Gemeenteblad van Putten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Putten | Gemeenteblad 2026, 325515 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Putten | Gemeenteblad 2026, 325515 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Uitvoering VTH-taken Omgevingswet 2026
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bundelt 26 wetten en een groot aantal algemene maatregelen van bestuur en regelingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Net zoals het voorgaande regime kent de wetgeving een systeem waarmee de uitvoerende taken worden geborgd en gemonitord.
De Omgevingswet vereist dat het college een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststelt, deze jaarlijks vertaalt in een uitvoeringsprogramma, en jaarlijks evalueert en rapporteert over uitvoering en doelbereik. Deze verplichtingen volgen uit het Omgevingsbesluit (artikelen 13.5, 13.8 en 13.11).
In het uitvoerings- en handhavingsstrategie worden doelen worden gesteld en vastgesteld welke werkzaamheden daarvoor worden verricht. Deze strategie dient jaarlijks vertaald te worden in een uitvoeringsprogramma, waarin staat welke werkzaamheden het komende jaar worden verricht. Ook dient jaarlijks geëvalueerd en gerapporteerd te worden over de mate waarin het voorgaande uitvoeringsprogramma is uitgevoerd en of de gestelde doelen zijn bereikt.
Dit document bundelt de uitvoerings- en handhavingsstrategie, de evaluatie 2025 en het uitvoeringsprogramma 2026 in één samenhangend stuk, zodat keuzes, resultaten en planning logisch op elkaar aansluiten en er effectief kan worden gestuurd op prioriteiten en capaciteit.
De Omgevingswet geeft ons diverse instrumenten om sturing te geven aan de fysieke leefomgeving.
In de Omgevingsvisie Putten 2040 staat waar we als gemeente naartoe willen. Deze visie heeft de gemeenteraad op 2 november 2023 vastgesteld. Daarnaast hebben we op 1 januari 2024 van rechtswege een omgevingsplan gekregen. Dit plan is een soort opbouwmodel, waarin op dit moment nog maar een beperkt aantal regels is opgenomen. In ons huidige omgevingsplan is de zogenoemde bruidsschat, waarin de voormalig landelijke regels staan die met de invoering van de Omgevingswet naar de gemeenten komen, maar ook alle bestemmingsplannen en beheer verordeningen die van rechtswege onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan opgenomen.
De landelijke overheid geeft ons tot 1 januari 2032 de tijd gegeven om tot een compleet omgevingsplan te komen.
Naast het plan en de visie geeft de Omgevingswet ons instrumenten en bevoegdheden om uitvoering te geven. Het gaat om vergunningverlening, toezicht en handhaving (vaak ook VTH-taken genoemd). Bij vergunningverlening wordt aan de hand van landelijke en lokale regels beoordeeld of een aanvraag voldoet aan het toetsingscriteria. Bij toezicht wordt gekeken of volgens de vergunningen en de rechtstreeks werkende landelijke en lokale regels wordt gehandeld en waar nodig wordt handhavend opgetreden als blijkt dat een regel wordt overtreden. Bij handhaving wordt ook beoordeeld of het waargenomen knelpunt mogelijk via vergunningverlening opgelost kan worden.
Om de visie na te streven, ruimtelijke doelen te verwezenlijken en de capaciteit op een goede manier in te zetten is het belangrijk om te analyseren, evalueren en bij te sturen. Dit geldt zowel voor de afzonderlijke uitvoerende taken (van vergunningverlening, toezicht en handhaving), als voor de wisselwerking tussen de uitvoerende taken. Daarnaast is het ook van belang om bij de uitvoering van de uitvoerden taken (extra) aandacht te besteden aan de beleidsdoelen, maar ook de kennis en ervaring uit de uitvoerden taken te gebruiken als input voor beleidvorming. In onderstaande afbeelding staat dit schematisch weergegeven.
Om de wisselwerking continu op gang te houden is er in de op ambtelijk niveau regelmatig contact.
Dit document is tot stand gekomen na diverse overleggen met stakeholders. Daarnaast zijn er interactieve sessies geweest in het MT en met het college van burgemeester en wethouders.
Vanwege de onderlinge samenhang en relatie tussen de genoemde producten, waarbij de evaluatie ook van invloed kan zijn op de uitvoerings- en handhavingsstrategie, is de keuze gemaakt om de uitvoerings- en handhavingsstrategie, de evaluatie en het programma in één document samen te voegen.
Uitvoering taken Omgevingsdienst Veluwe
Een gedeelte van de taken voert de gemeente niet zelf uit maar worden door de OD Veluwe voor ons uitgevoerd. Voor die taken worden (en zijn) gezamenlijk met de andere deelnemende gemeenten en de provincie afzonderlijke uitvoerings- en handhavingsstrategie, de evaluaties en het programma’s opgesteld. Het gaat hierbij om de milieutaken.
In dit stuk leest u op welke wijze we uitvoering geven aan de zogenoemde VTH taken uit de Omgevingswet. Dit stuk bestaat uit drie onderdelen.
Hoofdstuk 1 bevat de handhavings- en handhavingsstrategie. Hierin staat welke keuzes we maken, waarom we die maken en hoe we uitvoering geven aan onze taak
Hoofdstuk 2 bevat de evaluatie van het voorgaande jaar. Hierin wordt gekeken welke doelen gesteld waren voor het voorgaande jaar, in welke mate die doelen behaalt zijn en welke lessen/aandachtpunten we mee willen nemen voor het volgende jaar.
Hoofdstuk 3 bevat het uitvoeringsprogramma dat we op basis van de uitvoerings- en handhavingsstrategie maken voor het komende jaar.
Dit document geeft de voorgestane algemene handelwijze aan. Er is niet beoogd bepaalde overtredingen te gedogen. Ook wanneer wordt afgeweken van dit beleid heeft dit niet het gevolg dat niet (meer) tegen overtredingen kan worden opgetreden. Er kan aan dit document dus op geen enkele wijze het vertrouwen worden ontleend dat tegen bepaalde overtredingen niet (meer) zal worden overgetreden.
1. Uitvoerings- en handhavingsstrategie
In het Omgevingsbesluit (artikel 13.5) staat dat bestuursorganen die met de uitvoerings- en handhavingstaak zijn belast een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen. Daarbij wordt aan de hand van een analyse doelen gesteld voor de vergunningverlening, het toezicht en handhaving van de wet- en regelgeving die onder de Omgevingswet vallen.
De uitvoerings- en handhavingsstrategie helpt dit bij het maken van keuzes en het waarborgen dat de aandacht wordt besteed aan de onderwerpen die belangrijk zijn. Samen met de evaluatie (hoofdstuk 2) en het programma (hoofdstuk 3) wordt het mogelijk om effectiever te werk te gaan, de werkzaamheden te monitoren en meer sturing te geven.
Voorafgaand aan het huidig wettelijke stelsel was de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) het wettelijke stelsel waarin het vergunningstelsel voor de fysieke leefomgeving was opgenomen. Ook deze wet kende een verplichting om een uitvoerings- en handhavingsbeleid te hebben. Op grond van die wet is in 2013 het Integraal Handhavingsbeleid "Handhaven met hart en verstand" gewijzigd vastgesteld. In dat stuk werd nog niet ingespeeld op de kort daarna opgerichte en operationeel wordende omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s en de wijze van samenwerking daarmee. De strategie is dus aan actualisatie toe.
Om tot een goede inzet van de instrumenten te komen is het goed om te analyseren wat onze gemeente kenmerkt, welke keuzes gemaakt zijn en wat op de gemeente afkomt.
De gemeenteraad heeft op 2 november 2023 de Omgevingsvisie Putten 2040 vastgesteld. De omgevingsvisie van de gemeente Putten beschrijft de keuzes die we vandaag moeten maken, om in 2040 als gemeente nog vitaler, mooier en duurzamer te zijn. De visie is een zogenoemde ‘stip op de horizon’ die bij het uitwerken van plannen en ideeën als uitgangspunt wordt gebruikt. De visie is uitgewerkt in een drietal ambities met elk een drietal opgaven. Daarbij zijn er ook onderlinge\ relaties tussen de ambities en opgaven. Denk bijvoorbeeld aan de relatie tussen Natuur en groen, wat gemeente Putten aantrekkelijk maakt voor recreatie en dat heeft op zijn beurt weer een grote invloed op de lokale economie.
