Dorpenbeleid Westerveld

 

Besluit

De raad van de gemeente Westerveld gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 en gelet op de Participatieverordening 2025, met specifiek hoofdstuk 7. Dorps- en kernendemocratie, als onderlegger voor dit beleid.

 

Besluit vast te stellen: Dorpenbeleid Westerveld

Inleiding

 

Westerveld is een prachtige en uitgestrekte plattelandsgemeente. Het telt ongeveer 20.000 inwoners en heeft een oppervlakte van meer dan 283 vierkante kilometer. Kenmerkend zijn de vele dorpen en buurtschappen, waarbij elke plaats uniek is met zijn eigen sfeer, cultuur en verhaal. Door de verschillen te erkennen willen wij recht doen aan de unieke identiteit en kracht van onze dorpen. De kansen en opgaven die dit met zich meebrengt vragen om flexibiliteit en samenwerking. Om prettig samen te leven en te wonen in Westerveld, is het belangrijk dat we elkaar kennen en begrijpen. Een goede band tussen inwoners, de gemeente en maatschappelijke organisaties is daarbij onmisbaar. Vertrouwen in elkaar en verbinding met elkaar staan voorop.

Als gemeente willen wij dat onze inwoners gaan en blijven participeren. We bedoelen dan meepraten, meedenken en meedoen bij de ontwikkelingen in hun omgeving en nieuw beleid. In het Coalitieakkoord 2022-2026 staat dat we de betrokkenheid van onze inwoners belangrijk vinden en willen vergroten. Om concreet te werken aan: “Inzet op heldere communicatie, participatiemomenten en open overlegstructuur met de samenleving.”

Als inwoners actief meedoen, worden de dorpen sterker en levendiger. Het zorgt ervoor dat mensen zich meer eigenaar voelen van hun dorp en dat gemeentelijke besluiten beter aansluiten bij wat er leeft. Dit kan alleen als inwoners zeggenschap en eigenaarschap ervaren en hebben over hun eigen dorp. Het is dus belangrijk om hier een goede balans in te vinden en duidelijke afspraken te maken over rollen en verantwoordelijkheden. Dit beleid wil daarbij helpen door afspraken te maken en aan te geven hoe we in Westerveld de samenwerking vormgeven, zodat iedereen weet waar hij aan toe is en we samen werken aan vitale en leefbare dorpen.

Als gemeente faciliteren we met dit beleid de formalisatie van de afspraken, maar dit is iets van alle betrokken partijen samen. De cultuur om samen te werken is er, de structuur willen wij nu bieden. Het is een zoektocht geweest naar een nieuwe balans. Evenwicht vinden blijft een continu proces, om de verhoudingen goed te houden.

1.1 Wat is een dorp eigenlijk?

Een dorp is meer dan een verzameling huizen. Het is een gemeenschap van mensen op het platteland, kleiner dan een stad en groter dan een gehucht. Het is een plek waar mensen samenleven, met eigen tradities en gewoonten. Een echt dorp is als een eiland, een eigen wereldje dat toch verbonden is met de omgeving eromheen. Het gaat om de gebouwen, de erven, en vooral ook om de openbare plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Juist deze ontmoetingsplekken en de sociale samenhang zijn cruciaal voor de leefbaarheid en de toekomst van onze dorpen. Initiatieven vanuit de gemeenschap zelf kunnen het karakter en de voorzieningen in een dorp aanzienlijk versterken.

1.2 De geschiedenis van onze dorpen

De manier waarop we in Westerveld samenleven en besturen, kent een lange geschiedenis. In de basis is die manier in de loop der jaren niet veel veranderd.

De brink van een dorp lag vroeger altijd aan de rand van een dorp. Daar werden de dieren verzameld die via de drift naar de “markes” (de gemeenschappelijke weide- en heidegronden) werden gebracht om daar te grazen. Door de jaren heen volgde er steeds meer bebouwing rondom de brinken, waardoor het steeds meer het letterlijke ‘hart’ van het dorp werd. Gelijk is gebleven dat het sociale leven zich hier veelal afspeelt. Denk aan markten, feesten en belangrijke bijeenkomsten. Van oudsher is men gewend om samen te werken en elkaar te helpen, het kenmerkende naoberschap.

Eeuwenlang bestuurden grondbezitters, vooral boeren, hun eigen gebied in zogenaamde ‘boermarken’. Verschillende boermarken samen vormden een ‘kerspel’. Een kerspel kun je zien als een vroege versie van de gemeente. In 1811 kwam de eerste gemeentewet. Langzaamaan kregen de grotere dorpen een eigen gemeentebestuur. Dwingeloo en Havelte werden zelfstandige gemeenten. Diever en Vledder waren eerst samen, maar werden in 1819 toch gesplitst. In 1998 veranderde er veel in Drenthe. Alle gemeenten werden opnieuw ingedeeld. De vier gemeenten Diever, Dwingeloo, Havelte en Vledder werden samengevoegd tot één nieuwe gemeente: Westerveld. Dit zorgde voor een grotere gemeente, waardoor de afstand tussen het bestuur en de inwoners soms ook groter voelt. Sommige dorpsbelangenorganisaties zijn al ontstaan halverwege de 19e eeuw, maar rond de herindeling zijn deze overal geformaliseerd. Het is belangrijk om deze afstand te overbruggen door inwoners actief te betrekken bij beslissingen die hun directe leefomgeving raken.

2. Een wereld die veranderd

 

De wereld om ons heen verandert snel en dat heeft invloed op alles. Zowel in de samenleving, als binnen de overheid is dit merkbaar.

2.1 De samenleving is in beweging

De samenleving is een dynamisch systeem dat continu in beweging is. “De verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving”, zei Koning Willem Alexander in de troonrede van 2013. Hierin wordt verwacht dat iedereen die dat kan, verantwoordelijkheid neemt voor, en actief bijdraagt aan het eigen leven en de omgeving. De individualisering van de samenleving staat echter haaks op wat de participatiesamenleving nastreeft. We leven in een tijd waarin mensen steeds meer op zichzelf zijn gericht, terwijl de noodzaak toeneemt om meer naar elkaar om te kijken. Ook polariseert de samenleving steeds meer en is er sprake van het wij-zij denken, wat zorgt voor verharding. Hierdoor komen mensen op bepaalde thema’s steeds vaker tegenover elkaar te staan in plaats van naast elkaar. Dit kan het lastiger maken om samen tot oplossingen te komen. Het is daarom extra belangrijk om te zoeken naar wat ons bindt en hoe we de dialoog openhouden en met elkaar in gesprek blijven.

Westerveld is een plek waar het naoberschap en de sociale controle nog deels bestaat. Samen de schouders eronder zetten voor de eigen dorpen en omgeving vergroot de saamhorigheid. De manier waarop mensen zich inzetten voor hun omgeving verandert echter wel. Hoewel het naoberschap dus niet verdwenen is, is het wel belangrijk om dit te koesteren en te erkennen in waarde. Het is niet vanzelfsprekend dat er wederkerigheid is en inwoners naar elkaar omkijken, wanneer de individualisering toeneemt. De samenstelling van dorpsbewoners wordt steeds diverser en mensen worden steeds ouder, Westerveld vergrijst dan ook sterk.

