Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging

Leeswijzer:

In de bestaande tekst zijn artikelen of tekstgedeeltes die worden gewijzigd cursief en onderstreept weergegeven. In de nieuwe tekst zijn de gewijzigde tekstgedeeltes vetgedrukt onderstreept .

Artikel I Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging

A. Artikel 1.1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • algemeen geaccepteerde arbeid: alle (tijdelijke) arbeid die maatschappelijk aanvaard is en die niet indruist tegen de integriteit van de persoon;

    • arbeidsbeperking: een functionele beperking van medische, psychische of sociale aard waardoor de belanghebbende ondersteuning nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;

    • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

    • benadelingsperiode: de periode waarop ten gevolge van een verwijtbare gedraging eerder of langer een beroep op bijstand wordt of is gedaan door een belanghebbende;

    • bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de PW;

    • Breed offensief: het pakket aan maatregelen en voorzieningen van de overheid om de arbeidsmarktkansen voor personen uit deze doelgroep te vergroten ;

    • chartale betaling: betaling met contant geld waaronder begrepen betalingen met pin;

    • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;

    • doelgroep beschut werk: personen als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de PW;

    • doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, van de PW;

    • doelgroep re-integratie: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de PW;

    • financiële benadeling: het netto bedrag in geval van de PW of het bruto bedrag in het geval van IOAW/IOAZ waarop als gevolg van een verwijtbare gedraging van de belanghebbende, een hoger beroep op bijstand wordt gedaan;

    • grondslag: de uitkeringsnorm als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ;

    • inkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de PW. De uitkering die op grond van de PW voor de kosten van levensonderhoud wordt verstrekt, wordt ook tot het inkomen gerekend;

    • interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek;

    • inwoner: de inwoner van de gemeente Apeldoorn, die als zodanig staat ingeschreven in de Basisregistratie personen en ook feitelijk op dit adres woonachtig is;

    • IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

    • IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

    • jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;

    • maatregel: het verlagen van bijstand en bijzondere bijstand dan wel het tijdelijk of blijvend weigeren van de IOAW/IOAZ-uitkering;

    • mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;

    • niet-uitkeringsgerechtigde: een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de PW die geen uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de PW, IOAW of IOAZ maar wel tot de doelgroep re-integratie behoort;

    • onverwijld: binnen zeven dagen nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor de belanghebbende;

    • overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de PW;

    • persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de PW en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de PW;

    • Praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;

    • PW: Participatiewet;

    • UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersvoorzieningen;

    • voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken;

    • werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie;

    • werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de PW met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is;

    • Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

    • Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • algemeen geaccepteerde arbeid: alle (tijdelijke) arbeid die maatschappelijk aanvaard is en die niet indruist tegen de integriteit van de persoon;

    • arbeidsbeperking: een functionele beperking van medische, psychische of sociale aard waardoor de belanghebbende ondersteuning nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;

    • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

    • benadelingsperiode: de periode waarop ten gevolge van een verwijtbare gedraging eerder of langer een beroep op bijstand wordt of is gedaan door een belanghebbende;

    • bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de PW;

    • chartale betaling: betaling met contant geld waaronder begrepen betalingen met pin;

    • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;

    • doelgroep beschut werk: personen als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de PW;

    • doelgroep Breed offensief: personen met een arbeidsbeperking, waarvoor de overheid met een breed pakket aan maatregelen en voorzieningen de arbeidsmarktkansen wil vergroten;

    • doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, van de PW;

    • doelgroep re-integratie: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of artikel 7a, eerste lid, van de PW;

    • financiële benadeling: het netto bedrag in geval van de PW of het bruto bedrag in het geval van IOAW/IOAZ waarop als gevolg van een verwijtbare gedraging van de belanghebbende, een hoger beroep op bijstand wordt gedaan;

    • grondslag: de uitkeringsnorm als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ;

    • inkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de PW. De uitkering die op grond van de PW voor de kosten van levensonderhoud wordt verstrekt, wordt ook tot het inkomen gerekend;

    • interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek;

    • inwoner: de inwoner van de gemeente Apeldoorn, die als zodanig staat ingeschreven in de Basisregistratie personen en ook feitelijk op dit adres woonachtig is;

    • IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

    • IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

    • jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;

    • maatregel: het verlagen van bijstand en bijzondere bijstand dan wel het tijdelijk of blijvend weigeren van de IOAW/IOAZ-uitkering;

    • mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;

    • niet-uitkeringsgerechtigde: een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de PW die geen uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de PW, IOAW of IOAZ maar wel tot de doelgroep re-integratie behoort;

    • onverwijld: binnen zeven dagen nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor de belanghebbende;

    • overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de PW;

    • persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de PW en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de PW;

    • Praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;

    • PW: Participatiewet;

    • UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersvoorzieningen;

    • voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken;

    • werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie;

    • werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de PW met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is;

    • Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

    • Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

 

B. Artikel 2.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.1.2 Inzet voorzieningen

  • 1.

