Gemeenteblad van Elburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Elburg | Gemeenteblad 2026, 32479 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Elburg | Gemeenteblad 2026, 32479 | beleidsregel |
Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 mei 2023
In te stemmen met de aangepaste notitie Doelgroepenbeleid
Met dit doelgroepenbeleid wil de gemeente:
De opgave van de diverse doelgroepen is als volgt:
Statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning)
In prestatieafspraken met corporaties is opgenomen dat de taakstelling in sociale huurwoningen wordt opgevangen (maximaal 20% van de vrijkomende woning). De opgave is ca. 30-35 personen per jaar, hetgeen neerkomt op 15 tot 18 woningen per jaar.
In deze notitie zijn bestaand beleid en nieuwe uitgangspunten samengevoegd tot een geheel.
Belangrijk uitgangspunt in het kader van het proces en de uitvoering bij de behandeling van een aanvraag of initiatief, is dat we in gesprek gaan met de aanvrager en vooraf toetsen wat er mogelijk is. Dat voorkomt onrust en de inzet van handhaving ‘aan de achterkant’ van het proces.
1.1. Achtergrond en vraagstelling
De huidige Woonvisie van de gemeente Elburg bestrijkt de periode 2015-2019. Daarom is de gemeente gestart met het proces om te komen tot een nieuwe Woonvisie voor de periode 2020-2023. Vooruitlopend op de vaststelling van de nieuwe Woonvisie wil de gemeente het huisvestingsbeleid voor de verschillende te huisvesten bijzondere doelgroepen vaststellen. Dit heeft mede te maken met de discussie die is ontstaan rond twee initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten en kwetsbare doelgroepen (Brigadegebouw in ’t Harde en Berkenweg in Doornspijk). Met het Doelgroepenbeleid wil de gemeente een goed inzicht en overzicht hebben over de huisvestingsopgaven voor bijzondere doelgroepen die de gemeente heeft (naast het voorzien in de woningbehoefte voor regulier woningzoekenden) en uitgangspunten en randvoorwaarden formuleren voor de huisvesting van die doelgroepen.
2. Definiëring doelgroepen en opgaven
2.1. Waarom we specifieke doelgroepen onderscheiden
Reguliere huisvestingstaak overheid
Allereerst is het goed om scherp te hebben waarom we specifieke doelgroepen willen onderscheiden. De gemeente heeft samen met haar belangrijkste partners een taak in het huisvesten van haar inwoners. Meestal zijn mensen zelf in staat om in de huisvesting te voorzien, maar dat geldt niet voor iedereen. Voor mensen met een lager inkomen staat de overheid samen met de toegelaten instellingen aan de lat om voldoende en kwalitatief goede huisvesting te borgen. Dat gebeurt doorgaans door middel van een Woonvisie en daarop gebaseerde prestatieafspraken. Dat stelsel functioneert op zich goed, maar de woningmarkt en maatschappelijke context is zeer dynamisch en dat zal continu zorgen voor imperfecties in die woningmarkt.
Hoge dynamiek in de vraag naar woningen….
Vanuit verschillende invalshoeken is sprake van een verhoogde druk op bepaalde segmenten van de woningmarkt:
Ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarkt zorgen voor een grote vraag aan huisvesting voor mensen die al dan niet tijdelijk in Nederland werkzaam zijn. Zoals het Expertisecentrum Flexwonen stelt in haar ‘Routekaart huisvesting arbeidsmigranten’ (2019) is “het huisvestingstekort op landelijk niveau voor arbeidsmigranten opgelopen tot meer dan 100.000 plaatsen. Steeds vaker luiden werkgevers de noodklok. Het huisvestingstekort wordt door velen inmiddels gezien als rem op de economische groei. Maar het leidt ook tot andere problemen als slechte woonomstandigheden voor de arbeidsmigranten zelf en overlast in woonwijken.”.
Er is in toenemende mate sprake van mensen die vanwege diverse oorzaken gedrag vertonen dat voor henzelf en/of voor de directe woonomgeving voor overlast zorgt. Doorgaans wordt deze doelgroep gekenschetst als ‘mensen met onbegrepen gedrag’. Dat begrip dekt de lading niet helemaal op een juiste manier. Daarom schetsen we dat wat zorgvuldiger in de betreffende paragraaf hierna.
Daarnaast is sprake van een groep mensen die om wat voor reden dan ook op korte termijn al dan niet tijdelijke huisvesting nodig hebben. Hierbij kan gedacht worden aan mensen die te maken hebben met echtscheiding/relatieverbreking, personen die een tijdelijke oplossing nodig hebben ter overbrugging naar een (andere) reguliere woning, mensen die binnen Nederland tijdelijk elders werk hebben, mensen die als mantelzorger in de nabijheid van hun familie of vrienden willen wonen. Specifieke aandacht vraagt de groep jongeren (waaronder starters op de koopmarkt) die in de verdrukking komt op de woningmarkt.
Ontwikkelingen in de zorg creëren een toenemende vraag van mensen die eerder intramuraal in instellingen gehuisvest waren (onder het motto van langer zelfstandig thuis en zelfredzaamheid). Op dit moment is met name de doorstroming uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang actueel. Plaatsen worden bezet gehouden door mensen die een stap naar zelfstandig wonen kunnen maken, maar door krapte en stagnatie op de woningmarkt er niet in slagen door te stromen. Dit heeft inefficiënte inzet van middelen tot gevolg, en zorgt voor langere wachttijden voor mensen die in aanmerking komen voor een opvangplek.
Al jaren ligt er een opvangtaak voor gemeenten en in eerste instantie corporaties voor huisvesting van statushouders c.q. vergunninghouders (vluchtelingen uit onveilige landen die een - in eerste instantie - tijdelijke verblijfsvergunning hebben). De vluchtelingencrisis rond 2015 zorgde voor een grote piek. Inmiddels is weer sprake van een regelmatiger aantal te huisvesten vergunninghouders, door het rijk opgelegd door middel van halfjaarlijkse taakstellingen per gemeente.
De verhoogde druk op de woningmarkt heeft niet alleen te maken met deze ontwikkelingen aan de vraagzijde, maar ook met ontwikkelingen in het aanbod. Op dit moment is in het algemeen sprake van een nijpende situatie op de woningmarkt, die negatieve consequenties heeft voor mensen die er niet in slagen geschikte huisvesting te vinden. Prijsontwikkelingen in de koopsector zorgen voor het steeds minder beschikbaar zijn van betaalbare woningen voor starters op de woningmarkt. De nieuwbouwproductie is de laatste jaren onvoldoende op gang gekomen. Voor een deel heeft dit te maken met de naweeën van de economische crisis (en crisis op de woningmarkt). Maar wellicht dat het ruimtelijk beleid, waarbij voorrang gegeven wordt aan inbreiding vóór uitbreiding, er mede debet aan is. Inbreidingslocaties zijn doorgaans kleinschaliger, complex van aard waardoor minder snel ‘meters gemaakt kunnen worden’. De recente PAS- en PFAS-crisis zorgt voor een verdere stagnatie in de productie van woningen. Deze ontwikkelingen, verder aangewakkerd door de extreem lage rentestand, zorgen in Nederland voor forse woningtekorten (met name in stedelijke gebieden), een grotere betaalbaarheidsproblematiek en een stagnatie in de doorstroming, waardoor aan de onderkant van de woningmarkt te weinig woningen beschikbaar komen.
Bijzondere interventies in opkomst voor specifieke doelgroepen, naast bouwen-bouwen-bouwen
Waarom is aandacht voor specifieke doelgroepen dan noodzakelijk? Vanzelfsprekend is het bouwen van voldoende en juiste woningen op de juiste locaties van belang. De wijze waarop de gemeente Elburg en haar partners dat doen is belegd in de Woonvisie, prestatieafspraken met de corporaties en de bouwprogrammering. In de nieuwe Woonvisie die in de eerste helft van 2020 wordt opgesteld, actualiseren we het beleid.
Echter, dat is niet afdoende. Voor de huisvesting van een aantal groepen zijn om verschillende redenen alternatieve maatregelen nodig: omdat de behoefte op korte termijn zeer nijpend is of omdat de reguliere woningbouw geen juiste oplossing biedt. Op landelijk niveau heeft dat bijvoorbeeld geleid tot een plan van aanpak voor snel meer woningen voor spoedzoekers. Het plan van aanpak volgt uit de Nationale woonagenda en een motie van het Kamerlid Ronnes (CDA). Die pleitte voor 15.000 tijdelijke en flexibele woningen om de druk op de woningmarkt verder te verlichten.
Ook in de gemeente Elburg willen we niet wachten op de nieuwe Woonvisie. Voor het oplossen voor de problemen die mensen ervaren is specifiek beleid gericht op een aantal doelgroepen noodzakelijk.
In dit hoofdstuk gaan we wat dieper in op de verschillende doelgroepen die we kunnen onderscheiden. Hoe kunnen we ze definiëren, wat is de orde van grootte van de opgave en wat zijn eventuele oplossingsmogelijk-heden? We onderscheiden hier (niet in volgorde van prioriteit):
De arbeidsmigratie uit de Midden- en Oost-Europese landen is de laatste jaren sterk gestegen. Een deel van deze mensen vestigt zich permanent in Nederland en een deel reist, gezien de betrekkelijk korte afstand, op en neer naar het moederland. Arbeidsmigranten werken voor een belangrijk deel in de land- en tuinbouwsector, waar veel seizoensarbeid is. Daarnaast zien we de arbeidsmigranten in toenemende mate in de voedselindustrie, distributiebranche en de bouw- en technieksector. Arbeidsmigranten zijn vooral woonachtig en werkzaam in West-Brabant, Midden- en Noord-Limburg, Zeeland, Westland en de twee grote steden Rotterdam en Den Haag. Dit komt vooral door de nabijheid van de land- en tuinbouwsector en de havens (Rotterdam en ook Antwerpen). Ook in de regio Noord-Veluwe wonen en werken arbeidsmigranten, vooral in de gemeenten Putten, Harderwijk en Ermelo.
