Gemeenteblad van Heerde
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerde | Gemeenteblad 2026, 326082 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerde | Gemeenteblad 2026, 326082 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Eerste wijziging van de Re-integratieverordening PW, IOAW, IOAZ gemeente Heerde 2023
De raad van de gemeente Heerde;
gelezen het voorstel van het college van 19 mei 2026;
gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;
de eerste wijziging van de Re-integratieverordening PW, IOAW, IOAZ gemeente Heerde 2023 vast te stellen.
De Re-integratieverordening PW, IOAW, IOAZ gemeente Heerde 2023 wordt gewijzigd als volgt.
Artikel I wijzigingen verordening
Artikel 1.1 Begrippen, begrip doelgroep en begrip doelgroep Breed offensief wordt gewijzigd/toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Artikel 2.1.2 Inzet voorzieningen, vierde lid, onder d wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Artikel 2.1.3, eerste lid, onder g en h worden toegevoegd aan het artikel en komt als volgt te luiden:
het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, het verzoek om ondersteuning heeft gedaan en daarbij geen overgangsdocument heeft verstrekt.
Artikel 2.2.6 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Artikel 2.2.6 Ondersteuning bij leer-werktraject
Het college kan met toepassing van artikel 7a, derde lid, van de PW, een persoon zonder startkwalificatie, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de PW, ondersteuning bieden voor zover die ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject.
Artikel 2.2.10, tweede lid wordt als het volgt gewijzigd:
Artikel 2.2.10 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie
Artikel 2.2.11, zevende lid wordt als het volgt gewijzigd:
Artikel 2.2.12, eerste lid wordt als het volgt gewijzigd:
Het derde lid uit de huidige verordening komt te vervallen.
Artikel 2.3.2, tweede lid, onder a wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Artikel 2.3.14, benaming van het artikel wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Artikel 2.3.14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische handicap
Paragraaf 4 Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk wordt toegevoegd, evenals artikel 2.4.1, en komt als volgt te luiden:
Paragraaf 4 Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk
Artikel 2.4.1 Verzoeken van scholen en onderwijsinstellingen
Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van een verzoek om een voorziening gedaan door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
Als de beslissing op het verzoek geen beschikking als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht inhoudt, beslist het college binnen acht weken na ontvangst van het verzoek, gerekend vanaf de datum van ontvangst van het overgangsdocument. Het college deelt deze beslissing mee aan het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en aan de persoon op wie het verzoek betrekking heeft.
Artikel II Wijzigingen toelichting
Aan de algemene toelichting wordt een toelichting op de Wet van school naar duurzaam werk toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Met de Wet van school naar duurzaam werk die met ingang van 1 januari 2026 van kracht is, wil de regering de kansengelijkheid vergroten door betere begeleiding mogelijk te maken voor jongeren tot 27 jaar met een risico op een afstand tot de arbeidsmarkt bij de overgang van school naar werk en bij het behouden van werk. Het gaat hier om personen als bedoeld in artikel 7a van de PW.
Bij verordening stelt de gemeente regels vast met betrekking tot de ondersteuning en het bieden van voorzieningen aan deze nieuwe doelgroep. Deze verordening voorziet dan ook in regels en ondersteuningsmogelijkheden om jongeren tot 27 jaar meer preventieve en passende ondersteuning te bieden en om deze jongeren beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk én bij het behouden van werk. Dit betekent dat de gemeente niet alleen reageert op problemen, maar ook actief zorgt voor begeleiding en ondersteuning die voorkomt dat jongeren uitvallen op de arbeidsmarkt.
Naast de ondersteuning op basis van deze verordening wordt op grond van (nieuw) artikel 9.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs binnen elke arbeidsmarktregio een regionaal programma ontwikkeld. In dit programma werken onderwijsinstellingen, gemeenten en andere relevante regionale partijen samen aan een gezamenlijke aanpak voor jongeren van 12 tot 27 jaar. Deze aanpak richt zich op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten én het bevorderen van een duurzame overgang naar werk. De maatregelen in het kader van dit programma zijn aanvullend op de voorzieningen en ondersteuning die op grond van deze verordening in het kader van artikel 7a van de wet aan jongeren worden aangeboden.
Aan de bestaande toelichting op artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening wordt een passage toegevoegd:
Het college kan een voorziening voor de doelgroep uit artikel 7a, eerste lid, van de wet, voorts weigeren wanneer de betrokkene jonger is dan de in dit onderdeel vastgestelde leeftijdsgrens van zestien jaar (onderdeel g). Jongeren tot zestien jaar zijn leerplichtig en gaan in beginsel naar school. Zij mogen slechts beperkt werken, met strikte regels voor werktijden en werkzaamheden die volgen uit de Arbowetgeving. Ook zestien- en zeventien- jarigen zijn beperkt in de werkzaamheden die zij mogen verrichten vanwege veiligheids- en gezondheidsrisico’s.