We stellen de mens centraal, als gebruiker van de ruimte
De gemeente Putten wil een sociaal veilige en een fysiek veilige leefomgeving. orden. We zetten in om de verblijfsrecreatie in Putten vrij te houden van permanente bewoning en ondermijning. We zetten ons in dit kader ook in voor een veilig (agrarisch) buitengebied. De risico’s zoals ondermijning en druggerelateerde criminaliteit bij leegstaande bebouwing of opstallen bij agrariërs hebben de aandacht.
We zijn rentmeester van onze (dorpse en natuurlijke) leefomgeving
Cultureel en historisch Putten
De gemeente Putten wil de cultuur en historische belevingswaarden versterken. Een deel van het erfgoed is beschermd, maar er is ook waardevol erfgoed dat (nog) niet officieel beschermd wordt. Er wordt erfgoedbeleid opgesteld waarin wordt gekeken hoe de erfgoedwaarden het beste kunnen worden geborgd.
De gemeente Putten wil energieneutraal zijn in 2050. Dit doen we door het energieverbruik te verlagen en mee te werken aan grootschalige energieopwekking. De netcongestie is waarschijnlijk één van de grootste infrastructurele uitdagingen. Daarom wordt bij energie opwekkingsinitiatieven nagedacht over slimme manieren van energie opslag.
We blijven werken aan een vitale en gastvrije economie
De agrarische sector en toerisme en recreatie zijn met het midden- en kleinbedrijf (MKB) van Putten beeldbepalend voor de gemeente Putten. De gemeente wil dat de lokale ondernemers binnen de Puttense speerpuntsectoren (de vrijetijdseconomie, de agrifood en het MKB) over voldoende en kwalitatief geschikte ruimte voor werken, zowel op bedrijventerreinen als op andere plekken in de gemeente, beschikken. Ieder bedrijf op de juiste plek is daarbij het uitgangspunt.
De gemeente wil Putten goed en veilig bereikbaar houden. Dit wordt gedaan door te blijven werken aan een toegankelijk en hoogwaardig wandel- en fietsnetwerk, OV-netwerk en autonetwerk. Ook zet de gemeente zich in voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de bestaande wegen, met name op de doorgaande wegen in het dorp en in het landelijk gebied.
Recreatie en toerisme zijn en blijven belangrijke economische groeisectoren in Putten. De gemeente wil de kwaliteit van de recreatie op een hoger peil brengen. Er wordt ingezet op de kwaliteitsverbetering van de verblijfsrecreatie en de versterking en waar mogelijk uitbreiding van de dagrecreatie. De gemeente werkt aan een aantrekkelijk recreatielandschap door onder andere in te zetten op Vitale Vakantieparken. Onderdeel daarvan is om via het handhavingsspoor misstanden in de fysieke leefruimte te voorkomen en op te lossen. De ambitie is ‘recreatie blijft recreatie’. Permanente bewoning van recreatieverblijven wordt ook in de toekomst niet toegestaan.
De gemeenteraad heeft op 9 mei 2023 de looptijd van het eerder vastgestelde Integraal Veiligheidsplan 2020-2024 (IVP) verlengd tot en met 2026. In dit beleidsplan, dat samen met de heeft de gemeenteraad de looptijd van dit beleidsstuk dat samen met de gemeente Harderwijk, de gemeente Ermelo en de (veiligheids) partners is opgesteld staan in hoofdlijnen de prioriteiten op het gebied van veiligheid weergegeven.
De bovenlokale prioriteiten zijn:
Daarnaast heeft de gemeente Putten de volgende lokale prioriteiten gesteld:
De gemeente wil dat de geschiedenis van het dorp beter zichtbaar wordt en dat historisch waardevolle gebouwen in het dorp en het buitengebied beter worden beschermd. Daarom heeft de gemeenteraad heeft op 16 mei 2023 de Erfgoedverordening gemeente Putten vastgesteld. Met de nieuwe verordening is het niet meer nodig om toestemming van de eigenaar te hebben voordat het als gemeentelijk monument wordt aangewezen.
Op 19 september 2024 heeft de gemeenteraad Putten ons dorp, Erfgoedbeleid 2024 – 2028 vastgesteld. Deze bevat een uitvoeringsagenda met concrete acties om het erfgoed beter te beschermen, onder andere met het beoordelen en aanwijzen van monumenten en de borging van erfgoed in het omgevingsplan.
Sinds de uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in 2019 is de overheid zoekende naar een goede oplossing voor de stikstofproblematiek. Dit maakt ontwikkelingen voor ondernemers lastig. Ook het toekomstperspectief is hierdoor onzeker. De ligging nabij het Natura 2000 gebied de Veluwe maakt dat dit zeker voor Puttense ondernemers en de samenleving speelt.
De provincie Gelderland werkt momenteel samen met 21 Gelderse gemeenten (waaronder de gemeente Putten), twee waterschappen en het Rijk aan de Aanpak Veluwe. De Veluwe is het grootste stikstofgevoelige Natura 2000-gebied van Nederland. Op dit moment kunnen er nauwelijks natuurvergunningen worden verleend en is natuurherstel dringend nodig. Met de aanpak, waarbij met name stikstofreductie en natuurherstel voorop staan, wordt gewerkt aan het herstel en het versterken van De Veluwe. Daarnaast worden er hierdoor weer meer economische en maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk.
De Europese Unie heeft de voorkeurspositie die de Nederlandse agrariërs hadden beëindigd. Boeren mogen minder dierlijke mest uitrijden over het eigen land dan voorheen. Hierdoor ontstaat er een mestoverschot. Er wordt actief gezocht naar oplossingen voor dit probleem maar deze zijn nog concreet uitgewerkt en operationeel.
Op 26 februari 2026 is het nieuwe programmaplan Vitale Vakantieparken 2026 – 2030 ondertekend. Hiermee spreken de provincie en diverse gemeenten, waaronder de gemeente Putten, en hun commitment uit om de samenwerking voort te zetten en samen te blijven werken aan toekomstbestendige vakantieparken op de Veluwe.
Aankondiging instructieregel bewoning recreatiewoning
In de vorige regeerperiode heeft de voormalig minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het voornemen kenbaar gemaakt om via zogenoemde instructieregels onder bepaalde (nog niet uitgekristalliseerde) omstandigheden bewoning van recreatiewoningen toe te staan. Dit zorgde voor onrust en verwachtingen bij recreatieondernemers en eigenaren van recreatiewoningen. Dit voorstel leverde vanuit veel bestuurlijk betrokken instanties en organisaties weerstand op. Ook zijn er vanuit de Eerste Kamer op 18 november 2025 vragen gesteld aan de toenmalig minister over het voorstel.
In heel Nederland, maar ook op de Veluwe en in de gemeente Putten is, er een woningtekort. Het is lastig om een passende woning te vinden. De wachttijden voor een huurwoning zijn lang. Nieuwbouw van woningen komt lastig op gang, mede vanwege andere problematiek.
Het aan kunnen sluiten van nieuwe panden en voorzieningen op het stroomnetwerk is geen vanzelfsprekendheid meer. Ons huidige elektriciteitsnetwerk kan de vraag naar en het aanbod van stroom niet altijd meer goed verwerken. Hierdoor kunnen ontwikkelingen soms later doorgang vinden of moet er naar een andere oplossing gezocht worden.
De woningnood maakt dat de behoefte aan woonruimte groter is dan het aanbod. Hierdoor gaan mensen andere dan de meest gangbare en gebruikelijke oplossingen zoeken. Mensen gaan wonen op plekken die daarvoor niet bedoeld en bestemd zijn. Dit levert enerzijds veiligheidsrisico’s op nu er geen beoordeling plaats heeft gevonden of op die locatie en in dat pand een acceptabel leefklimaat is, wordt de locatie niet gebruikt voor het daarvoor bestemde doel en is er geen sturing meer.
De agrarische sector staat onder druk. Ontwikkelen is gelet op de stikstofproblematiek lastig. Wel moet er inkomen verworven worden. Daarnaast is de sociale controle in het buitengebied, mede vanwege de grotere afstanden tot naburige percelen, kleiner. Er zijn deze percelen veelal veel gebouwen waarop beperkt zicht is, wat het onbedoelde gebruik (mogelijk onder dwang) mogelijk maakt. De eigenaar kan hiermee ook onder druk gezet zijn (of zich zodanig voelen) wat voor een onveilige en ongewenste situaties kan zorgen.
