Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van het Reglement van orde voor de raad van Aalsmeer 2026

Zaaknummer: Z22-021462

 

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelet op artikel 16 en 87 van de Gemeentewet;

gezien het advies van het presidium d.d. 24 maart 2026 en 11 mei 2026;

besluit vast te stellen het:

Reglement van orde voor de raad Aalsmeer 2026

Hoofdstuk 1 Definities en werkwijze raad

Artikel 1 Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing.

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer.

  • c.

    Commissielid: een door de raad benoemde vertegenwoordiger van een fractie, niet zijnde een raadslid, die deel mag nemen aan de raadscommissie.

  • d.

    Commissievoorzitter: het door de raad aangewezen raadslid dat optreedt als voorzitter bij de raadscommissie Ruimte of Maatschappij en Bestuur.

  • e.

    Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.

  • f.

    Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel.

  • g.

    Motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken.

  • h.

    Nestor: lid dat het langst zitting heeft in de raad. Indien leden evenveel jaren zitting hebben in de raad, gaat het oudste lid in jaren voor.

  • i.

    Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement.

  • j.

    Voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.

  • k.

    Wet: Gemeentewet.

Artikel 2 Werkwijze raad

  • 1.

    Om de kwaliteit van het besluitvormingsproces van de raad te borgen, worden achtereenvolgend drie fases doorlopen: beeldvorming – oordeelsvorming en besluitvorming met betrekking tot de raadscommissie Ruimte, en Maatschappij en Bestuur.

  • 2.

    Rondom zaken die spelen ten aanzien van luchtvaartzaken vindt ter voorbereiding op het besluitvormingsproces een andere werkwijze plaats in de raadscommissie Luchtvaartzaken. Zie hiervoor de verordening commissie Luchtvaartzaken.

  • 3.

    In de raadsvergadering vindt besluitvorming plaats over onderwerpen die in alle drie de raadscommissies worden voorgelegd.

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden en fracties

Artikel 3 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

  • 1.

    Bij de benoeming van een nieuw raadslid stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een commissie in, bestaande uit drie raadsleden. Deze leden worden bijgestaan door de griffier.

  • 2.

    Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

  • 3.

    Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering, in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 4.

    Ingeval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5.

    Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

Artikel 4 Commissieleden (niet-raadsleden)

  • 1.

    Een commissielid wordt benoemd door de gemeenteraad.

  • 2.

    De raad bepaalt hoeveel commissieleden per fractie kunnen worden benoemd.

  • 3.

    Om benoemd te kunnen worden dient een commissielid tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de desbetreffende partij.

  • 4.

    Een commissielid is een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de wet, dat niet tevens een raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

  • 5.

    De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet met betrekking tot de benoemingsvereisten, de onverenigbare betrekkingen en de verboden handelingen voor de raadsleden, alsmede de door de raad voor zijn leden vastgestelde gedragscode, zijn van overeenkomstige toepassing bij de benoeming van commissieleden.

  • 6.

    Commissieleden leggen bij hun benoeming de eed of verklaring en belofte af conform artikel 14 van de wet.

  • 7.

    Commissieleden zijn verplicht tot geheimhouding bij de uitoefening van hun taak indien en voor zover geheimhouding is opgelegd als bedoeld in artikel 87 van de wet.

  • 8.

    Commissieleden mogen aanwezig zijn bij zowel besloten commissie- als raadsvergaderingen.

  • 9.

    Indien een fractie bepaalt dat een commissielid niet langer werkzaam is voor een fractie doet de fractievoorzitter daar schriftelijk mededeling van aan de voorzitter van de raad.

  • 10.

    Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van de fractie zijn benoemd van rechtswege.

  • 11.

    De zittingsduur van een commissielid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven en benoeming wethouders

  • 1.

    Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een commissie onderzoek geloofsbrieven in bestaande uit minimaal drie raadsleden en maximaal één raadslid per fractie.

  • 2.

    Het door de raad vastgestelde functieprofiel wethouders, eventueel aangevuld door het presidium is het uitgangspunt.

  • 3.

    Voorafgaand aan de benoeming tot wethouder geeft de voorzitter opdracht aan een extern bureau tot het uitvoeren van een ontwikkelassessment op basis van het vastgestelde functieprofiel.

  • 4.

    De kandidaat-wethouder wordt gevraagd om toestemming om het rapport te delen met de burgemeester en de commissie onderzoek geloofsbrieven indien de voordracht wordt voortgezet.

  • 5.

    Er vindt een kennismakingsgesprek plaats, onder leiding van een externe voorzitter, tussen de commissie onderzoek geloofsbrieven en de kandidaat-wethouder over de verwachtingen van het ambt van wethouders.

  • 6.

    De gesprekken met de commissie onderzoek geloofsbrieven vinden in beslotenheid plaats.

  • 7.

    De commissie onderzoek geloofsbrieven deelt haar conclusies en aanbevelingen en brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder waarna schriftelijke stemming in de raad plaatsvindt.

  • 8.

    De kandidaat-wethouder legt de eed of verklaring en belofte af.

Artikel 6 Fracties

  • 1.

    Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een kandidatenlijst slechts één lid verkozen dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

  • 2.

    De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

  • 3.

    Als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

  • 4.

    Indien een raadslid uit de fractie stapt en besluit om het raadslidmaatschap zelfstandig voort te zetten, wordt dit raadslid beschouwd als zelfstandig raadslid. Een zelfstandig raadslid voert de naam van “raadslid [achternaam]”. Het gebruik van de aanduiding ‘fractie’ is niet toegestaan door een zelfstandig raadslid dat is afgesplitst. Zelfstandig raadsleden zijn geen fractievoorzitter.

  • 5.

    Bij een fractiesplitsing van twee of meer raadsleden waarbij deze raadsleden aangeven uit de fractie te stappen en gezamenlijk verder te gaan als fractie, geven dezen in de eerstvolgende vergadering aan de voorzitter aan onder welke fractienaam ze verder gaan.

  • 6.

    Deze nieuwe naam van de fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

  • 7.

    Indien er onenigheid is over wie de oorspronkelijke naam mag voeren, bepaalt het partijbestuur dit uiterlijk één week voor de eerstvolgende raadsvergadering of eerder indien de eerstvolgende raadsvergadering binnen één week na de afsplitsing gepland is.

