Beleidsregels hinderlijke en/of gevaarlijke honden

Grondslagen

  • Gemeentewet (Gemw), artikel 125

  • Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025, artikel 2.59

Overige relevante regelgeving m.b.t. deze beleidsregels

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 4:9

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 4:81

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 5:25

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 5:29

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 5:30

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 5:31

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 6:1

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 7:1

1. Inleiding

De aanpak van (potentieel) gevaarlijke honden dient zowel effectief als mens- en diervriendelijk te zijn. Bij de uitvoering van deze taak is het van belang dat er een balans wordt gezocht tussen zorg en veiligheid voor de omgeving en het belang van hond en houder van de hond. Hierbij wordt gehandeld conform deze beleidsregels. Door te werken met vastgestelde beleidsregels is er transparantie over de aanpak en een waarborg van uniformiteit, rechtszekerheid en proportionaliteit.

Essentie van de aanpak is dat per situatie de ernst van de situatie wordt gewogen en dat maatregelen worden getroffen die nodig zijn om de veiligheid voor de omgeving te waarborgen en die tevens de eigenaar in de gelegenheid stellen om de hond te behouden.

De maatregelenmatrix onder stap 3 in hoofdstuk 4 beschrijft het toetsingskader met behulp van een maatregelenmatrix. Op basis van deze maatregelenmatrix, gelezen in combinatie met de feiten en omstandigheden van het bijtincident, wordt besloten welke maatregelen er genomen (moeten) worden.

 

2. Begripsbepalingen

Hinderlijk gedrag: Een hond die ontsnapt uit een woning, tuin of vanaf een erf en daarbij op enige wijze passanten en/of andere dieren lastig valt, dan wel een hond die tijdens het uitlaten losbreekt en passanten en/of andere dieren lastig valt.

 

Licht bijtincident: Van een licht bijtincident is sprake wanneer een hond een persoon bijt of een ander dier, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen, dat gezien de context van de situatie verklaarbaar is.

 

Ernstig bijtincident: Bij een ernstig bijtincident brengt de hond ernstig letsel toe aan een persoon of een ander dier. Meerdere bijtincidenten binnen een periode van twee jaar, ook zonder ernstig letsel of ernstige gevolgen, kunnen ook worden aangemerkt als een ernstig bijtincident.

 

Zeer ernstig bijtincident: Onder een zeer ernstig bijtincident wordt verstaan: een hond die een persoon bijt als gevolg waarvan de persoon lichamelijk en/of geestelijk letsel heeft en daardoor ernstige, langdurige of blijvende medische gevolgen ervaart of als gevolg hiervan overlijdt.

 

Gevaarlijke hond: Een hond, die een ernstig of zeer ernstig bijtincident heeft veroorzaakt of twee lichtere bijtincidenten of middels een gedragstest als gevaarlijk kan worden aangemerkt

 

Hoog-risico hond: Een hond die behoort tot een van de hondenrassen, lookalikes en kruisingen met een hoog risico op agressief gedrag en die voorkomt in de gehele bijlage 2 van het RDA rapport ‘Hondenbeten aan de kaak gesteld’ d.d. 21-02-2017 (incl. de hondenrassen en kruisingen die genoemd worden op basis van rasspecifieke wetgeving in diverse landen).

 

Aanlijngebod: De eigenaar van de hond wordt verplicht om de hond aan te lijnen met een lijn met een lengte, gemeten vanaf de hand tot aan de halsband, van ten hoogste 1,50 meter (art. 2:59 lid 2 Apv Ooststellingwerf).

 

Muilkorfgebod: De eigenaar of houder van de hond aan wie een muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting om de hond aan te lijnen, verplicht de hond te voorzien van een muilkorf die:

  • a)

    Vervaardigd is met stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; en

  • b)

    door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

  • c)

    zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn (art. 2:59 lid 3 Apv Ooststellingwerf).

OM: Openbaar Ministerie

 

OOV: Afdeling Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente

 

VTH: Afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving van de gemeente

 

3. Meldingen van incident(en) met honden

Wanneer er zich een bijtincident heeft voorgedaan, kunnen betrokkenen dit melden bij de politie of de gemeente.

