Reglement gemeentelijke kredietbank Zwolle 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle,

 

gelet op:

 

artikel 4:37 van de Wet op het financieel toezicht;

het raadsbesluit waarbij de gemeente Zwolle als rechtspersoon is aangewezen om de rol van gemeentelijke kredietbank Zwolle te vervullen,

 

overwegende dat:

  • de gemeente Zwolle in de rol van gemeentelijke kredietbank sociale kredieten wil verstrekken;

  • het college van burgemeester en wethouders is aangewezen als beheerder, uitvoerder en toezichthouder van de gemeentelijke kredietbank;

  • het noodzakelijk is dat het college een nieuw bankreglement vaststelt, omdat het door uw college op 27 juni 2006 vastgestelde bankreglement achterhaald is;

besluit vast te stellen het “Reglement gemeentelijke kredietbank Zwolle 2026”.

 

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begrippen

  • 1.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder:

    • a.

      afloscapaciteit: het bedrag dat de cliënt maandelijks kan aflossen volgens de berekening van de kredietbank;

    • b.

      bankreglement: Reglement gemeentelijke kredietbank Zwolle 2026;

    • c.

      besluit: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht;

    • d.

      budgetbeheer: beheren van het inkomen, of een substantieel deel daarvan, van een natuurlijk persoon om te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden;

    • e.

      BW: Burgerlijk Wetboek;

    • f.

      cliënt: de natuurlijke persoon die inwoner is van de gemeente Zwolle of van een gemeente waarmee de gemeente Zwolle een dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten en waarvoor de gemeente Zwolle in de rol van kredietbank een financiële dienst verleent, heeft verleend of voornemens is te verlenen;

    • g.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle;

    • h.

      consumptief krediet: krediet voor consumptieve doeleinden, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet;

    • i.

      financiële dienst: het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product;

    • j.

      financieel product:

      • i.

        krediet;

      • ii.

        budgetbeheerrekening;

    • k.

      gemeente: gemeente Zwolle;

    • l.

      krediet: het aan de cliënt ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de cliënt gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;

    • m.

      kredietbank: gemeente Zwolle als rechtspersoon in de rol van gemeentelijke kredietbank;

    • n.

      kredietovereenkomst: de overeenkomst waarbij de kredietbank aan de cliënt een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de cliënt gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten, dan wel een, door het college bepaalde tegenprestatie te leveren, die gericht is op verbetering van zijn sociale positie;

    • o.

      noodzakelijke uitgave: een uitgave die redelijkerwijs noodzakelijk is voor het functioneren van het huishouden, bijvoorbeeld duurzame gebruiksgoederen, zorg gerelateerde kosten, vervanging van essentiële voorzieningen.

    • p.

      NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, de branchevereniging voor financiële hulpverleners;

    • q.

      saneringskrediet: een krediet dat door de kredietbank op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de NVVK, wordt verstrekt, teneinde de schulden van de cliënt integraal of tegen finale kwijting te voldoen;

    • r.

      sociale lening: een krediet voor betaling van schulden of andere noodzakelijke uitgaven dat door de kredietbank, anders dan in de vorm van een saneringskrediet, wordt verstrekt aan de cliënt die dit elders niet, of niet tegen acceptabele voorwaarden, kan verkrijgen als gevolg van leeftijd, inkomen, tijdelijke verblijfsvergunning of beschadigde kredietverleden, dan wel indien de aanvrager beschikt over een schriftelijke afwijzing van een gelijke kredietaanvraag bij een financiële instelling met een vergunning op grond van de wet;

    • s.

      social spoor: het sociaal spoor is een persoonlijk traject van maximaal 36 maanden, gedurende welke de financiële zelfredzaamheid van die cliënt wordt vergroot. Het traject kan bijvoorbeeld bestaan uit budgetcoaching, hulp bij de thuisadministratie, het deelnemen aan een specifieke cursus of het volgen van een uitstroomtraject budgetbeheer;

    • t.

      toezicht: het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de wet;

    • u.

      VTLB-berekening: deze berekening van het Vrij Te Laten Bedrag bepaalt welk deel van het inkomen iemand mag houden voor levensonderhoud wanneer hij of zij schulden moet aflossen. Het VTLB is dus het bedrag dat minimaal nodig is voor vaste lasten en dagelijkse kosten, zoals huur, boodschappen, verzekeringen en energie. Alles wat iemand méér verdient dan dit bedrag, kan worden gebruikt om schulden af te lossen;

    • v.

      wet: Wet op het financieel toezicht (Wft);

    • w.

      Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

    • x.

      Wsnp: Wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.

HOOFDSTUK II DOEL, TAAKSTELLING, EN BEHEER

Artikel 2. Doel

De kredietbank heeft tot doel:

  • 1.

    het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van kredieten;

  • 2.

    het zorgvuldig uitvoeren van de publieke taak zoals deze onder meer is vastgelegd in de wet en in de beleidskeuzes die door de gemeente zijn gemaakt;

  • 3.

    het bevorderen van maatregelen op lokaal niveau ter voorkoming van overkreditering en andere financiële misstanden.

Artikel 3. Taakstelling

De kredietbank tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

  • 1.

    het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze aanbieden van sanerings- en sociale kredieten;

  • 2.

    het aanhouden van budgetbeheerrekeningen.

Artikel 4. Beheer en uitvoering

  • 1.

    De kredietbank wordt beheerd door het college.

  • 2.

    De taken van de kredietbank worden uitgevoerd door het college.

HOOFDSTUK III FINANCIËLE DIENSTVERLENING

Artikel 5. Toepassingsbereik

De artikelen 6 tot en met 16 zijn alleen van toepassing op de financiële diensten en producten uit dit bankreglement waarop de wet van toepassing is.

Artikel 6. Betrouwbaarheid (art. 4:9 en 4:11 Wft)

  • 1.

    De kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen objectief vast.

  • 2.

    De kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de kredietbank rechtstreeks met financiële dienstverlening bezighouden objectief vast.

  • 3.

    De kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde personen vast overeenkomstig de wet, het besluit en het integriteitsbeleid van de gemeente Zwolle.

  • 4.

    De kredietbank stelt de betrouwbaarheid vast door de Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG) van de medewerkers elke vijf jaar te herzien.

Artikel 7. Vakbekwaamheid (art. 4:9 Wft)

  • 1.

    De kredietbank draagt er zorg voor dat de personen die het dagelijks beleid en de bedrijfsvoering van de gemeente als kredietbank bepalen daarvoor geschikt en vakbekwaam zijn.

  • 2.

    De kredietbank draagt zorg voor de vakbekwaamheid van zijn medewerkers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan cliënten.

  • 3.

    De kredietbank draagt zorg voor de vakbekwaamheid op overeenkomstige wijze als bepaald in de wet en het besluit.

Artikel 8. Integere en beheerste bedrijfsvoering (art. 4:11, 4:13, 4:15, 4:15a Wft)

  • 1.

    De kredietbank voert een adequaat beleid dat een integere en beheerste bedrijfsvoering waarborgt.

  • 2.

    De kredietbank ziet erop toe dat de medewerkers in de uitvoering van hun taken integer handelen en geen handelingen verrichten die het vertrouwen in de kredietbank schaden, waaronder wordt verstaan het tegengaan dat de medewerkers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan.

  • 3.

    De kredietbank richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt.

  • 4.

    De kredietbank beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat medewerkers die werkzaam zijn onder haar verantwoordelijkheid en wier werkzaamheden het risicoprofiel van de kredietbank wezenlijk kunnen beïnvloeden of die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, een eed of belofte afleggen in lijn met de eed of belofte zoals bedoeld in de Regeling eed of belofte financiële sector 2015.

  • 5.

    De kredietbank stelt de beheerste en integere bedrijfsvoering vast op overeenkomstige wijze als bepaald in de wet en het besluit.

Artikel 9. Zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid (art. 4:19, 4:20 Wft)

  • 1.

    De kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de wet aan de cliënt te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.

  • 2.

    De door de kredietbank verstrekte informatie is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend.

  • 3.

    De kredietbank verstrekt de cliënt, voorafgaand aan het adviseren of de totstandkoming van de overeenkomst inzake een financieel product, informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product.

  • 4.

    De kredietbank verstrekt de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant is voor de cliënt dan wel informatie over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.

  • 5.

    De kredietbank zorgt voor een zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid overeenkomstig het bepaalde in de wet en het besluit.

Artikel 10. Adviseren (art. 4:23 Wft)

  • 1.