Het college kan een jongere al tijdens de schoolperiode ondersteuning bieden gericht op werk. Dit kan op verzoek van een school uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of een mbo-instelling of op verzoek van een student uit het hoger of wetenschappelijk onderwijs (artikel 7a, eerste lid, onder b, van de PW). De school stelt voor iedere jongere uit het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel een overgangsdocument op. Wanneer de school het college vervolgens om ondersteuning van de jongere verzoekt, dan verstrekt de school daarbij het overgangsdocument van de jongere met de daarvoor relevante informatie. Ontbreekt het document, dan kan het college dit ook als reden aanvoeren om een voorziening te weigeren (onderdeel h).
De toelichting op artikel 2.2.6 Ondersteuning bij leer-werktraject wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
De voorziening ondersteuning bij leer-werktrajecten is inzetbaar voor jongeren die dreigen uit te vallen uit school, maar middels een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kunnen behalen. Om te voorkomen dat jongeren onnodig uitvallen, wordt de mogelijkheid geboden extra ondersteuning bij het leer-werktraject te bieden wanneer die ondersteuning nodig is om het traject succesvol te volgen. Deze ondersteuning kan verschillende vormen aannemen, zoals persoonlijke begeleiding en coaching, praktische ondersteuning op de werkvloer, hulp bij het plannen en organiseren van school- en werkactiviteiten, of aanvullende scholing en trainingen die aansluiten bij het leer-werktraject. Het doel is om jongeren te helpen hun traject te voltooien en hun kansen op een succesvolle uitstroom met een startkwalificatie naar de arbeidsmarkt te vergroten.
De toelichting op artikel 2.2.8 Participatieplaats wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Een participatieplaats is bedoeld voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor personen jonger dan 27 jaar is ondersteuning in de vorm van een participatieplaats niet mogelijk (artikel 7, derde lid, van de PW).
Aan de bestaande toelichting op artikel 2.2.10 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie wordt een passage toegevoegd:
De voorziening persoonlijke ondersteuning bij werk is nader uitgewerkt in paragraaf 3, onder B en C, waarbij ook verwezen wordt de algemene voorwaarden en uitgangspunten die voortvloeien uit artikel 2.1.2.
De toelichting op artikel 2.2.12 Scholing wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Scholing kan worden aangeboden indien daarbij voldaan wordt aan de in dit artikel genoemde eisen. Onder startkwalificatie wordt verstaan een havo of vwo-diploma of een diploma van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), niveau twee (artikel 1, onder f, van de Leerplichtwet 1969). Scholing kan worden aangeboden aan personen met of zonder een dergelijke startkwalificatie. Vooral voor personen zonder startkwalificatie kan scholing noodzakelijk zijn voor de re-integratie.
Scholing in combinatie met participatieplaats
Wanneer een persoon die in aanmerking is gebracht voor een participatieplaats niet over een startkwalificatie beschikt, dient het college aan deze persoon scholing of opleiding aan te bieden. Dit geldt vanaf zes maanden na aanvang van de werkzaamheden op de participatieplaats. De scholing of opleiding moet zijn gericht op vergroting van de kansen op de arbeidsmarkt. Het college hoeft aan een persoon alleen geen scholing of opleiding aan te bieden als dergelijke scholing of opleiding naar zijn oordeel de krachten of bekwaamheden van de persoon te boven gaan of als naar zijn oordeel scholing of opleiding niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling van de persoon in het arbeidsproces Dit volgt uit artikel 10a, vijfde lid, van de Participatiewet.
Zie artikel 2.2.9 over de voorziening participatieplaatsen.
De toelichting op artikel 2.3.2 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen, derde alinea, wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
De toelichting op artikel 2.3.14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Artikel 2.3.14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking
Artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, onder 2, van de PW bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een motorische beperking. Dit artikel regelt dat het college de, als gevolg van een geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie noodzakelijke, voorziening(en) verstrekt die nodig zijn ter vervanging of ondersteuning van de persoon. De specifieke aard van de voorziening is niet opgenomen, omdat dit sterk afhankelijk is van de behoefte van de persoon. Wel gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 2.1.2 en 2.3.2. Het college kan dit in nadere regels verder uitwerken.
De toelichting op paragraaf 4 Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Paragraaf 4 Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk
Artikel 2.4.1 Verzoeken van scholen en onderwijsinstellingen
Dit artikel regelt de procedure rondom verzoeken die worden ingediend door het bevoegd gezag van scholen of onderwijsinstellingen om ondersteuning door het college in het kader van artikel 7a van de wet. Op grond van het eerste lid moet het college de ontvangst van het verzoek binnen een bepaalde termijn bevestigen.
In het tweede lid wordt bepaald binnen welke termijn het college moet beslissen op een verzoek en hierover moet communiceren aan zowel het bevoegd gezag als de betrokken persoon, voor het geval de beslissing niet kwalificeert als een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit is bijvoorbeeld het geval als het gaat om een informatieverzoek of wanneer het ondersteuning betreft die door het college vrij toegankelijk geboden wordt en waarvoor dus geen beschikking nodig is om er gebruik van te mogen maken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-326082.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.