Privacy protocol Ondermijning Gemeente Lelystad 2026

 

1. Inleiding

Het Privacy Protocol Ondermijning Lelystad 2026 is een afwegingskader voor de binnengemeentelijke gegevensuitwisseling ten behoeve van de bestrijding van ondermijnende criminaliteit in de gemeente Lelystad. In het Protocol is de aanpak Ondermijning van de gemeente in relatie tot de Algemene Verordening Gegevensbescherming (vanaf nu: AVG) beschreven.

 

2. Noodzaak aanpak Ondermijning

 

2.1 Algemeen

Net als andere gemeenten in Nederland heeft de gemeente Lelystad te maken met ondermijnende criminele activiteiten. Ondermijnende criminaliteit is een ingewikkeld vraagstuk. Kenmerkend voor ondermijning is de vermenging van de onder- en bovenwereld. Criminelen maken gebruik van diensten uit de reguliere samenleving, waaronder die van gemeenten, zoals het verstrekken van vergunningen, subsidies en gronden. Een uitsluitend strafrechtelijke of fiscale aanpak is hierbij onvoldoende.

 

Gemeenten hebben in de aanpak van ondermijning een belangrijke rol. Een optreden als één overheid en één gemeente waarbij alle partijen hun eigen rol en bevoegdheden uitoefenen is noodzakelijk. De sluimerende aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit en bijbehorende ondermijnende activiteiten leiden tot aantasting van de leefbaarheid in wijken en hebben ernstige gevolgen voor de samenleving op het gebied van veiligheid en maatschappelijke integriteit. Door de verwevenheid van onder- en bovenwereld is het ook mogelijk dat de overheid deze als gezegd onbewust faciliteert. Dit leidt tot aantasting van de integriteit van de overheid. Hierdoor ontstaan malafide economische machtsposities binnen de samenleving die zijn opgebouwd met op ondermijnende wijze vergaard kapitaal.

 

Gemeenten ontvangen soms signalen van ondermijnende activiteiten die niet of niet direct passen binnen een georganiseerd criminaliteitsverband en daardoor niet direct onder de criteria van het RIEC samenwerkingsverband vallen, maar wel relevant zijn voor de gemeentelijke taakuitvoering. De gemeente is veelal een toegangspoort voor burgers en organisaties om meldingen te doen van onrechtmatige zaken. De gemeente heeft hierdoor een belangrijke signaalfunctie. Via haar organisatiestructuur heeft de gemeente veelal ook goed zicht op de lokale (sociale) structuren. Op basis van haar wettelijke taken en bevoegdheden beschikt de gemeente over informatie waarmee ondermijnende activiteiten in kaart kunnen worden gebracht. De gemeente heeft ook verschillende bestuursrechtelijke instrumenten die haar in staat stellen om, in samenhang met de kennis van de fysieke en sociale omgeving van de wijken, barrières op te werpen tegen ondermijnende activiteiten en deze te voorkomen of te verminderen. Voor een effectieve aanpak van deze ondermijnende activiteiten (en mogelijk georganiseerde criminaliteit) is een geïntegreerde bestuurlijke aanpak binnen de gemeente een noodzakelijk vereiste. De signalen, afkomstig van burgers, organisaties en de interne organisatie dienen als input voor het signaleren en aanpakken van ondermijnende en mogelijk georganiseerde criminaliteit.

 

2.2 Doel (bestuurlijke en geïntegreerde) aanpak Ondermijning

Het doel van deze aanpak is om binnen het grondgebied van de gemeente Lelystad door middel van samenwerking:

 

  • Ondermijnende activiteiten te signaleren en te analyseren;

  • Voorkomen dat de overheid ondermijnende activiteiten (onbewust) faciliteert;

  • Vroegtijdig kunnen signaleren en interveniëren middels een bestuurlijke aanpak;

  • Voorkomen van onrechtmatigheden en maatschappelijke bedreigingen veroorzaakt door criminele activiteiten.

     

Het gaat bij deze aanpak om personen/netwerken die binnen de gemeente Lelystad actief zijn in illegale en/of onrechtmatige activiteiten waarbij:

  • a.

    de overheid mogelijkheden heeft om de onrechtmatige situatie te herstellen, te verstoren dan wel onrust weg te nemen en/of;

  • b.

    criminaliteit waarbij de overheid (onbewust) mogelijk faciliteert.

