Gemeenteblad van Waadhoeke
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Waadhoeke | Gemeenteblad 2026, 323138 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Waadhoeke | Gemeenteblad 2026, 323138 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Waadhoeke,
bijeen in zijn vergadering van 30 juni 2026 besluit vrij te geven voor terinzagelegging:
Het ontwerp 'Omgevingsprogramma gemeente Waadhoeke - Accommodaties voor sport, welzijn en cultuur' zoals opgenomen in bijlage A.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het digitale gemeenteblad.
Aldus besloten in de collegevergadering van 30 juni 2026.
De gemeentesecretaris,
Jeroen IJkema
De burgemeester,
André van de Nadort
In de Omgevingsvisie beschrijven we hoe we in Waadhoeke omgaan met opgaven in de fysieke leefomgeving. In de visie worden vanuit de waarden en kwaliteiten van Waadhoeke keuzes gemaakt over de maatschappelijke opgaven, nu en in de toekomst. Naast de vraagstukken op het terrein van de ruimtelijke ordening, verkeer, vervoer en water, gaat de visie ook over milieu, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid en over andere zaken die een relatie hebben met de sociale leefomgeving.
Op 3 juli 2025 is de Nota accommodatiebeleid gemeente Waadhoeke 2025 Mei inoar sterk vastgesteld door de gemeenteraad. Het accommodatiebeleid raakt direct aan de fysieke leefomgeving. Om die reden stellen we dit ‘Omgevingsprogramma gemeente Waadhoeke - Accommodaties voor sport, welzijn en cultuur’ op.
Dankzij de nota accommodatiebeleid kunnen we goed onderbouwde keuzes maken over individuele en groepen accommodaties op het terrein van sport, welzijn en cultuur. Het beheer en onderhoud van onze gebouwen, terreinen en (sport)velden kunnen we daarmee baseren op een langetermijnvisie met de leidende principes als uitgangspunt.
In het beleid hebben we een onderscheid gemaakt tussen de doelen die we willen bereiken als het gaat om het beheer en onderhoud en de doelen die nodig zijn om dit te kunnen bereiken. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het harmoniseren van contracten, regelingen en afspraken.
Met het accommodatiebeleid bereiken we dat we in Waadhoeke voldoende, kwalitatief goede, bereikbare, duurzame en toekomstbestendige accommodaties kunnen realiseren en in stand houden.
In dit omgevingsprogramma beschrijven we op welke wijze we uitvoering geven aan het accommodatiebeleid binnen de omgevingsvisie. In dit omgevingsprogramma geven we een overzicht van de meest urgente opgaven, beschrijven we hoe we de beleidsdoelen uit het accommodatiebeleid uit gaan voeren, geven we een globale planning van de uitvoering en is een financiële paragraaf opgenomen.
Het is een vrijwillig en vormvrij programma onder de Omgevingswet. Dat houdt in dat de gemeente zelf kan bepalen welke onderdelen hierin worden opgenomen. Naast de onderdelen die direct de fysieke leefomgeving raken zijn ook de onderwerpen zonder fysieke component in dit programma opgenomen.
De nota accommodatiebeleid omvat het beleid waar we de komende jaren aan willen bouwen. Het is een langjarige visie waarin dus met name de langetermijndoelen zijn opgenomen.
Het omgevingsprogramma ‘Accommodaties voor sport, welzijn en cultuur’ is een dynamisch document dat steeds zal worden geactualiseerd.
Bij de totstandkoming van het accommodatiebeleid, waar dit omgevingsprogramma een uitwerking van is, zijn uitgebreid gesprekken gevoerd en bijeenkomsten georganiseerd met (vrijwilligers)organisaties op het terrein van sport, welzijn en cultuur. Daarnaast is in het traject met de gemeenteraad een publieksessie georganiseerd waarvoor behalve onze inwoners ook andere betrokkenen, belanghebbenden en geïnteresseerden zijn uitgenodigd.
De verschillende manieren waarop wij bij de uitvoering van dit beleid bewoners en andere betrokkenen zullen betrekken verschilt per project. De vorm en omvang van participatie is afhankelijk van de complexiteit en de urgentie van de opgaven die voorliggen.
Maatschappelijke accommodaties vormen het kloppend hart van de dorpen en kernen in Waadhoeke. Dankzij de sportieve, sociale en culturele infrastructuur kunnen inwoners sporten en bewegen, elkaar ontmoeten en cultuur beleven.
