Gemeenteblad van Middelburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 326247 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 326247 | delegatie- of mandaatbesluit |
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester besluiten, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft:
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Middelburg, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
het om redenen van efficiënt functioneren wenselijk is en blijft de daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden aan ambtenaren – of zo nodig externen – te mandateren, dan wel hen daarvoor volmacht of machtiging te verlenen;
het als gevolg van een sterk verouderd ‘Mandateringsbesluit’ wenselijk wordt geacht een geheel nieuw geconsolideerd Bevoegdhedenbesluit met bijbehorend register hiervoor in de plaats te stellen;
het hiermee ook mogelijk wordt om (te blijven) anticiperen/reageren op organisatorische veranderingen;
het tevens uit formeel-juridisch oogpunt wordt gewenst dat er over een actueel en inhoudelijk juist register kan worden beschikt;
het om administratief-technische redenen de voorkeur verdient het register integraal te actualiseren;
dat daarbij de volgende uitgangspunten voor de bevoegdheidstoebedeling gelden:
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, het Burgerlijk Wetboek en de overige van toepassing zijnde regelgeving;
in te trekken het ‘Mandateringsbesluit 2004’ met het daarbij behorende register zoals deze op 16 juni 2015 laatstelijk is vastgesteld en de afgelopen jaren – tot aan de vaststelling van dit besluit – op onderdelen separaat zijn gewijzigd;
de uitoefening van de bevoegdheden die genoemd zijn in het bij dit besluit behorende bevoegdhedenregister op te dragen aan de in dat register bij deze bevoegdheden genoemde functionarissen; en
ten aanzien van de uitoefening van deze bevoegdheden de navolgende regeling, het ‘Bevoegdhedenbesluit 2026’, vast te stellen.
In dit besluit met het daarbij behorende bevoegdhedenregister, wordt verstaan onder:
budgethouder: directie of het afdelingshoofd die bevoegd is voor het aangaan van overeenkomsten tot levering van goederen, aanneming van werk en/of verlening van diensten aan en/of door de gemeente Middelburg, dan wel op een andere wijze de gemeente binnen een budget juridisch te binden en verantwoordelijk is voor de bewaking en verantwoording aflegt aan het college over de uitvoering van de opgedragen taak;
ARTIKEL 3 Voorbereidings- en uitvoeringshandelingen
Het mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten omvat ook het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals:
ARTIKEL 4 Bevoegdheid algemeen directeur/gemeentesecretaris
Onverminderd het bepaalde in artikel 2 is de gemeentesecretaris algemeen bevoegd om alle in het bevoegdhedenregister opgenomen onderdelen uit te oefenen met inbegrip van de ondertekening van stukken.
Gemandateerden zijn, voor zover het de in het bevoegdhedenregister genoemde bevoegdheden betreft en daarin niet wordt voorzien, bevoegd om, na verkregen goedkeuring van de mandaatgever, hun bevoegdheden schriftelijk onder te mandateren aan een functionaris in een lager gelegen echelon. Bij dit door mandateren kunnen zij, met inachtneming van het mandaat, nadere schriftelijke richtlijnen vaststellen.
De gemandateerde is bevoegd tot het nemen van de in het bevoegdhedenregister genoemde besluiten, tenzij:
ARTIKEL 8 Besluitvorming op bezwaar
De bevoegdheid tot het nemen van een besluit op bezwaar, alsmede tot het ondertekenen van dat besluit, wordt gemandateerd aan het hoofd van de (vak)afdeling die verantwoordelijk is voor de afhandeling van het primaire besluit, mits deze beslissing in mandaat is genomen door een medewerker van diezelfde afdeling. Voorwaarde voor deze mandatering is dat het betreffende afdelingshoofd op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de voorbereiding of totstandkoming van het primaire besluit, teneinde de objectiviteit van de besluitvorming op bezwaar te waarborgen. Uitgezonderd zijn die beslissingen op bezwaar waarbij van het advies van de bezwaarschriften- en klachtencommissie wordt afgeweken of waarbij het advies van de bezwaarschriften- en klachtencommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke herroeping van het primaire besluit.
Stukken die van een bestuursorgaan uitgaan inzake niet-gemandateerde bevoegdheden kunnen worden ondertekend door het afdelingshoofd indien het ontwerp van het uitgaande stuk was gevoegd bij het advies aan het bestuursorgaan en het bestuursorgaan overeenkomstig dat advies en dat ontwerp heeft besloten.
