Beleidsregels Marginaal en Parttime Ondernemerschap 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Almere,

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de navolgende “Beleidsregels Marginaal en Parttime Ondernemerschap 2026” onder intrekking van de beleidsregels “Marginale zelfstandigen (2018)”

 

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na hun bekendmaking.

 

INLEIDING

Zelfstandigen kunnen, bij financiële problemen, een beroep doen op het Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 (hierna Bbz-2004).

 

Een zelfstandige is volgens artikel 1 onderdeel b van het Bbz-2004: de belanghebbende van 18 jaar tot pensioen- gerechtigde leeftijd, die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die:

  • -

    voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan;

  • -

    voldoet aan het urencriterium (1225 uur per jaar = gemiddeld 23,5 uur per week), bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en

  • -

    alleen of samen met degenen met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico’s daarvan draagt.

Als iemand voor een uitkering in het kader van de Participatiewet in aanmerking wil komen, dan zal deze persoon in principe geen werkzaamheden in het kader van zelfstandig ondernemerschap mogen verrichten en zich beschikbaar moeten stellen voor de arbeidsmarkt.

 

De gemeente Almere merkt dat voor een bepaalde groep bijstandsgerechtigden het op bescheiden schaal kunnen ondernemen een waardevol participatie-, re-integratie en/of uitstroominstrument is. Vanuit deze constatering is de behoefte ontstaan een beleidsregel op te stellen om dit mogelijk te maken.

Artikel 1 – Begripsbepalingen

  • 1.

    De begrippen in deze beleidsregels hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • -

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;

    • -

      ZLF: Zelfstandigen Loket Flevoland;

    • -

      de wet: de Participatiewet of IOAW;

    • -

      belanghebbende: de uitkeringsgerechtigde die op bescheiden schaal wil ondernemen;

    • -

      de klantmanager: de klantmanager Werk van de afdeling Werk & Inkomen van de gemeente Almere;

    • -

      PTO: Parttime Ondernemen

    • -

      MGO: Marginaal Ondernemen

    • -

      MGO/PTO inkomen: bruto inkomen minus door ZLF goedgekeurde kosten conform MGO/PTO model;

    • -

      kosten: kosten zoals omschreven in paragraaf 6.5. van de Handleiding parttime ondernemen in de Participatiewet/IOAW.

Artikel 2 – Parttime Ondernemen (PTO) - traject

  • 1.

    Tijdens het PTO-traject mag betrokkene op bescheidenschaal zelfstandige activiteiten uitvoeren tegen betaling. Het doel van een PTO-traject is om de bijstandsgerechtigde binnen 2 jaar:

    • a.

      door te laten stromen naar zelfstandig ondernemerschap met Bbz-2004 of

    • b.

      uit de bijstand te laten stromen als zelfstandig ondernemer zonder Bbz-2004 of

    • c.

      duidelijkheid te verschaffen dat gestopt moet worden met het zelfstandig ondernemerschap.

  • 2.

    Voorwaarden instroom PTO-traject:

    • -

      de zelfstandige activiteiten passen binnen het re-integratietraject en belemmert arbeidsverplichtingen niet; actief solliciteren naar een parttime baan in loondienst blijft verplicht;

    • -

      de zelfstandige activiteiten zijn van bescheiden omvang, niet meer dan gemiddeld 23,5 uren per week (maximaal 1225 uur per jaar), de overige uren blijft belanghebbende beschikbaar voor de arbeidsmarkt;

    • -

      belanghebbende houdt een administratie bij (van de omzet, kosten, uren, zakelijke ritten met de privéauto) zoals beschreven in de handleiding PTO via het ZLF-administratieprogramma;

    • -

      belanghebbende doet per kwartaal aangifte omzetbelasting en draagt het bedrag aan btw af aan de belastingdienst;

    • -

      belanghebbende doet jaarlijks aangifte inkomstenbelasting als particulier; er mag geen zelfstandigenaftrek geclaimd worden;

    • -

      belanghebbende moet marktconforme prijzen hanteren (= geen concurrentievervalsing);

    • -

      er moet voldaan worden aan de vestigingseisen;

    • -

      er is geen sprake van personeel;

    • -

      geen vrijlating van vermogen bestemd voor onderneming;

    • -

      rechtmatige bedrijfsvoering en inschrijving KvK. Inschrijving bij de KvK mag uitsluitend als eenmanszaak; en

    • -

      de Nederlandse taal wordt voldoende beheerst (minimaal taalniveau B1).

      Deze voorwaarden dienen in het besluit te worden opgenomen.

  • 3.

    Aanmelding voor een PTO-traject kan uitsluitend via de klantmanager.

  • 4.

    Toestemming voor een PTO-traject wordt verleend voor 24 maanden. Na deze 24 maanden beoordeelt de klantmanager of verlenging nodig is.

  • 5.

    Het PTO-traject wordt maximaal 1 keer met maximaal 12 maanden verlengd.