De aanleiding voor het maken van het accommodatiebeleid is dat er bij veel gebouwen, terreinen en velden opgaven liggen met betrekking tot beheer en onderhoud en verduurzaming. De maatschappelijke opgaven die er zijn, kunnen het gevolg zijn van veranderend gebruik van (en de behoefte aan) accommodaties: Accommodaties kunnen overcapaciteit hebben, of juist een tekort aan ruimte, waardoor deze opnieuw beoordeeld moeten worden.
Aan de hand van de opgaven die er liggen stellen we, waar nodig, accommodatieplannen en accommodatie-adviezen op. Bij een opgave ‘zoomen we uit’. We kijken daarmee niet alleen naar één accommodatie, maar altijd ook naar (toekomstige) ontwikkelingen in een dorp of kern en naar koppelkansen met andere accommodaties.
De uitvoering van accommodatiebeleid doen we aan de hand van een aantal gestandaardiseerde normen en uitgangspunten. Daarnaast kan de verantwoordelijkheid of betrokkenheid die we als gemeente hebben per accommodatie anders zijn. Om die reden is de uitvoering van accommodatiebeleid bovenal maatwerk.
Aan de hand van een beslisboom (Bijlage 2) kijken we hoe een opgave het best aangepakt kan worden. Daarbij zijn drie varianten mogelijk:
We maken een accommodatieplan als er sprake is van een opgave bij meerdere accommodaties in een bepaald gebied, waarvan minimaal één accommodatie in eigendom van de gemeente is. Als één of meerdere accommodaties niet in eigendom zijn van de gemeente, dan is draagvlak bij de eigenaren/beheerders een voorwaarde. Bij de uitwerking onderzoeken we de mogelijkheden voor koppelkansen, clustering of multifunctioneel gebruik van ruimte. Daarbij stimuleren we altijd de samenwerking tussen de betrokken partijen. Dit moet leiden tot duurzame en toekomstbestendige accommodaties.
Wanneer de accommodaties niet van de gemeente zijn, verandert de rol van de gemeente van initiëren/sturend naar adviserend/ondersteunend. In deze gevallen stellen we een accommodatie-advies op. We onderzoeken dan de mogelijkheden binnen de kaders van het staande beleid en stellen op basis daarvan een advies op.
Als de accommodatie wel eigendom van de gemeente is en er zijn geen koppelkansen, dan kan de accommodatie volgens het bestaand beheerplan aangepakt worden. Als een accommodatie niet van de gemeente is en er zijn geen koppelkansen of draagvlak voor clustering en/of samenwerking, dan is de eigenaar van de accommodatie zelf verantwoordelijk.
Bij het opstellen van accommodatieplannen en -adviezen hanteren we de volgende zeven factoren om de toekomstbestendigheid van gebouwen, terreinen en velden te beoordelen:
Locatie
De ligging van de accommodatie voor de activiteiten die er plaatsvinden is belangrijk ten opzichte van de accommodaties in de omgeving en de opgaven die daar spelen.
Bezettingsgraad
Het gebruik, en de prognose voor het gebruik de komende jaren, wordt getoetst.
Beheer en bestuur
Het beheer en de exploitatie van de accommodatie moet gezond zijn.
Inrichting en uitrusting
De situatie in de accommodatie moet passend zijn bij de activiteiten of passend gemaakt kunnen worden. Ook wordt nagegaan of de activiteiten per se aan deze accommodatie gebonden zijn.
De staat van de accommodatie
De accommodatie moet technisch en bouwkundig in goede staat zijn. Is dit niet het geval dan worden kosten en baten van renovatie of vernieuwing tegen elkaar afgewogen.
De duurzaamheid van de accommodatie
De accommodatie moet duurzaam zijn. Is dit niet het geval dan worden kosten en baten van verduurzaming tegen elkaar afgewogen.
Status, historie en immateriële waarde van de accommodatie
Monumentale status, bouwhistorie en architectuur zijn altijd onderdeel van de beoordeling van een accommodatie, en ook de immateriële ‘waarde’ van een gebouw, terrein, (sport)veld of speelplek is van belang om mee te wegen.
In dit omgevingsprogramma beschrijven we de accommodatieplannen en -adviezen die op dit moment concreet zijn en voldoen aan de beschreven criteria bij 2.2. Dit zijn opgaven die bijvoorbeeld voortkomen uit het Integraal Huisvestingsplan (IHP), omdat er in een beheerplan is gepland dat we met een accommodatie aan de slag gaan of omdat er concrete renovatieplannen zijn bij een accommodatie.