 

Stap 1: melding bij politie of gemeente over bijtincident

Inwoners kunnen zowel bij de politie als de gemeente melding maken van hinderlijk gedrag of van een bijtincident. De organisatie die de melding ontvangt, is verantwoordelijk voor zo volledig mogelijke registratie van het incident middels het registratie- en beoordelingsformulier bijtincidenten (bijlage 1).

 

Stap 2: beoordeling bijtincident

Wanneer de informatie omtrent het hinderlijke gedrag of het bijtincident zo volledig mogelijk is omschreven op het registratieformulier, wordt de melding beoordeeld. De behandelaar van de casus weegt af of het incident bestuursrechtelijk of strafrechtelijk opgepakt moet worden, of dat er geen reden is voor verdere actie. De behandelaar van de casus beoordeelt of het incident als hinderlijk gedrag, licht of ernstig bijtincident moet worden geclassificeerd en of de hond potentieel gevaarlijk is. Voor advies van deze beoordeling kan de behandelaar van de casus contact opnemen met de coördinator milieu van de politie om gebruik te maken van diens expertise. Indien het registratieformulier volledig is ingevuld, deelt de behandelaar van de casus deze met de jurist van VTH en de adviseur OOV van de gemeente.

 

Stap 3: passende maatregelen opleggen

De jurist van VTH en adviseur OOV van de gemeente adviseren de burgemeester aan de hand van de maatregelenmatrix (tabel 1) en de feiten en omstandigheden omtrent de melding over welke maatregelen er genomen moeten worden. Het tweede, derde of vierde incident moet elke keer binnen 5 jaar na het voorgaande incident hebben plaatsgevonden om op te schalen. De burgemeester neemt een besluit en dit wordt per brief kenbaar gemaakt aan de eigenaar of houder van de hond.

 

Tabel 1: Maatregelenmatrix hinderlijke honden en bijtincidenten door honden

Constatering

1e incident

2e incident

3e incident

4e incident

Hinderlijk gedrag

Waarschuwingsbrief.

Aanlijngebod, en/of;

Aanlijn- en muilkorfgebod.

Last onder dwangsom en/of herhalen van muilkorf- en aanlijngebod.

Eventueel dwangsom invorderen.

Over naar stap: licht bijtincident, 2e incident.

Licht bijtincident

Waarschuwingsbrief.

Aanlijn- en muilkorfgebod

en/of last onder dwangsom opleggen.

Eventueel dwangsom invorderen.

Dwangsom invorderen.

Eventueel wordt de eigenaar gevraagd

afstand te doen van de hond of de burgemeester besluit tot onvrijwillige inbeslagname op grond van artikel 5:29 en 5:30 Awb (spoedeisende bestuursdwang).

.

Ernstig bijtincident

Aanlijn- en muilkorfgebod en/of last onder dwangsom opleggen.

Eventueel bijtrisicoassessment uitvoeren.

Dwangsom invorderen en bijtrisicoassessment uitvoeren.

Eventueel wordt de eigenaar gevraagd

afstand te doen van de hond of de burgemeester besluit tot onvrijwillige inbeslagname op grond van artikel 5:29 en 5:30 Awb (spoedeisende bestuursdwang).

Zeer ernstig bijtincident

Eigenaar wordt gevraagd afstand te doen van de hond.

Of onvrijwillige in beslagname op basis van het Strafecht.

Eigenaar wordt gevraagd afstand te doen van de hond of de Officier van Justitie wordt gevraagd om de hond via het strafrecht in beslag te nemen.

Aanlijn- en muilkorfgebod en/of last onder dwangsom opleggen.

Of eventueel dwangsom invorderen als deze is opgelegd.

Eventueel bijtrisicoassessment uitvoeren.