In de samenleving vervaagt de grens tussen de legale bovenwereld en de illegale onderwereld. Criminelen gebruiken legale bedrijven en diensten voor hun illegale activiteiten. Hierdoor worden organisaties en inwoners slachtoffer. Dit doet afbreuk aan het veiligheidsgevoel. Met name in het landelijke buitengebied, maar ook op bedrijventerreinen, zijn plekken waar dit plaats zou kunnen vinden.
1.4 Doelen en prioriteiten (of speerpunten)
In dit hoofdstuk wordt per onderwerp de prioriteit aangegeven. De prioritering biedt een handvat bij het jaarlijks op te stellen programma waarin zo concreet mogelijk de jaarlijkse doelstellingen en de beschikbare capaciteit worden weergegeven. Afhankelijk van de prioritering kan in het programma’s accenten worden gelegd in de wijze en intensiteit van toezicht, de volgorde van oppakken van handhavingstaken en de behandelwijze bij vergunningaanvragen. De prioritering komt tot stand door analyse van de beleidsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie en andere beleidsstukken, de actualiteiten en de risico’s zoals verwoord in het hoofdstuk Analyse en uit de gesprekken met bestuurders en vakspecialisten.
1. Bouwen (zonder/afwijking vergunning of omgevingsplan)
2. Strijd rechtstreeks werkende regels BBL (of bouwtechnische vergunning)
brandveiligheid - Hoog1
constructie - Hoog2
3. Gebruik (zonder/afwijking vergunning of omgevingsplan)
Voorkomen is beter dan genezen. Het stelsel met regels voor de fysieke leefomgeving is complex. Met enige regelmaat worden regels overtreden zonder dat de overtreder zich in eerste instantie bewust daarvan is. Daarom is het goed om stil te staan bij onze dienstverlening en heldere informatie aan het loket en de website.
Dit geven we vorm door burgers en bedrijven te informeren via onze website maar ook door goede input te leveren aan de landelijke website www.omgevingsloket.nl zodat de vergunning check goed werkt en de regels inzichtelijk zijn via de vergunning check.
Soms werkt een persoonlijke uitleg beter dan een digitale oplossing. Wij vinden het daarom belangrijk dat de dienstverlening verloopt via meerdere kanalen en laagdrempelig blijft. Het is in gemeente Putten daarom nog steeds mogelijk om dagelijks zonder afspraak een bezoek te brengen aan de informatiebalie van de afdeling Ruimte. Hier is volop ruimte voor het stellen van vragen over de fysieke leefomgeving en plannen in te zien. Iedere vraag wordt hier direct beantwoord of goed genoteerd voor een collega die de vraag op later moment beantwoordt.
Duidelijke regels in omgevingsplan
Naast communiceren proberen we bij het opstellen van het definitieve omgevingsplan aandacht te besteden aan duidelijke en zo simpel mogelijke regels die toch voldoende waarborg hebben. Bij het opstellen en voorbereiden van de regels worden medewerkers van alle disciplines betrokken. De regels worden zodanig opgesteld dat deze via het digitale omgevingsloket (via regels op de kaart en de vergunningcheck) op een logische manier inzichtelijk zijn.
Je weet pas of iets goed gaat als je het ook controleert. De medewerkers van team Toezicht zijn de ogen, oren en neus van de gemeente. Er zijn verschillende aanleidingen om toezicht te houden.
Toezicht verleende en geweigerde vergunningen
Een belangrijk deel van het toezicht houden is toezicht op de verleende vergunningen, maar ook op de aanvragen die geweigerd zijn. Als een vergunning verleend is beoordelen we of de vergunninghouder zich aan de verleende toestemming houdt. Het is belangrijk dat wat is aangevraagd en akkoord bevonden ook op die manier wordt uitgevoerd. Enkel op die manier kunnen doelen bereikt worden. Het is ook belangrijk dat wat is afgesproken nagekomen wordt. Als besloten is dat een project niet kan, en de vergunning geweigerd is, wordt toch een controle uitgevoerd. Dit om adequaat te kunnen handelen als er toch niet vergunde activiteiten plaatsvinden.
Via verschillende bronnen, zowel intern als extern, komen signalen binnen over situaties waar mogelijk in strijd met de wetgeving wordt gehandeld. Die meldingen zijn aanleiding om een situatie te beoordelen. Als het vermoeden bestaat dat er een overtreding is wordt er een constatering gemaakt en ter beoordeling aan team Juridische zaken & Vergunningen doorgezet.
Toezicht na verzoek om handhaving
Verzoeken om handhavend op te treden komen binnen bij team Juridische zaken & Vergunningen. Vanuit dit team wordt gevraagd om (aanvullende) informatie om het verzoek te beoordelen. Dit team zet intern een controleverzoek uit naar team Toezicht. De bevindingen van de toezichthouder worden met een constatering teruggekoppeld aan team Juridische zaken & Vergunningen.
Toezicht n.a.v. eigen waarneming
De toezichthouders zijn veel buiten en komen tijdens hun werk op en langs veel plekken. Onderweg kunnen ze tegen aspecten aanlopen die hun aandacht trekken en aanleiding is om het verder uit te zoeken. Als vermoed wordt dat er een overtreding is wordt er een constatering gemaakt en ter beoordeling aan team Juridische zaken & Vergunningen doorgezet.
Toezicht op de recreatieterreinen vindt plaats door eigen medewerkers. Dit zijn medewerkers die speciaal voor dit onderwerp op pad gaan en kennis en kunde op dit gebied hebben. De materie vraagt ook om een specifieke benadering. De wijze waarop afstemming plaatsvindt met andere organisatieonderdelen is gelijk aan de andere verzoeken en rapportages.
Ook kan het zijn dat er in jaarprogramma’s de keuze wordt gemaakt dat een bepaald thema extra aandacht krijgt en dat daarvoor een specifieke wijze van toezicht op wordt ingericht.
In welke volgorde pakken we zaken op?
Het is niet mogelijk om alle inkomende waarnemingen signalen en verzoeken direct op te pakken en tegen alle overtredingen (direct) op te treden. Uitgangspunt is om het grootste deel van de beschikbare capaciteit in te zetten op het belangrijkste, de hoge prioriteiten. Handhavingsprocedures worden in principe in de volgende volgorde gestart afhankelijk van de prioritering.
Een lage prioriteit betekent niet dat een overtreding wordt gedoogd!
Met de huidige capaciteit bestaat de kans dat zaken met een lage prioriteit niet snel aan de beurt komen. Om te voorkomen dat een overtreder die een overtreding begaan met een lage prioriteit de indruk zou krijgen dat hierdoor er in de praktijk niet tegen hem zal worden opgetreden, zullen jaarlijks ook enkele zaken met een lage prioriteit worden opgepakt. Ook is het mogelijk om bepaalde overtredingen op projectbasis alsnog aan te pakken indien hiertoe de middelen beschikbaar worden gesteld.
Procedure start zaak handhaving, verzoek om handhaving
Verzoek om handhaving komt bij ons binnen via Djuma. Zaken worden gezamenlijk bij weekstart bekeken en aan een medewerker toebedeeld. Verzoeken om handhaving worden altijd opgepakt. Het niet gelijk oppakken vanwege een mogelijk lage prioriteit vergt een gedegen motivering wat ook tijd kost en later zal alsnog een inhoudelijke beoordeling plaats moeten vinden. De medewerker die de zaak oppakt zet de zaak in Djuma op zijn/haar naam en voert de zaak ook op in het Excel overzicht met de werkvoorraad.
Mogelijke start van zaak, melding
Als we een melding krijgen (telefonisch of anoniem) wordt eerst ingeschat wat de prioriteit is. Bij hoge prioriteit wordt in beginsel direct de zaak opgepakt. Bij middelhoge of lage prioriteit niet automatisch. Schriftelijke signalen die niet direct worden opgepakt worden in de djumabak Constateringen geplaatst. De eerste letter van de zaaknaam in Djuma is de hoogte van de prioriteit (M of L dus). Als de zaak direct wordt opgepakt zet de medewerker die de zaak oppakt de zaak in Djuma op zijn/haar naam en voert de zaak ook op in het excel overzicht met de werkvoorraad.