  • c.

    Een goede informatiepositie van de gemeente bijdraagt aan de voorfase van de RIEC-samenwerking en een volgende stap in de bestuurlijke aanpak.

 

2.3 Doel van dit protocol

De gemeente Lelystad vindt het belangrijk en heeft de verplichting de aanpak ondermijning met inachtneming van wetten en regelgeving op het gebied van privacy plaats te laten vinden. Dit protocol bevat de benodigde waarborgen om dit te realiseren. Het bevat de volgende basisuitgangspunten:

  • Fasering: voorkomen van bovenmatig gebruik van gegevens.

  • Transparantie: vaststellen van dit protocol waarbij zichtbaar en inzichtelijk wordt voor betrokkene met welk doel en op welke wijze de gemeente Lelystad zijn of haar persoonsgegevens verwerkt.

  • Noodzaak: zicht krijgen op waar ondermijning binnen de grenzen van de gemeente aanwezig is.

     

Daarnaast gaat het om rechtmatigheidswaarborgen. Toepassing van het protocol moet steeds in lijn met privacy wet- en regelgeving zijn. Zowel de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG (UAVG) als sectorale wetten stellen beperkingen aan het uitwisselen en combineren van persoonsgegevens. Het gaat daarbij veelal om abstracte normen, die in iedere specifieke casus moeten worden geïnterpreteerd en toegepast.

 

3. Algemene begrippen

  • a.

    AVG: de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

  • b.

    Betrokkene: de natuurlijke persoon op wie informatie, waaronder persoonsgegevens, betrekking heeft (art. 4, lid 1 AVG).

  • c.

    Casusmanagementsysteem: het geautomatiseerde systeem dat door de gemeente Lelystad wordt gebruikt om signalen te verzamelen, te verrijken en te beheren.

  • d.

    Gelegenheidsstructuren: een gelegenheid en/of een opeenstapeling van gelegenheden die zich voordoen in de bestuurlijke, maatschappelijke en zakelijke omgeving die faciliterend werken voor het plegen van bestuursrechtelijk of strafrechtelijk of civielrechtelijk te sanctioneren gedragingen en waarin personen samenwerken die deze gedragingen faciliteren.

  • e.

    Gemeentelijk Signalen Overleg (GSO): Overleg met vertegenwoordigers van verschillende gemeentelijke onderdelen waarin de signalen worden besproken met als doel om een informatiebeeld en/of bestuurlijke aanpak te bepalen.

  • f.

    Hit: als van een persoon signaal relevante gegevens voor de aanpak van ondermijning in een bronbestand van een gemeentelijk onderdeel voorkomen, is sprake van een ‘hit’.

  • g.

    Melders: personen en organisaties die een melding doen/een signaal afgeven van mogelijk ondermijnende criminaliteit.

  • h.

    Object: gebouw/pand/lokaal die onderwerp van onderzoek is.

  • i.

    Ondermijnende criminaliteit: misdaadverschijnselen met een maatschappij ondermijnend karakter, die tot stand zijn gekomen in samenwerking tussen personen en worden gepleegd met het oog op het gezamenlijk behalen van financieel of materieel gewin. Ondermijnende criminaliteits is vooral een economisch gedreven maatscchappelijk fenomeen waarbij de verwevenheid van de onderwereld met de ontwrichting van de bovenwereld een belangrijk kenmerk is.

  • j.

    RIEC-MN: Regionaal Informatie en Expertise Centrum Midden Nederland dat zich richt op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit.

  • k.

    Signaal: Aanwijzing(-en) van één of meerdere professionals en/of burgers dat bepaalde handelingen, gedragingen en/of situaties mogelijk verband kunnen houden met (verschijningsvormen van) ondermijnende activiteiten. Met een signaal wordt ook bedoeld: (een cluster van) signalen of een (cluster van) melding(-en) die zien op een zelfde ondermijnende activiteit.

  • l.