Het omgevingsprogramma is een dynamisch document dat op basis van ontwikkelingen en nieuwe inzichten steeds wordt aangepast. Opgaven die nu nog niet concreet zijn of pas over een aantal jaar van toepassing zijn, zullen bij het actualiseren van het omgevingsprogramma worden toegevoegd, op het moment dat de opgave wel concreet wordt. Plannen en adviezen die zijn afgerond, worden dan weer uit het omgevingsprogramma gehaald.
Hieronder beschrijven we de accommodatieplannen en -adviezen die we de komende jaren gaan opstellen. Per plan/advies volgt een korte situatieschets waarin we de primaire opgave beschrijven.
De onderstaande linkjes tonen de locaties op de kaart:
Accommodaties Bitgum / Bitgummole
Accommodatie | Bouwjaar | Eigenaar |
Sportcomplex It Bosk | 1968 | Stichting Beheerscommisie Sportcomplex It Bosk |
Dorpshuis Ons Huis | 1930 | Stichting Ons Huis Bitgum |
Gemeenschapsruimte De Molewjuk (bijgebouw kerk) | 1890 | Protestantse gemeente te Bitgum-Bitgummole-Ingelum-Marsum |
Opgave
In Bitgum/Bitgummole ligt de primaire opgave bij de drie ontmoetingsplekken sportkantine, kerkgebouw en dorpshuis. De sportkantine van It Bosk is toe aan vervanging, de eigenaar van de accommodatie onderzoekt mogelijke koppelkansen. Deze accommodaties zijn alle drie niet in eigendom van de gemeente en daarom maken we hiervoor een accommodatie-advies.
Accommodatie | Bouwjaar | Eigenaar |
Jeugdsoos 't Spinneweb | 1955 | Gemeente Waadhoeke |
Doarpshûs De Moeting | 1996 | Stichting Dorpshuis De Moeting |
Opgave
’t Spinneweb is gehuisvest in een verouderd gebouw (voormalige kleuterschool) in eigendom van de gemeente. Er vinden een aantal activiteiten voor de jeugd in Tzum plaats. Het dorpshuis is de andere ontmoetingsplek in het dorp. Gezien de staat van ’t Spinneweb dient een besluit te worden genomen over de accommodatie. Hierbij zien we koppelkansen met het dorpshuis.
Naam | Bouwjaar (renovatie) | Eigenaar |
Gymlokaal Winsum | 1982 | Gemeente Waadhoeke |
MFC De Helling | 2007 | Stichting Nij Dok |
OBS It Bynt | 1971 | Gemeente Waadhoeke |
Opgave
In Winsum moet een nieuwe school gebouwd worden. Ook de, nabij de school gelegen, gymzaal is verouderd en op termijn toe aan nieuwbouw of grootschalige renovatie. Het MFC ligt op 500m van de school en heeft een grote zaal. We onderzoeken de mogelijkheden voor de nieuwbouw van de school en de toekomst van de gymzaal in combinatie met het MFC.
Naam | Bouwjaar | Eigenaar |
Wurkpleats De Tuorrebout (Skilpaed 1) | 1955 | Gemeente Waadhoeke |
IKC Sin en Wille (2 locaties) | 1980 en 1955 | Vereniging Voor Christelijk Basisonderwijs In De Gemeente Menaldumadeel en Stichting voor Christelijk Basisonderwijs in Noardwest Fryslân |
Gym- en muzieklokaal Menaam | 1972 | Gemeente Waadhoeke |
Opgave
In Menaam moet een nieuwe school worden gebouwd. Daarnaast is er een tweetal verouderde gebouwen van de gemeente: de gymzaal en De Tuorrebout. Ook heeft het dorp al een aantal jaren behoefte aan een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte. De nieuwbouw van de school is een mogelijke kans om functies te combineren en één accommodatie te realiseren die voorziet in de behoeften van het dorp. De keuze die wordt gemaakt over het huisvesten van het bewegingsonderwijs zal gevolgen hebben voor andere binnensportaccommodaties in de omgeving.
Naam | Bouwjaar | Eigenaar |
Theater De Koornbeurs | 1810 | Gemeente Waadhoeke |
Muziekschool Seewyn | 1785 (1850 verbouwd) | Gemeente Waadhoeke |
De Driesprong (cultuur en sport) | 1965 | Stichting Muziek- En Tafeltenniscentrum "De Driesprong" |
Opgave
De accommodaties van Seewyn en De Driesprong zijn verouderd. Bij Seewyn zijn er gebreken aan het gebouw en de nodige beperkingen in gebruik.