Vroeger waren mensen vaak langer lid van een vereniging of organisatie. Nu kiezen mensen vaker voor kortere projecten of zetten ze zich in voor iets wat ze op dat moment belangrijk vinden. Veel mensen willen wel helpen, maar op een manier die past bij hun huidige situatie. Het vraagt om flexibiliteit en het inspelen op veranderende vormen van inzet.

Hoewel er nog steeds inwoners zijn die vinden dat de overheid de zaken gewoon goed moet regelen, zonder dat zij daar zelf veel voor hoeven te doen, is er ook een andere beweging. Mensen die in actie komen als iets hun eigen belang raakt. Zij willen juist hun stem laten horen en invloed hebben op wat er gebeurt. Het principe van ‘not in my backyard’ (niet in mijn achtertuin) is een spanningsveld tussen collectief en individueel belang. Het is vaak lastiger om mensen te betrekken bij onderwerpen die verder van hen afstaan. Het is belangrijk om te erkennen dat verschillende inwoners verschillende behoeften en wensen hebben als het gaat om participeren.

Met de komst van nieuwe bewoners en het vertrek van oude bewoners verandert de samenstelling van dorpen continu. Niet iedereen kijkt op dezelfde manier naar inzet voor het dorp en voelt zich even verbonden met de gemeenschap. Sommige mensen, vooral degenen die al lang in een dorp wonen, zien het naoberschap als een vanzelfsprekende taak. Het ‘hoort’ bij de cultuur van het dorp en zit verweven in ongeschreven regels. Nieuwe bewoners kennen deze niet altijd en zijn soms een andere manier van samenleven gewend.

2.2 Een gemeente die meebeweegt

In Nederland leven wij in een democratie, daarin is geregeld hoe de ‘stem’ van het volk tot uiting komt. Je kunt namelijk niet allemaal tegelijk het land of de gemeente besturen, daarom kiezen we mensen die ons (lokaal) vertegenwoordigen via het kiesrecht.

De veranderingen in de samenleving vragen ook om een andere rol van de overheid en daarmee van de gemeente. Nu zien we dat de leefbaarheid in de dorpen steeds meer afhangt van de inzet van de inwoners. Als de overheid meer taken overlaat aan inwoners en dorpen zelf, kan dat ervoor zorgen dat actieve inwoners de bal oppakken. Het kan echter ook leiden tot teleurstelling als kaders niet helder zijn. Of dat deze inwoners het gevoel krijgen dat alles op hun schouders terechtkomt en zij er alleen voor staan. De gemeente wil daarom meer samenwerken met inwoners, ondernemers en organisaties. De nadruk ligt minder op zelf alles doen, maar juist op stimuleren, verbinden en faciliteren.

Voor inwoners en dorpsbelangenorganisaties is het belangrijk dat ze niet alleen het gevoel hebben dat er naar hen geluisterd wordt, maar dat hun inbreng ook echt tot verandering leidt. Als dat niet zo is, kan er ontevredenheid ontstaan. Duidelijke communicatie over wat er met inbreng gebeurt en hoe de voortgang is in processen is hierbij cruciaal. Als er grenzen zijn in de participatie of het zeggenschap, moet dit op voorhand duidelijk zijn.

Deze nieuwe manier van samenwerken vraagt om vertrouwen in elkaar. De gemeente moet durven loslaten en ruimte geven aan initiatieven uit de dorpen. Inwoners en organisaties moeten verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen. Dit betekent dat iedereen – de gemeente, inwoners, dorpsbelangenorganisaties en bijvoorbeeld Welzijn Mensenwerk – open moet staan voor verandering en flexibel moet zijn. Het gaat om het opbouwen van een partnerschap waarin iedereen zijn rol kent en neemt.

3. Relevante wetten en beleid

 

Het dorpenbeleid van Westerveld staat niet op zichzelf. Het is gebouwd op landelijke wetten en op bestaande beleidskaders binnen de gemeente Westerveld. Deze wetten en plannen vormen samen de ‘beleidskaders’ waarop dit nieuwe beleid moet aansluiten of die als basis fungeren. Ze geven richting aan hoe we met onze inwoners willen omgaan en bieden de instrumenten om de samenwerking en lokale democratie te versterken. Hieronder worden zij eerste op landelijk niveau toegelicht en daarna op gemeentelijke niveau.

3.1 Landelijke wetten: de regels vanuit Den Haag

• Omgevingswet

Deze wet gaat over alles wat te maken heeft met onze fysieke leefomgeving: bouwen, wonen, natuur, milieu. Een belangrijk onderdeel van deze wet is dat gemeenten goede regels moeten hebben over hoe inwoners kunnen meepraten over plannen. Dit noemen we een ‘participatieverordening’. Deze wet biedt een kans om de dialoog met dorpen echt vorm te geven en samen te werken aan een prettige leefomgeving, passend bij de wensen en behoeften van de inwoners.

• Wet versterking participatie op decentraal niveau

Deze wet geldt sinds januari 2025 en verplicht onder andere gemeenten om hun huidige inspraakverordening te vervangen door een participatieverordening. De Participatieverordening gaat verder dan de inspraakverordening door de betrokkenheid van inwoners uit te breiden naar de uitvoering en evaluatie van beleid, niet alleen de voorbereiding. De wet verankert ook het uitdaagrecht, waarmee inwoners de overheid kunnen uitdagen om taken over te nemen. Gemeenten moeten hun inwoners nog beter betrekken bij het maken, uitvoeren en beoordelen van beleid. Inwoners krijgen zo meer invloed op beslissingen die hen direct raken en dit bevordert de democratie.

• Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Deze wet geeft de gemeente de taak om ervoor te zorgen dat inwoners zo goed mogelijk kunnen meedoen in de samenleving en zichzelf kunnen redden. Het gaat om het sterker maken van de sociale samenhang in dorpen en buurten, waarbij initiatieven vanuit de dorpen zelf, zoals een dorpshuis of lokale zorginitiatieven, een belangrijke rol kunnen spelen. De wet zegt wat we moeten doen, maar niet precies hoe. Dat geeft ons de ruimte om het op een manier te doen die bij Westerveld past, met lokaal maatwerk en innovatie vanuit de gemeenschappen zelf.

• Recht op inspraak

Alle inwoners hebben het recht om hun mening te geven over plannen van de gemeente. Dit maakt onderdeel uit van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden bij gemeenteraadsvergaderingen. Het gaat niet alleen om het formele recht op inspraak, maar vooral dat inwoners gehoord worden en daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen.