  • 8.

    Een afgesplitste fractie kan geen commissieleden voordragen ter benoeming.

  • 9.

    Bij afsplitsing vervallen alle eventuele raadsbenoemingen van het afgesplitste raadslid.

Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen

Artikel 7 Taken raadsvoorzitter in de vergadering

De raadvoorzitter is belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering;

  • b.

    het handhaven van de orde van de vergadering;

  • c.

    het doen naleven van dit reglement;

  • d.

    hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

Artikel 8 Plaatsvervangend voorzitterschap

  • 1.

    Bij afwezigheid van de burgemeester of indien de burgemeester als portefeuillehouder deelneemt aan de beraadslaging wordt het voorzitterschap waargenomen door een plaatsvervangend voorzitter of nestor.

  • 2.

    De raad benoemt, volgens een vastgesteld functieprofiel, een plaatsvervangend voorzitter.

  • 3.

    De raad kan een benoemd plaatsvervangend voorzitter uit de functie ontheffen als de plaatsvervangend voorzitter niet langer het vertrouwen van de raad heeft.

  • 4.

    De benoeming vindt plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode en bij een tussentijdse vacature.

  • 5.

    Bij verhindering van de raadsvoorzitter en de plaatsvervangend voorzitter treedt de nestor op als vervanger.

Artikel 9 De griffier

  • 1.

    De griffier legt, alvorens het ambt te aanvaarden dan wel in de eerste vergadering na de aanvaarding, in handen van de voorzitter de eed of verklaring en belofte af.

  • 2.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. Alvorens de functie wordt uitgeoefend legt de plaatsvervanger een eed of verklaring en belofte af.

  • 3.

    De griffier ondersteunt en adviseert het conform artikel 2, lid 1 instructie voor de griffier van de gemeente Aalsmeer.

Artikel 10 Het presidium

  • 1.

    De raad heeft een presidium.

  • 2.

    De raad stelt de nadere werkwijze van het presidium vast in een reglement van orde.

Artikel 11 De agendacommissie

  • 1.

    Er is een agendacommissie bestaande uit de voorzitter van de raad, de voorzitters van de raadscommissies Ruimte, en Maatschappij en Bestuur en de plaatsvervangend voorzitter van de raad.

  • 2.

    De voorzitter van de raad is de voorzitter van de agendacommissie.

  • 3.

    De voorzitters van de raadscommissies Ruimte, en Maatschappij en Bestuur worden door de raad benoemd, op grond van een door de raad vastgesteld functieprofiel. Alleen een raadslid dat deel uitmaakt van een fractie die uit tenminste twee raadsleden bestaat kan zich als commissievoorzitter beschikbaar stellen.

  • 4.

    De griffier en de gemeentesecretaris zijn bij elke vergadering aanwezig.

  • 5.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de plaatsvervangend griffier, de gemeentesecretaris door de plaatsvervangend gemeentesecretaris.

  • 6.

    De griffier en gemeentesecretaris hebben een adviserende rol in de agendacommissie.

  • 7.

    Elk lid van de agendacommissie, de voorzitter inbegrepen, heeft één stem in de agendacommissie. Bij meerderheid van stemmen worden voorgelegde beslispunten bepaald. Wanneer de stemmen staken, beslist de voorzitter.

  • 8.

    De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken:

    • a.

      het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, en raadscommissievergaderingen Ruimte, en Maatschappij en Bestuur en de planning van werkbezoeken en andere bijeenkomsten van de raad;

    • b.

      het toetsen van criteria en inplannen van door raadsleden ingediende agendaverzoeken voor agendering van stukken, onderwerpen of thema’s;

    • c.

      alle overige door de raad aan de agendacommissie opgedragen taken.

  • 9.

    De agendacommissie evalueert in technische zin de vergaderingen van de commissies Ruimte, en Maatschappij en Bestuur en kan de commissievoorzitters nadere handreikingen doen.

  • 10.

    De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar.

  • 11.

    De agendacommissie kan digitaal vergaderen en digitaal en schriftelijk besluiten nemen.

  • 12.

    De griffier stelt een verslag op welke wordt vastgesteld in de eerstvolgende vergadering.

Hoofdstuk 4 Het houden van de raadsvergadering (besluitvorming)

Paragraaf 1 Voorbereiding

Artikel 12 Vergaderfrequentie

  • 1.

    In de regel vinden de vergaderingen van de raad plaats volgens een jaarlijks vooraf door het presidium vast te stellen rooster.

  • 2.

    De vergaderingen van de raad vangen in de regel aan om 20.00 uur en eindigen in de regel om 23.00 uur:

    • a.

      de agendacommissie kan in bijzondere gevallen bepalen dat een vergadering op een andere dag en/of tijdstip plaatsvindt;

    • b.

      om 23.00 uur inventariseert de voorzitter of de eindtijd realistisch is gezien het nog te behandelen aantal agendapunten. Op basis van deze inventarisatie besluit de raad welke agendapunten in de betreffende vergadering nog zullen worden behandeld. De overige agendapunten worden teruggegeven aan de agendacommissie met het verzoek te beoordelen om 23.00 uur wanneer deze in te plannen (uitgezonderd de vergaderingen waarin de kadernota en begroting worden behandeld: deze worden volledig afgehandeld).

  • 3.

    de burgemeester kan in bijzondere gevallen bepalen dat een vergadering op een andere dag, tijdstip of locatie plaatsvindt. De burgemeester voert hierover, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.

Artikel 13 Oproep en voorlopige agenda

  • 1.

    De voorzitter zendt ten minste vijf dagen voor de raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. De griffie publiceert de daarbij behorende stukken in het raadsinformatiesysteem.

  • 2.

    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt zo spoedig mogelijk voor aanvang van de raadsvergadering met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden.

  • 3.

    Op de stukken bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 36 en 38 van toepassing.

  • 4.

    De agenda wordt bij aanvang van de raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken

  • 1.

    Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep gepubliceerd volgens de daartoe gemaakte afspraken. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd of gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

  • 2.

    Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van de gemeente geplaatst.

  • 3.

    Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd blijft, in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage of plaatst deze stukken in een vergrendeld deel van het raadsinformatiesysteem.

Artikel 15 Openbare kennisgeving

  • 1.

    Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een lokale krant of media en door plaatsing op de website van de gemeente.

  • 2.

    In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend digitaal plaatsvinden.

Paragraaf 2 Ter vergadering

Artikel 16 Presentielijst

  • 1.

    Voorafgaand aan de vergadering tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt de lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

  • 2.

    Een lid dat de vergadering tussentijds verlaat en daarin niet zal terugkeren, geeft hiervan kennis aan de griffier.

Artikel 17 Zitplaatsen

  • 1.

    De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

  • 2.

    Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.

  • 3.

    De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 18 Vergaderquorum

  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is.

  • 2.

    Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de aanwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met in achtneming van artikel 20 van de wet.

Artikel 19 Deelname aan de beraadslaging door derden

Onverminderd artikel 21 van de wet kan de raad op enig moment besluiten dat derden mogen deelnemen aan de beraadslaging in de raadsvergadering.

Artikel 20 Volgorde sprekers

  • 1.

    Een lid van de vergadering voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  • 2.

    De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanner een lid van de vergadering het woord vraagt over de orde van de vergadering.

Artikel 21 Aantal spreektermijnen

  • 1.

    Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 2.

    De spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

  • 3.

    Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4.

    Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 5.

    Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een (sub)amendement, een motie of initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door de raadslid ingediende.

Artikel 22 Spreektijd

  • 1.

    Voor zover niet door het presidium is bepaald, kan de voorzitter een voorstel doen over de spreektijd van de aanwezigen.

  • 2.

    De agendacommissie kan bepalen hoeveel spreektijd wordt toegekend aan de indiener(s) van een burgerinitiatief.

Artikel 23 Voorstellen van orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen dat kort kan worden toegelicht. De raad beslist hier terstond over.

Artikel 24 Handhaving orde

  • 1.

    Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering over het onderwerp het woord ontzeggen.

  • 2.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde, de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw verstoord wordt, de orderverstoorder laten verwijderen.

Artikel 25 Sociale media

Tijdens de behandeling van agendapunten wordt door de deelnemers aan de vergadering niet via sociale media gecommuniceerd over de raadsvergadering en/of over het onderwerp dat op dat moment wordt behandeld.

Paragraaf 3 Stemmingen

Artikel 26 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging, voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden kort hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 27 Beslissing

  • 1.

    De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

  • 2.

    Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

  • 3.

    De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

  • 4.

    Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden.

  • 5.

    Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

  • 6.

    Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid.

    Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde.

  • 7.

    Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 8.

    Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

  • 9.

    Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing.

  • 10.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

  • 11.

    Ieder raadslid wordt geacht zijn stem uit te brengen. Een raadslid dat niet mag deelnemen aan een stemming dient de vergaderzaal te verlaten. Een raadslid mag geen stem uitbrengen in geval van een situatie uit artikel 28, eerste lid van de wet. Daar is in ieder geval sprake van indien een raadslid een zienwijze heeft ingediend over een bestemmingsplan en voornemens is beroep aan te tekenen.

Artikel 28 Volgorde stemming over amendementen en moties

  • 1.

    Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

  • 2.

    Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

  • 3.

    Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

  • 4.

    Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 29 Stemming over personen

  • 1.

    Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

  • 2.

    Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming deel behoren te nemen.

  • 3.

    Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 4.

    In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

Artikel 30 Herstemming over personen

  • 1.

    Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

  • 2.

    Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen die bij de tweede stemming op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatsvinden.

  • 3.

    Indien bij tussenstemming of de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 31 Beslissing door het lot

  • 1.

    Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing plaatshebben door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven.

  • 2.

    Deze briefjes worden nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd op gelijke wijze opgevouwen, in een stemkistje gedeponeerd en omgeschud.

  • 3.

    Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Paragraaf 4 Verslaglegging, ingekomen stukken

Artikel 32 Verslaglegging

Van iedere raadsvergadering wordt een opname gemaakt die zo spoedig mogelijk na de vergadering via de website van de gemeente beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 33 Besluitenlijst en verslag (transcript)

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor de verslagen, besluitenlijsten en audiovisuele weergave van raadsvergaderingen.

  • 2.

    De besluitenlijst bevat in ieder geval:

    • a.

      de namen van de voorzitter, griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren;

    • b.

      de tekst van de ter vergadering in stemming gebrachte besluiten, initiatiefvoorstellen, moties, amendementen en subamendementen;

    • c.

      stemverklaringen;

    • d.

      de uitslag van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

    • e.

      de geformuleerde toezeggingen die tijdens de vergadering zijn gedaan.

  • 3.

    De concept besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk beschikbaar gesteld aan de leden. De besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

  • 4.

    De leden van de raad en de voorzitter hebben het recht een voorstel tot verandering van hetgeen is opgenomen op de besluitenlijst te doen indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk is weergegeven hetgeen is besloten.

  • 5.

    Het verslag (transcript raadsvergadering) wordt ter besluitvorming voorgelegd in de eerstvolgende raadsvergadering.

  • 6.

    Het vastgestelde verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Artikel 34 Ingekomen stukken

  • 1.

    Bij de raad ingekomen stukken, gericht aan de raad over onderwerpen die het bestuur van Aalsmeer raken, worden op de lijst geplaatst die aan raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd.

  • 2.

    Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van de agendacommissie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Paragraaf 5 Besloten raadsvergadering

Artikel 35 Besloten vergaderingen

  • 1.

    Aangelegenheden waarvan openbare behandeling zich niet verdraagt met een belang genoemd in de Wet open overheid worden voor het besloten deel van de vergadering geagendeerd.

  • 2.

    De deuren worden gesloten, wanneer tenminste twee fracties hierom verzoeken of de voorzitter het nodig acht. De raad beslist vervolgens of er met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 3.

    Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in de vergadering ter kennis van aanwezigen komt.

  • 4.

    De raad, het college, de burgemeester of een commissie kunnen informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, verstrekken aan de raad. Van de geheimhouding wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat de raad dit opheft.

  • 5.

    Bij schending van geheimhouding kan de voorzitter van de raad of het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, besluiten om aangifte te doen bij de politie.