Gezien de aard van de activiteiten in de verschillende accommodaties onderzoeken we of er op gebied van huisvesting koppelkansen mogelijk zijn.
Naam | Bouwjaar | Eigenaar |
Gymlokaal de Fiifskar | 2010 | Vereniging van Eigenaren van het sportcomplex "de Fijfskaar" te St.-Jacobiparochie |
Groate kerk | 1843 | Stichting Alde Fryske Tsjerken |
MFC ’t Beerdhuus | 1905 | Stichting Multifunctioneel Centrum St.-Jabik |
Jeugdhonk 't Groene Hok | 2002 | Stichting ’t Groene Hok |
De Opstap | 1873 | Gemeente Waadhoeke |
Opgave
In het dorp zijn meerdere gebouwen met (deels) overlappende functies. Eén van de accommodaties in Sint Jacobiparochie is het pand van De Opstap. Op dit moment huurt welzijnsorganisatie Connexa het pand van de gemeente. Deze huurovereenkomst eindigt 31 december 2027. De reden dat de huurovereenkomst eindigt is omdat het pand verouderd is en uit veiligheidsoogpunt kwetsbaar voor de toekomst. Er is overlap in activiteiten bij de accommodaties. Alle partijen hebben te maken met steeds hogere kosten van beheer, maar ook met het vinden en behouden van vrijwilligers.
We voeren de accommodatieplannen en accommodatie-adviezen gefaseerd uit. Zo kunnen we gericht starten waar de opgaven het meest urgent zijn en de maatschappelijke meerwaarde het grootst is. Tot nu toe zijn accommodaties waarvan de toekomst (en de toekomstbestendigheid) nog onduidelijk is wel planmatig onderhouden, ingrijpende maatregelen (zoals de noodzakelijke verduurzaming) zijn nog niet in gang gezet.
In eerdere gesprekken met de gebruikers over de toekomst van deze accommodaties is steeds aangegeven dat er meer duidelijkheid zou komen als het accommodatiebeleid eenmaal vastgesteld zou zijn. Nu dat het geval is, is de urgentie groot om direct met de diverse opgaven te starten.
Punt van aandacht: de planning van deze accommodatieplannen- en adviezen is specifiek gericht op de planvorming (= fasering en prioritering). De uitvoering van de accommodatieplannen is in deze planning dus niet opgenomen.
Als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en inzichten, of door het actualiseren van beheerplannen, zal de planning steeds worden aangepast.
De eigendomssituatie van de diverse buitensportaccommodaties laat verschillen zien. Er zijn sporten waarbij alle accommodaties particulier eigendom zijn, zoals bij tennis en paardensport.
Daarnaast zijn er ook sporten waarbij de gemeente eigenaar is van (een groot deel van) de sportvelden, hier verzorgt de gemeente het beheer en onderhoud. Bij voetbal en kaatsen zijn voor een aantal accommodaties andere afspraken gemaakt, de gemaakte afspraken verschillen per accommodatie.
Het aantal door de gemeente beheerde accommodaties | |
Voetbal- en trainingsvelden natuurgras | 38 |
Kunstgrasvelden | 6 |
Kaatsvelden | 24 |
Atletiekbaan | 1 |
Onder de vorige gemeenten zijn ook enkele buitensportaccommodaties geprivatiseerd.
Het aantal niet door de gemeente beheerde accommodaties | |
Voetbal gras- en trainingsvelden | 5,3 (0,3 tbv training) |
Kunstgrasvelden | 1,5 (0,5 tbv training) |
Kaatsvelden | 7 (waarvan 1 ook als korfbalveld wordt gebruikt) |
Fierljep-accommodatie | 1 |
Soms is een vereniging zelf verantwoordelijk voor het vervangen van een toplaag en in andere gevallen is de vereniging alleen verantwoordelijk voor het beheer. In alle gevallen levert de gemeente een bijdrage aan de vereniging. In verband met stijgende kosten, en de steeds hogere eisen waarvoor specialistische kennis noodzakelijk is, vragen de verenigingen meer geld om de velden te onderhouden; met name bij de voetbalverenigingen is dit het geval.
Het harmoniseren van overeenkomsten van accommodaties in eigendom van de gemeente heeft prioriteit. Sinds de fusie van de vier gemeenten zijn de contracten (huur- en pachtovereenkomsten) en afspraken over beheer en onderhoud nog niet geharmoniseerd. In sommige gevallen is een overeenkomst niet beschikbaar of bekend. Daarom gaan we eerst inventariseren welke overeenkomsten er zijn. Vervolgens onderzoeken we welk type overeenkomsten er moeten komen, niet alleen voor de buitensportaccommodaties, maar ook voor de gymzalen en sporthallen en voor de culturele accommodaties. Aan de hand van deze inventarisatie stellen we vervolgens nieuwe modelovereenkomsten op, waarin we volgens een vast format, en met dezelfde voorwaarden voor alle verenigingen, nieuwe overeenkomsten opstellen. Hiervoor stellen we per type activiteit/sport een modelovereenkomst op.
