overwegende,
dat de Prins Constantijnweg is gelegen in de wijk Prinsenland in het gebied Prins Alexander van de gemeente Rotterdam;
dat de Prins Constantijnweg een gebiedsontsluitingsweg betreft waar een maximumsnelheid van 50 km/u geldt;
dat ten oosten van de Prins Pieter Christiaanstraat een fietsoversteek over de Prins Constantijnweg gelegen is;
dat deze fietsoversteek onderdeel uitmaakt van een fietspad dat door fietsers in beide richtingen wordt bereden;
dat de voorrang ter plaatse in de huidige situatie niet door middel van verkeerstekens is geregeld;
dat hierdoor de algemene voorrangsregels van toepassing zijn en bestuurders die van rechts komen voorrang hebben;
dat dit betekent dat fietsers die vanaf de noordzijde van het fietspad de Prins Constantijnweg naderen voorrang hebben op bestuurders die de Prins Constantijnweg in westelijke richting berijden;
dat de huidige inrichting van de aansluiting onvoldoende duidelijk maakt welke bestuurders ter plaatse voorrang hebben;
dat hierdoor bij bestuurders op de Prins Constantijnweg en fietsers die de weg oversteken onduidelijkheid kan ontstaan over de geldende voorrangssituatie;
dat deze onduidelijkheid kan leiden tot onverwachte rem- en uitwijkmanoeuvres en daarmee tot verkeersonveilige situaties;
dat het gelet op de functie van de Prins Constantijnweg en de herkenbaarheid van de verkeerssituatie wenselijk is om de voorrang ter plaatse eenduidig te regelen;
dat het daarbij wenselijk is dat bestuurders op de Prins Constantijnweg voorrang krijgen op bestuurders die vanaf het fietspad de Prins Constantijnweg oversteken;
dat bestuurders die vanaf beide zijden van het tweerichtingsfietspad de Prins Constantijnweg naderen daarom voorrang moeten verlenen aan bestuurders op de Prins Constantijnweg;
dat het bestaande waarschuwingsbord voor overstekende fietsers wordt verwijderd, omdat de nieuwe bebording de gewijzigde voorrangssituatie ter plaatse duidelijk kenbaar maakt;
dat met de voorgestelde verkeersmaatregel een duidelijke en herkenbare voorrangssituatie wordt gecreëerd;
dat hiermee de kans op conflicten tussen bestuurders op de Prins Constantijnweg en fietsers die de weg oversteken wordt verminderd;
dat het wenselijk is deze verkeersmaatregel in te stellen ter bevordering van de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer;
dat de maatregel, gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw, besluit van 21 april 1994, Staatsblad (Stb.) 1994, 475, zoals nadien gewijzigd), strekt tot:
- •
het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
- •
het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;
- •
het verzekeren van de veiligheid op de weg;
- •
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
dat de weg onder beheer is van de gemeente Rotterdam;
dat in het kader van artikel 24 sub a. van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW, besluit van 26 juli 1990, 460, of zoals nadien gewijzigd) wel overleg heeft plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam, waarbij de Politie positief heeft geadviseerd.
Gelet op artikel 18 aanhef en onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nr. 475, zoals nadien gewijzigd), het bepaalde in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en daartoe bevoegd krachtens door het college van Burgemeester en Wethouders verleend mandaat in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2022 (gemeenteblad 2022-187, zoals nadien gewijzigd);
Besluit:
namens het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
Tot het instellen van een voorrangsregeling ter hoogte van de fietsoversteek over de Prins Constantijnweg, ten oosten van de Prins Pieter Christiaanstraat, waarbij bestuurders op de Prins Constantijnweg voorrang hebben op bestuurders die vanaf het fietspad de Prins Constantijnweg oversteken, middels
- •
het plaatsen van borden B03 op de Prins Constantijnweg en borden B06 op het fietspad, in combinatie met het aanbrengen van haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990, aan weerszijden van de fietsoversteek, zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990;
De directeur van Cluster Stadsbeheer wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Dit besluit wordt zowel in het Gemeenteblad als op de voor de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd.