Gemeenteblad van Almere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2026, 32973 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2026, 32973 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Dit besluit betreft het ontwerp 'Omgevingsvisie Almere 2050. Behouden, versterken en vernieuwen voor een gezonde toekomst' die is weergegeven in 'bijlage A'.
Dit besluit betreft de omgevingseffectrapportage (OER) gemeente Almere, die is weergegeven in bijlage B.
Almere is sinds de oplevering van de eerste woningen in 1976 enorm snel gegroeid. In amper vijftig jaar tijd is de stad van niets uitgegroeid tot een stad van ongeveer 230.000 inwoners. Noodzakelijkerwijs ging er daarom jarenlang vooral aandacht naar de groei van de stad. Naar het uitrollen van nieuwe stadsdelen, nieuwe woonwijken en nieuwe bedrijventerreinen. Gaandeweg bleek er steeds meer aandacht nodig voor de stad die inmiddels was gerealiseerd. De groei ging onverminderd door, maar we kregen ook steeds meer oog voor de al aanwezige bewoners en bedrijven van Almere. En als we dat even te weinig hadden, dan trokken die bewoners en bedrijven wel aan de bel, want Almeerders zijn ook mondig.
Maar niet alleen is de stad gegroeid: de stad is ook veranderd. Almere is allang geen jonge gezinsstad meer, maar is inmiddels een superdiverse stad geworden, met inwoners die verschillen in achtergrond, leeftijd, levensstijl en maatschappelijke kansen. Niet langer alleen een stad van nieuwkomers, maar een stad waar mensen zich graag vestigen én willen blijven. Die veranderde realiteit gaat gepaard met enkele grote opgaven. De druk op passende en betaalbare woningen groeit, in sommige wijken zijn er niet voldoende voorzieningen of sluiten ze niet meer aan bij wat bewoners nodig hebben en er is een tekort aan werkgelegenheid in de stad. Bovendien leven veel huishoudens in bestaansonzekerheid. Dat zorgt voor een kwetsbare basis. Daarnaast wordt ook Almere geconfronteerd met uitdagingen die samenhangen met de klimaatveranderingen.
Het is zaak ons aan te passen aan een nieuwe realiteit, en dat betekent dat we selectief en bewust zullen handelen. Almere gaat verder groeien, maar meer dan ooit geldt dat groei geen doel op zich is, maar een bijdrage levert aan het aanpakken van de urgente opgaven in de bestaande stad. Om ervoor te zorgen dat Almeerders kunnen opgroeien, blijven én oud worden in de stad, zullen we investeren in sterke wijken, goede en passende woningen en voorzieningen, en voldoende werkgelegenheid in een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Om de verwachte groei van inwoners te ondersteunen, zijn circa 55.000 extra banen nodig. Dat betekent dat we niet alleen investeren in onderwijs en ondernemerschap, maar ook ruimte maken voor economie: nieuwe bedrijventerreinen, moderne werklocaties en passende kantoorvoorzieningen. Alleen zo kunnen meer Almeerders in hun eigen stad werken, blijft de woon-werkbalans gezond en versterken we de economische basis van Almere.
Almere staat bekend om haar opvallende architectuur, ruime opzet en de overvloed aan groen en water. Juist dat maakt Almere aantrekkelijk voor bewoners én voor de natuur. Het vele groen en water ondersteunt biodiversiteit, draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid en maakt de stad klimaatbestendig. Het biedt ruimte voor ontmoeting, ontspanning en recreatie. Met duurzame waterstrategieën en de integratie van groen in stedelijk ontwerp vergroten we die leefkwaliteit én bouwen we veerkracht op tegen droogte, hitte en wateroverlast.
De veranderende stad vraagt om meerdere manieren van werken. We behouden, versterken en optimaliseren wat Almere nu al bijzonder maakt. Tegelijk vernieuwen we waar nieuwe opgaven daarom vragen. We maken ruimte voor vernieuwing zonder de stad radicaal te veranderen. Nieuwe ontwikkelingen krijgen een plek in samenhang met het bestaande stadsweefsel, in verbinding met wat er al is en met respect voor de identiteit van Almere. Zo maken we een stad die recht doet aan haar verleden, haar huidige bewoners en de toekomst die voor ons ligt.
Deze visie schetst hoe Almere kan groeien op een manier die zowel inspeelt op de veranderende samenleving als ruimtelijke en ecologische uitdagingen, met een sterke focus op een gezonde, duurzame en levendige stadsontwikkeling. Het doel van deze Omgevingsvisie is om ervoor te zorgen dat Almere in 2050 een leefbare en gezonde stad is voor mens, plant en dier. Hiervoor hebben we zes ambities geformuleerd, die gebaseerd zijn op de zes pijlers uit Almere, stad met toekomst (2021):
· Sterke en veerkrachtige samenleving
· Voldoende en passende woningen en voorzieningen in een gevarieerd woonmilieu
· Sterke Almeerse Economie met voldoende werkgelegenheid
· Uitstekende bereikbaarheid
· Hoogwaardige landschappen met allure
· Klimaatbestendig, klimaatneutraal en circulair
Almere is voortdurend in beweging. Voor de Almeerders van nu èn van straks, we willen onze stad niet alleen mooier en sterker maken, maar ook zorgen dat iedereen hier prettig kan wonen, werken en leven. Dat doen we door te vernieuwen met respect voor wat er al is. We koesteren de wijken, bedrijven en plekken die Almere zijn unieke karakter geven en versterken deze waar nodig. Tegelijkertijd kijken we vooruit: we blijven innoveren en verbeteren, omdat nieuwe ontwikkelingen daarom vragen. Zo zorgen we dat Almere een duurzame en veerkrachtige stad blijft. Dit betekent dat groei en vernieuwing altijd in balans zijn met onze gemeenschap en de natuur. Samen maken we Almere klaar voor de toekomst, zonder te vergeten wat ons nu al bijzonder maakt.
In een Omgevingsvisie leggen gemeenten hun ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De Omgevingsvisie op grond van de Omgevingswet is de opvolger van de structuurvisie uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het belangrijkste verschil is het integrale karakter van de Omgevingsvisie. Een Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, landschap, verkeer en vervoer, gezondheid, veiligheid infrastructuur, cultureel erfgoed. Nieuwe, complexe opgaven, zoals bijvoorbeeld de energietransitie, vragen juist om een samenhangende aanpak in (ruimtelijk) beleid en gezamenlijke keuzes, en geen benadering vanuit afzonderlijke vakgebieden. De Almeerse Omgevingsvisie gaat dus over de ontwikkeling van de gehele stad tot 2050!
De fysieke leefomgeving is alles wat je kan zien, ruiken en aanraken in de stad: gebouwen, straten, pleinen, parken, lucht, water.
In de Almeerse Omgevingsvisie gaan we bovendien nog een stapje verder en verbinden we ook de sociaal maatschappelijke opgaven met ruimtelijke ontwikkeling. We versterken de maatschappelijke kansen en sociale veerkracht van Almeerders in de bestaande wijken en zorgen er in de nieuw te ontwikkelen wijken/stadsdelen van het begin af aan voor dat de randvoorwaarden op orde zijn en we de maatschappelijke kansen van toekomstige Almeerders vergroten. Wij vinden het van groot belang dat ruimtelijke en sociaal maatschappelijke opgaven niet naast elkaar bestaan, maar juist met elkaar in verbinding staan. We kijken hierbij hoe we de maatschappelijke opgaven vanuit ruimtelijke ontwikkeling kunnen aanpakken.
Kortom, in de Omgevingsvisie kunnen burgers, ondernemers en partners van de gemeente lezen hoe het gemeentebestuur de stad verder wil ontwikkelen. Het maken van deze Omgevingsvisie heeft het bestuur overigens niet alleen gedaan: samen met bewoners, onderwijsinstellingen, sportverenigingen, culturele verenigingen, natuurverenigingen, ondernemers en andere partners in en buiten de stad is gekeken naar wat belangrijk is voor de toekomst van deze stad.
Dit is een Ontwerp Omgevingsvisie. Na besluit van de raad leggen we de Ontwerp Omgevingsvisie ter inzage, de reacties verwerken in een definitieve Omgevingsvisie.
In 2017 heeft het gemeentebestuur de Omgevingsvisie Almere 2017 vastgesteld. Dit is nog een structuurvisie op grond van de Wro. Die visie voldoet niet op alle punten aan de eisen van de Omgevingswet. Hij besteedt weinig aandacht aan de maatschappelijke opgaven voor de stad en geeft te weinig kader voor de doorontwikkeling van de ‘stad die er al is’. Ook is er nog te weinig aandacht voor de uitdagingen waar de klimaatontwikkeling ons voor stelt, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. Daarom hebben wij een nieuwe Omgevingsvisie gemaakt die recht doet aan zowel de ruimtelijke als maatschappelijke opgaven voor de stad en voldoet aan de eisen van de Omgevingswet.
We zetten met deze visie dus niet eerder gemaakte keuzes aan de kant. De ontwikkeling van een stad is een langdurig proces dat zich, normaal gesproken, over eeuwen ontvouwt. Het is een proces dat draait om continuïteit, waarbij de fundamenten van de stad – de ruimtelijke structuur, de infrastructuur en de identiteit – op organische wijze meegroeien met de veranderende behoeften van de samenleving. In Almere is de groei van de stad de afgelopen decennia met een enorme snelheid verlopen, maar ook hier is dat gebeurd op basis van een beeld over de ruimtelijke hoofdstructuur van de stad dat in de loop der jaren weliswaar nader is ingekleurd, maar op hoofdlijnen robuust is gebleven.
Bij het opstellen van deze Omgevingsvisie hebben we het Almeerse toekomstperspectief Almere, stad met toekomst uit 2021 en veel sectoraal beleid dat eerder door de gemeenteraad is vastgesteld als vertrekpunt gebruikt. Bij de vaststelling van Almere, stad met toekomst heeft de gemeenteraad aangegeven dit toekomstperspectief als basis te zien voor de nieuwe Omgevingsvisie Almere.
Bij het maken van deze Omgevingsvisie hebben wij goed geluisterd naar wat onze inwoners belangrijk vinden voor de toekomst van de stad. De toekomst van de stad is immers vooral de toekomst van de Almeerders. Daarom wilden wij zoveel mogelijk mensen spreken en hen vragen wat zij belangrijk vinden voor de toekomst van de stad. We hebben bewonersavonden in Casa Casla georganiseerd, een grote groep studenten heeft mensen op straat geïnterviewd, we hebben gesprekken met maatschappelijke partners in de stad gevoerd, we zijn bij taallessen voor mensen met een handicap en laaggeletterden langs geweest en hebben zelfs voor de eerste keer in de geschiedenis van Almere een Burgerberaad georganiseerd! Dit Burgerberaad bestond uit een willekeurig gelote groep Almeerders die een advies heeft uitgebracht, en aan onze gemeenteraad overhandigd, over wat zij belangrijk vinden voor de toekomst van de stad. Het doel van al onze projecten was om een zo groot mogelijke groep Almeerders te spreken te krijgen, die ook een weerspiegeling zijn van de diverse bevolking. De opbrengsten van de participatie zijn verwerkt in deze Omgevingsvisie. Een toelichting op de verschillende participatieprojecten en de uitkomsten daarvan is opgenomen in het participatieverslag dat bij deze Omgevingsvisie is uitgegeven.
Deze Omgevingsvisie schetst een wenkend toekomstbeeld over de ontwikkeling van Almere. Bij toekomstbeelden is het doorgaans zo dat er ook een stukje verbeelding bij komt kijken. Om ervoor te zorgen dat deze Omgevingsvisie geen droombeeld is, maar een realistische koers voor de stad, hebben we uitgerekend wat de effecten van de ruimtelijke ontwikkelingen uit deze visie op de stad zijn. Deze zijn opgenomen in het Omgevingseffectrapport, die bij deze Omgevingsvisie is uitgegeven.
In dit Omgevingseffectrapport is berekend wat de effecten zijn op het gebied van milieu, natuur, economie, mobiliteit, maar ook wat de sociaalmaatschappelijke effecten zijn. Hier hebben we gekeken hoe de ruimtelijke ontwikkelingen een positieve bijdrage leveren aan de ambities voor de stad en ook waar we eventueel extra maatregelen moeten treffen.
Uiteraard willen wij niet dat de Omgevingsvisie in een lade beland. Wij willen dat de visie ook handen en voeten krijgt. Vandaar dat we een uitvoeringsagenda bij deze visie maken. Ook is het van groot belang om deze Omgevingsvisie up-to-date te houden. Wij begrijpen heel goed dat de toekomst, en zeker de verre toekomst, moeilijk te voorspellen is. Daarom integreren we deze Omgevingsvisie in de beleidscyclus.

In de afbeelding hierboven is de beleidscyclus weergegeven. De beleidscyclus is in vier delen opgesplitst en biedt een structuur om alle instrumenten van de Omgevingswet te ordenen. De Omgevingsvisie is namelijk niet het enige instrument.
Beleidsontwikkeling
Het gedeelte rechtsboven is de beleidsontwikkeling. Hier valt visievorming onder, dus ook de Omgevingsvisie. Belangrijke input voor een Omgevingsvisie is het resultaat van het gedeelte linksboven: de terugkoppeling. Dit gaat om monitoring en evaluatie. Dit kan aanleiding vormen voor de aanpassing van de Omgevingsvisie. Zo houden we het document up-to-date.
Beleidsdoorwerking
De Omgevingsvisie gaat over de hele stad en de verre toekomst. Het is dus soms wat abstract. Om de doelen uit de Omgevingsvisie daadwerkelijk te kunnen realiseren, is het doorgaans nodig de doelen concreter te maken en ze ook juridisch vast te stellen. Dit kan in het Omgevingsplan of door het opstellen van een Omgevingsprogramma. In een programma worden eisen of regels worden vastgesteld voor een bepaald onderdeel uit de Omgevingsvisie. Dit kan thematisch zijn (bijvoorbeeld een verduurzamingsstrategie) of gebiedsgericht (een plan voor de stedelijke vernieuwing van Almere Haven).
Iedere gemeente is verplicht één omgevingsplan te maken: deze bevat álle regels voor de fysieke leefomgeving op het gemeentelijk niveau. Het vervangt de bestemmingsplannen.
In Almere ziet de beleidsdoorwerking en de verhouding tussen de verschillende instrumenten van de Omgevingswet er als volgt uit:
Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie gaat over de lange termijn (2050) en beschrijft op stedelijk niveau de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het geeft richting aan grote keuzes over wonen, werken, mobiliteit, water, groen, gezondheid en duurzaamheid en de relatie met sociaal maatschappelijke opgaven. De ontwikkelstrategie om aan deze doelen te werken vatten we samen als ‘behouden, versterken en vernieuwen’.
Omgevingsprogramma's
Omgevingsprogramma’s werken onderdelen van de Omgevingsvisie uit op middelgrote schaal of thematisch niveau, met een middellange termijn focus (bijvoorbeeld 5-15 jaar). Ze zijn concreter en bevatten vaak maatregelen, acties en prioriteiten voor specifieke thema’s (bijv. energie, biodiversiteit of maatschappelijke voorzieningen) of gebieden (bijv. een stadsdeel of knooppunt).
Gebiedsgerichte uitvoering
Uitvoering vindt plaats op verschillende schaalniveaus. Natuurlijk zijn er de grotere nieuwe gebiedsontwikkelingen (Pampus, Hart van de Stad en Oosterwold) maar veelal zal uitvoering op kleinere schaal plaatsvinden in de bestaande wijken en buurten van Almere. Hier gaat het om concrete maatregelen zoals herinrichting van straten, vergroening van pleinen, verdichting of het versterken van sociale netwerken, bijvoorbeeld door het toevoegen van voorzieningen, afgestemd op de directe behoeften van Almeerders.
Terugkoppeling
Het laatste gedeelte van de cyclus is de terugkoppeling. We zien erop toe dat de algemene regels en vergunningsvoorschriften worden nageleefd via toezicht en handhaving. Monitoring helpt ons de kwaliteit van onze leefomgeving, oftewel van de fysieke stad, in kaart te brengen. We monitoren de Omgevingsvisie ieder jaar. Vervolgens evalueren we of we met wat we doen op de juiste manier bijdragen aan de geformuleerde doelen en of onze instrumenten, zoals een omgevingsprogramma of de Omgevingsvisie zelf, (op onderdelen) moeten worden aangepast. Het evalueren van de Omgevingsvisie doen we iedere raadsperiode, dus iedere vier jaar. Het soort terugkoppeling varieert per instrument: bij regels in het omgevingsplan spelen toezicht en handhaving een grote rol, terwijl bij een programma of de Omgevingsvisie monitoring en evaluatie centraal staan.
Almeerders wonen graag in hun stad. Uit Almere in de Peiling blijkt dat maar liefst 85% van de inwoners het leven in Almere als (zeer) prettig ervaart. Dat zegt veel over de kwaliteit van de leefomgeving en de verbondenheid die mensen met hun stad voelen.
Almere is een snelgroeiende stad met een jonge en diverse bevolking, wat zowel kansen biedt als specifieke aandachtspunten met zich meebrengt. De Sociale staat van de stad wijst uit dat de groei en diversiteit vragen om beleid dat gericht is op inclusie, sociale samenhang en het verminderen van sociale ongelijkheden.

De bevolking van Almere is de afgelopen jaren niet alleen hard gegroeid, maar ook sterk veranderd. Almeerders verschillen steeds meer in leeftijd, achtergrond en sociaaleconomische positie. Hoewel deze diversiteit de stad levendig en dynamisch maakt, leidt ze ook tot uiteenlopende behoeften en kansen. En die veranderingen zetten de komende jaren alleen maar verder door. De stad is oorspronkelijk gebouwd op de behoeften van jonge gezinnen, met een bijbehorende woningvoorraad en voorzieningenstructuur. Maar dat past steeds minder goed bij de huidige en toekomstige bevolkingssamenstelling. Sinds 1995 is het aantal 65-plussers met 268% toegenomen, en de komende jaren zal er sprake zijn van dubbele vergrijzing: niet alleen groeit de groep ouderen, ze worden ook steeds ouder.
Tegelijkertijd neemt het aandeel gezinnen af en groeit het aantal een- en tweepersoonshuishoudens flink. Beide trends zetten zich naar verwachting sterk voort. Ouderen, hoewel in opkomst, vormen nog steeds een relatief klein deel van de totale bevolking. Almere blijft gemiddeld genomen een relatief jonge stad, maar de demografische verschuivingen vragen nu al om aanpassing van het woningaanbod en de voorzieningenstructuur.

Voor jongeren zijn er te weinig betaalbare en passende woningen, te weinig voorzieningen en te weinig lokale banen. Voor ouderen geldt hetzelfde: het aanbod sluit onvoldoende aan bij hun woon- en zorgbehoeften. Daardoor komt de leefbaarheid voor grote groepen onder druk te staan.

Het inlopen van de tekorten aan voorzieningen in bepaalde wijken, of ze aanpassen aan de veranderende wensen en behoeften van Almeerders, draagt ook bij aan een andere opgave: Het realiseren van meer plekken voor ontmoeting. Een opgave die breed onderschreven wordt door Almeerders. Naast de kwaliteit van de openbare ruimte, zijn voorzieningen essentieel voor ontmoeting en sociale samenhang. Eenzaamheid is een groeiend probleem, zowel onder jongeren als ouderen. Voorzieningen zoals buurthuizen, sportlocaties, scholen, culturele centra en zorgpunten zijn plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, ondersteuning kunnen vinden en zich verbonden voelen met hun omgeving. Investeren in toegankelijke en passende voorzieningen is daarom niet alleen een ruimtelijke opgave, maar ook een sociale noodzaak.
Sociale cohesie speelt een belangrijke rol in het versterken van de stad als gemeenschap. Hoewel veel Almeerders zich betrokken bij hun buurt en ook een bijdrage leveren via vrijwilligerswerk of buurtactiviteiten, wijst onderzoek uit dat de sociale cohesie broos is. Er blijft dus werk aan de winkel om inwoners met verschillende achtergronden meer met elkaar te verbinden en buurtnetwerken te versterken. Dit is van belang, want de groeiende sociaaleconomische verschillen zetten de sociale samenhang onder druk. Met name in wijken met minder voorzieningen en hogere werkloosheid is dit merkbaar. Een hecht netwerk om je heen zorgt ook voor veel informele zorg. Dit leidt ertoe dat er minder beroep wordt gedaan op de formele zorg, die onder druk staat vanwege financiële tekorten, maar ook tekorten in de capaciteit.

Bewoners waarderen de ruime opzet en groene omgeving van de stad, maar signaleren dat de kwaliteit van openbare ruimte en sociale veiligheid in sommige oudere wijken verbeterd moet worden.
Groen speelt ook een belangrijke rol in verduurzaming. Veel Almeerders staan positief tegenover verduurzaming en dragen actief bij aan de energietransitie. Of het nu gaat om het isoleren van hun woning, het plaatsen van zonnepanelen of het bewuster omgaan met energieverbruik – de bereidheid om stappen te zetten is groot. Deze betrokken houding is een kracht van de stad en een belangrijke motor voor verandering. Toch kan niet iedereen even gemakkelijk meedoen. Voor een groeiende groep bewoners zijn de kosten van verduurzaming een drempel. Investeringen in energiezuinige maatregelen zijn vaak hoog, terwijl juist mensen met een lagere inkomenspositie het meest gebaat zouden zijn bij lagere energielasten. De energietransitie biedt kansen, maar brengt ook risico’s van ongelijkheid met zich mee. Als betaalbaarheid niet wordt meegenomen in beleid en uitvoering, dreigt er een tweedeling te ontstaan tussen mensen die kunnen investeren in verduurzaming, en mensen die achterblijven. De energietransitie moet dus niet alleen duurzaam, maar ook sociaal rechtvaardig zijn.
Het onderwijs in Almere is goed toegankelijk, maar de aansluiting tussen school en arbeidsmarkt kan beter. Vooral jongeren uit kwetsbare gezinnen lopen risico op schooluitval. Hoewel de werkloosheid in Almere afneemt, blijft het lastig om iedereen mee te laten doen. Bijna 1 op de 7 Almeerse gezinnen kampt met schulden. 1 op de 6 Almeerse kinderen loopt het risico op te groeien in armoede. Er is een groep bewoners die moeite heeft om werk te vinden en tegelijkertijd zijn er tekorten in specifieke sectoren, zoals de zorg en techniek. Investeren in een toekomstbestendige onderwijsinfrastructuur die aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt is daarom van belang. Hierin optrekken met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven om in te zetten op funderend onderwijs, een leven lang ontwikkelen en de uitbreiding van (technisch) hoger onderwijs, is essentieel.