    Het college kan aan de belanghebbende die behoort tot de doelgroep in ieder geval de voorzieningen aanbieden die in deze verordening staan.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid houdt het college bij het voorzieningenaanbod ook rekening met:

    • a.

      andere voorzieningen die het binnen het gemeentelijk sociaal domein beschikbaar zijn; en

    • b.

      jooverige wettelijke regelingen.

  • 3.

    Indien het aanbieden van een voorziening zoals genoemd in het tweede lid, onder a, naar het oordeel van het college kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie van de belanghebbende, stemt het college dit waar nodig intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de belanghebbende.

  • 4.

    Het college beoordeelt individueel of de inzet van een voorziening noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. Bij de keuze voor de in te zetten voorziening worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

    • a.

      de belanghebbende wordt zo goed mogelijk naar passend werk of maatschappelijke participatie begeleid;

    • b.

      betaald werk gaat voor onbetaald werk of inkomensondersteuning door de gemeente;

    • c.

      de voorziening is adequaat, waarmee bedoeld wordt: zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk;

    • d.

      een scholingstraject is in beginsel alleen mogelijk voor de belanghebbende van 27 jaar en ouder en als de scholing aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoet;

    • e.

      waar mogelijk worden groepsgewijs ondersteunende voorzieningen aangeboden;

    • f.

      er wordt rekening gehouden met de vraag op de arbeidsmarkt;

    • g.

      werkgevers worden zoveel mogelijk betrokken bij het re-integratie- en plaatsingsproces en door in te zetten voorzieningen ondersteund bij de indienstneming van de belanghebbende uit de doelgroep.

  • 5.

    In samenspraak met de belanghebbende stelt het college in het plan van aanpak vast welke voorziening wordt aangeboden.

  • 6.

    Het college kan ten aanzien van de voorzieningen nadere regels vaststellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden en het verstrekken van subsidies. Daarnaast kan het college in beleidsregels een verdere invulling geven over de uitvoering van de voorziening.

Artikel 2.1.2 Inzet voorzieningen

  • 1.

    Het college kan aan de belanghebbende die behoort tot de doelgroep in ieder geval de voorzieningen aanbieden die in deze verordening staan.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid houdt het college bij het voorzieningenaanbod ook rekening met:

    • a.

      andere voorzieningen die het binnen het gemeentelijk sociaal domein beschikbaar zijn; en

    • b.

      overige wettelijke regelingen.

  • 3.

    Indien het aanbieden van een voorziening zoals genoemd in het tweede lid, onder a, naar het oordeel van het college kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie van de belanghebbende, stemt het college dit waar nodig intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de belanghebbende.

  • 4.

    Het college beoordeelt individueel of de inzet van een voorziening noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. Bij de keuze voor de in te zetten voorziening worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

    • a.

      de belanghebbende wordt zo goed mogelijk naar passend werk of maatschappelijke participatie begeleid;

    • b.

      betaald werk gaat voor onbetaald werk of inkomensondersteuning door de gemeente;

    • c.

      de voorziening is adequaat, waarmee bedoeld wordt: zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk;

    • d.

      een scholingstraject aangeboden door het college is in beginsel alleen mogelijk voor de belanghebbende van 27 jaar en ouder en als de scholing aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoet;

    • e.

      waar mogelijk worden groepsgewijs ondersteunende voorzieningen aangeboden;

    • f.

      er wordt rekening gehouden met de vraag op de arbeidsmarkt;

    • g.

      werkgevers worden zoveel mogelijk betrokken bij het re-integratie- en plaatsingsproces en door in te zetten voorzieningen ondersteund bij de indienstneming van de belanghebbende uit de doelgroep.

  • 5.

    In samenspraak met de belanghebbende stelt het college in het plan van aanpak vast welke voorziening wordt aangeboden.

  • 6.

    Het college kan ten aanzien van de voorzieningen nadere regels vaststellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden en het verstrekken van subsidies. Daarnaast kan het college in beleidsregels een verdere invulling geven over de uitvoering van de voorziening.

 

C. Artikel 2.1.3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening

  • 1.

