Programma van Eisen - Ondersteuning bij financiële vragen 2027-2028

 

1. Inleiding

Het domein ‘Sociale basis en preventie’ kent drie subsidieregelingen:

  • Subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie - organisaties met beroepsinzet

  • Subsidieregeling Jeugdactiviteiten - organisaties met vrijwillige inzet

  • Subsidieregeling Sociale Basis en Preventie - organisaties met vrijwillige inzet

Op grond van deze regelingen verleent de gemeente Ede subsidie. Bij subsidies van meer dan € 50.000 geldt daarbij ook een Programma van Eisen (Hierna: PvE). Dit is vastgelegd in de Algemene subsidieverordening Ede 2017 (hierna; ASV 2017). Het PvE is het beleidsinhoudelijke kader dat de gemeente Ede opstelt en op basis waarvan organisaties een subsidieaanvraag kunnen doen. Daarnaast gelden ook de kaders die opgenomen zijn in de genoemde subsidieregelingen.

 

In het eerste gedeelte, ‘Visie van het Gemeentebestuur’, staan de doelen en uitgangspunten benoemd, zoals door de Gemeenteraad vastgesteld. Dit zijn de doelen en uitgangspunten uit de gemeentebegroting en uit inhoudelijke beleidskaders. We willen dat de activiteiten/diensten waarvoor we subsidie verlenen, aansluiten bij de gemeentelijke beleidsdoelen.

 

Het tweede gedeelte bevat de opgave voor organisaties: voor welk probleem of voor welke vraag een organisatie een subsidieaanvraag kan indienen. Uit de subsidieaanvraag moet o.a. blijken hoe en welke activiteit en/of de dienstverlening bijdraagt aan de te behalen resultaten, en op welke indicatoren wordt gemonitord. In onderdeel 2 van dit PvE is verder uitgewerkt wat in de aanvraag terug moet komen.

 

2. VISIE VAN HET GEMEENTEBESTUUR

Onderstaande is een korte uitwerking van de leidende principes van de nieuwe gemeentelijke Visie Sociaal Domein. Bij ieder leidend principe geven we een korte toelichting en sluiten we af met een set aan vragen aan partners in de sociale basis.

 

Visie Sociaal Domein Voorkomen is beter dan genezen

We vinden het als gemeente belangrijk dat inwoners mogelijkheden hebben om gezonder en vitaler te leven. Dat we in onze buurten en wijken omkijken naar elkaar, we elkaar om hulp durven vragen en elkaar helpen. Waar inwoners met lichamelijke, sociale en emotionele uitdagingen om kunnen gaan en richting kunnen geven aan hun eigen leven. We gaan van ‘ziekte en zorg’ naar ‘gezondheid en preventie’.

 

Om dit te bereiken zetten we in op beschermende factoren en trachten we de invloed van risicofactoren te verminderen. Sommige doelgroepen hebben onze steun meer nodig dan anderen. We richten ons daarom vooral op ouderen, kinderen en jongeren en psychisch kwetsbare inwoners. Levensgebeurtenissen maken we allemaal mee en kunnen een grote impact hebben. We organiseren beschikbare hulp en ondersteuning rondom deze belangrijke gebeurtenissen zodat inwoners meer rust en grip ervaren.

 

We zetten in op vijf leidende principes:

  • 1.

    Voorkomen is beter dan genezen

  • 2.

    We kijken breed naar gezondheid

  • 3.

    Ongelijk investeren voor gelijke kansen

  • 4.

    We doen het samen

  • 5.

    We investeren in collectieve hulp

We lichten de vijf leidende principes en de rol die wij voor de sociale basis zien hieronder toe.

 

1. Voorkomen is beter dan genezen

Dit leidende principe is de titel van onze visie en is daarmee overkoepelend. Ook de andere leidende principes koersen immers (deels) op preventie. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ houdt in dat we vooral kijken naar onderliggende oorzaken van problematiek. We hanteren hierbij het concept Positieve Gezondheid en zetten preventief in op de dimensies van gezondheid: lichamelijk functioneren, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en het dagelijks functioneren.