 

4. Vrijwillige afstand of onvrijwillige inbeslagname

 

4.1. Vrijwillige afstand

Wanneer er sprake is van meerdere bijtincidenten door eenzelfde hond of een ernstig bijtincident en er grote zorgen zijn over het gedrag van de hond of de eigenaar in relatie tot de hond, kan de gemeente de eigenaar/houder van hond een brief sturen met de mededeling dat zijn of haar hond als gevaarlijk (APV) was aangewezen met het verzoek om vrijwillig afstand van de hond te doen. Wanneer de eigenaar hiermee instemt, kan het formulier vrijwillige afstand (bijlage 2) worden ingevuld.

4.2. Onvrijwillige inbeslagname

 

4.2.1. Bestuursdwang op grond van art. 5:29 en 5:30 Awb

De burgemeester is op grond van hoofdstuk 5 van de Awb bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften te beletten of te beëindigen. Zo nodig kunnen er hiertoe spoedmaatregelen worden genomen (5:31 Awb).

 

Het bevoegde bestuursorgaan besluit tot inbeslagname van de hond als:

  • de hond door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen als gevaarlijk waarbij een kort aanlijngebod en/ of een muilkorfgebod van de hond is opgelegd op grond van artikel 2:59 APV en vervolgens

  • de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen en direct optreden wordt verwacht.

Bij bijtincidenten is de situatie veelal dermate spoedeisend dat het bestuursorgaan de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen en dit dus achteraf plaatsvindt. Spoedeisende bestuursdwang kan bijvoorbeeld worden toegepast wanneer inbeslagname van de hond noodzakelijk is, maar er op het moment van de overtreding niet direct sprake is van verstoring van de openbare orde.

 

De kosten van bestuursdwang zijn op grond van artikel 5:25 Awb verhaalbaar op de overtreder. In dit geval de eigenaar/houder van de hond.

4.2.2. Uitvoeren bijtrisicoassessment

Er wordt bij een inbeslagname altijd een bijtrisicoassessment uitgevoerd door het Riskassessmentteam van de Universiteit van Utrecht. Wanneer de eigenaar geen afstand doet van de hond, kan de hond onder voorwaarden worden teruggeplaatst naar de eigenaar. Afhankelijk van de uitkomsten van de gedragstest kan de burgemeester bepalen welke maatregelen nodig zijn, zoals een aanlijn- en muilkorfgebod, herplaatsing of in uiterste gevallen euthanasie.

4.2.3. Werkproces bestuursrechtelijke inbeslagname

Wanneer de hond middels bestuursrecht in beslag genomen wordt, is het een gemeentelijke verantwoordelijkheid om een daartoe geschikte instantie te regelen die de hond in beslag kan nemen en vervoeren. Bij bestuursrechtelijke inbeslagname zullen medewerkers van VTH en de vervoerder van de hond onder begeleiding van de politie de hond in beslag te nemen.

4.2.4. Strafrechtelijke inbeslagname

Bestuursrecht is niet het enige middel wat ingezet kan worden voor de inbeslagneming van een hond na een bijtincident. Via het strafrecht kan er ook worden overgegaan tot inbeslagname van een hond. Hierbij moet er sprake zijn van een vermoeden van een strafbaar feit en een heterdaad situatie.

 

Artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht biedt hiervoor uitkomst. Art 425 Sr. is een overtreding. Het is aan het Openbaar Ministerie en de Politie om hieraan uitvoering te geven. Concreet moet bij strafrechtelijke vervolging van een bijtincident worden vastgesteld dat er sprake is van (1) een gevaarlijk dier1 en (2) dat de eigenaar er onvoldoende zorg voor heeft gedragen om het dier onschadelijk te houden2.

 

5. Afwijken van beleid

In dit beleid is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met bijtincidenten. Deze incidenten zijn afhankelijk van de context van de gebeurtenis. In voorkomende gevallen is het voor het bestuursorgaan mogelijk om af te wijken van dit beleid, zowel met lichtere maatregelen als met verzwarende maatregelen. Dit betekent dat stappen kunnen worden overgeslagen, dan wel dat een lichtere vorm kan worden gekozen bij het afhandelen van een melding.