Een groot deel van de Almeerders werkt buiten de stad. Dat is historisch gegroeid en nog altijd de realiteit. De woon-werkbalans vormt dan ook een structurele opgave: hoe zorgen we ervoor dat meer Almeerders de kans krijgen om in eigen omgeving te werken?
We boeken wel vooruitgang. In de afgelopen twintig jaar is er voor elke potentieel werkende Almeerder een baan bijgekomen. Dat is een belangrijke stap in het verkleinen van het dagelijks pendelverkeer naar elders. Inmiddels telt Almere 100.000 banen. Daarbij zien we ook een duidelijke toename van het aantal zzp’ers en zelfstandige ondernemers. Dat is een waardevolle ontwikkeling, maar tegelijkertijd zegt het niet altijd iets over waar die werkzaamheden plaatsvinden. Veel zelfstandigen werken deels buiten Almere of zijn niet gebonden aan een vaste locatie. De economische structuur van de stad blijft daardoor kwetsbaar.
Om in 2040, met 45.000 extra woningen, meer balans te krijgen tussen wonen en werken, is een groei van ongeveer 55.000 banen nodig. Die gewenste groei legt druk op de beschikbare ruimte. Alleen al door de autonome groei vanuit de stad is sprake van een tekort aan ruimte voor economie. Wanneer we geen extra ruimte bieden, zal dit tekort toenemen. We gaan daarom actief ruimte maken voor die benodigde banen. Dat doen we in bestaande en nog te realiseren woonwijken, maar ook door intensivering van bestaande en uitbreiding van bedrijventerreinen.
We zetten daarbij gericht in op het versterken van stuwende werkgelegenheid. Dat wil zeggen werkgelegenheid die investeringen van buiten de stad of regio aantrekt. Dit levert extra inkomen op voor onze stad. Denk daarbij aan een vakantiepark of aan fabrieken die de maakindustrie versterken.
De gezondheid van Almeerders is over het algemeen goed, maar mentale gezondheidsproblemen nemen toe, vooral onder jongeren. Eenzaamheid is hierin een belangrijke factor. De toegankelijkheid van zorg blijft een aandachtspunt, met name specialistische hulp en jeugdzorg. De zorgvraag groeit, wat extra druk legt op het bestaande zorgsysteem.
Almere staat voor de uitdaging om de sociale veerkracht van de stad te vergroten en gelijke kansen voor alle bewoners te waarborgen. Er zijn meer betaalbare woningen nodig en de mentale gezondheidszorg, het onderwijs en wijken met achterstanden vragen aandacht.
Het betrekken van bewoners bij beleid en besluitvorming is essentieel om een inclusieve, veilige en leefbare stad te realiseren. Door in te zetten op samenwerking met bewoners en maatschappelijke organisaties kan Almere zich ontwikkelen tot een stad waarin iedereen de kans heeft om mee te doen en zich thuis te voelen.
We zetten in op het creëren van een gezonde stad. De Gezonde Stad Index 2024 geeft aan dat een gezonde stad een stad is:
1. die in een gezonde gebouwde omgeving voorziet. (Ruim, hygiënisch, voorzieningen nabij)
2. waarin je op een gemakkelijke en gezonde manier door de stad kan bewegen (fietsvriendelijk, voetgangersvriendelijk, dekkend ov-netwerk, verkeersveilig)
3. die een gezonde buitenruimte creëert om in te spelen en te verblijven (buitenspelen, met groen om in te spelen, creëren van luwe plekken, zichtbaar groen)
4. die gericht is op een gezond milieu (luchtkwaliteit, geluidsoverlast en hitte stress)
5. met een gezonde gemeenschapszin en ruimte voor sociale interactie (veiligheid, ontmoeting, verleiding tot bewegen)
Almere scoort goed op de Gezonde Stad Index, mede dankzij de opzet van de stad met haar groenblauwe raamwerk en gescheiden infrastructuur. Toch is er werk aan de winkel: Almere zakt licht op de ranglijst ten opzichte van voorgaande jaren. We blijven daarom inzetten op het creëren van een gezonde stad. Kortom: gezondheid zit in de fysieke én sociale inrichting van onze stad – en verdient blijvend aandacht.
Almere was oorspronkelijk vooral gericht op Amsterdam en de omgeving. Mensen woonden in Almere, maar gingen naar Amsterdam voor werk, school en andere voorzieningen. De stad bood vooral woonruimte voor gezinnen. De ambitie is dat er steeds meer mensen in Almere ook kunnen werken en winkelen.

Deze ambitie past bij de gezamenlijke ambitie van de metropoolregio Amsterdam om de meerkernige ontwikkeling in de regio te versterken: dit is vertaald in het Verstedelijkingsconcept 2050 (2021). Almere vormt daarin een belangrijke volwaardige kern die een unieke aanvulling is op de kwaliteiten van de metropool op het gebied van wonen, werken, leefomgeving, landschap en natuur. Almere, en de Oostflank van de MRA waarin zij zich bevindt, heeft unieke natuurlijke landschappen en potentieel ruimte voor veel woningbouw met een divers aanbod aan woonmilieus voor grote diversiteit aan doelgroepen.
Almere heeft ook de potentie een grote bijdrage te leveren aan de ambitie om een klimaatneutrale en circulaire regio te zijn, vanwege het groene karakter en de ecologie. Ook aan het ‘blauwe gedeelte’ moet worden gedacht: het IJsselmeergebied wordt ook wel het hart van de MRA, of zelfs van Nederland, genoemd. Ook is dit gebied een uniek zoetwatergebied in Europa, dat ’s winters nauwelijks dichtvries en dus essentieel onderdeel van de trekroute en een belangrijk overwinteringsgebied is van vogels.
De Almeerse inzet op een sterk duidelijk eigen economisch profiel, Tech & Transitie, met bijbehorende ontwikkeling van de kennisinfrastructuur is onderdeel van de ambitie van de regio om een innoverende en concurrerende metropool te blijven. Deze specialisatie vormt een mooie aanvulling op het huidig (technisch) onderwijsaanbod in de regio. De brede aanpak vergroot de kansengelijkheid en zorgt voor beter opgeleide inwoners die kunnen bijdragen aan en profiteren van een bloeiende regionale economie. De inzet op meer werkgelegenheid is onontbeerlijk om werk dichtbij wonen te organiseren — waarbij ‘nabijheid’ het sleutelwoord blijft. Tegelijkertijd is het (alzijdig) versterken van mobiliteitsverbindingen van belang om de bereikbaarheid van werk en voorzieningen te waarborgen, zeker met het oog op de potentiële verdere groei van het aantal inwoners in Almere.
Samenvattend, Almere speelt een cruciale rol in de metropoolregio door haar unieke landschappen, strategische regionale samenwerking en flexibele ontwikkeling. De uitdaging is om de Almeerse economie te versterken en de leefbaarheid voor Almeerders te verbeteren. Dat doen we door in te zetten op nabijheid van voorzieningen, werkgelegenheid en passend en betaalbaar wonen in een klimaat adaptieve kern.
In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) vindt een forse verstedelijking plaatst: in 2030 komen er 250.000 woningen bij en groeit de werkgelegenheid met 230.000 arbeidsplaatsen. Deze ontwikkeling zet druk op het mobiliteitssysteem en daarmee druk op het prettig bewegen in de steden, dorpen en daarbuiten.
Zonder aanvullend beleid gaat de brede welvaart (alles wat inwoners van waarde vinden) in de regio achteruit bij verdere verstedelijking. De kwaliteit van leven neemt af, terwijl de bereikbaarheidsongelijkheid, de overbelasting van wegen en OV en de CO2-uitstoot toeneemt.
Het Multimodaal Toekomstbeeld (MTB) geeft zeven samenhangende sturingsprincipes voor beleid en investeringen in de infrastructuur.
1. Stem verstedelijking nog beter af op de kwaliteit van de bereikbaarheid en nabijheid
2. Afremmen en spreiden van de mobiliteitsgroei
3. Verbeter stedelijke en regionale fietsnetwerken
4. Ontwikkel regionale hubs per corridor, dichtbij en verder van de steden
5. Neem goederenvervoer integraal mee in de bereikbaarheids- en verstedelijkingsopgave
6. Stapsgewijs ontvlechten van openbaar vervoer
7. Ringen (A10 en A5/ A9/A10-noord) draaiende houden
In de Omgevingsvisie FlevolandStraks, die op 8 november 2017 door Provinciale Staten is vastgesteld, is de koers uitgezet voor de lange termijn richting 2040. In de visie worden drie kernopgaven aangehaald die van belang zijn voor de provincie:
1. Het verhaal van Flevoland (fysieke omgeving);
2. Krachtige samenleving (sociaaleconomische omgeving);
3. Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Voor Almere ligt de focus met name op de opvang van de bevolkingsdruk uit de regio; daarin heeft Almere volgens de visie een nationale opgave. Hierbij moet de regionale aantrekkingskracht de woonkwaliteit van Almere versterken. Zo spelen snelle verbindingen met Amsterdam (onder andere de Flevolijn en IJmeerlijn), Utrecht (OV-verbinding en versterken A27) en Lelystad (verbeteren doorstroom A6) een grote rol.
De provincie werkt aan een nieuwe Omgevingsvisie ‘Flevoland, blik op de toekomst’ die, onder meer, zal voortborduren op de Strategische Agenda Flevoland. In de Strategische Agenda Flevoland (SAF, 2022) is de langjarige samenwerking tussen provincie Flevoland, het Rijk, het Waterschap Zuiderzeeland en de zes Flevolandse gemeentes rondom de ruimtelijke ontwikkeling van Flevoland vastgelegd. Er wordt gewerkt langs drie ontwikkelpijlers: vitale steden en dorpen, toekomstbestendige regionale economie en robuust natuurlijk fundament. Die volgen hieronder met daarin de rol van Almere benoemd:
Er wordt ingezet op diverse woningbouw en ontwikkeling van de diverse woonomgevingen in Flevoland om vitaliteit te verbeteren. Dat vraagt om aandacht voor randvoorwaarden zoals bereikbaarheid, onderwijs, voorzieningen, aantrekkelijkheid van het landschap, banen en verdienvermogen. Tevens wordt bij de ontwikkeling van nieuwe woningen rekening gehouden met klimaatadaptatie en behoud van biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit.
Een vitale samenleving heeft een goede economie. Nu is Flevoland hiervoor sterk afhankelijk van omliggende regio’s. Rijk en regio streven daarom naar een verbeterde woon-werkbalans, met economische groei gericht op duurzaamheid. De basis ligt er al: de regio beschikt over verschillende sterke economische clusters in de voedselverwerkende industrie, logistiek, voertuigtechnologie, maakindustrie, vrijetijdseconomie, bouw en ICT-Tech. Voor de groei van deze clusters ligt de meeste potentie in ontwikkelingen rondom klimaat & energie, circulaire economie, digitalisering & sleuteltechnologieën en de verduurzaming van de voedselvoorziening. Ingezet wordt op versterking van de kennis-, energie- en fysieke infrastructuur (multifunctionele, goed werklocaties).
Rijk en regio kiezen ervoor om in de ruimtelijke ontwikkelingen expliciet rekening te houden met de grenzen van het natuurlijk fundament en hierop te anticiperen voor de lange(re) termijn. Waar we op welke manier wonen, werken, reizen en recreëren laten we leiden door water, bodem en biodiversiteit.
De Regionale Energie Strategie Flevoland (RES, 2021) toont aan dat alle zon- en windenergieprojecten in Flevoland tot de bijdrage van 5,8 Terawattuur (TWh) van duurzame energie op land leveren. De RES gaat uit van de volgende beleidsambities:
· We zorgen dat we elektriciteit opwekken via windmolens en zonneparken, of via zonnepanelen op onze huizen, bedrijven of andere plekken.
· We isoleren onze huizen en bedrijven zodat we minder elektriciteit en warmte nodig hebben.
· We betrekken onze burgers en ondernemers om mee te denken over duurzaamheids- vraagstukken; om zelf het initiatief te nemen en elektriciteit op te wekken via zon- of wind; om (financieel) deel te nemen aan zonne- of windprojecten.
· We verkennen welke mogelijkheden we in de toekomst nog meer zien in onze regio voor de opwek van wind- en zonne-energie.
· We onderzoeken de mogelijkheden voor nieuwe hernieuwbare energie opwek, anders dan zonne- of windenergie. Denk bijvoorbeeld aan hernieuwbare warmtebronnen zoals aqua- of geothermie.
· We verkennen mogelijke innovatieve technieken voor energieopslag en balancering (uitwisselen van energie) op het energienet, zoals waterstof.
Almere is een belangrijke schakel in de ruimtelijke structuur tussen de noordelijke provincies en de stedelijke regio’s in het midden van het land. Vanuit het noorden is Almere de toegangspoort tot de Randstad. Daarnaast is Almere ook al tientallen jaren een overloopgemeente van Utrecht, waar de woningdruk hoger ligt. Veel bewoners van Almere werken in Utrecht; volgens het CBS (2022) pendelt bijna een kwart van de beroepsbevolking dagelijks naar de provincie Utrecht.
Dat maakt dat ontsluiting van Almere niet alleen van belang is in de richting van Amsterdam. Ook de verbindingen in de richting van Lelystad, Zwolle en verder naar het Noorden en de verbindingen naar Utrecht zijn voor een gezonde ontwikkeling van de stad van groot belang. Dat geldt zowel voor de verbindingen per spoor als over de weg. Voor de komende jaren zijn verbreding van zowel de A6 tussen Almere en Lelystad als de A27 tussen Almere en Utrecht dringend noodzakelijk.
Sinds de jaren zestig heeft Almere een prominente plaats ingenomen in de opeenvolgende rijksnota’s over de ruimtelijke ordening. In de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening (1966) werd het beleid van gebundelde deconcentratie geïntroduceerd. Dit legde het fundament voor het ontstaan van Almere. In de Derde Nota Extra (1978) werd Almere formeel aangewezen als groeikern, met als doelstelling het spreiden van de bevolking en het behouden van open ruimte in de Randstad.
Met de Vierde Nota Extra (VINEX, 1991) werd verstedelijking gekoppeld aan infrastructuur. Hoewel Almere tijdens de VINEX-periode een belangrijke bijdrage leverde aan de nationale woningbouwopgave, werd de stad niet formeel aangewezen als VINEX-locatie. In plaats daarvan werd Almere beschouwd als een zelfstandige groeikern met een eigen ontwikkelingslijn, voortkomend uit eerdere rijksnota’s. Almere bleef daarmee een essentieel onderdeel van de verstedelijkingsstrategie van de noordvleugel van de Randstad.
In de Nota Ruimte (2004) kreeg Almere opnieuw een centrale rol: als één van de belangrijke groeilocaties in de noordvleugel van de Randstad, met ruimte voor verdere groei (tot mogelijk 350.000 inwoners). Versterking van de bereikbaarheid werd beschouwd als een randvoorwaarde voor die groei. Dit betrof investeringen in het spoor (OV), het wegennet, en - op langere termijn - de IJmeerverbinding.
De huidige samenwerking tussen Rijk, regio en gemeente Almere is vastgelegd in de Rijksstructuurvisie Amsterdam Almere Markermeer (RAAM, 2013) en de Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0. Hierbij is afgesproken dat Almere zich zal ontwikkelen als een diverse stad met verschillende soorten woonwijken die aanvullend zijn aan de bestaande wijken in Almere en de regio. De visie beschrijft het toekomstperspectief van het Rijk voor de Noordvleugel van de Randstad:
“Het toekomstperspectief is een verder versterkte internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel, zodat deze regio concurreert met economisch krachtige stedelijke regio’s als Londen, Parijs, Ruhrgebied en Milaan. Om blijvend internationaal concurrerend te kunnen zijn, is de Noordvleugel aantrekkelijk voor innovatieve en creatieve bedrijven en hun werknemers. Dit vraagt om een ‘én-én’ benadering. Zonder aantrekkelijke leefomgeving (planet), geen kenniswerkers (people) en geen concurrerende Noordvleugel (profit) en vice-versa. Deze benadering heeft geleid tot duurzame oplossingen waarin deze functies slim zijn gecombineerd.
De Noordvleugel heeft een aantrekkelijk vestigingsmilieu met een goede bereikbaarheid en aantrekkelijke natuur- en recreatiegebieden in en rond het Markermeer-IJmeer. De belangrijkste economische centra in de driehoek Amsterdam-Almere-Utrecht zijn goed met elkaar verknoopt. In het toekomstperspectief is de concurrentiekracht van de Noordvleugel vergroot door versterking van de aanwezige economische clusters van topsectoren (specialisaties), verbetering van de connectiviteit en de netwerken binnen de regio en met andere regio’s, door compacte verstedelijking en door behoud en versterking van de specifieke kenmerken in de Noordvleugel”.
Daarbij kiest het Rijk ervoor om de verstedelijking in deze regio zoveel mogelijk te concentreren in bestaand stedelijk gebied en langs de bestaande infrastructuurcorridors op de as Haarlemmermeer-Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad. Centraal in de visie staat de verdere groei van Almere met 60.000 woningen en 100.000 arbeidsplaatsen. Daarbij wordt uitgegaan van een hoogstedelijke ontwikkeling aan de westkant van de stad met een IJmeerlijn als stip op de horizon. Het Markermeer-IJmeer groeit uit tot een omvangrijk natuur- en recreatiegebied, van essentiële waarde voor de aantrekkingskracht van de regio. Ook zal de bereikbaarheid van de regio verder worden verbeterd met de uitbreiding van de weg en het spoor tussen Schiphol, Amsterdam en Almere.
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020) schetst het Rijk een langetermijnvisie (tot 2050) voor de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI worden vier prioriteiten afgewogen die van nationaal belang zijn:
1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
2. Duurzaam economisch groeipotentieel;
3. Sterke en gezonde steden en regio’s;
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) vormt het uitvoeringskader van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en richt zich op het integraal aanpakken van de grote ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat, zoals woningbouw, klimaatadaptatie, mobiliteit en energietransitie. Het Rijk werkt in dit kader samen met provincies, gemeenten en regio’s in 17 aangewezen NOVEX-gebieden.
Almere maakt onderdeel uit van het NOVEX-gebied Metropoolregio Amsterdam. In dit gebied wordt ingezet op het verbinden van verstedelijkingsopgaven met bereikbaarheidsvraagstukken, duurzaamheid en landschappelijke kwaliteit. Voor Almere betekent dit dat de stad wordt erkend als een sleutelgebied voor woningbouw, met tegelijkertijd aandacht voor versterking van de mobiliteit, klimaatadaptieve stadsontwikkeling en energietransitie. De samenwerking binnen NOVEX biedt Almere een belangrijk platform om in afstemming met het Rijk en de regio integrale ruimtelijke keuzes te maken richting 2050.
De NOVI is voor een groot deel nog actueel. Toch wil het Rijk recht doen aan recente beleidsontwikkelingen, zoals een stevigere regierol van het Rijk in de ruimtelijke ordening en nieuwe ruimtelijke keuzes uit lopende nationale programma’s. Dit betreft onder meer het landelijk gebied, de energietransitie en het ‘water en bodem sturend’-beleid. Daarom werkt het Rijk momenteel aan een nieuwe NOVI, de Nota Ruimte. Deze zal de huidige NOVI vervangen. De Nota Ruimte wordt opgesteld in combinatie met de uitkomsten van de programma NOVEX en Mooi Nederland.
In het Voorontwerp van de nieuwe Nota Ruimte (2023), waarin het Rijk vooruitblikt op de inrichting van Nederland tot 2050, stelt het Rijk drie hoofdbewegingen centraal: de overgang naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur, de opbouw van een klimaatneutrale en circulaire samenleving, en de versterking van regio’s, steden en dorpen in heel Nederland.
Hoewel Almere niet expliciet wordt genoemd, past de stad in de geschetste bewegingen en principes. De Metropoolregio Amsterdam wordt aangewezen als een van de regio’s waar verstedelijking en woningbouwopgaven kunnen worden geconcentreerd, mede vanwege de relatief goede ontwikkelruimte en bestaande infrastructuur. Het Voorontwerp benadrukt het belang van integrale gebiedsontwikkeling, waarin wonen, werken, bereikbaarheid, energievoorziening en klimaatadaptatie in samenhang worden beschouwd. Dit vraagt opnieuw om nauwe samenwerking tussen Rijk, provincie, regio en gemeente.
Het onderzoek ‘Zorgen voor New Towns– van groeikern tot aandachtsgebied’ (2024) heeft aangetoond dat de New Towns van nu te maken hebben met een dalende sociaaleconomische positie en toenemende problematiek op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. De trend is duidelijk -en steeds sneller- neerwaarts gericht. Ook grootstedelijke problematiek en onveiligheid vragen in Almere om aandacht. Er is sprake van concentratie(s) van kwetsbaarheden in wijken. De opgaven voor groei en het in balans krijgen en houden van onze stad gaan onze capaciteit en middelen ver te boven. Almere heeft zich daarom aangesloten bij de New Town Alliantie die zich inzet om onze steden toekomstbestendig door te ontwikkelen en in balans te krijgen. Komende jaren wordt, samen met Ministeries en de New Town Alliantie, per stad een concreet programma opgesteld dat uitgaat van een generatielange inzet en betrokkenheid.
Het doel van deze Omgevingsvisie is om ervoor te zorgen dat Almere in 2050 een leefbare en gezonde stad is voor mens, plant en dier. Op basis van de ruimtelijke, ecologische en maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen in de stad en daarbuiten hebben we zes ambities geformuleerd die bijdragen aan ons hoofddoel. Het zijn geen afzonderlijke ambities, maar ze houden verband met en versterken elkaar.
Het blijven ontwikkelen van Almere betekent niet het stapelen van stenen, maar bouwen aan een samenleving. Om de sociale veerkracht te vergroten en een inclusieve, veilige leefbare stad voor alle Almeerders te realiseren, sluiten we ons aan bij de adviezen uit de Sociale staat van de stad: we zetten stevig in op bestaanszekerheid, we versterken de sociale en pedagogische basis en we verbinden het fysiek, sociaal en economisch domein. Om Almere steeds meer een stad te laten zijn waar Almeerders prettig samenleven en waar ondersteuning waar nodig dichtbij beschikbaar is, sluiten we zo veel mogelijk aan bij bestaande ontwikkelingen en bewegingen. Deze verbinden en versterken we.
Tegelijkertijd zien we dat Almere niet alleen voor maatschappelijke, maar óók voor ecologische en economische opgaven staat. Denk aan vraagstukken rond klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie, betaalbaarheid en werkgelegenheid. Deze opgaven staan niet los van elkaar: sommige zijn nauw met elkaar verweven, andere vragen om een eigen aanpak. Juist daarom is het van belang deze vraagstukken in samenhang te bekijken. Alleen zo kunnen we slimme, integrale oplossingen vinden die bijdragen aan een leefbare, duurzame en toekomstbestendige stad voor mens, plant én dier.
Aangezien deze visie zich primair richt op ruimtelijke ontwikkeling, zoeken we bij elke opgave bewust naar het ‘ruimtelijke haakje’. We sluiten aan bij bestaande initiatieven en bewegingen in de stad, versterken ze en brengen ze met elkaar in verbinding. Daarmee benutten we de kracht van ruimte als verbindend element tussen maatschappelijke, ecologische en economische vraagstukken.
Doelen
Versterken bestaanszekerheid:
Voldoende woningen voor kwetsbare/bijzondere doelgroepen
Betaalbare woningen voor alle inkomensgroepen
Ieder kind krijgt de kans om gezond op te groeien en zich optimaal te ontwikkelen
Gezond en veilig oud worden
Werkgelegenheid is voldoende van kwaliteit en divers in het aanbod
Iedereen kan gezond rondkomen
Inzetten op ontmoeting:
Voorzieningen nabij en beschikbaar
Aantrekkelijke openbare ruimte verbonden met groen en water
Er is ruimte voor ontmoeting, verbinding en sociale contacten
Inclusiviteit en veiligheid als uitgangspunt:
Almere is, zeker in vergelijking met andere jonge (groei)steden, uitgegroeid tot een diverse samenleving. Dat is wat Almere ook nadrukkelijk wil zijn: inclusief, ongedeeld, ondernemend, weerbaar en verbonden. Toch gaat het niet met iedereen in de stad even goed en liggen er maatschappelijke opgaven. In vergelijking met de rest van Nederland zijn veel Almeerders qua opleiding, inkomen, baanzekerheid en gezondheid relatief kwetsbaar.
We willen de Almeerse samenleving sterker en veerkrachtiger maken en er daarom voor zorgen dat de ruimtelijke ontwikkeling van de stad bijdraagt aan het welzijn van de Almeerders. Een manier om dit te doen is om de bestaanszekerheid te versterken. Die bestaat uit vier pijlers, zoals in de afbeelding hiernaast is aangegeven. Met ruimtelijke ingrepen kan de bestaanszekerheid van inwoners worden versterkt. Daarnaast is het ook de ambitie om Almere een leefbare stad én inclusieve stad te maken en te houden. Om dit te bereiken versterken we een aantal kwaliteiten van Almere, maar zetten we ook in op nieuwe manieren van ontwikkeling van de stad.