    Indien de kredietbank een cliënt adviseert:

    • a.

      wint de kredietbank in het belang van de cliënt informatie in over zijn financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies;

    • b.

      draagt de kredietbank er zorg voor dat zijn advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de onder a bedoelde informatie;

    • c.

      licht de kredietbank de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan het advies, voor zover dit nodig is voor een goed begrip van het advies.

  • 2.

    De kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de wet en het besluit.

Artikel 11. Zorgvuldige bejegening van de cliënt (art. 4:24a, 4:25 Wft)

  • 1.

    De kredietbank houdt bij de behandeling van de cliënt de nodige zorgvuldigheid in acht, zoals vastgelegd in de Gedragscode van de NVVK.

  • 2.

    De kredietbank neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de cliënt in acht en de kredietbank die adviseert, handelt in het belang van de cliënt.

  • 3.

    De kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de wet en het besluit.

Artikel 12. Uitbesteding werkzaamheden (art. 4:16 Wft)

  • 1.

    Bij uitbesteding van werkzaamheden aan een derde draagt de kredietbank er zorg voor dat deze derde het bankreglement naleeft voor zover die betrekking heeft op die uitbestede werkzaamheden.

  • 2.

    De kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de wet en het besluit.

Artikel 13. Verkoop op afstand

De kredietbank houdt bij diensten waarbij er sprake is van verkoop op afstand zorg voor de nakoming van de verplichtingen bedoeld in artikel 230, in het bijzonder w-z, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en doet dit overeenkomstig het hierover bepaalde in het besluit.

HOOFDSTUK IV KREDIETVERLENING

Paragraaf 1 Inleidende bepalingen

Artikel 14. Kredietverlening

  • 1.

    De kredietbank kan kredieten verstrekken aan natuurlijke personen woonachtig in de gemeente Zwolle of in een gemeente waar een dienstverleningsovereenkomst mee is gesloten.

  • 2.

    De kredietverlening vindt plaats met inachtneming van de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de NVVK.

Artikel 15. Soorten krediet

  • 1.

    De kredietbank onderscheidt de volgende soorten krediet:

    • a.

      een sociale lening voor noodzakelijke uitgaven;

    • b.

      een sociale lening voor het afbetalen van schulden;

    • c.

      de Zwolse toekomstlening;

    • d.

      een saneringskrediet.

Artikel 16. Kredietregistratie (art. 4:32 Wft)

  • 1.

    De kredietbank neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie.

  • 2.

    Indien de kredietbank op grond van de raadpleging van een stelsel van kredietregistratie besluit de cliënt geen krediet te verlenen, stelt hij de cliënt onverwijld en kosteloos in kennis van het resultaat van deze raadpleging en van de details van het geraadpleegde gegevensbestand.

  • 3.

    De kredietbank verplicht zich kredietovereenkomsten te registreren bij Bureau Krediet Registratie te Tiel. De kredietbank verwijdert de registratie zes maanden na het positief afronden van de schuldenregeling.

Artikel 17. Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet (art. 4:33 Wft)

  • 1.

    De kredietbank verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst informatie aan de cliënt zodat de cliënt in staat is te beoordelen wat het sluiten van de kredietovereenkomst voor hem betekent.

  • 2.

    De informatie als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de cliënt verstrekt in de vorm van het ESIC-formulier.

  • 3.

    In het geval dat de cliënt heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst, verstrekt de kredietbank de informatie aan de cliënt onmiddellijk na de totstandkoming van de kredietovereenkomst.

  • 4.

    De kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de wet en het besluit.

 

Paragraaf 2 Kredietaanvraag en afwijzing

Artikel 18. Aanvraag

Een krediet kan bij de kredietbank worden aangevraagd op een daartoe door de kredietbank vastgesteld aanvraagformulier.

Artikel 19. Beoordelingscriteria sociale kredieten

  • 1.

    De kredietbank beoordeelt de kredietaanvraag van een cliënt aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn opgenomen in dit reglement en in de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de NVVK.

  • 2.

    De cliënt komt in aanmerking voor een sociale lening voor noodzakelijke uitgaven als wordt voldaan aan de volgende criteria:

    • a.

      de cliënt heeft een inkomen tot maximaal 130% van het wettelijk minimum loon (dat is het brutominimumloon exclusief vakantietoeslag); of

    • b.

      de cliënt kan elders niet of niet op redelijke voorwaarden een krediet verkrijgen.

  • 3.

