bezit (bijvoorbeeld een auto) en woonsituatie. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken.
4.10.2 Beleidskeuzes kwijtschelding
In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW).
De gemeente kan binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden.
De afwijkende regels staan in de door de gemeente opgestelde kwijtscheldingsverordening. Deze verordening is te vinden op www.overheid.nl
4.10.3 Aanvragen kwijtschelding en aanleveren informatie
Het verzoekformulier om kwijtschelding kan op de volgende manieren worden aangevraagd:
Als de belastingschuldige hulp nodig heeft bij het aanvragen van kwijtschelding, dan kan de belastingschuldige contact opnemen met het Financieel Servicepunt (FSP) van de gemeente Rijswijk op telefoonnummer 070 – 326 1955.
Als een formulier niet goed is ingevuld, krijgt de belastingschuldige de kans om de ontbrekende gegevens alsnog binnen 14 dagen aan te leveren.
Als uit de toetsing bij het Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) blijkt dat er meer informatie nodig is, kan de invorderingsambtenaar deze informatie opvragen. Deze informatie moet door de belastingschuldige binnen 14 dagen worden aangeleverd.
De invorderingsambtenaar vraagt de gegevens maximaal 2 keer op. Als de aanvrager niet alle gevraagde informatie levert, wordt het verzoek afgewezen.
4.10.4 Geautomatiseerde kwijtschelding
De gemeente maakt voor het beoordelen van het recht op kwijtschelding gebruik van het Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN). Het BIDN helpt de gemeente bij het controleren van aanvragen voor kwijtschelding. Ieder kwijtscheldingsverzoek dat de gemeente ontvangt wordt door het BIDN getoetst.
Voor deze toetsing vergelijkt het BIDN verschillende gegevens van andere overheidsorganisaties (onder andere van de Belastingdienst, het RDW en het UWV) met de voor het BIDN vastgestelde normbedragen.
Uit deze toetsing kunnen verschillende bevindingen komen. Deze bevindingen worden doorgestuurd naar de gemeente. Op basis van de bevindingen vraagt de gemeente aanvullende informatie op bij de belastingschuldige. Op basis van deze informatie wordt het kwijtscheldingsverzoek afgehandeld.
Zijn er geen bevindingen dan kan de gemeente het kwijtscheldingsverzoek toekennen zonder verdere beoordeling.
De gemeente kan het BIDN ook vragen om ieder jaar automatisch te controleren of er nieuwe bevindingen zijn bij belastingschuldige(n) die het afgelopen jaar kwijtschelding hebben gekregen.
Als er geen bevindingen zijn kan de gemeente automatisch, zonder kwijtscheldingsverzoek, kwijtschelding aan deze belastingschuldige(n) verlenen. De belastingschuldige(n) moet toestemming hebben gegeven voor deze automatische kwijtscheldingstoets.
4.10.5 Kwijtschelding van al betaalde belastingaanslagen
De invorderingsambtenaar kan belasting die al betaald is, alsnog kwijtschelden. Dit gebeurt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend.
4.10.6 Gegevens en normen bij het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Bij het beoordelen van het verzoek om kwijtschelding wordt gekeken naar de gegevens en normen die op dat moment gelden.
4.10.7 Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden
De invorderingsambtenaar kan kwijtschelding verlenen onder voorwaarden. Deze voorwaarden zullen worden vermeld in de beslissing op het kwijtscheldingsverzoek.
4.10.8 Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet duidelijk worden uitgelegd waarom de invorderingsambtenaar dit besluit heeft genomen en wat de redenen voor de afwijzing zijn.
4.10.9 Na afwijzing: 14 dagen wachten bij voortzetting invordering
Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, of als een beroepschrift tegen een afwijzing is afgewezen, moet de belastingschuldige het verschuldigde bedrag binnen 14 dagen of binnen de betalingstermijn die op het aanslagbiljet staat betalen.
4.11 Kwijtschelding van belastingen voor particulieren
ex-ondernemers en kwijtschelding
Op een ex-ondernemer (is een particulier die met zijn onderneming of zelfstandig beroep volledig is gestopt) is het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren van toepassing.
4.11.1 Beoordeling kwijtschelding en bevindingen van het Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN)
Een kwijtscheldingsverzoek wordt beoordeeld op basis van de bevindingen van het BIDN. In de basis worden alleen de onderdelen beoordeeld waar BIDN een bevinding heeft gemeld. De invorderingsambtenaar kan hiervan afwijken als hij daar aanleiding toe ziet.
