Gemeente Alphen aan den Rijn, verkeersbesluit Aarlanderveen – diverse verkeersmaatregelen

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap en dat deze bevoegdheid op grond van het mandaatbesluit 2019 is gemandateerd aan de Teammanager Beheer Openbare Ruimte;

  • artikel 15 lid 1 van de WVW 1994 ingevolge de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 15 lid 2 van de WVW 1994 ingevolge het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik maken, geschiedt krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • krachtens artikel 14 van het BABW wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 BABW ingevolge verkeersbesluiten worden genomen na overleg met een gemachtigde van de korpschef van de politie;

 

Overwegingen

 

Naar aanleiding van het op orde brengen van de verkeersborden in Aarlanderveen in de gemeente Alphen aan den Rijn is tevens beoordeeld of de aanwezige verkeersmaatregelen administratief zijn vastgelegd in geldige en actuele verkeersbesluiten. De verkeersmaatregelen waarvoor geen, of geen actueel, verkeersbesluit aanwezig is, worden met dit verkeersbesluit alsnog juridisch vastgelegd. Hiermee wordt beoogd de bestaande verkeerssituatie te formaliseren en te borgen.

 

Daarnaast is beoordeeld of de bestaande verkeersmaatregelen nog aansluiten bij de huidige functie, inrichting en het gebruik van de wegen, waarbij waar nodig een actualisatie heeft plaatsgevonden.

 

De in dit besluit opgenomen maatregelen dragen bij aan de doelstellingen zoals genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994, waaronder:

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

  • het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade;

  • het bevorderen van de leefbaarheid van de omgeving, waaronder begrepen het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte, het verminderen van verkeersdruk en -overlast, en het creëren van een prettig en gezond woon- en verblijfsklimaat voor omwonenden en gebruikers van het gebied.

 

Omdat er sprake is van reeds al jaren bestaande verkeersmaatregelen, leidt dit verkeersbesluit niet tot een toename van de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeerslawaai op de geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van de wijziging.

 

Snelheid

Conform de uitgangspunten van het landelijke programma Duurzaam Veilig zijn verblijfsgebieden binnen Aarlanderveen ingericht als 30 km/uur-zones. Deze inrichting draagt bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid, doordat snelheidsverschillen tussen verkeersdeelnemers worden verkleind.

 

Binnen deze 30 km/uur-zones zijn op specifieke locaties erven aangewezen. In deze erven staat de verblijfsfunctie centraal en geldt een maximumsnelheid van 15 km/uur. De inrichting van deze gebieden (onder andere het ontbreken van trottoirs en het aanduiden van parkeervakken met P-tegels of borden) ondersteunt dit gebruik.

 

Voor wegen buiten de bebouwde kom is een maximumsnelheid van 60 km/uur vastgesteld, passend bij de functie, ligging en inrichting van deze wegen.

Voorrang

Binnen de 30 km/uur-zones zijn kruisingen in beginsel ingericht als gelijkwaardige kruisingen, conform de principes van Duurzaam Veilig. Dit draagt bij aan een lagere snelheid en verhoogde attentie van weggebruikers.

 

Op enkele locaties zijn specifieke voorrangsregelingen ingesteld om de verkeersafwikkeling veilig en duidelijk te laten verlopen. Dit betreft onder meer:

  • de aansluiting van de Treinweg op de provinciale weg, waar een stopverplichting is ingesteld om de verkeersveiligheid op deze drukke kruising te waarborgen;

  • de fiets- en bromfietspaden die uitkomen op de Treinweg, waar (brom)fietsers voorrang dienen te verlenen aan het gemotoriseerd verkeer.

 

Daarnaast is voor de Kerkvaartsbrug een voorrangsregeling ingesteld, waarbij het verkeer uit het zuidwesten voorrang heeft op het verkeer uit het noordoosten. Deze regeling is noodzakelijk vanwege de beperkte breedte en zichtsituatie op de brug.

 

Geslotenverklaringen

De geslotenverklaringen zijn ingesteld om ongewenst of ongeschikt verkeer te weren van wegen die daarvoor, gelet op hun functie, inrichting, afmetingen of draagkracht, niet geschikt zijn.

Voor de Machineweg (ten westen van nummer 2A) is een geslotenverklaring ingesteld voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Hiermee wordt doorgaand gemotoriseerd verkeer geweerd van een wegvak dat primair een lokaal karakter heeft.

 

Voor de Achtermiddenweg (ten zuiden van de Kerkvaartsweg) is een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen ingesteld, uitgezonderd bestemmingsverkeer. Hiermee wordt sluipverkeer voorkomen en blijft de weg bereikbaar voor aanwonenden en bestemmingsverkeer.