We zetten niet alleen in op het versterken van de bestaanszekerheid. Ook stimuleren we ontmoeting tussen Almeerders, onder meer door het inlopen van de tekorten aan maatschappelijke voorzieningen, het vergroten van de toegankelijkheid van de stad voor iedereen en het aanpassen van de maatschappelijke voorzieningen aan de behoeften van de Almeerders. Daarbij zetten we ook in op verdere ontwikkelen van winkels, cafés en restaurants, plekken die bijdragen aan ontmoeting en levendigheid. Voor de openbare ruimte geldt dat we die zo inrichten dat deze uitnodigt tot ontmoeting. Zo gaan we eenzaamheid tegen en werken we aan het verbeteren van het welzijn van Almeerders.
…met bijzonder aandacht voor ouderen
We zetten ons in voor alle Almeerders, maar zien dat er bepaalde groepen zijn die extra aandacht verdienen. We denken daarbij aan de Almeerse jongeren, maar vooral ook aan de groeiende groep ouderen in de stad. Vooral ouderen zijn gebaat bij een compleet voorzieningenaanbod in de nabijheid en, wanneer er toch moet worden gereisd, een uitstekend mobiliteitsaanbod. We zorgen ervoor dat (zorg)voorzieningen en ontmoetingsplaatsen vanaf de start worden mee-ontwikkeld bij nieuwe wijken en op verdichtingslocaties. Daarnaast zorgen we er voor dat de mobiliteit van ouderen en minder validen behouden blijft.
Doelen
Passende woningen voor alle Almeerders:
Voldoende voorzieningen:
Voorzieningen nabij en beschikbaar
Iedereen kan sporten, spelen en bewegen
Voor iedereen is culturele ontplooiing toegankelijk
Zorg en ondersteuning is voldoende beschikbaar in de eigen sociale omgeving
Gemengde woonomgevingen met gevarieerd woningaanbod:
Almere heeft nog ruimte voor de bouw van 60.000 tot 85.000 woningen. De manier waarop hier invulling aan wordt gegeven, moet bijdragen aan de opgaven in de stad. Dat betekent onder andere dat er betaalbare woningen worden gebouwd die voldoen aan de veranderende behoeften in de stad.

De bevolking in Almere is in de afgelopen jaren flink veranderd. Almere is gebouwd als gezinsstad, maar is uitgegroeid tot een stad met een superdiverse bevolking die uiteenlopende wensen heeft voor wat betreft woningen en voorzieningen: de bevolking van Almere veroudert snel (er is zelfs sprake van ‘dubbele vergrijzing’), er is een grote toename aan eenpersoonshuishoudens, de stad telt relatief veel éénoudergezinnen en jongeren vertrekken uit Almere, omdat ze geen woningen kunnen vinden en er te weinig voorzieningen zijn in de stad. Daarbij is er sprake van een significant woningen- en voorzieningentekort. Voor een aantal Almeerders betekent dit dat de bestaanszekerheid onder druk komt te staan: die hebben geen of te weinig toegang tot zorg(voorzieningen) en een dak boven hun hoofd. Het is onze ambitie om ervoor te zorgen dat we in Almere voor iedereen passende en betaalbare huisvesting kunnen bieden en te zorgen voor een leefbare stad voor iedereen met voldoende en passende voorzieningen De concrete woningbouwprojecten worden bijgehouden in ons Stedelijk Woningbouwprogramma Almere (SWPA).
Doelen
Almere heeft een aantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat:
Aantrekkelijke vestigingslocaties
Krachtig economisch systeem
Beschikbaarheid van gekwalificeerd Human Capital
Verbeteren woonwerkbalans (werkgelegenheid sluit aan op aanbod werknemers en werkzoekenden):
De lokale economie is toekomstbestendig:
Het is onze ambitie ervoor te zorgen dat Almeerders ook kunnen werken in eigen stad. We willen de bestaanszekerheid van Almeerders versterken: het zorgen voor passende werkgelegenheid in de buurt draagt hieraan bij. Als Almeerders minder tijd kwijt zijn aan reizen van woning naar werk, houden ze meer tijd over voor gezin, sporten, sociale contacten en vrijwilligerswerk. Bovendien willen we dat die werkgelegenheid toekomstbestendig is, zodat werkzekerheid in de stad gewaarborgd blijft. In Almere is in de afgelopen jaren de economische ontwikkeling achtergebleven bij de groei van de stad. Dit heeft geleid tot lage verhouding tussen arbeidsplaatsen en woningen: 60% van de Almeerders met een baan werkt buiten de stad. Ons doel is om in 2040 55.000 extra banen te hebben, zodat meer Almeerders in hun eigen stad kunnen werken. Daarvoor is het essentieel om ruimte te maken voor nieuwe werklocaties en bedrijventerreinen. Zo versterken we de woon-werkbalans in Almere.

Om die werkgelegenheid in de stad te krijgen en te behouden zetten we in op een aantrekkelijk ondernemersklimaat, een toekomstbestendige lokale economie en betere samenwerking tussen onderwijs, overheid en arbeidsmarkt. Deze inzet is onlosmakelijk verbonden met de regionale ambitie rondom Tech & Transitie. Hoewel werkgelegenheid zich minder direct laat sturen dan woningbouw, kunnen wij als gemeente wel degelijk randvoorwaarden creëren die bedrijven aantrekken. Het bieden van voldoende ruimte aan economie en innovatie hoort daar bij. Door in te zetten op een aantrekkelijk vestigingsklimaat en een herkenbaar economisch profiel, vergroten we de aantrekklingskracht van Almere voor ondernemers, werknemers én inwoners.
Doelen
Zowel de regionale als de lokale bereikbaarheid is op orde
De ontsluiting van wijken en buurten voorziet in de vervoersvraag
De stad is toegankelijk voor iedereen
Reizigers kiezen actieve vervoersvormen indien mogelijk (lopen en fietsen centraal)
Busvervoer volledig zero-emissie
Auto's en andere gemotoriseerde voertuigen hebben een beperkte invloed op de leefomgeving
Schoon en duurzaam personenvervoer
Door het grotendeels gescheiden verkeersstelsel kent Almere op dit moment een verkeersveilig systeem met een goede bereikbaarheid in de stad. De busbanen bieden een fijnmazig en snel openbaar vervoersysteem. Er ligt een uitgebreid netwerk van fiets- en voetpaden en de autobereikbaarheid is binnen de stad uitstekend. Ook de regionale bereikbaarheid is de laatste jaren, na jarenlange knelpunten op het wegennet en spoor, relatief goed op orde. Met aankomende woningbouw in Almere en in de omliggende gemeenten komt deze goede bereikbaarheid echter weer onder druk te staan. Zonder ingrijpen zullen de netwerken in de stad en in de richting van Amsterdam vanaf 2030 langzaamaan vastlopen. Daarom zetten we in op het uitbreiden van het regionale netwerk, het goed vormgeven van de bereikbaarheid van nieuwe stadsdelen in Almere en zetten we op meerdere plekken lopen, fietsen en het OV-gebruik centraal. Zo kozen we al eerder voor het uitbreiden van het gebied in het centrum waar de auto minder zichtbaar is. Om ervoor te zorgen dat de stad toegankelijk blijft voor iedereen, kijken we ook naar de betaalbaarheid van vervoer. We blijven daarom ook inzetten op de betaalbaarheid van het openbaar vervoer.
Tot slot speelt bereikbaarheid ook een essentiële rol op andere terreinen: met name in het aangaan van klimaat- en duurzaamheidsopgaven en ter bevordering van het ondernemersklimaat. Alle reden om hierin te investeren dus.

Doelen
Behoud van meerkernigheid, erfgoed en eigenheid van het groenblauwe raamwerk (op natuur geïnspireerde stad)
Groen en water is voor iedereen dichtbij (natuurbeleving)
Aantrekkelijke openbare ruimte verbonden met groen en water
Prettige diverse woonomgevingen, verbonden met groen
Schoon milieu
Biodiversiteit en goede ecologie
Een van de meest kenmerkende en onderscheidende kwaliteiten van de stad Almere is de nabijheid van groen en water. Deze vervlechting van stad en landschap was van meet af aan het uitgangspunt van de bedachte en nagestreefde suburbane stedelijkheid. Het is een element dat toen en nu nog steeds in hoge mate gewaardeerd wordt door de bewoners van de groene stad Almere. Bewoners herkennen en waarderen deze groene kwaliteit die ook bij de verdere groei van de stad intact blijft en wordt voortgezet. Deze kwaliteit biedt een uitgelezen kans om een stad te zijn waar mensen, planten én dieren prettig kunnen leven.
Het groenblauwe karakter zal ook in de toekomst, wanneer Almere verder groeit, gekoesterd en uitgebreid worden. Uitgangspunt voor deze visie is dat stad en natuur als één geheel worden gezien, niet als concurrerende elementen. Het handhaven én versterken van het groenblauwe casco van Almere is ook essentieel om de urgente opgaven rondom de biodiversiteitscrisis het hoofd te bieden. Bescherming van de natuur en biodiversiteit is niet voldoende. Er moet actief worden ingezet op herstel. Vanwege de unieke vervlechting van stad en natuur liggen hier in Almere volop mogelijkheden voor.

Doelen
De stad is klimaatadaptief:
De afwatering draagt zichtbaar bij aan klimaatbestendigheid
Voldoende waterretentie om droge periodes op te vangen
Beperkte hinder van hittestress
In 2050 wordt alle energie duurzaam opgewekt (de CO2 doelen worden gehaald):
55% CO2 reductie in 2030
Aardgasvrij en klimaatneutraal in 2050
Energieneutraal (waar mogelijk energieleverend) in 2050
Alle grondstoffen zijn circulair:
Het sterk veranderende klimaat brengt een aantal vraagstukken en opgaven met zich mee, die naarmate de tijd verstrijkt, steeds urgenter worden en om reactie vragen. Het gaat hier enerzijds om het verminderen van de voetafdruk op het klimaat, anderzijds draait het om omgaan met opgaven vanuit klimaatverandering, zoals omgaan met water na meer regen in kortere tijd en hittestress in bebouwde omgeving door toename van gemiddelde temperatuur.[1]

Om de in het vorige hoofdstuk beschreven ambities te realiseren, zijn verschillende manieren van werken aan de stad nodig. Dat is de kern van onze ontwikkelstrategie. We onderscheiden hierin twee benaderingen:
Benaderingen

Deze Omgevingsvisie zet in de eerste plaats in op behoud en versterking van de bestaande kwaliteiten die de stad hebben gemaakt tot wat het nu is. We bouwen voort op eerder gemaakte keuzes die een positief effect hebben gehad op de stad. Ondanks de dynamiek van de samenleving, veranderen we de hoofdkoers van de stad niet. We kijken wel waar we de kernkwaliteiten van de stad kunnen optimaliseren en versterken.
Tegelijkertijd is Almere de afgelopen jaren veranderd. Wat begon als een gezinsstad heeft zich ontwikkeld tot een stad waar mensen uit álle generaties, met verschillende levensstijlen en behoeften, willen blijven wonen, werken en leven. Dit brengt een aantal uitdagingen met zich mee: we zien dat jongeren wegtrekken door het gebrek aan (vervolg)-onderwijs, passend wonen en werk. Ouderen vinden niet altijd de juiste woonvormen of zorg dichtbij. De stad van vandaag vraagt daarom om een andere, meer inclusieve en toekomstbestendige aanpak. Deze noodzaak tot vernieuwing gaat verder dan alleen wonen. Almere krijgt steeds meer te maken met grootstedelijke vraagstukken: sociaaleconomische ongelijkheid, druk op voorzieningen, een groeiende diversiteit aan leefstijlen, én de impact van klimaatverandering. De opgaven waar we voor staan raken aan hoe we werken, ons verplaatsen, zorgen voor en samenleven met elkaar en hoe we omgaan met natuur. Het vraagt om vernieuwende, flexibele oplossingen, én om het loslaten van oude vanzelfsprekendheden. Alleen zo blijft Almere een stad waar je kunt blijven, kunt doorgroeien, en waar iedereen zich thuis kan voelen, van jong tot oud.

Almere is van meet af aan een plek waar mensen uit alle windstreken zich graag vestigen. Dat leidt tot een grote verscheidenheid aan bewoners die de geplande stad op een vaak verrassende wijze inkleuren. Achter de vele voordeuren wonen jonge gezinnen, pioniers en ondernemers die in Almere zijn opgegroeid of naar Almere zijn gekomen om een stap vooruit te maken.
De Almeerders van het eerste uur kwamen terecht in suburbane, groene woonmilieus. Vanaf moment één richtte de ontwikkeling van Almere zich niet op het ‘stapelen van stenen’, maar het bouwen van een samenleving. Een samenleving waarin mensen op allerlei manieren van de ruimte gebruikmaken en hun omgeving zelf ook vormgeven. ‘Mensen maken de stad’ was én is een belangrijke richtlijn in de stad, die ook is opgenomen in de Almere Principles.
Van de ontwikkeling van ‘De Fantasie’ in 1982, Bouwrai’s in de jaren ’90 en begin deze eeuw, projecten als Ik Bouw Betaalbaar in Almere, tot aan hele gebieden (Homeruskwartier en Oosterwold) en als meest recente voorbeeld Bouwen door de Buurt, altijd hebben de bewoners de mogelijkheden gekregen om bij te dragen aan de ontwikkeling van Almere. Dit heeft dikwijls geleid tot hele innovatieve woonconcepten en architectuur, die hun stempel drukken op de identiteit van de Almere. Veel Almeerse gebouwen zijn ontworpen met oog voor de toekomst, waarbij functionaliteit en esthetiek hand in hand gaan Ook de komende jaren wordt ingezet op nieuwe en andere woonvormen, voor ieder wat wils. Dit biedt niet alleen een aantrekkelijke woonomgeving, maar stimuleert ook economische groei.
Om te voldoen aan de veranderende en diverse woonbehoeften van alle Almeerders, zetten we de komende tijd in op versterking van de diversiteit aan woonmilieus. Maar we gaan nog een stap verder en zetten binnen die verschillende woonmilieus in op het realiseren van nieuwe, meer gevarieerde woonvormen: de nieuwe woonflat 'High Note' in Almere Stad is een mooi voorbeeld van differentiatie in woonvormen. De friends-appartementen worden door twee eenpersoonshuishoudens gedeeld. Ze delen hiermee enkele gemeenschappelijke ruimtes, maar hebben ook hun privé-ruimtes. Verder kijken we hoe we de woonwensen van de groeiende groepen jongeren en ouderen kunnen combineren. Kangoeroewoningen kunnen hierbij ook een mooie rol spelen. Tot slot is het de ambitie om in Almere in 2050 ook volop ruimte te kunnen bieden aan wooncoöperaties.
Casus: Oosterwold
Dé plek in Almere waar groen, andere woonvormen maar voornamelijk het principe 'mensen maken de stad' terug te zien is, nu en in de toekomst, is Oosterwold. Oosterwold is een gebied van ruim 4.300 hectare groot en ligt deels in het landelijk gebied van de gemeente Almere, aan de oostkant (deel 1 en 2a), en deels in het landelijk gebied van de gemeente Zeewolde (deel 2b en 2c). Als tegenhanger voor de stedelijke ontwikkeling aan de westzijde van Almere biedt Oosterwold een alternatief voor bewoners die de voorkeur geven aan een landelijke, zelfvoorzienende levensstijl. Het versterkt de diversiteit binnen Almere's aanbod van woonomgevingen en vormt een overgangsgebied tussen de stad en het buitengebied van Flevoland. Oosterwold wordt een dun bebouwd gebied met een landschappelijk karakter. Het biedt ruimte aan circa 15.000 woningen in landelijke woonmilieus en de gemende woon-werkmilieus zorgen samen voor circa 20.000 tot 30.000 arbeidsplaatsen.
Oosterwold biedt maximale ruimte aan de wensen en de creativiteit van bewonders en andere initiatiefnemers. Vooraf wordt alleen het hoognodige vastgesteld om zo het algemeen belang te garanderen en een grote vrijheid en verantwoordelijkheid te geven aan iedereen die in Oosterwold wil ontwikkelen.
Er zijn zes ambities geformuleerd die de inrichting van Oosterwold bepalen:
1. Oosterwold biedt maximale vrijheid aan initiatieven
2. Oosterwold ontwikkelt zich organisch
3. Oosterwold is een continu groen landschap
4. Oosterwold heeft stadslandbouw als groene drager
5. Oosterwold is duurzaam en zelfvoorzienend
6. Oosterwold is financieel stabiel
Ondertussen klinkt vanuit Den Haag de roep om versnelling in de woningbouw. Rijk en regio hebben afgesproken om, binnen de voor Oosterwold geldende spelregels, in deel 2 van Oosterwold meer clustering van woningen mogelijk te maken.
Daarnaast is Oosterwold in beeld als mogelijke locatie voor een nieuwe defensie kazerne. Definitieve besluitvorming daarover heeft nog niet plaatsgevonden. De komst van een kazerne zal zonder twijfel ingrijpende gevolgen hebben voor de verdere ontwikkeling van dit gebied.
Dit alles leidt er toe dat een herbezinning nodig is op de ontwikkeling van Oosterwold deel 2. Uitgangspunt daarbij blijft de ruimtelijke hoofdstructuur van Almere, die met zich meebrengt dat aan de oostkant van de stad woon- en werkmilieus worden gerealiseerd die zich richten op rust, ruimte en een ontspannen levensstijl, complementair aan de stedelijke drukte elders in de stad.
Om te zorgen dat iedereen een plek kan blijven vinden om te wonen gaan we meer betaalbare (koop)woningen bouwen. We sluiten aan bij de landelijke wet- en regelgeving. De wet Versterking regie volkshuisvesting is bedoeld om regie op de woningbouw te versterken, met name op het gebied van betaalbare woningen. Hierdoor moet twee derde van de nieuw te bouwen woningen betaalbaar zijn voor mensen met een midden- en laag inkomen, wat ook nodig is om voldoende betaalbare woningen toe te voegen. We willen ervoor zorgen dat 30% van onze woningvoorraad bestaat uit sociale huur. Hierbij willen we ook een goede spreiding over stad hanteren, zodat er overal gemengde wijken ontstaan. Een manier om dit te bereiken, is bijvoorbeeld het hanteren van de ‘40‑40‑20 regel’ als uitgangspunt bij nieuwbouwprojecten: : 40% sociale huur, 40% midden (middenhuur en betaalbare koop), 20% hoog (vrije sector huur en dure koop).
Het is aangenaam wonen in de moderne stad Almere, maar voor een groeiende groep ouderen, jongeren en één- en tweepersoonshuishoudens is er een gebrek aan passende en betaalbare (koop)woningen. Deze woningnood geldt natuurlijk niet alleen voor Almere, maar voor de gehele regio. Daarom gaat Almere tempo maken en zal een groot aantal woningen gerealiseerd worden.
De komende jaren wordt ingezet op een kwalitatieve impuls in de stad die er al is. Ook worden nieuwbouwgebieden, die op dit moment in aanbouw zijn, afgerond. Verder wordt een eerste stap gezet in het verdichten van het centrum van Almere, of ‘Het hart van de stad’. In de daaropvolgende periode kan Almere doorgroeien met nog eens 35.000 tot 60.000 woningen. Het merendeel daarvan is voorzien in Pampus, Oosterwold en rondom het centrum.
Om te zorgen dat iedereen een plek kan blijven vinden om te wonen gaan we meer betaalbare (koop)woningen bouwen. We sluiten aan bij de landelijke wet- en regelgeving. De wet Versterking regie volkshuisvesting is bedoeld om regie op de woningbouw te versterken, met name op het gebied van betaalbare woningen. Hierdoor moet twee derde van de nieuw te bouwen woningen betaalbaar zijn voor mensen met een midden- en laag inkomen, wat ook nodig is om voldoende betaalbare woningen toe te voegen. We willen ervoor zorgen dat 30% van onze woningvoorraad bestaat uit sociale huur. Hierbij willen we ook een goede spreiding over stad hanteren, zodat er overal gemengde wijken ontstaan. Een manier om dit te bereiken, is bijvoorbeeld het hanteren van de ‘40‑40‑20 regel’ als uitgangspunt bij nieuwbouwprojecten: : 40% sociale huur, 40% midden (middenhuur en betaalbare koop), 20% hoog (vrije sector huur en dure koop).
Om ervoor te zorgen dat er voor iedereen een plek is in de stad, hoeven niet alleen nieuwe woningen gebouwd te worden. Er zijn ook andere manieren, om de huidige woningvoorraad beter te benutten. Doorstroming is iets wat nog mondjesmaat gebeurt in de stad. Dat is niet gek, aangezien Almere altijd een jonge stad was, met relatief weinig ouderen. Aangezien de Almeerse bevolking nu steeds ouder wordt, kan doorstroming een steeds belangrijker onderdeel worden van het Almeerse woonbeleid. Een uitgangspunt hierbij kan zijn: Van hoog naar laag, van groot naar beter. Dit betekent dat mensen van 65+ die hoger wonen (tweede verdieping of hoger), met voorrang naar een lagergelegen woning kunnen verhuizen en mensen die relatief erg groot wonen met voorrang naar een kleinere, beter geschikte woning kunnen verhuizen. Woningsplitsing, woningdelen en optoppen zijn instrumenten om efficiënt gebruik te bevorderen. Ons huidige beleid werpt vooral belemmeringen op voor splitsing. Dat heeft te maken met ongewenste ruimtelijke effecten, zoals parkeerdruk. In samenwerking met de woningcorporaties gaan we onderzoeken hoe deze instrumenten een positieve bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de stad.