ARTIKEL 10 Schakelbepaling volmachten en machtigingen
Dit besluit is van overeenkomstige toepassing als een bestuursorgaan aan een functionaris, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid, een volmacht of machtiging verleent.
In bestuursrechtelijke geschillen kunnen medewerkers worden aangewezen om het bestuursorgaan in rechte te vertegenwoordigen, waarbij de volgende voorwaarden en beperkingen gelden:
De personen die in de vorm van een algemene doorlopende machtiging aangewezen zijn namens de gemeenteraad, de burgemeester en/of hun college het woord te voeren bij de openbare behandeling van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures hebben de bevoegdheid het standpunt van het bestuursorgaan toe te lichten. In procedures waarin een verweerschrift is ingediend als bedoeld in artikel 8:42, eerste lid Awb, bestaat de inbreng uit het toelichten van dat verweerschrift.
ARTIKEL 12 Actualisatie bevoegdhedenregister
Willen de afdelingshoofden ter uitvoering van hun in lid 2 genoemde verantwoordelijkheid wijzigingen in het bevoegdhedenregister doorvoeren, dan worden die wijzigingen, met kennisname van de afdeling Wijk en Bestuur, cluster Juridisch en Inkoop, door de vakafdeling ter besluitvorming aan het verantwoordelijke bestuursorgaan voorgelegd. Na de besluitvorming ontvangt de afdeling Wijk en Bestuur, cluster Juridisch en Inkoop, een afschrift van dit besluit.
Middelburg, 23 juni 2026.
De burgemeester van Middelburg,
Yvonne van Mastrigt
en
Burgemeester en wethouders van Middelburg,
de secretaris,
Garmt Kolhorn
de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2026
Inleiding: het toekennen van bevoegdheden
In wettelijke regelingen zijn bevoegdheden toegekend aan bestuursorganen. De praktijk leert evenwel dat – al dan niet met inachtneming van wettelijk of anderszins nader bepaalde randvoorwaarden – vaak een formeel minder omslachtige en daarmee in een aantal gevallen ook snellere afdoening van zaken wordt geprefereerd. Een werkwijze die ook mogelijk blijkt door bepaalde bevoegdheden op een lager niveau binnen de gemeentelijke organisatie weg te leggen. Daartoe dienen dan wel bepaalde bevoegdheden aan medewerkers te worden toegekend. Bevoegdheden die zich (in hoofzaak) laten onderverdelen in het verlenen van toestemming tot het verrichten van:
Ad 1. Publiekrechtelijke rechtshandeling:
Onder een publiekrechtelijke rechtshandeling wordt verstaan een handeling van de gemeente als overheidsinstelling tegenover de burger, waarbij een publiekrechtelijk rechtsgevolg optreedt. Het verlenen van een vergunning kan daarvoor als voorbeeld worden genoemd.
Bij het toekennen van bevoegdheden tot het verrichten van publiekrechtelijke rechtshandelingen spreekt men over mandaatverlening.
Ad 2. Privaatrechtelijke rechtshandeling:
Privaatrechtelijk zijn alle rechtshandelingen waarop het burgerlijk recht van toepassing is. Met andere woorden, dit zijn alle rechtshandelingen die ook door private partijen kunnen worden gedaan, zoals koop en verkoop, huur en verhuur en andere overeenkomsten tussen partijen.
Bij het toekennen van bevoegdheden tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen spreekt men over volmacht.
Bij een feitelijke handeling treedt geen rechtsgevolg op. Bij het opdragen van bevoegdheden tot het verrichten van feitelijke handelingen spreekt men over een machtiging.
Door de aanstelling van de ambtenaar in zijn/haar functie wordt hij/zij bevoegd feitelijke handelingen te verrichten die binnen zijn functie dienen te worden uitgevoerd.
Dit geldt echter niet voor het aangaan van publiek- en privaatrechtelijke rechtshandelingen. Hiervoor moet het bestuursorgaan een uitdrukkelijk besluit nemen.
Bevoegdhedenbesluit / bevoegdhedenregister
In het hierna opgenomen bevoegdhedenregister wordt aangegeven in welke functies medewerkers bevoegd zijn welke bevoegdheden uit te oefenen. In de meeste gevallen betreft het een publiekrechtelijke handeling en is er dus sprake van een mandaat. In mindere mate gaat het om een privaatrechtelijke of een feitelijke handeling en is respectievelijk de aanduiding volmacht of machtiging op zijn plaats.