3.2 Gemeentelijk beleid: onze Westerveldse plannen

• Participatieverordening Westerveld

Dit is de lokale uitwerking van de landelijke wet: versterking participatie op decentraal niveau. Hierin staan de regels over hoe inwoners kunnen meepraten en meedoen, maar ook over hoe ze de gemeente kunnen betrekken bij hun plannen. Het laat zien hoe inwonersparticipatie en overheidsparticipatie werken en kunnen worden ingezet. Het niveau van samenwerken is gekoppeld aan de treden van de participatieladder. Deze verordening biedt de formele borging van onze samenwerkingsfilosofie en fungeert als paraplu voor dit beleid. Het stelt: ‘Ruimte en vertrouwen te geven aan de samenleving en te geloven in de kracht, kennis en kunde van onze inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen door ze op het juiste moment invloed te geven op besluitvorming waardoor het draagvlak wordt vergroot.’

• Omgevingsvisie Westerveld

Dit is de lange termijnvisie voor de fysieke leefomgeving. Dit gaat onder andere over het landschap, de openbare ruimte, wonen en economie. De omgevingsvisie stelt: ‘We scheppen als gemeente randvoorwaarden, bieden kansen en nemen (bureaucratische) obstakels weg. Dit betekent dat we enerzijds ruimte bieden, maar anderzijds ook kaders stellen. We leggen minder op voorhand vast in regels, maar willen in dialoog komen tot maatwerk. Of andersom: we laten waar mogelijk vrij, en reguleren daar waar nodig. We streven ernaar dat elk dorp een functie voor ontmoeting houdt. Om te werken aan: een leefbaar en inclusief Westerveld.’

Onze dorpen in de Omgevingsvisie

Hierin worden de 26 dorpskernen grofweg onderverdeeld in drie typen:

  • VOORZIENINGEN DORPEN

    Deze dorpen hebben naast de functie wonen, een grote diversiteit aan voorzieningen. Dit zijn de vier grote kernen van de gemeente: Diever, Havelte, Dwingeloo en Vledder.

  • DYNAMISCHE DORPEN

    Dynamische dorpen liggen qua omvang tussen de woondorpen en de voorzieningendorpen in. Naast de woonfunctie zijn er nog een paar voorzieningen aanwezig zoals een (door de gemeente ondersteund) dorpshuis of een basisschool. Of ze hebben een strategische ligging ten opzichte van bepaalde dynamische locaties. Voor voorzieningen zoals hoger onderwijs of grotere winkels moeten de inwoners het dorp uit. Tot de dynamische dorpen worden gerekend: Darp, Dieverbrug, Eemster, Frederiksoord en Geeuwenbrug, Nijensleek, Uffelte, Vledderveen, Wapse, Wapserveen en Wilhelminaoord.

  • WOONDORPEN

    Rustig, groen en landelijk wonen in fraaie authentieke dorpen met een belangrijke rol voor gemeenschapszin en zelfredzaamheid. Voorzieningen zijn zeer kleinschalig aanwezig, bijvoorbeeld een rijdende winkel of gastouder. De centrale voorzieningen elders zijn bereikbaar door buurtbus en leerlingenvervoer. Tot de woondorpen worden gerekend: Boschoord, Doldersum, Havelterberg, Leggeloo, Lhee, Lheebroek, Oldendiever, Oude Willem, Wateren, Wittelte en Zorgvlied.

• Maatschappelijke Visie Westerveld

Deze visie zet in op de ‘gezonde, zelfredzame en participerende Westervelder.’ Het laat zien dat we het belangrijk vinden dat onze inwoners gezond zijn, voor zichzelf kunnen zorgen en actief meedoen in de samenleving, het stelt specifiek: ‘Een participerende inwoner doet en denkt mee. Het is belangrijk dat iedereen volwaardig kan meedoen in de maatschappij. Ambitie vitale dorpen en verenigingen: inwoners dragen bij aan het behoud van leefbaarheid in hun eigen omgeving, waarin ruimte is voor ontmoeting en verbinding. Hierbij hoort actief deelnemen aan en verantwoordelijkheid nemen voor het (verenigings)leven.’

 

4. De samenwerking: wie is waarvan?

 

Om goed samen te werken, is het belangrijk dat iedereen weet wie welke rol heeft. Zodat duidelijk is wat je van elkaar mag verwachten en wat eenieder bijdraagt aan de samenwerking. Dat leggen we in dit hoofdstuk uit. Zie het als een team waarin iedereen zijn eigen taak heeft, maar we samengaan voor het beste resultaat.

4.1 De Gemeente Westerveld

Als we het over ‘de gemeente’ hebben, bedoelen we eigenlijk drie verschillende onderdelen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, en de ambtelijke organisatie. Gemeenten zijn politiek gestuurde organisaties. De eindverantwoordelijkheid voor alle besluiten van de gemeente ligt bij het bestuur van de gemeente. De gemeenteraad als hoogste gezagsorgaan neemt haar besluiten in de openbaarheid en legt hiervoor verantwoording af aan haar kiezers. Het gemeentebestuur kent drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders (B&W) en de burgemeester.

De gemeenteraad

De gemeenteraad is de baas van de gemeente en wordt gekozen door de inwoners van Westerveld. Zij zijn vanuit de democratie de stem van alle inwoners en dorpen. Door middel van verkiezingen wordt uitgemaakt welke partijen en personen hier deel van uitmaken. De gemeenteraad stelt kaders en bepaalt daarmee de belangrijkste regels en plannen voor de gemeente. De kaders worden vastgesteld in verordeningen, visies en beleid. Deze kaders zijn zo opgesteld dat ze initiatieven en betrokkenheid vanuit de dorpen mogelijk maken en aanmoedigen. Ook beslissen raadsleden waar het geld van de gemeente aan besteed moet worden. Daarnaast controleert de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders dit correct uitvoert.

Het college van burgemeester en wethouders (college van B&W)

Dit is het dagelijks bestuur van de gemeente, met de burgemeester en een aantal wethouders. Het college voert de plannen en besluiten van de gemeenteraad uit. Zij maken afspraken met bijvoorbeeld dorpsbelangenorganisaties. Deze afspraken moeten passen binnen de plannen van de gemeenteraad en het beschikbare budget. De afspraken worden vastgelegd in een convenant, wat gezien kan worden als een overeenkomst voor partnerschap en gezamenlijke verantwoordelijkheid, met ruimte voor flexibiliteit.

De ambtelijke organisatie (medewerkers van de gemeente)

Dit zijn alle mensen die bij de gemeente Westerveld werken. De gemeentesecretaris heeft de algemene leiding. De medewerkers zorgen ervoor dat de plannen worden uitgevoerd en dat inwoners geholpen worden. De werkzaamheden en afdelingen zijn divers, evenals het doel waarmee of waarvoor inwoners in contact zijn met medewerkers.

- Een deel richt zich daarbij op de inwoner als individu en zaken die betrekking hebben op hun individuele leven. Dit gaat van burgerzaken voor paspoort en huwelijken tot ondersteuning vanuit WMO of Jeugdwet.

- Daarnaast zijn er zaken die meer gericht zijn op het collectief en algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de groenvoorzieningen en wegenonderhoud, woonprojecten tot onderwijshuisvesting.

