Gemeenteblad van Vijfheerenlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 323431 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 323431 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De wijzigingen van het Ontwerpwijzigingsbesluit Omgevingsplan Vijfheerenlanden – Actualisatie 2026.1 zijn opgenomen in 'bijlage A'.
A
Artikel 4.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[gereserveerd]
Voor een eigenparticuliere urnennis of galerijgraf op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen gelden de volgende voorwaarden:
in een urnennis mogen sierurnen worden geplaatst;
bloemen worden alleen in de daarvoor bestemde vaasjes geplaatst, voor of in de buurt van de muururnenmuur of galerijgraven;
een urnennis mag worden afgesloten met een afdekplaat voor zover hiervoor een vergunning is verleend als bedoeld in Artikel 4.26.
voor een afsluiting van een urnennis en galerijgraf gelden de volgende voorwaarden:
op de begraafplaatsen Ameide, Lexmond en Meerkerk mag de nis vrijblijvend worden afgesloten met een afdekplaat voor zover hiervoor een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4.26;
op de begraafplaatsen Vianen, Leerdam, Hei- en Boeicop en Kedichem is het verplicht om de nis af te sluiten met een afdekplaat voor zover hiervoor een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4.26;
voor een galerijgraf is het verplicht de grafruimte af te sluiten met een afdekplaat voor zover hiervoor een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4.26.
Voor een algemeen graf geldt dat de grafbedekking van de eerst begraven overledene aan het hoofdeinde wordt geplaatst. De grafbedekking van de laatst begraven overledene wordt aan het voeteinde geplaatst.
Voor overige grafbedekking op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen gelden de volgende voorwaarden:
grafbedekking moet in een rechte lijn met omliggende grafbedekking worden geplaatst;
op een de voor het graf de grafbedekking beschikbare ruimte oppervlakte (zie Bijlage III) mogen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst; het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen;
grafomrandingen, potten, vazen of andere voorwerpen die buiten de voor het graf de grafbedekking beschikbare oppervlakte (zie Bijlage III) zijn geplaatst, kunnen van gemeentewege verwijderd worden zonder dat de gemeente enige vergoeding verplicht is;
verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is;
alle sporen van afval, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan de grafbedekking, moeten van de begraafplaats meegenomen worden;
urnen die op een graf worden geplaatst moeten nagelvast vastgezet worden;
de afmetingen van de urn voldoen aan de afmetingen opgenomen in de tabel afmetingen gedenktekens die is opgenomen als bijlage III;
het aanbrengen van kettingen en hekwerken is niet toegestaan.
Voor beplanting op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen gelden de volgende voorwaarden:
de oppervlakte van een particulier of algemeen graf mag door de rechthebbende of de gebruiker van het graf worden beplant met gewassen die de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of die door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden;
de rechthebbende of belanghebbende van een graf mag gewassen planten die de afmetingen (zie Bijlage III) niet overschrijden of die door snoeien binnen de afmetingen kunnen worden gehouden;
de hoogte van deze gewassen overschrijdt de voor het gedenkteken toegestane hoogte op het graf niet;
gewassen buiten de onder a beschreven ruimte worden van gemeentewege verwijderd zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Dit geldt ook voor afgestorven beplanting.;
De volgende gewassen zijn verboden: sterk woekerende planten met name bamboe en Japanse duizendknoop, sterk uitzaaiende beplanting en planten die overlast geven door stekels en doornen.
Het is niet toegestaan om voorwerpen te plaatsen of beplanting aan te brengen bij een urnament in de urnentuin.
B
Artikel 4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen:
verwelkte bloemen, papier en andere afvalstoffen anders dan op de daarvoor bestemde plaatsen te deponeren;
gereedschappen, kledingstukken of andere niet tot graven behorende voorwerpen neer te leggen of te doen verblijven op of nabij de graven, de gedenktekens of de beplanting;.
dieren te begraven of bij te zetten.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b geldt niet voor hen die belast zijn met het onderhoud van de begraafplaatsen c.q. het plaatsen, onderhouden of verwijderen van gedenktekens gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het verrichten van werkzaamheden.
C
Artikel 4.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen een gedenkteken te plaatsen, een plaat ter afsluiting van een urnennis of galerijgraf te plaatsen of een urn op een graf te doen plaatsen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd als:
de aanvrager niet de rechthebbende van het particuliere graf of de belanghebbende van het algemene graf is;
de grafbedekking naar het oordeel van het bevoegd gezag afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
de duurzaamheid van de materialen naar het oordeel van het bevoegd gezag onvoldoende is;
de constructie van de grafbedekking naar het oordeel van het bevoegd gezagde beheerder ondeugdelijk is;
de grafbedekking niet voldoet aan de gestelde eisen in dit omgevingsplan.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend als te allen tijde de rechthebbende op een particulier graf of de gebruiker op een algemeen graf eigenaar is en blijft van de grafbedekking zolang het graf niet geruimd mag worden.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid voor een gedenkteken wordt een ontwerptekening verstrekt op schaal 1:10, waarop in elk geval de volgende gegevens worden vermeld:
een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;
welke fundering wordt toegepast om verzakking te voorkomen;
de soort, de kleur en de bewerking van het te gebruiken materiaal;
of de letters e.d. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;
de tekst, figuratie en figuratiegrafnummer;
de handtekening van de rechthebbende.