Artikel 36 Besluitenlijst/audioverslag besloten vergadering

  • 1.

    Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijke presentielijst opgesteld en een besluitenlijst gemaakt die niet openbaar mag worden gemaakt, tenzij de raad anders beslist, rekening houdend met wettelijke bepalingen. De besluitenlijst wordt vergrendeld via het raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld.

  • 2.

    De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt vervolgens in de volgende openbare vergadering ter vaststelling aangeboden zonder beraadslaging. Indien het wenselijk is over de inhoud van het verslag het woord te voeren, dan worden deze pas vastgesteld in de eerstvolgende besloten vergadering.

Artikel 37 Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Op besloten vergaderingen is dit reglement van orde van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Paragraaf 6 Toehoorders en pers

Artikel 38 Toehoorders en pers

  • 1.

    Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2.

    Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 3.

    De voorzitter is bevoegd toehoorders die de orde verstoren, te laten verwijderen.

Artikel 39 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 5 Bevoegdheden instrumenten raadsleden

Artikel 40 Agendering

  • 1.

    Indien een raadslid over een onderwerp, voorstel of thema agendering in de commissie wenst, dient hij hiertoe een schriftelijk verzoek in bij de agendacommissie. In het verzoek wordt opgenomen wat het doel van bespreking is en waar de bespreking toe zou moeten leiden. De agendacommissie bespreekt het verzoek in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het verzoek.

  • 2.

    Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen en raadsbrieven van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst voorzien van een voorgestelde afdoeningswijze. Deze lijst wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproeping voor de volgende vergadering aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld. De raadsleden hebben het recht een voorstel van verandering van afdoeningswijze voor te leggen. Een voorstel tot verandering dient uiterlijk op de dag van de raadsvergadering voor 12.00 uur bij de griffie te worden ingediend.

Artikel 41 Collegevoorstel

  • 1.

    Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2.

    Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad, in afstemming met de agendacommissie, binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 42 Amendementen en subamendementen

  • 1.

    Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

  • 2.

    Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.

  • 3.

    Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 43 Moties

  • 1.

    Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter.

  • 2.

    De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

  • 3.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

  • 4.

    Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 44 Initiatiefvoorstel

  • 1.

    Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

  • 2.

    Bij een initiatiefvoorstel vraagt de initiatiefnemer aan de raad om een besluit te nemen over de voorstellen die zijn opgenomen in het initiatief. Daarom dient een initiatiefvoorstel aan de minimale eisen van kwaliteit te voldoen die ook voor de voorstellen van het college gelden.

  • 3.

    Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

  • 4.

    Een initiatiefvoorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

  • 5.

    Een initiatiefvoorstel wordt, nadat het college schriftelijk wensen en bedenkingen heeft gemaakt of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen op de agenda geplaatst van de raadsvergadering.

  • 6.

    De agendacommissie kan oordelen dat het initiatiefvoorstel eerst behandeld dient te worden in een commissie.

  • 7.

    Bij de behandeling van een initiatiefvoorstel in de raad wordt het woord als eerste gevoerd door de raad, waarna de indiener daarop kan reageren gevolgd door het college, dat een advies kan geven.

Artikel 45 Interpellatie

  • 1.

    Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

  • 2.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

  • 3.

    Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in, naar het oordeel van de voorzitter, spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.

  • 4.

    De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 46 Actualiteitendebat

  • 1.

    Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een actualiteitendebat, niet zijnde een interpellatie als bedoeld in artikel 155, tweede lid, van de Gemeentewet, ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat een omschrijving van het onderwerp van debat en een motivering van de spoedeisendheid.

  • 2.

    Een actualiteit is een maatschappelijk actueel onderwerp dat aanleiding geeft tot een gedachtewisseling met de burgemeester, een lid van het college of de raad.

  • 3.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college.

  • 4.

    Aan het begin van de raadsvergadering beslist de raad op het verzoek. Het verzoek wordt toegestaan als naar het oordeel van de raad:

    • a.

      uitstel van de behandeling kan leiden tot onomkeerbare beslissingen van het college of anderszins tot maatregelen dan wel handelingen die onomkeerbaar

      zijn, of;

    • b.

      uitstel van de behandeling dwingt tot het nemen van besluiten dan wel het treffen van maatregelen om een politiek of maatschappelijk onaanvaardbare situatie te voorkomen;

    • c.

      de situatie dermate actueel is dat bespreking in de raadsvergadering wenselijk is.

  • 5.

    Wordt het verzoek toegestaan, dan wordt het onderwerp van debat door de raad in dezelfde vergadering geagendeerd op voorstel van de voorzitter.

Artikel 47 Schriftelijke vragen

  • 1.

    Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

  • 2.

    Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

  • 3.

    Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden.

Artikel 48 Vragenkwartier

  • 1.

    In iedere raadsvergadering is er een vragenkwartier, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen dat het vragenkwartier op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenkwartier eindigt.

  • 2.

    Raadsleden die tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voorde vergadering bij de voorzitter. Er kunnen alleen korte en bondige vragen worden gesteld over actuele zaken die niet kunnen wachten op schriftelijke beantwoording conform artikel 49 van dit reglement.

  • 3.

    De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenkwartier aan de orde worden gesteld.

  • 4.

    De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden.

  • 5.

    Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

  • 6.

    Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  • 7.

    Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

  • 8.

    Tijdens het vragenkwartier kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Artikel 49 Inlichtingen

  • 1.

    Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de wet schriftelijk in bij de griffier.

  • 2.

    De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

  • 3.

    De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk mondeling of schriftelijk aan de raad verschaft, in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering, nadat het verzoek is ingediend.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 50 Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 51 Intrekken oude reglement en citeertitel

  • 1.

    Het reglement van orde op de raad Aalsmeer 2026 treedt in werking de dag na besluitvorming in de raad.

  • 2.

    Het Reglement van orde voor de raad Aalsmeer 2022, vastgesteld 13 april 2022 wordt ingetrokken daags na besluitvorming van het nieuwe reglement van orde.

  • 3.

    Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van orde voor de raad Aalsmeer 2026.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 juni 2026.