De gemeentelijke organisatie als geheel wil vooral helpen en mogelijk maken en heeft een faciliterende rol in de samenwerking. We ondersteunen goede ideeën en initiatieven. Dit betekent dat de gemeente actief meedenkt en helpt om hindernissen weg te nemen. De medewerkers van de gemeente moeten daarom een open houding hebben, meedenken, helpen en ondersteunen. De gemeente is benaderbaar, herkenbaar en uitnodigend.

Regisseur sociale leefbaarheid en dorpen

Om de overheid en inwoners dichter bij elkaar te brengen is binnen de gemeente sinds eind 2023 een regisseur sociale leefbaarheid en dorpen aangesteld. Deze persoon is de verbinder tussen de gemeente, inwoners en dorpen. Dit is het vaste en herkenbare aanspreekpunt voor dorpsbelangenorganisaties en inwoners. De rol werkt twee kanten op, namelijk intern en extern. Voor interne collega’s is de regisseur ‘de oren en ogen’ van de gemeentelijke organisatie. Om zo signalen, kansen en belemmeringen op de juiste plek te brengen of op te halen. Deze persoon ziet en hoort veel van wat er in de samenleving en dorpen speelt. Aan de andere kant is het ook de ingang van inwoners naar de gemeente toe. Initiatieven en inwoners worden op weg geholpen in de gemeentewereld en ondersteunt bij het vinden van de juiste informatie en mogelijkheden. De rol is proactief en helpt de samenwerkingen vanuit beide kanten te verbeteren, om zo zorg te dragen voor goede communicatie en verbindingen.

4.2 Inwoners van Westerveld

Hier gaat het om alle mensen die in de gemeente Westerveld wonen, met hun eigen ideeën, kennis en ervaring. Inwoners zijn de kern van onze gemeente. Iedereen beleeft het dorp op zijn eigen manier en alle vormen van betrokkenheid zijn waardevol. Sommigen zijn heel actief in het verenigingsleven of initiëren projecten, anderen genieten meer van de rust en de ruimte. Elke inwoner kan op zijn of haar eigen manier een waardevolle bijdrage leveren aan de Westerveldse samenleving.

Dorpsbelangenorganisaties

Inwoners kunnen zich verenigen in een dorpsbelangenorganisatie. Dit zijn veelal verenigingen van inwoners die opkomen voor het collectief belang van hun dorp. In veel dorpen is een dorpsbelangenorganisatie actief. Ze willen de leefbaarheid behouden en versterken en spelen een belangrijke rol in het mobiliseren van de gemeenschap. Ze weten wat er speelt in hun dorp en kunnen de gemeente advies geven, gevraagd en ongevraagd. Ze zijn een belangrijke gesprekspartner voor de gemeente, maar zijn geen extra bestuurslaag. Zij vertegenwoordigen één dorp of juist een bundeling van kleinere dorpen en/of buurtschappen.

De dorpsbelangenorganisaties bestaan altijd uit vrijwilligers en zetten zich in voor de leefbaarheid van het dorp en werken aan initiatieven die de kwaliteit van leven voor de inwoners verbeteren. De dorpsbelangenorganisaties functioneren naar vermogen representatief en democratisch. De dorpsbelangenorganisaties bestaan altijd uit vrijwilligers en zetten zich in voor de leefbaarheid van het dorp en werken aan initiatieven die de kwaliteit van leven voor de inwoners verbeteren. De dorpsbelangenorganisaties functioneren naar vermogen representatief en democratisch. Op basis van de typenrolbeschrijvingen van Tine de Moor en het Kleine Kernen spel van de BOKD (bijlage 2), moet de basis van een dorpsbelangenorganisatie zijn het fungeren als de verbinder en de vertegenwoordiger in en van het dorp.

Dorpenoverleg Westerveld

Dit is een overlegorgaan waarin de dorpsbelangenorganisaties van Westerveld samenwerken en elkaar ontmoeten. Hun motto is: “Samen staan wij sterker.” Ze willen het contact en de samenwerking tussen de dorpen verbeteren, de gezamenlijke belangen behartigen waar nodig en ervaringen en kennisuitwisseling stimuleren. Dit doen zij voor de dorpen, met de dorpen en namens de dorpen.

Het bestuur van het Dorpenoverleg werkt vanuit hun werkplan (2026-2030) en voert structureel overleg met gemeente. Op bestuurlijk vlakken spreken het stichtingsbestuur en het college van b&w elkaar minimaal één keer per jaar. Met de ambtelijke organisaties is er doorlopend contact en overleg. Het Dorpenoverleg is geen vervanging voor de individuele dorpsbelangenorganisaties, maar juist aanvullend.

Andere gesprekspartners

Bij nieuwe plannen of ontwikkelingen in een dorp is het belangrijk om alle betrokkenen te spreken, niet alleen de dorpsbelangenorganisatie. Dit om een zo divers en breed draagvlak te creëren. Het zijn dan vaak andere verenigingen, partijen of groepen die actief zijn in dat dorp of die buurt. Ook zij zijn belangrijk als het gaat om gebiedsontwikkelingen.

4.3 Maatschappelijke Partners

Dit zijn organisaties die een belangrijke rol spelen in de ondersteuning van inwoners en de leefbaarheid in de dorpen. Deze organisaties vervullen vaak een sleutelrol in het verbinden van mensen en het organiseren van activiteiten. Zij beschikken over kennis en expertise die inwoners of vrijwilligersorganisaties verder kunnen helpen. Een voorbeeld is Welzijn Mensenwerk.

De rol van maatschappelijke partners is goed benoemd, maar het blijft wat algemeen. Overweeg om ook hun verantwoordelijkheden of verwachtingen te benoemen.

Welzijn Mensenwerk

Deze organisatie voert het welzijnswerk uit in Westerveld. Zij ondersteunen inwoners en initiatieven op allerlei gebieden en helpen bij het opzetten en uitvoeren van projecten die de sociale samenhang versterken. De gemeente is opdrachtgever en maakt afspraken over de uitvoering, opgaven en taken waaraan gewerkt moet worden.

BOKD

De BOKD is er rechtstreeks voor Drentse dorpen en dorpshuizen. Zij ondersteunen hen met kennis, een netwerk en belangenbehartiging. Het is een vereniging waar partijen lid van kunnen worden om gebruik te kunnen maken van hun faciliteiten. Momenteel zijn er negen dorpsbelangenorganisaties uit Westerveld aangesloten bij de BOKD. Het lidmaatschapstarief varieert tussen de €74 en €126 per jaar en is afhankelijk van het inwonersaantal voor dorpsbelangenorganisaties.