 

De sociale basis kan van betekenis zijn door de activiteiten die zij aanbiedt te richten op het versterken van beschermende factoren en verminderen van risicofactoren binnen de dimensies van (positieve) gezondheid. Voorbeelden van beschermende factoren zijn het hebben van een sociaal netwerk, bestaanszekerheid, eigen regie over het leven, ouderbetrokkenheid, je onderdeel voelen van de maatschappij en mee kunnen doen; deze factoren dragen bij aan een positieve gezondheid. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld eenzaamheid, financiële problemen en verlies van werk; deze factoren bedreigen een goede gezondheid. Signaleren is hier ook een belangrijk onderdeel in. Op tijd zien dat iemand iets nodig heeft en een reikende hand bieden.

 

We vragen organisaties om in hun plan op te nemen op welke factoren van gezondheid en preventie zij zich richten en hoe zij dit samen met partners en inwoners vormgeven.

 

2. We kijken breed naar gezondheid

We bekijken gezondheid vanuit het integrale model van positieve gezondheid. Gezondheid gaat namelijk niet alleen over aan- of afwezigheid van ziekte, maar om het vermogen om te gaan met de fysieke, sociale en emotionele uitdagingen van het leven. Dit vermogen is afhankelijk van de zes dimensies van positieve gezondheid die onder 1 genoemd zijn.

 

Levensgebeurtenissen zoals geboorte van een kind, overlijden, scheiding of verlies van inkomen kunnen grote impact hebben op de verschillende dimensies van gezondheid en de veerkracht van mensen (tijdelijk) verminderen. Dat is de reden dat we de (preventieve) ondersteuning van inwoners rond levensgebeurtenissen willen versterken. De sociale basis speelt hier een belangrijke rol, omdat de organisaties informeren, signaleren, ondersteunen en verwijzen.

 

We vragen organisaties om op basis van data, signalen en eigen expertise, in hun subsidieaanvraag uit te werken op welke elementen van positieve gezondheid zij zich focussen en hoe de activiteiten bijdragen aan positieve gezondheid.

Aanvullend hierop vragen we organisaties om te noemen hoe zij oog hebben voor levensgebeurtenissen en de impact hiervan op hun doelgroep.

 

3. Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Niet elke buurt, doelgroep of gemeenschap heeft hetzelfde nodig om zich te kunnen redden en mee te kunnen doen. Daarom kiezen we er bewust voor onze schaarse middelen ongelijk te investeren om gelijke kansen te creëren. We richten ons extra op die inwoners en buurten/wijken waar de problemen het grootst zijn en waar hulp en ondersteuning het hardst nodig is. Tegelijk zorgen we ervoor dat de basisvoorzieningen op orde zijn en voor iedereen beschikbaar blijven.

 

Deze aanpak is onlosmakelijk verbonden met ons inclusiebeleid. Een inclusieve samenleving is geen vanzelfsprekendheid, maar een bewuste keuze. De diversiteit in onze gemeente – qua achtergrond, cultuur, levensbeschouwing, seksuele oriëntatie of beperking – vraagt om maatwerk. Ongelijk investeren betekent dat we rekening houden met de specifieke drempels die verschillende groepen ervaren, en dat we ondersteuning bieden op de momenten dat levensgebeurtenissen zich voordoen, ook bij inwoners die niet direct in kwetsbare omstandigheden lijken te verkeren.

 

Wij vragen de sociale basis om actief te signaleren welke groepen ondersteuning nodig hebben en op basis van ervaringen en data het activiteitenaanbod gerichter in te zetten voor deze groepen inwoners in kwetsbare omstandigheden. Daarnaast vragen we organisaties om in de subsidieaanvraag aandacht te besteden aan diversiteit binnen de eigen organisatie en haar activiteiten en hoe u bijdraagt aan een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig kan participeren. Concreet vragen we:

  • Cultuursensitiviteit: Hoe toont uw organisatie zich cultuursensitief en hoe draagt u bij aan een omgeving waarin iedereen zich welkom voelt?

  • Discriminatiebestrijding: Hoe gaat u om met signalen van discriminatie en buitensluiting?

  • Ontmoeting: Hoe stimuleert u initiatieven die inwoners met verschillende achtergronden met elkaar in contact brengen, zodat begrip en verdraagzaamheid groeien?