Het merendeel van de arbeidsmigranten komt via een detacherings- of uitzendbureau naar Nederland en krijgt werk en huisvesting aangeboden. Het gaat daarbij naar schatting om 50-60% van de mensen. Een ander deel komt hier “op de bonnefooi” en zoekt op eigen gelegenheid werk. Een kleine groep arbeidsmigranten werkt in ons land als ZZP’er (zelfstandige zonder personeel).
Problemen waarmee de doelgroep arbeidsmigranten zich geconfronteerd ziet, hebben veelal te maken met huisvesting. Deze is vaak tijdelijk en van mindere kwaliteit. Het moeizaam participeren is een ander veel gehoord knelpunt. Door het tijdelijk verblijf spreken de arbeidsmigranten niet de Nederlandse taal, waardoor het “meedoen” in de samenleving wordt bemoeilijkt. Tot slot zijn er nog de malafide uitzendbureaus en werkgevers die misbruik maken van arbeidsmigranten. De laatste tijd verscheen in de media een stroom aan berichten over slecht gehuisveste arbeidsmigranten die tegen een niet cao-conform loon, zware arbeid moesten verrichten.
Arbeidsmigranten zijn migranten (uit met name Midden- en Oost-Europese landen) die zich vanwege werk al dan niet permanent in Nederland vestigen. De groep arbeidsmigranten kan doorgaans grofweg worden ingedeeld in 3 categorieën:
De eerste groep, zo'n 30%1 van de arbeidsmigranten, zijn de kortverblijvers (short-stay). Deze verblijven korte tijd, tot circa 6 maanden in Nederland en hebben tijdelijke huisvesting nodig. Hierbij dient gedacht te worden aan de seizoenarbeider die gedurende een beperkt aantal maanden in verband met tijdelijk toegenomen werkdruk bij een bedrijf zijn werkzaamheden verricht en zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft.
De tweede groep, zo'n 40% van de arbeidsmigranten, is die van het ‘permanent tijdelijke verblijf’ (mid-stay). Deze groep verblijft tussen de 6 maanden en 3 jaar in Nederland en hebben structurele huisvesting nodig. Hierbij dient gedacht te worden aan de arbeidsmigrant die hier gedurende een langere periode niet- seizoensgebonden werkzaamheden verricht en zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft. Mid-stay arbeidsmigranten hebben weliswaar voor een langere termijn huisvesting nodig, maar zij komen vaak zonder hun gezin over. Omdat zij vaak alleen over komen, kunnen ze goed met meerdere arbeidsmigranten op één locatie verblijven. Soms zijn dit ook arbeidsmigranten die eigenlijk de intentie hadden om kort te blijven of arbeidsmigranten die van tevoren niet weten hoe lang ze in Nederland willen verblijven. Om die reden houden zij (in eerste instantie) ook vaak hun hoofdverblijf buiten Nederland.
De meeste arbeidsmigranten wonen hier dus tijdelijk.
De getalsmatige opgave is om meerdere redenen lastig exact te duiden:
Desalniettemin kunnen we een indicatie maken. Deze beschouwen we vooralsnog als een nulmeting, die we de komende tijd door een aantal maatregelen (zie paragraaf 4.4.1.: registratie, samenwerking-/procesafspraken en monitoring) steeds scherper zullen krijgen.
* Extrapolatie is gedaan op basis van groeipercentages in de betreffende jaren uit Cijfers arbeidsmigranten provincie Gelderland, Decisio 2019
** Op basis van Microdata van het CBS kan koppeling gelegd worden tussen data waarmee duidelijk wordt waar ze werken
Hierbij kan nog een aantal kanttekeningen gemaakt worden:
Daarnaast is sprake van legale en illegale bewoning op recreatieparken. Op basis van de gegevens in de BRP en de gegevens van afdeling Handhaving kan worden ingeschat dat er op 5 recreatieparken illegaal en legaal gewoond wordt (overigens door verschillende groepen: arbeidsmigranten, maatschappelijke opvang, kwetsbare groepen).
Op basis van deze gegevens kunnen we de volgende conclusies trekken:
ca 75-100 in kamergewijs verhuurde woningen van werkgevers dan resteert er op dit moment een opgave voor regulering c.q. legalisering van 75 tot 100 plaatsen voor arbeidsmigranten (bijvoorbeeld door legalisering bestaande of andere initiatieven). Daarbij gaan we er van uit dat het huidige aantal woningen dat door werkgevers wordt verhuurd, via regulering van kamergewijze verhuur wordt gelegaliseerd. Dit zien wij als een opgave voor de korte termijn. Door middel van verbeterde registratie, monitoring en jaarlijkse evaluatie houden we ontwikkelingen in de gaten en sturen we bij wanneer nodig.
Vanzelfsprekend kan de evaluatie en actualisatie van het beleidsplan Vitale Vakantieparken Elburg consequenties hebben (zie hieronder). De keuze ten aanzien van het voortzetten of beëindigen van deze vergunningsmogelijkheid heeft grote invloed op de huisvestingsmogelijkheden van de betreffende doelgroepen. Gedeeltelijke legalisering van huisvesting van doelgroepen (waaronder arbeidsmigranten) op vakantieparken kan voorzien in de geformuleerde opgave.
Afspraken in regionaal verband
Met betrekking tot de opgave voor huisvesting van arbeidsmigranten is het volgende afgesproken:
Zetten we deze afspraak af tegen de opgave zoals hierboven geformuleerd, dan is de regulering c.q. legalisering van circa 75-100 plaatsen voor tijdelijk te huisvesten arbeidsmigranten een redelijk richtsnoer voor de eerste initiatieven. Zoals eerder gesteld, stellen we de opgave bij op basis van verbetering van registratie, handhaving, monitoring, evaluatie van de eerste ervaringen en afstemming in regionaal verband.
De waarde van goede huisvesting
De waarde van het reguleren van goede huisvesting van arbeidsmigranten is meerledig:
Er is een economische noodzaak om het arbeidspotentieel van lokale bedrijven op peil te houden. Door de open Europese grenzen is de internationale arbeidsmobiliteit structureel geworden. Ook Elburg kan niet meer zonder arbeidsmigranten. Voor het werk dat zij doen, zijn onvoldoende werknemers te vinden. De verwachting is dat die vraag de komende jaren alleen maar groter wordt (ook door vergrijzing en ontgroening).
Daarnaast is het van belang de regionale/lokale opgave jaarlijks te monitoren en actualiseren, zodat we het vraagstuk goed in beeld houden.
2.3. Maatwerk voor mensen met onbegrepen gedrag
Sinds 2015 is er in de regio Noord-Veluwe (net als elders in Nederland) sprake van een stijging van het aantal mensen met onbegrepen gedrag. Het zijn gewone mensen, maar met bijzondere eigenschappen waardoor de match met ons maatschappelijk systeem niet te vinden is. Het zijn chronische gebruikers van de opvangvoorzieningen. Ze zijn wisselend wel/niet inbeeld, komen niet verder dan de dag-/nachtopvang en zorgen gezamenlijk voor een cultuur in deze voorzieningen die niet herstel bevorderend is.
Doorgaans is sprake van een meervoudige onderliggende problematiek van verschillende aard (psychiatrisch, verslaving, licht verstandelijk beperkt). Het gedrag is wisselend en vraagt om begeleiding en begrenzing zonder er “boven op” te zitten. Problemen voor deze groep blijken vooral te maken te hebben met het leefgebied wonen en de daarbij noodzakelijke specialistische begeleiding. Voor een klein deel van deze cliënten is wonen in de wijk of in een zorginstelling niet meer mogelijk omdat ze een verleden hebben van ernstige woonoverlast en de gebruikelijke vormen van beschermd wonen afwijzen en vermijden.
Ruimte voor de eigenheid moet gecombineerd zijn met een vertrouwde relatie met een aantal (zo weinig mogelijk wisselende) betrokkenen uit verschillende hoeken: hulpverlening, politie, gemeente, welzijn. Regievoering van betrokkenen is essentieel. De begeleiding is maatwerk per persoon. Zo gewoon mogelijk (mensgericht) bij iemand die gewoon bijzonder (anders) is.
In de regio is een afspraak gemaakt over huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag: de regio-gemeenten realiseren ieder 2 maatwerkwoningen voor uitstroom uit de nachtopvang. De opgave is echter groter dan die 2. In alle kernen van de gemeente zijn er signalen van mensen die prikkels uit de omgeving niet aankunnen. Ook uit het Jaarverslag over 2018 van de Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord-Veluwe blijkt, dat de problematiek rond mensen met een psychische problematiek toeneemt. Er wordt daarom uitgegaan van een opgave van minimaal 8 maatwerkwoningen.