Mogelijke start van zaak, waarneming toezichthouder
Als een toezichthouder een situatie waarneemt die mogelijk in strijd is met de regels wordt hier een rapportage van gemaakt. De rapportage wordt in de Djuma werkbak van het team geplaatst door team toezicht. Bij de weekstart wordt de zaak bekeken en wordt beoordeeld welke prioriteit de zaak heeft. Prioriteit Hoog wordt in beginsel direct opgepakt door een van de medewerkers. Bij een prioriteit Midden of Laag kan de zaak, afhankelijk van de actuele workload, opgepakt worden of in de Djuma map constateringen geplaatst worden. Als de zaak direct wordt opgepakt zet de medewerker die de zaak oppakt de zaak in Djuma op zijn/haar naam en voert de zaak ook op in het Excel overzicht met de werkvoorraad.
Bij een overtreding waar we handhavend optreden versturen we eerst een voornemen waarin de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze in te dienen. Daarna wordt een handhavingsbesluit genomen. In beginsel doen we dit met een last onder dwangsom nu dit middel de overtreder de vrijheid geeft om de wijze van opheffen van de overtreding te bepalen. Mocht een bepaalde situatie een andere aanpak vragen dan kan dit. Voor wat betreft de hoogte van de dwangsom wordt dit van geval tot geval bepaald. Een effectieve handhaving vergt een afgestemde dwangsom.
Wanneer besluit ook van toepassing verklaren rechtsopvolger?
Bij handhaving op recreatieterreinen in verband met strijdig gebruik bepalen we in beginsel dat de last ook van toepassing is op een eventuele rechtsopvolger. Dit doen we om het middel effectiever te maken en te voorkomen dat een heel nieuw handhavingstraject gevolgd moet worden. Bij andere soort overtredingen bepalen we enkel dat de last ook op de eventuele rechtsopvolger van toepassing is als er signalen van aanstaande verkoop zijn.
Als bepaald wordt dat een besluit ook van toepassing wordt verklaard op een eventuele rechtsopvolger dan wordt het besluit ook ingeschreven in het daarvoor bestemde beperkingenregister.
Wat nadat een herstelsanctie is opgelegd?
Nadat een gestelde termijn is verstreken vragen we team toezicht om een controle uit te laten voeren. Als uit de controle blijkt dat het probleem is opgelost dan wordt de zaak afgesloten. Als het probleem niet is opgelost, en een last onder dwangsom wordt overtreden, wordt het traject tot invorderen van een dwangsom gestart. Eerst zal een voornemen worden gestuurd waarbij de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze in te dienen. Daarbij zal een van rechtswege verbeurde dwangsom in beginsel worden ingevorderd. Besluiten om een dwangsom in te vorderen worden ook naar een collega van de financiële afdeling gestuurd.
Door het secretariaat van de commissie bezwaarschriften worden we geïnformeerd over bezwaren over handhaving en vergunningen. De strategisch adviseur neemt de zaken op in het excel bestand met het weekoverzicht. We krijgen ook uitnodigingen van de zittingen van het secretariaat van de commissie Bezwaarschiften. In de weekstart wordt per zitting bekeken hoe de vertegenwoordiging wordt verzorgd.
We proberen bezwaren die mensen ervaren weg te nemen en/of op te lossen. Dit doen we door in de ontvangstbevestiging de mogelijkheid te bieden om voorafgaand aan een hoorzitting van de commissie Bezwaarschiften de mogelijkheid te beiden voor een ambtelijk gesprek. Daarnaast kijken we aan de hand van het ingediende bezwaarschift of we een mogelijke oplossing zien en benaderen betrokken mocht dat het geval zijn.
Als de commissie Bezwaarschiften advies heeft uitgebracht komt het advies van de commissie samen met de hele bezwaar zaak binnen via de djumabak van het team. In de weekstart wordt bekeken wie de beslissing op bezwaar verzorgt. Degene die dat doet zet de zaak in djuma op zijn/haar naam en zet zijn/haar naam bij de zaak in het Excel bestand met het weekoverzicht.
Via het omgevingsplan of de omgevingswet is vastgelegd dat sommige activiteiten pas mogen worden uitgevoerd als daar een omgevingsvergunning voor is verleend. De afhandeling van de vergunningen is vastgelegd en via deze link te openen.
In hoofdlijnen doorloopt het de afhandeling van omgevingsvergunningen de volgende stappen:
Een aanvraag omgevingsvergunning kan digitaal via het landelijk Omgevingsloket of op papier worden ingediend. De administratief medewerker registreert de aanvraag in het vergunningensysteem RX Mission. Per zaak is er 1 coördinator. Het vergunningensysteem helpt de coördinator bij de termijnbewaking en de werkverdeling. De coördinator beoordeelt (samen met de adviseurs voor de specifieke activiteit) of de aanvraag compleet is. Als dat niet het geval is wordt de aanvrager de gelegenheid geboden om de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren.
Wanneer de aanvraag compleet is wordt deze inhoudelijk beoordeeld door de verschillende ter zake deskundige adviseurs. Dit kunnen interne adviseurs zijn op het gebied van bouwen, gezondheid, samenleving, uitwegen en afwijken omgevingsplan, maar kunnen ook externe adviseurs zijn, zoals vanuit de veiligheidsregio, de omgevingsdienst en de commissie omgevingskwaliteit. De adviesaanvragen worden verspreid en verzameld via het vergunningsysteem RX Mission en de Samenwerkingsfunctionaliteit van het Omgevingsloket.
De coördinator ziet erop toe dat de adviezen tijdig worden ontvangen, en maakt aan de hand van de adviezen de afweging of de vergunning kan worden verleend. Bij tegenstrijdige adviezen zorgt de coördinator voor afstemming met de adviseurs om te kijken of en op welke wijze de vergunning toch mogelijk is. Er wordt gewerkt vanuit het principe ‘ja, mits’ en dus niet vanuit ‘nee, tenzij’. Wanneer een plan strijdig is met de regels, zal er vaak niet direct een weigering volgen, maar wordt eerst gekeken of op basis van een integrale belangenafweging (of met een dure term: evenwichtige toedeling van functies aan locaties) er toch medewerking wordt verleend.
Uit de beoordelingen kunnen 3 acties volgen:
Met de invoering van de Omgevingswet is de plicht om onlosmakelijke activiteiten gelijktijdig aan te vragen vervallen. Dit doet de vraag ontstaan hoe diep onderzocht wordt welke vergunning vereist zijn en op welk moment dat wordt gecommuniceerd.
Mogelijke uitbreiding vergunningaanvraag met extra activiteit
Vanwege de grote samenhang tussen de omgevingsplanactiviteit bouwen en de bouwtechnische vergunning wordt tijdens de beoordeling van de aanvraag van een van die activiteiten beoordeeld of de andere activiteit ook vergunningplichtig is. Als dat het geval is wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om zijn aanvraag met dat onderdeel uit te breiden. Dat doen wij ook als bij de beoordeling van de omgevingsplanactiviteit bouwen blijkt dat er een afwijking van het omgevingsplan (buitenplans of binnenplans) nodig is.
Wijzen op mogelijke andere vergunningplichten bij besluitvorming
In onze besluiten nemen wij op dat het mogelijk is dat er nog andere toestemmingen nodig kunnen zijn om de beoogde activiteit uit te voeren. We bieden de aanvrager de mogelijkheid om hierover contact op te nemen en verwijzen naar de website omgevingsloket.nl. Mocht tijdens de beoordeling van de aanvraag al blijken dat er een bepaalde toestemming nodig is dan nemen wij dit mee. Het is niet zo dat wij alle vergunningstelsels langslopen. Gelet op de grote hoeveelheid vergunningstelsels, waar ook andere bestuursorganen bevoegd zijn, zou dit een erg grote belasting zijn.
Bij vergunningaanvragen om af te wijken van het omgevingsplan wordt beoordeeld hoe de initiatieven zich verhouden tot de omgevingsvisie. Door deze afweging expliciet te maken zorgen we ervoor dat de besluiten die worden genomen bijdragen aan het verwezenlijken van de in de visie gestelde doelen.