Het gedenkteken moet recht boven het graf of het urnengraf op een fundering worden aangebracht.
Een gedenkteken op een particulier graf (m.u.v. particulier galerijgraf en particulier urnengraf) mag alleen worden geplaatst op een fundering met minimaal vier fundatiepalen daaronder.
Het gedenkteken moet recht boven het graf (m.u.v. particulier galerijgraf) op een fundering worden aangebracht.
Alle onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.
Het eerste tot en met zesde zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing bij wezenlijke wijzigingen van een gedenkteken en het toevoegen van een extra inscriptie na een bijzetting.
D
Artikel 4.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder een omgevingsvergunning op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen een grafkelder te stichten of in gereedheid te brengen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend aan de rechthebbende op een particulier graf tot het daarin voor eigen rekening en risico doen aanbrengen van een grafkelder op een gedeelte van de begraafplaats dat daartoe bestemd is.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt tevens alleen verleend als:
de persoonsgegevens van de rechthebbende en overledene zijn geverifieerd;
de grafbedekking of andere voorwerpen naar het oordeel van het bevoegd gezag geen afbreuk doen aan het aanzien van de begraafplaats;
de duurzaamheid van de materialen naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende is;
de constructie van de grafbedekking, fundering, kelder of andere voorwerpen naar het oordeel van het bevoegd gezag deugdelijk is.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt een ontwerptekening verstrekt op schaal 1:10, waarop in elk geval de volgende gegevens worden vermeld:
een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;
welke fundering wordt toegepast om verzakking te voorkomen;
de soort, de kleur en de bewerking van het te gebruiken materiaal;
of de letters e.d. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;
de tekst, figuratie en figuratiegrafnummer;
de handtekening van de rechthebbende.
De afmetingen van de ruimte waarbinnen een grafkelder voor het begraven van lijken mag worden aangebracht zijn: lengte 250 cm, breedte 110 cm en diepte 150 cm beneden maaiveld.
De afmetingen van de ruimte waarbinnen een grafkelder voor het bijzetten van asbussen, met of zonder urnen, mag worden aangebracht, zijn: lengte 50 cm, breedte 50 cm en diepte 50 cm beneden maaiveld.
Het eerste tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij wezenlijke wijzigingen van een gedenkteken en het toevoegen van een extra inscriptie na een bijzetting.
E
Subsubparagraaf 4.6.2.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in Artikel 22.70, eerste lid, aanhef en onderdeel i zijn de waarden als bedoeld in artikel 22.63 van toepassing, met dien verstande dat:
Het geluid veroorzaakt door onversterkte muziek als bedoeld in Artikel 22.70, eerste lid, aanhef en onderdeel i ten hoogste de waarde aangegeven in onderstaande tabel, met dien verstande dat:
de in tabel 22.3.3 aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
de in onderstaande tabel 22.3.1 aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 3.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel wordt de bedrijfsduurcorrectie toegepast voor zover het de dagperiode (07:00-19:00 uur) of de avondperiode (19:00-23:00 uur) betreft.;
Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is Artikel 22.70 eerste lid, aanhef en onder i, niet van toepassing.
Het eerste lid geldt niet voor incidentele festiviteiten als bedoeld in Artikel 4.51.
Artikel 22.63 is niet van toepassing tijdens een incidentele festiviteit als bedoeld in Artikel 4.51.
De standaardwaarden voor geluid als bedoeld in Artikel 22.63 zijn niet van toepassing tijdens een incidentele festiviteit waarvoor een melding is gedaan op grond van Artikel 4.51.
Het geluid veroorzaakt door een activiteit, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste de waarde aangegeven in de onderstaande tabel.
|
- |
07.00-19.00 uur |
19.00-23.00 uur |
23.00-07.00 uur |
|
Toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten) |
70 dB(A) |
65 dB(A) |
60 dB(A) |
|
Toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) |
55 dB(A) |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
Op de dagen, bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van muziek, hoger dan de waarden, bedoeld in artikel 22.63, uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.
F
Artikel 5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bevoegd gezag voorziet in het algemeen onderhoud van een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen alsmede in het dagelijks beheer van de grafoppervlakken van de particuliere graven en algemene graven op een begraafplaats. Dit betekent dat het bevoegd gezag voorziet in:
het rechtzetten van het gedenkteken nadat het verzakt is;
het eenmaal per jaar schoonmaken van het gedenkteken, indien nodig met een algenbestrijdingsmiddelalgenbeheersingsmiddel;
het tweemaal per jaar bladvrij houden van het gedenkteken.