    Specialist veiligheid, taakaccent ondermijning

  • Functionaris belast met:

    • De regie op en zorg voor gezamenlijke acties/interventies ter voorkoming of beëindiging van ondermijnende criminaliteit;

    • Het ontvangen en delen van signalen, coördineren van signaalafhandeling, beheer van het bestand en de coördinatie van gegevensuitwisseling en samenwerking met het RIEC.

  • m.

    Subject: natuurlijk of rechtspersoon die onderwerp van onderzoek zijn.

  • n.

    Verwerkingsverantwoordelijke: De verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 lid 7 van de AVG.

     

4. Fases ondermijningssignaal

Het proces van het signaleren en aanpakken van signalen van ondermijnende activiteiten verloopt met het oog op proportionaliteit en subsidiariteit in een drietal fasen. Deze gefaseerde werkwijze borgt dat gegevensverwerking stapsgewijs plaatsvindt en beperkt blijft tot hetgeen noodzakelijk is. In elke fase wordt beoordeeld of verdere verwerking proportioneel en subsidiair is

 

4.1.1 Fase 1: Ontvangst, toetsing en weging

In de eerste fase wordt aan de hand van een binnenkomend signaal een eerste beoordeling en weging gemaakt om te beoordelen of er sprake is van mogelijke ondermijnende activiteiten en in het kader van ondermijning moet worden opgepakt of dat er bijvoorbeeld sprake is van een overtreding en daarom door het desbetreffende team zelf kan worden opgepakt.

 

Signalen kunnen op verschillende wijzen bij specialist Veiligheid met taakaccent ondermijning binnenkomen. De signalen kunnen bijvoorbeeld afkomstig zijn van andere gemeentelijke teams, partners, MMA en/of inwoners.

 

Beoordeling signaal en opwerken

Door de specialist Veiligheid taakaccent ondermijning wordt allereerst beoordeeld of het signaal binnen het grondgebied van de gemeente Lelystad valt en of het gaat over een gemeentelijke taak of bevoegdheid die van toepassing is. Hier wordt meer inzicht in verkregen aan de hand van informatie uit (semi) openbare bronnen zoals de basisregistraties. Daarbij zullen in ieder geval het handelsregister van de Kamer van Koophandel, het Kadaster, de Basisregistratie personen (BRP) en de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) vaak van belang zijn. Op basis van deze informatie wordt bepaald op welk subject en/of object het signaal van toepassing is.

 

Of het signaal voldoende actueel, concreet en objectief is wordt ook bekeken. Deze toetsing vindt plaats op basis van een aantal kenmerken en indicatoren, zoals opgenomen in de indicatorenlijst van bijlage 2 van dit protocol.

 

Na het inzichtelijk krijgen van de informatie over het signaal volgt een weging om tot een beslismoment te komen:

 

Beslismoment van fase 1

  • Er gebeurt niets met het signaal, waarbij het signaal gedurende een jaar bewaard om tot een jaarlijkse verantwoording te komen. Na een jaar wordt de informatie vernietigd.

  • Een signaal wordt verder opgepakt buiten het GSO om en wordt en daarom intern doorgeleid naar de relevante gemeentelijke functionaris. Na een jaar wordt de informatie vernietigd.

  • Een signaal wordt met hulp van het daarvoor bestemde RIEC-signaaldocument naar het RIEC gestuurd die de regie vervolgens voert. De behandeling van het signaal vindt dan plaats onder de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. Het signaal wordt voor 5 jaar bewaard.

  • Er volgt een vervolganalyse waarmee fase 2 ingaat.

     

4.1.2. Fase 2 nadere verrijking signaal en weging

In fase 2 wordt een check gedaan op de beschikbare informatie uit verschillende gemeentelijke bronnen. De gemeentelijke bronnen worden geraadpleegd door de verschillende deelnemers van het GSO waarmee het signaal nader verrijkt wordt.

 

Op basis van de aanwezige informatie per gemeentelijke afdeling wordt een tweede weging gedaan waarin de Specialist Veiligheid met taakaccent ondermijning bepaalt wat er met het signaal gebeurt.

 

Beslismoment van fase 2

  • a.

    No hit (geen enkele gemeentelijke afdeling heeft nadere informatie): Het signaal wordt een jaar opgeslagen om te komen tot een jaarlijkse verantwoording en om te kijken of er verdere aanknopingspunten zijn. Indien dit niet het geval is, wordt het signaal na een jaar verwijderd.