In beginsel toetsen we inkomende vergunningaanvragen volledig aan het daarvoor bestemde toetsingskader. Voor vergunningaanvragen voor de bouwtechnische activiteit doen we dat voor de grotere bouwwerken aan de hand van de Bris-toets. Dat is een tool om te beoordelen of een bouwplan voldoet aan de van toepassing zijnde eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Voor de aanvrager kan de wereld van de omgevingsvergunning vrij complex zijn. Daarom bieden wij de klant ruimschoots de gelegenheid om het plan vooraf te laten beoordelen. Bijvoorbeeld
Het stellen van die vraag kan op papier of via een digitaal formulier vanaf de gemeentelijke website. Hiermee investeren wij als gemeente in duidelijke communicatie aan de voorkant, en wordt voorkomen dat er aan de achterkant een klant wordt verrast met een weigering. Ook kunnen klanten iedere ochtend bij de afdeling Ruimte langskomen voor informatie en hulp.
Intrekken niet gebruikte vergunningen
Niet alle verleende vergunningen worden gebruikt. De Omgevingswet geeft de bevoegdheid om vergunningen die niet worden gebruikt binnen 1 jaar na verlening in te trekken. Om dit na 1 jaar al te doen is snel. Daarom wordt de volgende handelswijze gehanteerd.
Na twee jaar informeren de toezichthouders bij de vergunninghouder of ze alsnog van plan zijn om gebruik te maken van de verleende vergunning. Daarbij wordt op het mogelijk legesvoordeel gewezen als een vergunninghouder zelf vraagt om een vergunning in te trekken. Na drie jaar starten we vanuit onszelf met de intrekkingsprocedure. Dit om te voorkomend dat er een stuwmeer aan openstaande vergunningen (werkvoorraad) is waar nog toezicht op gehouden moet worden. Dit ook om te voorkomen dat er ontwikkelingen plaats gaan vinden die niet meer voldoen aan mogelijke nieuw beleid en regels. De ervaring van afgelopen jaren leert dat wanneer een project veel later uitgevoerd wordt er wijzigingen zijn in het dan gewenste plan afwijkt van de verleende vergunning.
De gemeente Putten bestaat uit 3 afdelingen en het Onderdeel Opgaven, Programma’s & Projecten. De afdelingen bestaan op hun beurt weer uit diverse teams. Vergunningverlening en handhaving wordt uitgevoerd door het team Juridische Zaken & Vergunningen van de afdeling Ruimte waarbij ook advies wordt gevraagd aan team Beleid & Advies en Beheer & Onderhoud. Toezicht wordt uitgeoefend door het team Toezicht van de afdeling Samenleving. Tot 1 januari 2025 hadden we voor bepaalde thema’s een samenwerkingsverband met 3 andere gemeenten. Die samenwerking is beëindigd en iedere gemeente voert die taken weer volledig voor zichzelf uit.
Naast de genoemde teams zijn er ook andere interne en externe partijen betrokken. Hieronder volgt een kort overzicht van partijen waarmee meer dan incidenteel wordt samengewerkt.
1.6.3 Commissie omgevingskwaliteit van het Gelders Genootschap
Deze commissie adviseert ons bij vergunningaanvragen op het gebied van de omgevingskwaliteit. Bij aanvragen voor de omgevingsplanactiviteit bouwen geeft deze commissie advies over de vraag of het uiterlijk van bouwwerken passend is in de omgeving. Bij aanvragen die betrekking hebben op monumenten wordt geadviseerd op dat gebied.
De Omgevingsdienst Veluwe voert milieu gerelateerde taken voor en namens ons uit op het gebied van toezicht, handhaving en vergunningverlening. Handhavingsbesluiten en besluiten om (al dan niet op verzoek) maatwerk voorschriften op te leggen worden veelal onder mandaat genomen. Besluiten op vergunningaanvragen waar een van de activiteiten milieu is nemen we zelf maar natuurlijk wel met het advies van de omgevingsdienst. Als de aanvraag alleen op het onderdeel milieu ziet verzorgt de omgevingsdienst de besluitvorming.
1.6.7 Samenwerkingsafspraken Omgevingswet regio Veluwe
Voor de invoering van de Omgevingswet zijn met de zogenoemde ketenpartners (gemeenten, provincie, omgevingsdienst en veiligheidsregio) afspraken gemaakt over de wijze waarop we samenwerken. De afspraken gaan over wie binnen welke termijn over welk thema adviseert, maar ook wanneer we een ander bestuursorgaan informeren of om advies vragen.
In het Omgevingsbesluit (artikel 13.11) staat dat bestuursorganen jaarlijks rapporteren over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de daarin gestelde doelen.
In het VTH Evaluatierapportage 2024 en uitvoeringsprogramma 2025 staat welke doelen we voor het jaar 2025 hebben gesteld. In dit onderdeel wordt geëvalueerd hoe het voorgaande jaar is verlopen en in welke mate de doelstellingen behaald zijn. Eerst zal per onderdeel worden ingezoomd op het jaar 2025 waarna de gezamenlijke doelstellingen worden bekeken.
2.2.1 Wat hebben we in 2025 gedaan?
Dit is het tweede jaar geweest waarin we met de Omgevingswet werken. De opstartfase is achter de rug en de eerste ervaringen met het nieuwe wettelijk kader zijn we rijker.
In onderstaand overzicht staan de vergunningaanvragen die we in 2025 hebben ontvangen en de besluiten die we hebben genomen. Tot dit overzicht zijn we gekomen via een uitdraai uit ons vergunningensysteem RX Mission. Om de getallen wat meer te duiden zijn de aantallen uit 2024 ook weergegeven.
Een besluit op een vergunningaanvraag kan zien op een of meerdere activiteiten. In onderstaand overzicht is weergegeven op welke activiteiten we een besluit hebben genomen.
We hebben in het programma voor 2025 de inschatting gemaakt dat we in 2025 ongeveer een gelijk aantal (of net iets meer) besluiten zouden nemen op vergunningaanvragen dan in 2024. Het aantal besluiten is nagenoeg gelijk. Het aantal aanvragen is in 2025 wel hoger dan in 2024 terwijl het aantal activiteiten iets lager is.
Naast vergunningaanvragen bieden we ook de mogelijkheden om voorafgaand aan een eventuele formele vergunningaanvraag informeel een plan voor te leggen. Dat kan op verschillende manieren.
Het totaal aantal plannen dat informeel is voorgelegd is ruim gestegen, met name vanwege de grote toename van het aantal informatieverzoeken. Dit kan ook een gevolg van het consequenter bijhouden van dit soort verzoeken. Het gaat niet alleen om verzoek die digitaal of per post binnenkomen, maar ook om vragen die fysiek bij het loket van de afdeling Ruimte zijn gesteld.
In onderstaande tabel staat de beschikbare capaciteit voor vergunningen op het gebied van de VTH taken uit de Omgevingswet. Naast de hier genoemde capaciteit beschikt het team over een teamcoach die zich deels ook bezig houden met de VTH -taken.
Voor verschillende deelonderwerpen is vanuit de teams Beleid & Advies en Beheer & Onderhoud van de afdeling Ruimte geadviseerd.
Strategisch adviseur heeft coördinatoren ondersteund bij complexe vergunningen en was vraagbaak bij andere vergunningaanvragen
Medewerker administratie & projectondersteuning ziet gedeeltelijk op VTH-taken en capaciteit was niet volledig ingevuld
De bezetting van dit organisatieonderdeel is stabiel geweest. De feitelijke bezetting is iets lager geweest dan begroot. Dit heeft ook te maken met het gebruik van het zogenoemde generatiepact van een van de medewerkers.
2.2.3 Hebben we de gestelde doelen behaald?
In het programma voor 2025 hebben we voor het onderdeel Vergunningen een drietal doelstellingen benoemend. Per doelstelling wordt beoordeeld in hoeverre deze behaald is.
1. Tijdige besluitvorming op vergunningaanvragen
In het jaar 2025 is er 12 keer sprake geweest van een termijnoverschrijding. Het jaar ervoor waren dat er 23. Ten opzichte van het voorgaande jaar is het aantal overschrijdingen gehalveerd. Natuurlijk zijn dat nog altijd overschrijdingen van de termijn. Maar niet altijd hoeft dit negatief te zijn, het komt ook voor dat we dit met een aanvrager afspreken zodat deze buiten de termijn stukken kan indienen of dat deze de kans krijgt om het plan aan te passen zodat alsnog medewerking mogelijk is.