Almere is vanaf haar oprichting in de jaren '70 zeer snel ontwikkeld. Die snelle ontwikkeling is mogelijk gemaakt door de heldere keuzes die door de ‘peetvaders van Almere’ zijn gemaakt over de ruimtelijke hoofdstructuur en in de decennia daarna door hun opvolgers zijn gewaardeerd en aangescherpt.
In de jaren ‘70 werden de eerste contouren van Almere getekend, in ‘Verkenningen ontwikkelingen van de nieuwe stad Almere’, met een visie die sterk gericht was op duurzaamheid, sociale samenhang en een innovatieve stedelijke structuur met meerdere centra. Eén van de meest in het oog springende, innovatieve ideeën uit die visie is de meerkernige stad: iedere kern, of stadsdeel, heeft zijn eigen, typerende identiteit en bebouwing. En dat is vandaag de dag nog steeds zo: van het meer landelijke Oosterwold tot het (hoog)stedelijke Almere Stad en nog te bouwen Almere Pampus.
Die flexibele, meerkernige opzet was aanvankelijk een innovatieve strategie om om te gaan met onzekerheid. Het was namelijk nog niet duidelijk hoeveel mensen er in Almere zouden komen te wonen. Ieder stadsdeel moest op zichzelf kunnen functioneren, waardoor er ook besloten kon worden dat niet alle stadsdelen ontwikkeld hoefden te worden.
Niet alle stadsdelen waren gelijk aan elkaar. Het idee was dat Almere Stad als centrum zou fungeren, met bijbehorende voorzieningen. Dit stadsdeel zou echter alleen worden gerealiseerd als er een bepaald aantal inwoners in de stad zou komen te wonen. Dit is gebeurd en dat is ook de reden dat Almere Stad vandaag de dag zo’n bruisend centrum heeft. In de ontwikkeling van Almere werd dus altijd veel ruimte opengelaten en gereserveerd voor toekomstige functies en groei. Almere heeft jarenlang op deze flexibele manier kunnen ontwikkelen.

Almere is vanaf haar oprichting in de jaren '70 zeer snel ontwikkeld. Die snelle ontwikkeling is mogelijk gemaakt door de heldere keuzes die door de ‘peetvaders van Almere’ zijn gemaakt over de ruimtelijke hoofdstructuur en in de decennia daarna door hun opvolgers zijn gewaardeerd en aangescherpt.
De centra van de verschillende stadsdelen in Almere hebben elkaar hun eigen identiteit en accenten. Het stadscentrum van Almere is de hoofdkern van de stad en vormt het commerciële, culturele en administratieve hart van Almere. Het centrum is een stedelijk gebied met een hoge dichtheid, waar wonen, werken, winkelen, cultuur en ontspanning perfect met elkaar worden gecombineerd. De stadsdeelcentra van Almere Haven, Almere Buiten en Almere Poort richten zich vooral op de dagelijkse voorzieningen voor de bewoners, zoals scholen, supermarkten, gezondheidszorg en kleinschalige winkels. Almere Oosterwold en het nog te realiseren Almere Pampus beschikken op dit moment nog niet over een stadsdeelcentrum. Deze centra kunnen een belangrijke rol vervullen als de centrale ontmoetingsplek voor de lokale gemeenschap, een wijkcentrum dat zich richt op het dagelijks leven. In Oosterwold zal dat een kleinschaliger en meer buurtgerichte functie hebben dan de grotere stadscentra van de bestaande kernen en van Pampus.
De verschillende kernen van de stad liggen in het groenblauwe raamwerk van Almere. Bij de ontwikkeling van Almere heeft, naast de meerkernige opzet, ook het groen en het blauw altijd centraal gestaan. De groenblauwe structuur vormt een netwerk en functioneert als een systeem. Dat systeem is de natuurlijke basis voor een toekomstbestendige leefbare stad met gezonde inwoners en een gezond en robuust ecosysteem.
Het groenblauwe systeem is een verbonden geheel en bestaat zowel uit het groenblauwe raamwerk op niveau van de stad (de bossen, parken en ecologische verbindingen) als uit de groene dooradering van wijken en buurten, zoals de hoofdboomstructuur, de vijvers, kanalen en groenzones die zich door de stad heen slingeren. Juist het systeem van groot tot klein, van bos tot straatboom, de hoofdboomstructuur, is waardevol en verdient het te worden gekoesterd. Dat systeem vormt het fundament voor de leefomgeving en daarmee voor het welzijn en de gezondheid van mens, plant en dier.
Het groenblauwe systeem biedt belangrijke ecologische verbindingen voor flora en fauna. Het zorgt ervoor dat natuurgebieden met elkaar in verbinding blijven en dat migratiecorridors voor dieren intact blijven. Water vormt een vitaal onderdeel van het ecosysteem en fungeert als natuurlijke verbindingszone binnen en buiten de stad. Almere ligt aan het internationaal belangrijke IJsselmeergebied, bestaande uit het Markermeer, IJmeer en Gooimeer. Dit unieke zoetwaterbekken is een essentieel overwinteringsgebied voor watervogels en een belangrijke schakel in de internationale trekroutes. Ecologisch gezien is het een jong gebied dat nog in ontwikkeling is. Projecten zoals de Markerwadden en de Oostvaardersoevers dragen bij aan een natuurlijker waterlandschap, met verbeterde land-waterovergangen en een gezonder ecosysteem.
Ook de kust speelt een belangrijke rol in Almere’s ecologie. Gebieden als het Zilverstrand, Almeerderstrand en Almere Duin hebben een zandige, voedselarme bodem en een natuurlijke dynamiek die doet denken aan kustduinen waar bijzondere vegetaties ontstaan. De winddynamiek draagt bij aan de ecologische kwaliteit en het behoud van deze unieke landschappen.
Op nationale schaal komen belangrijke lijnen bij Almere samen: de randmeren ten zuiden, het Nationaal Park Nieuwland ten noorden en de Vechtplassen ten westen. Ook op regionale schaal is de Almeerse natuur van belang. Dwars door Almere lopen verbindingen van het Natuurnetwerk Nederland, waarmee de belangrijke natuurgebieden onderling zijn verbonden. Daarom worden de bestaande verbindingen verbeterd en nieuwe aangelegd, waaronder:
Nieuwe verbindingen
Verbinding Kromslootpark & Lepelaarplassen, langs de Hoge Wetering
Verbinding Vroege Vogelbos & Almeerderhout, langs de A6/ De Steiger
Verbinding Buitenhout & Vaartsluitbos
Verbinding Almeerderhout, Buitenhout, Kotterbos
Het groenblauwe systeem is niet alleen van ecologisch belang. Het zorgt voor een goede balans tussen stedelijke bebouwing en groene ruimte en verhoogt daarmee de leefkwaliteit in Almere. Bewoners kunnen in de stad genieten van wandel- en fietspaden, natuurgebieden en watersportmogelijkheden. Het maakt de stad meer dan alleen een plek om te wonen en werken; het biedt ook ruimte voor ontspanning, sport en cultuur in de buitenlucht. Ontwikkelingen in het groenblauwe raamwerk zijn dus mogelijk, maar daarvoor gelden wel de spelregels van Kleur en Groen.
Het vergroten van de ecologische waarden en biodiversiteit in de stad is een complexe opgave die zich uitstrekt van de openbare ruimte tot aan en zelfs in gebouwen. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen vormt hierbij een belangrijk speerpunt. Het voortdurend toevoegen van kwaliteit moet daarbij altijd het uitgangspunt zijn. Gebouwen maken nadrukkelijk onderdeel uit van de groenblauwe structuur. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen betekent ook dat we verdichting hand in hand laten gaan met het versterken van de natuur: de ecologische waarden, de biodiversiteit en de verbindingen. Voor werkzaamheden aan kabels en leidingen geldt dat het behoud en versterken van natuur voorop staat. Het instellen van de 3‑30‑300 regel kan helpen om het groen in de stad te behouden en te versterken.Ook de eis om op zijn minst hetzelfde bomenbestand in stand te houden draagt hieraan bij. Overigens betekent dit ook dat het realiseren van de juiste groeiplaats voor bomen, zowel onder- als bovengronds.
Door de juiste beplanting op de juiste plek, het vergroenen van de bebouwde omgeving, kunnen we de natuurlijke processen zo sturen dat natuur én de stad maximaal profiteren. Een beplanting die aansluit op de omgevingsfactoren zal ook tal van diersoorten aantrekken die zich in die beplanting weer goed thuis voelen. Dat geldt voor zowel het groen en het water als voor de bebouwde omgeving.
Naast investeringen in het bestaande groen, is het van belang om de groenstructuur voort te zetten en/of te verbeteren in en rondom de grootschalige woningbouwlocaties. Nieuwe woonwijken en economische hubs worden zo gepland dat ze het groenblauwe netwerk versterken of in ieder geval respecteren. Dit betreft onder meer het Natuurraamwerk Pampus (met de Ecozone en de landschappelijke structuur van Pampus), het Natuurraamwerk Oosterwold (inclusief de Eemvallei en bosverbinding), en Almere Centrum (zoals de Zuidoever en het Stadsweteringpark). Door hier te investeren in groen, water en natuur wordt niet alleen ruimte gecreëerd voor recreatie, beweging en ontspanning, maar wordt ook het ecologisch netwerk versterkt en de stad beter bestand tegen klimaatverandering. Tevens wordt Almere meer verbonden met de grootse landschappen van het IJmeer/Markermeer, het Gooimeer en de Oostvaardersplassen.
Bouwen aan Almere betekent daarmee ook bouwen aan water, natuur, blauw en groen. De stad als natuurgebied blijft één van de uitgangspunten van de verdere ontwikkeling van de stad. Bij bouwplannen of veranderingen in de openbare ruimte nemen we de zorg van dieren zo vroeg mogelijk mee in keuzes en afwegingen. Die koppeling is essentieel om zo, ook in de toekomst, een aantrekkelijke, gezonde, leefbare en aangename groene stad te kunnen blijven voor mens, plant en dier. De principes onder en gedachten over de relatie van stad en landschap zijn in de loop der jaren op bepaalde punten gewijzigd of aangevuld. Naast de evidente meerwaarde van het wonen in of nabij groen -zoals rust, sport en ontspanning en de verhoogde woonkwaliteit – is het van groot belang voor de biodiversiteit, het belang voor gezondheid en leefbaarheid, ruimte die het de klimaatadaptatie biedt én de mogelijkheden voor voedselproductie.
De steeds urgenter wordende vraagstukken rondom klimaatverandering vragen om een steviger aanpak om de stad leefbaar te kunnen houden dan in het verleden werd voorzien. We zijn hiermee al hard aan de slag: in het Masterplan voor Almere Pampus bijvoorbeeld zijn water, bodem, energie, mobiliteit en groen net als sociale kwaliteit opgenomen als leidende principes voor de stedelijke inrichting. Toch zijn er nog veel stappen te maken. Een uitgesproken visie op deze onderwerpen, met een doorvertaling naar een aanpak, is onontbeerlijk bij het verwezenlijken van een gezonde samenleving. In de toekomst zal het groenblauwe systeem blijven dienen als leidraad voor de ruimtelijke en duurzame ontwikkeling van Almere.
Op het gebied van klimaatadaptatie heeft Almere met, de ruim opgezette stadstructuur en de grote, groen- en watergebieden die tot diep in de stad doorlopen, een troefkaart in handen. Het zijn elementen die helpen bij waterretentie en zorgen voor verkoeling. Mede hierdoor is hittestress in Almere vooralsnog een minder groot probleem dan in veel andere steden. Deze bestaande kwaliteiten zorgen een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Toch is er ook hier sprake van een aantal klimaat-gerelateerde uitdagingen. Door de toenemende droogte en hitte kan de bodemdaling, waar Almere nu al mee te kampen heeft, in rap tempo verergeren. Tegelijkertijd is Almere door haar lage ligging ook kwetsbaar voor overstromingen en wateroverlast door piekbuien. Het is dus zaak blijvend aandacht te houden voor het verder natuurinclusief ontwikkelen van de stad.
Om de klimaatuitdagingen omtrent bodem en water het hoofd te kunnen bieden, zijn bij alle toekomstige ontwikkelingen de condities van water en bodem leidend. Het doel is om duurzame en klimaatbestendige keuzes te maken die rekening houden met natuurlijke omstandigheden en beperking zoals de eerdergenoemde bodemdaling, maar ook wateroverlast, droogte en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater.Een gezonde bodem is een essentieel onderdeel van het natuurlijk systeem en het functioneren hiervan. Op dit moment is nog te weinig oog voor de bodemecologie, waar verandering in moet komen. Door mee te bewegen met de eigenschappen van de bodem, water en gebruik, maken we onze ecologische basis steeds sterker.
Water en bodem leidend gaat verder dan alleen ontwikkeling, maar draait ook om beheer, niet in de laatste plaats van de openbare ruimte. Bovendien geldt dit niet alleen voor de bovengrond, maar ook de ondergrond. Zo gaan we samen met de corporaties de woonomgeving vergroenen, bijvoorbeeld door het vervangen van tegels door groen, het vergroenen van parkeervakken, en maakregelen om extreme regenval sneller af te kunne voeren, hittestress tegen te gaan en de biodiversiteit te bevorderen.
Dit alles is een omslag in ons denken en doen en daarom een stevige opgave. Maar de keuzes die we maken, hebben voordelen op de korte en de lange termijn. Dit uitgangsprincipe zorgt ervoor dat de opgaven rondom onze waterkwaliteit en bodem niet worden afgewenteld op toekomstige generaties en op andere functies en gebieden. Dit heet de lagenbenadering, waarbij een robuuste en bestendige ondergrond onderdeel is van een toekomstbestendige en gezonde stad.
Bij de ontwikkeling van energie-, watervoorziening- en telecomnetwerken wordt ingezet op meer decentrale netwerken. Deze zijn minder kwetsbaar dan centraal aangestuurde systemen, bijvoorbeeld in het geval van overstromingen. Decentrale netwerken bieden bovendien goede mogelijkheden voor de energietransitie en circulariteit. In de stad die er al is zullen de veranderingsprocessen op dit gebied meer geleidelijk verlopen en wordt per wijk bekeken welke oplossingen het meest passend zijn.
De momenten waarop grootschalige ingrepen in de openbare ruimte plaatsvinden zullen we aangrijpen om ook te bekijken hoe deze openbare ruimte klimaatadaptief gemaakt kan worden Het realiseren van klimaatadaptieve ambities in de openbare ruimte vraagt om extra inzet. Hoewel klimaatadaptieve inrichting op termijn niet duurder hoeft te zijn, vraagt het aanvankelijk om investeringen in de aanpassing van de ruimte, het aantrekken van de juiste expertise en een vernieuwde aanpak van projecten. Deze inspanningen komen boven op de opgave om het grootschalige vervangingsprogramma voor de openbare ruimte in gang te zetten. We kiezen daarom voor een stapsgewijze aanpak: bij elk project leggen we de lat een stukje hoger. Zo bouwen we gestaag en doelgericht aan een toekomstbestendige stad.
Casus: Almere Pampus
Pampus wordt het zesde stadsdeel van Almere. Een nieuwe schakel in de kralenketting die de Almeerse stadsdelen met elkaar vormen. Almere Pampus is gelegen aan de noordwestkant van de gemeente en wordt momenteel voornamelijk gebruikt voor landbouw. Recentelijk is het Masterplan Pampus opgesteld. Dit masterplan biedt ruimtelijke kaders en uitgangspunten voor nader onderzoek en uitwerking in de komende jaren. Het ruimtelijk programma bevat maximaal 35.000 woningen en tenminste 16.000 banen, maar beslaat ook een rijk pallet aan voorzieningen, zowel cultureel, maatschappelijk als commercieel. Het belangrijkste uitgangspunt van het ruimtelijk programma is dat er gestuurd wordt op nabijheid, dubbelgebruik en functiemenging. Belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van Pampus is een IJmeerverbinding.
Wat Pampus zo bijzonder maakt is dat we daar nog een stap verder gaan met het klimaatadaptief ontwikkelen van de stad. Ten eerste speelt de bodem een leidende rol bij de inrichting van het gebied. Het streven is een gezonde, robuuste en toekomstbestendige bodem. Belangrijk is om de condities van de bodem te gebruiken om weloverwogen keuzes te maken, het uitgangspunt hierbij is om zo min mogelijk de bodem aan te tasten. Hierdoor wordt de schade door bodemdaling verminderd en een gezonde en robuust bodemleven bereikt die ruimte geeft voor systeemherstel.
Om het gebied bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering wordt ruimte gereserveerd om wateroverlast door toekomstige piekbuien op te vangen, droogte te verminderen en hittestress te beperken door water vast te houden. De veiligheid die de dijk biedt, wordt gewaarborgd en versterkt. Omdat de toekomstige watervoorziening onder druk staat, maken we gebruik van waterbesparende technieken en stimuleren we hergebruik van water. Door al deze principes worden overstromingen, wateroverlast en waterschaarste voorkomen en/of beperkt. Ook water is dus een leidend principe voor de inrichting van Pampus. De manier waarop we in Pampus te werk gaan vormt hierin een voorbeeld voor de rest van de stad.
Landbouw vormt vanaf het begin een belangrijk onderdeel van de identiteit en ontwikkeling van Almere, waardoor de stad zich heeft ontwikkeld tot een echte stadslandbouwstad. Van moestuinen en eetbare openbare ruimte tot grotere initiatieven als Almeerse Weelde en VINDplaats Zenit: voedselproductie is op allerlei manieren verweven met maatschappelijke doelen zoals duurzaamheid, gezondheid en gemeenschapsvorming. De stadsboer is inmiddels een vertrouwd gezicht, en eetbare planten maken deel uit van het stedelijk landschap. Met de ontwikkeling van Oosterwold creëren Almeerders en stadslandbouwers een unieke overgang van stad naar platteland, die ruimte biedt voor educatie, recreatie, zorg, biodiversiteit en nieuwe vormen van bedrijvigheid. We zetten ons in om stadslandbouw in Almere duurzaam te faciliteren.
De groene kwaliteiten van Almere manifesteren zich ook nadrukkelijk in het omliggende landschap. Veel landschappelijke natuur daar heeft immers bovengemiddelde allure: het weidse Markermeer, de baai van het IJmeer, het agrarisch polderlandschap en de nieuwe natuur van het Nationaal Park Nieuw Land. Ook tussen deze groene kwaliteiten op grotere schaal en Almere bestaat een relationele band. De nabijheid en allure van het landschap is op bepaalde plekken langs de randen van de stad extra goed te ervaren. Een andere verbinding tussen de stad en het landschap wordt in Flevoland van oudsher gemaakt met cultuur in de vorm van landschapskunst. Er wordt voortgebouwd op deze traditie door het toevoegen en verder ontwikkelen van landschapskunst.
Nationaal Park Nieuw Land is hét icoon van Almere als stad van landschap en natuur. Het bestaat uit de Oostvaardersplassen, de Lepelaarplassen, de Marker Wadden en een groot deel van het Markermeer. De ontwikkeling van het Nationaal Park Nieuw Land is vooral gericht op de toeristische en recreatieve kansen van het gebied, waarbij de beleving van natuur centraal staat. Waar mogelijk worden natuurwaarden toegevoegd. De deelgebieden van het nationaal park liggen zowel in Almere als in Lelystad of grenzen hieraan. Beide steden ontwikkelen ontvangstgebieden die passen bij ‘hun’ deelgebied en die bepaalde doelgroepen aanspreken. Deze ontvangstgebieden hebben de benodigde voorzieningen, zijn goed bereikbaar en zorgen voor een zekere concentratie van bezoekers, waardoor de kwetsbare natuur op andere plekken behouden blijft.