Artikel 3 – Marginaal Ondernemen (MGO)- traject

  • 1.

    Het doel van een MGO-traject is bijstandsgerechtigden met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid te geven te participeren door op zeer bescheiden schaal zelfstandige activiteiten uit te voeren tegen betaling.

  • 2.

    Voorwaarden MGO-traject:

    • -

      de activiteiten zijn van bescheiden omvang, niet meer dan gemiddeld 10 uren per week (maximaal 520 uur per jaar), de overige uren is belanghebbende vrijgesteld van de arbeidsverplichting;

    • -

      de bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten mogen niet gericht zijn op uitbreiding;

    • -

      belanghebbende houdt een administratie bij (van de omzet, kosten, uren, zakelijke ritten met de privéauto) via het ZLF-administratieprogramma zoals beschreven in de Handleiding PTO;

    • -

      bij inschrijving bij KvK: belanghebbende doet per kwartaal aangifte omzetbelasting en draagt het bedrag aan btw af aan de belastingdienst;

    • -

      bij inschrijving bij KvK: belanghebbende doet jaarlijks aangifte inkomstenbelasting als particulier;

    • -

      belanghebbende moet marktconforme prijzen hanteren (= geen concurrentievervalsing);

    • -

      er moet voldaan worden aan de vestigingseisen;

    • -

      er is geen sprake van personeel;

    • -

      geen vrijlating van vermogen bestemd voor onderneming

    • -

      geen zelfstandigenaftrek claimen;

    • -

      optioneel: rechtmatige bedrijfsvoering en inschrijving KvK. Inschrijving bij de KvK mag uitsluitend als eenmanszaak;

    Deze voorwaarden dienen in het besluit te worden opgenomen.

  • 3.

    Aanmelding voor een MGO-traject kan uitsluitend via de klantmanager.

  • 4.

    Voor marginale zelfstandigen geldt geen maximale termijn. De voortgang wordt halfjaarlijks en vastgesteld. Als er twee kalenderjaren achtereenvolgend minder dan 500 euro per jaar aan inkomsten zijn dan moeten de marginale activiteiten worden gestaakt.

Artikel 4 – Aanvullende verplichtingen

Het college en/of ZLF kan aanvullende verplichtingen opleggen, zoals het volgen van coaching, workshops of extra controles.

Artikel 5 – Maandelijkse verrekening van inkomsten

  • 1.

    Inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden op bescheiden schaal komen voor een inkomstenvrijlating in aanmerking zoals bedoeld in artikel 31 lid 2 van de Participatiewet.

  • 2.

    Het college van de gemeente Almere verrekent maandelijks de door ZLF gevalideerde MGO/PTO inkomsten.

  • 3.

    MGO/PTO rekenmodellen worden:

    • uiterlijk de 10e aangeleverd;

    • uiterlijk de 17e door ZLF gevalideerd.

  • 4.

    Het MGO/PTO rekenmodel is een Excelbestand dat door het ZLF wordt verstrekt dat:

    • -

      door de ondernemer maandelijks moet worden ingevuld volgens de instructies die beschreven zijn in de “Handleiding parttime ondernemen” en opgestuurd naar het ZLF,

    • -

      door het ZLF wordt gecontroleerd en gevalideerd,

    • -

      door de gemeente gebruikt wordt om de bijstand te verrekenen met inkomsten uit het ondernemerschap.

  • 5.

    Het rekenmodel is dus de centrale administratieve tool waarmee PTO inkomsten worden vastgesteld (boekhouding → omzet minus kosten = maandinkomen → verrekening.)

Artikel 6 – Jaarlijkse vaststelling

Aan het eind van elk kalenderjaar beoordeelt ZLF de jaarstukken en stelt het definitieve inkomen vast, waarna de gemeente correcties toepast.

Artikel 7 – Weigeren of intrekken van toestemming

Het college kan toestemming weigeren of intrekken als:

  • -

    niet voldaan wordt aan de hiervoor genoemde verplichtingen;

  • -

    de gegevens te laat of onvolledig worden ingeleverd; of

  • -

    sprake is van strijdigheid met marktconformiteit, fiscale regels of urenomvang.

Artikel 8 - Overgangsregeling 2026

Tot 1 april 2026 blijft het oude kwartaalmodel van kracht.

Q1-rekenmodellen worden uiterlijk 15 april aangeleverd. Correcties worden door de gemeente verdeeld over april, mei en juni 2026. Vanaf 1 april 2026 geldt het maandelijkse PTO-systeem volledig.

Artikel 9 – Hardheidsclausule

Het college kan afwijken van deze beleidsregels als strikte toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 10 – Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.

Artikel 11 – Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels Marginaal en Parttime Ondernemerschap 2026”.

Artikel 12 – Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking op 1 april 2026.

Deze beleidsregels zijn vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Almere op 30 juni 2026,

burgemeester en wethouders van Almere,

de secretaris,

A. van Mazijk

de burgemeester,

W.H.J.M. van der Loo

Naar boven