    De cliënt komt in aanmerking voor een sociale lening voor het afbetalen van schulden als wordt voldaan aan de volgende criteria;

    • a.

      de cliënt heeft een inkomen tot maximaal 130% van het wettelijk minimum loon (dat is het brutominimumloon exclusief vakantietoeslag); of

    • b.

      de cliënt kan elders niet of niet op redelijke voorwaarden een krediet verkrijgen.

  • 4.

    De cliënt komt in aanmerking voor de Zwolse toekomstlening als de cliënt voldoet aan de volgende criteria;

    • a.

      de cliënt:

      • i.

        heeft een inkomen tot maximaal 130% van het wettelijk minimum loon (dat is het brutominimumloon exclusief vakantietoeslag); of

      • ii.

        kan elders niet of niet op redelijke voorwaarden een krediet verkrijgen; en

    • b.

      de cliënt heeft nog niet eerder de Zwolse toekomstlening ontvangen; en

    • c.

      er is geen sprake van fraudevorderingen of niet-saneerbare CJIB schulden; en

    • d.

      de cliënt gaat akkoord met het sociaal spoor.

  • 5.

    De cliënt komt in aanmerking voor een saneringskrediet als de cliënt voldoet aan de volgende criteria:

    • a.

      het is aannemelijk dat de afloscapaciteit van de cliënt de komende 18 maanden stabiel is; en

    • b.

      de kredietbank heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt het saneringskrediet terugbetaalt.

  • 6.

    Een sociale lening voor noodzakelijke uitgaven zoals genoemd in lid 2 van dit artikel wordt niet verstrekt als cliënt schulden heeft. De cliënt zal dan eerst een sociale lening zoals bedoeld in lid 3 of 4 in moeten zetten voor de aflossing van de schulden.

  • 7.

    Een sociale lening voor de afbetaling van bestaande schulden zoals genoemd in lid 3 en 4 van dit artikel wordt uitsluitend verstrekt cliënt als hiermee álle schulden afbetaalt.

  • 8.

    Van een situatie dat de cliënt elders niet of niet op redelijke voorwaarden, een krediet kan verkrijgen is in ieder geval sprake in één of meer van de volgende gevallen:

    • a.

      er is sprake van een borgstelling door de overheid of een overheidsinstantie; of

    • b.

      de cliënt is 65 jaar of ouder; of

    • c.

      de cliënt heeft een tijdelijke verblijfsvergunning; of

    • d.

      de cliënt beschikt over een schriftelijke afwijzing van een gelijksoortige kredietaanvraag bij een financiële instelling met een vergunning op grond van de Wet op het consumentenkrediet; of

    • e.

      de cliënt staat geregistreerd bij Bureau Krediet Registratie ten aanzien van schuldhulpverlening of een betalingsachterstand.

Artikel 20. Maximale hoogte en looptijd

  • 1.

    De sociale lening wordt verstrekt in de vorm van een persoonlijke lening.

  • 2.

    De hoogte van het krediet bedraagt bij:

    • a.

      een sociale lening voor noodzakelijke uitgaven: minimaal € 250,- en maximaal € 5.000,- afhankelijk van de afloscapaciteit uit de VTLB- berekening;

    • b.

      een sociale lening voor het afbetalen van schulden: minimaal € 250,- en maximaal € 5.000,- afhankelijk van de afloscapaciteit uit de VTLB- berekening;

    • c.

      de Zwolse toekomstlening: minimaal € 250,- en maximaal € 5.000,-;

    • d.

      een saneringskrediet: geen minimale of maximale hoogte;

  • 3.

    De kredietbank kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid op grond van bijzondere omstandigheden.

  • 4.

    De maximale looptijd van het krediet bedraagt in beginsel voor:

    • a.

      een sociale lening voor noodzakelijke uitgaven: maximaal 60 maanden;

    • b.

      een sociale lening voor het afbetalen van schulden: maximaal 36 maanden;

    • c.

      de Zwolse toekomstlening: maximaal 100 maanden;

    • d.

      een saneringskrediet: maximaal 18 maanden.

  • 5.

    De cliënt gaat akkoord met een aflossing op het krediet, op basis van de afloscapaciteit en de mogelijkheden.

  • 6.

    De kredietbank beoordeelt de noodzakelijkheid van de uitgave en de passendheid van het te verstrekken krediet.

Artikel 21. Beslissing op de aanvraag

  • 1.