Veel Almeerders zijn naar Almere getrokken omdat het groen en het water altijd om de hoek is. Ook is het voor veel dieren hun leefomgeving. Tegen deze groene achtergrond kan de stad nu bovendien verder innoveren door woningen duurzaam te isoleren en stroom duurzaam te laten opwekken. De stad biedt ook op andere gebieden onverminderd ruimte en kansen voor experimenten. Daarvan getuigen, bijvoorbeeld, de verschillende Bouwexpo’s en de grootschalige zelfbouw in Almere Poort en Oosterwold.
Onder meer ingegeven door het rapport van de Club van Rome uit 1972, werd besloten dat Almere niet alleen afhankelijk kon zijn van autogebruik. Wederom werd een innovatie oplossing voor deze opgave bedacht: de aanleg van de fietspaden en het stelsel van de vrije busbanen: speciale voorzieningen voor fietsen en openbaar vervoer zou het autogebruik verminderen, zo was de gedachte destijds. Het overgrote deel van de woningen moest op niet meer dan 5 minuten lopen van een bushalte liggen. En met succes: de vrijliggende busbanen zijn een belangrijk onderdeel van Almere's erfgoed, en nog belangrijker, ze worden vandaag de dag nog steeds veelvuldig gebruikt. Ook de komende decennia zullen ze een belangrijke rol blijven spelen in de stad. Daar waar dat kan ontwikkelen we de stad verder op dit basissysteem, maar er zijn ook gebieden waar dat minder voor de hand ligt. Een voorbeeld daarvan is Oosterwold, waar de lage woningdichtheden vragen om een andere mobiliteitsoplossing.
Duurzaamheid en innovatie maken vanaf het begin deel uit van het DNA van Almere. Dat blijkt niet alleen uit de meerkernige opzet en gescheiden infrastructuur, maar ook uit vooruitstrevende keuzes zoals de grootschalige aanleg van stadsverwarming en het ondergronds afvaltransport systeem (OAT) in het stadscentrum. De ontwerpers van de stad liepen op meerdere vlakken hun tijd vooruit. Om ook in de toekomst onze impact op het klimaat te beperken, is een verdere overstap naar duurzame energiebronnen essentieel. Daarnaast willen we de energievraag verminderen, energie slimmer gebruiken en investeren in een toekomstbestendig elektriciteitsnet. Het is daarbij van groot belang dat iedereen toegang houdt tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie - voor elektriciteit, warmte én koeling.
In lijn met de (wettelijke) afspraken van het klimaatakkoord hebben we in Almere in 2050 een volledig (100%) duurzaam energiesysteem met maximale energiebesparing, duurzaam energiegebruik en duurzame opwekking van warmte en koude. Almere streeft ernaar om de eerste grote energieneutrale stad van Nederland te zijn. Daarom wordt ingezet op een versnelling van de energietransitie: 55% CO2-reductie in 2030 en nagenoeg klimaatneutraal in 2050.
Energieneutraal wil zeggen dat de opwek en het verbruik van energie in een gebied in balans zijn. Dat per jaar net zo veel energie wordt verbruikt als dat er wordt opgewekt.
De term CO2-vrij wordt meestal gebruikt om aan te geven dat er geen CO2 vrijkomt bij processen.
Maatregelen op gebouwniveau, zoals betere isolatie, zonnepanelen op het dak, groene daken én individuele en collectieve duurzame warmteoplossingen zijn in elk geval kansrijk. Daarmee wordt gelijktijdig gewerkt aan het verlagen van de woonlasten en het verhogen van het wooncomfort voor de inwoners. Hierbij geldt dat Almere klimaatrechtvaardig werkt. Dit bestaat uit twee onderdelen: allereerst dat een stabiel klimaat voor mens, dier en natuur van belang is. Daarnaast betekent klimaatrechtvaardigheid dat de energietransitie op een rechtvaardige manier plaatsvindt. De energietransitie gaat gepaard met baten en lasten. Daarom is het streven om rechtvaardigheid in de verdeling van klimaatbaten en -lasten te verkrijgen. Met als resultaat dat iedereen, elke Almeerder, mee kan doen met de energietransitie. Hierbij is samenwerking met de stad van belang, want ook energiecoöperaties en vastgoedeigenaren, zoals wooncorporaties en eigenaar-bewoners kunnen bijdragen aan het toekomstbestendig maken en houden van de energievoorziening.
Met de woningcorporaties hebben we afgesproken dat in 2050 alle sociale huurwoningen optimaal zijn geïsoleerd, geventileerd, aardgasvrij en waar mogelijk voorzien van zonnepanelen. Betaalbaarheid voor de huurder, terugdringen van de CO2-uitstoot, wonen in een gezonde leefomgeving en verantwoorde investeringen zijn uitgangspunt bij het maken van deze verduurzamingskeuzes. We onderzoeken daarnaast wat er nodig is om de verduurzaming van koopwoningen te faciliteren. In een ‘warmteprogramma’ gaan we beschrijven welke instrumenten wij daarvoor zullen inzetten.
Een groot deel van de Almeerse woningen is jong en redelijk geïsoleerd, desondanks resteert er nog een isolatieopgave om alle woningen zonder aardgas te kunnen verwarmen. Aan bewoners wordt de komende jaren, vooruitlopend op het aardgasvrij worden, een isolatieprogramma aangeboden om het terugdringen van de CO2-uitstoot door woningen te versnellen. Een dergelijke aanpak met subsidie voor particuliere woningeigenaren loopt momenteel in Almere Haven.
Bovenstaande geldt voor woningen en ander vastgoed in de bestaande stad. Voor de nieuwe gebieden in energieleverend en circulair bouwen cruciaal om het doel van klimaatneutraal als stad als geheel te behalen.
Een groot deel van de stad is voorzien van een warmtenet. Ook de bronnen van dat warmtenet moeten worden verduurzaamd om aardgasvrij te zijn. Kansen hiervoor liggen in de verduurzaming van het huidige Diemen warmtenet, toepassing van geothermie, het gebruik van restwarmte van bedrijven en gebruik van zeer lage temperatuur (ZLT) netten. Die laatste oplossing is veelbelovend, onder meer door beperkte kosten, mindere afhankelijkheid van centrale bronnen en meer vrijheid voor bewoners om op eigen moment aan te sluiten. Toch moeten al deze warmtebronnen nog ontwikkeld worden en schaalbare en betaalbare uitrol is een voorwaarde daarvoor. Het blijven werken en denken met een open vizier biedt de meeste kans van slagen. Zo kan de stad zicht houden op nieuwe ontwikkelingen, kennis en technieken en deze vervolgens ook relatief snel implementeren.
Tot slot wordt ook de komende jaren ruimte gemaakt en gereserveerd, zowel bovengronds als ondergronds, voor energie-infrastructuur. Dit geldt zowel voor energie-infrastructuur om duurzame warmte in de gebouwde omgeving mogelijk te maken als voor elektriciteit. Het reserveren van ondergrondse en bovengrondse ruimte is cruciaal om over te kunnen stappen naar duurzame energiebronnen.
De bodem speelt in toenemende mate een rol in vraagstukken rond de energietransitie en klimaatverandering. De energietransitie claimt meer ruimte in de boven- en ondergrond in vergelijking met fossiele brandstofsystemen. De Almeerse ondergrond is zeer geschikt voor bodemenergie. Aardwarmte (geothermie) is één van de mogelijke opties in de bronnenmix voor het verduurzamen van de in Almere gelegen warmtenetten. Voor geothermie (bodemenergie) zijn we op zoek naar geschikte onderzoekslocaties.
Een goed werkend bodemenergiesysteem zou 60% warmte-energie en 80% koelingsenergie kunnen besparen. Maar de ruimte in de grond is niet eindeloos, daarom is regie op de toepassing van bodemenergie nodig voor het optimaal en duurzaam benutten van de potentie van bodemenergie in de ondergrond. Momenteel is dat er niet overal, wat leidt tot een wildgroei aan systemen, en die systemen zijn ook niet gemakkelijk weg te halen. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met andere functies van de ondergrond.
De verduurzaming en de groei van Almere vragen ook een andere kijk op het stroomnet. Het elektriciteitsverbruik neemt toe en ook de momenten van verbruik veranderen. Sinds 2022 is er in Almere sprake van netcongestie door een overbelast elektriciteitsnetwerk. Dit laat zien dat Almere een toekomstbestendig stroomnet nodig heeft en nu en in de toekomst zuinig om moet gaan met elektriciteit. De energietransitie en de groei van de stad leidt naar verwachting tot een grotere energievraag. Het stroomnet moet flink worden verzwaard: onderstations worden uitgebreid en toegevoegd en in de wijken worden de komende jaren nog zeker 500 extra transformatorhuisjes geplaatst, bovenop de 800 die er al zijn in Almere. Dit alles betekent een flinke ruimteclaim.
Energieplanologie helpt ons om energievoorziening slim te combineren met andere functies, zoals wonen, natuur en landbouw. We kijken niet alleen naar wat technisch kan, maar ook naar wat past bij onze omgeving en waar Almeerders zich prettig bij voelen. Met een zorgvuldige energieplanning zorgen we ervoor dat de energietransitie haalbaar , betaalbaar én gedragen wordt.
Het stroomnet in Almere is overvol. Grootverbruikers, zoals bedrijven en maatschappelijke voorzieningen, kunnen niet aansluiten. Om ervoor te zorgen dat de woningbouw (kleinverbruik) wel door kan gaan, worden verschillende maatregelen genomen: regelbare opwek, netbewuste nieuwbouw, netbewust laden van auto’s en net efficiënte installaties in bestaande bouw.
Om de piekbelasting op het stroomnet te beperken en kosten te besparen, gaan bedrijven op bedrijventerreinen samenwerken in energyhubs. Ze delen dan gezamenlijk een stroomaansluiting en regelen het stroomgebruik onderling. Dit zorgt, mede dankzij het gebruik van batterijen, voor een evenwichtiger stroomgebruik en efficiënter gebruik van schaarse capaciteit in het elektriciteitsnet. Nieuwe Almeerse wijken worden balanswijken. In deze wijken wordt de benodigde energie opgewekt getransporteerd en opgeslagen. Dankzij opslag (batterijen) van elektriciteit ontstaat er ook bij gebrek aan zon en wind geen tekort. De wijken belasten daardoor het stroomnet niet of nauwelijks.
Grondstoffen worden steeds schaarser en de prijzen staan onder druk. Het winnen ervan zorgt daarnaast voor een grote belasting op de omgeving en toename van de CO2-uitstoot. Ook in Almere streven we daarom naar het gebruik van meer hernieuwbare grondstoffen en focus op de besparing, vervanging en behoud van grondstoffen. Door het besparen op verbruik, lokaal verwerken, hergebruiken en het sluiten van ketens zorgen we voor minder transport en houden we waardevolle materialen binnen onze eigen economie, zijn we minder afhankelijk en is de economie minder kwetsbaar. Het sluiten van deze grondstofkringlopen en de toepassing van grondstoffen binnen onze gemeente mag niet leiden tot vervuiling van mens en milieu, duurzaamheid vereist verantwoordelijkheid. Dat een grondstof wettelijk is toegestaan, betekent niet dat het verantwoord is. Wij sluiten geen kringlopen die nieuwe vervuiling veroorzaken.
We willen in 2050 een volledig circulaire economie realiseren en als we grondstoffen verbruiken ervoor zorgen dat deze hernieuwbaar zijn. Met reeds lopende initiatieven, zoals het Praktijk- en Innovatiecentrum Circulaire Economie (PRICE) en het Almeerse grondstoffendepot, heeft Almere al goede kaarten in handen. Om rendabele processen voor hergebruik van reststromen te kunnen bereiken is een schaalvergroting - en daarmee ruimte - nodig. Als gemeente kunnen we hierin stimuleren, faciliteren en waar mogelijk ontwikkelingen sturen. De bedrijventerreinen De Vaart en De Steiger opereren reeds op een regionaal niveau en hebben uitstekende perspectieven om daarop voort te bouwen.
We bieden ruimte aan bedrijven om de transitie te maken van de lineaire naar de circulaire economie. Daarmee scheppen we randvoorwaarden die, toekomstig verdienvermogen, innovaties, opschaling en nieuwe verdienmodellen stimuleren én creëren we de banen van de toekomst. We leggen daarbij ook de verbinding met het onderwijs. Het opleiden van goede vakmensen zien wij als een belangrijke randvoorwaarde voor realisatie van de circulaire economie. We vinden het belangrijk dat circulaire economie écht circulair en duurzaam is. Het verminderen van afval, het hergebruik van materialen en het sluiten van kringlopen is essentieel voor een duurzame ontwikkeling. Hierbij voorkomen we ‘Greenwashing’, het bewust in de kringloop houden van schadelijke stoffen. In een schone circulaire economie worden bij hergebruik schadelijke stoffen uit de kringloop gehaald om het milieu en de leefomgeving te beschermen.
Daarnaast is de gemeente zelf een grote afnemer van producten, diensten en werken. Door het inzetten van onze eigen inkoopkracht, kunnen we innovaties ondersteunen en kansrijke ontwikkelingen helpen richting opschaling. Momenteel ligt er nog een grote opgave bij het hergebruik van stoffen als het gaat om fysieke en brandveiligheid. Het is dus van belang dat bij het stimuleren van de circulaire economie ook rekening wordt gehouden met deze veiligheidsaspecten.
Almere werkt stapsgewijs toe naar een 100% duurzame, natuurinclusieve en circulaire gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing. De bouw- en vastgoedsector heeft ook in de klimaatopgave een essentiële rol. De sector is verantwoordelijk voor zo’n 50% van het nationale grondstoffenverbruik en 11% van de nationale CO2-uitstoot.
Bij gebiedsontwikkeling en inrichting en ontwerp van de openbare ruimte zetten we in op het gebruik van circulaire materialen en het stimuleren van circulaire ontwerpmethodes zoals biobased bouwen, waaronder houtbouw. Vermindering van grondstoffengebruik, vervanging van grondstoffen voor milieuvriendelijkere en natuurlijke alternatieven, levensduurverlenging, hergebruik en uiteindelijk hoogwaardige verwerking wordt de norm voor onze gebiedsontwikkelingen. Daarnaast gaan we actief op zoek naar duurzame innovaties die ook de bouwopgave kunnen versnellen. Daarom sluiten wij voor de gebiedsontwikkeling en inrichting en beheer van de openbare ruimte aan bij convenanten en City Deals. Hiermee sluit Almere samen met de markt aan bij een snelle transitie in de bouw naar lagere CO2-uitstoot van de gebruikte materialen.
Om Almere leefbaar te houden, nu en in de toekomst, is het van belang dat we een hoge milieukwaliteit nastreven en zo goed mogelijk waarborgen. Om die gewenste milieukwaliteit te bereiken en behouden willen we hinder door milieufactoren zoals geluid, lucht- en lichtvervuiling zoveel mogelijk voorkomen en waar nodig actief terugdringen.
Geluid hoort bij de stad. Een bruisende stad vraagt ruimte voor reuring, maar ook plekken waar rust en stilte centraal staan. Geluidshinder van verkeer, bedrijvigheid of evenementen kan negatieve effecten hebben op gezondheid en welbevinden. Daarom streven we naar een balans: ruimte voor levendigheid én ruimte voor stilte.
Bij nieuwe ontwikkelingen nemen we geluid al vanaf het begin mee in het ontwerp. Geluidbronnen zoals verkeer, industrie en evenementen worden zorgvuldig ingepast. We combineren functies slim, passen stille gevels en geluidsreducerende materialen toe, en creëren groene buffers waar mogelijk. Ook door lopen, fietsen en OV-gebruik centraal te stellen bij gebiedsontwikkelingen maken we Almere leefbaarder en gezonder.
Ook in wijken waar geen fysieke herontwikkeling plaatsvindt, nemen we signalen van toenemende geluidsbelasting serieus. Wij hanteren het voorzorgsbeginsel als leidend principe in ons geluidbeleid. Als ontwikkelingen elders in de stad leiden tot groeiend verkeer en daarmee meer geluidshinder, onderzoeken we de gevolgen voor de gezondheid en leefkwaliteit van bewoners. We gaan daarom de ontwikkeling van geluid in de stad om de vijf jaar monitoren en nemen gebiedsgerichte maatregelen als de situatie daarom vraagt.
Schone lucht is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Almere heeft zowel het Schone Lucht Akkoord (SLA) als het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen ondertekend. Daarmee onderschrijven we het doel om de luchtkwaliteit structureel te verbeteren. Het akkoord, gesloten tussen het Rijk, provincies en gemeenten, streeft naar een permanente gezondheidswinst door de uitstoot van schadelijke stoffen – zoals fijnstof en stikstofoxiden – verder terug te dringen. De ambitie is om in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst te behalen ten opzichte van 2016.
De Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit gelden als minimum; aanvullend streven wij naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). We zetten in op het verminderen van uitstoot door verkeer, industrie en houtstook en stimuleren schonere alternatieven. Dit doen wij bijvoorbeeld door de stimulering van duurzame mobiliteit (zoals fietsen, elektrisch rijden en OV-gebruik), de beperking van emissies uit bedrijvigheid, en het verder vergroenen van de openbare ruimte om natuurlijke luchtzuivering te bevorderen.
We voeren vanaf 1 januari 2028 zero-emissiezones (ZE-zone) in de centra van Almere Stad, Almere Haven en Almere Buiten. Een ZE-zone is een gebied zonder uitstoot van schadelijke stoffen. Zo zorgen we ervoor dat de centrumgebieden van Almere gezonder en prettiger zijn om in te wonen, werken en verblijven. Het invoeren van de ZE-zones betekent dat vanaf dat moment alleen bestel- en vrachtauto’s zonder uitstoot van fossiele brandstoffen in de toekomst de ZE-zone in mogen. Een voordeel is dat zero-emissie voertuigen bij lagere snelheden en bij verkeerslichten ook stiller zijn dan conventionele voertuigen. Dit geldt ook voor logistieke pakketbezorgers in de binnenstad.
Het voorkomen van lichtvervuiling en – waar mogelijk – behouden van natuurlijke donkerte hoort bij een gezonde leefomgeving. Lichtvervuiling is het verschijnsel waarbij kunstmatig licht de natuurlijke duisternis van de nacht verstoort. Dit gebeurt bijvoorbeeld door straatverlichting, reclameborden, verlichte gebouwen of sportvelden. Kunstlicht heeft diverse verstorende effecten op dieren en vormt een bedreiging voor de biodiversiteit. Ook kan het leiden tot lichthinder bij mensen en impact hebben op ons bioritme. Daarnaast kost verlichting energie en materialen, en stoot het CO2-uit.
We zijn terughoudend bij het toepassen van verlichting in de openbare ruimte. We hanteren de landelijke Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Vereniging voor Verlichtingskunde (NSVV) hierbij als kader. Deze Richtlijn geeft grenswaarden per gebiedstype voor alle soorten buitenverlichting. Zo voorkomen we lichtvervuiling, behouden en versterken we de natuurlijke donkerte, zicht op de sterrenhemel en geven we ecologie de ruimte. Vanzelfsprekend speelt het aspect veiligheid bij het maken van deze afweging een grote rol. Door bewuste keuzes te maken, geven we het goede voorbeeld aan ondernemers en inwoners. We vinden het belangrijk dat ook andere lichtbroneigenaren lichthinder voorkomen en donkerte beschermen.

Almere is een jonge stad waar in een paar decennia een wereld aan diversiteit is ontstaan. Mensen uit alle windstreken, zowel uit Nederland als van over de hele wereld, hebben hier hun thuis gevonden. Die diverse mix zie je terug op straat en in de winkels.
In de beginjaren was eigenlijk iedereen in Almere een nieuwkomer; iedereen begon opnieuw. Inmiddels groeit er een generatie op die hier is geboren, die de stad vanaf het eerste levensjaar kent en zich er mee verbonden voelt. Zo ontstaat naast de voortdurende instroom van nieuwe bewoners ook een steeds steviger wortel in de eigen grond.
Deze diversiteit en dynamiek maakt Almere levendig en vol verhalen. De stad is altijd in beweging: – mensen komen, blijven, ontmoeten en veranderen. Dat is niet alleen een belangrijk kwaliteit die in de afgelopen decennia is gegroeid, maar een motor die Almere ook in de komende decennia zal blijven aandrijven.
Maar niet alleen de bewoners zijn divers. Ook de stad zelf is dat. Elk stadsdeel heeft zijn eigen sfeer en bijbehorende dynamiek. Dat is ook een belangrijk aspect van de ruimtelijke hoofdstructuur van Almere. Sinds de concept Structuurvisie Almere 2.0 (2009), waarin voor het eerst verder werd gekeken dan het oorspronkelijke ontwerp van de stad, is het beleid gericht op het creëren van een breed scala aan woonomgevingen die passen bij verschillende groepen Almeerders en woonwensen.
Met de toekomstige ontwikkeling wil Almere nieuwe woonmilieus toevoegen die zowel de stedelijke als de landelijke aspecten van de stad verder versterken en daarmee bijdragen aan de verdere differentiatie van de woonmilieus die de stad kenmerkt. De westkant en oostkant van de stad krijgen daarbij een heel verschillende invulling, die beide een belangrijke aanvulling vormen op de bestaande wijken van de stad. Dit zorgt er ook weer voor dat de verschillende mensen naar de stad blijven trekken: ouderen, jongeren, jonge gezinnen, creatieve ondernemers, en pioniers die hun eigen huis of buurt willen vormgeven.
In het Stadscentrum en in Pampus ligt de nadruk op het creëren van een meer stedelijk woonmilieu, waarmee wordt ingespeeld op de behoeften van een groeiende stedelijke bevolking, die steeds meer vraag heeft naar stedelijke voorzieningen, werkgelegenheid en mobiliteit.
In de andere stadsdelen, zoals Almere Haven, Almere Buiten en Almere Hout, is gekozen voor gezinsvriendelijke woonwijken met veel groen, ruimere percelen en een rustige, dorpse sfeer. Hier wordt differentiatie aangebracht in de grootte van de woningen, variërend van eengezinswoningen tot appartementen, maar altijd met veel aandacht voor het groen rondom de woningen.
Aan de oostkant van de stad, in Oosterwold, ligt de nadruk op het ontwikkelen van een woonmilieu met een meer landelijk karakter met lagere dichtheden. Oosterwold biedt een sterk contrast met de stedelijke ontwikkelingen aan de westkant van de stad, maar het staat niet los van de rest van Almere. Dit landelijkere gebied draagt bij aan de bredere doelstelling van Almere om als stad een divers palet aan woonmilieus te bieden. Het biedt een aantrekkelijk alternatief voor bewoners die op zoek zijn naar meer rust en ruimte, terwijl ze toch binnen handbereik blijven van de stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid in Almere en de omliggende regio. Oosterwold kan zo gezien worden als een belangrijke aanvulling op het meer suburbane karakter van de bestaande wijken in Almere. De nieuwe ontwikkelingen in Almere Centrum, Pampus en Oosterwold, voegen zowel stedelijke intensiteit als landelijke rust toe aan de stad. Dit zorgt ervoor dat Almere zich niet vastlegt op één type woonmilieu, maar een gevarieerd en flexibel aanbod blijft bieden, passend bij de veranderende woonwensen van de bevolking.
Deze nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de gevarieerde en dynamische groei van Almere en biedt ruimte voor nieuwe woonvormen die passen bij de verschillende wensen van de bewoners, want de diverse woonmilieus van Almere zijn dan weliswaar op de tekentafel bedacht, maar het zijn de Almeerders geweest die de stad vorm, kleur en betekenis hebben gegeven. En niet alleen dat, ook hebben onze inwoners vanaf het eerste moment actief bijgedragen aan de ontwikkeling én het beheer van de stad: van architectuurwedstrijden, projecten als Ik Bouw Betaalbaar in Almere, tot aan hele gebieden (Homeruskwartier en Oosterwold) en als meest recente voorbeeld Bouwen door de Buurt, altijd hebben de bewoners de mogelijkheden gekregen om bij te dragen, en die mogelijkheden ook met beide handen aangepakt.
Om ervoor te zorgen dat er voor iedereen een plekje is en blijft in de stad, is het van belang dat we blijven voortbouwen aan een inclusieve samenleving. Voor ons is dat een samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt om deel te nemen aan sociale, economische en culturele activiteiten, ongeachte hun etniciteit, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, sociaaleconomische status, of fysieke en mentale mogelijkheden. Dat betekent dat we bij de realisatie van de infrastructuur van de stad (vervoer, woningen, voorziening en de openbare ruimte bijvoorbeeld) ervoor zorgen dat toegankelijkheid voor iedereen (inclusiviteit) het uitgangspunt is. De gemeente wil het goede voorbeeld geven door onder andere haar gebouwen goed toegankelijk te maken voor mindervaliden, doven, blinden en slechtzienden.
Een community hub is een vertrouwde plek met een laagdrempelige toegang in de wijk waar zorg en maatschappelijke voorzieningen op één plek worden gerealiseerd.
Dit betekent dat de openbare ruimte zo moet zijn ingericht én onderhouden dat iedereen hier gebruik van kan maken. Dit geldt met name voor de openbare ruimte rondom de voorzieningen. Bij het maken van ontwikkelingsplannen besteden we expliciet aandacht aan de vraag hoe verschillende groepen van de ruimte gebruik willen en kunnen maken. Hierbij gaat het niet alleen om de fysieke toegang. We willen ook bij zorg- of hulpvoorzieningen een laagdrempelige toegang bieden, door de ondersteuners letterlijk bij elkaar te brengen op één plek. Dit zorgt ervoor dat Almeerders minder een drempel ervaren om hulp te vragen. Een voorbeeld is de Community Hub.

