Gemeenteblad van Noardeast-Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 332025 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 332025 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Noardeast-Fryslân
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLAN;
In aanvulling op de Algemene Subsidieverordening gemeente Noardeast-Fryslân (ASV);
Gelet op artikel 3 van de ASV;
Gelet op artikel 156 van de Gemeentewet;
Gelet op de bepalingen in de Wet kinderopvang en de artikelen 158, 159 en 160 van de Wet op het primair onderwijs;
vast te stellen de navolgende regeling: Subsidieregeling peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Noardeast-Fryslân
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regels wordt verstaan onder:
1 LEA: Lokale educatieve agenda. Het overleg tussen college en andere partijen (onderwijs, opvang, welzijn en zorg) over onder meer de Lokale Educatieve Agenda zoals omschreven in artikel 161 van de Wet op het primair onderwijs;
2. LRK: Landelijk register kinderopvang waarin aanbieders van kinderopvang (waaronder peuteropvang) en VVE, die voldoen aan de Wet Kinderopvang, zijn opgenomen;
3. Peuteropvang: Voorschoolse opvang voor peuters van twee dagdelen per week gedurende maximaal 41 weken1 per jaar in de leeftijd van twee tot vier jaar oud;
4. VVE-programma: een erkend voorschools programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling voor zover dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut.
5. VVE-monitor: Instrument waarmee de uitvoering, het bereik en de resultaten van de voor- en vroegschoolse educatie systematisch worden gevolgd.
6. Dagdeel: Eén dagdeel peuteropvang of VVE staat gelijk aan 4 uur.
7. Doelgroeppeuter: Een kind vanaf 2 jaar oud dat is geïndiceerd als VVE-behoevend door de jeugdgezondheidszorg (JGZ);
8. Kinderopvangtoeslag: De toeslag die tweeverdienende ouders kunnen aanvragen bij de Belastingdienst als tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang dan wel peuteropvang (Externe link: www.belastingdienst.nl);
9. Ouderbijdrage: De inkomensafhankelijke financiële bijdrage die, in het geval van subsidiëring door de gemeente, door de ouder(s) betaald wordt aan de aanbieder voor de afname van peuteropvang;
10. VNG Adviestabel ouderbijdrage: De tabel waarin jaarlijks de hoogte van de ouderbijdrage voor peuteropvang per o.a. inkomenscategorie wordt omschreven);
11. Landelijke uurtarief: Het maximum uurtarief voor dagopvang (peuteropvang en kinderopvang), opgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
12. Koptarief: het aanvullende (gemeentelijke) uurtarief dat bovenop de landelijke kinderopvangtoeslag en/of ouderbijdrage wordt gesubsidieerd, met als doel de peuteropvang en/of voor- en vroegschoolse educatie (VVE) financieel toegankelijk te maken. Het koptarief dekt (een deel van) het verschil tussen de kostprijs van de opvang en de door ouders te betalen bijdrage. Het koptarief is € 1,54 per uur per peuter.
13. Ouder: Bloed- of aanverwant in de opgaande lijn, voogd of pleegouder van een kind op wie de kinderopvang (incl. peuteropvang) of VVE betrekking heeft, conform de WPO.
Artikel 3. Doel van deze regeling
Door middel van het verstrekken van subsidies willen burgemeester en wethouders de organisatie en uitvoering van activiteiten stimuleren die een bijdrage leveren aan één of meerdere doelen van de programma’s Mienskip en Soarch en Wolwêzen.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger verplichten er voor te zorgen dat de accommodatie of locatie bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor mensen en kinderen met een lichamelijke beperking.
Artikel 5. Kwaliteitseisen (VVE-)aanbieder
Om de subsidie te ontvangen, voldoet de (VVE-)aanbieder aantoonbaar aan:
Artikel 6. Subsidie voor deelname peuteropvang en VVE: Basisomschrijving
1. De gemeente kan subsidie verlenen aan een (VVE-)aanbieder voor het aanbieden van;
2. De gemeente verleent subsidie voor de peuteropvang en/of VVE voor peuters woonachtig in de gemeente. In uitzonderlijke gevallen wordt subsidie verleend voor de peuteropvang en/of VVE voor peuters die niet woonachtig zijn in de gemeente. Hierover vindt in alle gevallen vooraf afstemming plaats met de gemeente.