2. Afstemming externe adviseurs verbeteren (OD Veluwe en provincie Gelderland)
Er is intensief contact met omgevingsdienst over aanvragen en hoe op te pakken. Ook is er een nieuwe medewerker begonnen die bij knelpunten contact opneemt met omgevingsdienst. Deze heeft samen met het aanspreekpunt van de omgevingsdienst voor onze gemeente een kennismakingsbijeenkomst georganiseerd. Het beter leren kennen van elkaar draagt ook bij aan een beter samenwerking.
Met provincie Gelderland is er in mindere mate contact opgezocht. Ook vanwege de nog altijd niet geheel opgeloste situatie rondom de Natura 2000 gebieden. Onze samenwerking op het gebeid van vergunningverlening gaat veelal over dat onderwerp waarover landelijk nog altijd veel te doen is. Wel hebben we deelgenomen aan de evaluatie van de werkafspraken onder Omgevingswet in de regio, waar ook de provincie aan deelnam. Dit proces wordt nog vervolgd.
3. Afronden vergunningaanvragen die voor 2024 zijn ingediend.
Van de 6 openstaande aanvragen zijn er 3 afgerond. Bij twee aanvragen van bedrijven is provinciale toestemming nodig (Wet natuurbescherming) en een aanvraag is overleg met de verzoeker over het gewenste vervolg. De aanvraag gaat over een zonneweide.
2.3.1 Wat hebben we in 2025 gedaan?
De toezichthouders Omgevingswet hebben zich in 2025 beziggehouden met controle op verleende en geweigerde omgevingsvergunningen en controle verzoeken vanuit de juridisch medewerkers. De controles worden geregistreerd in het systeem Digitale Checklisten en Djuma. In 2025 stonden er in Digitale Checklisten nog 877 vergunningen open om te controleren. In 2024 waren dit er 1324.
In 2025 zijn er 441 controles op vergunningen uitgevoerd. Naast die reguliere controles zijn er ook controle verzoeken vanuit de juristen gekomen.
In Djuma staan voor 2025 212 geregistreerde controle verzoeken onder team Toezicht. Hieronder een uitsplitsing van deze verzoeken. Naast Djuma zijn er waarschijnlijk nog een aantal verzoeken gedaan. Deze zijn niet dusdanig in beeld en zijn daarom ook niet meegenomen in onderstaand overzicht.
Controles strijdig gebruik recreatieterreinen
De controles op de recreatieterreinen kwamen in het tweede kwartaal van 2025 in het gedrang. Door knelpunten in het rooster en andere werkzaamheden binnen team Toezicht kwamen deze controles in het nauw. Sinds oktober 2025 worden de controles anders ingevuld. Met deze verandering kunnen we meer structuur aanbrengen in de controles en is het in de planning makkelijker te realiseren. Vanaf oktober 2025 staat er tweewekelijks een dienst in het teken van de recreatieterreinen. Hierdoor is er grip op de werkvoorraad en weten de betrokken collega’s wat zij kunnen verwachten.
Er is ook een stap gemaakt in het ‘vinden van elkaar’. Zo weten we (toezichthouders en juristen) elkaar nu beter te vinden om bijvoorbeeld casussen te bespreken.
Nieuwe onderwerpen welke aan het licht kwamen in 2025 zijn (overlast van) warmtepompen en (hout)stookmeldingen. Gaandeweg het jaar is hierover gebrainstormd en zijn er werkafspraken gemaakt.
Grote hoeveelheid nog niet uitgevoerde vergunningen
Door onvoldoende bezetting in het verleden zijn er achterstanden ontstaan in de toezicht op omgevingsvergunningen. Het gaat deels ook om oude vergunningen waarvan het nog maar de vraag is of ze uitgevoerd gaan worden. We hebben begin 2025 sterk ingezet op vermindering van deze achterstand. Dit is voor een groot gedeelte gelukt. In 2026 zetten we deze actie voort.
In onderstaande tabel staat de beschikbare capaciteit voor het houden van toezicht op het gebied van de VTH taken uit de Omgevingswet. Naast de hier genoemde capaciteit beschikt het team over een coördinator en een kwaliteitsmedewerker die zich deels ook bezig houden met de VTH -taken.
Aan het einde van het jaar 2025 hadden we 2,5 fte toezichthouders Omgevingswet in dienst en wordt 1 medewerker (voor 1 fte) ingehuurd. In juni 2025 is een nieuwe toezichthouder in dienst gekomen (1 fte). De ingehuurde medewerker heeft de eerste helft van het jaar zijn eigen werkvoorraad gehad. Deze heeft zijn werkvoorraad, naar mate het inwerktraject van de nieuwe toezichthouder vorderde, overgedragen. De bezetting was op de verschillende momenten van het jaar anders, maar op jaarbasis komt het overeen met de begrootte capaciteit.
Het toezicht op de recreatieterreinen wordt niet uitgevoerd door de vaste toezichthouders Omgevingswet. Hiervoor zijn twee andere personen aangewezen, welke overigens ook als toezichthouder zijn aangesteld. In oktober 2025 is besloten om dit anders vorm te geven, een medewerker heeft deze taak overgedragen aan een andere medewerker. De medewerkers die de taken nu uitvoeren komen niet voor in de tabel. Dit omdat zij aangesteld zijn als BOA en in de rol van toezichthouder de controles uitvoeren.
In 2025 hebben we met de ingehuurde medewerker een flexibele schil gehouden. De Wet Kwaliteitsborging Bouw (hierna Wkb) is nog steeds beperkt ingezet en de meldingen zijn ook nog niet zoveel als aanvankelijke gedacht. Hierdoor blijft de Wkb ook voor de toekomst een onzekere factor op onze werkzaamheden en daarmee dus op de benodigde capaciteit.
2.3.3 Hebben we de gestelde doelen behaald?
In het programma voor 2025 hebben we voor het onderdeel Toezicht een drietal doelstellingen benoemend. Per doelstelling wordt beoordeeld in hoeverre deze behaald is.
1. Tijdig rapportages leveren die van voldoende kwaliteit zijn
In 2025 is er structureel overleg tussen toezichthouders en juristen. Hierin wordt gesproken over de werkwijze en de uitwerking van controleverzoeken. Onderwerpen waren:
Dit is uitgewerkt in een werkbeschrijving (Procesbeschrijving controleverzoeken JZV – Toezicht, zie bijlage X). Hoewel nog niet altijd de gestelde termijnen gehaald worden is er wel grip ontstaan en kan er sturing worden gegeven. Het proces blijft een dynamisch, maar in 2025 is een solide basis voor de toekomst gelegd.
2. Onderzoeken op welke manieren slim toezicht uitgevoerd kan worden (leegstandslijst)
In 2025 is er vanuit alle afdelingen gekeken naar de mogelijkheden voor slim toezicht. Hierbij gaat het om de bouw en het gebruik van woningen en andere gebouwen in de gemeente. We hebben de samenwerking en werkwijze besproken in het kader van de leegstand- en signaleringslijst. De informatie die hieruit voortkomt is interessant voor mogelijke illegaal bouw en gebruik, missende BRP inschrijvingen en ontbrekende BAG informatie. Hiermee zorgen we voor een gestroomlijnde informatiestroom afdeling overstijgend. En worden signalen vanuit de hele organisatie beter benut.
3. Proces toezicht recreatie in eigen handen (middel is proces herschrijven)
Het toezicht op strijdig gebruik recreatieterreinen is gestructureerd en vastgelegd in de reguliere werkzaamheden van team Toezicht. Voorheen was er een afzonderlijke werkwijze en proces voor de recreatieterreinen. De intentie was om dit te houden. Bij nader inzien is de keuze gemaakt om zo min mogelijk uitzonderingen op het basisproces te maken en te werken volgens de Procesbeschrijving controleverzoeken JZV – Toezicht.
2.4.1 Wat hebben we in 2025 gedaan?
Vanuit dit team worden handhavingsbesluiten begeleid maar ook bezwaar en (hoger) beroepsprocedures tegen vergunningen en handhavingsbesluiten. Bij de (hoger) beroepsprocedures wordt in principe opgetrokken met de juridisch controller.