Bij geprivatiseerde buitensportaccommodaties, hierboven genoemd in de tweede tabel, onderzoeken we de voor- en nadelen van het terugnemen in eigendom. Wanneer alle accommodaties in eigendom van de gemeente zijn, worden alle verenigingen gelijk behandeld; dat is nu niet het geval. Daarnaast levert dit schaalvoordeel op en kan het specialistisch onderhoud door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Dit zal er toe leiden dat de conditie van deze velden beter blijft en vervanging minder snel nodig is.
Totdat dit onderzoek heeft plaatsgevonden en hierover een besluit is genomen zullen incidentele middelen nodig blijven voor het beheer en onderhoud dat door de verenigingen zelf wordt uitgevoerd.
Er zijn op dit moment meerdere subsidieregelingen voor maatschappelijk vastgoed.
Landelijk zijn er twee regelingen: De Investeringssubsidie Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) en de regeling voor Stimulering bouw en onderhoud van sportaccommodaties (BOSA).
Vanuit de gemeente zijn er het Dorpen- en Wijkenfonds en het Dorpshuizenfonds.
Dorps- en buurthuizen kunnen in Waadhoeke een beroep doen op het Dorpshuizenfonds. Bij deze regeling kan een dorpshuis eens in de 20 jaar een subsidie krijgen voor maximaal 30% van de subsidiabele kosten voor de bouw, verbouw of verduurzaming van de accommodatie. Deze regeling is alleen toegankelijk voor de in het dorpshuizenbeleid aangewezen dorps- en buurthuizen en MFA/MFC’s. We onderzoeken of een soortgelijke regeling voor sport- en culturele accommodaties wenselijk en haalbaar is en zo ja, hoe we hieraan invulling kunnen geven. Daarbij zijn twee varianten mogelijk:
We stimuleren initiatieven die multifunctioneel gebruik van accommodaties bevorderen. We onderzoeken of er mogelijkheden zijn binnen bestaande regelingen om ondersteuning te bieden of dat we hiervoor een nieuwe regeling moeten opzetten.
De tarieven voor de verhuur van accommodaties verschillen sterk per accommodatie, liggen in vrijwel alle gevallen ver onder het landelijk gemiddelde en zijn niet kostendekkend. We onderzoeken hoe we de tarieven kunnen verhogen en harmoniseren en herzien ons tarievenstelsel.
Daarnaast gaan we onderzoeken óf en op welke wijze wij financieel rekening kunnen houden met de verhuur van maatschappelijke vastgoed aan niet-commerciële partijen. In het geval een accommodatie niet van de gemeente is (zoals een MFC), onderzoeken we of we via een subsidie het gebruik van deze accommodaties kunnen en willen sturen.
De gemeente beschikt over meerdere binnensportaccommodaties, die gemeen hebben dat ze geheel of in belangrijke mate afhankelijk zijn van financiële middelen van de gemeente. Deze accommodaties worden op dit ogenblik door verschillende partijen beheerd en geëxploiteerd. Minder versnipperd beheren en exploiteren van accommodaties, vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering en financiën, brengt voordelen met zich mee. Om die reden onderzoeken we de mogelijke vormen van externe verzelfstandiging.
De volgende accommodaties zijn in dit onderzoek betrokken:
Sport- en Evenementencentrum De Trije te Franeker.
Sportcentrum De Bildtse Slag te St.-Annaparochie.
Roelengahal op Sportcomplex Schatzenburg te Menaam.
Alleenstaande gymzalen te Berltsum, Bitgummole, Deinum, Dronryp, Marsum, Menaam, Oudebildtzijl, St.-Jacobiparochie en Winsum.
Het nieuw te realiseren zwembad te Franeker.
Het college heeft op 6 januari 2026 de voorkeur uitgesproken voor het oprichten van een besloten vennootschap met de gemeente als enige aandeelhouder. Om een definitief besluit te nemen, werken we deze richting verder uit.