De griffier,

H.R.E. Hofland

De voorzitter,

mr. G.E. Oude Kotte

Bijlage was - wordt lijst

Was – wordt lijst Reglement van orde voor de raad gemeente van Aalsmeer 2026

Onderstaande lijst betreft de wijzigingen; de overige artikelen zijn overgenomen van het oude RvO in het RvO 2026. De nummering kan wel gewijzigd zijn.

Was: RvO 2022

Wordt: RvO 2026 (tekst)

Verschillen (uitgebreid)

Artikel 1. Begripsbepalingen:

d. interpellatie

Artikel 1. Definities:

b. college: het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer; c. commissielid: een door de raad benoemde vertegenwoordiger van een fractie, niet zijnde een raadslid, die deel mag nemen aan de raadscommissie; d. commissievoorzitter: het door de raad aangewezen raadslid dat optreedt als voorzitter bij de raadscommissie Ruimte of Maatschappij en Bestuur; h. nestor: lid dat het langst zitting heeft in de raad. Indien leden evenveel jaren zitting hebben in de raad, gaat het oudste lid in jaren voor;

Toegevoegd: er zijn meerdere nieuwe begrippen toegevoegd die niet voorkwamen in het RvO 2022, zoals ‘college’, ‘commissielid’, ‘commissievoorzitter’ en ‘nestor’.

‘Interpellatie’ is vervallen als toegelichte definitie.

Artikel 2. Werkwijze raad

1. Om de kwaliteit van het besluitvormingsproces van de raad te borgen, worden achtereenvolgend drie fases doorlopen: beeldvorming – oordeelsvorming en besluitvorming met betrekking tot de raadscommissie Ruimte en Maatschappij en bestuur;

2. Rondom zaken die spelen ten aanzien van luchtvaartzaken vindt ter voorbereiding op het besluitvormingsproces een andere werkwijze plaats in de raadscommissie Luchtvaartzaken zie hiervoor de verordening commissie Luchtvaartzaken;

3. In de raadsvergadering vindt besluitvorming plaats over onderwerpen die in alle drie de raadscommissies worden voorgelegd.

Artikel 2. Werkwijze raad is toegevoegd.

Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af teleggen.

Artikel 3. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

4. Ingeval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Nummering is aangepast.

Artikel 8. Commissieleden

1. Iedere fractie kan bij de raad maximaal twee personen voordragen van de eigen kieslijst als commissieleden. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de commissieleden.

2. De commissieleden kunnen namens de fractie deelnemen aan de vergaderingen van de raadscommissies;

3. Indien een fractie bepaalt dat een commissielid niet langer werkzaam is voor de fractie, doet de fractievoorzitter van die fractie daarvan een schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de raad.

4. De commissieleden krijgen toegang tot de beschikbare openbare en geheime informatie over de geagendeerde onderwerpen. Commissieleden mogen tevens aanwezig zijn bij zowel een besloten raadsvergadering als bij een besloten commissievergadering.

5. De gedragscode voor leden van de raad is van overeenkomstige toepassing op de commissieleden.

6. Een commissielid is geen commissielid meer als niet meer wordt voldaan aan de in lid 1 van dit artikel gestelde eisen.

7. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de raad.

8. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van de commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.

Artikel 4. Commissieleden (niet-raadsleden)

1. Een commissielid wordt benoemd door de gemeenteraad;

2. De raad bepaalt hoeveel commissieleden per fractie kunnen worden benoemd;

3. Om benoemd te kunnen worden dient een commissielid tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de desbetreffende partij;

4. Een commissielid is een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de wet, dat niet tevens een raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;

5. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet met betrekking tot de benoemingsvereisten, de onverenigbare betrekkingen en de verboden handelingen voor de raadsleden, alsmede de door de raad voor zijn leden vastgestelde gedragscode, zijn van overeenkomstige toepassing bij de benoeming van commissieleden;

6. Commissieleden leggen bij hun benoeming de eed of verklaring en belofte af conform artikel 14 van de wet;

7. Commissieleden zijn verplicht tot geheimhouding bij de uitoefening van hun taak indien en voor zover geheimhouding is opgelegd als bedoeld in artikel 87 van de wet;

8. Commissieleden mogen aanwezig zijn bij zowel besloten commissie- als raadsvergaderingen;

9. Indien een fractie bepaalt dat een commissielid niet langer werkzaam is voor een fractie doet de fractievoorzitter daar schriftelijk mededeling van aan de voorzitter van de raad;

10. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van de fractie zijn benoemd van rechtswege;

11. De zittingsduur van een commissielid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

De raad bepaalt hoeveel commissieleden per fractie worden benoemd i.p.v. het maximum van twee per fractie.

Nummering aangepast.

Artikel 6 Benoeming wethouders

1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. De commissie betrekt de eindconclusie van de risicoanalyse integriteit in haar advies.

2. Kandidaat-wethouders werken actief mee aan een risicoanalyse integriteit, uitgevoerd door een extern bureau. De burgemeester geeft de opdracht voor de risicoanalyse.

De risicoanalyse bestaat in ieder geval uit:

a. het overleggen van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) en de door de kandidaat verstrekte gegevens aan de onderzoeker;

b. controle van de overlegde gegevens en een open bronnenonderzoek door de onderzoeker;

c. bespreking van de risicoanalyse met de kandidaat door de onderzoeker in het kader van hoor- en wederhoor.

De risicoanalyse is niet openbaar en wordt uitsluitend aan de kandidaat verstrekt. De onderzoeker verstrekt de eindconclusie van het onderzoek aan de burgemeester in de vorm van een samenvattende rapportage met uitsluitend voor de benoeming relevante zaken. De burgemeester brengt verslag uit aan de raad over de eindconclusie.

Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en benoeming wethouders

1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een commissie onderzoek geloofsbrieven in bestaande uit minimaal drie raadsleden en maximaal één raadslid per fractie;

2. Het door de raad vastgestelde functieprofiel wethouders eventueel aangevuld door het presidium is het uitgangspunt;

3. Voorafgaand aan de benoeming tot wethouder geeft de voorzitter opdracht aan een extern bureau tot het uitvoeren van een ontwikkelassessment op basis van het vastgestelde functieprofiel;

4. De kandidaat-wethouder wordt gevraagd om toestemming om het rapport te delen met de burgemeester en de commissie onderzoek geloofsbrieven indien de voordracht wordt voortgezet;

5. Er vindt een kennismakingsgesprek plaats, onder leiding van een externe voorzitter, tussen de commissie onderzoek geloofsbrieven en de kandidaat-wethouder over de verwachtingen van het ambt van wethouder;

6. De gesprekken met de commissie onderzoek geloofsbrieven vinden in beslotenheid plaats;

7. De commissie onderzoek geloofsbrieven deelt haar conclusies en aanbevelingen en brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder waarna schriftelijke stemming in de raad plaatsvindt;

8. De kandidaat-wethouder legt de eed of verklaring en belofte af.

Inhoudelijk gewijzigd: waar in 2022 de focus lag op juridische toets en integriteitsonderzoek (VOG en risicoanalyse), is in 2026 de nadruk verschoven naar een breder selectieproces met ontwikkelassessment, gesprekken en profielgestuurd beoordelen.

Artikel 7. Fracties

1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.

2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

Artikel 6. Fracties

1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren;

Artikel 1 en 2 samengevoegd. Toegevoegd is de volgende zin: Is onder een kandidatenlijst slechts één lid verkozen dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Nummering is aangepast.

Artikel 7. Taken raadsvoorzitter in de vergadering.

1. De raadvoorzitter is belast met:

a. Het leiden van de vergadering;

b. Het handhaven van de orde van de vergadering;

c. Het doen naleven van dit reglement;

d. Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

Artikel toegevoegd.

Artikel 9. Benoeming plaatsvervangend voorzitter

1.De raad benoemt uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter op basis van een door de raad vastgesteld profiel. Ieder raadslid kan zich hiervoor kandidaat stellen;

2. De raad kan de door hem benoemde plaatsvervangend voorzitter uit zijn functie ontheffen als hij niet langer het vertrouwen van de raad geniet;

3. De benoeming van de plaatsvervangend voorzitter vindt bij voorkeur plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zitting nadat het nieuwe college (bij aanvang van een nieuwe raadsperiode) is geïnstalleerd en bij het tussentijds openvallen van de functie van plaatsvervangend voorzitter;

4. De plaatsvervangend voorzitter kan door de voorzitter van de raad verzocht worden zijn taak over te nemen tijdens de vergadering.

Artikel 8. Plaatsvervangend voorzitterschap

1. Bij afwezigheid van de burgemeester of indien de burgemeester als portefeuillehouder deelneemt aan de beraadslaging wordt het voorzitterschap waargenomen door een plaatsvervangend voorzitter of nestor

2. De raad benoemt, volgens een vastgesteld functieprofiel, een plaatsvervangend voorzitter

3. De raad kan een benoemd plaatsvervangend voorzitter uit de functie ontheffen als de plaatsvervangend voorzitter niet langer het vertrouwen van de raad heeft.

4. De benoeming vindt plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode en bij een tussentijdse vacature.

5. Bij verhindering van de raadsvoorzitter en de plaatsvervangend voorzitter treedt de nestor op als vervanger

Lid 5 toegevoegd, nestor als vervanger voorzitter en plaatsvervangend voorzitter.

Nummering aangepast.

Artikel 4. De griffier

1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van de agendacommissie, het presidium en bij informele bijeenkomsten van de raad.

2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de door de raad aangewezen plaatsvervanger.

3.De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 9. De griffier

1. De griffier legt, alvorens het ambt te aanvaarden dan wel in de eerste vergadering na de aanvaarding, in handen van de voorzitter de eed of verklaring van belofte af;

2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. Alvorens de functie wordt uitgeoefend legt de plaatsvervanger een eed of verklaring en belofte af;

3. De griffier ondersteunt en adviseert het conform artikel 2, lid 1 instructie voor de griffier van de gemeente Aalsmeer.

Beschrijving rol en toevoeging eed of verklaring en belofte. Ook toegevoegd instructie voor de griffier.

Artikel 3. De agendacommissie

1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van de raadscommissies, de voorzitter van de raad en de plaatsvervangend voorzitter van de raad.

2. De voorzitters van de raadscommissies worden door de raad benoemd op grond van een door de raad vastgesteld functieprofiel. Alleen een raadslid dat deel uitmaakt van een fractie die uit tenminste twee raadsleden bestaat, kan zich als commissievoorzitter beschikbaar stellen.

3. Jaarlijks evalueert het presidium het functioneren van de commissievoorzitters.

5. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken:

a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, en raadscommissievergaderingen en de planning van werkbezoeken, informele overleggen en andere bijeenkomsten van de raad;

b. het bespreken van de termijnplanning van de raad met de onderwerpen die het college voorstelt ter besluitvorming;

c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet.

8. Daags na de vergadering van de agendacommissie koppelt de griffier de uitkomsten van het overleg terug aan raadsleden, commissieleden en college.

Artikel 11. De agendacommissie

1. Er is een agendacommissie bestaande uit de voorzitter van de raad, de voorzitters van de raadscommissies Ruimte en Maatschappij en Bestuur en de plaatsvervangend voorzitter van de raad.

2. De voorzitter van de raad is de voorzitter van de agendacommissie;

3. De voorzitters van de raadscommissies Ruimte en Maatschappij en Bestuur worden door de raad benoemd, op grond van een door de raad vastgesteld functieprofiel. Alleen een raadslid dat deel uitmaakt van een fractie die uit tenminste twee raadsleden bestaat kan zich als commissievoorzitter beschikbaar stellen.

4. De griffier en de gemeentesecretaris zijn bij elke vergadering aanwezig;

5. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de plaatsvervangend griffier, de gemeentesecretaris door de plaatsvervangend gemeentesecretaris;

6. De griffier en gemeentesecretaris hebben een adviserende rol in de agendacommissie;

8. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken

a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, en raadscommissievergaderingen Ruimte en Maatschappij en Bestuur en de planning van werkbezoeken en andere bijeenkomsten van de raad;

b. het toetsen van criteria en inplannen van door raadsleden ingediende agendaverzoeken voor agendering van stukken, onderwerpen of thema’s

c. alle overige door de raad aan de agendacommissie opgedragen taken;

9. De agendacommissie evalueert in technische zin de vergaderingen van de commissies Ruimte en Maatschappij en Bestuur en kan de commissievoorzitters nadere handreikingen doen;

10. De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar;

11. De agendacommissie kan digitaal vergaderen en digitaal en schriftelijk besluiten nemen;

12. De griffier stelt een verslag op welke wordt vastgesteld in de eerstvolgende vergadering en koppelt uitkomsten terug aan raadsleden, commissieleden en/of college

Vervallen: artikel 3 en 8.