  • b.

    Hit (één of meerdere gemeentelijke afdelingen hebben nadere informatie): het signaal wordt vervolgens geagendeerd voor het GSO.

     

4.1.2. Fase 3 Gemeentelijk Signalen Overleg (GSO)

Tijdens het GSO wordt een signaal besproken waarbij de deelnemers bevraagd worden op de ‘hit’.

 

Vervolgens vindt er een derde weging plaats met een beslismoment om te bepalen wat er met het signaal gebeurt.

 

Beslismoment van fase 3

  • Bij één of meerdere hits wordt bepaald of het signaal integraal of mono wordt opgepakt door één of meerdere gemeentelijke afdelingen. Het signaal blijft op de actielijst van het GSO staan voor een monitoring. Nadat de aanpak is afgehandeld, wordt het signaal voor 5 jaar bewaard.

  • Het signaal wordt doorgeleid naar het RIEC voor verder onderzoek en een casusaanpak. De behandeling van het signaal vindt dan plaats onder de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. Het signaal wordt voor 5 jaar bewaard om tot een jaarlijkse verantwoording te komen, daarna wordt het vernietigd.

     

Signalen worden opgeslagen in het casusmanagementsysteem. De gegevens zijn alleen toegankelijk voor de Specialist Veiligheid ondermijning, zijn/haar vervanger(s) en voor zover relevant, noodzakelijk en toegestaan voor de partners van het GSO.

 

(Mogelijke) deelnemers GSO

  • Specialist Veiligheid Ondermijning

  • Jurist ondermijning

  • Toezichthouder ondermijning

  • Boa ondermijning

  • Vergunningverlener

  • Bibob coördinator

  • Toezichthouder BRP

  • Sociale handhaving

  • Toezichthouder WMO / Participatiewet

  • Medewerker subsidiebureau

     

5. Artikelen protocol

 

Artikel 1 Doel van het protocol

De bestuurlijke aanpak van ondermijning dient met inachtneming van wet- en regelgeving op het gebied van bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy) plaats te vinden. Dit protocol beoogt de benodigde waarborgen te bieden om dat te realiseren. Het protocol is gefaseerd ingericht, zodat de gegevensverwerking beperkt wordt tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel waarvoor ze worden verwerkt. Dit protocol biedt een betrokkene inzicht in de wijze waarop bij deze aanpak zijn/haar persoonsgegevens verwerkt en met welk doel dat gebeurt. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de belangrijkste beginselen als genoemd in art. 5 AVG.

 

Artikel 2 Doel van de verwerking

  • 1.

    De binnengemeentelijke afdelingen van de gemeente Lelystad werken samen, onder specialist Veiligheid taakaccent Ondermijning, in de aanpak van ondermijning. Dit protocol ziet op alle verwerkingen van persoonsgegevens door de binnengemeentelijke afdelingen van de gemeente Lelystad in het kader van de aanpak van ondermijning.

  • 2.

    Het verwerken van persoonsgegevens vindt plaats met als doel de werkzaamheden van de binnengemeentelijke afdelingen op effectieve en efficiënte wijze op elkaar te laten aansluiten teneinde ondermijnende activiteiten te signaleren en te analyseren; te voorkomen dat de gemeente Lelystad ondermijning (onbewust) faciliteert; vroegtijdig te kunnen signaleren en interveniëren middels een bestuurlijke aanpak; onrechtmatigheden en maatschappelijke bedreigingen veroorzaakt door ondermijnende activiteiten te voorkomen, en daarmee bedreigingen voor de leefbaarheid en openbare orde in de gemeente Lelystad te voorkomen.

  • 3.

    Om het onder lid 2 geformuleerde doel te bereiken verwerken de binnengemeentelijke afdelingen namens de verwerkingsverantwoordelijke de nodige persoonsgegevens in het kader van signalen, het gemeentelijk signalen overleg en het inbrengen van signalen bij het RIEC. Voor elk van deze fasen in het werkproces zijn specifieke doelen voor de verwerking van persoonsgegevens door de binnengemeentelijke afdelingen van toepassing. Deze doelen zijn gespecificeerd in hoofdstuk 6 (Specifieke bepalingen per fase) van dit protocol.