Redenen voor lichtere maatregelen kunnen onder meer zijn:

  • het gevolgd hebben van een cursus;

  • maatregelen treffen, zoals de hond altijd aangelijnd uitlaten;

  • de reden voor het bijtincident is gelegen in zelfverdediging van de hond.

Redenen voor verzwarende maatregelen kunnen onder meer zijn:

  • als de eigenaar het incident bagatelliseert;

  • als de eigenaar de hond heeft aangezet tot bijten;

  • als een hoog-risico hond betrokken is bij het incident.

Wanneer het bestuursorgaan afwijkt van het beleid moet dit voldoende worden gemotiveerd. De mogelijkheid om van het beleid af te wijken is van groot belang omdat een zo goed mogelijke afhandeling van een bijtincident afhankelijk kan zijn van specifieke aard en omvang van het incident.

Bijlage 1: Registratie- en beoordelingsformulier bijtincidenten

 

Datum bijtincident

Datum registratie

Behandeld door

☐Politie: [naam]

☐Toezichthouder gemeente: [naam]

Gegevens bijtende hond

Personalia eigenaar/houder

Gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens.

Gegevens benadeelde partij/slachtoffer

Personalia benadeelde partij

Indien van toepassing gegevens slachtoffer

Indien van toepassing gegevens van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens

Incidentomschrijving

Indien van toepassing gegevens van gebeten dier of object

Aard en omvang van letsel en schade

Indien aanwezig foto’s van het incident/slachtoffer en/of verklaring (dieren/huis)arts

Omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten: omschrijving incident

Is de hond in beslag genomen? Zo ja, op welke grond?

Oudere meldingen (tot 5 jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem aanwezig?

Personalia getuige(n)

Beoordeling incident

Is het strafrecht?

☐Ja (indien ja, zaak ook strafrechtelijk oppakken)

☐Nee

Classificatie (bijt)incident

☐Hinderlijk gedrag

☐Licht bijtincident

☐Ernstig bijtincident

☐ Zeer ernstig bijtincident

Is de coördinator milieu van de politie betrokken?

☐Ja

☐Nee

Indien de coördinator milieu van de politie is betrokken, wat was het advies?

 

Bijlage 2: Vrijwillige afstandsverklaring

AFSTANDSVERKLARING

 

Hierbij doe ik

 

Naam: ________________________________________________________

 

Adres: ________________________________________________________

 

Postcode/woonplaats: ___________________________________________

 

vrijwillig afstand van mijn hond:

 

Naam dier: ____________________________________________________

 

Ras: __________________________________________________________

 

Chipnummer: __________________________________________________

Tevens verklaar ik:

  • Eigenaar te zijn van het hierboven beschreven dier;

  • Het hierboven beschreven dier in eigendom over te dragen aan de burgemeester van de gemeente Ooststellingwerf;

  • Zonder voorbehoud afstand te doen van alle rechten en plichten van het hierboven beschreven dier met ingang van heden. ;

  • Geïnformeerd te zijn over de mogelijke gevolgen van de vrijwillige afstand zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van een gedragstest, herplaatsing of euthanasie van de hond;

  • Geïnformeerd te zijn over de procedure die volgt wanneer ik niet vrijwillig afstand doe, namelijk: inbeslagname op basis van artikel 5:29 in samenhang met artikel 5:30 Algemene wet bestuursrecht.

De hond en diens paspoort zijn reeds op _____________feitelijk overgedragen aan ________________________________, in dienst van de [naam organisatie]

 

 

Handtekening

 

 

Plaats en datum


1

Een hond kan aangemerkt worden als gevaarlijk dier in strafrechtelijke zin bij bijtrecidive. De politie moet dus registraties bijhouden van eerdere (bijt)incidenten. En als er geen eerdere bijtincidenten bekend zijn, is het belangrijk dat er informatie verzameld wordt over het gedrag van de hond (op grond van bijvoorbeeld verklaringen van buurtbewoners e.d.).

2

Met andere woorden: als de eigenaar weet dat zijn/haar hond gevaarlijk is, moet hij/zij ervoor zorgen dat de veiligheid van andere personen of goederen beschermd blijft.

Naar boven