De waarde van een motorvoertuig telt niet mee voor het vermogen als het op het moment van het verzoek minder dan € 3.350,00 waard is. Is het voertuig meer waard, dan wordt de volledige waarde meegenomen als vermogen.
Als er geld is geleend voor het voertuig en er een pandrecht gevestigd is, dan wordt de lening afgetrokken van de waarde van het voertuig. Een pandrecht geeft degene (bijvoorbeeld een bank) die het geld aan de belastingschuldige heeft geleend een extra garantie. Als de belastingschuldige niet betaalt, heeft de bank het recht om de auto te verkopen, voordat andere schuldeisers dit kunnen doen.
Als de belastingschuldige failliet gaat, kan de schuldeiser zijn pandrecht blijven gebruiken en proberen zijn geld te krijgen, alsof er geen faillissement is.
Als het voertuig na de verzending van het aanslagbiljet is gekocht, wordt dit als verwijtbaar gedrag gezien. Dit betekent dat de kosten voor de aanschaf van het voertuig worden opgeteld bij het banksaldo.
Als 'waarde' geldt de prijs die de autohandel wil betalen bij inkoop van de auto zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto. De waarde van de auto wordt in beginsel bepaald op basis van de bevindingen van het BIDN of de ANWB Koerslijst. Daarbij wordt uitgegaan van de door de belastingschuldige doorgegeven kilometerstand.
Als het niet mogelijk is om met de AWNB Koerslijst een waarde te bepalen wordt er gekeken naar een vergelijkbare auto op de tweedehands (online) automarkt.
Een auto telt niet mee als vermogen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor zijn werk of in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden. Met gezinsleden wordt bedoeld de echtgeno(o)t(e) van belastingschuldige, diens geregistreerde partner of diens kind(eren) voor zover deze geen eigen inkomen/vermogen heeft (hebben) waarmee de auto kan worden betaald.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met de uitoefening van het beroep kan onder andere aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van de werkgever of als aannemelijk is dat een ander vervoersmiddel (bijvoorbeeld fiets of openbaar vervoer) niet mogelijk is.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan aannemelijk gemaakt worden door het overleggen van een gehandicaptenparkeerkaart of een verklaring van een arts waaruit blijkt dat de auto noodzakelijk is.
Als er meer dan één motorvoertuig in eigendom is, wordt de vrijstelling toegepast op de waarde van het goedkoopste motorvoertuig. Alle andere motorvoertuigen worden volledig als vermogen aangemerkt.
4.11.4 Vermogen en studielening
Het vermogen van studenten kan gedeeltelijk gespaard zijn met het lening deel van de studiefinanciering. Als de student dit kan aantonen wordt dit gedeelte van het vermogen buiten beschouwing gelaten voor de berekening.
4.11.5 Eigen woning en vermogen
Als een woning meer waard is dan de hypotheek, telt de overwaarde mee als vermogen. Dit kan betekenen dat het verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen. In sommige gevallen kan de invorderingsambtenaar uitstel van betaling geven, met een hypotheek op de woning als zekerheid. Dit gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen. Voor het bepalen van de waarde van de woning gebruikt de gemeente de meest recente WOZ-waarde.
Het vermogen van kinderen die thuis wonen telt niet mee, tenzij de ouder (een deel van) zijn vermogen aan het kind heeft gegeven om een belastingvoordeel te behalen.
Bij het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding na het overlijden van de belastingschuldige, wordt gekeken of de belastingaanslag uit de erfenis kan worden betaald. De financiële situatie van de erfgenamen is meestal niet van belang, tenzij de overgebleven of erfgenaam het verzoek indient. In dat geval worden de persoonlijke financiële omstandigheden wel meegenomen
4.11.8 Schadevergoedingen en vermogen
Ontvangen schadevergoedingen worden gedurende een bepaalde periode niet meegerekend als vermogen. Materiële schadevergoedingen zijn één jaar vrijgesteld. Immateriële schadevergoedingen zijn 3 jaar vrijgesteld.
Vakantiegeld telt mee als inkomen. Voor vakantiegeld wordt gerekend met 7% van het inkomen, tenzij het werkelijk ontvangen vakantiegeld meer of minder is dan dit percentage.