Toegevoegd: de voorzitters van de raadscommissies Ruimte en Maatschappij en Bestuur.

Toegevoegd: Artikel 2,4,5,6,9,10 en 11.

Nummering gewijzigd.

Artikel 12. Vergaderfrequentie

1. In de regel vinden de vergaderingen van de raad plaats volgens een jaarlijks vooraf door de raad vast te stellen rooster.

2. De vergaderingen van de raad vangen in de regel aan om 20.00 uur en eindigen in de regel om 23.00 uur;

a. De agendacommissie kan in bijzondere gevallen bepalen dat een vergadering op een andere dag en/of tijdstip plaatsvindt;

b. Om 23.00 uur inventariseert de voorzitter of de eindtijd realistisch is gezien het nog te behandelen aantal agendapunten. Op basis van deze inventarisatie besluit de raad welke agendapunten in de betreffende vergadering nog zullen worden behandeld. De overige agendapunten worden teruggegeven aan de agendacommissie met het verzoek te beoordelen wanneer deze in te plannen (uitgezonderd de vergaderingen waarin de kadernota en begroting worden behandeld: deze worden volledig afgehandeld).

3. De burgemeester kan in bijzondere gevallen bepalen dat een vergadering op een andere dag, tijdstip of locatie plaatsvindt. De burgemeester voert hierover, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.

Artikel 12 toegevoegd.

Artikel 10. Oproep en voorlopige agenda

2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden.

Artikel 13. Oproep en voorlopige agenda

2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt zo spoedig mogelijk voor aanvang van de raadsvergadering met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden.

3. Op de stukken bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 36 en 38 van toepassing.

4. De agenda wordt bij aanvang van de raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 2 gewijzigd.

Toegevoegd artikel 2,3 en 4.

Artikel 11. Aanvullende agenda; vaststellen agenda

Artikel 11 is komen te vervallen en/of geïntegreerd in artikel 13.

Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken

3. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage of plaatst deze stukken in een vergrendeld deel van het raadsinformatiesysteem.

Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken

3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van artikel 25 van de wet geheimhouding is opgelegd blijft, in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage of plaatst deze stukken in een vergrendeld deel van het raadsinformatiesysteem.

Lid 3 gewijzigd.

Artikel 15. Openbare kennisgeving

1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een lokale krant of media en door plaatsing op de website van de gemeente;

2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend digitaal plaatsvinden.

Artikel 15 is toegevoegd.

Artikel 14. Presentielijst

1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 16. Presentielijst

1.Voorafgaand aan de vergadering tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt de lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld;

2. Een lid dat de vergadering tussentijds verlaat en daarin niet zal terugkeren, geeft hiervan kennis aan de griffier.

Volgorde gewijzigd en artikel 2 toegevoegd.

Artikel 17. Zitplaatsen

1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen;

2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium;

3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 17 toegevoegd

Artikel 18. Vergaderquorum

1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is;

2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de aanwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met in achtneming van artikel 20 van de wet.

Artikel 18 toegevoegd.

Artikel 19. Deelname aan de beraadslaging door derden.

Onverminderd artikel 21 van de wet kan de raad op enig moment besluiten dat derden mogen deelnemen aan de beraadslaging in de raadsvergadering.

Artikel 19 toegevoegd

Artikel 20. Volgorde sprekers

1.Een lid van de vergadering voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben;

2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanner een lid van de vergadering het woord vraagt over de orde van de vergadering.

Artikel 20 toegevoegd.

Artikel 16. Spreektijd

1. Het presidium bepaalt of er gekozen wordt voor een spreektijdenregeling. Indien dat het geval is bepaald het presidium hoeveel spreektijd wordt toegekend aan de deelnemers aan de raadsvergadering.

2. Voor zover niet door het presidium is bepaald, kan de voorzitter een voorstel doen over de spreektijd van de aanwezigen.

Artikel 22. Spreektijd

1. Voor zover niet door het presidium is bepaald, kan de voorzitter een voorstel doen over de spreektijd van de aanwezigen;

2. De agendacommissie kan bepalen hoeveel spreektijd wordt toegekend aan de indiener(s) van een burgerinitiatief.

Lid 1 RvO 2022 wordt beschreven in het RvO Presidium artikel 2 lid b. Lid 3 is toegevoegd.

Artikel 18. Voorstellen van Orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Artikel 23. Voorstellen van orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen dat kort kan worden toegelicht. De raad beslist hier ter stond over.

Toegevoegd: toelichting ordevoorstel.

Artikel 18a. Handhaving orde

Artikel 24. Handhaving orde

Tekstcorrectie

Artikel 20. Beslissing

Artikel 27. Beslissing

3. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen;

4. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezigen raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden;

5. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad;

6. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde;

7. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging;

8. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming;

9. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing;

10. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit;

11. Ieder raadslid wordt geacht zijn stem uit te brengen. Een raadslid dat niet mag deelnemen aan een stemming dient de vergaderzaal te verlaten. Een raadslid mag geen stem uitbrengen in geval van een situatie uit artikel 28, eerste lid van de wet. Daar is in ieder geval sprake van indien een raadslid een zienwijze heeft ingediend over een bestemmingsplan en voornemens is beroep aan te tekenen.

Artikelen 3-11 toegevoegd.