Hoofdregel in de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) is dat een bestuursorgaan bevoegd is mandaat te verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet (artikel 10:3, lid 1 Awb). Dit betekent dat het verlenen van mandaat in beginsel is toegestaan, ook al bepaalt de (bijzondere) wet dit niet uitdrukkelijk.
In het Bevoegdhedenbesluit 2026 zijn nadere regels opgenomen die op de algemene mandaatverlening binnen de gemeente Middelburg van toepassing zijn. Een juiste naleving daarvan vormt een waarborg voor bevoegd genomen besluiten.
Het huidige Bevoegdhedenbesluit is een vertaalslag van het Mandateringsbesluit 2004 dat op 16 juni 2015 is vastgesteld en laatst integraal gewijzigd is op 21 januari 2020. Nadien zijn er nog bevoegdheden verleend en rechtsgeldig gepubliceerd. Deze zijn echter niet meer in een geconsolideerde versie verwerkt. Bepalingen zijn daarnaast wettelijk geactualiseerd.
In het Bevoegdhedenbesluit zijn (algemene) bepalingen opgenomen die in beginsel alle gemandateerden/ge(vol)machtigden in acht dienen te nemen.
Het bijbehorende (Bevoegdheden)register verwijst – in voorkomende gevallen – naar het (ook) van toepassing zijnde wettelijke kader en de eventueel bij de uitoefening van de overgedragen bevoegdheid nog in acht te nemen randvoorwaarden.
Overigens is de term bevoegdheden in de aanduiding bevoegdhedenregister gebruikt omdat zowel het verlenen van mandaat, als het verlenen van volmacht en een machtiging hierin een regeling vindt.
In dit register wordt, naast een algemeen deel dat op de gehele organisatie van toepassing is, per afdeling specifiek aangegeven welke functionaris welke bevoegdheid krijgt toebedeeld. Bewust is gekozen om de verantwoording zoveel mogelijk bij de behandelend medewerker neer te leggen. Deze krijgt al dan niet via het zaaksysteem zaken ter afdoening voorgelegd die horen bij zijn/haar functie. Horizontale afdoening door een vervanger of verticaal is mogelijk op grond van de algemene bepalingen van het Bevoegdhedenbesluit. Onduidelijkheid over wie dan allemaal functioneel gezien mag tekenen is daarmee weggenomen.
Wettelijke en/of organisatorische veranderingen
Gelet op het belang van een flexibele en actuele bevoegdheidsverdeling, is dit besluit zodanig opgesteld dat het eenvoudig kan worden aangepast aan gewijzigde wettelijke of organisatorische omstandigheden.
Het besluit en het register met bijlagen zijn in overleg met alle afdelingen tot stand gekomen. Daarbij heeft elke afdeling vanuit haar eigen discipline aangegeven op welke wijze bevoegdheden in de organisatie behoren te worden weggelegd.
De gemeentelijke bestuursorganen voeren bestuursrechtelijke rechtshandelingen uit. Voorbeelden zijn het verlenen van een vergunning door de burgemeester of het verstrekken van subsidie door het college. Al deze bevoegdheden steunen op een bestuursrechtelijke wet, waarin die bevoegdheid zijn grondslag kent.
Als een bestuursorgaan een bestuursbevoegdheid opdraagt aan een ambtenaar noemen we dat mandaat. De ambtenaar oefent die bevoegdheid dan namens het bestuursorgaan uit.
Verschil met delegatie – waarbij de bevoegdheid van het ene bestuursorgaan op het andere overgaat – is dat het bestuursorgaan bij mandaat de bevoegdheid niet verliest. De verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid blijft bij het bestuursorgaan. Hierbij mag het bestuursorgaan op elk moment de bevoegdheid zelf uitoefenen en tussentijds algemene en bijzondere instructies aan de ambtenaar geven over de wijze waarop de bevoegdheid wordt uitgeoefend.
Voorwaarde voor de juridische binding is dat het besluit is genomen binnen de grenzen van de gemandateerde bevoegdheid. Dit spreekt voor zichzelf, omdat buiten de grenzen van wat is gemandateerd geen bevoegdheid bestaat.