    Bij de beoordeling van de aanvraag controleert de kredietbank of de cliënt gebruik maakt van de beschikbare inkomensvoorzieningen zoals genoemd in de Gedragscode sociale kredietverstrekking van de NVVK.

  • 2.

    De kredietbank kan aan de kredietverlening voorwaarden verbinden om een goede nakoming van de betalingsverplichtingen uit de kredietovereenkomst te waarborgen.

  • 3.

    De kredietbank beslist zo mogelijk binnen 6 weken na indiening van de aanvraag, of zoveel later als alle bewijsstukken en informatie zijn ontvangen.

Artikel 22. Afwijzing aanvraag

  • 1.

    De kredietbank kan een aanvraag afwijzen als:

    • a.

      aan de cliënt al een krediet is verstrekt ter hoogte van zijn maximale kredietsom of kredietlimiet;

    • b.

      de cliënt beschikt over in aanmerking te nemen vermogen dat redelijkerwijs kan worden aangewend om de kosten waarvoor de lening wordt aangevraagd zelf te voldoen;

    • c.

      er sprake is van onvolledige of onjuiste informatieverstrekking;

    • d.

      de cliënt een aanvraag voor een minnelijke schuldregeling, een verzoek tot toepassing van de Wsnp of een verzoek tot faillietverklaring heeft ingediend;

    • e.

      er sprake is van een voorliggende voorziening;

    • f.

      de cliënt enkel inkomsten heeft vanuit de Wet studiefinanciering 2000;

    • g.

      de aanvraag het oversluiten van een deel van de schulden in plaats van alle schulden betreft;

    • h.

      er sprake is van een slecht betalingsverloop bij eerder verstrekte leningen;

    • i.

      eerdere schuldregelingen niet geslaagd zijn;

    • j.

      de aanvraag het oversluiten van een lopende lening betreft waarbij schulddelging het, of een van de, bestedingsdoel(en) was;

    • k.

      de kosten niet noodzakelijk zijn.

  • 2.

    Indien de kredietbank besluit de kredietaanvraag af te wijzen, doet de kredietbank hiervan onder opgave van redenen schriftelijk mededeling aan de aanvrager van een krediet.

  • 3.

    In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van klachten en het verzoeken tot een heroverwegingsprocedure tegen afwijzing van de kredietaanvraag openstaan.

 

Paragraaf 3 Kredietovereenkomst

Artikel 23. Algemeen

  • 1.

    De kredietovereenkomst tussen de kredietbank en de cliënt wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan.

  • 2.

    De kredietbank verstrekt de cliënt een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar.

  • 3.

    Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de kredietbank in het belang van de cliënt, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de cliënt, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.

  • 4.

    De kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een cliënt indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de cliënt, onverantwoord is.

  • 5.

    De kredietbank geeft invulling aan dit artikel op overeenkomstige wijze als bepaald in de wet en het besluit.

Artikel 24. Ter beschikkingstelling van het krediet

  • 1.

    Na het sluiten van de kredietovereenkomst wordt:

    • a.

      bij een sociale lening voor noodzakelijke kosten, zoals genoemd in artikel 19 lid 2, wordt de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de kredietbank in zijn geheel of gedeeltelijk aan de cliënt beschikbaar gesteld;

    • b.

      bij een sociale lening voor de betaling van schulden of een saneringskrediet, wordt de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de kredietbank in zijn geheel aan de bij het kredietbank bekende schuldeisers uitgekeerd en wel na daartoe verkregen akkoord van alle bekende schuldeisers.

  • 2.

    Indien de ter beschikkingstelling als bedoeld in lid 1 van dit artikel op onjuiste wijze plaatsvindt en dit geheel of in overwegende mate te wijten is aan onregelmatigheden aan de kant van de cliënt, is dit geheel voor rekening en risico van de cliënt.

Artikel 25. Algemene voorwaarden (4:20 Wft, en art. 80 Besluit)

  • 1.

    De kredietbank stelt de algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de gesloten kredietovereenkomsten.

  • 2.