Verenigingen verschillen als het gaat om het deel van de beheerstaken dat zij zelf op zich nemen. De ene vereniging kan en wil meer zelf doen dan de andere. Er is geen eenduidigheid in de afspraken die met de verenigingen zijn gemaakt. Om dit beter te organiseren gaan we elke vereniging, die een sportveld van de gemeente gebruikt, eenzelfde basispakket van onderhoudstaken aanbieden. Aan de hand van een zogenaamd keuzemenu geeft de vereniging aan welke onderdelen zij zelf uitvoert en welke extra elementen zij tegen betaling door de gemeente wil laten uitvoeren.
Om de levensduur en de kwaliteit van accommodaties en velden te waarborgen wordt (of blijft) het specialistisch onderhoud uitgevoerd door de gemeente.
Dit keuzemenu wordt per type accommodatie samengesteld. We hanteren daarbij vooraf vastgestelde tarieven die voor alle verenigingen gelijk zijn. Het keuzemenu stellen we op in samenwerking met de verenigingen en op basis van eerdere ervaring. Het keuzemenu moet aansluiten bij de wens van de vereniging en bij de (financiële) mogelijkheden van de gemeente.
Jaarlijks wordt er samen met de betrokken vereniging een schouw uitgevoerd om na te gaan of het gewenste onderhoudsniveau is gehaald en of een aanpassing van de afspraken nodig is.
In Waadhoeke streven we naar sporthallen en gymzalen van hoge kwaliteit, die duurzaam zijn en een goede bezettingsgraad hebben. Met goed onderhoud en de nodige vervangingen houden we onze gebouwen in goede conditie, zorgen we dat de waarde ervan behouden blijft en dat aan basisvereisten op het gebied van veiligheid (conform Arbo) voldaan wordt.
Vanuit de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) is de minimale sporttechnische norm voor onderwijs: klasse 3. Wij kiezen ervoor om onze sportvloeren waar bewegingsonderwijs plaatsvindt minimaal te laten voldoen aan klasse 2. Een klasse 2 sportvloer kenmerkt zich door een hogere schokabsorptie en grotere vervorming. Dit zorgt voor meer comfort en een lagere belasting van gewrichten. Deze eigenschappen sluiten aan bij de KVLO-richtlijnen, die gericht zijn op veilig en verantwoord bewegingsonderwijs. Om deze reden wordt klasse 2 in de praktijk gezien als passend voor gymzalen en sportaccommodaties waar regelmatig en intensief wordt gesport.
Ons hoofddoel is: onze sportvelden zijn kwalitatief van hoog niveau, duurzaam en optimaal bezet. Bij de aanleg en het onderhoud van sportvelden hebben wij een brede afweging te maken, waarbij niet alleen de eisen en wensen van gebruikers m.b.t. de bespeelbaarheid meewegen, maar ook andere gemeentelijke doelen belangrijke wegingsfactoren zijn. Bij de keuze van het type veld houden we rekening met drie sturende factoren:
1. Capaciteit past bij de behoefte
We kiezen voor het type veld dat het beste aansluit bij de behoefte. Onder behoefte verstaan we de benodigde speel- en trainingscapaciteit en alle overige activiteiten in uren. Dit wegen we af tegen de totale beschikbare capaciteit van alle velden op het hele sportpark.
Wanneer vervanging van een veld of grootschalige renovatie van een sportcomplex nodig is, toetsen we of de huidige capaciteit van de velden nog aansluit bij de behoefte. Uit deze toets kan naar voren komen dat een ander type veld, of een veld minder, op het betreffende complex nodig is. Ook veranderende (Europese) wet- en regelgeving kan ertoe leiden dat een ander type veld nodig is.
Bij de behoeftebepaling hanteren we de objectieve KNVB-norm als uitgangspunt voor de bespeelbaarheid van de velden:
Natuurgras - 300 uur
Wetra - 400 uur
Hybride - 800 uur
Kunstgras - 1200 uur
2. Milieukwaliteit en duurzaamheid
We belasten het milieu zo min mogelijk. Dat houdt in dat we de milieukwaliteit verbeteren waar mogelijk en negatieve effecten beperken tot een minimum. Bij de inrichting en aanleg van de velden kiezen we voor oplossingen die bijdragen aan biodiversiteit en klimaatadaptatie, een duurzame waterhuishouding, een lagere CO₂‑uitstoot en het gebruik van circulaire of natuurvriendelijke materialen. Om die reden kiezen we bij de aanleg van nieuwe velden (toplaag en onderbouw) in principe voor natuurgras. Dit zijn velden met een 100% natuurlijke opbouw, versterkte natuurvelden met een WeTra constructie en versterkte natuurvelden met een hybride constructie.