Almere staat op een keerpunt. Na 50 jaar vraagt de stad om een fundamenteel andere benadering: de opgave van beheer, onderhoud en vernieuwing van bestaande wijken dient zich grootschalig aan. In Almere is deze opgave extra groot, vanwege de geschiedenis als nieuwe stad: omdat veel buurten kort na elkaar zijn gebouwd, komt nu tegelijkertijd een groot deel van de stad in een fase waarin de fysieke leefomgeving ingrijpend onderhoud of vernieuwing nodig hebben. De stad is in een nieuwe fase beland, waarin sociaal en fysiek beheer, verder groeien én de doorontwikkeling van de stad doorlopend tegelijkertijd om aandacht vragen. Bouwen aan de nieuwe stadsdelen en investeren in de bestaande stad tegelijkertijd is een grote opgave die relatief nieuw is voor Almere, maar noodzakelijk om de stad leefbaar, aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden voor mens, plant en dier.
De oudere wijken, en in de eerste plaats de wijken uit de jaren '70 en '80, laten zien wat deze opgave inhoudt: een verouderende woningvoorraad, een openbare ruimte die niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd, en bewoners met veranderende behoeften. Het veranderen en verouderen van die wijken en haar bewoners heeft consequenties voor de gebouwde omgeving en de leefbaarheid. Tegelijkertijd is er op meerdere plekken in de stad sprake van sociaaleconomische achteruitgang, met name in de oudste wijken rond de stadsdeelcentra. Hier neemt de druk op de leefbaarheid toe en vraagt de combinatie van fysieke achteruitgang en sociale problematiek om een gerichte, brede aanpak. De sociale en ruimtelijke interventies van gemeente en partners in de oudste wijken hebben als doel een (verdere) achteruitgang te voorkomen en ze weer toekomstbestendig te maken.
De centrale uitdaging is helder: als we willen dat Almeerders in hun eigen wijk kunnen blijven wonen, in verschillende levensfasen, dan is het nodig we de stad daarop aanpassen. Bestaande wijken worden zo ingericht dat mensen er oud kunnen worden, jongvolwassenen perspectief houden, en voorzieningen en woningen aansluiten bij uiteenlopende levensstijlen en -fasen. Dat vraagt niet alleen om fysieke vernieuwing, maar ook om continu sociaal en fysiek beheer, onderhoud, en een gebiedsgerichte samenwerking met partners. Denk daarbij aan investeren in veiligheid, welzijn, klimaatadaptatie en energiebesparing.
Onze belangrijkste ambitie is door preventie leefbaarheidsproblemen voor te blijven. Want net als nu zal de gemeente in de toekomst maar beperkte middelen hebben voor grootschalige ingrepen in wijken. Terwijl juist woonwijken te maken hebben met de eerder beschreven negatieve ontwikkelingen die mede het gevolg zijn van de snelle ontwikkeling van deze ‘New Town’. In het vernieuwen en veranderen van wijken zullen we veel onderwerpen in samenhang bekijken en afwegen. Denk aan: woningdifferentiatie, waterberging, parkeren, verkamering woningen, ecologie, toegankelijkheid openbare ruimte, voorzieningen als scholen en huisartspraktijken, trafohuisjes, erfgoed, deelmobiliteit, brandveiligheid, bomen, isolatieprogramma’s voor gebouwen enzovoort. Op wijkniveau liggen er kansen om al deze opgaven op een slimme manier te koppelen. Met maatwerk, maar vooral in samenspraak met bewoners en andere lokale partners, kan dit op een juiste wijze invulling krijgen. We staan er daarbij als gemeente niet alleen voor, want bewoners en ondernemers investeren doorlopend in hun eigen leefomgeving. Daken en gevels worden vernieuwd en tuinen krijgen opknapbeurten. Woningen worden uitgebreid door op- of uitbouwen. Mensen leggen zonnepanelen aan of nemen een warmtepomp. Andere gebouwen krijgen een nieuwe functie, of een binnentuin wordt opgeknapt. Hierbij is al snel de verbinding met ‘schoon, heel en veilig’ of de energietransitie in beeld.
Logischerwijs heeft niet elke wijk dezelfde vernieuwing nodig. Maatwerk is het devies. Het vraagt instrumenten en sociaal en ruimtelijk onderzoek om te bepalen wat een wijk nodig heeft om leefbaar te blijven. We zetten in hoofdzaak in op drie mogelijke werkwijzen:
De eerste werkwijze is ‘schoon, heel en veilig’. Het dagelijks beheer van de leefomgeving. Iets wat iedere dag op heel veel manieren aandacht krijgt van gemeente en partners. Door vuilnisophalen en het werk van wijkagenten en jongerenwerkers. Of bijvoorbeeld door onveiligheidsgevoel te bestrijden met het aanbrengen van extra lampen of een hek bij een achterpad van woningen. 'Schoon, heel en veilig' gaat niet uitsluitend over het dagelijks beheer. Op termijn zal in alle wijken van Almere ook grootschalig onderhoud nodig zijn. Juist dat grootschalig onderhoud vormt een blijvende financiële uitdaging voor Almere. Toch bieden deze momenten van onderhoud meer dan alleen de gelegenheid om te herstellen: ze vormen een kans om meerdere doelen tegelijkertijd te realiseren. Door grootschalig onderhoud te verbinden met andere stedelijke ingrepen, kunnen we middelen efficiënter inzetten en de kwaliteit van de openbare ruimte verhogen. Dit stelt ons in staat niet alleen de infrastructuur te verbeteren, maar tegelijkertijd de leefbaarheid van de wijken te versterken en daarmee onze middelen optimaal te benutten.
Nauw verweven met ‘schoon, heel en veilig’ is de natuurlijke wijkvernieuwing. De tweede werkwijze in wijken waarbij de stedenbouwkundige structuur niet verandert. Door hun straatkennis en sociale netwerken identificeren gebiedsspecialisten en frontlijnwerkers de vraagstukken in gebieden en verbinden zij deze met elkaar (programmatische werken). Zoals een Playground verbinden met de leerlingen van een nabijgelegen school zodat zij daar leren een sportprogramma voor kinderen op te zetten. Zelfbeheer, bewonersgroepen en bewonersinitiatief worden ondersteund met wijkbudget en informatievoorziening over beleid en regelingen. In sommige gevallen kan natuurlijke vernieuwing overgaan in een lichte vorm van stedelijke vernieuwing. Bijvoorbeeld wanneer de bij natuurlijke vernieuwing in beeld gebrachte behoeftes verder gebracht kunnen worden door meer gemeentelijke betrokkenheid. Omdat sociale kwetsbaarheden dan meer of andere aandacht kunnen krijgen, of aanpassingen van de stedenbouwkundige structuur en/of woningvoorraad leiden tot aanvullende woningbouw of ander woonvormen, juist omdat een buurt daarom vraagt.
De laatste werkwijze is stedelijke vernieuwing. Ingegeven door signalen uit de frontlijn, onderzoek en/of beleidsambities interveniëren gemeente en partners met fysieke ingrepen in (een deel van) een wijk. Omdat dit noodzakelijk wordt geacht voor een goede sociale en fysieke, maar ook economische en ecologische balans in een gebied. Stedelijke vernieuwing heeft niet één aanleiding of vorm. Zondermeer is stapeling van sociale en fysieke problematiek vaak de aanleiding voor stedelijke vernieuwing. Nieuwe aanleidingen zijn inbreiden voor de stedelijke woningbouwopgave, investeringen in infrastructuur (IJmeerlijn en knooppuntontwikkeling stations) en verduurzaming (isolatie van woningen, regenwateropvang of plaatsing van trafohuisjes of buurtaccu’s). Zulke grote ruimtelijke projecten zien wij, naast een curatieve aanpak van een sociaal kwetsbaar gebied, als mogelijke aanleidingen voor stedelijke vernieuwing.
Stedelijke vernieuwing vraagt om synergie van middelen. Het vraagt vaak om grote en langjarige financiële inspanningen van meerdere partners in meerdere domeinen. Onmisbaar is daarom de verbinding met het stedelijk beleid (o.a. onderwijs, wonen, bomenkader, armoede, welzijn, gezondheid) en de investeringsagenda van partners. Vaak via een programmaplan, de samenwerkingsafspraken met partners zoals het Havenverbond en - specifiek voor woningcorporaties - de prestatieafspraken, worden het wat en hoe van de stedelijke vernieuwing bij elkaar gebracht. Een gemeentelijk fonds zorgt voor additionele financiële investeringsmiddelen.
Het belangrijkste onderscheid tussen bovengenoemde werkwijzen is de mate waarin door de gemeente wordt gestuurd op het aanpassen van de ruimtelijke structuur, woonmilieukarakteristiek en/of woningvoorraad. Verder zijn werkwijzen te combineren, want ‘schoon, heel en veilig’ kan helpen bij het slagen van stedelijke vernieuwing en een wijkaanpak voor de energietransitie is te koppelen aan andere opgaven in een wijk.
Casus: Almere Haven
Eén van de plekken waar stedelijke vernieuwing plaatsvindt, is Almere Haven. Haven is de eerste, en dus de oudste kern van Almere. Het is gelegen aan de zuidoostkant van Almere. In Havenhart 2.0 is de visie op Almere Haven vastgelegd. Almere Haven is toe aan vernieuwing, deels door het ouder worden van de openbare ruimte en het vastgoed, deels doordat de samenleving veranderd is en dat om aanpassingen vraagt. De ambities uit de Havenvisie worden uitgewerkt in een Omgevingsprogramma Stedelijke Vernieuwing Haven.
Verdichting en functiemenging zijn voorwaarden voor de stedelijke vernieuwing: Het winkelgebied in het centrum is te groot voor de huidige hoeveelheid inwoners. Door inzetten op het compact maken ontstaat er een bater passend en aantrekkelijk centrum voor de inwoners en blijft er ruimte over voor andere dingen (zoals wonen, werken en groen).
Ook voorzieningen spelen een essentiële rol: We investeren in sociale verbindingen: het ons-kent-ons-gevoel is geen vanzelfsprekendheid meer. De ontwikkeling van een concentratie van voorzieningen (school, sport- en cultuurvoorzieningen) in het centrum moet ervoor zorgen dat dit gebied een ontmoetingsfunctie vervult.
Meer en andere woningen worden gerealiseerd in Haven, zodat ouderen kunnen doorstromen en jonge gezinnen en starters weer naar het stadsdeel kunnen komen en er een betere balans ontstaat tussen jonge en oude inwoners. De ambitie is om 2000 tot 3000 woningen toe te voegen in vijf woonzones.
Werken is een belangrijk onderdeel van de stedelijke vernieuwing voor Haven. De beoogde verdichting van het centrumgebied heeft als doel het draagvlak voor de voorzieningen te vergroten, waardoor het voorzieningenniveau, en dus ook de werkgelegenheid, in Haven niet achteruit gaat maar bij voorkeur groeit. Ook gaan we werken aan het bereikbaar maken van het centrumgebied.
Er wordt meer ingezet op het aanwezige potentieel van water en groen in Haven ter bevordering van de leefbaarheid van de openbare ruimte.
Er is sprake van kansenongelijkheid in het onderwijs, een dalende onderwijskwaliteit en een complexe problematiek onder groepen jongeren. Goed en georganiseerd primair en voortgezet onderwijs spelen een belangrijke rol bij het streven naar kansengelijkheid. Het legt het fundament voor latere ontwikkeling: dat begint al bij het basisonderwijs en loopt langs de hele onderwijsketen. Daarom zetten we fors in op het versterken van het gehele onderwijslandschap, van voorschools-, basis-, middelbaar- tot speciaal- en vervolgonderwijs. Rondom scholen en voorzieningen zetten we stevig in op de sociale en pedagogische basis, waarbij het gezamenlijke uitgangspunt is: er vroeg bij zijn. Dit betekent enerzijds focus op de jonge Almeerders en anderzijds dichtbij zijn, en waar nodig door vroegsignalering ondersteuning te bieden voordat problemen verergeren of opstapelen.
Een manier om het onderwijs verder te ontwikkelen is de inzet op functiemenging en multifunctioneel ruimtegebruik bij scholen: brede scholen en andere vormen van kindcentra kunnen een manier zijn om de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties te stimuleren en zodoende het onderwijs toekomstgericht vorm te geven. Brede buurtscholen spelen hierin een belangrijke rol. Bovendien kunnen ze een essentiële rol spelen in de wijken: brede buurtscholen ze zorgen voor sociale samenhang in wijken, omdat ze een plek vormen waar voorzieningen slim en efficiënt worden gebundeld, en waar mensen van verschillende leeftijden, achtergronden en leefwerelden elkaar ontmoeten. Dit verlaagt de drempel voor het gebruik van voorzieningen en draagt bij aan een inclusieve en sterke sociale basis.
In een Almeers kindcentrum worden verschillende voorzieningen gemengd: in ieder geval worden onderwijs en kinderopvang (op alle niveaus) samengebracht als één organisatie. De professionals werken aan een compleet aanbod van onderwijs, opvoeding, ondersteuning, ontwikkeling en ontspanning voor kinderen van 0-13 jaar. Ook zijn zorg- en welzijnsinstellingen hierbij betrokken.
Het is ook een goede manier om efficiënt om te gaan met het ruimtegebrek in Almere, doordat verschillende voorzieningen worden ‘gemengd’ en gebouwen de hele dag gebruikt worden. De kwaliteit van het onderwijs wordt in belangrijke mate bepaald door de docenten. Er is in Almere een groot tekort aan onderwijsprofessionals. Dit geldt overigens ook voor andere vitale beroepen. Dit vormt een grote opgave voor de stad.
Een sterke en veerkrachtige samenleving is ook een samenleving die zich veilig voelt en de veiligheid voelt om te gaan en staan in de stad, ten alle tijden. Hoewel de criminaliteitscijfers de laatste jaren in Almere aan het dalen zijn, lijkt het subjectieve onveiligheidsgevoel toe te nemen. In de gesprekken die we met Almeerders en andere partijen in de stad hebben gevoerd, werd telkens benadrukt dat ‘je veilig voelen in de stad’ van groot belang is en onder druk staat. De inrichting van de leefomgeving en een veilige fysieke omgeving kan op meerdere manieren bijdragen aan het bevorderen van sociale veiligheid en het verminderen van onveiligheidsgevoelens.
1. Multifunctioneel gebruik van de ruimte: in Almere zijn functies sinds jaar en dag van elkaar gescheiden. Dit kan ervoor zorgen dat sommige plekken, zoals bedrijventerreinen, delen van de dag als verlaten aanvoelen. Ook in woonwijken, waar veel mensen overdag werken, en die dus verlaten zijn, is er weinig sociale controle. Dit leidt ertoe dat we op een nieuwe manier naar sociale veiligheid kijken. Functiemenging speelt hierin een cruciale rol. Doordat Almere inzet op het combineren van wonen, werken, recreëren en voorzieningen ontstaat er een levendige openbare ruimte die op verschillende momenten van de dag wordt gebruikt. Dit zorgt voor meer sociale controle en een toename van de aanwezigheid van mensen, en een afname van verlaten plekken, wat het gevoel van veiligheid versterkt. Bij het mengen van functies is het wel belangrijk de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten te blijven waarborgen.
2. Maatschappelijke voorzieningen: Ook de aanwezigheid van voorzieningen speelt hierin een essentiële rol. Denk hierbij aan buurtcentra, scholen, welzijnsorganisaties en sportfaciliteiten. Deze voorzieningen dragen bij aan een inclusieve stad en versterken het sociale weefsel, waardoor bewoners zich meer betrokken voelen bij hun omgeving. Een sterk sociaal netwerk in wijken kan een preventieve rol spelen bij veiligheidsvraagstukken en draagt bij aan een groter gevoel van saamhorigheid en een gemeenschap die naar elkaar omkijkt en weerbaar is, ook in onzekere tijden.
3. Veilig beheer en ontwerp: aandacht voor CPTED: de manier waarop de stad is ontworpen kan ook bijdragen aan de ervaren veiligheid. Een nieuwe manier om naar stedenbouw te kijken is met het principe Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED). Stedelijk ontwerp levert een positie bijdrage aan veiligheidsgevoelen en verkleint de mogelijkheden tot criminaliteit. Dit betekent onder andere dat er aandacht moet zijn voor overzichtelijkheid en toegankelijkheid van openbare ruimte en slimme verlichting in nieuwe en bestaande gebieden.
Een ander aspect van veiligheid, dat niet direct verband houdt met sociale veiligheid, is de fysieke veiligheid van gebouwen en de omgeving. Het behouden en versterken hiervan is essentieel voor de leefbaarheid van Almere. Ontwikkelingen zoals de bouwopgave, vergrijzing, energietransitie en klimaatadaptatie vereisen een proactieve en risicogerichte benadering. We zitten hierbij in op preventie, met aandacht voor zelf- en samenredzaamheid.
Zo liggen er belangrijke vraagstukken voor crisisbeheersing. Almere moet nog beter zijn op calamiteiten zoals branden of droogte. Met het oog op klimaatverandering moet hier in het stedelijk ontwerp meer rekening mee worden gehouden. We integreren groen en water in de stad om het risico van droogte en oververhitting te verminderen, wat in de toekomst steeds belangrijker wordt.
We zorgen er voor dat de basisvoorzieningen voor hulpdiensten op orde zijn én we hebben aandacht voor de bereikbaarheid van gebieden voor bijvoorbeeld brandweer, ambulance en politie. Via busbanen en wegen zijn de gebouwen in het algemeen goed bereikbaar voor nood en hulpdiensten. We zorgen voor de beschikbaarheid van voldoende materieel en infrastructuur voor het waarborgen van veiligheid in hoogbouw en dichte stedelijke gebieden.
Veiligheidsgeïntegreerd ontwerpen én beheren is essentieel om de impact van potentiële incidenten te minimaliseren. Mogelijkheden om dit te doen zijn door stedelijke inrichting: kwetsbare functies op veilige afstand van risicobronnen, ruimtelijke buffers inbouwen (groenblauwe zones komen hiervoor in aanmerking) en veilige gebouwen en schuilmogelijkheden creëren bij risicovolle locaties.