G
Artikel 5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De rechthebbende of de gebruiker van een begraafplaats graf in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen is, naast het onderhoud van gemeentewege zoals beschreven in artikel 5.1, verplicht de grafbedekking en andere voorwerpen op het graf in goede staat te houden of te herstellen. Onder dit onderhoud wordt onder andere verstaan:
het uitvoeren van herstellingen van het gedenkteken en andere grafbedekking;
het verven of vergulden van letters en andere figuraties op het gedenkteken;
het aanbrengen, onderhouden en eventueel vernieuwen van losse planten en één- of meerjarige planten; en
het verwijderen van dode planten en het verwijderen van spontaan opkomende kruiden of zaailingen.
Wild woekerende kruiden die de voor het graf beschikbare oppervlakte overgroeien, boomvormers en plantensoorten die vanwege ziektes of aantrekkingskracht van ongewenste dieren zorgen, worden op aanwijzing van de beheerder verwijderd.
Wild woekerende gewassen die de voor de grafbedekking beschikbare oppervlakte (zie Bijlage III) overgroeien, en beplanting die plaagdieren aantrekken, worden op aanwijzing van de beheerder verwijderd.
Het groenafval dat vrij komtvrijkomt bij het onderhoud wordt door de veroorzaker in de daarvoor aanwezige afvalbakken gedeponeerd.
Als de rechthebbende of gebruiker het onderhoud, bedoeld in het eerste of tweede lid, nalaat, dan wel de aanwijzingen rondom herstel van de beheerder niet opvolgt, zal de rechthebbende worden aangeschreven het verzuim te herstellen binnen een fatale doch redelijke termijn. Na deze termijn heeft de beheerder het bevoegd gezag het recht het verzuimde hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking zelf te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
De verwijdering van de grafbeplanting of het gedenkteken, als bedoeld in het vierde lid, vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de gebruiker schriftelijk is ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de schade – ongeacht door welke omstandigheid deze is ontstaan – op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het bevoegd gezag hetde beheerder het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.
Niet blijvende beplantingen, verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding.
De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het bevoegd gezag worden verwijderd.
H
Artikel 5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De in Artikel 5.2 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht.
Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijft de eigenaar de eigendom houden van de in Artikel 5.2 bedoelde gedenktekens, beplantingen en andere voorwerpen.
Het doen plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door of namens de rechthebbende of de gebruiker en voor rekening en risico van de rechthebbende of de gebruiker.
Schade en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker en deze dient de daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheid ook, op eerste aanschrijven te (doen) herstellen.
Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van andere beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving, en daaruit voortkomende eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker.
Als binnen twaalf weken na de dag van aanschrijving als bedoeld het vierde lid geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het de beheerder bevoegd gezag bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
Als door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van het bevoegd gezag de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan het bevoegd gezag de beheerder direct maatregelen treffen.
Een rechthebbende of gebruiker is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen door of namens de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om andere reden nodig is.
De gemeente Vijfheerenlanden kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal van of schade aan voorwerpen, welke op de graven zijn geplaatst.
I
Artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Al hetgeen als los voorwerp in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht.
Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijven de op de graven geplaatste losse voorwerpen ter beschikking van de rechthebbende of gebruiker.
Na afloop van het grafrecht of het gebruik, vervalt het recht op deze voorwerpen aan het bevoegd gezag zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
J
Artikel 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het ruimen en/of samenvoegen van particuliere graven in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen geschiedt met in achtneming van de bij of krachtens de Wet op de lijkbezorging gestelde regels op verzoek van de rechthebbende en tegen betaling van de verschuldigde rechten.
Het voornemen van het bevoegd gezag de beheerder om een graf te ruimen wordt voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op het mededelingenbord op de begraafplaats bekendgemaakt en er zal een bekendmaking in de krant worden gepubliceerd. Wanneer de gegevens van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend zijn maakt het bevoegd gezag het voornemen tot ruiming van het graf gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.
De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd.
De bij de ruiming van een graf aanwezige stoffelijke resten worden begraven in dezelfde grafruimte of in een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats. De as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats(en).
De rechthebbende van een particulier graf kan bij de beheerder een verzoek indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende van een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een verzoek indienen de asbus elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. Hierbij worden de kosten voor bijzetting of verstrooiing in rekening gebracht.
Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken en beplanting kan voor het vervallen van het grafrecht of de gebruikstermijn door de rechthebbende of gebruiker van het graf op eigen kosten worden verwijderd, op afspraak met de beheerder.