De waarde van goede huisvesting
De waarde van het reguleren van goede huisvesting is meerledig:
Een maatwerkwoning (ook wel genoemd skaeve huse) moet de oplossing bieden. Het is een plek waar deze mensen op een veilige en verantwoorde manier zichzelf (dus gewoon bijzonder) kunnen zijn: een eigen plek aan de rand van de gemeente/het dorp. Dat betekent een eenpersoons vrijstaande wooneenheid gelegen op een locatie aan de rand van een wijk, net buiten de bebouwde kom of in het buitengebied, met een dagelijks langskomende sociaal beheer. De maatwerkwoning biedt een laatste mogelijkheid op zelfstandig wonen. Het doel is een rustige woonplek die ervoor zorgt dat de cliënt stabiliseert en minder overlast veroorzaakt in zorginstellingen en openbare ruimten.
Daarnaast onderscheidt rapport ‘Kansenverkenning flexwonen in Elburg’ nog een aantal doelgroepen die we onder de noemer ‘spoedzoeker’ kunnen scharen:
Echtscheidingsgevallen/relatieverbreking
Scheiden komt in alle lagen van de samenleving voor, maar leidt toch ook vaak tot een financiële problematiek voor de twee ‘nieuwe’ huishoudens, waardoor veel woonoplossingen niet (meer) haalbaar zijn. Ook hier ontstaat dus een vraag naar snel beschikbare, betaalbare woonruimte. Flexwonen schat het totaal aantal relatieverbrekingen in de gemeente Elburg op 52 per jaar. Niet al deze gevallen zullen overigens aanspraak maken op bijvoorbeeld een urgentiestatus voor sociale huurwoningen. Een exacte duiding van de omvang van de problematiek is lastig te maken. Wel blijkt uit de meest recente cijfers een relatief sterke stijging van het aantal urgentieaanvragen vanwege scheiding/relatieverbreking.
|
Een aantal feiten op regionaal niveau:
Bron: Jaarverslag 2018 Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord-Veluwe |
Huisuitzetting/gedwongen verkoop
Woningcorporaties zagen zich in 2016 in heel Nederland genoodzaakt tot huisuitzetting van 4.800 huishoudens. Het aantal huisuitzettingen bij corporaties is al een aantal jaren achtereen dalend. In 84% is huisuitzetting het gevolg van een huurachterstand. Ook bij de gedwongen verkoop van eigen woningen is een dalende trend zichtbaar, nadat gedurende de crisisjaren het aantal gedwongen verkopen snel opliep. Het aantal verliesdeclaraties van de Nationale Hypotheekgarantie is daarvoor de belangrijkste indicator. Er zullen echter ook gedwongen verkopen plaats vinden die niet onder die NHG vallen. Ook geven deze landelijke cijfers geen zicht op huisuitzettingen in de particuliere huursector.
In Elburg zijn in 2016 3 woningen ontruimd door UWOON. Omnia Wonen kende in dat jaar geen ontruimingen. In 2018 gaat het om 2 gevallen. Uit cijfers van de Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord-Veluwe blijkt dat het aantal urgentieaanvragen door financiële problematiek sinds 2014 aanzienlijk gedaald is.
Kleine omvang en afnemende trend. Aanname 3 op jaarbasis.
Daarnaast is er sprake van een diverse groep mensen die permanent of tijdelijk een huisvestingsoplossing nodig hebben en niet op reguliere wijze aan een woning kan komen. Genoemd kunnen worden:
2.5. Uitstroom uit instellingen Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang
Het is van groot maatschappelijk en financieel belang om bewoners van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang die in staat zijn om in een gewone woning en een gewone wijk te wonen, door te laten stromen naar zo’n woning. Daarvoor zijn in eerste instantie voldoende sociale huurwoningen nodig. In die zin is het geen bijzondere doelgroep, aangezien voor hen reguliere huurwoningen beschikbaar moeten komen. Dat zal in ieder geval goed worden afgewogen in de nieuwe Woonvisie. Daarbij zal oog zijn voor het gevaar van verdringing van ‘reguliere woningzoekenden’ (waaronder bijvoorbeeld starters/jongeren) door bijzondere doelgroepen als uitstroom uit Beschermd Wonen, statushouders, urgenten, et cetera.
Echter, uitstroom richting gewone huurwoningen komt moeizaam op gang. Sinds 2017 is de Centrale Uitgang actief in de regio Noord-Veluwe. Zorgorganisaties die cliënten willen laten uitstromen naar een sociale huurwoning en waarvoor het niet mogelijk is om via de reguliere manier een woning te bemachtigen (door te lange wachttijden en te korte inschrijftijd), kunnen zich hier melden. Vanuit de Centrale Uitgang wordt de cliënt (onder voorwaarden) rechtstreeks bemiddeld naar een woning. Inmiddels draait de Centrale Uitgang goed. De afspraken met de woningcorporaties zijn helder en zorgorganisaties weten de Centrale Uitgang steeds beter te vinden.
Cliënten die uitstromen naar een sociale huurwoning en waarvoor het niet mogelijk is om via de reguliere manier een woning te bemachtigen.
Het percentage vrijkomende sociale huurwoningen dat gereserveerd wordt voor bijzondere toewijzingen is voor 2020 en 2021 vastgesteld op 6%: 5% voor de Centrale Uitgang en 1% voor andere bijzondere toewijzingen. Dit betekent een verhoging van de regeling tot nu toe (3%, waarvan 2% voor de Centrale Uitgang).
De waarde van goede huisvesting
De waarde van het reguleren van goede huisvesting voor mensen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang is meerledig:
Het zorgt voor het vrijmaken van een plek die dan beschikbaar komt voor cliënten die een dergelijke opvang en begeleiding echt nodig hebben. Het zorgt daarmee voor een efficiëntere inzet van middelen (een plaats in Beschermd Wonen is kostbaar en moet ingezet worden voor cliënten die deze woonvorm echt nodig hebben).
In de nieuwe Woonvisie gaan we uitgebreider in op beschermd wonen en maatschappelijke opvang, waarbij we ook het regionale beleidsplan ‘Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Noord-Veluwe 2020-2023’ betrekken.
2.6. Vergunninghouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning)
Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben ontvangen (vergunninghouders) verhuizen naar eigen woonruimte. De taak om deze vergunninghouders te huisvesten ligt bij de gemeenten. Een vergunninghouder verhuist zo snel mogelijk na het krijgen van een verblijfsvergunning. Iedere gemeenten krijgt een taakstelling voor het eerstkomende half jaar. Doorgaans zijn het sociale huurwoningen waar vergunninghouders voor in aanmerking komen. Huisvesting van vergunninghouders is in de gemeente Elburg geregeld in prestatieafspraken met de lokaal werkzame corporaties.
Asielzoekers die een verblijfsvergunning krijgen moeten door gemeenten worden gehuisvest. Dat is wettelijk vastgelegd in de Huisvestingswet. Op grond van die regeling stelt de minister elk half jaar vast welke taakstelling aan gemeenten wordt opgelegd. Als gemeenten niet (hele-maal) aan hun halfjaarlijkse taakstelling voldoen wordt de achterstand meegenomen in de nieuwe taakstelling. Doorgaans zijn het sociale huurwoningen waar vergunninghouders voor in aanmerking komen. Huisvesting van vergunninghouders is in de gemeente Elburg geregeld in prestatieafspraken met de lokaal werkzame corporaties.
Taakstelling en realisatie huisvesting vergunninghouders gemeente Elburg
Het betreft wettelijke taakstelling voor de huisvesting van asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben ontvangen.
Indien dit door toename van de instroom onvoldoende is, worden aanvullende afspraken gemaakt (bijvoorbeeld kamergewijs huisvesten of inzet tijdelijke huisvesting). Gezien het feit dat de taakstelling de laatste jaren gerealiseerd wordt conform afspraken met de corporaties, is dat nu niet aan de orde.
Kanttekening: deze groep maakt met de overige doelgroepen wel aanspraak op de reguliere voorraad vrijkomende sociale huurwoningen in de gemeente Elburg. Indien sprake is van verdringing van regulier woningzoekenden (tot uiting komend in een te lange wachttijd), dan zijn aanvullende maatregelen voor de sociale huursector nodig. Dat zal in het proces van de Woonvisie nader afgewogen moeten worden.
2.7. Overige doelgroepen: woonwagenbewoners en jongeren
Tot slot benoemen wij in deze paragraaf nog 2 doelgroepen die bijzondere aandacht vragen:
Woonwagenbewoners. Mede als gevolg van een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is een uitsterfbeleid niet meer aan de orde. Sterker nog, gemeenten moeten de behoefte aan woonwagenstandplaatsen in beeld brengen en beleid opstellen (zie beleidskader van het Rijk). Dit zal in het kader van de nieuwe Woonvisie geagendeerd worden. De doelgroep Woonwagenbewoners maakt dus geen onderdeel uit van dit Doelgroepenbeleid.
Jongeren/starters. Vanwege de druk op de (sociale huur) woningmarkt in combinatie met korte inschrijftijd komt deze doelgroep moeilijk aan zelfstandige woonruimte op de sociale huurwoningmarkt. En vanwege strengere hypotheekeisen en de hoge prijzen in de koopsector, komt deze doelgroep moeilijk aan bod op de koopwoningmarkt. Ook dit zal breder in het kader van de Woonvisie aan de orde komen. Wel kunnen we stellen dat pauzewoningen ook voor deze groep een tijdelijk geschikt alternatief zouden kunnen zijn. (Zie ook paragraaf spoedzoekers).
In de volgende tabel vatten we de opgave voor huisvesting van verschillende doelgroepen samen. Daarbij geven we ook aan op welke doelgroepen we in het Doelgroepenbeleid verder ingaan, en welke doelgroepen terugkomen in de nieuw op te stellen Woonvisie. Immers, niet voor iedere doelgroep is bijzondere c.q. flexibele huisvesting nodig.