3. Kosten en levensduur
We houden rekening met de totale kosten van aanleg en beheer en onderhoud over een periode van dertig jaar, om zo de meest duurzame en economisch verantwoorde keuze te maken.
Bij renovatie van een kunstgrasveld, waarbij slechts vernieuwing van de toplaag nodig is, is het uitgangspunt om de toplaag één-op-één te vervangen. Hierbij kiezen we voor de variant met de laagste milieu-impact . Bij het aanleggen van een kunstgrasveld betekent dit dat, na aanleg van een nieuw kunstgrasveld (top- en onderlaag), in principe twee keer een toplaag vervangen wordt. Bij een derde keer moet de totale opbouw worden gerenoveerd. Op dat moment wordt opnieuw een keuze gemaakt voor een type veld op basis van de eerder beschreven sturende factoren.
We onderzoeken altijd welke varianten er mogelijk zijn, ook wanneer het één op één vervangen van de toplaag mogelijk is. De mogelijke varianten bespreken met we met de verenigingen.
Rekenmodel voor de behoeftebepaling van de voetbalvelden
Voor het bepalen van het aantal benodigde uren, hanteren we een aantal vaste uitgangspunten:
Gebruikersuren van voetbalverenigingen worden berekend met de KNVB rekentool, om zo een objectieve, en voor elke vereniging gelijke, urenberekening te maken.
Het overig gebruik van de sportvelden moet te achterhalen zijn aan de hand van een overeenkomst.
Standaard wordt er met 300 uur extra gerekend, met het oog op potentiële groei en overig gebruik dat niet is vastgelegd (denk aan spelende kinderen).
Jaarlijks monitoren we de gebruikersuren aan de hand van bovenstaande uitgangspunten. Zo kunnen ontwikkelingen rondom het gebruik van de velden worden meegenomen in de afweging bij de keuze van een type veld.
Voor samenwerkende verenigingen (bijvoorbeeld met een samenwerkende jeugdorganisatie) worden verenigingen beschouwd als één vereniging als het gaat om capaciteit en urenbepaling. Waar dit niet mogelijk blijkt, worden de uren gelijk verdeeld over de desbetreffende verenigingen.
Een deel van de KNVB voorwaarden voor toelating van nieuwe verenigingen passen we toe op bestaande voetbalverenigingen in Waadhoeke:
- De vereniging heeft tenminste vijftig actieve amateurleden, die behoudens tuchtrechtelijke sancties daadwerkelijk gerechtigd zijn uit te komen voor de vereniging;
- De vereniging heeft tenminste drie teams die aan de competities van de KNVB deelnemen, waaronder in ieder geval één seniorenelftal.
In het geval de vereniging tijdens de jaarlijkse peiling niet voldoet aan deze beide voorwaarden, dan eindigt het beheer en onderhoud vanuit de gemeente na één jaar. Na dit jaar onderzoeken we of de velden een andere invulling kunnen krijgen. Gedurende dit jaar krijgt de vereniging de gelegenheid om te voldoen aan de norm. Vanaf het moment dat de vereniging niet meer aan de voorwaarden voldoet, worden de velden die aan vervanging of vernieuwing toe zijn niet meer vervangen. We voeren alleen nog werkzaamheden uit die onder het beheerplan vallen.
We gaan ook een dergelijk rekenmodel opstellen voor de kaatsvelden. In verband met het ontbreken van toelatingsvoorwaarden van de KNKB zal dit naar verwachting gebaseerd zijn op basis van gebruik in uren voor de kaatssport en het aantal leden van de betreffende kaatsvereniging(en).
Bij de (her)ontwikkelingen van sportparken zorgen we ervoor dat het sportpark integreert in de openbare ruimte waarin groene structuren worden aangelegd en elementen worden toegevoegd om ontmoeten, bewegen en spelen te stimuleren en te faciliteren: onze sportparken zijn een plek voor iedereen. De aanpassingen voeren we zoveel mogelijk door op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld wanneer hekwerk vervangen moet worden, of een nieuw veld wordt aangelegd. Wanneer een afscheiding toch gewenst is, kiezen we voor een groene oplossing zoals een heg.
We kijken bij de inrichting van het sportpark naar passende speel- en beweegelementen, ook houden we rekening met wat er in de omgeving al aanwezig is.
De gemeente heeft 526 speelobjecten op 146 speelplekken in beheer. Schoolpleinen zijn hierin niet meegeteld: zij zijn zelf verantwoordelijk voor beheer en onderhoud en inspectie.