Actium

Dit is de woningcorporatie die actief is in Westerveld. Vanuit de woningwet maken de gemeente, Actium en hun huurdersvereniging MEVM prestatieafspraken met elkaar. Deze afspraken richten zich veelal op volkshuisvestelijke opgave in Westerveld. Naast hun corebusiness wonen, zetten zij zich ook in voor de leefbaarheid in hun werkgebied. Om zo samen met bewoners en de gemeente te werken aan prettige woonomgevingen. Hun visie op leefbaarheid sluit aan bij dorpen, omdat het streeft naar ‘goed samenleven in een fijne omgeving, met krachtige en veelzijdige wijken’.

 

5. Onze gezamenlijke doelen

 

Samenwerken is de kern van dit dorpenbeleid. Maar wat bedoelen we daar precies mee? Waarom willen we samenwerken en wat moet het opleveren? Daar gaat dit hoofdstuk over. Samenwerken betekent dat we dingen niet alleen doen, maar met elkaar. Denk aan inwoners, de gemeente, verenigingen en organisaties. Het doel is om samen meer te bereiken voor onze dorpen, en een goede samenwerking zorgt ervoor dat ideeën en plannen beter passen bij wat er echt speelt en nodig is in een dorp. Samenwerken is niet altijd makkelijk. Het vraagt tijd, geduld, en soms een nieuwe manier van denken. Het belangrijkste is: we hebben elkaar nodig om onze dorpen nog leefbaarder te maken.

5.1 Wat willen we bereiken?

• Vitale en leefbare dorpen

Leefbaarheid gaat over alles wat te maken heeft met aangenaam wonen, werken en leven van inwoners in de eigen omgeving. We willen de leefbaarheid in alle dorpen van Westerveld verbeteren. Denk aan goede voorzieningen, een prettige woonomgeving en sociale activiteiten. Dit betekent ook dat we streven naar dorpen waar jong en oud zich thuis voelen en waar er aandacht is voor de identiteit van elk dorp. Elk dorp is uniek. Daarom kijken we per dorp wat er nodig is en wat het beste werkt. Er is geen standaardoplossing; we sluiten aan bij de lokale situatie en behoeften. We kijken naar het dorp als geheel. Alles hangt met elkaar samen en kan niet los van elkaar bestaan. Een keuze of ontwikkeling heeft impact op alles.

• Goede samenwerking

Zo werken we samen aan een vitaal en leefbaar Westerveld, waarin iedereen een steentje kan bijdragen en zich eigenaar voelt van de leefomgeving. Door gezamenlijke uitgangspunten, werken wij aan dezelfde opgaven, ieder vanuit zijn eigen rol en taak. We maken heldere afspraken over hoe we samenwerken, zodat de afstand tussen inwoners en de gemeente kleiner wordt. Dit schept duidelijkheid over verwachtingen over en weer. We formuleren heldere rollen en taken: iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt in de samenwerking. Zodat je elkaar ook kunt aanspreken op verwachtingen.

• Kracht en kennis van de samenleving benutten

In onze dorpen is veel kennis, ervaring en enthousiasme. Die willen we als gemeente beter inzetten en waarderen bij ontwikkelingen in dorpen en beleidskeuzes. De gemeenschapskracht is groot en het oplossend vermogen van de samenleving kan andere inzichten bieden. We willen de betrokkenheid en participatie van onze inwoners vergroten en stimuleren, zodat inwoners meer invloed hebben op besluiten die over hun eigen dorp of buurt gaan. Inwoners worden gehoord en kunnen daadwerkelijk bijdragen aan de toekomst van hun eigen leefomgeving. We streven ernaar dat iedereen zich eigenaar voelt van de ontwikkelingen in zijn of haar dorp en trots kan zijn op wat we samen bereiken.

• Goede ondersteuning voor dorpen en vrijwilligers

We zorgen voor duidelijke manieren waarop dorpen en initiatieven geholpen kunnen worden, ‘Door de lokale democratie te stimuleren, de kracht van dorpen versterken’ bijvoorbeeld met advies, geld of door het wegnemen van onnodige regels. Het is daarbij belangrijk dat inwoners weten waar ze terecht kunnen met hun ideeën en dat ze de juiste hulp krijgen om deze te realiseren. Structurele ondersteuning voor dorpsbelangenorganisaties en Dorpenoverleg Westerveld: We bieden deze organisaties ondersteuning op het gebied van zowel advisering als financiën, omdat zij volledig bestaan uit vrijwilligers. Dorpsbelangenorganisaties draaien vaak volledig op vrijwilligers. Zij verdienen goede ondersteuning, zowel met kennis als met geld, en waardering voor hun inzet. We stimuleren en helpen vrijwilligers in de dorpen. We hebben vertrouwen in hun eigen kracht en zorgen voor korte lijntjes. Goede ideeën van inwoners en vrijwilligersorganisaties krijgen de ruimte en het vertrouwen om uitgevoerd te worden. Dit stimuleert creativiteit en lokaal eigenaarschap.

• Aanspreekbaar en toegankelijk zijn als overheid

Oprecht contact en communicatie zijn van groot belang om samen te werken. Zowel op formele als op informele wijze. We proberen ons als gemeente altijd te verplaatsen in de wereld van onze inwoners en hun leefwereld.

• Krachtige dorpsbelangen

We streven naar representatieve dorpsbelangenorganisaties die breed gedragen worden in het dorp. Zij hebben een duidelijke stem voor het algemeen belang van hun gemeenschap. We moedigen dorpsbelangenorganisaties aan om met elkaar in gesprek te gaan over hun rol, het delen van kennis en ervaringen om zo elkaar te versterken.

5.2 De basisprincipes

Goed samenwerken lukt alleen als iedereen meedoet en zich aan een paar basisregels houdt. Met elkaar zorgen wij voor een eerlijk samenspel als wij werken vanuit gezamenlijke waarden en gedrag:

  • 1.

    Wederzijds vertrouwen en respect Uitgaan van goede bedoelingen, ruimte geven, luisteren, begrip tonen en elkaar aanvullen.

  • 2.

    Integriteit en duidelijkheid Doen wat je zegt en zeggen wat je doet als basis voor vertrouwen.

  • 3.

    Partnerschap en wederkerigheid Erkenning dat we elkaar nodig hebben en samenwerken aan dezelfde opgaven. Werken vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid en samen eigenaar zijn van opgaven.

  • 4.

    Open en duidelijke communicatie Zeggen wat je bedoelt, doorvragen en tijdige terugkoppeling. Door regelmatig overleg te voeren met elkaar en in dialoog te blijven. Om elkaar aan te vullen in plaats van in te vullen voor elkaar.

  • 5.

    Lerende en flexibele houding Openstaan voor nieuwe ideeën, aanpassen waar nodig en aansluiten bij wat leeft.

  • 6.

    Heldere afspraken en rollen Duidelijke verwachtingen, taken en verantwoordelijkheden in de samenwerking en kunnen elkaar erop aanspreken als wij deze niet nakomen.

6. Ontmoeten en verbinden

 

Goed contact is de basis voor een goede samenwerking. Daarom vinden we het belangrijk om elkaar regelmatig te spreken, zowel op een formele als op een informele manier. Zeker na de coronatijd, waarin veel contactmomenten wegvielen, willen we hier extra aandacht aan besteden om de vertrouwensrelaties en sociale cohesie te herstellen en verder te versterken. Dit hoofdstuk beschrijft hoe we dat doen en hoe we onze afspraken vastleggen.