Over de overige groepen kunnen we het volgende stellen:
Vergunninghouders: betreft een wettelijke taakstelling, waarover afspraken zijn gemaakt met de corporaties. De taakstelling wordt de laatste perioden gehaald in de regulier markt. Pas bij een eventuele nieuwe crisis en vergrote toestroom van asielzoekers zijn alternatieve oplossingen nodig. Beleid wordt gecontinueerd en opgenomen in de nieuwe Woonvisie.
Woonwagenbewoners: het Rijk stelt, dat gemeenten bij de vaststelling van het lokale woonbeleid meer rekening moeten houden met de wensen van woonwagenbewoners. Gemeenten moeten voorzien in voldoende standplaatsen. In gemeenten waar behoefte is aan standplaatsen kan van een afbouwbeleid van standplaatsen geen sprake zijn. Het betreft een zeer specifieke woonvorm (standplaats en woonwagen) voor een afgebakende doelgroep. Beleid ten aanzien van deze groep wordt onderdeel van de nieuwe Woonvisie.
Jongeren: een zeer belangrijke doelgroep, zoals ook door de inwoners wordt aangegeven (zie volgend hoofdstuk). Aan deze doelgroep besteden we generiek aandacht in de Woonvisie (voldoende geschikte woningen). Een deel van de groep jongeren wil graag in de gemeente blijven wonen. Zij komen echter niet of nauwelijks aan bod in de sociale huursector, en de vrije huursector en koopsector is financieel niet bereikbaar voor ze. Om deze groep op korte termijn te bedienen, moeten snel inzetbare, flexibele woonvormen beschikbaar komen. Deze groep vergeten we niet. Zij maken onderdeel uit van de prioritaire groep spoedzoekers.
3. Input inwoners en stakeholders
In het kader van het doelgroepenbeleid zijn de afgelopen maanden diverse bijeenkomsten georganiseerd. Daarmee heeft de gemeente zowel de inwoners als de stakeholders gelegenheid geboden mee te denken over het woonbeleid (Woonvisie) en het beleid ten aanzien van specifieke doelgroepen. We gaan hier kort in op:
3.1. Inloopavonden voor inwoners van de kernen van Elburg
In juli 2019 zijn 3 inloopbijeenkomsten in de kernen Elburg, Doornspijk en ’t Harde georganiseerd. De avonden waren vooral bedoeld om input op te halen voor het Beleidsplan Sociaal Domein en de nieuwe Woonvisie. Maar de avonden zijn ook gebruikt om het beleid ten aanzien van specifieke doelgroepen op een transparante manier ter sprake te brengen.
In bijlage 2 is schematisch weergegeven welke huisvestingsvormen inwoners van de kernen van de gemeente Elburg passend vinden bij de verschillende doelgroepen. Daarnaast hebben de inwoners aangegeven welke prioriteiten zij zien met betrekking tot de verschillende doelgroepen.
Tabel 2. Prioriteiten ten aanzien van huisvesting doelgroepen volgens de inwoners van de kernen van de gemeente Elburg
Door de oogharen heen gekeken kunnen we de opbrengst van de interactie met de inwoners als volgt schetsen:
4. Prioriteiten, uitgangspunten en randvoorwaarden
Op basis van de opgaven en input van de inwoners van de kernen van de gemeente Elburg, kunnen we een eerste voorzet doen voor prioriteiten, uitgangspunten en randvoorwaarden.
Op basis van de definiëring van de doelgroepen, de bepaling van de opgaven, de wettelijke en/of bestuurlijke afspraken en de prioriteiten die inwoners en stakeholders hebben aangegeven, kunnen we een eerste weging toepassen en prioriteiten aangeven.
Tabel 3. Prioriteiten voor doelgroepen
Inwoners vinden de huisvesting van spoedzoekers het belangrijkst, en dan met name de relatieverbrekingen en jongere spoedzoekers. Huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag en arbeidsmigranten wordt ook genoemd, maar in mindere mate dan met name de spoedzoekers. Ook het rapport Flexwonen stelt dat de opgave voor spoedzoekers fors is. Daarnaast ziet zij een grote opgave voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
Voorts moet genoemd worden, dat er voor de doelgroepen arbeidsmigranten en mensen met onbegrepen gedrag bestuurlijke afspraken op regionaal niveau zijn gemaakt. Daarbij is gesteld dat iedere gemeente verantwoordelijkheid neemt voor het betreffende deel van de huisvesting (zie opgave).
Naast deze prioriteiten en eerder gemaakte afspraken is ook sprake van verschillende belangen met betrekking tot huisvesting van bijzondere doelgroepen, vanuit verschillende invalshoeken:
Sociaal: goede huisvesting van bijvoorbeeld spoedzoekers draagt bij aan behoud van de sociale structuur van de gemeente Elburg, omdat bijvoorbeeld jongeren die van belang zijn voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en een sociale en economische binding hebben met de gemeente Elburg, voor de gemeente behouden blijven. Dat geldt evenzeer voor mensen die te maken hebben met relatieverbreking. Juist deze doelgroep heeft een sterke lokale binding, zeker in het geval er minderjarige kinderen in het geding zijn.
Met betrekking tot mensen met onbegrepen gedrag en uitstroom uit instellingen kan gesteld worden, dat een ieder direct of indirect in het leven met deze problematiek te maken kan krijgen. Een inspanning om de huisvesting van deze mensen goed te regelen, kan gezien worden als een sociaal-maatschappelijke taakstelling waar iedere gemeente haar aandeel in moet nemen.
4.2. Matching doelgroepen en woonvormen
Naast onderstaande uitgangspunten en randvoorwaarden, kunnen we mede op basis van ervaringen elders en de input van inwoners van de gemeente Elburg een eerste voorzet doen voor geschikte woonvormen voor de 3 onderscheiden doelgroepen. Dit is in de volgende tabel weergegeven.
4.3. Randvoorwaarden op hoofdlijnen
Het is zaak om samen met de belanghouders en onder regie van de gemeente Elburg op zoek te gaan naar een optimale mix van oplossingen, rekening houdend met de verschillende belangen die ermee gediend zijn. Op basis van de input die we tijdens de diverse sessies hebben opgehaald, kunnen we een aantal randvoorwaarden formuleren:
Veiligheid voorop: duidelijkheid over samenstelling en aantal te huisvesten mensen, in optimale afstemming en heldere afspraken met partijen als uitzendbureaus, bedrijven, GGZ-instellingen, politie, etcetera (veiligheid).
In verband met het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, in de eerste plaats voor de doelgroepen zelf, is het een voorwaarde dat de doelgroepen arbeidsmigranten en mensen met onbegrepen gedrag niet op dezelfde locatie gemengd worden gehuisvest en evenmin in de nabijheid van elkaar. Arbeidsmigranten en mensen met onbegrepen gedrag hebben vaak een ander levensritme en geven over het algemeen een andere invulling aan een dag. Zij stellen over het algemeen ook wat andere eisen aan woonomstandigheden. Zeker daar waar onder deze doelgroepen personen gehuisvest moeten worden die op dat moment (psychisch(zeer)) kwetsbaar zijn, is gemengde huisvesting van deze twee doelgroepen niet wenselijk in het kader van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat.
Anders gezegd, voorkomen moet worden dat daar waar woon- en leefsituaties van elkaar afwijken, er over en weer fricties en/of overlastsituaties ontstaan, die afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat. Ook voor omwonenden dan wel omliggende bedrijven is het van belang dat de verschillende doelgroepen niet op dezelfde locatie worden gehuisvest. Voorkomen moet worden dat omwonenden/omliggende bedrijven worden geconfronteerd met verschillende woon- en leefsituaties van verschillende doelgroepen. Het risico op fricties, overlast en/of een gevoel van sociale onveiligheid wordt beperkt indien de verschillende doelgroepen niet op één en dezelfde locatie worden gehuisvest. Daarmee kan ook voor omwonenden/omliggende bedrijven een aanvaardbaar woon- en leefklimaat/vestigingsklimaat worden geborgd.
Met “niet in elkaars nabijheid” wordt bedoeld een minimale afstand tussen de locaties van ten minste 500 meter. Waarbij met “locatie” het te bewonen object wordt bedoeld.
Bestaande en toekomstige initiatieven voor locaties waar meer dan 9 personen behorende tot de doelgroep spoedzoekers, arbeidsmigranten en personen met onbegrepen gedrag (gaan) verblijven of gehuisvest zijn/worden, worden in een vroegtijdig stadium ter kennisgeving aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor initiatieven waar het college wil afwijken van het Doelgroepenbeleid zal het college voorafgaande instemming aan de raad vragen of besluitvorming aan de raad laten.
Voordat een besluit wordt genomen op een vergunningaanvraag voor het huisvesten van bovengenoemde doelgroepen vallende onder de zogenaamde kruimelgevallenregeling zal de raad daarover worden geïnformeerd. Gelet op de wettelijke beslistermijnen van maximaal 8 weken van de Wabo, dient de raad z.s.m. geïnformeerd te worden. Bij een vergunningaanvraag welke behandeld wordt met de uitgebreide procedure (zogenaamde projectafwijkingsbesluit) wordt de raad op grond van de Wabo gevraagd om een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Dit gebeurt binnen de daarvoor geldende termijnen.