  • 4.

    De binnengemeentelijke afdelingen verwerken de persoonsgegevens namens de verwerkingsverantwoordelijke die zij in het kader van de samenwerking onder dit protocol hebben verkregen niet voor andere doeleinden dan de doelen omschreven in lid 2.

     

Artikel 3 Verwerkingsverantwoordelijke

Het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester van de gemeente Lelystad, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, is de verwerkingsverantwoordelijke in het kader van de aanpak van ondermijning.

 

Artikel 4 Grondslag voor de verwerking

De verwerking van persoonsgegevens in het kader van de bestuurlijke aanpak van ondermijning vindt plaats op basis van de volgende juridische kaders:

Wettelijke grondslag (AVG): De verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e van de AVG.

Specifieke taakstelling (WGS): Voor zover de verwerking plaatsvindt binnen een wettelijk aangewezen samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS), vormt deze wet de specifieke grondslag voor de gegevensuitwisseling en gezamenlijke verwerking.

Aanvullende wettelijke bevoegdheden: Voor zover de WGS niet van toepassing is, vindt de verwerking plaats op basis van de wettelijke taken en bevoegdheden van de gemeente en de burgemeester, waaronder begrepen de handhaving van de openbare orde (artikel 172 Gemeentewet) en andere publiekrechtelijke taken op het gebied van toezicht, vergunningverlening en handhaving.

Doelbinding en noodzaak: Persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor het voorkomen en bestrijden van ondermijnende criminaliteit. De verwerking is proportioneel en subsidiar, en beperkt tot hetgeen noodzakelijk is voor het beoogde doel, waarbij de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen niet onevenredig wordt geschaad.

 

Artikel 5 De verwerkte persoonsgegevens

  • 1.

    Van de melders worden uitsluitend de in het signaal opgenomen persoonsgegevens verwerkt ten behoeve van communicatie met de melder.

  • 2.

    Per signaal wordt beoordeeld welke gegevens noodzakelijk zijn; niet-noodzakelijke gegevens worden niet verwerkt.

  • 3.

    Van de personen over wie wordt gemeld, worden gegevens verwerkt zoals benoemd in Bijlage 1: categorieën van verwerkte gegevens behorend bij dit protocol.

  • 4.

    De in het tweede lid bedoelde persoonsgegevens worden gebruikt voor:

  • Afhandeling van het signaal;

  • Het (mono- of multidisciplinair) oppakken van het signaal binnen de eigen kaders door de gemeentelijke verantwoordelijke of;

  • De verdere aanpak van ondermijning onder regie van de specialist Veiligheid, taakaccent ondermijning of;

  • Het verstrekken van het signaal binnen het RIEC.

     

Artikel 6 Categorieën van ontvangers

Voor zover noodzakelijk voor de in paragraaf 2.2 genoemde doelen, kunnen gegevens (signaal en aanvullingen uit open bronnen) worden:

  • a.

    Verstrekt aan gemeentelijke afdelingen voor zover zij die behoeven voor de uitvoering van hun wettelijke taak, of;

  • b.

    Verstrekt binnen het RIEC.

     

Artikel 7 Beheer

  • 1.

    De teamleider van het team Juridische zaken en Veiligheid is beheerder. Hij/zij draagt zorg voor het dagelijks beheer van de verwerking, waaronder de beveiliging van de persoonsgegevens, de informatieverstrekking aan betrokkene en de afhandeling van de door betrokkene uitgeoefende rechten.

  • 2.

    Het feitelijk beheer van de verwerking van persoonsgegevens en feitelijke naleving van de informatieplicht is opgedragen aan de Specialist Veiligheid taakaccent ondermijning. De gemeentelijke afdelingen betrokken bij de specifieke casus krijgen slechts toegang tot een beperkt deel van het dossier.

     

Artikel 8 Beveiliging van persoonsgegevens

De beheerder draagt zorg voor passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.

Hiertoe behoren in ieder geval:

  • a.

    Een vastgesteld beveiligingsbeleid dat ook is geïmplementeerd, en

  • b.