6.1 Halfjaarlijks Dorpenoverleg Westerveld

Een bijeenkomst voor alle dorpsbelangenorganisaties in Westerveld, bedoeld voor kennisdeling, het signaleren van overkoepelende thema’s die alle dorpen aangaan en verbinding. Het Dorpenoverleg Westerveld organiseert deze twee keer per jaar. Aanvullend hierop zij eens in de twee jaar ‘cluster’ overleggen.

Zowel de gemeente als Welzijn Mensenwerk en BOKD sluiten hierbij aan. De regisseur sociale leefbaarheid en dorpen en de beleidsadviseur Welzijn & Leefbaarheid zijn de vaste contactpersonen en treden op als actieve luisteraars en partners. Afhankelijk van de onderwerpen kunnen ook andere ambtenaren of bestuurders van de gemeente aansluiten als daar behoefte aan is.

6.2 Tweejaarlijks gesprek tussen College van B&W en erkende Dorpsbelangenorganisatie

Een gesprek om apart met elk dorp te praten over ontwikkelingen, de samenwerking en de afspraken in het convenant. Dit is cruciaal voor maatwerk en het onderhouden van de directe relatie. Als het nodig is, kan er op verzoek van het dorp of het college een extra gesprek gepland worden, wat de flexibiliteit in de samenwerking onderstreept.

Samenwerkingsconvenanten: duidelijke afspraken op papier

De afspraken over de samenwerking tussen de gemeente (specifiek het college van B&W) en de erkende dorpsbelangenorganisaties worden vastgelegd in een convenant. Een convenant is meer dan een contract; het is een levend document dat de basis vormt voor een partnerschap, gebaseerd op wederkerigheid en gezamenlijke ambities. De oude convenanten uit 2004 zijn vernieuwd en passen bij de afspraken in dit nieuwe dorpenbeleid, dat uitgaat van een lerende en aanpassende aanpak. We hebben deze convenanten gemaakt met de positieve bedoeling om de samenwerking goed te houden en nog sterker te maken.

6.3 Informeel ontmoeten: elkaar op een andere manier spreken

Naast de formele gesprekken is het ook goed om elkaar op een lossere manier te ontmoeten. Dat helpt om de banden te versterken, persoonlijke relaties op te bouwen en onderling begrip te kweken, wat de formele samenwerking ten goede komt. De gemeente organiseert twee keer per jaar een informele bijeenkomst: de nieuwjaarsbijeenkomst in januari en een zomerbarbecue voor de dorpen. Het Dorpenoverleg organiseert aan het begin van elke nieuwe periode van de gemeenteraad een “krachttoer” (een inspirerende rondgang langs initiatieven om successen te vieren en inspiratie te delen). Na twee jaar volgt een kleinere versie hiervan.

7. Werken aan vitale en leefbare dorpen: de uitvoering

 

Nu duidelijk is hoe wij met elkaar samenwerken en wie welke rol heeft, betekent dit soms ook wat in de dagelijkse praktijk. In dit hoofdstuk staat wat wij concreet met elkaar gaan doen de komende jaren.

7.1 Initiatieven stimuleren

Vanuit de samenleving ontstaan vele plannen en initiatieven. Deze kunnen worden ondersteund op verschillende manieren. De ID-tafel is bedoeld voor initiatieven van inwoners, verenigingen en organisaties in Westerveld. Inwoners, verenigingen, stichtingen en werkgroepen met een idee of initiatief kunnen hier aankloppen. Een initiatief kan al volledig uitgewerkt zijn, nog in de kinderschoenen staan of zich ergens daartussenin bevinden. De projectgroep van de ID-tafel, die alle aanvragen behandelt en beoordeelt, bestaat uit de regisseur dorpen en sociale leefbaarheid, cultuurcoach, beweegcoach en de dorpsverbinders (opbouwwerkers).

7.2 Van dorpsvisie tot gebieds- en dorpsagenda’s

Een dorpsvisie is een plan dat door de inwoners zelf is gemaakt, voor en door het dorp. Hierin staat hoe het dorp zichzelf ziet en waar het de komende jaren naartoe wil werken. Het is een leidraad voor de toekomst en een belangrijk instrument waarmee dorpen eigenaarschap nemen over hun eigen ontwikkeling. Een dorpsvisie is een goed middel om een dorp leefbaar te houden en de lokale identiteit te versterken. Een goed proces om te komen tot een dorpsvisie is belangrijk, omdat hiermee het draagvlak en de waarde van de uitkomsten wordt verhoogd. Om dit proces te bekostigen kunnen dorpsbelangen hun eigen middelen inzetten of een beroep doen op de IDtafel, door middel van een aanvraag. Ook kan vanuit de ID-tafel ondersteuning geboden worden.

Een gebieds- en/of dorpsagenda is een samenkomst van alle ontwikkelingen en opgaven vanuit alle betrokken partijen. Dorpsvisie en gemeentelijke beleid vormen hiervan de basis en worden uitgewerkt. We kijken goed naar wat er in elk specifiek dorp of gebied nodig is. Samen maken we plannen voor de toekomst. Omdat elk dorp uniek is, is maatwerk belangrijk. We kijken samen met de dorpen waar behoefte aan is en hoe we als gemeente kunnen helpen. De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor het beleid, maar gebruikt de dorpsvisies als belangrijke en gewaardeerde input voor besluiten.’

Voor inwoners, dorpen en dorpsbelangenorganisaties

  • Themabijeenkomsten of scholing faciliteren voor vrijwilligersorganisaties op basis van behoefte.

  • Stimuleren dat meer dorpsbelangenorganisaties zich aansluiten bij de BOKD, om gebruik te maken van de ondersteuningsmogelijkheden, zoals het spelen van het Kleine Kernen Spel.

  • Pilot gebiedsvertegenwoordiging: hoe kunnen dorpen of gebieden nog beter vertegenwoordigd worden en hun stem laten horen?

Acties voor de samenwerking

  • Met elkaar in gesprek blijven, omdat wij samen verder komen. Wij stimuleren het persoonlijke contact.

  • Wij blijven investeren in momenten waarop we elkaar op een ontspannen manier kunnen spreken, en daarmee in het opbouwen van sterke relaties.

  • Pilot gebiedsagenda’s en/of dorpsagenda’s ontwikkelen

Voor maatschappelijke partners

  • Meer samenwerking tussen Welzijn Mensenwerk, Actium en gemeente stimuleren met het centrale thema: leefbaarheid. Om stappen te zetten richting de positionering van een leefbaarheidsteam voor Westerveld.

  • De ID-tafel wordt als opdracht opgenomen in de nieuwe uitvoeringsovereenkomst van Welzijn Mensenwerk en de gemeente, die geldend zal zijn vanaf 2026.