4.4. Specifieke uitgangspunten en randvoorwaarden voor huisvesting van doelgroepen
Het is helder, dat voorgaande constateringen nog niet leiden tot de conclusie dat zomaar met ieder initiatief akkoord gegaan moet worden. Mede op basis van ervaringen elders2 en de input die inwoners van de gemeente Elburg geleverd hebben, formuleren we per doelgroep uitgangspunten en randvoorwaarden waar initiatieven aan getoetst worden.
Daarbij gaan we vooral uitgebreid in op de regulering van de huisvesting van arbeidsmigranten, omdat dat een relatief nieuwe en zeer specifieke groep is waarvoor nog weinig beleid, regelgeving en beheersafspraken bestaan en waar we met nieuwe partners te maken krijgen. Goede regulering is nodig om de huisvestingstaak beheersbaar te maken, te zorgen voor fatsoenlijke huisvesting van de mensen zelf én optimale garanties voor goede woon- en leefomstandigheden van omwonenden.
We richten ons op de logieswijze huisvesting van arbeidsmigranten die hier niet-permanent verblijven (short- en midstay). Permanente vestigers zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt. Via de Woonvisie moet geregeld worden dat de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief op peil is voor verschillende doelgroepen, zonder dat verdringing plaatsvindt.
Door in te zetten op passende huisvesting in de vorm van logies ontstaat er geen extra druk op de reguliere woningmarkt in de gemeente Elburg. Ook wordt door het bieden van legale alternatieve huisvestingsvormen voorkomen dat arbeidsmigranten door o.a. uitzendbureaus (illegaal) op vakantieparken worden gehuisvest.
De gemeente is medeverantwoordelijk voor het op een goede manier huisvesten van de arbeidsmigranten. Deze gedeelde verantwoordelijkheid dient in de huisvestingsinitiatieven terug te komen: het initiatief ligt bij de werkgever, de gemeente pakt de te volgen planologische procedure voortvarend op. Om een goede, integrale afweging te kunnen maken, hanteert de gemeente een afwegingskader (zie bijlage 7).
De gemeente Elburg wil primair arbeidsmigranten huisvesten die aantoonbaar werkzaam zijn in de gemeente of de regio. Dit lijkt echter gezien de aard van het vraagstuk lastig houdbaar. Flexwerk is naar zijn aard altijd wisselend in volume en locatie. Daarom is het belangrijk om op regionale schaal te blijven afstemmen.
We staan huisvesting (niet zijnde huisvesting op een recreatiepark) toe voor een periode van maximaal 15 jaar (via verlenen omgevingsvergunning). Dit is zowel van toepassing op tijdelijke bewoning van een permanent gebouw als op tijdelijke (al dan niet verplaatsbare) gebouwen. Op huisvesting op een recreatiepark is het Beleidsplan Vitale Vakantieparken van toepassing.
Uitgangspunten proces en uitvoering
Binnen de gemeente kennen we participatiebeleid. Bij initiatieven in het kader van dit doelgroepenbeleid wordt van de initiatiefnemer verlangd dat hij conform het geldende participatiebeleid tot burgerparticipatie overgaat. In dat beleid wordt voor diverse situaties omschreven welke vorm van participatie nodig is. Het instellen van een klankbordgroep bij complexe plannen kan daar onderdeel van zijn.
Indien de initiatiefnemer niet kan aantonen dat hij op adequate wijze invulling heeft gegeven aan deze stappen, dan kan dit een reden zijn om planologische medewerking te ontzeggen.
Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmerk c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA3 of gelijkwaardig. Deze keurmerken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels.
Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten zelf te borgen, overbewoning te voorkomen, en daarmee een risico op fricties, overlast en/of een gevoel van sociale onveiligheid onderling en naar omwonenden/omliggende bedrijven zo veel mogelijk te beperken, is het van belang dat een te huisvesten arbeidsmigrant de beschikking heeft over een minimale gebruiksoppervlakte. De normering van de stichting Normering Flexwonen (SNF) is de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (zoals opgenomen in bijlage 6).
De beheerder is 24 uur per dag bereikbaar en/of aanwezig, zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder de gemeente). Binnen het beheer valt onder andere het toezien op de veiligheid van de bewoners en bijhouden van een adequate financiële en huuradministratie.
Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners maar in ieder geval ook in de Nederlandse en Engelse taal. Naast de informatie als opgenomen in de SNF-norm dient ook informatie ter beschikking te zijn over (de samenvatting van) cao voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzieningen in de gemeente.
Onderdeel van het beheerplan is een huisreglement die in de juiste talen aanwezig is op iedere locatie. In het regelement moet duidelijk gemaakt worden hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden opgenomen.
4.4.2. Maatwerk voor mensen met onbegrepen gedrag
Het evaluatierapport Skaeve Huse (2010) heeft een aantal tips/criteria opgesteld voor een succesvol project. Deze punten zijn besproken in de regio Noord Veluwe en worden meegegeven als aandachtspunten om een locatie te beoordelen op geschiktheid.
Om overlast voor de omgeving en de bewoners te beperken moet de locatie op minimaal 75 à 100 meter van woonbebouwing of andere gevoelige functies liggen. Daarnaast kan het afschermen van het terrein met groen of een schutting ook helpen om de overlast te beperken en de privacy van de bewoners te bevorderen.
Voorzieningen in de buurt. De bewoners zijn in staat om zelfstandig een huishouden te voeren, al dan niet met begeleiding op afstand. Het is dus verstandig om de bewoners de mogelijkheid te bieden om vanuit hun locatie te voorzien in haar eigen basisbehoeften en dus ook de basisvoorzieningen, zoals een supermarkt/ winkelcentrum in de nabijheid (0-3km) te hebben.
Wat betreft de doelgroep: over de samenstelling van de te huisvesten personen worden met betrokken partijen en personen per initiatief nadere afspraken gemaakt. Hierbij gaat aandacht uit naar een passende mix, ter beoordeling door een deskundige zorginstelling. De Centrale Toegang speelt hierbij een belangrijke rol. Onderdeel van de afspraken is in ieder geval, dat zedendelinquenten niet tot de beoogde doelgroep . behoren.
Zoals eerder beschreven, onderscheidt het rapport ‘Kansenverkenning flexwonen in Elburg’ een aantal doelgroepen die we onder de noemer ‘spoedzoeker’ kunnen scharen: echtscheidingsgevallen/relatieverbreking, huisuitzetting/gedwongen verkoop (beide beperkte aantallen) en overige spoedzoekers (jongeren die zelfstandig willen wonen maar (nog) niet in aanmerking komen voor een huur- of koopwoning, personen die een tijdelijke oplossing nodig hebben ter overbrugging naar een (andere) reguliere woning, mensen met tijdelijk werk elders en mensen die als mantelzorger in de nabijheid van hun familie of vrienden willen wonen. In totaal zou het gaan om het extra realiseren van 60-100 plaatsen voor tijdelijke bewoning.
In dit hoofdstuk vatten we de concrete voornemens uit deze beleidsnotitie samen. Daarbij besteden we kort aandacht aan een aantal flankerende acties.
Oprichting Regietafel huisvesting arbeidsmigranten
De regulering van de huisvesting van arbeidsmigranten staat in veel gemeenten nog in de kinderschoenen. Zo ook in de gemeente Elburg. Het kan gezien worden als een gezamenlijke zoektocht, waarbij diverse belangen op een goede manier moeten worden afgewogen. Goede communicatie, openheid en het delen van zorgen, twijfels maar vooral ook goede ideeën en kansen is van belang. De inrichting van een Regietafel kan hier een goed podium voor bieden. In de Regietafel hebben vertegenwoordigers van betrokken partijen zitting, onder voorzitterschap van de gemeente als regisseur. Het takenpakket van de Regietafel kan bestaan uit de volgende taken:
Inspanningsverplichting activering lokaal werklozen
Tijdens de expertsessie op 28 oktober is de vraag aan de orde geweest of lokaal werkzoekenden ingezet kunnen worden op vacatures in plaats van arbeidsmigranten. Een poging daartoe door een grote werkgever in de gemeente Elburg is eerder op niets uitgelopen. Maar het blijft een aandachtspunt waar nog een inspanning op gepleegd kan worden. Hoewel de resultaten waarschijnlijk marginaal zullen zijn ten opzichte van de grote behoefte aan arbeidskrachten, blijft het toch de moeite waard om hierop in te zetten. Wij gaan in gesprek met lokale werkgevers over wederzijdse inspanningsverplichting om lokaal werklozen aan het werk te krijgen.
Bevorderen integratie arbeidsmigranten
Tijdens de bijeenkomsten met de gemeenteraad is tevens de kwestie van integratie van arbeidsmigranten aan de orde geweest. Dit is alleen aan de orde voor longstay en heeft reeds aandacht. Voor short- en midstay zullen de acties uit §5.1 (toepassing SNF keurmerk, huisregels, beheerders, voorlichting en informatie) zaken in goede banen moeten leiden.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 9 oktober 2023
de voorzitter,
ir. J.N. Rozendaal
de griffier,
mr. D.H.A.A. Kassing
Bijlage 1: Afspraken uit Intentieverklaring Huisvesting Arbeidsmigranten
Bijlage 2: Opbrengst inloopavonden juli 2019, doelgroepen en huisvestingsvormen
In het overzicht staat aangegeven welke woonvormen volgens inwoners van de kernen van Elburg passend zijn voor betreffende doelgroepen.
Bijlage 3: Impressie Woonplatform Elburg d.d. 2 september 2019
De gemeente Elburg ontwikkelt een nieuwe Woonvisie. De looptijd van de oude visie is verstreken en de veranderde context van het wonen nopen ons tot een grootschalige herziening van het beleid en de keuzes die we maken.