4. We doen het samen

In Ede is sprake van een sterke verbondenheid binnen gemeenschappen. We bouwen hierop voort. Inwoners, de gemeente en partners in de sociale basis ondersteunen elkaar, werken actief samen en zetten zich actief in voor de omgeving. We werken samen, op alle niveaus, vanuit erkenning van ieders kwaliteiten. De sociale basis faciliteert verbinding tussen verschillende groepen inwoners, stimuleert (bewoners)initiatieven en de inzet van vrijwilligers en versterkt talenten, zodat iedereen een bijdrage kan leveren. Onze partners binnen de sociale basis zoeken oplossingen voor problemen op de eerste plaats binnen het netwerk en de context van de inwoner zelf. Inwoners hebben zelf veel kennis in huis. We maken daarom gebruik van hun ervaringsdeskundigheid. We normaliseren het vragen en bieden van hulp aan elkaar. En schalen hulp en ondersteuning met elkaar op en af waar nodig.

 

We vragen onze partners binnen de sociale basis dat zij op de eerste plaats binnen het netwerk en de leefwereld van de inwoner naar oplossingen zoeken. Aanvullend hierop vragen we organisaties om de samenwerking met andere organisaties te zoeken waarmee het eigen aanbod versterkt kan worden.

 

5. We investeren in collectieve hulp

We verschuiven onze aandacht en middelen van individuele naar collectieve voorzieningen, dit geldt zowel voor de preventieve als curatieve (geïndiceerde) voorzieningen. We zetten in op deze beweging omdat we met:

  • Collectieve voorzieningen efficiënter omgaan met de beperkte financiële en personele middelen in de zorg, zodat we de zorg toegankelijk en betaalbaar houden.

  • De inzet van collectieve voorzieningen de verbinding en de onderlinge steun tussen gebruikers (inwoners) versterken en inzet op collectieve voorzieningen draagt ook bij aan het normaliseren van problematiek.

Zo blijft geïndiceerde zorg beschikbaar voor wie dat het hardst nodig heeft.

 

We vragen de sociale basis om mét elkaar - informele en formele partners van Wmo en Jeugd en ketenpartners - de beweging te maken van individuele trajecten naar collectief aanbod.

 

3. VRAAG AAN ORGANISATIE

De volgende zaken zien wij graag toegelicht in de subsidieaanvraag.

 

Visie

Bovenstaand is de visie van het gemeentebestuur geschetst. In uw aanvraag beschrijft u hoe uw aanvraag in algemene zin aansluit bij de beweging die de gemeente wil maken.

Probleem of vraaganalyse

 

 

 

 

 

We vragen om bij te dragen aan oplossingen in de preventieve sfeer, gebaseerd op de leidende principes zoals hierboven beschreven, rond het ondersteunen van inwoners met een vraag over financiële zorgen of problemen.

 

Belangrijke aandachtspunten bij deze vraag zijn:

  • Het stimuleren en maximaal bereiken van vrijwilligers is een essentieel onderdeel, waarbij aangesloten wordt bij hun motivatie en energie;

  • Wanneer gewerkt wordt met professionals in plaats van vrijwilligers, vindt samenwerking plaats met vrijwilligersorganisaties die zich ook op ondersteuning bij financiële vragen richten;

  • Het betrekken van het netwerk van de inwoner.

Beschrijf aan welk probleem of vraagstuk u een bijdrage wilt leveren.

Onderdeel van de analyse zijn:

  • -

    Op basis van feiten, cijfers en eigen ervaringen aantonen op welke problemen uw activiteitenprogramma zich richt;

  • -

    Een onderbouwing van hoe de voorgestelde activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen

  • -

    indien van toepassing: een reflectie op uw inzet het afgelopen jaar en hoe u het geleerde wilt toepassen in voorliggend vraagstuk.

  • -

    de vragen voortkomend uit de leidende principes

Beschrijving van de doelgroep

 

 

 

Inwoners in een kwetsbare financiële situatie, met bijvoorbeeld een beperkt sociaal netwerk en/of ontoereikende financiën en/of onvoldoende lichamelijke of psychische gezondheid.

 

De doelgroep wordt ook expliciet omschreven in de subsidieaanvraag. Ook wordt een inschatting gemaakt van het aantal te bereiken personen.