3. Subsidie kan aangevraagd worden voor een (doelgroep)peuter vanaf de week waarin deze 2 jaar oud wordt, tot aan de week waarin deze 4 jaar oud wordt.
4. In het kader van het wisselende aanbod van uren per dagdeel, wordt één dagdeel peuteropvang gelijkgesteld aan 4 uren.
5. De (VVE-) aanbieder verrekent de subsidie met de ouder(s).
6. De ouder(s) betalen voor gesubsidieerde peuteropvang de ouderbijdrage aan de aanbieder.
7. De aanbieder verrekent de ouderbijdrage met de subsidie die de aanbieder van de gemeente ontvangt voor het aanbieden van peuteropvang en VVE.
8. De ouder(s) betalen voor het 3e en 4e dagdeel VVE geen ouderbijdrage.
9. De hoogte van de door de (VVE-)aanbieder te ontvangen subsidie wordt gebaseerd op de subsidieaanvraag (bevoorschotting):
a. Het aantal uren dat peuteropvang afgenomen wordt;
b. Het aantal uren dat VVE afgenomen wordt;
c. Het landelijk uurtarief of, wanneer lager dan het landelijk uurtarief, het uurtarief van de (VVE-) aanbieder;
Artikel 8. Subsidie voor deelname peuteropvang
1. De aanbieder kan alleen subsidie aanvragen bij de gemeente voor de deelname van een peuter aan peuteropvang wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. De aanbieder voldoet aantoonbaar aan de kwaliteitseisen zoals omschreven in artikel 5;
b. De deelname aan peuteropvang betreft twee dagdelen per week gedurende maximaal 41 weken per jaar (subsidieerbare peuteropvang);
c. De ouder(s) van de peuter komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag;
d. Vooraf aan de start van de peuteropvang is door de aanbieder een overeenkomst opgesteld en ondertekend door de aanbieder en de ouder(s);
2. Wanneer ouder(s) minder dan de twee dagdelen subsidieerbare peuteropvang afnemen, dan wordt hiervoor geen subsidie beschikbaar gesteld en betalen zij de volledige kosten van deze uren peuteropvang aan de aanbieder.
3. Wanneer ouder(s) meer dan de twee dagdelen subsidieerbare peuteropvang afnemen, dan wordt hiervoor geen extra subsidie beschikbaar gesteld en betalen zij de volledige kosten van de extra uren peuteropvang aan de aanbieder.
4. Voor de ouder(s) die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, kan de aanbieder uitsluitend het koptarief aanvragen, maximaal 8 uur per week, gedurende maximaal 41 weken per jaar.
Artikel 9. Subsidie voor deelname VVE
2. De subsidie voor de afname van VVE bestaat uit vier onderdelen:
Een aanvraag voor subsidie (VVE-) peuteropvang wordt jaarlijks ingediend:
a. Voor een subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van een daartoe bestemd aanvraagformulier.
b. De aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt vóór 1 juni voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden bij het college ingediend.
c. Het college neemt vóór 31 december voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden een besluit op de aanvraag van een jaarlijkse subsidie.
De subsidie wordt in voorschotten uitbetaald. In het besluit tot toekenning van subsidie wordt aangegeven op welke manier de voorschotten uitbetaald worden.
Artikel 12. Subsidievaststelling
1. Een aanvraag om subsidievaststelling wordt uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar ingediend.
2. Een aanvraag om subsidievaststelling tussen € 10.000,- en € 50.000,- bevat:
a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
b. een financieel verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
3. Een aanvraag om subsidievaststelling van subsidies vanaf € 50.000,- bevat:
a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en
d. een samenstellingsverklaring voor subsidies tussen € 50.000 en € 150.000, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
e. een accountantsverklaring (controleverklaring) voor subsidies hoger dan € 150.000. De accountantsverklaring geeft een oordeel van de jaarrekening van de grootte en de samenstelling van het vermogen.
Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken.
Artikel 14. Inwerkingtreding, eerdere beleidsregels, evaluatie en citeertitel
1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na de officiële bekendmaking.
2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Noardeast-Fryslân”.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-332025.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.