    Fysieke maatregelen voor toegangsbeveiliging inclusief organisatorische controle, en

  • c.

    Logische toegangscontrole (wachtwoord).

     

Artikel 9 Bewaartermijn

  • 1.

    De gegevens worden:

a) gedurende een jaar bewaard indien fase 1 en/of 2 van het protocol niet tot verdere aanpak van het signaal leidt;

b) gedurende vijf jaar bewaard na afronding van de aanpak indien het signaal tot een aanpak heeft geleid;

c) na afloop van de bewaartermijn worden de gegevens vernietigd volgens het formele vernietigingsproces.

2. Op basis van een nieuw signaal kunnen de bewaarde persoonsgegevens ten behoeve van het nieuwe signaal worden geraadpleegd dan wel verwerkt en is het protocol van toepassing op de nieuwe verwerking.

3. De opgenomen gegevens kunnen voor evaluatie dan wel wetenschappelijk onderzoek in niet tot individuele personen herleidbare vorm bewaard blijven.

 

Artikel 10 Rechten van betrokkenen

  • 1.

    Betrokkene kan een verzoek doen als bedoeld in de artikelen 15, 16, 17, 18 en 21 van de AVG aan de verwerkingsverantwoordelijke doen. De beheerder handelt deze verzoeken namens het college of de burgemeester af binnen 4 weken na ontvangst ervan, behoudens de wettelijke mogelijkheden tot verlenging.

  • 2.

    Het bovenvermelde kan worden beperkt voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

  • a.

    de nationale veiligheid;

  • b.

    landsverdediging;

  • c.

    de openbare veiligheid;

  • d.

    de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

  • e.

    andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang met name een belangrijk economisch of financieel belang, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;

  • f.

    de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

  • g.

    de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

  • h.

    een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de in de punten a), tot en met e) en punt g) bedoelde gevallen;

  • 1.

    de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

  • 3.

    Indien het signaal naar het RIEC-samenwerkingsverband wordt doorgezet dan is de wet gegevensverwerking samenwerkingsverbanden van toepassing.

     

Artikel 11 Verstrekking aan derden (geheimhouding)

  • 1.

    Persoonsgegevens die in het kader van dit protocol worden verwerkt, worden niet verstrekt aan anderen dan deelnemers (binnengemeentelijke afdelingen) aan het betreffende overleg tenzij de binnengemeentelijke afdelingen hiertoe wettelijk verplicht zijn. Deze verstrekking wordt schriftelijk vastgelegd door de beleidsadviseur Veiligheid en Ondermijning.

  • 2.

    Indien een verstrekking van persoonsgegevens aan derden plaatsvindt, is dat een individuele afweging van elke binnengemeentelijke afdeling op grond van zijn eigen (sectorale)wet- en regelgeving.

     

Artikel 12 Verwerkingsregister

  • 1.

    De specialist Veiligheid met taakaccent ondermijning registreert de verwerking van persoonsgegevens onder dit protocol in het register van verwerkingsactiviteiten van de gemeente Lelystad.

  • 2.

    Het register van verwerkingsactiviteiten bevat minimaal de volgende informatie:

  • a.

    De naam en contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en eventuele gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken (of diens vertegenwoordiger);

  • b.

    De verwerkingsdoeleinden;

  • c.

    Een beschrijving van de categorieën persoonsgegevens die worden Verwerkt;

  • d.

    Een beschrijven van de categorieën betrokkenen;

  • e.

    De categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens worden (of zullen worden) verstrekt;

  • f.

    Indien van toepassing, doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties;

  • g.

    Indien mogelijk, de beoogde termijnen waarbinnen de verschillende categorieën van gegevens moeten worden gewist;

  • h.

    Indien mogelijk, een algemene beschrijving van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen die zijn getroffen.

  • 3.

    De Functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke houdt toezicht op de naleving van de verplichtingen in dit protocol en is bevoegd aanwijzingen te geven aan de beleidsadviseur Veiligheid en Ondermijning.

 

Hoofdstuk 6 Specifieke bepalingen per fase

 

6.1 Fase 1 - Ontvangst, toetsing en weging van een ondermijningssignaal

 

Artikel 13 Het doel van de verwerking van persoonsgegevens bij ontvangst, toetsing en weging van een ondermijningssignaal

De verwerking in deze eerste beoordelingsfase is ten behoeve van:

  • 1.