 

Beschrijving activiteiten en/of diensten

 

 

 

Het betreft het verbinden van vrijwilligers aan hulpvragers op het gebied van:

  • Schulden/ geldzorgen

  • Administratie en financiële vragen

Wanneer sprake is van zwaardere financiële problemen of als er problemen op meerdere levensgebieden zijn (waaronder ook financiële problemen) dan kan ondersteuning door professionals geboden worden, waar mogelijk in samenwerking met vrijwilligersorganisaties.

 

Het kan zowel gaan om preventieve inzet met als doel het voorkomen van (specialistische) ondersteuning en/of preventieve inzet gelijktijdig of na afloop van (specialistische) ondersteuning met als doel netwerkversterking en het eerder afbouwen van andere vormen van ondersteuning/ versterken van de zelfredzaamheid. De uitvoering geschiedt in principe door een vrijwilligersorganisatie.

 

Het is mogelijk dat de vrijwilligers aangestuurd worden door een betaalde coördinator/medewerker. Let op dat subsidie voor een betaalde coördinator/medewerker alleen wordt verleend als voldaan wordt aan de in de subsidieregeling opgenomen voorwaarden.

 

Beschrijf in uw aanvraag:

  • Activiteiten: Gedetailleerde beschrijving van de geplande activiteiten.

  • Frequentie: Hoe vaak de activiteiten plaatsvinden (wekelijks, maandelijks, etc.).

  • Locatie: Waar de activiteiten plaatsvinden (buurthuizen, scholen, etc.)

  • Effectiviteit: hoe draagt uw activiteit of dienst bij aan de gemeentelijke visie en leidende principes. Waar mogelijk hanteert u methodieken die zich in de praktijk bewezen hebben (evidence-based).

Resultaten

De inzet draagt bij aan één of meerdere van de volgende resultaten:

  • Financiële zelfredzaamheid

  • Inzet van specialistische/zwaardere vormen van ondersteuning is voorkomen of eerder gestopt door de vrijwillige inzet

  • Inwoners worden laagdrempelig ondersteund

In uw aanvraag beschrijft u hoe u bijdraagt aan deze doelen en resultaten.

Samenwerking met partners

In de subsidieaanvraag beschrijft u met welke organisaties u samen gaat werken bij het uitvoeren van de activiteit/dienst.

U beschrijft tevens het doel van de samenwerking en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van de dienstverlening.

 

  • Partners: Lijst van organisaties en instellingen waarmee concreet wordt samengewerkt.

  • Rol en Bijdrage: Beschrijf de rol en bijdrage van de belangrijkste partners in het project.

Meten voortgang en rapportage

 

Welke concrete indicatoren worden er ingezet om de resultaten te meten?

 

In uw aanvraag geeft u aan welke indicatoren u inzet en monitort. Dit komt vervolgens terug in de verantwoording van uw subsidie (indien deze wordt toegekend).

In de aanvraag beschrijft u hoe de effecten van uw activiteiten gemeten worden:

  • Evaluatieplan: Beschrijf hoe en wanneer de activiteiten geëvalueerd worden.

  • Indicatoren: Specifieke indicatoren die gebruikt worden om de voortgang en resultaten te meten.

  • Feedback: Beschrijf hoe feedback van deelnemers en stakeholders wordt verzameld en gebruikt voor verbetering.

De verantwoording bevat zowel kwalitatieve elementen (zoals casusbeschrijvingen) als kwantitatieve elementen (indicatoren).

 

Voor organisaties die ondersteuning bieden bij financiële vragen stellen we vanuit de Gemeente Ede in ieder geval de volgende indicatoren voor:

  • Aantal gestarte trajecten

  • Aantal afgeronde trajecten

  • Welke specifieke groepen u bereikt en de aantallen

  • Welk aantal inwoners u bereikt

  • Welk aantal vrijwilligers u bereikt

  • Hoe u aansluit bij de behoefte en energie van vrijwilligers

  • Of u inwoners heeft doorverwezen en waarnaartoe

  • Omschrijving van thema’s/ontwikkelingen/problematiek die u bij inwoners heeft gesignaleerd, bijvoorbeeld met betrekking tot eenzaamheid en overbelasting mantelzorgers

  • In welke mate de inwoners tevreden waren met uw activiteiten (klanttevredenheidsonderzoek)

  • In welke mate relevante partners/buurtbewoners tevreden zijn over de samenwerking

  • Met welk resultaat trajecten zijn afgesloten

Reflectie

Wij vragen u om in het jaarverslag of in een bijlage bij het jaarverslag, een reflectie te schrijven met daarin aandacht voor de volgende vragen:

  • Wat hebben we geleerd van wat goed ging en van wat niet goed ging?