    De algemene voorwaarden bevatten in ieder geval de volgende bepalingen:

    • a.

      de boeken, dit in ruimste zin van het woord, van de kredietbank strekken tot volledig bewijs van:

      • i.

        alle door de kredietbank aan of voor rekening van de cliënt gedane betalingen;

      • ii.

        alle door of vanwege de cliënt aan de kredietbank gedane betalingen;

      • iii.

        de hoogte van de vordering;

    • één en ander onverminderd het recht van de cliënt tot het leveren van tegenbewijs;

    • b.

      de kredietbank zal ook in rechte ten bewijze van haar vordering kunnen volstaan met het produceren van door de kredietbank conform getekende uittreksels uit haar boeken;

    • c.

      de kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen in de gevallen als bedoeld in artikel 32 van dit bankreglement.

  • 3.

    De kredietbank draagt er zorg voor dat de aanvrager van een krediet uiterlijk voor of bij het sluiten van de kredietovereenkomst van de algemene voorwaarden een schriftelijk exemplaar ontvangt.

Artikel 26. Zakelijke of persoonlijke zekerheid

Indien omstandigheden met betrekking tot de cliënt dan wel het doel van de kredietverlening dit rechtvaardigen, kan de kredietbank verlangen dat zakelijke of persoonlijke zekerheid wordt gesteld.

Artikel 27. Overige bepalingen

  • 1.

    Van elke aflossing wordt de cliënt een bewijs verstrekt, tenzij betaling is geschied middels een bankoverschrijving.

  • 2.

    De kredietnemer is verplicht wijzigingen in inkomen of leefsituatie direct te melden.

  • 3.

    Bij het niet nakomen van verplichtingen kan de kredietbank maatregelen treffen, zoals herberekening van de aflossing of, in uiterste gevallen, het vervroegd opeisen van het restant.

 

Paragraaf 4 Betalingsregeling en vervroegde aflossing

Artikel 28. Betalingsregeling

De kredietbank houdt bij de vaststelling van het te betalen termijnbedrag van het krediet rekening met de draagkracht van de cliënt.

Artikel 29. Vervroegde aflossing

De cliënt is te allen tijde bevoegd tot gehele of gedeeltelijke vervroegde aflossing.

 

Paragraaf 5 Kredietvergoeding

Artikel 30. Kredietvergoeding(art 7:76 BW)

  • 1.

    Indien een krediet met een van tevoren vastgelegde kredietsom c.q. kredietlimiet is overeengekomen kunnen door de kredietbank enkel vergoedingen in rekening worden gebracht:

    • a.

      voor de afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de krediettransactie;

    • b.

      indien de cliënt, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie.

Artikel 31. Vaststelling kredietvergoeding (art. 7:76 BW)

  • 1.

    De kredietvergoedingen bedragen ten hoogste de door de minister van Financiën toegelaten maximum kredietvergoedingen voor zover deze betrekking hebben op Consumptief krediet, zoals opgenomen in het Besluit kredietvergoedingen.

  • 2.

    De kredietvergoedingen bedragen op jaarbasis voor:

    • a.

      een sociale lening voor noodzakelijke uitgaven: 2%;

    • b.

      een sociale lening voor het afbetalen van schulden: 2%;

    • c.

      de Zwolse toekomstlening: 0%;

    • d.

      een saneringskrediet: 7%.

Paragraaf 6 Opeisbaarheid en kwijtschelding

Artikel 32. Vervroegde opeisbaarheid (art. 7:77 BW)

  • 1.

    De kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien:

    • a.

      de cliënt gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen maandtermijn na in gebreke te zijn gesteld, en nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen;

    • b.

      de cliënt Nederland heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de cliënt Nederland binnen enkele maanden zal verlaten;

    • c.

      de cliënt in staat van faillissement of surseance van betaling is komen te verkeren of ten aanzien van de cliënt de Wsnp van toepassing is verklaard;

    • d.

      de cliënt aan de kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat het kredietbank de kredietovereenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan indien de kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest.

  • 2.

    De kredietbank neemt in deze gevallen bij het besluit het krediet op te eisen de overige bepalingen in dit bankreglement en de NVVK Gedragscode Sociale Kredietverlening in acht.

Artikel 33. Recht op inkomen en stil pandrecht aangeschafte zaak (art. 7:77 BW)

  • 1.