Voor de zomer hebben we drie inloopavonden georganiseerd waarbij we met inwoners in gesprek zijn gegaan over onderstaande thema’s. Deze zelfde onderwerpen kwamen aan bod tijdens het Woonplatform, bedoeld om de wensen, kennis en ervaring uit het veld op te halen: makelaars, bouwbedrijven, partijen uit de zorg en andere (sociale) partners dachten met ons mee. Dat leverde veel waardevolle tips, aandachtspunten en informatie op. De oogst is hieronder per thema weergegeven.
Wonen en zorg – wonen en duurzaamheid
Huisvesting specifieke doelgroepen
Een aantal aanvullende opmerkingen
De meningen waren eveneens verdeeld over de vraag of er behoefte is aan middenhuur. In de presentatie werd gesteld van niet, maar een aantal aanwezigen gaf aan dat er wel enige vraag is, en dan met name onder ouderen. Aan de andere kant geven de woningcorporaties aan, dat de interesse in de vrije-sector huurwoningen die zij in bezit hebben beperkt is.
Bijlage 4: Verslag Expertsessie 28 oktober 2019
Notulen Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling
Mevrouw ten Have opent de vergadering. Het is een experimentele vergadervorm met veel experts in een openbare commissievergadering, waar allen vanavond getuigen van mogen zijn.
De burgemeester houdt een verbindende inleiding. Het gaat vanavond om mensen met onbegrepen gedrag en om arbeidsmigranten die in de samenleving een plekje moeten vinden. Daar hebben we als samenleving een verantwoordelijkheid voor. Het gaat bij de eerste categorie om mensen die niet te veel prikkels moeten hebben. Het gaat om een beperkte groep mensen. Ook bij arbeidsmigranten gaat hetzelfde op. Deze mensen werken hier en dat mag. Je zult met elkaar een plek moeten vinden onder goede voorwaarden.
Verder aanwezig diverse genodigden.
Mw. M. Sluiter leidt de avond.
Deze mail, ingekomen post raad van 16 september, is op verzoek van de raad aan de stukken toegevoegd.
Bespreekstukken zijn bedoeld om met de wethouder in gesprek te gaan en om waar nodig het onderwerp voor te bereiden voor de raadsvergadering. Het verzoek is om feitelijke vragen zoveel mogelijk buiten de vergadering om te stellen, per mail via de griffie of rechtstreeks telefonisch met de vakambtenaar.
4.1 Sessie over onbegrepen gedrag
Dhr. de Boed leidt het onderwerp in. Hij schetst een persoonlijk beeld van iemand met onbegrepen gedrag.
Daarna komt mw. Meilink van de GGD, team Via (Vangnet, informatie en advies),oftewel bemoeizorg. Zij leveren de professionele zorg en schakelen daarbij zoveel mogelijk de omgeving in. Ze gaan op zoek naar de mens achter het gedrag en proberen zo te begrijpen en te vertalen wat er gebeurt.
VVD: vind het lastig om een oplossing te vinden voor een generiek probleem. Iedere situatie is weer anders. Ieder mens is uniek. De heer De Boed beaamt dat voor ieder persoon een specifieke oplossing moet worden gevonden.
CDA: Hoe kunnen mensen zich melden als er vragen om hulp zijn. Dit kan bij Doe'th en bij de GGD op de website via een speciaal daarvoor ontwikkelde website. De voorkeur is dat vragen zoveel mogelijk lokaal binnenkomen. Team VIA is het einde van de keten.
CDA: Zijn er lotgenotencontacten. De heer De Boed geeft aan dat de mogelijkheid er is maar dat er een grote drempel is voor mensen met onbegrepen gedrag. Er komen steeds meer initiatieven.
CDA: Speelde de woonlocatie een rol in alles waar de heer de Boed woonde? Voor de heer De Boed speelde dit geen rol omdat hij een goede opvang had. Zijn zus zorgde voor goede opvang. Zonder haar inzet zou het allemaal anders zijn geweest.
CU: Regie houden in dit gebied voor mensen met een beperking, hoe werkt dat? De heer De Boed geeft aan dat mensen wat meer regie krijgen. Daar wordt op ingezet.
CU: Hoe is de bejegening? In het verleden ging het erg om de ziekte en een stempel. Dat wordt minder. De term onbegrepen gedrag is leuk maar het gaat natuurlijk wel om onbegrepen gedrag. Laten we het beestje bij de naam noemen.
CU: Samenwerking? De samenwerking van de GGD met Uwoon is goed. Er liggen nog wel kansen.
AB: Willen mensen een plek midden in de samenleving of juist ter eigen bescherming aan de rand van die samenleving. Dhr. De Boed geeft aan dat het gaat om tijdelijk aan de rand van de samenleving maar uiteindelijk wel midden in de samenleving. Een pauzestand is soms nodig. Belangrijk is dat je ergens een plek hebt, dat hoeft niet per se in of net naast de gemeente waar je woont. Omdat het om een klein groepje gaat zou je ook met gemeenten gezamenlijk wat kunnen doen.
AB: hoe is het met de huisvesting? Voor Elburg zijn het een paar mensen, in de regio een heel wijkje. De vraag is of je die allemaal bij elkaar wilt hebben. Iedereen heeft een eigen individuele oplossing nodig. Meestal lukt dat ook. Soms is een oplossing buiten de wijk, tijdelijk of permanent, het beste. Uwoon regelt woningen en zou graag huizen regelen op plaatsen waar mensen met onbegrepen gedrag een goede plek vinden. Uwoon heeft dus locaties nodig.
EB: Verschil tussen onbegrepen en onbegrepen gedrag. Er is verschil afhankelijk van de oorzaak van de onbegrepenheid. Onbegrepenheid leidt niet altijd tot onbegrepen gedrag.
EB: Wat was de invloed van uw zus. Dan had de heer De Boed hier niet meer gezeten.
SGP: Wat is de meerwaarde van het gebruik van de term onbegrepen gedrag. Het gaat er om of de omgeving het gedrag begrijpt. Dat kan per persoon verschillend zijn. Belangrijk is bv. gevaarlijk gedrag. En of er sprake is van ervaren overlast.
SGP: als we onbegrepen gedrag niet kunnen definiëren hoe kunnen we dan aangeven dat het om slechts een paar personen gaat? Het kleine groepje van max. 10 zijn mensen die niet in een reguliere woonwijk passen omdat daar teveel prikkels zijn. De groep met onbegrepen gedrag is groter, maar het merendeel kan wel in een reguliere woonwijk wonen. Die komen dus bovenop die tien.
Dhr. Vlijm: in een bijeenkomst laatst over Stuyvezand werd gezegd dat er geen delinquenten zouden komen. In het inleidend praatje van de burgemeester werd al meteen een vb. van een ex-delinquent gegeven. Hoe zit dat?
4.2 Sessie over doelgroepenhuisvesting
De heer Ponstein van machinefabriek Elburg leidt het onderwerp in. Zij werken met arbeidsmigranten uit het Oostblok. In 2002 ging de markt open voor arbeidskrachten. Het begon met Polen, nu meer en meer met mensen uit Tsjechië, Hongarije, Roemenië. Dat liep op tot 30 a 40% van de totale personeelssterkte. Huisvesting was in de jaren 90 al een probleem en dat probleem is steeds groter geworden. Ponstein werft de mensen niet maar heeft contacten met uitzendbureaus. De fabriek zelf is niet in staat de mensen te werven. De Nederlandse uitzendbureaus boden geen soelaas. Daardoor zijn ze bij uitzendbureaus terechtgekomen die mensen uit het Oostblok halen. Er is nog een poging gedaan met mensen uit de kaartenbak van de gemeente. Dat heeft een groot voordeel omdat er geen huisvestingsbehoefte is. Dit heeft geleid tot 10 mensen. Daarvan kwamen er 7 niet opdagen, 2 te laat, 1 op tijd. Uiteindelijk is niemand aan het werk gegaan. Ze werken nu met twee buitenlandse uitzendbureaus die elk zo'n 15 man aan het werk hebben. Op het hoogtepunt zo'n 40 mensen.
Tegenwoordig moet hij eerst de huisvesting regelen, pas dan komen de werknemers. Andersom lukt niet meer.
Dhr. Vlijm (Berkenweg): de vraag is of mensen daar wel willen zitten. Is het de rand van de woonwijk of is dit de rand van de samenleving. De buurt van 17 personen is goed ingelicht over de mensen met onbegrepen gedrag. Maar hoe worden de arbeidsmigranten meegenomen in de vraag hoe je omgaat met onbegrepen gedrag. Wat de buurt beangstigd is dat een hek en cameratoezicht nodig is. De notitie spreekt over rand van de woonwijk. Wat is dat? Blijven deze mensen aan de Berkenweg wonen of keren ze ooit terug naar een woonwijk. En is de stap van afgelegen naar woonwijk dan niet te groot. Is de Berkenweg wel een prikkelarme omgeving met de tuinen en lawaaierige apparatuur en de (soms luidruchtige) migranten. En hoe beweegt men zich naar de kernen. De supermarkt is kilometers verderop. De buurt heeft niets gemerkt van de steekpartij afgelopen weekend. Het is daarmee een sociaal onveilige buurt, geen sociale controle. Wie kan de veiligheid van de buurt garanderen. Wie is aansprakelijk als het mis gaat. De buurt wil meedenken maar ook gehoord worden. Wat voor mensen komen er in de toekomst? Wat heeft voorrang als de arbeidsmigranten en de mensen met onbegrepen gedrag niet samen kunnen leven.
