Publicatie voorgenomen vestiging opstalrecht grond gemeente Hoorn

 

 

Intentie tot vestiging opstalrecht stoepen Grote Noord 79 en Achterom 76

Gemeente Hoorn heeft het voornemen om een strook grond in opstalrecht uit te geven aan de eigenaar van een woonhuis gelegen aan Grote Noord 79 en Achterom 76, ten behoeve van het realiseren van drie stoepen voor de woningen. De drie percelen grond zijn gelegen nabij Grote Noord 79 en Achterom 76 te Hoorn en hebben allen een oppervlakte van circa 6 m².

 

Op basis van recente jurisprudentie dient de gemeente bij het bezwaren van vastgoed zoals door middel an het vestigen van een opstalrecht een selectieprocedure te doorlopen om op die wijze serieuze gegadigden mee te laten dingen en zo gelijke kansen te creëren. Een selectieprocedure kan echter achterwege blijven indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor het vestigen van een opstalrecht van het vastgoedobject. Op basis van onderstaande argumentatie is de gemeente van oordeel dat bij deze vestiging opstalrecht de aanvrager, de enige serieuze gegadigde is.

 

Argumenten

De opstalhouder is eigenaar van het woonhuis gelegen aan Grote Noord 79 en Achterom 76. De strook grond grenst direct aan de voorkant van het woonhuis Grote Noord 79 en Achterom 76. Deze ligging van de grond maakt dat de eigenaar van Grote Noord 79 en Achterom 76 als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt.

 

Termijn reactie

De gemeente Hoorn zal drie (3) weken na de datum van deze publicatie overgaan tot het vestigen van het opstalrecht van de betreffende grond, tenzij voordien door een belanghebbende een kort geding tegen dit voornemen aanhangig is gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland. Er liggen verder geen stukken ter inzage.

 

Voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met mevrouw W.H.K. Smit.

 

Met deze publicatie geeft de Gemeente uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR: 2021:1778).

 

Naar boven