    De kredietbank kan op grond van artikel 7:77 lid 1 onder d, BW met de cliënt overeenkomen dat hij enig recht op periodieke betaling, verschuldigd uit hoofde van loon of andere inkomsten uit arbeid, van uitkeringen als bedoeld in artikel 475c onder b-i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ter zake van een kredietovereenkomst op enigerlei wijze overdraagt, vervreemdt of bezwaart dan wel tot invordering daarvan een onherroepelijke volmacht verleent, in welke vorm of onder welke benaming ook, voor de kredietovereenkomsten:

    • a.

      waaraan als cliënt deelneemt:

      • i.

        echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, van wie het gezamenlijk netto maandinkomen niet hoger is dan de norm genoemd in artikel 21, onderdeel b, van die wet;

      • ii.

        een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan negentig procent van de norm bedoeld onder i;

      • iii.

        een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan zeventig procent van de norm bedoeld onder i; of

    • b.

      in het kader van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een cliënt (saneringskrediet).

  • 2.

    De kredietbank is bevoegd om tot zekerheid van de nakoming van een verbintenis van de cliënt uit hoofde van een kredietovereenkomst, een pandrecht als bedoeld in artikel 3:237 BW te vestigen op een zaak, indien die zaak door de cliënt met het uit hoofde van de kredietovereenkomst verkregen geld wordt aangeschaft of aan de cliënt ingevolge de kredietovereenkomst het genot van die zaak wordt verschaft, voor de volgende kredietovereenkomsten:

    • a.

      waaraan als cliënt deelneemt:

      • i.

        echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, van wie het gezamenlijk netto maandinkomen niet hoger is dan de norm genoemd in artikel 21, onderdeel b, van de wet;

      • ii.

        een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan negentig procent van de norm bedoeld onder 1°i;

      • iii.

        een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan zeventig procent van de norm bedoeld onder 1°i; of

    • b.

      in het kader van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een cliënt (saneringskrediet).

      Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het bedingen van een eigendomsvoorbehoud.

  • 3.

    De kredietbank is voor toepassing van dit artikel in ieder geval gehouden aan de voorwaarden in de artikelen 7:80 en 7:81 BW.

Artikel 34. Kwijtschelding bij overlijden

  • 1.

    De kredietbank kan het nog niet afgeloste deel van het krediet geheel of gedeeltelijk kwijtschelden, indien een cliënt overlijdt.

  • 2.

    De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in beginsel niet:

    • a.

      voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten;

    • b.

      voor zover deze betrekking heeft op vervroegde betaalde termijnen;

    • c.

      indien dit uitdrukkelijk door de kredietbank en de cliënt is overeengekomen.

Artikel 35. Kwijtschelding bij arbeidsongeschiktheid

  • 1.

    De kredietbank kan het nog niet afgeloste deel van het krediet geheel of gedeeltelijk kwijtschelden, indien de eerste cliënt gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst arbeidsongeschikt wordt verklaard.

  • 2.

    De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding vindt niet plaats, indien:

    • a.

      de cliënt al bij het aangaan van de kredietovereenkomst inkomsten genoot uit één of meerdere sociale verzekeringen, dan wel uit een overeenkomst van verzekering ter vervanging van de sociale verzekeringen;

    • b.

      de cliënt al bij het aangaan van de kredietovereenkomst niet in staat was zijn werkzaamheden, op grond van zijn gezondheid, naar behoren te verrichten;

    • c.

      de cliënt bij het beroep op kwijtschelding geen verklaring kan overleggen van de uitkerende instantie dat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 80 tot 100% en deze arbeidsongeschiktheid een langdurig karakter heeft.

  • 3.

    De kredietbank kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden van het geval alsnog kwijtschelding te verlenen.

Artikel 36. Kwijtschelding in overige situaties

  • 1.

    De kredietbank kan het nog niet afgeloste deel van het krediet geheel of gedeeltelijk kwijtschelden, indien de eerste cliënt: gedurende vijf jaren geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een cliënt:

    • a.

      wiens verblijfplaats onbekend is; of

    • b.

      die zich in het buitenland bevindt; of

    • c.

      die verhuisd is naar een andere stad; of

    • d.

      met wie er geen contact te krijgen is.

HOOFDSTUK V BUDGETBEHEER

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 37. Budgetbeheer

  • 1.

    De kredietbank kan een natuurlijk persoon in de gelegenheid stellen een budgetbeheerrekening te openen.

  • 2.

    De kredietbank kan middels de volgende routes een budgetbeheerrekening openen voor een cliënt:

    • a.

      vanuit de Wgs als onderdeel van het plan van aanpak schulddienstverlening;

    • b.

      als voorwaarde bij verblijf in een instelling of bij ambulante zorg;

    • c.

      als voorwaarde voor een participatiewet uitkering;

    • d.

      in het kader van ontzorgen van statushouders.