Dhr. Plugge (Brigadegebouw): Bewoners hebben geen vertrouwen meer in de politiek. Laat de bewoners meepraten. De stakeholdersbijeenkomst bv. mocht de buurt niet bij zijn. Een verslag hebben ze niet gehad. Er wordt gezegd dat aantal arbeidsmigranten onbekend is. Waar werken die mensen? Moet Elburg dan alles voor de omgeving opvangen. Zorg voor spreiding. Niet twee groepen samen op 1 locatie. Geen grote concentraties. Laat mensen bij het bedrijf wonen. Er zijn al meer dan 90 arbeidsmigranten, waarom dan nog meer? Denk aan locaties als Uwoon, Kruismaten. 46 buitenlanders uit vier landen is wel veel. Waarom niet spoedzoekers. Max. 10 buitenlanders. Zorg voor dagelijkse begeleiding om excessen te voorkomen.
Dhr. Reedijk (Flexwonen) geeft een presentatie. Desgevraagd geeft hij aan dat short stay arbeidsmigranten niet goed mengt met andere doelgroepen. Combi met de midstay kan wel.
CU: kunnen de werkzaamheden ook naar het buitenland? Deels, maar bij just in time levering wil men het risico niet nemen van productie elders. Het transport is te ver weg en onbetrouwbaar.
CU: meest gewenste huisvestingsvorm voor arbeidsmigranten. Er zijn goede voorbeelden op industrieterreinen. Niet bij zware industrie. Niet waar je bedrijven belemeert in uitbreiding. Migranten vinden dat ook prima. Gaat zeker goed aan de randen van terreinen. Vaak wat grootschaliger locaties. Dat is zeker voor short stay beter omdat je dan kunt zorgen voor (recreatie)voorzieningen en een 24/7 beheerder. Alternatief is bv. voormalig zorgvastgoed.
AB: Handhaving voor beide doelgroepen. Veel vragen over veiligheid. Zijn er voldoende mogelijkheden om te handhaven. Handhaving OOV ligt primair bij de politie. BOA's treden in overleg met politie. Overlast van BBQ is lastig, dat mag nou eenmaal.
AB: Hoe borgen we uitbuiting? Er is wel het een en ander geregeld als het gaat om uitbuiting op de werkvloer en de salariëring. Voor wonen is het SNF keurmerk belangrijk. Min. opp. vlaktemaat is 10 m2. Dan is een kwaliteitsniveau geborgd dat acceptabel is. De economie in Polen draait goed. Het is moeilijker om arbeidsmigranten te vinden. Huisvesting is een criterium aan het worden om mensen te krijgen. Dat drijft de kwaliteit omhoog.
EB: Wonen bij eigen bedrijf van dhr. Ponstein? Belangrijkste is dat gemeente het probleem onderkent en de oplossing faciliteert. Oplossingen van flexwonen ziet er goed uit. Werknemers die goed in hun vel zitten, presteren beter. Maar samenwerking tussen gemeente en bedrijfsleven is al heel wat. Dan gebeurt er in ieder geval wat.
EB: wat deed gemeente Katwijk voor de flexwoningen. Deze gemeente stond er positief in maar heeft moeilijk gehad door een bijna bewonersopstand. Gemeente heeft initiatief genomen tot overlegorgaan. Gemeente heeft nek uitgestoken en bijdrage in beheer gegeven. Dat gebeurt niet vaak. Bijdrage is later teruggedraaid want die bleek niet nodig. Belangrijkste was dat er tijdelijke ontheffing voor 10 jaar op bedrijventerrein kwam.
SGP: Kwaliteitkeurmerk gaat dat ook over de inpasbaarheid in de buurt zoals omvang. SNF gaat niet over omvang van het complex en de omgeving, wel over beheer. 24/7 bereikbaarheid.
PvdA: We hebben al moeite om plekken te vinden voor onze eigen inwoners. Er zijn veel niet toekomst bestendige recreatieparken. Daar moet je iets anders mee. vb is Putten.
VVD: Salariëring arbeidsmigranten? CAO, daar hebben ook de uitzendbureaus mee te maken. Salaris ligt op niveau van de Nederlanders.
VVD: is het sociaal wenselijk dat kinderen hier niet kunnen wonen omdat de arbeidsmigranten in de huizen zitten. Arbeidsmigranten dragen inderdaad bij aan tekort aan woningen. Dat totale probleem bestaat al tientallen jaren. Het zijn allemaal Europeanen en er is een heel groot probleem.
VVD: wil geen Pools dorp. Diversiteit in de bevolking is juist mooi. Het wordt een plek voor tijdelijke bewoning, hotelachtig. Deze mensen streven niet naar integratie.
VVD: Hoeveel arbeidsmigranten hebben we nu werkelijk? Dat ligt aan de basis van beleid.
CDA: Verhaal van de 10 uitkeringsgerechtigden is wel schokkend.
CDA: Hoe is huisvesting van arbeidsmigranten door dhr. Ponstein geregeld. Probleem van huisvesting zal altijd bij uitzendbureau. Ponstein betaalde. Mensen zaten op campings etc. Alleen touwtjes zijn aangetrokken en dit wordt steeds moeilijker, vooral sinds een jaar. Nu moet hij zelf voor huisvesting zorgen/bijdragen waarbij regie bij uitzendbureau ligt, die moet voldoen aan de keurmerken. Ze hebben huizen gekocht in Elburg, Dronten en Kampen voor de arbeidskrachten die al wat langer in dienst zijn. Ponstein zorgt voor de financiering.
CDA: Ervaringen bij de Berkenweg de afgelopen jaren. Idee dat het wat rustiger wordt, lijken ook wat minder mensen te zijn. Nog steeds hard gereden. Buurt wordt wel netjes gehouden.
Wethouder Krooneman: Aan de Berkenweg komen in ieder geval niet delinquenten en verslaafden.
Derde ronde: wat willen de raadsleden meegeven aan het college m.b.t. verdere beleidsontwikkeling.
SGP: 4 september is al inhoudelijke reactie gegeven. SGP kan zich vinden in de uitgangspunten van de notitie. Afstemming en samenwerking is belangrijk. Dat ontbreekt nog in deze nota. Mensen die we hier hebben moeten we op een fatsoenlijke manier huisvesten. Dat is belangrijk om onze economie draaiende te houden. Bij onbegrepen gedrag is porfessionele ondersteuning belangrijk. Voor beide groepen is de duiding om hoeveel mensen het nou gaat is belangrijk. Dat blijft onduidelijk. Kunnen we een generieke voorziening plaatsen? Gezien de geringe opgave lijkt maatwerk belangrijk. Splitsing tussen jongeren en echte spoedzoekers is goed verwerkt.
EB: Komt schriftelijk nog. Fatsoenlijke plekken is belangrijk. Begrijpt de nood voor de bedrijven.
AB: Schriftelijke reactie. Blij met notitie die alle ontwikkelingen helder schetst met daarin heldere afspraken. Niet mengen van doelgroepen. Zeker arbeidsmigranten niet binnen woonwijken en een goede verhouding migranten en bewoners. Heeft consequenties voor de huidige bewoners. Mensen met beperking in eigen woonomgeving met goede zorg. Veel vormen zijn nog niet naar voren gekomen zoals tiny houses. Er is duidelijke prioritering in de huisvestingsvraag. Ook voor onze eigen inwoners. Komt ze schriftelijk op terug. En de aantallen, blijft onduidelijk. nulmeting nodig.
CU: zinvol om met alle partijen in gesprek te blijven. Bedrijventerrein is niet in nota uitgewerkt. Ontbreekt nog gelet op deze avond. Certificering belangrijk. Niet mixen van doelgroepen. Vitale vakantieparken: als plek is moet er betrouwbare samenwerking zijn voordat er tijdelijke vergunning komt. Graag verband tussen doelgroepenbeleid en uitgangspunten van vitale vakantieparken. Onbegrepen gedrag qua huisvesting wat concreter. Reguliere woning, apart gebouw? Welke opties zijn er.
CDA: Vaart maken. Notitie amper gewijzigd t.o.v. 4 sept. Verliezen zo tijd. Notitie kan afgemaakt worden en naar de raad. Mensen slapen nu op plekken waar je dat niet wilt. Mensen zijn onderdeel van de samenleving. Ambitie is goede huisvesting is mogelijk. Maatwerk per locatie. Weeg de belangen. Bv. de bijzondere locatie van Brigadegebouw moet zwaar meewegen. Goed om te concentreren waar het planologisch passend is en handhaving te organiseren is. Zorg voor mensen staat voor CDA nooit on hold.
VVD: Beleid gaat niet zonder duidelijke cijfers. Diversiteit. Migranten moeten zich ook mengen in de samenleving. EU-arbeidsmigranten geen hogere prioriteit t.o.v. andere doelgroepen. Spoedzoekers, jongeren belangrijk. Migranten moeten voor eigen huisvesting zorgen. Onbegrepen gedrag: zorgelijk dat wij onbegrepen gedrag niet begrijpen. Onbegrepen gedrag zonder overlast moet kunnen. Onbegrepen gedrag is wel een probleem. Kan tot gevaarlijke situaties leiden.
PvdA: Sluit zich aan bij CDA. Kwaliteit voor alle doelgroepen in deze gemeente.