    Analyseren van signalen van burgers en professionals op onrechtmatigheden en maatschappelijke bedreigingen die op ondermijnende activiteiten kunnen duiden.

  • 2.

    Aan de hand van in bijlage 1 onder fase 1 genoemde bronnen vaststellen of een signaal voldoende is voor verdere aanpak ondermijning.

     

     

Artikel 14 Weging signaal en vervolg signaalanalyse

  • 1.

    De specialist Veiligheid/Ondermijning beoordeelt het signaal aan de hand van de in bijlage 1 en 2 genoemde bronnen en indicatoren.

  • 2.

    Indien er na deze verrijking en weging van informatie omtrent het signaal geen sprake is van ondermijnende of criminele activiteiten dan wordt het signaal:

  • a.

    Niet bewaard, indien het signaal persoonsgegevens bevat en voor het bewaren niet langer een gegronde reden is;

  • b.

    Bewaard en na verloop van de bewaartermijn van 1 jaar vernietigd;

  • c.

    Eventueel doorgezet naar een gemeentelijke afdeling om op basis van de eigen wettelijke kaders het signaal op te pakken.

  • 3.

    Indien er na deze verrijking en weging van het signaal wel sprake is van een vermoeden van ondermijning dan treedt fase 2 in werking, hetgeen kan leiden tot een feitelijke casus;

     

Artikel 15 Informeren betrokkene bij eerste signaalanalyse

  • 1.

    Indien een signaal, zoals in hierboven genoemd art. 13 lid 2 sub c mono- of multidisciplinair door een afdeling van de gemeente wordt opgepakt, dan informeert het desbetreffende onderdeel (onderdelen) betrokkene conform de regels vastgelegd in de AVG.

  • 2.

    Van het informeren van betrokkene kan gemotiveerd worden afgezien indien dit noodzakelijk en proportioneel is in het belang van:

  • a.

    de nationale veiligheid;

  • b.

    landsverdediging;

  • c.

    de openbare veiligheid;

  • d.

    de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

  • e.

    andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang met name een belangrijk economisch of financieel belang, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;

  • f.

    de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

  • g.

    de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

  • h.

    een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de in de punten a), tot en met e) en punt g) bedoelde gevallen;

  • i.

    de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen;

  • j.

    indien het signaal na beoordeling niet leidt tot verdere verwerking of opvolging en het informeren van betrokkene onevenredige inspanningen zou vergen of afbreuk zou doen aan de effectieve uitvoering van toezicht-, handhavings- of signaleringsprocessen.

  • 3.

    Indien wordt afgezien van het informeren van betrokkene, wordt deze beslissing gemotiveerd en vastgelegd in het zaakdossier.

     

6.2 Fase 2 - Nadere verrijking signaal en weging

Artikel 16 Het doel van de verwerking van persoonsgegevens bij nadere verrijking signaal

Het doel van de verwerking in deze fase is het doen van een vervolganalyse van de meldingen en signalen op onrechtmatigheden en maatschappelijke bedreigingen van ondermijnende activiteiten door middel van een ‘hit’- check op beschikbare informatie bij de gemeentelijke onderdelen (en) om vast te stellen of er vermoedelijk sprake is van ondermijnende activiteiten.

 

Artikel 17 Weging signaal en vervolg signaalanalyse

  • 1.

    De specialist Veiligheid/Ondermijning beoordeelt het signaal aan de hand van de aanwezige beschikbare informatie van de gemeentelijke afdelingen.

  • 2.

    Indien er na deze verrijking en weging van informatie ‘no hit’ is (geen enkele gemeentelijke afdeling heeft nadere informatie) dan wordt het signaal een jaar opgeslagen om tot een jaarlijkse verantwoording te komen en om te kijken of er verdere aanknopingspunten zijn. Indien dit niet het geval is wordt het signaal na een jaar verwijderd.

  • 3.

    Indien er na deze verrijking van informatie sprake is van een ‘hit’ (een of meerdere gemeentelijke afdelingen hebben nadere informatie) dan wordt het signaal geagendeerd voor het GSO en treedt fase 3 in werking.