Bij het berekenen van het netto besteedbare inkomen wordt gekeken naar de studiefinanciering die de student ontvangt en andere inkomsten die de student heeft.
Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget (bepaald bedrag) voor hun levensonderhoud. In het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt voor zover van toepassing rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de één-oudertoeslag.
De inkomsten van een student worden op een standaardbedrag gesteld.
Het standaardbedrag voor boeken en leermiddelen wordt jaarlijks door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaald.
Als een student naast studiefinanciering ook eigen inkomen heeft, wordt het inkomen van de student bepaald zoals hierboven bij A en B is beschreven.
Als de studiefinanciering (zonder het collegegeldkrediet voor hoger onderwijs) en de eigen inkomsten samen hoger zijn dan de kosten van levensonderhoud voor het huishouden, wordt de betalingscapaciteit berekend met de volgende formules:
Formule 1: (P + Q) – R – S = X
P is de studiefinanciering die de student heeft gekregen zonder het collegegeldkrediet (is geld dat de student kan lenen om het collegegeld te betalen).
Q is het totaal van de eigen inkomsten van de student
R is het normbudget voor levensonderhoud dat geldt voor de student
S is de lening die de student van de DUO heeft ontvangen
De uitkomst (X) kan nooit lager zijn dan nul.
Y is het standaardbedrag voor inkomsten van de student, zoals eerder beschreven.
T is het totaal van de inkomsten van de student. Dit inkomen wordt gebruikt om het netto besteedbaar inkomen te berekenen.
Als de studiefinanciering voor een groot deel uit een lening bestaat, wordt dezelfde berekening gebruikt zoals hierboven beschreven.
4.11.11 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage
Uitkeringen die de belastingschuldige ontvangen als bijzondere bijstand en die bedoeld zijn om specifieke kosten te dekken, worden niet als inkomen beschouwd. Maar de bijzondere bijstand voor belastingschuldige jonger dan 21 jaar wordt wel als inkomen gezien. Dit komt omdat deze bijzondere bijstand niet bedoeld is voor specifieke kosten, maar voor het aanvullen van een zeer lage bijstandsuitkering.
Ook ouderlijke bijdragen worden als inkomen aangemerkt, ongeacht de leeftijd van de belastingschuldige.
4.11.12 Persoonsgebonden budget
Geld dat wordt ontvangen uit een persoonsgebonden budget voor zorg, begeleiding of hulp, en dat niet gedekt wordt door de zorgverzekering of reguliere bijstand, wordt niet als inkomen meegerekend.
4.11.13 Betalingen op belastingschulden
Bij het berekenen van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die binnen 12 maanden na de aanvraag voor kwijtschelding nog opgelegd zullen worden.
Er wordt in principe alleen rekening gehouden met betalingen aan de Rijksbelastingdienst.
4.11.14 Normpremie zorgverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
Een deel van de premie ziektekosten die de belastingschuldige betaalt, wordt niet meegenomen als uitgave, in de berekening van de kwijtschelding. Dat deel noemen wij de normpremie ziektekosten die door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt vastgesteld.
4.11.15 Kwijtschelding tijdens WSNP
Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid.
Dit betekent onder andere dat bij het berekenen van de betalingscapaciteit, zoals beschreven in artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het inkomen van de belastingschuldige niet wordt verlaagd met het deel van het inkomen dat onder het financieel beheer van de schuldhulpverlener valt.
Ook wordt opgemerkt dat het geld dat onder het financieel beheer van de schuldhulpverlener valt, niet wordt gezien als vermogen volgens artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
4.11.16 Onderhoud gezinsleden in het buitenland
Als de belastingschuldige in Nederland woont, maar gezinsleden in het buitenland onderhoudt, wordt voor zijn betalingscapaciteit het normbedrag voor echtgenoten gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met de huur die in Nederland wordt betaald. De werkelijke bedragen die de belastingschuldige naar het buitenland overmaakt, tellen niet mee.
4.12 Kwijtschelding ondernemers voor zakelijke belastingen (saneringsakkoord)
Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers.
De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen.
Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord
De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord.
Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing?
Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(en) op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt.
Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek
In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald.
De invorderingsambtenaar kan echter toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen. Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kunnen worden betaald.
Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat de invorderingsambtenaar voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord.