    Het college kan een voorziening weigeren als:

    • a.

      de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep;

    • b.

      de belanghebbende onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;

    • c.

      de belanghebbende een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;

    • d.

      de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie;

    • e.

      er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; of

    • f.

      het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college ook passend en adequaat is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie.

Artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening

  • 1.

    Het college kan een voorziening weigeren als:

    • a.

      de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep;

    • b.

      de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;

    • c.

      de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;

    • d.

      de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie;

    • e.

      er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening;

    • f.

      het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college ook passend en adequaat is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;

    • g.

      de persoon, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de PW, jonger is dan zestien jaar; of

    • h.

      het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, het verzoek om ondersteuning heeft gedaan en daarbij geen overgangsdocument heeft verstrekt.

 

D. Artikel 2.2.7 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.2.7 Ondersteuning leer-werktraject

  • 1.

    Het college kan ondersteuning aanbieden bij een leer-werktraject met als doel schooluitval te voorkomen.

  • 2.

    Voor deze vorm van ondersteuning komt in aanmerking:

    • a.

      de persoon van 16 en 17 jaar van wie de leerplicht of kwalificatieplicht nog niet is geëindigd; of

    • b.

      de persoon van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie heeft behaald. Met een startkwalificatie wordt bedoeld: een havo-, vwo- of mbo2-diploma.

  • 3.

    De ondersteuning is gericht op extra begeleiding op of naar een leer-werktraject.

Artikel 2.2.7 Ondersteuning bij leer-werktraject

Het college kan met toepassing van artikel 7a, derde lid, van de PW, een persoon zonder startkwalificatie, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de PW, ondersteuning bieden voor zover die ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject.

 

E. Artikel 2.2.11 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.2.11 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie

  • 1.

    Het college kan aan de belanghebbende behorend tot de doelgroep re-integratie persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden van werk in de vorm van jobcoaching of interne werkbegeleiding aanbieden indien de belanghebbende:

    • a.

      een arbeidsbeperking heeft;

    • b.

      een afstand tot de arbeidsmarkt heeft en de persoonlijke ondersteuning vanwege een in de persoon gelegen belemmering naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling.

  • 2.

    Persoonlijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 3. Bij die beoordeling is het bepaalde zoals vermeld in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, mede van toepassing.

Artikel 2.2.11 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie

  • 1.

    Het college kan aan de belanghebbende behorend tot de doelgroep re-integratie persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden van werk in de vorm van jobcoaching of interne werkbegeleiding aanbieden indien de belanghebbende:

    • a.

      een arbeidsbeperking heeft;

    • b.

      een afstand tot de arbeidsmarkt heeft en de persoonlijke ondersteuning vanwege een in de persoon gelegen belemmering naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling.

  • 2.

    Persoonlijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 3, onder B en C. Bij die beoordeling is het bepaalde zoals vermeld in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, mede van toepassing.

 

F. Artikel 2.2.12 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.2.12 Proefplaats

  • 1.

    Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie met een uitkering op grond van de PW toestemming verlenen om met behoud van uitkering op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten.

  • 2.

    Het doel van de proefplaats is de arbeidsinschakeling van de belanghebbende te bevorderen.

  • 3.

    Toestemming voor een proefplaats wordt verleend indien:

    • a.

      de belanghebbende, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is;

    • b.

      het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;

    • c.

      hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt;

    • d.

      de werkzaamheden van de belanghebbende niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en

    • e.

      de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de belanghebbende, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing voor minimaal zes maanden zonder proeftijd in dienst zal nemen.

  • 4.

    Het college weigert de toestemming als bedoeld in het eerste lid indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor die dienstbetrekking.

  • 5.

    De duur van de proefplaats is bedraagt maximaal twee maanden. Deze termijn kan met maximaal vier maanden worden verlengd indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.

  • 6.

    Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode zoals genoemd in het vijfde lid buiten beschouwing gelaten.

  • 7.

    Het college kan de belanghebbende op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen zoals genoemd in paragraaf 3.

Artikel 2.2.12 Proefplaats

  • 1.

    Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie met een uitkering op grond van de PW toestemming verlenen om met behoud van uitkering op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten.

  • 2.

    Het doel van de proefplaats is de arbeidsinschakeling van de belanghebbende te bevorderen.

  • 3.

    Toestemming voor een proefplaats wordt verleend indien:

    • a.

      de belanghebbende, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is;

    • b.

      het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;

    • c.

      hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt;

    • d.

      de werkzaamheden van de belanghebbende niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en

    • e.

      de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de belanghebbende, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing voor minimaal zes maanden zonder proeftijd in dienst zal nemen.

