Gemeenteblad van Zaanstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2026, 323469 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2026, 323469 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening zeehavengeld Zaanstad 2026
In deze verordening wordt verstaan onder:
Havengebied van Amsterdam: het IJ, het Noordzeekanaal en alle daarop uitkomende wateren, voor zover voor de openbare dienst bestemd, telkens tot het eerste bovengrondse kunstwerk, alsmede voor de openbare dienst bestemde aanlegsteigers, meerpalen en -boeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;
Havenbeveiligingswet: wet van 6 juli 2004 tot uitvoering van de Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (Pb. EU, L 129), alsook van andere besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot de beveiliging van havens;
Lading: alle door een Zeeschip geloste en ingenomen goederen en verpakkingsmateriaal, containers, trailers en lashbakken, zoals genoemd in de Bill of Lading, met uitzondering van mafitrailers, de handbagage van de opvarenden van het schip, ballast, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden en schadelijke stoffen als bedoeld in de Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
elk ander drijvend lichaam, zoals een werk- en aanlegvlot, ponton, houtvlot, elevator, duikerklok, zandzuiger, baggermolen, drijvend werktuig, booreiland en elke andere drijvende inrichting gebruikt in de offshore-industrie (activiteiten die plaatsvinden op enige afstand van de kust, gericht op de exploratie en winning van olie en gas, windenergie, zonne-energie en aquacultuur, dan wel vergelijkbare activiteiten);
Artikel 2 Aard van de heffing en belastbaar feit
Onder de naam zeehavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik met een Zeeschip van de Haven en/of ter zake van het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten.
Belastingplichtig is degene die van de Haven gebruikmaakt of degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht, daaronder te verstaan de kapitein, de reder, de eigenaar van het schip, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven of degene die als vertegenwoordiger van een van dezen optreedt.
De rechten worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de tarieventabel, behorende bij deze verordening, met inachtneming van de daarin vermelde bijzondere bepalingen en van het bepaalde in artikel 6.
Bij de toepassing van de tarieven wordt:
de termijn zeehavengeld geschorst gedurende de tijd dat het schip:
een herstelling ondergaat of wordt gedokt bij een erkende scheepsreparatie-inrichting, mits:
vooraf en onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden hiervan aan de havenmeester en/of aan de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onder b en c, van de Gemeentewet, schriftelijk kennis is gegeven; de laatste kennisgeving dient vergezeld te gaan van een door de beheerder van de betrokken scheepsreparatie-inrichting afgegeven schriftelijke verklaring die de inhoud van de kennisgeving bevestigt;
de werkzaamheden de tijdsduur van twee maanden niet te boven gaan, tenzij de werkzaamheden plaatsvinden in een gedeelte van het gebied binnen de gemeente dat geen eigendom is van de gemeente, of voor het gebruik waarvan de scheepsreparatie-inrichting aan de gemeente huur of erfpachtcanon is verschuldigd;
de haven of het havengebied van Zaanstad uitsluitend heeft verlaten voor een periode van ten hoogste twee maanden om een proefvaart te maken en vooraf hiervan aan de havenmeester en/of aan gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen ingevolge artikel 231, tweede lid, onder b en c, van de Gemeentewet, schriftelijk kennis is gegeven;
de duur van het verblijf in de Haven geacht niet te zijn onderbroken indien een tankschip de Haven voor een periode van maximaal 48 uur heeft moeten verlaten om buitengaats te wachten op het vrijkomen van een ligplaats, te ontgassen of schoonmaakhandelingen te verrichten, voor zover tijdens het verblijf buitengaats géén andere haven is bezocht. Dit geldt uitsluitend op de voorwaarde dat Cliënt de havenmeester en/of aan gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen ingevolge artikel 231, tweede lid, onder b en c, van de Gemeentewet, schriftelijk in kennis heeft gesteld;
Zeehavengeld wordt niet geheven terzake van het gebruik van de haven en de in dat verband afgenomen diensten, met dien verstande dat niet langer in de haven wordt verbleven dan voor de aard van het bezoek noodzakelijk is, door:
een Zeeschip dat de Haven bezoekt voor een periode van maximaal dertig dagen uitsluitend voor het doen verrichten van herstellingen door een door de Havenmeester goedgekeurd scheepsreparatiebedrijf buiten een Scheepsreparatieinrichting, met dien verstande dat de Havenmeester vooraf schriftelijk in kennis is gesteld en de Havenmeester onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden een door het scheepsreparatiebedrijf afgegeven schriftelijke verklaring over de inhoud van de werkzaamheden heeft ontvangen;
een Zeeschip dat de Haven doorvaart zonder te lossen, te laden, aan te leggen aan kaden, wallen of steigers of gebruik te maken van enig ten gerieve van de scheepvaart dienend werk dat bij de gemeente in beheer of onderhoud is, mits het Zeeschip niet langer in de Haven verblijft dan voor een rechtstreekse doorvaart noodzakelijk is;
De aangifte van zeehavengeld wordt gelijktijdig met de betaling gedaan bij de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onder b en c, van de Gemeentewet, op de eerste dag, volgend op de dag van aankomst van het Zeeschip, doch vóór het tijdstip waarop het Zeeschip uit de gemeente vertrekt.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de aangifte worden gedaan binnen vier dagen na vertrek van het schip, behoudens de in het tweede lid vermelde aangiften, mits ten genoegen van de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onder b en c, van de Gemeentewet, zekerheid tot betaling is gesteld.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan worden betaald binnen tien dagen na aankomst van het schip, behoudens de in het tweede lid vermelde aangiften, mits ten genoegen van de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onder b en c, van de Gemeentewet, zekerheid tot betaling is gesteld;
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het vijfde lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de belastingaanslag en/of het nagevorderde bedrag.
Artikel 11 Nadere regels door het college
Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het zeehavengeld.
Tarieventabel behorende bij de Verordening Zeehavengeld 2026
De ESI-stimuleringsregeling wordt onder de volgende voorwaarden toegepast:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-323469.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.