Hierbij gelden de volgende regels:
Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.
Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord
De gemeente doet niet mee aan een akkoord als:
Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet verplicht zijn om deel te nemen aan het saneringsakkoord. Dit zijn onder andere:
dwangcrediteuren. Hiermee worden bedoeld de schuldeisers waarvan de ondernemer in diens voortbestaan afhankelijk is. Zo houdt de invorderingsambtenaar bij de boordeling van het akkoord rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder, die het saneringsvoorstel heeft opgesteld;
4.13 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal dan in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend.
Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding.
De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar wel een voorwaarde te stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend moeten worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen 3 jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen.
Als de invorderingsambtenaar besluit om tijdelijk geen actie te ondernemen om de belastingschuld te innen, dan stuurt hij daarover een brief. Er staan duidelijke voorwaarden in waaraan de belastingschuldige zich moet houden. Daarnaast kan in de brief staan voor welke periode deze ‘pauze’ geldt, dus hoe lang er geen invorderingsmaatregelen worden genomen. In tegenstelling tot kwijtschelding kan deze beslissing later nog worden teruggedraaid.
Als de belastingschuldige zich niet aan de voorwaarden houdt, maakt de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing waarin hij de eerdere beslissing intrekt. Dat betekent dat de invordering dan alsnog kan doorgaan.
Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin wordt aangegeven dat de invorderingsambtenaar de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan 14 dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen.
Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslissing over het kwijtscheldingsverzoek, kan deze een brief sturen naar het college van B&W waarin hij uitlegt waarom hij het daarmee niet eens is. Deze brief moet naar de invorderingsambtenaar worden gestuurd.
De invorderingsambtenaar kan opnieuw een verzoekformulier sturen naar de belastingschuldige om goed advies te kunnen geven aan het college van B&W. Als de belastingschuldige het formulier niet terugstuurt, wordt er nog een kans gegeven om dat alsnog te doen. Als de belastingschuldige dat dan nog niet doet, informeert de invorderingsambtenaar het college van B&W en raadt de invorderingsambtenaar aan om het beroep af te wijzen.
Herhaald verzoek om kwijtschelding
De invorderingsambtenaar behandelt een bezwaar van de belastingschuldige tegen de beslissing over het verzoek om kwijtschelding als een administratief beroep gericht aan het college.
Dit geldt ook als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), nadat dit verzoek eerder (gedeeltelijk) werd afgewezen, en de belastingschuldige geen nieuwe feiten aandraagt. En ook niet aangeeft dat zijn financiële situatie is veranderd.
In zulke gevallen neemt de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing als dat voor de belastingschuldige gunstiger is.
Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), maar daarbij nieuwe feiten of veranderingen noemt, dan beslist de invorderingsambtenaar op basis van die nieuwe informatie. Dit geldt ook als het college van B&W al eerder een negatief besluit heeft genomen over een administratief beroep.
Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en) en er geen nieuwe feiten of veranderingen zijn, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek af, met een verwijzing naar het eerdere besluit van het college van B&W.
Als niet duidelijk is waarom er een beroepschrift is ingediend, kan de invorderingsambtenaar de belastingschuldige vragen om binnen een redelijke tijd het beroep verder toe te lichten. Als dat niet gebeurt, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het beroep wordt afgewezen.
Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding
Bij het behandelen van het beroep of herhaalde verzoek, worden de gegevens gebruikt die ook voor het eerste verzoek van toepassing waren. Als het inkomen van de belastingschuldige sinds het eerste verzoek aanzienlijk is gedaald, kan dat opnieuw worden berekend. Ook veranderingen in huur- of zorgtoeslag kunnen tot een herberekening leiden, maar veranderingen in levensonderhoud leiden niet tot een herberekening.
Als het college van B&W het beroep terecht vindt, kan het de zaak meteen behandelen. Het college kan het verzoek alsnog goedkeuren of afwijzen, maar dan met nieuwe of andere redenen.
Invordering tijdens administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding en ambtshalve behandeling beroepschrift
Als het beroep binnen 10 dagen wordt ingediend, wordt de invordering opgeschort. Als het beroep later wordt ingediend, kan het niet ontvankelijk zijn. Toch kan het college van B&W nog altijd de bezwaren uit het beroep beoordelen, als het belang van de invordering dat niet tegenhoudt.