  • 4.

    Het college weigert de toestemming als bedoeld in het eerste lid indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor die dienstbetrekking.

  • 5.

    De duur van de proefplaats is bedraagt maximaal twee maanden. Deze termijn kan met maximaal vier maanden worden verlengd indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.

  • 6.

    Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode zoals genoemd in het vijfde lid buiten beschouwing gelaten.

  • 7.

    Het college kan de belanghebbende op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen zoals genoemd in paragraaf 3, onder B en C.

 

G. Artikel 2.2.13 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.2.13 Scholing

  • 1.

    Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie een scholingstraject aanbieden voor zover de scholing naar het oordeel van het college noodzakelijk is om de stap te zetten naar passend werk.

  • 2.

    Het scholingstraject:

    • a.

      is gericht op arbeidsinschakeling of op het behalen van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt;

    • b.

      is beroepsgericht; en

    • c.

      duurt niet langer dan nodig is.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op de belanghebbende jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen, tenzij naar het oordeel van het college sprake is van zeer bijzondere omstandigheden.

Artikel 2.2.13 Scholing

  • 1.

    Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie een scholingstraject aanbieden voor zover de scholing naar het oordeel van het college noodzakelijk is om de stap te zetten naar passend werk en er geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening.

  • 2.

    Het scholingstraject:

    • a.

      is gericht op arbeidsinschakeling of op het behalen van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt;

    • b.

      is beroepsgericht; en

    • c.

      duurt niet langer dan nodig is.

 

H. Artikel 2.3.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.3.2 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

  • 1.

    Het college kan persoonlijke ondersteuning bij het vinden of behouden van werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking of met een in de persoon gelegen belemmering als bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid, onder b.

  • 2.

    Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen zoals bedoeld in het eerste lid gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      de belanghebbende behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs heeft genoten;

    • b.

      de belanghebbende kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen;

    • c.

      de werkgever biedt een dienstbetrekking aan die naar het oordeel van college voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende, gelet op zijn afstand tot de arbeidsmarkt en zijn mogelijkheden en belemmeringen;

    • d.

      het betreft geen voorziening of taak waarvoor de werkgever op grond van Arbo-wetgeving verantwoordelijk is;

    • e.

      het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;

    • f.

      er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en

    • g.

      de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.

  • 3.

    De bepalingen zoals genoemd in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, zijn hierbij mede van toepassing.

Artikel 2.3.2 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

  • 1.

    Het college kan persoonlijke ondersteuning bij het vinden of behouden van werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking of met een in de persoon gelegen belemmering als bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid, onder b.

  • 2.

    Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen zoals bedoeld in het eerste lid gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      de persoon behoort tot de doelgroep en:

      • 1°.

        is minimaal achttien jaar oud; of

      • 2°.

        heeft voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs genoten ;

    • b.

      de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen;

    • c.

      de werkgever biedt een dienstbetrekking aan die naar het oordeel van college voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de persoon, gelet op zijn afstand tot de arbeidsmarkt en zijn mogelijkheden en belemmeringen;

    • d.

      het betreft geen voorziening of taak waarvoor de werkgever op grond van Arbo-wetgeving verantwoordelijk is;

    • e.

      het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;

    • f.

      er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en

    • g.

      de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.

  • 3.

    De bepalingen zoals genoemd in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, zijn hierbij mede van toepassing.

 

I. Artikel 2.3.14 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.3.14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap

  • 1.

    Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

  • 2.

    Het college kan in nadere regels uitwerken hoe de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit wordt bepaald.

Artikel 2.3.14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking

  • 1.

    Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie.

  • 2.

    Het college kan in nadere regels uitwerken hoe de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit wordt bepaald.

 

J. Na artikel 2.3.16 wordt paragraaf 4 ingevoegd en die luidt als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

 

Paragraaf 4 Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk

 

K. Na paragraaf 4 wordt artikel 2.4.1 ingevoegd en dat luidt als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

 

Artikel 2.4.1  Verzoeken van scholen en onderwijsinstellingen

  • 1.

    Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van een verzoek om een voorziening gedaan door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

  • 2.

    Als de beslissing op het verzoek geen beschikking als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht inhoudt, beslist het college binnen acht weken na ontvangst van het verzoek, gerekend vanaf de datum van ontvangst van het overgangsdocument. Het college deelt deze beslissing mee aan het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en aan de persoon op wie het verzoek betrekking heeft.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze wijziging treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot met 1 januari 2026.

Artikel III Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot wijziging van de Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging.

Naar boven