Voor handhaving werken we vanuit Djuma (post registratiesysteem). Daarnaast is een Excel bestand gemaakt waarin de lopende en afgesloten zaken staan. Aan de hand van dat bestand is gekeken hoeveel zaken er in 2024 zijn gestart en hoeveel afgesloten. Voor de beroeps- en hoger beroepszaken is gekeken hoeveel zaken er in 2024 zijn gestart.
De inschatting was dat in 2024 iets meer werk verzet zou kunnen worden dan het voorgaande jaar aangezien we de eerste ervaringen met de nieuwe Omgevingswet achter de rug hadden. Die inschatting klopt, al was het aantal gestarte en afgesloten zaken niet significant hoger. Dit kan ook te maken hebben met de lagere feitelijke bezetting.
Het aantal bezwaar en (hoger) beroepsprocedures is niet toegenomen maar zelfs verminderd terwijl er wel meer zaken zijn gestart en afgesloten. Daarnaast blijkt uit het jaarverslag van de Commissie Bezwaarschiften dat 27 van 133 bezwaren in zijn getrokken. De afname van het aantal procedures kan een indicatie zijn voor de inspanningen om de problemen op een passende manier op te lossen.
2.4.2 Beschikbare capaciteit en feitelijke bezetting
In onderstaande tabel staat de beschikbare capaciteit voor handhaving en bezwaar & (hoger) beroepsprocedures op het gebied van de VTH taken uit de Omgevingswet. Naast de hier genoemde capaciteit beschikt het team over een teamcoach die zich deels ook bezig houden met de VTH -taken.
De bezetting in 2025 is lager geweest dan de begrootte capaciteit. Eén medewerker met de functie Juridisch vakspecialist (1fte) is het volledige jaar afwezig/ziek geweest. Daarvoor is een persoon het hele jaar voor 32 uur per week (en dus 0,89 fte) ingehuurd. Een andere medewerker met dezelfde functie is 20 weken afwezig geweest in verband met zwangerschapsverlof.
De strategisch adviseur heeft het hele jaar 4 uur per week ouderschapsverlof gehad.
2.4.3 Hebben we de gestelde doelen behaald?
In het programma voor 2025 hebben we voor het onderdeel Handhaving en bezwaar & (hoger) beroepsprocedures een drietal doelstellingen benoemend. Per doelstelling wordt beoordeeld in hoeverre deze behaald is.
1. Grip op werkvoorraad krijgen en houden.
Om grip op de werkvoorraad te krijgen en te houden is een bestand gemaakt waarin de lopende zaken staan. Deze wordt wekelijks geactualiseerd in het werkoverleg. Als de zaken zijn beëindigd worden ze verplaats naar het tabblad voor afgesloten zaken. Op die manier is duidelijk wat er loopt, maar ook wat er gelopen heeft. Dit is het eerste volle jaar dat er met de lijst is gewerkt. Dit bevalt goed, maar er is ook ruimte voor verbetering door het consequenter en eenduidiger bij te houden. Daarnaast wordt op deze manier wel grip gehouden op de opgepakte zaken, maar wat niet is opgepakt.
2. Uitwerken sjablonen omgevingswet en verwerken actualiteiten daarin (evenredigheid en overtreder)
Dit is in beperkte mate gedaan en staat nog op de planning om verder vorm te geven.
Diverse medewerkers hebben wel al brieven die ze gebruiken aangepast om de Omgevingswet en rechtspraak maar dit is nog niet een integraal exemplaar dat als sjabloon in het zaaksysteem Djuma zit.
Hebben we de gestelde doelen behaald?
In het programma voor 2025 zijn ook enkele doelstellingen opgenomen die team overstijgend zijn. Per doel wordt beoordeeld in welke mate het behaald is.
Doel: In het buitengebied wordt veel ruimte gebruikt voor agrarische activiteiten. Juist deze sector leeft in onzekerheid. Hierdoor is de kans groter dat leegstaande complexen en schuren voor andere doelen gebruikt worden dan beoogd en/of vergund. Dit is ongewenst en maakt sturing onmogelijk. Daarom besteden wij hier aandacht aan door tijdens onze reguliere bezoeken hier extra op te letten en daarnaast gericht dergelijke locaties in beeld te krijgen en te bezoeken. Als vanuit toezicht.
Resultaat: Bij het reguliere toezicht en controles van vergunningen is aandacht besteed op dit punt. Ook heeft dit in enkele gevallen tot een handhavingstraject geleid. In het landelijke buitengebied speelt veel, ook in onze gemeente. Ondernemers zien zich door de landelijke ontwikkelingen beperkt in de mogelijkheden. Om dit onderwerp beter te borgen en een beter zicht te hebben op wat er speelt is een gerichtere aanpak nodig.
Doel: Naast de al bestaande rijks- en gemeentelijke monumenten gaan we actiever gemeentelijke monumenten aanwijzen. Hierdoor zullen er meer vergunningaanvragen komen waarop wordt toegezien. Dit onderwerp verdient extra aandacht.
Resultaat: Dit onderwerp heeft meer aandacht gehad. Zowel bij het aanwijzen als gemeentelijk monument als bij toezicht en handhaving. Gelet op de materie en de hoeveelheid betrokken adviseurs (eigen adviseur maar in sommige gevallen ook provincie en rijksdienst) is dit onderwerp arbeidsintensief in vergelijking met veel andere thema’s.
Doel: De wijze waarop gewaarborgd moet worden dat bij een ontwikkeling voldoende parkeergelegenheid komt en blijft is complex. In de praktijk levert het problemen op om voldoende parkeergelegenheid te realiseren bij ontwikkelingen. Ook de beoordeling wat voldoen is, wat bij een vergunningaanvraag beoordeeld dient te worden, blijkt complex. Halverwege 2024 is daarnaast ook nieuw parkeerbeleid vastgesteld. We gaan samen kijken om dit thema beter te borgen.
Resultaat: We hebben gezamenlijk procesafspraken gemaakt en ook gezamenlijk besproken wie voor welk onderdeel van de beoordeling verantwoordelijk is. De materie blijft complex. Met name in het centrum waar veel functies op een kleine oppervlakte (gepland) zijn. De coördinator beoordeeld of er in voldoende mate op eigen terrein ruimte is om te parkeren. Mocht hij er niet uitkomen dan kan advies gevraagd worden bij de verkeerskundige. Als uit een beoordeling blijkt dat er niet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein is dan adviseert de verkeerskundige over de vraag om al dan niet van die eis af te wijken. De afgesproken werkwijze, moet bijdragen aan een betere waarborging van dit onderwerp.
Doel: We houden scherp de gevolgen van de invoering van de WKB in de gaten. In 2024 zijn er slechts 7 meldingen ontvangen. Dit aantal is lager dan verwacht. We hebben daarom ook nog niet echt kunnen leren zodat we nu nog onvoldoende in kunnen schatten wat de gevolgen van de invoering van de WKP voor ons zijn. We verwachten in 2025 meer meldingen zodat we meer kunnen leren waar we inhoudelijk op moeten letten, welke verschuiving het inhoud voor de hoeveelheid werk en op welke wijze handhaving plaats moet vinden in geval er iets niet juist verloopt.
Resultaat: In 2025 hebben we 17 meldingen ontvangen. 10 meer dan 2024. Nog steeds niet het aantal dat verwacht werd. Door het beperkte aantal hebben we nog niet voldoende kennis en ervaring opgedaan.
In het Omgevingsbesluit (artikel 13.8) staat dat bestuursorganen jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uitwerken in een uitvoeringsprogramma. Daarin staat welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht. Bij het bepalen van die werkzaamheden wordt rekening gehouden met de doelen prioriteitenstelling zoals die in de uitvoerings- en handhavingstrategie (hoofdstuk 1) staan.
In de uitvoerings- en handhavingstrategie (hoofdstuk 1) is aan de hand van een analyse tot doelen en prioriteiten gekomen. Mede aan de hand van de in dat stuk genoemde actualiteiten zijn we tot de volgende speerpunten voor 2026 gekomen.