Het ontwikkelen van maatschappelijke en commerciële voorzieningen is altijd een sterke pijler geweest in de stadsontwikkeling van Almere. In de beginjaren is daar veel aandacht aan besteed, met voorzieningen die passen bij de behoeften van een jonge, groeiende stad. Gaandeweg is deze aanpak echter op de achtergrond geraakt. Daardoor zijn er in verschillende delen van de stad tekorten ontstaan. Bovendien is het voorzieningenniveau gebaseerd op een beeld van Almere dat inmiddels niet meer aansluit bij de realiteit. Demografische en sociale ontwikkelingen hebben geleid tot andere behoeften, bijvoorbeeld door de groeiende groep ouderen, de grote aantallen jongeren en de superdiverse samenstelling van de bevolking. Dat vraagt niet alleen om het laten meegroeien van het voorzieningenniveau, maar vooral ook om het aanpassen ervan.
Maatschappelijke voorzieningen zijn onder andere: zorgvoorzieningen, scholen, kunst- en cultuurvoorzieningen, bibliotheken, buurtcentra, bijzondere woonvormen, politie, brandweer, ziekenhuizen en sportvoorzieningen.
Tegelijkertijd scoort de Almeerse bevolking lager dan gemiddeld op het vlak van welzijnsbeleving, en verkeren veel huishoudens in een situatie van bestaansonzekerheid. Juist daarom zijn voldoende en passende maatschappelijke voorzieningen van groot belang. Ze vormen een essentieel instrument in het aanpakken van sociale en economische opgaven in de stad. Het voorzieningenniveau moet bijdragen aan bestaanszekerheid, gezondheid en perspectief – voor iedereen.
Daarom kiezen we voor een nieuwe manier van kijken naar en ontwikkelen van de stad. We bouwen niet alleen woningen, maar zorgen er vanaf het begin voor dat voorzieningen in alle soorten en maten meebewegen. Want om in Almere op te kunnen groeien, te blijven wonen en oud te kunnen worden, moet het voorzieningenniveau op orde zijn, voor álle Almeerders. Of het nu gaat om een jongere die culturele inspiratie zoekt, een oudere die dichtbij huis wil bewegen, of een buurt waar mensen elkaar beter willen leren kennen: goede voorzieningen zijn de basis.
Goede voorzieningen dragen bovendien in hoge mate bij aan de levendigheid van de stad. Ze brengen reuring in buurten, creëren ontmoetingsplekken, trekken mensen aan en versterken de dynamiek van het dagelijks leven. Een levendige stad herken je aan volle pleinen, drukbezochte ontmoetingsplekken, levendige straten en gedeelde publieke ruimten. Die levendigheid is niet alleen het gevolg van voorzieningen, maar vormt ook een van de belangrijkste voorwaarden voor een aantrekkelijke, inclusieve en sociale stad. Zowel maatschappelijke voorzieningen als winkels, horeca en culturele instellingen vervullen hierin een cruciale rol.
Ontmoeting vormt een centrale opgave voor Almere. De Sociale Staat laat zien dat er sprake is van opvallend veel eenzaamheid onder alle leeftijdsgroepen: jongeren, en ouderen. In participatietrajecten kwam ontmoeting dan ook herhaaldelijk naar voren als grote behoefte: mensen willen elkaar ontmoeten in hun buurt, wijk, centrum of gewoon in de openbare ruimte. Almere is bovendien een superdiverse stad. Dat maakt ontmoeting extra belangrijk, om verbinding te versterken en verschillen te overbruggen. Onder het motto ‘bekend maakt bemind’ zetten we daarom in op het creëren van betekenisvolle plekken waar Almeerders elkaar kunnen tegenkomen. Ontmoeting voorkomt eenzaamheid, versterkt netwerken, stimuleert sociale cohesie en vergroot het gevoel van erbij horen.
Het gaat dan om maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, zorgcentra, culturele instellingen en sport- en speelplekken, maar ook om commerciële voorzieningen zoals winkels, horeca en ambachtelijke ondernemingen. Die laatste categorie wordt soms onderschat, maar speelt een onmisbare rol in het sociale en economische weefsel van de stad. Winkels, horecagelegenheden en markten zorgen niet alleen voor gemak en levendigheid, maar vormen ook plekken waar mensen elkaar zien, spreken en zich onderdeel voelen van hun omgeving. Ze dragen direct bij aan sociale cohesie, economische draagkracht én de identiteit van de stad.
Een belangrijk gemis dat vaak wordt benoemd, is het tekort aan culturele voorzieningen. In sommige stadsdelen zijn er nauwelijks plekken waar jongeren, creatieven of liefhebbers van kunst en cultuur terechtkunnen. Culturele voorzieningen zijn essentieel – voor persoonlijke ontwikkeling, voor gemeenschapsvorming, maar ook als motor van stedelijke dynamiek. Daarom gaan we hier de komende jaren nadrukkelijk in investeren.
Sportvoorzieningen vormen een ander belangrijk aandachtsgebied. Hoewel er in absolute zin geen grote tekorten zijn, is de verdeling over de stad ongelijk. Vooral in stadsdelen als Poort en Hout is het sportvoorzieningenniveau niet op peil. Voorzieningen voor sport en bewegen zijn echter van groot belang voor de gezondheid en vitaliteit van inwoners. Daarom zetten we in op een fijnmazige spreiding van sport- en speelvoorzieningen, die toegankelijk, nabij en uitnodigend zijn. Ook wordt de openbare ruimte zo bewegingsvriendelijk mogelijk ingericht, zodat gezonde mobiliteit, wandelen, fietsen, spelen, vanzelfsprekend wordt.
Voorzieningen zijn dus meer dan stenen en functies: ze geven kleur aan de stad, zorgen voor verbinding en dragen bij aan de kwaliteit van het dagelijks leven. Dat betekent ook dat we in nieuwe gebiedsontwikkelingen maatschappelijke én commerciële voorzieningen vanaf de start meenemen. Niet meer ná de woningen, maar tegelijk. Daarbij geldt ook dat vrijkomend vastgoed niet automatisch wordt ingevuld met woningen: we kijken eerst of er maatschappelijke of commerciële functies kunnen landen. Zo bouwen we aan sterke, gemengde wijken waar ontmoeten, leven en zorgen samengaan. In bestaande buurten onderzoeken we waar de tekorten het grootst zijn, zodat we gericht kunnen verbeteren. Hierbij hanteren we de Leidraad sociaal-stedelijke ontwikkeling en de Leidraad commerciële voorzieningen als richtinggevende instrumenten. Tegelijk ligt er een grote opgave in het beheer en onderhoud van bestaande voorzieningen. Veel gebouwen, zoals scholen, zijn verouderd en toe aan renovatie. Nieuwe ruimtelijke oplossingen kunnen hier helpen, bijvoorbeeld door in te zetten op dubbelgebruik van voorzieningen. Schoolgebouwen, die vaak maar een deel van de dag benut worden, kunnen bijvoorbeeld ook buiten schooltijd dienstdoen als plek voor ontmoeting, sport of cultuur.
Slim clusteren van voorzieningen in wijken – maatschappelijke én commerciële – draagt bij aan reuring, bereikbaarheid en levendigheid. Zulke plekken bieden ruimte voor ontmoeting, maar versterken ook de lokale, informele economie. Door ze goed over de stad te spreiden, zorgen we ervoor dat iedereen toegang heeft tot een volwaardig voorzieningenniveau, ongeacht waar je woont.
Casus: Almere Pampus
De sociale ontwikkeling is één van de leidende principes bij de ontwikkeling van Pampus. Samenlevingsopbouw en inclusie worden vanaf het begin meegenomen in de planvorming van het gebied.
Sociale, economische en ruimtelijke menging zijn belangrijk voor de sociale cohesie in het stadsdeel. De inrichting van de openbare ruimte moet, in combinatie met voorzieningen, voor ontmoetingen zorgen om sociale contacten te doen en te onderhouden. Het stedenbouwkundige ontwerp en architectonische invulling van de gebouwen, de Hardware, hebben grote invloed op de sociale veiligheid in de wijk en zullen plek bieden om intieme en formele ontmoetingen zoveel mogelijk te stimuleren. Binnen het landschappelijk casco wordt vervolgens gebouwd aan een grote diversiteit aan vitale buurten en gemeenschappen. De menging van functies (wonen, werken en voorzieningen) vindt plaats op verschillende schaalniveaus. Van het gebied als geheel, tot op bouwblokniveau en gebouwniveau. De mate van menging verschilt per gebied.
Bij Pampus worden voorzieningen van het begin meegenomen in de ontwikkelingsplannen. Ook denken we goed na over de locaties van voorzieningen: de school heeft een brede maatschappelijke functie en is het hart van de buurt. Daarom zetten we in op combinatie met andere maatschappelijke voorzieningen. Dit versterkt nabijheid van voorzieningen en bevordert diversiteit en kansengelijkheid. We willen dat cultuur voor iedereen toegankelijk is, daarom zetten we in op het realiseren van kleine wijkplekken met culturele functies. Die inclusiviteit en toegankelijkheid geldt natuurlijk ook voor sportvoorzieningen, dit wordt bereikt door ze voornamelijk in het hart van de wijk te situeren. De gehele inrichting van Pampus zal, in combinatie met het mobiliteitssysteem, uitnodigen tot bewegen en een gezonde levensstijl.
De toenemende vergrijzing in Almere vraagt iets van de woning en de woonomgeving. We zetten hierbij, in navolging van de Woonzorgvisie, in op geclusterde woonvormen, gebouwen waar een ‘magic mix’ kan wonen van jong en oud en vitaal en minder vitaal, zodat bewoners elkaar in het dagelijks leven kunnen ondersteunen en een zorgzame gemeenschap kunnen vormen. Voor deze geclusterde woonvormen zoeken en reserveren we locaties nabij basisvoorzieningen en laagdrempelige ondersteuning. We sluiten hierbij aan op het principe van de Wooncirkel en streven er naar dit in alle wijken te realiseren, zodat een goede dekking van voorzieningen over de stad ontstaat. Met clustering van woningen gaan we, met name maar niet alleen onder ouderen, zowel eenzaamheid tegen én kunnen we zorg meer efficiënt aanbieden. Tegelijk faciliteren we actief ouderen met een initiatief voor zelfbouw, experiment of collectief particulier opdrachtgeverschap. Er worden meer zorgvoorzieningen in de buurt gerealiseerd. We zien hierbij, net als de Woonzorgvisie, ook dat de uitstroming van aandachtsgroepen naar sociale huur woningen een grote opgave vormt.

Hoewel aan de flanken van de stad (Pampus, Oosterwold) nog veel ruimte voor nieuwe ontwikkelen aanwezig is, komen elders in Almere voor het eerst in de geschiedenis van de stad de grenzen van de groei in zicht. Ook in de van oudsher ruime polder moeten keuzes worden gemaakt. Duidelijk wordt dat verschillende functies strijden om de ruimte en dat het belang van een brede afweging steeds groter wordt. Almere is niet langer de geplande stad waar alles kan, maar meer en meer de spontane stad waar dingen ontstaan en nieuwe initiatieven worden afgewogen aan de mate waarin ze de Almeerse samenleving versterken.
Verdichting en functiemenging zijn een direct antwoord op de maatschappelijke opgaven waar Almere voor staat en tegelijk ook een logische nieuwe stap in de volwassenwording van de stad. Een te lage dichtheid leidt tot een gebrek aan voorzieningen, wat negatieve effecten heeft op de leefbaarheid en het sociale weefsel. Door te verdichten, creëren we meer draagvlak voor zowel maatschappelijke als commerciële voorzieningen en verkorten we de afstand tot winkels, scholen en andere faciliteiten. Door het draagvlak te vergroten, neemt de kans dat voorzieningen blijven en zich kunnen handhaven toe. Dat draagt bij aan ontmoetingen tussen bewoners en helpt eenzaamheid tegen te gaan. Het bevordert gevoelens van veiligheid en beperkt de noodzaak tot autorijden. Tot slot creëert het bruisende centra en aantrekkelijke vestigingsmilieus voor ondernemers.

Deze ontwikkeling vraagt wel om een fundamenteel andere manier van kijken naar de stad. Grote delen van Almere zijn van oudsher opgebouwd vanuit gescheiden functies en lage dichtheden. Verdichting en menging breken met die traditie, en vormen daarmee een nieuwe manier van stedelijke ontwikkeling die past bij de huidige tijd en de veranderende behoeften van de stad.
In een ruim opgezette stad als Almere zijn er op veel plaatsen verdichtingsmogelijkheden. In eerste instantie willen we ons vooral richten op de meest logische plekken daarvoor. Dat zijn de plekken in de nabijheid van stations en andere centrale plekken in de stad, bijvoorbeeld daar waar buurtvoorzieningen zijn geconcentreerd. Verdichting hoeft niet ten koste te gaan van groen. We streven er naar verdichting en vergroening hand in hand te laten gaan. De plannen voor het ‘Hart van de Stad’ zijn een voorbeeld van het principe ‘natuurlijk verstedelijken’. In overwegend groene laagbouwwijken is het behoud van het bestaande woonmilieu, de bouwhoogte en het groen het uitgangspunt.
Casus: Hart van de Stad
In het Hart van de stad gaan we de komende jaren verder met verdichten en inzetten op functiemenging, zónder dat dit ten koste gaat van de natuur. Het Hart van de stad ontwikkelt zich verder en is een groter gebied rondom het Weerwater en de binnenstad. Het gebied strekt zich uit van de noordzijde van het station Almere Centrum (Markerkant 15) tot aan de Steiger ten zuiden van de A6, en van de westoever van het Weerwater tot en met de oostoever van het Weerwater. In de visies Natuurkrachtig Hart van de Stad, inclusief het Mobiliteitsplan, en Eeuwig Jonge Binnenstad voor het Hart van de Stad zijn hoofdambities en ontwikkelregels geformuleerd.
Het is een gebied dat met zijn centrumfunctie en stedelijke voorzieningen een grote rol speelt in het functioneren van de stad en regio. Het Hart van de Stad is het onbetwiste economische, sociale en culturele centrum van de stad en zal dat ook in 2050 zijn. We versterken de creatieve sector en ontwikkelen stedelijke en culturele voorzieningen. Zo creëren we een bruisende, inclusieve omgeving; een economische vitale plek waar ondernemers zich vestigen en waar mensen graag willen wonen, studeren en elkaar ontmoeten.
De ontwikkeling van het Hart van de Stad gaat hand in hand met vergroenen: het principe 'natuurlijk verstedelijken' vormt hiervoor de basis. uitgangspunt is een goede balans tussen natuur en stedelijke ontwikkeling en het bieden van ruimte aan mens, plant en dier. Het beschermen, herstellen en ontwikkelen van het natuurlijke systeem van de stad- bodem, water, ecologie - gelden als basisconditie bij de doorontwikkeling en verdichting van de stad. Bovendien zijn de condities van het water en van de bodem leidende bij de ontwikkeling van fit gebied en het ecosysteem. Het Weerwater is het natuurlijke hart van dit watersysteem.
Ook is het ontwikkelen van een aantrekkelijk systeem voor onderwijs, kennisinstellingen en werken van belang voor het Hart van de Stad. Zo realiseren we de Windesheimcampus in de binnenstad. Verder zetten we in op innovatie op het raakvlak van technologie en transities, voor duurzame steden van de toekomst. De Zuidoever Weerwater is momenteel grotendeels onbebouwd. Dit gebied ontwikkelt zich de komende jaren tot een innovatiedistrict met kennisinstituten en onderwijsinstellingen. Ook de ontwikkeling van de Green High Tech Campus op de Steiger hoort in dit streven thuis.
Om tegemoet te komen aan de diverse wensen van de Almeerders komen er tussen 2020 en 2030 tenminste 5.000 extra woningen bij in het Hart van de Stad, die ruimte geven aan een grote diversiteit aan bewoners, gebruikers en leefstijlen. Dit aantal kan oplopen tot zo'n 15.000 in de periode tot 2050.
Na 2030 kan het Stationsdistrict zich verder ontwikkelen, waarbij het bedrijventerrein Markerkant 15 transformeert tot een hoogwaardige, stadswijk aan de noordrand van het stadscentrum. Deze nieuwe wijk vormt een schakel tussen de binnenstad en de Staatsliedenwijk, en combineert stedelijk wonen (1.500 tot 3.000 woningen), werken (dienstverlening, kleinschalige bedrijvigheid, creatieve en kennisintensieve functies) en ondersteunende voorzieningen (zoals maatschappelijke functies, detailhandel en horeca) in een groene en duurzame omgeving. Deze transformatie is essentieel voor de ruimtelijke versterking en verdichting van de binnenstad en draagt bij an de groeiopgave van Almere.

In de eerste decennia van de ontwikkeling van Almere is het nog niet gelukt om voldoende werkgelegenheid aan de stad te binden. Almere heeft momenteel de laagste score in de hele noordelijke Randstad als het gaat om de verhouding tussen arbeidsplaatsen en woningen. Toegang tot voldoende werkgelegenheid binnen acceptabele reistijd is een belangrijke pijler van bestaanszekerheid. Voldoende werkgelegenheid is dus essentieel voor de verdere ontwikkeling van Almere.
Daarom zetten we nu in op een vernieuwende economische koers: wonen en werken worden niet langer als gescheiden opgaven benaderd, maar juist in samenhang. Door functiemenging te stimuleren, ontstaan aantrekkelijke, levendige omgevingen waarin wonen, werken en ontmoeten dichter bij elkaar komen. Dit draagt bij aan een aantrekkelijker vestigingsklimaat en is bovendien een noodzakelijke en toekomstgerichte reactie op een fundamenteel nieuwe opgave voor Almere: het ruimtegebrek in de stad. Waar Almere in het verleden kon bouwen met overvloed aan ruimte, dwingt de huidige realiteit ons tot een andere manier van ruimtelijk denken en handelen. We mixen waar dat kan en passend is, maar behouden ook ruimte voor reguliere bedrijventerreinen, omdat niet alle functies zich laten mengen. We richten ons op een substantiële werkgelegenheidsgroei van 55.000 banen tot 2040. De verwachting is dat in 2040 de werkgelegenheid op bedrijventerreinen groeit met 39%, op kantoorlocaties met 5% en in gemengde werkmilieus met 56%. Een groot deel van de groei komt uit de verzorgende sector (60%), die meegroeit met de bevolkingsontwikkeling. Binnen de schaarse ruimte sturen we op een verhoging van het aantal banen per hectare met nadruk op het versterken van de stuwende sectoren (40%), met speciale focus op Tech & Transitie (7.000 banen) en de MKB-maakindustrie. We kiezen gericht voor specialisatie om Almere economisch sterker en weerbaarder te maken en zetten daarbij in op de komst van bedrijven die verantwoordelijk omgaan met milieu, natuur, leefomgeving en dierenwelzijn.
Een diverse en veerkrachtige arbeidsmarkt draagt niet alleen bij aan de welvaart van Almeerders, maar versterkt ook de aantrekkingskracht van de stad voor nieuwe bewoners en bedrijven. In het licht van de huidige economische ontwikkelingen zijn groeisectoren zoals technologie en energietransitie van bijzonder belang. Deze sectoren bieden directe werkgelegenheid én kansen voor innovatie en duurzame groei. Almere positioneert zich steeds nadrukkelijker als centrum voor Tech & Transitie. Door in te spelen op de vraag naar duurzame oplossingen en digitale innovaties, creëren we nieuwe banen en versterken we bestaande sectoren. Het stimuleren van startups en het ondersteunen van gevestigde bedrijven in deze markten is essentieel voor een sterke lokale economie.
Een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt ook om goed onderwijs. Kwalitatief primair onderwijs vormt de ruggengraat daarvan en is een vestigingsvoorwaarde. Voor de jonge beroepsbevolking van Almere is het cruciaal dat er voldoende mogelijkheden zijn om in eigen stad te werken. Een goede afstemming tussen onderwijs, overheid en arbeidsmarkt is daarbij onmisbaar. We bouwen daarom verder aan de kennisinfrastructuur, van MBO tot WO, en versterken de relatie met Tech & Transitie. Ook de introductie van universitair onderwijs en onderzoek in de stad maakt hier onderdeel van uit.
Almere onderscheidt zich als stad met veel praktisch opgeleide inwoners die een sleutelrol spelen in de maakeconomie en duurzame transitie. Tegelijk zijn hoogopgeleiden onmisbaar voor deze ontwikkeling. Een sterke, toekomstbestendige kennisinfrastructuur is dan ook noodzakelijk om talent aan te trekken én te behouden. Deze gerichte focus op werkgelegenheid, innovatie en opleiding vormt de voedingsbodem om Almere te laten uitgroeien tot een slimme, duurzame en dynamische stad. Door slimme technologieën te integreren in infrastructuur en dagelijks leven, verbeteren we de efficiëntie én de levenskwaliteit. Zo bouwen we aan een robuuste ‘smart city’ die voorbereid is op de toekomst.
Almere heeft geleerd dat werkgelegenheid moeilijk direct te sturen is en dat de markt onvoorspelbaar kan zijn. Daarom richt de stad zich op het creëren van sterke randvoorwaarden om bedrijven aan te trekken en talent te behouden. Een goed georganiseerde woonfunctie vormt hierin een belangrijk uitgangspunt, en juist daarmee weet Almere zich te onderscheiden. Tegelijkertijd investeren we in aantrekkelijke, toekomstbestendige werklocaties in een groene, gezonde en klimaatbestendige omgeving, waar ruimte is voor gemengde functies. Nieuw voor Almere is de ontwikkeling van innovatiecampussen en -districten: dynamische plekken met gedeelde voorzieningen waar werken, leren en innoveren samenkomen. Daarmee voegen we een vernieuwend en onderscheidend element toe aan het stedelijk weefsel, dat bijdraagt aan de diversiteit en veerkracht van de stad. Dit sluit naadloos aan op de inzet op Tech & Transitie die kan worden geaccommodeerd in deze innovatiedistricten. Bereikbaarheid is daarbij een cruciale vestigingsvoorwaarde: we zetten in op goed verbonden werklocaties zodat kennis, talent en werk elkaar kunnen versterken, binnen de stad en in de regio.
Het creëren van 55.000 extra banen vraagt een forse ruimtelijke inspanning: circa 300 hectare bedrijventerrein (waarvan nu nog 100 hectare beschikbaar is), 1,5 miljoen m² b.v.o. voor werken in gemengde gebieden en 93.000 m² b.v.o. voor kantoren. Zonder uitbreiding zijn de direct uitgeefbare kavels voor bedrijfshuisvesting binnen vijf jaar op. De grootste ruimtelijke opgaven liggen in het reserveren van nieuwe bedrijventerreinen (o.a. Pampus, Overgooi, Oosterwold) en het faciliteren van werken in gemengde woon-werkgebieden (o.a. Stad-Oost, Olympiakwartier, Muziekwijk-West). Innovatieclusters komen onder meer in de Binnenstad, Zuidoever, Stichtsekant en Pampus.
Ruimtegebrek is nieuw voor Almere. Dit vormt meteen een van de grootste uitdagingen voor de stad. Voorheen was ruimte vanzelfsprekend beschikbaar. Nu vraagt de beperkte ruimte om scherpe keuzes, compacter bouwen en efficiënter ruimtegebruik. Tegelijk neemt de druk op bestaande terreinen toe: maatschappelijke functies vestigen zich er, en sommige bedrijven die nu op terreinen zitten, kunnen ook prima in gemengde stedelijke milieus terecht. Dat betekent dat ook de bestaande bedrijventerreinen geoptimaliseerd moeten worden.
De functiemenging, relatief nieuw voor Almere, wordt essentieel. Terwijl de stad traditiegetrouw inzet op formele werklocaties, komt de verwachte banengroei vooral tot stand in gemengde gebieden waar wonen, werken en ontmoeten samenkomen. Dit vraagt om een andere manier van plannen: werkfuncties en voorzieningen moeten vanaf de start volwaardig onderdeel zijn van woningbouwontwikkelingen. Ook als dat minder grondopbrengst oplevert. Tegelijk blijven reguliere bedrijventerreinen onmisbaar, omdat niet alle functies zich laten mengen. Bijvoorbeeld vanwege geluid of milieubelasting. Mengen waar het kan en scheiden waar het moet is het devies. Transformeren van werklocaties naar woningen wordt kritischer bekeken: het versterken van de economische motor is cruciaal.
Omdat werkruimte vaak trager tot stand komt dan woningen en behoefte eraan lastig te voorspellen is, is het belangrijk om in gebiedsontwikkelingen structureel ruimte voor werken te reserveren en flexibel om te gaan met planvorming. Op bestaande terreinen willen we toekomstbestendige werkmilieus ontwikkelen, met aandacht voor circulaire activiteiten, energieneutraliteit, smart grids, klimaatadaptatie en meer groen en water.
We blijven ook andere kansrijke economische clusters ondersteunen, zoals toerisme en recreatie. We investeren op een duurzame manier in gebieden die ook een regionale, nationale en internationale aantrekkingskracht hebben én die de Almeerse identiteit uitdragen. We onderscheiden hierbij drie Almeerse thema’s die bepalend zijn voor Almeerse DNA. Dat zijn Waterrecreatie, Landschap & Natuur en Urban en Architectuur. We zetten in op de verdere ontwikkeling van vijf toeristisch recreatieve speerpuntgebieden, waar deze thema’s herkenbaar zijn:
1. Almere Centrum
2. Nationaal Park Nieuw Land
3. Kustzone Poort
4. Almeerderhout/Kemphaan
5. Havenkom Almere Haven
Om dit alles te realiseren, is een nauwe samenwerking op regionale schaal tussen overheden, bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen - de zogenaamde ‘triple helix’ - essentieel. Daarnaast zetten we in op samenwerking met andere regio’s binnen economische thema’s, zoals hightech, energie, voedsel en bouw. Het Rijk speelt hierbij ook een belangrijke rol. Binnen het programma ‘Bouwstenen voor bovenregionale samenwerking hightech brandpunten’ wordt Almere beschouwd als toekomstig hightech brandpunt. Samen met het ministerie van Economische Zaken en de provincie Flevoland, spannen we ons in voor de uitbreiding van een hightechbedrijf en de verdere versterking van het hightech economisch systeem in Almere
Ondertussen heeft in de MRA de groei van datacenters geleid tot extra druk op het elektriciteitsnetwerk en beschikbare ruimte. In de MRA is beleid opgesteld dat een beperkte groei voorziet tot 2030. Het vestigingsbeleid in Almere voor datacenters betreft een ‘nee, tenzij’ beleid. Nieuwe aanvragen voor vestiging worden alleen toegewezen als er aantoonbaar en direct belang voor Almere is en aan een aantal voorwaarden wordt voldaan op het gebied van ruimte, energie, water en duurzaamheid. De vraag naar digitale opslagcapaciteit in Almere, en breder in de regio, zal de komende jaren sterk toenemen. Dit is onder meer ingegeven door het thuiswerken. Een goede digitale infrastructuur is dus een steeds belangrijkere voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Een datacenter zal in de toekomst dus nodig zijn om aan deze vraag te voldoen. Op de lange termijn worden daarom de mogelijkheden verkent om datacenters onder voorwaarden te faciliteren, passend bij de ontwikkeling en uitstraling van de stad. Het is daarbij niet wenselijk om datacenters verspreid over bedrijventerreinen te vestigen. De voorkeur heeft clustering van datacenters en aansluiting op bestaande gebiedsontwikkeling, zoals bijvoorbeeld een campus. In het vestigingsbeleid worden regels opgenomen waar datacenters aan moeten voldoen, waar het gaat om meervoudig ruimtegebruik, energie, duurzaamheid, water en restwarmte.