  • Ondersteuning bieden aan inwonersinitiatieven en dorpsbelangenorganisaties door Welzijn Mensenwerk.

  • De regisseur dorpen en sociale leefbaarheid gaat samen met de dorpsverbinders van Welzijn Mensenwerk vroegtijdig in gesprek met dorpen die aan de slag willen met een dorpsvisie.

Voor de gemeente

  • Wij erkennen de rol en functie van de regisseur dorpen en sociale leefbaarheid en borgen deze voor de toekomst. Het belang van bereikbaarheid en continuïteit is groot, de beschikbare capaciteit is en blijft een evaluatiepunt.

  • Financiële ondersteuning bieden aan Dorpenoverleg Westerveld op basis van hun werkplan 2026-2030.

  • Wij stellen nieuwe samenwerkingsconvenanten op voor het erkennen van dorpsbelangenorganisaties. Deze convenanten zijn gebaseerd op wederzijds vertrouwen.

  • De bedragen voor de structurele financiële ondersteuning aan erkende dorpsbelangenorganisaties opnieuw vaststellen en continueren.

  • Kennisdeling en uitwisseling onder dorpen stimuleren via het Dorpenoverleg, zodat er van elkaar geleerd kan worden.

  • Per collegeperiode wordt er op nieuw besloten welk collegelid aanspreekpunt en ambassadeur is voor de dorpen, Dorpenoverleg en inwonersparticipatie. Optioneel kunnen er gebiedswethouders aangesteld worden.

  • Gemeente organiseert en faciliteert een tweede informeel ontmoetingsmoment in de zomer.

  • Budget voor ID-tafel jaarlijks vaststellen binnen de gemeentelijke begroting en aanvullen met externe bronnen.

  • De Uitvoeringsregel Initiateven word vernieuwd en treed herzien in werking vanaf 2026. Om de financiële middelen en budgetten voor initiatieven via de dorpsbelangenorganisaties en de ID-tafel te borgen.

  • Wij gaan experimenteren met structurele communicatie richting dorpsbelangenorganisaties, via een nieuwsbrief.

  • De gemeente blijft werken aan nieuwe vormen van participatie, waaronder digitale participatie via: De Stem van Westerveld. Dit platform wordt bestendigd na het pilotjaar.

  • Het dorpenbeleid als kader of handvat hanteren voor toekomstige beleidsontwikkelingen binnen de gemeente.

8. Ontwikkelproces

 

Om te komen tot wat er nu op papier staat en wat wij met elkaar afspreken over samenwerking en toekomstige ontwikkelingen, zijn er verschillende dingen gedaan. We hebben hier met veel mensen en organisaties aan gewerkt; een voorbeeld van het dorpenbeleid in actie. De gemeente heeft dit proces begeleid en de afspraken vastgelegd, waarbij het proces zelf volgens de principes van samenwerking en participatie is verlopen. Hieronder de belangrijkste stappen die we hebben gezet, die laten zien dat het beleid breed gedragen is en vanuit de praktijk is ontwikkeld:

 

  • Digitale enquête: In het voorjaar van 2024 hebben we een digitale enquête gehouden onder alle dorpsbelangenorganisaties.

  • Krachttoer Westerveld: In september 2024 was er een inspirerende krachttoer

  • Werksessie dorpen: In oktober 2024 hebben we een werksessie georganiseerd met vertegenwoordigers van de dorpen

  • Werksessie ambtelijke organisatie: In februari 2025 was er een interne werksessie met medewerkers van de gemeente

  • Klankboardgroep: In januari, februari en juni 2025 heeft een klankbordgroep meegekeken en advies gegeven.

  • Gesprek gemeenteraad: In april 2025 is er gesproken met de gemeenteraad.

Gedurende het hele proces zijn alle betrokkenen per e-mail op de hoogte gehouden, wat bijdraagt aan transparantie. Ook was er regelmatig afstemming met de werkgroep inwonersparticipatie van de gemeenteraad, wat het respect voor de inbreng van alle betrokkenen onderstreept en past bij een lerende, open aanpak.

 

9. Financiële ondersteuning

 

Om ervoor te zorgen dat onze dorpen levendig blijven en goede ideeën uitgevoerd kunnen worden, is er ook geld nodig. De gemeente Westerveld ondersteunt erkende dorpsbelangenorganisaties, kleine en grote initiatieven financieel op verschillende manieren, omdat we geloven in de kracht van lokale initiatieven en het belang van goede voorzieningen. Dit is vastgelegd in de uitvoeringsregel initiatieven, die in werking treedt vanaf 2026. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe dat werkt.

Bijdrage aan erkende dorpsbelangenorganisaties

Een belangrijke manier om dorpsbelangenorganisaties te helpen, is door een vaste jaarlijkse bijdrage te geven. Dit is een blijk van vertrouwen en biedt continuïteit voor hun werk. Het budget is bedoeld als bijdrage voor de vaste kosten die een dorpsbelangenorganisatie maakt, denk aan kosten voor vergaderingen, bankrekening, verzekeringen, etc. Daarnaast is het bedoeld voor het ondersteunen van kleine initiatieven in het dorp die de leefbaarheid ten goede komen.

De voorwaarden en grondslag voor het ontvangen van deze bijdrage zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregel Initiatieven, welke in gaat vanaf 1 januari 2026. Hierop aanvullend zijn er afspraken vastgelegd in het samenwerkingsconvenant voor erkende dorpsbelangenorganisaties. We belasten de dorpen niet met allerlei eisen over verslaglegging rondom de besteding van financiën, maar vragen hiervoor de verslagen van de algemene ledenvergaderingen op.

Erkende dorpsbelangenorganisaties die een samenwerkingsconvenant hebben afgesloten met de gemeente ontvangen jaarlijks een exploitatiebijdrage van € 550 en een bijdrage om kleine initiatieven in hun eigen omgeving en dorp(en) te mogelijk te maken volgens de volgende staffel:

  • Voor dorpen (samenwerkende dorpen) tot 1000 inwoners € 1.350

  • Voor dorpen (samenwerkende dorpen) van 1001 tot 2000 inwoners € 1.750

  • Voor dorpen (samenwerkende dorpen) van meer dan 2000 inwoners € 2.150

ID-Tafel

Voor de activiteiten van de ID-Tafel (een overlegtafel voor initiatieven en leefbaarheidsvragen) is ook budget gereserveerd. Welzijn Mensenwerk is penvoerder voor dit budget en ontvangt deze specifieke subsidie. De inhoudelijke afspraken worden geïntegreerd in de meerjarige uitvoeringsovereenkomst vanaf 2026.

Grote initiatieven

Wanneer een initiatief groter is qua omvang en niet meer passend is voor bekostiging vanuit eigen dorpsgelden of via de ID-tafel, kan er een aanvraag gedaan worden voor een groot initiatief. Dit kan gedaan worden voor een eenmalige of jaarlijkse subsidie, welke een begroting hebben van € 10.000 of meer. Jaarlijks wordt door de gemeenteraad het budget vastgesteld middels vaststelling van de begroting.