Insolventieprocedures zijn de (gerechtelijke) stappen die kunnen worden gezet wanneer een belastingschuldige diens schulden niet meer kan betalen. Als de belastingschuldige er zelf niet uitkomt, is het belangrijk dat deze zo snel mogelijk hulp zoekt bij het oplossen van zijn schulden.
Binnen gemeente Rijswijk is het Financieel Servicepunt de juiste plek voor deze hulp.
4.15.1 De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten
In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 240 dagen (8 maanden) stopgezet.
Als de schuldhulpverlener meldt dat er een schuldregelingsovereenkomst is afgesloten, krijgt de belastingschuldige uitstel van betaling voor maximaal 18 maanden, onder de volgende voorwaarden:
Het uitstel van betaling begint vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na het afsluiten van de overeenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener binnen 120 dagen (maar uiterlijk 240 dagen) of een regeling met de schuldeisers kan worden bereikt.
Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing?
Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden.
Gevolgen van het MSNP-uitstel:
Intrekken uitstel tijdens de MSNP
De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als een of meer van onderstaande situaties aan de orde is:
De invorderingsambtenaar trekt het uitstel pas in nadat deze de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige veertien dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen.
Na de toepassing van de MSNP-regeling
De belastingaanslagen, die betrekking hebben op de periode waarin de MSNP van toepassing was, zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden.
4.15.2 Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten
Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats?
Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen:
Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling.
4.16 Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)
Als de belastingschuldige aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de rechter hem toelaten tot de WSNP. De WSNP stopt na 18 maanden. Deze termijn kan worden verlengd tot 5 jaar.
als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt, omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten;
(Nieuwe) belastingschulden die ontstaan, vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden.
In deze situatie waarbij sprake is van tijdelijke liquiditeitsproblemen en waarin een faillissement niet op zijn plaats is, kan de rechter op verzoek van de belastingschuldige surseance (uitstel) van betaling verlenen aan de concurrente schuldeisers. De belastingaanslagen van de gemeente vallen daar ook onder.
Gevolgen surseance van betaling:
4.18 Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)
Het doel van deze wet is om ondernemingen met gezonde bedrijfsactiviteiten, die vanwege een zware schuldenlast failliet dreigen te gaan, te helpen met reorganiseren.
Dankzij de WHOA-procedure kan de rechter een akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers homologeren (goedkeuren), waardoor alle betrokken én niet betrokken schuldeisers zich aan het akkoord moeten houden.
De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen.
De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel, waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken.
De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze.
Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven.
Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord
Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald kwijtgescholden. Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen.
Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan.
Als de belastingschuldige failliet wordt verklaard, dan benoemt de rechtbank een curator. De belastingschuldige mag niet meer zelf beslissen over zijn geld of bezittingen.
Toestemming voor faillissementsaanvraag
Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar toestemming van het college van B&W nodig.
Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, die deze gebruikt als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser.
Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel.
Na beëindiging van het faillissement van een natuurlijk persoon (mens) wordt de invordering niet meer opgestart. Dit gebeurt alleen als belastingschuldige binnen 5 jaar na het faillissement meer verdient dan het gemiddelde inkomen in Nederland, of als belastingschuldige bezittingen heeft die veel waard zijn.
4.20 Buitengerechtelijk akkoord
Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel.
Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
Gevolgen buitengerechtelijk akkoord:
Hoofdstuk 5 (Vervolg)acties invorderingsambtenaar
De invorderingsambtenaar heeft verschillende mogelijkheden om de belastingschuld te innen. In dit hoofdstuk worden een aantal van die mogelijkheden toegelicht.
5.1 Versnelde dwanginvordering (art. 10 en 15 IW)
Als één van de situaties zoals beschreven in artikel 10 IW zich voordoet, kan de invorderingsambtenaar met versnelde invordering de belastingaanslag direct en voor het volledige bedrag opeisen. De betalingstermijn(en) op de aanslag is/zijn dan niet meer van toepassing.
Artikel 15 IW vormt samen met artikel 10 IW de versnelde dwanginvorderingsprocedure. Dit artikel maakt het mogelijk om voor de belastingschuld zonder voorafgaande aanmaning direct beslag te leggen.
De invorderingsambtenaar zal de belastingschuldige altijd informeren op grond van welke feiten en omstandigheden tot versnelde invordering wordt overgegaan.