     

Artikel 18 Informeren betrokkene

  • 1.

    Indien een signaal wordt geagendeerd voor een gemeentelijk LOO, dan informeert de Specialist Veiligheid met taakaccent ondermijning de betrokkene overeenkomstig de regels van de AVG. Daarbij wordt in ieder geval informatie verstrekt over: a. de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke en de doeleinden van de verwerking; b. de categorieën persoonsgegevens die worden verwerkt; c. de rechten van betrokkene; d. nadere informatie die noodzakelijk is om een behoorlijke en zorgvuldige verwerking te waarborgen.

  • 2.

    Van het informeren kan gemotiveerd worden afgezien indien dit noodzakelijk en proportioneel is ter bescherming van de belangen genoemd in lid 3, dan wel indien het informeren van betrokkene afbreuk zou doen aan de effectieve uitvoering van toezicht-, handhavings- of signaleringsprocessen.

  • 3.

    Het informeren van betrokkene kan worden beperkt voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

    a. de nationale veiligheid;

    b. landsverdediging;

    c. de openbare veiligheid;

    d. de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

    e. andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang;

    f. de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

    g. toezicht-, inspectie- en handhavingstaken;

    h. de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

  • 4.

    Indien wordt afgezien van het informeren van betrokkene, wordt deze beslissing gemotiveerd en vastgelegd in het zaakdossier.

     

6.3 Fase 3 - Gemeentelijk Signalen Overleg

Artikel 19 Het doel van de verwerking van persoonsgegevens in het GSO

Het doel van de verwerking in deze fase is:

  • a.

    Bespreking van het signaal in het GSO om vast te stellen of er sprake is van een vermoeden van ondermijnende activiteiten en een mono of multidisciplinaire bestuurlijk plan van aanpak vast te stellen.

  • b.

    Het monitoren van de bestuurlijke aanpak van de casus.

  • c.

    Voorbereiding op inbreng van het signaal als potentiële casus binnen het RIEC-samenwerkingsverband, zoals het invullen van het RIEC signaalformulier. Als ook het opwerken van het informatiebeeld van deze mogelijke RIEC casus.

     

Artikel 20 Weging en opwerken informatiebeeld signaal

  • 1.

    De functionarissen van de betrokken gemeentelijke afdelingen en de specialist veiligheid delen informatie die nodig is voor het opwerken van het informatiebeeld en het bepalen van de bestuurlijke aanpak.

  • 2.

    De Specialist Veiligheid met taakaccent ondermijning monitort het opwerken van het signaal informatiebeeld en de bestuurlijke aanpak. De Specialist Veiligheid overlegt met de betrokken gemeentelijke afdelingen om de stand van zaken te bespreken en waar nodig bij te sturen.

  • 3.

    De Specialist Veiligheid met taakaccent ondermijning draagt er zorg voor dat het informatiebeeld wordt overgeheveld naar het RIEC indien ervoor wordt gekozen om het signaal door te leiden naar het RIEC.

     

Artikel 21 Afsluiten casus en bewaartermijn

  • 1.

    Na beëindiging van het opwerken van het signaal/informatiebeeld of het afronden van de bestuurlijke aanpak, wordt de casus afgesloten.

  • 2.

    Het dossier wordt na sluiting gedurende vijf (5) jaar vanaf de laatste verwerking bewaard.

  • 3.

    Op basis van een nieuw signaal kunnen de bewaarde persoonsgegevens voor het nieuwe signaal met betrekking tot hetzelfde object en/of subject worden geraadpleegd dan wel verwerkt en is het protocol van toepassing op de nieuwe verwerking.

     

Artikel 22 Informeren betrokkene

Artikel 18 is overeenkomstig van toepassing voor het informeren van betrokkene.

 

Hoofdstuk 7 Slotbepaling

Artikel 23 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Privacy protocol Ondermijning Gemeente Lelystad.

 

Artikel 24 Inwerkingtreding

Het protocol treedt inwerking de dag na bekendmaking ervan.

 

Lelystad, … 2026.

 

C. Swart

Secretaris,

 

Burgemeester,

A.E.H. Baltus,

 

Naar boven