Wordt een besluit genomen over een onderwerp dat buiten de bevoegdheid ligt, dan is sprake van een onbevoegd genomen besluit. Het gevolg van een onbevoegd genomen besluit kan zijn dat dit in rechte wordt vernietigd.
De gemeenteraad stelt budgetten beschikbaar door de begroting vast te stellen (budgetrecht artikel 191 Gemeentewet). Het college voert de begroting op grond van artikel 160 van de Gemeentewet uit.
In de Budgethoudersregeling gemeente Middelburg 2017 is geregeld welke functionaris op welke wijze over bepaalde budgetten kan beschikken.
Om budgetten te kunnen aanwenden is het nodig dat bepaalde bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke of feitelijke handelingen worden verricht. Er moet bijvoorbeeld een overeenkomst met een leverancier worden gesloten.
Het is belangrijk om te beseffen dat de budgethouder niet automatisch op grond van zijn budgethouderschap de nodige bijbehorende handelingen mag verrichten, maar hiervoor aparte mandaten, volmachten en/of machtigingen nodig heeft van het ter zake bevoegde bestuursorgaan.
Deze zijn te vinden in het bevoegdhedenregister.
De gemeente kan ook als ‘gewoon’ rechtspersoon (net als een B.V. bijvoorbeeld) deelnemen aan het rechtsverkeer en voert in die hoedanigheid dan privaatrechtelijke rechtshandelingen uit. Voorbeelden zijn het aan- of verkopen van grond, het sluiten van een contract, het verlenen van een opdracht tot onderzoek of het aanschaffen van een product.
De privaatrechtelijke tegenhanger van mandaat is de volmacht. Zo kan de burgemeester zijn bevoegdheid om een overeenkomst te ondertekenen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon, bijvoorbeeld een ambtenaar of een notaris. Dit gebeurt dan met een volmacht.
In de Awb zijn volmacht en machtiging door middel van een schakelbepaling onder de werking van de bepalingen over mandaat gebracht (artikel 10:12 van de Awb). Wat geldt voor de mandaten, geldt ook voor de volmachten en de machtigingen.
Naast bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen verricht de gemeente ook feitelijke handelingen. Dit zijn de gewone dagelijkse handelingen die geen rechtsgevolgen hebben. Voorbeelden daarvan zijn het planten van een boom, het uitoefenen van toezicht in de stad, het verstrekken van informatie aan burgers of het aanleggen van een uitrit. Ook het voeren van verweer bij de rechtbank valt hieronder. Een machtiging wordt verleend in het geval dat er geen sprake is van een besluit, maar ook niet van een privaatrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 2 (Verlening bevoegdheden)
Mandaat is in de regel een opdracht aan een hiërarchisch ondergeschikte. Het college mandateert bijvoorbeeld een behandelend medewerker van een afdeling om namens het college vergunningen te verlenen. Mandaat aan een niet-ondergeschikte komt ook voor.
Wanneer een gemandateerde afwezig is, is zijn plaatsvervanger bevoegd om het mandaat uit te oefenen.
Lid 1 – Verlening aan functionarissen en plaatsvervangers
Bij afwezigheid van deze functionarissen zijn hun plaatsvervangers bevoegd. Daarmee wordt voorzien in de continuïteit van besluitvorming en uitvoeringshandelingen. De plaatsvervangers treden slechts op binnen het kader van de oorspronkelijke bevoegdheid en onder gelijke voorwaarden.
Lid 2 – Gebruik mandaat bij projecten
Deze beperking zorgt ervoor dat verleende bevoegdheden niet buiten de scope van het project kunnen worden aangewend, wat consistentie met de projectdoelstellingen en budgetbewaking ondersteunt.
Lid 3 – Beleidsmatige en financiële kaders
Daarmee wordt het risico op beleidsafwijkingen of budgetoverschrijdingen gemitigeerd, en blijft de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid geborgd bij het bestuursorgaan dat de bevoegdheid heeft verleend.
Artikel 3 (Voorbereidings- en uitvoeringshandelingen)
Een gemandateerde bevoegdheid omvat ook de daarbij behorende voorbereiding en uitvoering, zoals het inwinnen van de nodige inlichtingen, het doen van mededelingen over bestaand beleid, het verzorgen van correspondentie over de uitvoering van besluitvorming, het ondertekenen van overeenkomsten ter uitvoering van een krachtens mandaat genomen besluit van privaatrechtelijke aard etc.