Artikel 32. Verslaglegging

Van iedere raadsvergadering wordt een opname gemaakt die zo spoedig mogelijk na de vergadering via de website van de gemeente beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 33 toegevoegd

Artikel 26. (Audio/Video)Verslag en besluitenlijst

2. Een verslag bevat in ieder geval:

b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;

e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

Artikel 33. Besluitenlijst en verslag (transcript)

2. De besluitenlijst bevat in ieder geval:

b. De tekst van de ter vergadering in stemming gebrachte besluiten, initiatiefvoorstellen, moties, amendementen en subamendementen;

c. Stemverklaringen;

d. De uitslag van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

e. De geformuleerde toezeggingen die tijdens de vergadering zijn gedaan;

4. De leden van de raad en de voorzitter hebben het recht een voorstel tot verandering van hetgeen is opgenomen op de besluitenlijst te doen indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk is weergegeven hetgeen is besloten;

5. Het verslag (transcript raadsvergadering) wordt ter besluitvorming voorgelegd in de eerstvolgende raadsvergadering;

Verslag gewijzigd in besluitenlijst.

2b tot en met 2e gewijzigd.

Lid 3: concept-besluitenlijst wordt beschikbaar gesteld aan de leden; niet meer openbaar.

Toegevoegd lid 4 en 5.

Artikel 35. Besloten vergaderingen

1. Aangelegenheden waarvan openbare behandeling zich niet verdraagt met een belang genoemd in de Wet open overheid worden voor het besloten deel van de vergadering geagendeerd;

2. De deuren worden gesloten, wanneer tenminste twee fracties hierom verzoeken of de voorzitter het nodig acht. De raad beslist vervolgens of er met gesloten deuren zal worden vergaderd;

3. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in de vergadering ter kennis van aanwezigen komt;

4. De raad, het college, de burgemeester of een commissie kunnen informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, verstrekken aan de raad. Van de geheimhouding wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat de raad dit opheft;

5. Bij schending van geheimhouding kan de voorzitter van de raad of het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, besluiten om aangifte te doen bij de politie.

Toegevoegd

Artikel 29. Verslag besloten vergadering

1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raads- en commissieleden ter inzage gelegd bij de griffier of ter kennis gesteld aan de raadsleden en commissieleden in het raadsinformatiesysteem in een vergrendeld deel van het raadsinformatiesysteem.

2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.

3.De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier

ondertekend.

Artikel 36. Besluitenlijst/audioverslag besloten vergadering

1. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijke presentielijst opgesteld en een besluitenlijst gemaakt dat niet openbaar mag worden gemaakt, tenzij de raad anders beslist, rekening houdend met wettelijke bepalingen. De besluitenlijst wordt vergrendeld via het raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld;

2. De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt vervolgens in de volgende openbare vergadering ter vaststelling aangeboden zonder beraadslaging. Indien het wenselijk is over de inhoud van het verslag het woord te voeren, dan worden deze pas vastgesteld in de eerstvolgende besloten vergadering.

Artikel 40. Agendering

1. Indien een raadslid over een onderwerp, voorstel of thema agendering in de commissie wenst, dient hij hiertoe een schriftelijk verzoek in bij de agendacommissie. In het verzoek wordt opgenomen wat het doel van bespreking is en waar de bespreking toe zou moeten leiden. De agendacommissie bespreekt het verzoek in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het verzoek;

2. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen en raadsbrieven van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst voorzien van een voorgestelde afdoeningswijze. Deze lijst wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproeping voor de volgende vergadering aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld. De raadsleden hebben het recht een voorstel van verandering van afdoeningswijze voor te leggen. Een voorstel tot verandering dient uiterlijk op de dag van de raadsvergadering voor 12.00 uur bij de griffie te worden ingediend.

Artikel 41 toegevoegd

Artikel 37. Collegevoorstel

2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 41. Collegevoorstel

2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad, in afstemming met de agendacommissie, binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Toegevoegd: ‘in afstemming met de agendacommissie’’.

Artikel 34. Amendementen en subamendementen

Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

Artikel 42. Amendementen en subamendementen

1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat;

Toegevoegd: ‘’schriftelijk’’.

Artikel 36. Initiatiefvoorstel

2. Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

3. Een initiatiefvoorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

Artikel 44. Initiatiefvoorstel

2. Bij een initiatiefvoorstel vraagt de initiatiefnemer aan de raad om een besluit te nemen over de voorstellen die zijn opgenomen in het initiatief. Daarom dient een initiatiefvoorstel aan de minimale eisen van kwaliteit te voldoen die ook voor de voorstellen van het college gelden;

3. Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen;

5. Een initiatiefvoorstel wordt, nadat het college schriftelijk wensen en bedenkingen heeft gemaakt of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen op de agenda geplaatst van de raadsvergadering;

6. De agendacommissie kan oordelen dat het initiatiefvoorstel eerst behandeld dient te worden in een commissie;

7. Bij de behandeling van een initiatiefvoorstel in de raad wordt het woord als eerste gevoerd door de raad, waarna de indiener daarop kan reageren gevolgd door het college, dat een advies kan geven.

Gewijzigd artikelen 2, 3 en 5. Toegevoegd artikel 7

Artikel 41. Vragenkwartier

2. Raadsleden die tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, melden dit onder

aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voorde vergadering bij de voorzitter. Er kunnen alleen vragen worden gesteld over actuele zaken die niet kunnen wachten op schriftelijke beantwoording conform artikel 39 van dit reglement.

5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

Artikel 48. Vragenkwartier

2. Raadsleden die tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voorde vergadering bij de voorzitter. Er kunnen alleen korte en bondige vragen worden gesteld over actuele zaken die niet kunnen wachten op schriftelijke beantwoording conform artikel 49 van dit reglement.

5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

Artikel 2 en 5: toegevoegd ‘’korte en bondige’’.

Artikel 44. Intrekken oude reglement

Het Reglement van orde voor de raad Aalsmeer 2021 wordt ingetrokken.

Artikel 45. Inwerkingtreding en citeertitel

1. Dit reglement treedt in werking op 14 april 2022.

2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor de raad Aalsmeer 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 april 2022.

Artikel 51. Intrekken oude reglement en citeertitel

1. Het reglement van orde op de raad Aalsmeer 2026 treedt in werking de dag na besluitvorming in de raad.

2. Het Reglement van orde voor de raad Aalsmeer 2022, vastgesteld 13 april 2022 wordt ingetrokken daags na besluitvorming van het nieuwe reglement van orde.

3. Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van orde voor de raad Aalsmeer 2026 

 

Naar boven