Schriftelijke technische vragen deze week en reacties uiterlijk 13 november bij de griffie. Daarna komen alle antwoorden, ook die van de bewoners van vanavond die nog niet zijn beantwoord.
Wethouder Krooneman geeft aan dat na vanavond gezorgd zal worden dat mensen deze winter niet in een caravan hoeven te zitten. Het gaat om schrijnende gevallen van mensen met onbegrepen gedrag.
Mevrouw De Weerd geeft aan dat hier nog een schriftelijke reactie op komt want er is wel een motie die het beleid on hold staat. Mensen die zorg nodig hebben, moeten geholpen worden, maar ze is wel benieuwd welke oplossing het college dan heeft binnen de contouren van de motie. Als college met individuele casus komt kan de raad er naar kijken, maar de motie blijft on hold.
PvdA: schrijnende gevallen oplossen.
VVD: Niemand hoort buiten de boot te vallen.
CU: ontwikkelingen locaties doelgroepenbeleid on hold. Als iets noodzakelijk is dan die mensen plaatsen, maar niet op de nieuwe locaties die in de motie zijn genoemd. College heeft vrijheid buiten de in de motie genoemde locaties.
AB: locaties van de motie staan on hold.
EB: liever geen mensen onder de brug. Niet de locaties genoemd in de motie.
SGP: College heeft verantwoordelijkheid voor de zorg van deze schrijnende gevallen.
Wethouder informeert de raad achteraf als er een schrijnend geval is en hoe die is opgelost.
Bijlage 5 Voorbeeld Beleidslijn kamergewijze verhuur
Let op: deze beleidslijn is slechts indicatief en betreft geen vastgesteld beleid van gemeente Elburg.
De gemeente faciliteert ondernemers bij het huisvesten van hun werknemers en dat is in het belang van de lokale economie. Maar niet tegen elke prijs. Wanneer de leefomstandigheden van de tijdelijke werknemers of van de eigen (omwonende) burgers in het geding zijn, dan dient de gemeente haar beleid te handhaven en misstanden of overtredingen van afspraken aan te pakken.
De gemeente stelt regels op en geeft vergunningen af. Periodiek kan men panden langsgaan om te controleren of er volgens vergunning en voorschriften gehandeld wordt. Het tijdelijk huisvesten van buitenlandse werknemers is veelal in strijd met het Bestemmingsplan. Immers:
Een woongroep bestaande uit het tijdelijk huisvesten van buitenlandse werknemers in een woning is daarmee niet gelijk te stellen en past niet in de gebruiksfunctie van een woning. De rechtbank van 's-Hertogenbosch heeft zich hierover op 13 april 2006 uitgesproken.
Er is geen sprake van één huishouden. De verschillende werknemers zullen de woning voornamelijk alleen als slaapplaats gebruiken en daarnaast zoveel mogelijk op het werk aanwezig zijn. Hier is een kamergewijze verhuur van toepassing. Daarnaast zal het hoofdverblijf van de buitenlandse werknemers elders, nl. in het thuisland, liggen.
Medewerking aan het huisvesten van buitenlandse werknemers in een woning zal via een bestemmingswijziging of een afwijkingsprocedure plaats dienen te vinden. Het is niet wenselijk geacht om alles minutieus in het bestemmingsplan te regelen. Daarom leggen we nadere voorwaarden in een beleidsregel vast. In deze beleidsregel kunnen ook regels worden opgenomen over bv. brandveiligheidseisen, over minimumkwaliteit van de huisvesting waaronder een minimumvloeroppervlakte per persoon.
De bestemming wonen is in beginsel bestemd voor woningen voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Tijdelijke verhuur aan tijdelijke werknemers valt hier niet onder. Een omgevingsvergunning voor tijdelijke verhuur kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Voor woningen groter dan 80 m2 en kleiner dan 120 m2 bruto-vloeroppervlakte (tot het bvo van een woning behoren begane grond, verdieping en eventueel zolder als deze is ingericht om te wonen/slapen):
er naar het oordeel van de gemeente voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn, waarbij een parkeernorm geldt van 0,7 parkeerplaats per persoon of er wordt door aanvrager schriftelijk en gemotiveerd onderbouwd welke maatregelen er worden getroffen om van de parkeernorm te kunnen afwijken. Hierbij is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om op basis van deze onderbouwing nadere eisen te stellen;
Ten behoeve van de huisvesting van meer dan vier personen buiten het verband van een huishouden kan het college voor woningen met een vloeroppervlak van meer dan 120 m2 bruto-vloeroppervlakte (tot het bvo van een woning behoren begane grond, verdieping en eventueel zolder als deze is ingericht om te wonen/slapen) een buitenplanse afwijkingsprocedure volgen en ontheffing verlenen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
er zijn naar het oordeel van de gemeente voldoende parkeerplaatsen aanwezig, waarbij een parkeernorm geldt van 0,7 parkeerplaats per persoon voor het aantal personen boven het toegestane maximum aantal van vier personen of er wordt door aanvrager schriftelijk en gemotiveerd onderbouwd welke maatregelen er worden getroffen om van de parkeernorm te kunnen afwijken. Hierbij is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om op basis van deze onderbouwing nadere eisen te stellen;
Voor woningen in … geldt - in verband met de bebouwingsdichtheid en het geringe aantal parkeerplaatsen - maximale huisvesting van vier afzonderlijke personen buiten het verband van een huishouden in een woning (los van de grootte) en een limitering van .. % van het aantal woningen. Op basis van het huidige aantal wooneenheden van .. stuks bedraagt de limitering … woningen. Behalve bovenstaande moet uiteraard voldaan worden aan bestaande regelgeving zoals het Bouwbesluit 2012 (inclusief Besluit brandveilig gebruik bouwwerken) en de bouwverordening.
Overgangsregeling voor bestaande situaties. Voor woningen waar al tijdelijke werknemers gehuisvest zijn is een overgangsregeling van kracht. Uitzendbureaus en andere werkgevers die huisvesting bieden kunnen zich tot 1 januari 2021 melden bij de gemeente. Alleen dan kunnen zij onder de hieronder beschreven overgangsregeling vallen.
In het geval er sprake is van een woning waarin meer dan het maximum aantal personen zijn gehuisvest, dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van één jaar na de inwerkingtreding van deze beleidsregel het aantal personen definitief terug te zijn gebracht tot het maximale aantal, tenzij dit vanuit (brand)veiligheidsoverwegingen uiteraard eerder vereist is. Deze termijn zal als (extra) voorwaarde aan de vergunning worden gekoppeld.
Bijlage 6 Normen voor huisvesting arbeidsmigranten, SNF
Bron: Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 8.0, geldig vanaf 1 september 2019
Tot uiterlijk 31-12-2023 geldt dat voor bestaande huisvesting in woonvorm e (huisvesting op recreatieterrein) bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 2,7 m2 vloeroppervlak ter beschikking hebben. Als de slaapruimte in woonvorm e minder dan 3,5m2 vloeroppervlakte per persoon is, mag de slaapruimte maximaal voor 2 personen gebruikt mag worden. Vanaf 1- 1-2024 vervalt deze uitzondering en geldt de eis dat in alle woonvormen bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5m2 vloeroppervlakte ter beschikking hebben.
Sanitair, veiligheid en hygiëne
Informatievoorziening en overige eisen
Het preventief onderhoud dient jaarlijks te worden uitgevoerd conform de vigerende NEN 2559 door een gecertificeerd REOB bedrijf. De onderhoudsgegevens moeten worden geregistreerd op een etiket op basis van de vigerende NEN 2559 dat duurzaam is bevestigd op het blustoestel. Er is in totaal 6 liter / 6 kilogram blusmiddel aanwezig
Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor agrarische ondernemingen in de sector ‘open teelten’ en in de sector ‘glastuinbouw’ die eigen werknemers huisvesten, dat zij bij het secretariaat de verklaring goed werkgeverschap zoals in de cao open teelten dan wel de cao glastuinbouw is voorgeschreven en beschikbaar via de SNF-website moeten indienen.
Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor ondernemingen die eigen werknemers huisvesten in sectoren waarmee SNF nog géén afspraken heeft gemaakt over de invulling van goed werkgeverschap, dat zij bij het secretariaat een accountantsverklaring volgens het voorgeschreven format waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde cao wordt nageleefd.
Bijlage 7 Afwegingskader Initiatieven Huisvesting Arbeidsmigranten
De aard en omvang van de voorziening
Het gebruik van de locatie binnen de (al dan niet gewijzigde) bestemming
Eisen aan de exploitant c.q. gebruiker
Draagvlak voor de voorziening in de omgeving
Zie Routekaart naar goede huisvesting voor EU-arbeidsmigranten, Expertisecentrum Flexwonen, 2019: “Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ca. 30% van de huisvestingsvraag van arbeidsmigranten gezien hun verwachte verblijfsduur gericht is op de short stay huisvesting, 40% op de mid stay en 30% op de long stay.”
ABU = Algemene Bond Uitzendondernemingen, belangenbehartiger van de uitzend- en payrollbranche
NBBU = Nederlandse Bond Van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen, brancheorganisatie van professionele intermediairs op de arbeidsmarkt. Behartigt belangen van ruim 1.200 dienstverleners in de flexbranche: uitzendbureaus, payroll ondernemingen, zzp-bemiddelaars en andere intermediairs op de flexibele arbeidsmarkt
SNA = Stichting Normering Arbeid. SNA heeft als doel het realiseren van zelfregulering ter voorkoming van fraude en illegaliteit in de uitzendbranche en bij alle vormen van (onder)aanneming van werk
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-32479.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.