Artikel 4 (Bevoegdheid algemeen directeur/gemeentesecretaris)
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Om transparantie en controleerbaarheid te waarborgen, bepaalt dit lid dat elke verleende machtiging tot ondermandatering is opgenomen in het bevoegdhedenbesluit.
Dit lid regelt de voorwaarden waaronder een gemandateerde zijn of haar mandaatbevoegdheid mag doorgeven aan een andere functionaris. Ondermandaat mag indien het bevoegdhedenregister dit toestaat. Staat het bevoegdhedenbesluit dit niet toe dan mag er pas ondermandaat verleend worden na voorafgaande goedkeuring van de mandaatgever. Hiermee wordt gewaarborgd dat de mandaatgever controle houdt over de reikwijdte van de gemandateerde bevoegdheden en dat het mandaat niet verder wordt doorgegeven wenselijk wordt geacht.
De verplichting dat ondermandaat schriftelijk moet worden verleend bevordert rechtszekerheid en maakt achteraf toetsbaar wie op basis van welk besluit bevoegd handelde. Daarnaast kan de gemandateerde bij het verstrekken van een ondermandaat nadere schriftelijke richtlijnen geven. Deze richtlijnen dienen ter verduidelijking van de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheid moet worden uitgeoefend.
Artikel 6 (Regeling bij (sub)mandaat/volmacht/machtiging)
In geval submandaat/volmacht/machtiging aan een behandelend ambtenaar is verleend, is ook het afdelingshoofd bevoegd.
Het ter zake bevoegde bestuursorgaan (het college of de burgemeester) behoudt overigens te allen tijde ook zijn bevoegdheid.
In het Bevoegdhedenbesluit worden grenzen gesteld aan de omvang van de bevoegdhedenverlening, in die zin dat er situaties zijn waarin het/de mandaat/volmacht/machtiging niet geldt en het besluit door het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan wordt genomen. Als regel wordt bijvoorbeeld gesteld dat besluiten geen afwijking van het bestaande beleid tot gevolg mogen hebben. Besluiten die afwijken van het beleid, moeten dan aan het bestuur worden voorgelegd.
Ook moet een besluit aan het bevoegde bestuursorgaan worden voorgelegd als er geen eensluidend ambtelijk advies (van buiten de afdeling) is.
Verder kunnen besluiten waarvoor geen financiële dekking aanwezig is, niet in mandaat worden afgedaan.
De verantwoordelijkheid en de beslissing om in de in dit artikel beschreven situaties niet van het gegeven mandaat gebruik te maken, ligt bij de gemandateerde functionaris.
Artikel 8 (Besluitvorming op bezwaar)
Adviezen van de bezwaarschriften- en klachtencommissie worden in handen gesteld van de vakafdeling die voor de totstandkoming van het bestreden besluit (mede) verantwoordelijk is. Het is deze afdeling die vervolgens beoordeelt of deze moeten worden opgevolgd of, indien daartoe noodzaak wordt gezien, dat er contrair moet worden gegaan. Daar waar aanleiding bestaat om van het commissieadvies af te wijken of daar waar het advies een wijziging van het primaire besluit beoogt, is er voor gekozen het (eind)oordeel bij het verantwoordelijke bestuursorgaan te laten liggen. Dit omdat een dergelijk oordeel een nadere inhoudelijke bestuurlijke heroverweging kan vergen.
Met deze werkwijze kan in de voorkomende – niet uitgezonderde – andere gevallen snel en zonder relatief grote inspanning op het bezwaar worden gereageerd. Daarmee kan de doorlooptijd worden beperkt.
Hiermee is bepaald dat degene die op grond van mandaat heeft beslist, niet bevoegd is om ook op het bezwaar tegen dat besluit te beslissen. Dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 10:3, lid 3 van de Awb.
Artikel 9 (Wijze van ondertekening)
De burger die met een besluit wordt geconfronteerd dat in mandaat is genomen, dient hierover te worden geïnformeerd, zo bepaalt artikel 10:10 van de Awb. Deze informatieplicht vloeit ook voort uit het meer omvattende beginsel van de rechtszekerheid. Het op grond van mandaat genomen besluit moet dan ook vermelden namens welk bestuursorgaan het is genomen. In artikel 9 staat precies beschreven hoe besluiten die in mandaat zijn genomen, moeten worden ondertekend.