 

Daarnaast zijn op diverse wegen breedte-, hoogte- en aslastbeperkingen ingesteld, waaronder op de Korteraarseweg, Kerkvaartsweg (buiten de bebouwde kom), Achtermiddenweg, Ziendeweg, Achttienkavels, Aarlanderveenseweg, Zuideinde en Stationsweg. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om:

  • schade aan de wegconstructie en bermen te voorkomen;

  • de verkeersveiligheid te waarborgen op smalle en kwetsbare wegvakken;

  • te voorkomen dat ongeschikte voertuigen gebruik maken van deze wegen.

 

Voor de Kerkvaartsbrug is daarnaast een hoogtemaatregel ingesteld vanwege de fysieke beperkingen van de brug.

 

Verkeerscirculatie en rijrichtingen

Om de verkeerscirculatie ordelijk en veilig te laten verlopen zijn op enkele locaties rijrichtingsmaatregelen ingesteld.

 

Voor de Jacob van Damstraat is eenrichtingsverkeer ingesteld, met uitzondering van fietsers. Hiermee wordt de verkeersveiligheid en doorstroming verbeterd, terwijl de bereikbaarheid voor fietsers behouden blijft.

 

Daarnaast zijn op diverse locaties middengeleiders aanwezig. Door het instellen van verplichte rijrichtingen wordt het verkeer eenduidig geleid en worden ongewenste verkeersbewegingen voorkomen.

 

Parkeren

Ten aanzien van parkeren zijn maatregelen getroffen om het gebruik van de openbare ruimte te reguleren en de bereikbaarheid en verkeersveiligheid te waarborgen.

 

Op verschillende locaties zijn parkeerverboden ingesteld. Deze verboden zijn noodzakelijk om de doorgang voor hulpdiensten te garanderen, de verkeersveiligheid te verbeteren en de bruikbaarheid van de weg te waarborgen.

 

Verder zijn specifieke parkeerregelingen ingesteld. Zo zijn:

  • twee parkeervakken bij de kerk aan de Dorpsstraat aangewezen als algemene gehandicaptenparkeerplaatsen gedurende bepaalde tijdsvensters;

  • een parkeerplaats bij Plein 1 aangewezen voor artsen;

  • een parkeerstrook aan de Kerkvaartsweg ter hoogte van nummer 63 aangewezen voor personenauto’s.

 

Deze maatregelen zorgen ervoor dat parkeren plaatsvindt op daarvoor geschikte locaties en afgestemd is op het gebruik van de omgeving.

 

Langzaam verkeer en openbaar vervoer

Binnen het plangebied zijn vrijliggende fietspaden aanwezig langs onder meer de Nieuwkoopseweg en de Dorpsstraat. Door deze voorzieningen formeel aan te wijzen als (brom)fietspad, wordt de positie van fietsers juridisch geborgd en wordt de verkeersveiligheid versterkt.

 

Specifiek betreft dit onder meer de vrijliggende paden bij de aansluiting van de Dorpsstraat met de Nieuwkoopseweg en langs de Achttienkavels en Nieuwkoopseweg.

 

Door deze aanwijzing wordt het gebruik van deze paden exclusief voor (brom)fietsers geregeld en wordt menging met gemotoriseerd verkeer voorkomen.

 

nemen, gelet op het voorgaande, de volgende

 

BESLUITEN:

  • 1.

    het in stand houden van de borden A1(zone 30 km) en A2 (zone 30 km) van bijlage I van het RVV 1990 om de maximum snelheid voor alle wegen binnen de bebouwde kom van Aarlanderveen in te stellen op 30 km/uur, met uitzondering van de erven;

  • 2.

    het in stand houden van de borden A1(zone 60 km) van bijlage I van het RVV 1990 om de maximum snelheid buiten de bebouwde kom in te stellen op 60 km/uur;

  • 3.

    het in stand houden van de borden B6 van bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden op de fiets/bromfietspaden uitkomend op de Treinweg, ten zuiden van de Nieuwkoopseweg, om aan te geven dat (brom)fietsers voorrang dienen te verlenen aan de bestuurders op de Treinweg;

  • 4.

    het in stand houden van het bord B7 van bijlage I van het RVV 1990 en stopstreep bij de aansluiting van de Treinweg op de provinciale weg om aan te geven dat de bestuurders op de Treinweg moeten stoppen en voorrang dienen te verlenen aan bestuurders op de provinciale weg;

  • 5.

    het in stand houden van de borden C2 en C3 van bijlage I van het RVV 1990 en onderborden OB52 om eenrichtingsverkeer in te stellen voor de Jacob van Damstraat uitgezonderd voor fietsers;

  • 6.

    het in stand houden van het bord C6 van bijlage I van het RVV 1990 om een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen in te stellen voor de Machineweg voor het deel ten westen van nummer 2A;

  • 7.