  • 3.

    De werkzaamheden van de kredietbank vinden plaats in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Budgetbeheer van de NVVK en, indien van toepassing, het in het kader van de Wgs, het Beleidsplan Financiële Bestaanszekerheid en de beleidsregels Schulddienstverlening.

     

Paragraaf 2 Aanvraag en afwijzing

Artikel 38. Aanvraag

  • 1.

    Budgetbeheer kan bij de kredietbank worden aangevraagd.

  • 2.

    De aanvraag voor budgetbeheer dient plaats te vinden op een daartoe door de kredietbank voorgeschreven wijze.

Artikel 39. Afwijzing aanvraag

  • 1.

    Indien de kredietbank besluit de aanvraag voor budgetbeheer af te wijzen, doet de kredietbank hiervan schriftelijk onder opgaaf van redenen mededeling aan de aanvrager.

  • 2.

    In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van een klacht of een verzoek tot heroverweging tegen de afwijzing van de aanvraag openstaan.

 

Paragraaf 3 Overeenkomst tot budgetbeheer

Artikel 40. Overeenkomst tot budgetbeheer

  • 1.

    De rechten en plichten van de kredietbank en de cliënt worden vastgelegd in een overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 2.

    De kredietbank verstrekt de rekeninghouder een door de kredietbank ondertekend exemplaar van de overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 3.

    De kredietbank hanteert het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

Artikel 41. Algemene voorwaarden

  • 1.

    De kredietbank stelt algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de kredietbank met de cliënt afgesloten overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 2.

    De kredietbank draagt er zorg voor dat aan de cliënt die een aanvraag tot budgetbeheer doet, uiterlijk voor of bij het sluiten van de overeenkomst tot budgetbeheer, daarvan een schriftelijk exemplaar ontvangt.

  • 3.

    De kredietbank hanteert het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

 

Paragraaf 4 Overige bepalingen budgetbeheer

Artikel 42. Overige bepalingen

  • 1.

    De kredietbank verstrekt periodiek aan de cliënt kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening.

  • 2.

    De kredietbank is bevoegd aan de cliënt een vergoeding in rekening te brengen voor de kosten van het budgetbeheer en voor het opnieuw verstrekken van een al eerder toegezonden periodiek afschrift en/of de eindafrekening.

Hoofdstuk VI Klachten en heroverwegingsprocedure

Artikel 43. Klachten

Klachten over de wijze van uitvoering van de diensten en producten van de kredietbank worden behandeld conform hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en de Behoorlijkheidswijzer van de Nationale ombudsman.

Artikel 44. Heroverwegingsprocedure

  • 1.

    Tegen besluiten die door de kredietbank worden genomen staat geen bezwaar en beroep open op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Indien een cliënt het niet eens is met een besluit kan de cliënt een verzoek indienen om het genomen besluit te heroverwegen.

HOOFDSTUK VII TOEZICHT EN VERANTWOORDING

Artikel 45. Toezicht en verantwoording

Het college ziet, overeenkomstig artikel 4:37, tweede lid, onder c, van de wet toe op de naleving van dit reglement.

Artikel 46. Comptabele bepalingen

Het college waarborgt dat de financiële organisatie en het financiële beheer van de gemeente als kredietbank voldoet aan hetgeen bij of krachtens Hoofdstuk XIV van de Gemeentewet is bepaald.

HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN

Artikel 47. Slotbepaling

In alle gevallen waarin niet bij of krachtens de wet of dit bankreglement is voorzien, beslist de kredietbank naar redelijkheid en billijkheid.

Artikel 48. Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit Bankreglement treedt in werking op de dag na die waarop deze is bekend gemaakt.

  • 2.

    Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het Reglement gemeentelijke kredietbank Zwolle 2026 wordt het Bankreglement, vastgesteld op 27 juni 2006, ingetrokken.

Artikel 49. Citeertitel

Dit Bankreglement wordt aangehaald als: ‘Reglement gemeentelijke kredietbank Zwolle 2026’.

Vastgesteld in de vergadering van 19 mei 2026,

het college van burgemeester en wethouder van Zwolle,

De burgemeester

P. Snijders

De secretaris

D. Emmer

Naar boven