Indien na de dag waarop het graf geruimd mag worden de grafbedekking niet is verwijderd, is het bevoegd gezag bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekensgrafbedekking of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Na het vervallen van het grafrecht kunnen de rechthebbenden of gebruikers geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden.
K
Het opschrift van paragraaf 5.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
L
Het opschrift van artikel 5.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
M
Artikel 5.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De aanvangskoopprijs (VON-vrij op naam) voor sociale koopwoningen bedraagt maximaal € 250.000,00 .
De aanvangskoopprijs (VON-vrij op naam) voor sociale koopwoningen wordt bepaald op de jaarlijks door de Rijksoverheid vastgestelde betaalbaarheidsgrens voor koopwoningen als bedoeld in Kamerstuk 32 847, nr. 1381, te raadplegen via officielebekendmakingen.nl met de aftrek van € 100.000,00.
De aanvangskoopprijs (VON-vrij op naam) voor middeldure koopwoningen bedraagt tenminste het bedrag bedoeld in het eerste lid en ten hoogste de betaalbaarheidsgrens, bedoeld in het programma Woningbouw van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Woondeal (€ 355.000,00).
De aanvangskoopprijs (VON-vrij op naam) voor betaalbare koopwoningen bedraagt meer dan de aanvangskoopprijs bedoeld in het eerste lid en ten hoogste de jaarlijks door de Rijksoverheid vastgestelde betaalbaarheidsgrens voor koopwoningen als bedoeld in Kamerstuk 32 847, nr. 1381, te raadplegen via officielebekendmakingen.nl.
De maximale aanvangskoopprijzen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden aangepast als de marktomstandigheden of rijksbeleid daar aanleiding toe geven.
De sociale koopwoning of de middeldurebetaalbare koopwoning betreft een volwaardige woning, inclusief keuken en sanitair, met minimaal de basiseisen voor duurzaamheid volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving.
De sociale koopwoning of de middeldurebetaalbare koopwoning dient, gerekend vanaf de datum van eerste verkoop gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 5.17, derde lid, voor de doelgroep als sociale koopwoning of middeldurebetaalbare koopwoning beschikbaar te blijven.
N
Het opschrift van artikel 5.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
O
Artikel 5.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De doelgroep voor sociale koopwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal 1,3 keer de DAEB-inkomensnorm.
De doelgroep voor middeldurebetaalbare koopwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal € 80.000,00.
De norminkomens, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks aangepast, als daar aanleiding toe is.
De koper van een sociale koopwoning of van een middeldurebetaalbare koopwoning dient de woning zelf te gaan bewonen.
De zelfbewoningsplicht als bedoeld in het vierde lid geldt niet in de volgende gevallen:
de woonruimte wordt in gebruik gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar;
de eigenaar heeft na oplevering van de woning (sleuteloverdracht) ten minste 12 maanden zijn woonadres in de woonruimte (ingeschreven in de Basisregistratie Personen) en die eigenaar komt met de woningzoekende schriftelijk overeen dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden in gebruik neemt.
P
Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Sociale huurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 25 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als sociale huurwoning beschikbaar te blijven.
Middeldure huurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 15 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als middeldure huurwoning beschikbaar te blijven.
Sociale koopwoningen en middeldurebetaalbare koopwoningen die gerealiseerd zijn onder dit omgevingsplan dienen gedurende een termijn van 10 jaar na het passeren van de akte van de eerste verkoop voor de doelgroep als sociale koopwoning of middeldurebetaalbare koopwoning beschikbaar te blijven, gebaseerd op de op het moment van (door)verkoop vastgestelde maximale aanvangskoopprijs.
Het college van burgemeester en wethouders legt in een publiek toegankelijk register vast op welke woningen deze paragraaf van toepassing is én vanaf welke datum de instandhoudingstermijn geldt.
Q
Artikel 5.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden sociale koopwoningen en middeldurebetaalbare koopwoningen bij eerste verkoop te verkopen zonder dit tenminste 4 weken voor verkoop te melden aan het college van burgemeester en wethouders.
Het is verboden bij volgende verkoop van een sociale koopwoning of middeldurebetaalbare koopwoning gedurende de in artikel 5.17, derde lid gestelde instandhoudingstermijn de woning te verkopen, zonder dit binnen 4 weken na het tekenen van de koopovereenkomst te melden aan het college van burgemeester en wethouders.
Een melding als bedoeld in het eerste en tweede lid is ondertekend en bevat een overzicht van potentiële kopers.