Op grond van dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met van deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met te betalen aanslagen, waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is).
De invorderingsambtenaar bepaalt, of tot verrekening wordt overgegaan. De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een beschikking (brief).
5.3 Invorderingsrente (art. 28 IW)
De invorderingsambtenaar vergoedt invorderingsrente als het uitbetalen van een belastingteruggave meer dan zes weken te laat is. En in de situatie dat de belastingschuldige een bezwaarschrift heeft ingediend en na een verzoek daartoe geen uitstel van betaling heeft gekregen en vervolgens in het gelijk wordt gesteld.
De gemeente berekent niet actief invorderingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag. Verdere regels die de gemeente stelt zijn te vinden in het rentebesluit. Het rentebesluit is in te zien op: www.overheid.nl
5.4 Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW)
De belastingschuldige is zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn eigen belastingschuld.
Daarnaast kan iemand anders, een derde, aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de belastingschuldige.
Deze derde kan pas door de invorderingsambtenaar aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander nadat de belastingschuldige ‘in gebreke is’ gesteld.
In gebreke stellen betekent dat je iemand officieel laat weten dat hij iets niet gedaan heeft wat hij wél had moeten doen, en dat hij nog een laatste kans krijgt om het goed te maken.
De invorderingsambtenaar gaat niet direct tot aansprakelijkstelling over, maar probeert eerst om de belastingschuld bij de belastingschuldige in te vorderen.
Bij het aansprakelijk stellen kan de invorderingsambtenaar van twee soorten bepalingen gebruik maken:
De invorderingsambtenaar bepaalt wie en op grond van welke wettelijke bepaling de belastingschuldige aansprakelijk wordt gesteld om de belastingschuld te kunnen invorderen.
Ook aansprakelijkgestelden kunnen te maken krijgen met kosten die ontstaan door invorderingsmaatregelen. De regels die gelden voor een belastingschuldige gelden ook voor een aansprakelijkgestelde.
5.4.1 Uitstel bij aansprakelijkheid
Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde zijn hetzelfde als de regels voor uitstel aan een belastingschuldige.
5.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling
De aansprakelijkgestelde kan een bezwaarschrift indienen tegen zowel de aansprakelijkstelling zelf als tegen de belastingaanslag. Dat laatste kan alleen als de oorspronkelijke belastingschuldige niet al bezwaar heeft gemaakt. Als de invorderingsambtenaar het bezwaarschrift heeft afgewezen, kan de aansprakelijkgestelde een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de Rechtbank staat hoger beroep open bij het Gerechtshof.
Tegen de schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof kunnen zowel de aansprakelijkgestelde als het college van B&W eventueel in cassatie gaan. Cassatie vindt plaats bij de hoogste rechterlijke instantie van Nederland, de Hoge Raad. De Hoge Raad bekijkt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd.
5.5 Informatieverplichtingen (art. 58, 60, 61, 63 en 63a IW)
Tijdens het invorderingsproces kan het nodig zijn dat de invorderingsambtenaar bepaalde gegevens opvraagt van de belastingschuldige, diens echtgeno(o)t(e), diens geregistreerde partner of een aansprakelijkgestelde. Deze personen zijn verplicht om de gevraagde gegevens te verstrekken.
Geen of onjuiste en/of onvolledige gegevens
Als de invorderingsambtenaar gegevens heeft verkregen die niet concreet of voor meerdere uitleg vatbaar zijn, dan worden de gegevens opnieuw opgevraagd.
Als de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen voldoen kan de invorderingsambtenaar overwegen om een bestuurlijke boete op te leggen of in het uiterste geval een civiele procedure bij de Rechtbank op te starten.
Bestuurlijke boetes zijn geldboetes die de gemeente kan opleggen als iemand een wet overtreedt.
Het is een manier voor de gemeente om regels te handhaven, zonder dat er een rechter aan te pas komt. Deze boetes worden vaak gebruikt in plaats van een straf via de rechtbank.
Bij het opleggen van bestuurlijke boetes vanwege een verzuim (bijvoorbeeld voor het te laat aangifte doen voor de toeristenbelasting), gelden naast de regels in artikel 63b van de wet ook andere wettelijke regels.
Deze regels bepalen samen hoe en wanneer een boete opgelegd mag worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-333357.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.