De infrastructuur in Almere nadert op verschillende plekken de grenzen van haar capaciteit. Zonder ingrijpen lopen de netwerken in en rond de stad, met name richting Amsterdam, vanaf 2030 geleidelijk vast. Het simpelweg voortzetten van het bestaande systeem biedt geen duurzame oplossing. Daarom kiest Almere voor een andere koers. Voor de regionale bereikbaarheid wordt ingezet op het uitbreiden en verbeteren van het ov-netwerk en slimme mobiliteitsoplossingen. Binnen de stad wordt gewerkt aan een nieuw bereikbaarheidsmodel waarin lopen en fietsen centraal staan. Daarbij breiden we het gebied in het centrum uit waar de auto minder zichtbaar is.
Mobiliteit gaat over de verplaatsing van mensen en goederen.
Infrastructuur is het netwerk van wegen, spoorlijnen en andere voorzieningen die mobiliteit mogelijk maken.
Vervoermiddelen zijn voertuigen die mobiliteit mogelijk maken, dus gaat om hoe iets of iemand zich verplaatst (inclusief lopen)
Bereikbaarheid beschrijft hoe makkelijk het is om een locatie te bereiken.
Deze begrippen zijn dus onderling afhankelijk: goede infrastructuur en vervoermiddelen maakt mobiliteit makkelijker, en goede mobiliteit verbetert de bereikbaarheid van locaties.
In de ontwikkeling van Almere is een uitstekende aansluiting op de rest van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) onontbeerlijk. Voor de verdere groei van Almere is de komst van een IJmeerverbinding een absolute randvoorwaarde. In de MRA vormen de bestaande sporen een bijna onontwarbare kluwen. De snelle treinen (nationaal en internationaal) en regionale treinen (voor verplaatsingen van bijvoorbeeld Almere naar Amsterdam) maken allemaal gebruik van hetzelfde netwerk. Dat maakt ontvlechting van spoorverbindingen en uitbreiding van de capaciteit bijzonder lastig. Bovendien leidt dit tot grote drukte en (dus) vertraging. Treinen uit de rest van Nederland sluiten, zodra ze de MRA binnenrijden, achter aan in een ‘treinen-file’.
De oplossing is om een groot deel van de regionale verplaatsingen af te wikkelen via het Amsterdamse metronetwerk. Voor de verplaatsingen tussen Almere en Amsterdam gaat het daarbij om het doortrekken van het Amsterdamse metronetwerk via een IJmeerverbinding naar Almere. De IJmeerverbinding ontsluit daarbij een aantal van de grootste ontwikkellocaties binnen de Metropoolregio Amsterdam, zoals Amsterdam IJburg, Almere Pampus en Centraal Almere. Op deze manier kan groot deel van het regionale vervoer tussen Almere en Amsterdam dan per metro plaatsvinden. Door deze aanpassing kan effectiever gebruik worden gemaakt van de capaciteit op het hoofdspoor (Flevolijn). Dit biedt ook weer mogelijkheden voor snellere treinen tussen de MRA, het noorden en oosten van Nederland. Tevens wordt ingezet op betere verbindingen per openbaar vervoer in de avond en nacht naar Amsterdam en Schiphol.
Richting ’t Gooi en Utrecht blijft de Stichtse Lijn, een openbaar vervoerverbinding met de regio Gooi en Vechtstreek-Utrecht, als reservering op de kaart staan. Dit kan in de vorm van hoogwaardige bus, lightrailverbinding, maar ontwikkelt zich bij voorkeur tot een volwaardige intercityverbinding tussen Almere en Utrecht. Op de korte termijn ligt het verbeteren van het openbaar vervoer per bus echter het meeste voor de hand.
Ook de capaciteit van de A6 richting Lelystad en Zwolle en de A27 in de richting van Utrecht zal worden vergroot. Dat word mede ingegeven door de ontwikkeling van de stad aan de oostflank. Hierbij wordt ook rekening gehouden met toename in goederenvervoer over de weg, mede voortkomend uit verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen zoals Stichtsekant.
Tot slot wordt ook het regionale fiets- en busnetwerk uitgebreid, meegroeiend met de behoefte en ten behoeve van ‘fietssnelwegen’.
De komende decennia zal met het aantal inwoners de drukte op de paden en wegen in de stad flink toenemen. We willen de verkeersstromen in Almere zo optimaal mogelijk houden, ook om de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten blijvend te kunnen garanderen. Ons gescheiden vervoerssysteem is daarbij een belangrijke troef. Almere loopt daarin tevens voorop in digitale ontwikkelingen. Het slim monitoren en aansturen van vervoerssystemen biedt veel meerwaarde.
Daarvoor is een mobiliteitstransitie nodig. Uit het oogpunt van duurzaam energiegebruik, klimaatmaatregelen, gezondheid en leefbaarheid, zetten we de komende jaren in op "de zes V's”: verdichten, verbinden, veraangenamen, verknopen, verleiden en verduurzamen. Daarbij houden we vast aan het bestaande, en uitstekende, Almeerse mobiliteitssysteem gebaseerd op functiescheiding tussen lopen, fietsen, auto en openbaar vervoer. Deze Almeerse kwaliteit zetten we ook door in de nieuwe gebieden. We streven naar een blijvend bereikbare stad, zowel overdag- als ‘s nachts.
Verdichten:
Door werkgelegenheid en voorzieningen in de nabijheid van woningen te realiseren worden (middel)lange (auto)verplaatsingen voorkomen. Ook versterkt dit de zogenaamde ‘tegenspits’ vanuit Amsterdam. Waardoor het eerder rendabel zal zijn een (extra) trein te laten rijden. We zetten in op hogere dichtheden en meer functiemenging rondom de OV-knopen. OV-knooppunten zijn de bestaande NS-stations, bustransferium 't Oor en de metrohaltes van de toekomstige IJmeerlijn. Hier komen veel vervoerssystemen samen.
Deze knooppunten zijn een kans voor ontmoetingen en economische activiteiten. Op die knooppunten is het van belang een combinatie te hebben van wonen, werken en voorzieningen. Hiermee worden deze knooppunten optimaal benut en wordt (toekomstige) bewoners en ondernemers een uitstekend bereikbare plek in de stad geboden. Om te midden van deze knooppuntactiviteiten een aantrekkelijke verblijfskwaliteit en leefomgeving te garanderen is de kwaliteit en inrichting van de openbare ruimte juist hier van groot belang.
Verbinden:
We gaan routes voor lopen en fietsen verder verbeteren, zodat je makkelijk en veilig bij voorzieningen en voorzieningenknooppunten kan komen. Dit is van groot belang als we gezondere en duurzame vormen van vervoer willen stimuleren. Dit vraagt ook iets van de toegankelijkheid van de openbare ruimte: iedereen moet hier over kunnen bewegen. Met het oog op de verdere vergrijzing van Almere is het extra van belang dat wordt gekeken naar de kwaliteit van de openbare ruimte en het wegnemen van drempels voor inwoners om zich te verplaatsen.
Veraangenamen:
Het derde uitgangspunt is de menselijke maat. We willen dat mensen elkaar ontmoeten en dat er veel leven is op straat. De openbare ruimte moet een beweeg-, sport- en speelvriendelijke ruimte zijn. Dit geldt ook in belangrijke mate voor het groen in de stad. Dat komt ook de gezondheid van de Almeerders en de sociale cohesie in de stad ten goede.
Belangrijke autowegen kunnen dienen als groene verbindingen tussen wijken en naar de bossen in de buurt. We willen voorkomen dat wegen te breed worden en als barrières gaan fungeren. Ook maken we de infrastructuur bestand tegen extreme omstandigheden, bijvoorbeeld door open en zachte structuren te gebruiken
Verknopen:
Op de al genoemde OV-knooppunten willen we het overstappen tussen verschillende manieren van reizen zo makkelijk mogelijk maken. Er zijn genoeg plekken om fietsen te stallen. Bij het station in het drukke stadscentrum is ruimte voor even snel in- en uitstappen, maar niet om de auto lang te laten staan. Ook stimuleren we mobiliteitshubs. Dit zijn plekken waar mensen hun auto kunnen parkeren op een centrale plek, zodat er in de buurten geen parkeerproblemen ontstaan. Ze maken lopen, fietsen en het OV aantrekkelijker en dragen bij aan een prettige leefomgeving.
sturen op wijkhubs en buurthubs. Wijkhubs zijn grote gebouwen met veel parkeerplaatsen, handig gelegen aan de rand van de wijk om autoverkeer vanuit verschillende richtingen op te vangen. Behalve parkeren kunnen er ook andere voorzieningen zijn. Dit zorgt ervoor dat er minder verkeer is en dat de buurt levendiger en veiliger wordt. In wijkhubs kunnen mensen uit de buurt en bezoekers parkeren en daarna lopen, een deelvoertuig gebruiken of het OV nemen naar hun eindbestemming. Buurthubs zijn kleiner en meer verspreid. Ze voorzien in de parkeervraag van mensen in de buurt en hebben lokale voorzieningen.
Verleiden:
We stimuleren dat Almeerders bij voorkeur andere vervoermiddelen dan de auto gebruiken. Dan is een aantrekkelijk alternatief van essentieel belang. Om die reden maken we het makkelijk om de fiets bij huis, werk of andere bestemmingen te parkeren. Dus we zetten in op goed bereikbare fietsenstallingen, dicht bij huizen, winkels of werkplekken, die veel gemak bieden. Ze zijn openbaar en veilig, met genoeg ruimte voor verschillende soorten fietsen en oplaadpunten. Ook zetten we in op het versterken van de fietsnetwerken en gebruiken we fietsreistijd als uitgangspunt (Bicycle Oriented Development). Verder denken we ook na over de nieuwe (snelle) gebruikers van fietspaden en wat voor effect zij hebben op de bestaande infrastructuur. Tot slot willen we dat parkeerplaatsen zo efficiënt mogelijk worden gebruikt, bijvoorbeeld door ze te delen.
Met ons parkeerbeleid geven we ruimte terug aan bewoners, verbeteren we de luchtkwaliteit en vergroten we de leefbaarheid. Ons parkeerbeleid is gericht op een gezonde balans tussen leefbaarheid, bereikbaarheid, economische vitaliteit en klimaatadaptatie. De parkeernormen zijn niet overal hetzelfde: in stedelijke gebieden is het autobezit lager door de aanwezigheid van openbaar vervoer en voorzieningen. Daar passen we lagere parkeernormen toe om duurzame verstedelijking en woningbouw te ondersteunen. Dit geldt in het bijzonder voor het Hart van de Stad, waar we de voetganger, de fietser, en het openbaar vervoer blijven stimuleren, maar het autoparkeren op bepaalde plaatsen niet langer maximaal faciliteren en meer willen inzetten op alternatieve vervoerwijzen. Deze uitgangspunten passen we ook toe in andere gebieden met hogere dichtheden. In minder stedelijke gebieden blijven de normen hoger, passend bij de autoafhankelijkheid.
Verduurzamen:
Daarnaast is het de opgave de mobiliteit te verduurzamen. Deels zetten onze inwoners en bedrijven daar zelf al stappen in, maar ook moet de stad worden voorbereid op het verduurzamen van de stadslogistiek en het busvervoer. Dit heeft ook een ruimtevraag: in de Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling is bijvoorbeeld aangegeven dat op termijn op 10% van de parkeerplekken in de openbare ruimte laadpunten komen, maar bijvoorbeeld voor elektrisch busvervoer is extra ruimte nodig.
In het zoeken en implementeren van nieuwe oplossingen voor mobiliteit verliezen we niet uit het oog dat de betaalbaarheid van groot belang is. Om ervoor te zorgen dat de stad toegankelijk is en blijft voor iedereen zetten we in op betaalbaar vervoer, dit geldt in grote mate voor het openbaar vervoer.

Dit jaar viert Almere haar 50-jarig bestaan. De Stad met toekomst begint daarmee ook een steeds rijker verleden te krijgen. Dat verleden krijgt vorm in onze ruimte: ons erfgoed. Almere ziet zichzelf als de ‘Hoofdstad van de Post65-periode’. Steeds meer gebouwen, structuren en plekken krijgen betekenis als dragers van de stadsgeschiedenis.
De omgang met erfgoed, nadenken over wat behouden moet blijven en waarom, is nieuw voor Almere, maar wordt steeds belangrijker naarmate de stad ouder wordt. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar onze omgeving én van omgaan met ruimtelijke ontwikkeling.
Cultureel erfgoed draagt bij aan de identiteit van de stad, aan het thuisgevoel van Almeerders en aan de ruimtelijke kwaliteit van buurten en wijken. Het is daarmee van waarde voor álle inwoners. De komende decennia zetten we daarom sterker in op behoud, waardering en het zichtbaar maken van bijzondere plekken in de stad. Almere onderscheidt hierbij twee categorieën erfgoed: bovengronds erfgoed en archeologie.
We onderscheiden voor bovengronds erfgoed drie erfgoedthema’s: De pionierstijd van Almere; het groenblauwe karakter en experimentele ontwerpen. We zijn in Almere al druk bezig met het aanwijzen van erfgoed, zo zijn er bijvoorbeeld de iconen van Almere. Niet al het erfgoed is direct een monument. Hiervoor geldt een aantal uitgangspunten: zo moet het beschermde object, structuur of landschap de Almeerse identiteit uitdragen of benadrukken en de geschiedenis van de stad zichtbaar maken. Daarbij wordt het Almeerse erfgoed niet geconserveerd, maar gebruikt. Behoud door ontwikkeling is hierbij de sleutel. Het aanwijzen van monumenten of beschermde stadsgezichten is echter een ingrijpende maatregel. Daarom is het wenselijk om binnen het welstandsbeleid meer aandacht te besteden aan erfgoedwaarden in post-'65-wijken, specifieke gebieden zoals de Bouwrai’s en de Regenboogbuurt, en de huidige “Iconen van Almere”. Dit draagt bij aan het behoud van deze waarden en karakteristieken, en zorgt ervoor dat ze op een passende wijze worden meegenomen en benut in ruimtelijke ontwikkelingen.
Vanwege het belang daarvan voor de identiteit van Almere gaan we onderzoeken of de meerkernige opzet en het groenblauwe raamwerk (als de natuurlijk tegenhanger daarvan) een officiële erfgoedstatus kan krijgen.
Ook archeologie speelt in een belangrijke rol in Almere: bij vondsten wordt de afweging gemaakt of het behouden kan worden en onderdeel wordt een nieuwe wijk (denk aan Homeruspark) en beleefd kan worden op die plek óf dat het opgegraven kan worden. Bij behoud staan identiteits- en belevingswaarde voor de Almeerders centraal. Doordat er in Almere altijd veel ruimte is geweest kon er veel behouden blijven in de bodem, dit komt echter wel in de knel door grenzen van onze ruimte in zicht komen. In de toekomst toe zullen we hier dus bewuster mee omgaan. Archeologisch erfgoed is een kwaliteit van de bodem, vandaar dat dit in Almere ook een onderdeel vormt van het uitgangspunt ‘water-bodem-sturend’ voor de ruimtelijke ontwikkeling.
De Omgevingsvisie zet stevig in op een breed palet aan ambitieuze doelstellingen. Deze ambities zijn noodzakelijk: ze geven richting aan de gewenste ontwikkeling van de stad en zijn onmisbaar om koers te houden in een tijd van grote maatschappelijke, ruimtelijke en ecologische opgaven.
Tegelijkertijd is het belangrijk te erkennen dat niet alles overal en tegelijk gerealiseerd kan worden. Almere bestaat uit uiteenlopende gebieden, met elk hun eigen identiteit, dynamiek en opgaven. Deze diversiteit vraagt om maatwerk: in verschillende delen van de stad wordt op verschillende manieren en in verschillend tempo gewerkt aan het realiseren van de gezamenlijke ambities. Dit geldt zowel op stadsdeelniveau als op wijkniveau. Sommige ambities kunnen elkaar versterken, maar niet alle ambities kunnen overal een plek vinden. Met de ambities uit de Omgevingsvisie als startpunt zullen we voor elk gebied bij de start van nieuwe ontwikkelingen de afweging maken welke van deze ambities bij uitstek passen in het betreffende gebied en welke ambities minder van toepassing zijn.
De uitvoering van de ambities is daarnaast ook een kwestie van fasering. In samenhang bepalen wat wanneer en waar nodig is, is cruciaal. Niet alleen vanwege de inhoudelijke opgaven, maar ook omdat het financieel niet haalbaar is om alles tegelijk op te pakken. Ambitie betekent ook: durven denken in lange lijnen, met realistische stappen onderweg.
Voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de stad brengen we per gebied dat we oppakken de specifieke doelen, randvoorwaarden en ruimtelijke keuzes in beeld. De Omgevingsvisie vormt daarvoor het startpunt. Op die manier wordt de samenhang tussen de stedelijke ambities en gebiedsgerichte ontwikkeling geborgd, en kan Almere op een zorgvuldige, toekomstbestendige manier verder ontwikkelen.
Om de voortgang op de totale set ambities te waarborgen is jaarlijkse monitoring op het niveau van de stad als geheel van groot belang. We maken daarbij gebruik maken van bestaande voortgangsrapportages, waarin we een rechtstreekse koppeling met de doelen uit de Omgevingsvisie gaan aanbrengen.

Gebiedsaanwijzingen
Reserveringen metro Stichtselijn en IJmeerlaan naast bestaande treinstations
Onderzoeksgebied wonen, werken en passende voorzieningen knoopuntontwikkeling (menging)
Ontwikkelgebied werken, wonen en passende voorzieningen (menging)
Onderzoeksgebied werken, wonen en passende voorzieningen (menging)
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_589bae4fb5a94dcd9786e3463fcf56b9/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_4284341eaeb74d42bf722f31b64d814d/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_ff8ecde8bb9749808176ab5b001263b9/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_824d85625dc34c9cb38a23fe78c0160a/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_6f842eb24e144ef9af35f5f54ee891e3/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_8ed4ae56b9b042e48ec93a71ff011a16/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_b368d79f95bd4c8cb6d55222b8384fc9/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_db5024bbbd064038ac51cac7875f022b/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_c3110d9fa0d54bf38a8866e8886328e4/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_8aefc3a43467407f9a85f752f1c3de3b/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_6b529aa214c84af4817d64901435c28d/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_c08d95c7dcd2419795feaa101b2f6dbb/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_aad20d69ae1746a6b97efbfd8616f65e/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_dcc9e29ab6a84e4fb40dae0b363bb221/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_b2c46dbfa02c410ca3b8b1531f7fad1d/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_19c3875afef242dc82f74c5a4004e3f6/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_a70b521a5cc24c5e9b44e9ea268f878d/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_3ec87fd5514849778bae35031febd543/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_cc0eabaf16f44d43b6ffa685f568ed39/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_56dd820357f84699bd30543ad45eac2e/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_8a79b20f6fcf4bbba3114b66bfce6893/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_543f2d73dabe41ee9f34c58940c5d207/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_a598f73fa2e04ed7bfb2807489833108/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_a19290e785ea4280b30f28a498511ca7/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_508981ea376f4fddb8092ca75f93218a/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_a9660f53239e447598250f100900665a/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_b7acf89cb5e4414580a95dfdc29f29b8/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_cdb1d8a8ed9a43458aab6172a3c6ca30/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_39265c1a862f49eebe3a6413c39c92f2/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_80daf4ace2b741f69757ed47ccd9cc33/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_fc92fedee01b44cdbebf2e1ab0bf6cab/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_c85bdd39f90444239fa66c3fcdffb6d0/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_a20a4868ce8c40fba0fe49b6c10792c2/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_88df47d3c06c40f191dd99449f30aaef/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_54e4c810b4784ac0ba1aa2d634658d2a/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_d75d2e10d8fe4e0e89a498b4e5563335/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_b16a481839be45039f9507030c02aaab/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_e59620752f6a4f9bb01f1eae3094242c/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_32b8318d0c8844d38ba95449ba59d93d/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_476ecb485937434bb4ad0d86584cb928/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_de48a1bae168477ca2ec53e1dd377cbb/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_8ae8bb02036c44b0986568c7aff96e1b/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_997ea63c98b84f09abe6a0e4df8aea85/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_b88f33835c714bbda278c181872ec3e6/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_0b4574a8c62d44259985eb3084e4aee4/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_c08236c776c24c23974e3ac9f2e507c8/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_914c9838c4dc41959c6e8b7dfe339622/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_33ef35f7af3e486db6194a66f0059b65/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_ac3f6b07bb7349c8a0600be3ac2c1d81/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_11c5e94c42c7444ba3d9676bc2ee2c12/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_2e7eae5da07b4521b3511e9e5af23b84/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_f27dbfe028004c1ebd7178e2fa7b492d/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_132d1f555c484877b840f56dd962a807/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_5c42af24ef7e4a60b1c8420eb5ba1424/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_626a689f87ed40638dfb544a41d795b9/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_6dc4f8c646004719950551aec21708e8/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_497a1cbbb23648cf85e194b415db0c61/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_8fe2e860e4814111a268a1303de131c0/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_c413efd22e1f40d5bdaac1bb8feb8032/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_866431f86a3046e994e03d30543a672d/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_36be5772071a4f1eaada0dfcd8938a12/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_df932570585c497c8c9499a61ee9643c/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_ab5eae6108874400ac1a7367781faa69/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_2b7815183776413e90966576048b0906/nld@2026‑01‑22;1
/join/id/regdata/gm0034/2026/gebiedsaanwijzing_31b3743101df4d7b953f95dd4bf6dbda/nld@2026‑01‑22;1
Het Cobra-rapportcijfer is gebaseerd op de scores uit de 3‑30‑300-regel. Het geeft in één getal snel overzicht voor een pand. Belangrijk om te vermelden is dat de regel 30 het zwaarste mee telt in het rapportcijfer, namelijk 50%. De 3 en de 300 tellen ieder voor 25% mee. Wij normaliseren de rapportcijfers tussen de 1 en de 10. De 3‑30‑300 zien wij al een minimumeis. Als een pand aan de regel 3 voldoet krijgt een pand voor dat onderdeel een 6. Voor elke boom extra komt er één cijfer bij tot en met de 10. Als een pand aan de regel 30 voldoet (tussen de 30 en 35%) krijgt een pand voor dat onderdeel een 6. Voor elk 5% extra kroonbedekking komt er één cijfer bij tot en met de 10. Als een pand aan de regel 300 voldoet (maximaal 300 meter) krijgt een pand voor dat onderdeel een 7. Als een pand niet aan de regel 300 voldoet krijgt een pand een 5. Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-32973.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.