Overigens is er, mede op basis van de gebezigde werkwijze dat door het bestuursorgaan genomen besluiten in de regel ook zelf/persoonlijk door dit orgaan worden ondertekend. Omdat er dus in zeer beperkte mate sprake is van sec een ondertekeningsmandaat (zie hiervoor de toelichting bij artikel 1), voor gekozen om – bijvoorbeeld door de aanduiding “ondertekend namens” – qua ondertekening geen onderscheid aan te brengen tussen besluiten die krachtens afdoeningsmandaat tot stand zijn gekomen en die waarvoor slechts ondertekeningsmandaat geldt. De aanduiding “namens” wordt afdoende geacht om duidelijk te maken dat hier van (een vorm van) mandaat sprake is.
Bij ondertekening volgens volmacht of machtiging is voor een zelfde systematiek gekozen.
Bij het vermelden van de functieaanduiding van de gemandateerde dient in beginsel van de in het functieboek opgenomen benaming van zijn/haar functie te worden uitgegaan. Daar waar dit evenwel tot onduidelijkheid zou kunnen leiden of anderszins ongewenst is, kan aan het vermelden van een meer op de gemandateerde bevoegdheid afgestemde aanduiding worden gedacht.
Artikel 10 – Schakelbepaling volmachten en machtigingen
Dit artikel bepaalt dat dit bevoegdhedenbesluit van overeenkomstige toepassing is op volmachten en machtigingen die door een bestuursorgaan worden verleend aan onder diens verantwoordelijkheid werkzame functionarissen. Hierdoor wordt bereikt dat één uniforme regeling geldt voor alle vormen van bevoegdheidsverlening binnen de organisatie, ongeacht of deze betrekking heeft op mandaat (publiekrechtelijke besluitvorming) of op volmacht/machtiging (privaatrechtelijke of feitelijke handelingen).
Artikel 10 waarborgt dat ambtenaren bij de uitvoering van besluiten die niet krachtens mandaat zijn genomen – zoals privaatrechtelijke rechtshandelingen ter uitvoering van een college- of raadsbesluit – dezelfde helderheid, beperkingen en waarborgen kennen als bij gemandateerde besluiten.
Omdat artikel 10 de werking van het gehele bevoegdhedenbesluit automatisch uitbreidt naar volmacht en machtiging, voorziet dit besluit volledig in de vereiste ondertekenings- en vertegenwoordigingsbevoegdheden bij de uitvoering van besluiten van de gemeentelijke bestuursorganen.
Artikel 11 (Optreden in rechte)
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Het mag voor zich spreken dat het om redenen van formele aard wenselijk is dat het overzicht van mandaten, volmachten en machtigingen actueel blijft. Dit brengt met zich mee dat alle wijzigingen in het besluit en het register – dus ook die welke het overdragen van de bevoegdheid aan externen betreft – moeten worden geregistreerd.
Dit artikel voorziet in een wijze waarop dit wordt gerealiseerd.
Overigens verdient het, voor zover natuurlijk noodzakelijk, uit praktische overwegingen aanbeveling het bevoegdhedenregister in ieder geval éénmaal per jaar te (laten) actualiseren en openbaar te maken. Hierdoor kan worden voorkomen dat besluiten op een onjuiste grondslag worden genomen.
Het is overigens gewenst alle geregistreerde verleende mandaten, volmachten en machtigingen en wijzigingen daarin, centraal raadpleegbaar te maken.
Artikel 13 (Inwerkingtreding en citeerartikel)
Mandaatbevoegdheden dienen op grond van de Awb bekend te worden gemaakt. Immers een mandaatbesluit is ingevolge deze wet een besluit. Artikel 3:42 Awb, gelezen in samenhang met art. 6 Bekendmakingswet, geeft aan op welke wijze deze bekendmaking dient plaats te vinden.
Bijlage 1 – Bevoegdhedenregister
Gemeentesecretaris (GS)/Algemeen directeur (AD)
GS: Primair gericht op het bestuur (Burgemeester en wethouders) en de advisering en ondersteuning daarvan.
AD: Primair gericht op de organisatie en de interne bedrijfsvoering.
Algemeen medewerkers gemeentebreed
Afdeling Duurzaamheid & Beheer
Afdeling samenwerking Belastingen WSD
Afdeling Toegang in Middelburg
Afdeling Veiligheid, vergunningverlening, toezicht & Handhaving
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-326247.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.