R
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
huurprijs bij de start van de huurovereenkomst;
koopprijs bij het sluiten van de koopovereenkomst;
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018;
een licht omhulsel van welk materiaal dan ook gevuld met een gas dat lichter is dan lucht of gevuld met hete lucht afkomstig van vuur of een brandstofelement;
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
een zaak die in het omgevingsplan is aangewezen als beschermd beeldbepalend pand, die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, maar niet is aangewezen als gemeentelijk monument;
vigerend bestemmingsplan dat van toepassing is als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld artikel 22.1, aanhef en onder a van de Omgevingswet;
woning met een koopprijs vrij op naam van tenminste €250.000 en ten hoogste de door het Rijk vastgestelde betaalbaarheidsgrens, waarbij de instandhouding voor de doelgroep voor een tijdvak als vastgesteld in dit omgevingsplan na ingebruikname is verzekerd;
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013;
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015;
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
inkomensgrens als bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015;
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;
voorwerp op een graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren;
gemeentelijk monument als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
gebouw:
dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en;
dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en
dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of
geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
gedenktekens, grafbeplanting en andere voorwerpen op een graf of bij een urnenruimte;
een betonnen of gemetselde constructie aangebracht in één of meerdere particuliere graven waarin één of meerdere lijken worden begraven of waarin meerdere asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor “belanghebbende” telkens wordt gelezen “huurder” of “koper”
een festiviteit waarbij de milieuaspecten zoals geluid, licht, geur en verkeer worden beïnvloed en daarvoor voorwaarden nodig zijn en een meldingsplicht geldt;
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
de locatie waarvan in het omgevingsplan is bepaald dat daar kabels en/of leidingen kunnen worden gelegd;
kabels en leidingen, mantelbuizen daaronder begrepen, die dienen of kunnen dienen tot transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen dan wel van energie of informatie, inclusief de daarbij horende onder- en bovengrondse onderdelen van het net(werk) zoals kasten, afsluiters en transformatorhuisjes;
onderkomen of voertuig, niet zijnde een bouwwerk, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de huur die overeenkomt met 186 punten in het woningwaarderingsstelsel, waarbij de instandhouding in die verordening voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd;
NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
één of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), daaronder mede begrepen lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, uitgezonderd het rioleringsnetwerk;
de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk;
geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”, waarbij wordt uitgegaan van de gebruikelijke 98-percentiel (P98) geurconcentratie;
openbare gronden voor zover de gemeente Vijfheerenlanden deze gronden beheert, in eigendom heeft of daarover wettelijke coördinatieverplichtingen heeft conform hoofdstuk 10 van de Omgevingswet of de Telecommunicatiewet. Met inbegrip van openbare wegen en de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken, alsmede openbare wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen;
een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;
elke vorm van openbare aanprijzing om de afzet van goederen, diensten, activiteiten en/of doelstellingen te bevorderen, overgebracht door middel van een aanduiding, opschrift, aankondiging, mededeling, uitbeelding, afbeelding, projectie, al dan niet in combinatie met een bouwkundig object, voor zover deze vanuit de openbare ruimte in, op, aan of rondom enig onroerend goed zichtbaar is; waaronder ook begrepen mondelinge aankondiging door middel van geluidsversterkende apparatuur;
voertuig als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) dat voorzien is van een aanduiding van handelsreclame met het doel om daarmee reclame te maken;
herstellen of verbeteren van bestaande infrastructuur;
rijksmonument als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
na schriftelijke afstand van het grafrecht de stoffelijke resten begraven in een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats;
huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd;
woning met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste €250.000, waarbij de instandhouding voor de doelgroep voor een tijdvak als vastgesteld in dit omgevingsplan na ingebruikname is verzekerd;
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen, een voertuig, of een tafel, niet zijnde een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Vijfheerenlanden;
milieubelastende activiteiten waarvoor een of meerdere omgevingsvergunning(en) nodig zijn voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
handmatige en mechanische (graaf) werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in, op of boven openbare gemeentelijke gronden in verband met de aanleg, onderhoud, instandhouding, exploitatie, verplaatsing en verwijderen van kabels en/of leidingen;
ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Woondeal 2022-2030 Regio U10;
woningwaarderingsstelsel;
S
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm1961/2024/3bf87fb238ac4035a11cc03f611bcc35/nld@2026‑07‑06;20260706000000
/join/id/regdata/gm1961/2024/81c32edd8f214f30afe2c8fe797ac87a/nld@2026‑07‑06;20260706000000
/join/id/regdata/gm1961/2026/Bijlage_III_gedenktekens/nld@2026‑07‑06;1
T
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.3 regelt de toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een pand met monumentale of archeologische waarde (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’, natuurlandschap niet). De aanwijzing vergt een belangenafweging tussen het met de aanwijzing te dienen belang (de te beschermen waarde) en de overige belangen, waaronder planologische en/of economische belangen of het gebruik van het pand, tuin of park. Deze formulering is ontleend aan artikelen 3.1, eerste lid, en 3.16, tweede lid, van de Erfgoedwet.