1. Illegaal gebruik (voormalig) agrarische schuren (veilig buitengebied)
We maken een aanpak waarin we tot een selectie van percelen komen die we gaan bezoeken. Dit wordt gedaan aan de hand van de ambtelijk beschikbare informatie en openbare bronnen.
Bij de locaties die bezocht worden zal eerst een korte fysische inspectie worden uitgevoerd. Bij geen bijzonderheden wordt de inspectie beëindigd. Bij eventuele waargenomen bijzonderheden wordt nader onderzoek gedaan.
Daarnaast wordt ook externe signalen over dit onderwerp worden direct opgepakt.
2. Illegaal gebruik feestlocaties (overlast en oneerlijke concurrentie)
We maken een aanpak waarin we tot een selectie van panden komen die we gaan bezoeken. Dit wordt gedaan aan de hand van de ambtelijk beschikbare informatie en openbare bronnen.
Bij de locaties die bezocht worden zal eerst een korte fysische inspectie worden uitgevoerd. Bij geen bijzonderheden wordt de inspectie beëindigd. Bij eventuele waargenomen bijzonderheden wordt nader onderzoek gedaan.
Daarnaast wordt ook externe signalen over dit onderwerp worden direct opgepakt.
3. Illegale bewoning (o.a. recreatiewoningen)
De werkwijze op recreatieterreinen, zoals verwoord in de Beleidsregels Doorbouwend recreatief, worden voortgezet. De huidige aanpak op recreatieterreinen wordt voortgezet en nieuwe signalen (intern of extern) worden direct opgepakt. Ook signalen over illegale bewoning van andere panden dan recreatiewoningen worden direct opgepakt.
Gelet op de woningnood, waardoor juist plekken worden bewoond die daar niet geschikt en bestemd voor zijn. Dat maakt optreden nodig, maar tegelijk is de wijze waarop dat gebeurt erg belangrijk. Er wordt daarom een redelijke termijn gegeven, maar wel wordt verwacht dat er actieve inspanningen worden verricht op de illegale woonsituatie op te heffen.
4. Bebouwing op plekken waar dergelijke bouwwerken niet zijn toegestaan
De fysieke leefomgeving en landschap zijn belangrijk voor de gemeenschap, de economie en het toerisme. Via het omgevingsplan wordt sturing gegeven aan locaties waar wel bebouwing is toegestaan en locaties die we open willen houden (bijvoorbeeld vanwege het open landschap). Waarnemingen van bebouwing op plaatsen waar dat niet is toegestaan worden direct opgepakt.
Cultureel erfgoed is belangrijk voor de identiteit van de gemeente. De uitvoeringsagenda van het Erfgoedbeleid 2024-2028 wordt voortgezet. Het doel is om het erfgoed van Putten goed te borgen. Dat betekent, dat het erfgoed in brede zin gewaardeerd is, in kaart is gebracht en beschreven. Zodoende vormt het erfgoed een vast integraal onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij worden er naar verwachting meer objecten aangewezen als gemeentelijk monument.
Er wordt direct opgetreden bij een signaal dat er zonder of in afwijking van de benodigde omgevingsvergunning een monument wordt aangetast.
2026 is het jaar dat inwoners naar de stembus mogen/mochten voor de gemeenteraadsverkiezingen. De verkiezingen zijn van invloed op de samenstelling van de gemeenteraad en het college. Het coalitieakkoord kan tot een andere (omgevings)visie en doelen leiden. Nu dit het jaar van het opnieuw koers bepalen is maken we de keuze om de huidige capaciteit als uitgangspunt te nemen en dat als vertrekpunt te pakken voor de doelen die we willen bereiken. De huidige capaciteit is in de begroting opgenomen. Per onderdeel wordt de capaciteit die in de begroting is opgenomen voor 2026 weergegeven.
3.4 Verwachtingen en doelen Vergunningen
We verwachten een relatief stabiel jaar. Wetstechnisch komen er geen grote veranderingen aan en inhoudelijk raken we steeds meer gewend aan het stelsel van de Omgevingswet. Voor de 2e helft van 2026 worden forse bouwplannen verwacht, bijvoorbeeld voor de wijk Halvinkhuizen en inbreidingsplannen. Omdat het proces steeds beter in de vingers krijgen is desondanks de verwachting dat de gemiddelde doorlooptijd van een vergunning verder kunnen verkorten met minder termijnoverschrijdingen.
De capaciteit voor het jaar 2026 is gelijk aan die van 2025.
Het streven is om de drie nog openstaande vergunningaanvragen die onder het oude wettelijke regime zijn ingediend (dus voor 1 januari 2024) dit jaar af te ronden. Voor twee van de drie aanvragen geldt dat we afhankelijk zijn van andere bestuursorganen dus dat we de uitvoering van dit doel niet volledig in onze handen hebben.
3.5 Verwachtingen en doelen Toezicht
We verwachten een relatief stabiel jaar. Wetstechnisch komen er geen grote veranderingen aan en inhoudelijk raken we steeds meer gewend aan het stelsel van de Omgevingswet.
Het aantal te controleren vergunningen zal naar verwachting nog niet sterk afnemen. Omdat de WKB nog niet voor alle Omgevingswet aanvragen van toepassing is zullen deze boven op de huidige (oude Wabo) werkvoorraad komen. Het aandeel oude vergunningen zal ook dalen. We verwachten in 2026 ongeveer een gelijk aantal controles uit te voeren als in 2025, circa 440.
Afbouw voorraad door intrekkingen
De afgelopen jaren is er minder dan voorheen actief omgevingsvergunning ingetrokken. Hierdoor beleven oude(re) vergunningen terugkomen in het toezichproces. Vanaf dit jaar gaan we mensen actief benaderen en vragen of ze nog gebruik willen maken van de vergunning. Dit doen we op de wijze zoals in hoofdstuk 1 verwoord. Als de vergunning 3 jaar oud is wordt er een rapportage gemaakt en wordt het proces tot intrekken opgestart.
3.5.2 Controles voor handhaving?
Naar verwachting zal het aantal controleverzoeken om daarna vast te kunnen stellen of er een overtreding is en of er gehandhaafd zal worden licht toenemen ten opzichte van 2025. Dit kan vanwege de tijdelijk niet volledig benutte capaciteit in 2025 (er is een periode minder toezicht geweest op de recreatieterreinen) en vanwege de wat gerichtere aanpak binnen de beschikbare capaciteit. De verwachting is dat er tussen de 225 en 250 controles uitgevoerd gaan worden.
De capaciteit voor het jaar 2026 is gelijk aan die van 2025.
Eenduidig format controlerapportages
Vanwege verschillende omstandigheden is er geen eenduidig format waarin we de bevindingen vastleggen. We maken in 2026 een eenduidig format zodat alle rapportages op een eenduidige wijze worden vormgegeven.
3.6 Verwachtingen en doelen Handhaving en bezwaar & beroepsprocedures
We verwachten een relatief stabiel jaar. Wetstechnisch komen er geen grote veranderingen aan en inhoudelijk raken we steeds meer gewend aan het stelsel van de Omgevingswet.
We verwachten een lichte stijging van het aantal op te pakken en af te ronden zaken. We verwachten tussen de 100 en 110 zaken op te starten en tussen de 100 en 110 af te ronden. Die verwachting is er omdat vorig jaar de capaciteit niet volledig is ingezet, en we verwachten dat de feitelijke bezetting meer richting de begrote capaciteit zal zijn. Daarnaast verwachten we dat door de doelgerichtere aanpak (met speerpunten) de inzet een groter effect heeft op de doelen.
Door de verwachte lichte toename van het aantal handhavingszaken kan het aantal bezwaarschiften ook licht toenemen.
De capaciteit voor het jaar 2026 is gelijk aan die van 2025.
Door de aanpak met speerpunten streven we ernaar om meer sturing te geven aan waar de toezichthouders buiten aandacht aan besteden en zo binnen, als er overtredingen worden waargenomen, ook op te kunnen treden. Na 2026 kan beoordeeld worden of de speerpuntenaanpak werkt, maar ook of veel controles op tot waarnemingen van overtredingen hebben geleid.
In 2025 is een start gemaakt om tot eenduidige sjablonen te komen die volledig zijn toegespitst op de huidige verwachtingen van burgers en rechtspraak. In 2026 werken we dat nader uit en implementeren we dat in ons systeem.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-325515.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.