    het in stand houden van de borden C12 van bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitgezonderd bestemmingsverkeer” om een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen in te stellen, uitgezonderd bestemmingsverkeer, voor de Achtermiddenweg voor het deel ten zuiden van de Kerkvaartsweg;

  • 8.

    het in stand houden van de borden C18 van bijlage I van het RVV 1990 om een geslotenverklaring in te stellen voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord is aangegeven:

    • a.

      de Korteraarseweg, voor het deel ten westen van Noordeinde;

    • b.

      de Kerkvaartsweg voor het deel buiten de bebouwde kom;

    • c.

      de Achtermiddenweg voor het deel ten zuiden van de Kerkvaartsweg;

    • d.

      de Ziendeweg;

    • e.

      de Achttienkavels vanaf de Ziendeweg;

    • f.

      de Aarlanderveenseweg voor het deel tussen de Hogedijk en Achttienkavels;

    • g.

      Zuideinde;

  • 9.

    het in stand houden van de borden C19 van bijlage I van het RVV 1990 om een geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven voor de Kerkvaartsbrug;

  • 10.

    het in stand houden van de borden C20 van bijlage I van het RVV 1990 om een geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord is aangegeven voor:

    • a.

      de Korteraarseweg, voor het deel ten westen van Noordeinde;

    • b.

      de Kerkvaartsweg voor het deel buiten de bebouwde kom;

    • c.

      de Achtermiddenweg voor het deel ten zuiden van de Kerkvaartsweg;

    • d.

      de Ziendeweg;

    • e.

      de Achttienkavels vanaf de Ziendeweg;

    • f.

      de Aarlanderveenseweg voor het deel tussen de Hogedijk en Achttienkavels;

    • g.

      de Zuideinde;

    • h.

      de Stationsweg;

  • 11.

    het in stand houden van de borden E1 van bijlage I van het RVV 1990 en onderborden OB501l en OB501r een parkeerverbod in te stellen voor:

    • a.

      de oostzijde van Noordeinde tussen nummer 37 en 37A;

    • b.

      de oostzijde van Noordeinde tussen nummer 77 en 79;

    • c.

      de noordzijde van de Hogedijk tussen de Dorpsstraat en nummer 39;

    • d.

      de oostzijde van de Dorpsstraat voor het deel tussen de Nieuwkoopseweg en de Stationsweg;

    • e.

      de noordoostzijde van de Stationsweg 4B ten behoeve uitrit brandweer;

  • 12.

    het in stand houden van de borden E6 van bijlage I van het RVV 1990 en onderborden met de tekst “zondag 9.00-11.30 18.30-20.30h” om twee parkeervakken voor de kerk aan de Dorpsstraat aan te wijzen als algemene gehandicaptenparkeerplaatsen gedurende het aangegeven tijdsvenster;

  • 13.

    het in stand houden van het bord E8 van bijlage I van het RVV 1990 om de parkeerstrook aan de Kerkvaartsweg ter hoogte van nummer 63 aan te wijzen als parkeergelegenheid specifiek voor personenauto’s;

  • 14.

    het in stand houden van het bord E8 van bijlage I van het RVV 1990 om het parkeervak ter hoogte van Plein1 aan te wijzen als parkeerplaats specifiek voor artsen;

  • 15.

    het in stand houden van de borden F5 en F6 van bijlage I van het RVV 1990 om een voorrangsregeling in te stellen voor de Kerkvaartsbrug waarbij de bestuurders uit het zuidwesten voorrang hebben op de bestuurders uit het noordoosten;

  • 16.

    het in stand houden van de borden G5 en G6 van bijlage I van het RVV 1990 om de volgende straten aan te wijzen als erf:

    • a.

      het zuidelijke deel van de Maarten Bogaardhof;

    • b.

      Dokter van de Windhof;

  • 17.

    het in stand houden van de borden G11 van bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als fietspad de vrijliggende paden aan beide zijden van de Dorpsstraat bij de aansluiting met de Nieuwkoopseweg;

  • 18.

    het in stand houden van de borden G12a van bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als fiets/bromfietspad:

    • a.

      het vrijliggende pad Nieuwkoopseweg ten noordwesten van de Treinweg;

    • b.

      het vrijliggende pad aan de westzijde van de Achttienkavels ten zuiden van de Nieuwkoopseweg.

 

Nummer: 3913024

 

Burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn,

 

Gelet op:

 

 

 

Bezwaar- of beroepsclausule

Dit besluit zal door publicatie in het digitale Gemeenteblad, zie www.officielebekendmakingen.nl, bekend worden gemaakt. Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit volgens de artikelen 7:1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de openbare bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders, Postbus 13, 2400 AA te Alphen aan den Rijn.

 

 

 

 

 

 

 

Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn.

Namens het college,

P. Vreugdenhil-van der Lijcke

Teammanager Beheer Openbare Ruimte

Alphen aan den Rijn, 18 juni 2026

Naar boven