  • Wat nemen wij ons voor/waar willen wij verder ontwikkelen, vernieuwen?

  • Waarvoor hebben wij samenwerking met gemeente en andere organisaties nodig in de komende tijd?

  • Wat hebben wij werkende weg gesignaleerd, wat baart ons zorgen en waar vragen wij aandacht voor en van wie?

 

4. RANDVOORWAARDEN en BIJZONDERHEDEN

 

Nader in te vullen door gemeente en aanvrager

  • U werkt bij de uitvoering van de activiteiten samen met andere relevante partners, nadrukkelijk met de gemeentelijke inkomens- en schulddienstverlening

  • Wanneer u signaleert dat er meer nodig is voor de inwoner, weet uw organisatie hoe u op moet schalen.

  • De organisatie is zelf verantwoordelijk voor eventuele benodigde bijscholing en opleidingen van medewerkers, om ervoor te zorgen dat medewerkers de juiste kennis en vaardigheden hebben.

  • Subsidieontvangers leggen verbinding met organisaties in de sociale basis, aanbieders van zorg, sociaal teams en CJG.

  • De aangeboden diensten van de subsidieontvanger worden zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd.

 

5. INZET HOOGBOUW EDE ZUID

 

In Hoogbouw Ede Zuid (HEZ) wonen relatief veel bewoners die te maken hebben (gehad) met grote tegenslagen of een relatief minder kansrijke uitgangspositie in het leven hebben. Bewoners in HEZ voelen zich minder gezond en ervaren een minder goede kwaliteit van leven dan bewoners in andere buurten in Ede.  HEZ scoort laag op sociale cohesie, meedoen aan activiteiten en juist hoog op het percentage eenzaamheid, gemis van emotionele steun en gebrek aan contact in de buurt.

 

In HEZ werken diverse maatschappelijke partners, die vanuit hun visie en uitgangspunten bijdragen aan sociale verbinding. Daar zijn al goede initiatieven en aanpakken uit ontstaan op het versterken van gemeenschappen, waar inwoners ook enthousiast over zijn. Echter ontbreekt het hierbij aan eenduidige sturing en onderlinge samenwerking. Dit is waar we op in gaan zetten:

Het versterken van sociale verbinding en gemeenschapsgericht werken wordt het leidende principe en partners moeten elkaar hierin veel meer gaan versterken en aanvullen.

 

Voor 2027 vragen we heel nadrukkelijk aan partijen die een aanvraag doen voor de subsidie sociale basis en preventie en actief zijn in HEZ, dit voor de activiteiten in HEZ, dat in een gezamenlijk plan doen. Dit gezamenlijke plan (minimaal 2 partijen) voegen de betrokken partijen ieder toe aan hun eigen subsidieaanvraag. In het gezamenlijke plan wordt beschreven:  

  • Welke activiteiten gaan partijen in gezamenlijkheid doen t.b.v. de sociale verbinding?

  • Wat blijf je doen en waarom?

  • Waar stop je mee en waarom?

  • Wat ga je nieuw doen, wat wil je uitproberen?

  • Hoe maak je inzichtelijk wat wel en misschien ook niet werkt?

  • Wat heeft jouw organisatie nodig (of wat ontbreekt er) om de activiteiten in deze aanvraag goed te kunnen uitvoeren (bijvoorbeeld op het gebied van organisatie, samenwerking, communicatie of planning)?

Deze vraag is bedoeld om de uitvoering goed in beeld te krijgen. Het is niet bedoeld als verzoek om extra financiële middelen.

 

De inhoudelijke basis hiervoor is het Sociaal Maatschappelijk Raamwerk en het Programma van Eisen. Deze vraag, om in gezamenlijkheid een jaarplan te formuleren, is in lijn met het Bestuursakkoord.

We vragen hierbij ook aandacht voor het leidende principe uit de visie SD: ongelijk investeren voor gelijke kansen – probeer dingen vooral anders te doen, niet gericht op meer. En meer voor HEZ betekent ergens anders minder.

 

Naar boven