Bij de afweging van belangen die een rol spelen bij de aanwijzing van een pand, tuin of park als gemeentelijk monument moeten ook de belangen van het gebruik ten opzichte van de te beschermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemotiveerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een wijziging omgevingsplan in het kader van een aanwijzing moeten deze belangen derhalve concreet worden onderzocht. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat het bij een aanwijzing als beschermd monument om de afweging van het algemeen belang dat is gemoeid met de bescherming van het cultureel erfgoed tegen de belangen die de eigenaar en directe omgeving hebben bij al dan niet aanwijzing. Het gebruik van het monument kan worden beschouwd als een aspect van de belangen van de eigenaar en behoeft daarom niet afzonderlijk te worden benoemd.
artikel 3.3 wijzigt in die zin dat de geometrie van gemeentelijke monumenten gecorrigeerd wordt door het verwijderen van onjuiste locaties. De kadastrale percelen bij de desbetreffende adressen is gebruikt bij het toevoegen van de monumenten. Uit een aanwijzing tot monument kan blijken dat de monumentale status slechts aan een deel van het perceel is gekoppeld.
U
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.6 behoeft geen verdere toelichtingis op meerdere punten aangepast. De wijzigingen in dit artikel hebben betrekking op de verduidelijking van voorwaarden voor grafbedekking, beplanting en het gebruik van urnennissen. Daarnaast wordt aan dit artikel nieuwe regels toegevoegd die gaan over algemene graven en urnentuinen. Tot slot is in de begripsbepalingen 'eigen urnennis' vervangen voor 'particuliere urnennis'. Aan de inhoud van het begrip verandert niets.
artikel 4.6, tweede lid, gewijzigd: Dit lid wordt inhoudelijk herzien en aangevuld met een expliciete verwijzing naar het gebied ‘Aanwijzing begraafplaatsen’. Hiermee wordt geborgd dat het geografisch werkingsgebied van de regel duidelijk is. Daarnaast worden de voorwaarden voor particuliere urnennissen en galerijgraven nader gespecificeerd, waaronder bepalingen over bloemen en de wijze van afsluiting.
artikel 4.6, derde lid, nieuw: dit lid regelt de plaatsing van grafbedekking bij algemene graven. Hiermee wordt een uniforme en beheersbare inrichting van graven geborgd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het hoofdeinde en voeteinde. Dat houdt in dat de grafbedekking van de eerst begraven overledene aan het hoofdeinde wordt geplaatst en die van de laatst begraven overledene aan het voeteinde.
artikel 4.6, vierde lid, gewijzigd, voorheen lid 3: de regels voor grafbedekking worden verduidelijkt en aangevuld. Daarbij wordt expliciet verwezen naar bijlage III voor de beschikbare oppervlakte en afmetingen. Tevens worden nadere regels gesteld over plaatsing, onderhoud, het gebruik van urnen en het verwijderen van voorwerpen. Dit draagt bij aan een consistent beheer van de begraafplaatsen.
artikel 4.6, vijfde lid, gewijzigd, voorheen lid 4: de regels voor beplanting op graven worden aangescherpt en verduidelijkt. Er wordt onder meer geregeld dat beplanting binnen bepaalde afmetingen moet blijven en dat bepaalde ongewenste soorten worden verboden. Hiermee wordt overlast en aantasting van het beheer van de begraafplaats voorkomen.
artikel 4.6, zesde lid, nieuw: dit lid bevat een specifieke regeling voor urnamenten in de urnentuin. Hiermee wordt het plaatsen van voorwerpen en beplanting bij deze voorzieningen uitgesloten, ter bevordering van een uniforme uitstraling en beheerbaarheid.
De geometrie van begraafplaatsen wordt aangevuld met ontbrekende locaties. Hiermee wordt het geografisch werkingsgebied volledig en correct vastgelegd. Tot slot wordt bijlage III vervangen voor de juiste en actuele maatvoering van gedenktekens.
V
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.7 behoeft geen verdere toelichtingwordt aangepast door het expliciet koppelen van de verboden handelingen aan het gebied 'Aanwijzing begraafplaatsen'. Daarnaast worden de verboden handelingen verduidelijkt en geactualiseerd, waaronder het onjuist deponeren van afvalstoffen, het achterlaten van voorwerpen en het begraven of bijzetten van dieren.
W
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.26 behoeft geen verdere toelichting.