Dorpenoverleg Westerveld

Zij ontvangt vanaf 2026 een structurele bijdrage voor de uitvoering van hun werkplan en dienen hiervoor jaarlijks een subsidieaanvraag in, op basis van de algemene subsidie verordening van de gemeente Westerveld.

Werkbudget Verbinden & Ontmoeten

Voor het organiseren van bijeenkomsten en activiteiten die ontmoeting en verbinding stimuleren, is een werkbudget beschikbaar voor de regisseur dorpen en sociale leefbaarheid.

10. Evaluatie

 

Dit dorpenbeleid is een plan voor de toekomst, maar het is niet in beton gegoten. Het is een proces, geen eindproduct. Het is belangrijk om regelmatig te kijken of het beleid nog goed werkt, of we onze doelen bereiken en of de aanpak aansluit bij nieuwe ontwikkelingen. We hanteren hierbij een lerende aanpak en staan open voor continue verbetering, omdat het iets is van ons samen. Om te zorgen dat het beleid actueel en effectief blijft, zijn er vaste evaluatiemomenten:

• Het hele dorpenbeleid Eén keer in de vier jaar (na elke gemeenteraadsverkiezing, dus per raadsperiode) bekijken we het hele dorpenbeleid opnieuw. We kijken dan of de aanpak nog past bij wat er op dat moment speelt in Westerveld en of aanpassingen nodig zijn.

• De samenwerkingsconvenanten De afspraken over de samenwerking tussen de gemeente en de dorpen (zoals vastgelegd in de convenanten) bespreken we elke twee jaar met de dorpsbelangenorganisaties. Dit biedt ruimte voor feedback en gezamenlijke bijsturing.

 

 

Bijlagen

 

Begrippenlijst

• Algemene wet bestuursrecht - Een wet die, samen met de Gemeentewet, het recht op inspraak van inwoners over plannen van de gemeente regelt.

• Boermarken - Vroegere bestuurseenheden van grondbezitters, vooral boeren, in hun eigen gebied.

• (Collectief) belang - Het gezamenlijke voordeel of de gezamenlijke behoeften van een groep mensen (bijvoorbeeld inwoners van een dorp), in tegenstelling tot individuele belangen.

• Samenwerkingsconvenant - Een convenant is een schriftelijke overeenkomst tussen meerdere partijen, waarin afspraken worden vastgelegd over hoe ze gaan samenwerken om een bepaald doel te bereiken. Het is een manier om de samenwerking te formaliseren en de wederzijdse verwachtingen en verplichtingen helder te omschrijven.

• Individualisering - De maatschappelijke trend waarbij mensen steeds meer op zichzelf gericht zijn.

• Kerspel - Een vroege versie van de gemeente, gevormd door verschillende boermarken samen.

• Leefbaarheid - Alles wat te maken heeft met aangenaam wonen, werken en leven van inwoners in de eigen omgeving, inclusief voorzieningen, woonomgeving en sociale activiteiten.

• Leefomgeving - Alles wat de directe omgeving van mensen beïnvloedt, zoals de bebouwing, natuur, infrastructuur, en de sociale aspecten.

• Maatschappelijke ontwikkelingen - Algemene veranderingen in de samenleving, zoals demografische verschuivingen (vergrijzing, ontgroening), economische trends, of veranderingen in sociale normen en waarden.

• Naoberschap - Is een sociale verhouding binnen een kleine, vaak agrarische, gemeenschap. De naobers ofwel ‘buren in de ruime zin des woords’, staan indien nodig, elkaar bij met raad en daad.

• ‘Not in my backyard’ - Een principe dat een spanningsveld beschrijft tussen collectief en individueel belang, waarbij mensen in actie komen als iets hun eigen belang raakt.

• Omgevingsvisie - De lange termijnvisie van de gemeente voor de fysieke leefomgeving, inclusief landschap, openbare ruimte, wonen en economie.

]• Participatieladder - Een concept waaraan het niveau van samenwerken is gekoppeld, gebruikt in de Participatieverordening.

• Participatiesamenleving - Een concept waarbij van iedereen die dat kan, verwacht wordt dat die verantwoordelijkheid neemt voor, en actief bijdraagt aan het eigen leven en de omgeving.

• Polarisatie - Het proces waarbij de samenleving steeds meer verdeeld raakt, vaak leidend tot ‘wij-zij denken’ en verharding, waardoor mensen vaker tegenover elkaar staan.

• Vrijwilligers(werk) - Onbetaald werk dat mensen uit vrije wil doen voor anderen of voor de samenleving, vaak georganiseerd via verenigingen of stichtingen.

 

 

De vier typen dorpsbelangenorganisaties

Deze rollen kunnen per dorpsbelangenorganisatie verschillen of in de loop van de tijd veranderen, wat de autonomie en flexibiliteit van elke organisatie respecteert. Het belangrijkste is dat de organisatie zich inzet voor de leefbaarheid van hun dorp en bijdraagt aan een vitale gemeenschap. De vier typenrolbeschrijvingen die zijn ontleend aan onderzoek van Tine de Moor, die in 2017 vanuit Universiteit Utrecht, zij deed onderzoek naar Bewoners Overleg Organisaties. In het Kleine Kernenspel dat ontwikkeld is door de Landelijke vereniging voor Kleine Kernen komt dit terug. De BOKD kan met Drentse dorpsbelangenorganisaties dit spel spelen en in gesprek gaan.

1. Representatief; de vertegenwoordiger Dorpsbelangenorganisaties worden veelal gezien als de brug tussen dorp en gemeente. Je bent de spreekbuis voor het dorp richting de gemeente en het aanspreekpunt van de gemeente richting het dorp. Je bent een luisterend oor en daardoor weet je wat jullie dorp wil. De dorpsbelangenorganisatie representeert de inwoners van het dorp of de wijk en dient als inspraakorgaan richting de overheid.

2. Adviserend; de kennisdeler De Kennisdeler kun je zijn door je kennis van recente maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast weet je veel van jullie dorp en houd je jezelf op de hoogte van de gemeentebeleid en politiek. Met deze kennis geven jullie advies; aan het dorp en de gemeente.

3. Verbindend; de verbinder Als verbinder zijn jullie de spin in het web. Dorpsbelangenorganisaties zijn bij uitstek de partij die dorpsgenoten, verenigingen, plaatselijke ondernemers en dorpsinitiatieven bij elkaar brengen. Ook daarbuiten zoeken jullie de verbinding. Met jullie buurdorp(en) bijvoorbeeld. Samen optrekken en elkaar inspireren, daar doet de verbinder het voor!

4. Activerend; de aanjager Samen aan de slag met actief betrokken dorpsgenoten, als dorpsbelangenorganisatie ben je ook de gangmaker door het stimuleren en ondersteunen van nieuwe bewoners/dorpsinitiatieven. Zo zorgen jullie gezamenlijk ervoor dat jullie dorp klaar is voor de toekomst.

Naar boven