De bepalingen in artikel 4.26 over vergunningen en fundering van gedenktekens worden verduidelijkt en aangescherpt, mede ter borging van veiligheid en uniformiteit.
artikel 4.26, eerste lid, gewijzigd: de vergunningplicht wordt expliciet gekoppeld aan het gebied 'Aanwijzing begraafplaatsen'. Hiermee wordt het geografisch werkingsgebied verduidelijkt.
artikel 4.26, tweede lid, gewijzigd: de weigeringsgronden worden gedeeltelijk aangepast, waaronder het vereiste dat de aanvrager, rechthebbende of belanghebbende moet zijn en de beoordeling van de constructie van de grafbedekking.
artikel 4.26, vierde lid, gewijzigd onderdeel e: de omschrijving van de gegevens die bij een aanvraag moeten worden verstrekt wordt verduidelijkt, onder meer door expliciet de tekst, figuratie en het grafnummer te benoemen.
artikel 4.26, vijfde lid, gewijzigd: de eisen aan de fundering van gedenktekens worden aangescherpt. Voorgeschreven wordt dat gedenktekens op particuliere graven moeten worden geplaatst op een fundering met minimaal vier fundatiepalen, met uitzondering van specifieke grafvormen.
artikel 4.26, zesde lid, nieuw: dit lid bepaalt dat gedenktekens recht boven het graf op een fundering moeten worden geplaatst. Hiermee wordt een uniforme plaatsing gewaarborgd.
artikel 4.26, achtste lid, gewijzigd: de verwijzing binnen dit lid wordt gecorrigeerd (zesde naar zevende lid). Dit betreft een technische correctie zonder inhoudelijke wijziging.
X
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.27 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.27 wijzigt in die zin dat de vereiste gegevens bij vergunningaanvragen zijn verduidelijkt in het vierde lid onder e.
Y
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.42 sluit aan bij Artikel 22.70 eerste lid aanhef en onder i. Het artikel is alleen gericht op onversterkte muziek vanuit milieubelastende activiteiten. In het artikel is onversterkte muziek uitgezonderd van de algemene geluidsniveaus. Door het feit dat de hinderbeleving van onversterkte muziek zeker niet lager is dan die van versterkte muziek, dient deze op gelijke wijze te worden beschermd. De genoemde geluidsniveaus in de tabel zijn niet van toepassing op:
het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden;
het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire inrichtingen;
het ten gehore brengen van muziek vanwege het oefenen door militaire muziekcorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uren per week op militaire inrichtingen.
artikel 4.42, eerste lid is gewijzigd: de regeling voor geluid door onversterkte muziek wordt herzien. De structuur wordt aangepast en er wordt een tabel met maximale geluidwaarden toegevoegd. Tevens worden enkele onderdelen geschrapt en verduidelijkt.
Artikel 4.43 bevat regels over het geluid van incidentele festiviteiten. Voorbeelden van incidentele festiviteiten zijn: een optreden met levende muziek bij een café, een jubileum, een personeels- of straatfeest of een “vroege vogels”-toernooi.
artikel 4.43, eerste lid is vervangen om te verduidelijken dat de standaardgeluidwaarden niet van toepassing zijn tijdens een incidentele festiviteit waarvoor een melding is gedaan. Hiermee wordt de regeling beter afgestemd op de praktijk van evenementen.
Z
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.1 behoeft geen verdere toelichting.
De onderhoudsverplichting van de gemeente in Artikel 5.1 wordt verduidelijkt in sub b. Er wordt verduidelijkt dat het gedenkteken éénmaal per jaar wordt schoongemaakt, indien nodig met een algenbestrijdingsmiddel. Deze wijziging verduidelijkt de onderhoudsverplichting van de gemeente.
AA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.2 behoeft geen verdere toelichting
De onderhoudsverplichtingen voor rechthebbenden en gebruikers worden verduidelijk en aangescherpt in artikel 5.2. Het opschrift wordt aangepast om beter aan te sluiten bij de inhoud van het artikel en duidelijk te maken dat het onderhoud betrekking heeft op het graf.
De onderhoudsverplichtingen voor rechthebbenden en gebruikers worden verduidelijkt en aangescherpt. Daarbij worden onder meer:
de verplichting tot onderhoud en herstel verduidelijkt;
regels gesteld over het verwijderen van beplanting;
regels verduidelijkt over afvalverwerking;
bevoegdheden van de beheerder nader uitgewerkt.
Deze aanpassingen zorgen voor een betere uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de regels.
Leden 1 tot en met 4 en lid 6, gewijzigd:
BB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.3 behoeft geen verdere toelichtingwordt gedeeltelijk gewijzigd. Enkele leden worden geschrapt en de bevoegdheden van de beheerder worden nader uitgewerkt, onder andere bij het niet herstellen van gebreken of bij gevaarlijke situaties.
CC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.4 behoeft geen verdere toelichting.
Het opschrift van artikel 5.4 wordt aangepast en een lid wordt geschrapt. Hiermee wordt de regeling vereenvoudigd en verduidelijkt.
DD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.5 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 5.5 wordt op meerdere onderdelen aangepast:
EE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikelen 5.14, 5.15 en 5.16 benoemen de doelgroepen voor de verschillende categorieën woningen. Dit gebeurt op basis van inkomen. Voor de sociale huur zijn de inkomensgrenzen wettelijk geregeld en zijn een afgeleide van de maximale inkomensgrens uit de Woningwet (de DAEB-norm). Deze norm wordt jaarlijks geïndexeerd conform artikel 48, eerste lid, van de Woningwet. Bij de koopwoningen is verder opgenomen dat de kopers de woning zelf moeten bewonen (zelfbewoningsplicht), waarmee aankoop en vervolgens verhuren wordt verhinderd.
GG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de sociale koop is een splitsing gemaakt in sociale koop en betaalbare koop. Hiermee is aansluiting gevonden bij de opdeling van de goedkope koop in de Woonvisie en voor de betaalbare koop bij de grenzen uit de Woondeal 2022-2030 Regio U10.
Artikel 5.13 geeft ook aan dat een sociale of betaalbare koopwoning een volwaardige woning moet zijn. Daarmee is bedoeld dat de woning, zonder meerwerk, na oplevering bewoond moet kunnen worden door de kopers uit de beoogde doelgroep. Het casco opleveren van een sociale of betaalbare koopwoning kan alleen als er voldoende budget, binnen de grenzen van dit artikel, overblijft om de woning af te bouwen.
In artikel 5.13, eerste lid is de regeling voor de prijsgrens van sociale koopwoningen aangepast naar een dynamische verwijzing naar de jaarlijks vastgestelde betaalbaarheidsgrens, met een vaste aftrek. Hiermee wordt voorkomen dat het omgevingsplan jaarlijks moet worden gewijzigd en wordt aangesloten bij landelijke normen en regionale beleidsafspraken.
II
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Vijfheerenlanden betreft een zogenoemd veegbesluit, waarin een aantal technische en inhoudelijke correcties worden doorgevoerd in de eerder vastgestelde regeling voor de verordeningen. De herziening vormt een vervolg op de eerdere omzetting van gemeentelijke verordeningen naar het omgevingsplan en de daaropvolgende technische correctie. In deze herziening worden enkele onderdelen verduidelijkt en een aantal onjuistheden hersteld.
De wijzigingen hebben met name betrekking op regels over begraafplaatsen, grafbedekking en onderhoud, alsmede op enkele overige onderwerpen zoals gemeentelijke monumenten, geluid en de regeling voor sociale koopwoningen. De herziening is grotendeels technisch van aard en leidt niet tot wezenlijke beleidswijzigingen, maar zorgt ervoor dat de regeling beter uitvoerbaar, juridisch houdbaar en digitaal toepasbaar is.
1. Begraafplaatsen - correctie maatvoering en bijlagen
De maatvoeringen van gedenktekens zijn aangepast. Bijlage III is daarbij vervangen.
De regels voor begraafplaatsen zijn herzien en aangevuld.
De bedragen uit de Doelgroepenverordening staan letterlijk in het omgevingsplan. Omdat deze bedragen jaarlijks wijzigen, leidt dat tot onnodige planwijzigingen.
De prijsgrens voor sociale koop is dynamisch vastgelegd door te verwijzen naar:
De regel is geformuleerd zonder verwijzing naar een specifiek ministerie, zodat de norm automatisch geldig blijft bij organisatorische wijzigingen binnen het Rijk.
3. Monumenten – foutieve aanduiding verwijderen
Er staat één object als monument in het omgevingsplan aangeduid dat geen gemeentelijk monument is. Verder is er een aantal monumenten dat wel een moment is, maar niet was overgenomen in de lijst van monumenten. Deze aanduidingen zijn aangepast in de planregels én geometrie.
4. Onversterkte muziek en geluid van festiviteiten
De regeling voor geluid door onversterkte muziek is herzien. De structuur is aangepast en er is een tabel met maximale geluidwaarden toegevoegd.
Voor geluid van festiviteiten is verduidelijkt dat de standaardgeluidwaarden niet van toepassing zijn tijdens een incidentele festiviteit waarvoor een melding is gedaan. Hiermee wordt de regeling beter afgestemd op de praktijk van evenementen.
2. Doelgroepenverordening – jaarlijkse wijziging voorkomen
Aangezien deze wijziging enkele onderdelen worden verduidelijkt en een aantal onjuistheden worden hersteld, heeft dit geen consequenties voor het beleid van rijk, provincie en gemeente. Het is ook niet strijdig met dat beleid.
Daarnaast worden er geen nieuwe ontwikkelingen gecreëerd, maar zijn het ondergeschikte wijzigingen die geen gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Onderzoek is daardoor niet nodig.
Er worden geen nieuwe ontwikkelingen gecreëerd, maar het zijn ondergeschikte wijzigingen die geen gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Bovendien betreft het voortzetting van bestaand gemeentelijk beleid, zoals bijvoorbeeld de bescherming van de bestaande, reeds aangewezen monumenten. Er is voorafgaand aan dit besluit daarom geen uitgebreid participatieproces gehouden, maar er is voldaan aan de wettelijke vereisten van de ter inzage legging van het ontwerp besluit (afdeling 3.4 Awb).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-323431.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.