Daarnaast zijn er op dit moment meerdere sport- en beweegelementen in de openbare ruimte die niet in eigendom zijn van de gemeente. In de praktijk blijkt het beheer en onderhoud hier onvoldoende, vaak omdat er geen duidelijke afspraken zijn gemaakt. Dit kan onveilige situaties opleveren.
Aangezien de gemeente verantwoordelijk is voor de openbare veiligheid nemen we alle sport- en beweegtoestellen in de openbare ruimte op gemeentegrond zelf in beheer. Dit doen we aan de hand van een aantal criteria:
We toetsen of het beheer is geregeld en op welke manier.
We inventariseren het huidige gebruik en het eventuele verwachte gebruik:
- Op het moment dat er geen of weinig gebruik is, verwijderen we het speeltoestel en herbestemmen we de locatie.
- Wanneer er voldoende of goed gebruik is, of wanneer dit te verwachten is (bijvoorbeeld vanwege geplande woningbouw), nemen wij het beheer en onderhoud over.
Het onderhoud van speelplekken is vergelijkbaar met dat van de speeltuinen: we reserveren middelen voor vervanging en voeren twee keer per jaar een inspectie uit.
We hanteren het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 (WAS 2023) als uitgangspunt voor veiligheid. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert of beheerders zich aan de wettelijke eisen houden.
Voor de aanleg van speelplekken en andere beweegelementen in de openbare ruimte stellen we criteria op aan de hand waarvan we onderbouwde keuzes kunnen maken over aantallen, spreiding en reikwijdte. We houden rekening met milieu-impact, demografische gegevens, burgerparticipatie, afstand tot vergelijkbare elementen en (verwacht) gebruik. Daarnaast stellen we een aantal voorwaarden waaraan de speelplekken/elementen moeten voldoen en maken we duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en beschikbaar budget voor beheer en onderhoud.
De uitvoering van het omgevingsprogramma vraagt op de korte termijn om een extra inzet van middelen. Op de langere termijn verwachten we juist dat het ook extra inkomsten op gaat leveren. Dit bijvoorbeeld via geharmoniseerde contracten, uniforme huurtarieven en de besparing op kosten van onderhoud en beheer. De piek van de kosten wordt in 2026, 2027 en 2028 verwacht.
Het uitvoeren van het accommodatiebeleid en het bereiken van de beleidsdoelen vraagt om een meer integrale manier van werken.
Het opstellen van de accommodatieplannen en -adviezen kan deels door eigen medewerkers worden uitgevoerd. Extra middelen kunnen wel worden gevraagd voor werkzaamheden zoals externe procesbegeleiding en het laten uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken.
Eén van de nieuwe taken is die van projectleider/coördinator accommodatiebeleid. Deze functie is op dit moment nog niet binnen de organisatie belegd, en wordt nu ingevuld via tijdelijke inhuur. De piekbelasting voor deze werkzaamheden zit in 2026 en 2027, daarom blijven we dit gedurende deze periode extern beleggen, daarna zou het structureel in de organisatie geborgd moeten zijn.
Ook de uitwerking van de beleidsdoelen kan in de toekomst vragen om structurele inzet, bijvoorbeeld voor extra beheertaken door het terugnemen van velden, het opstellen en afsluiten van nieuwe overeenkomsten en jaarlijkse afspraken met verenigingen. Deze inzet is nu nog niet te concretiseren. Structurele middelen vragen we aan op het moment dat de gevolgen van de uitwerking van de beleidsdoelen voor de organisatie duidelijk zijn en zijn onderdeel van de integrale afweging.
Tot slot zijn er ook andere werkzaamheden waarvoor het benodigd budget nu nog niet te ramen is. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
1e de uitvoering van de accommodatieplannen.
2e een subsidieregeling opzetten of uitbreiden.
3e het anders inrichten van sportparken om er ‘open sportparken’ van te maken.
Naast de middelen die in de beheerplannen en het DMJOP beschikbaar zijn, verwachten we met de volgende maatregelen dekking te vinden voor een deel van de uitvoering van de accommodatieplannen:
Aan de hand van de beleidsdoelen maken we accommodaties toekomstbestendig. Dit houdt in dat we accommodaties verduurzamen en zo nodig ook afstoten, waardoor financiële ruimte kan ontstaan, zowel incidenteel als structureel. De jaarlijkse kosten van onderhoud en beheer na verduurzaming en renovatie, of door het afstoten van accommodaties, zullen dan lager zijn. Het besluit over het afstoten van een accommodatie is geen doel op zich, maar de uitkomst van een bredere afweging.
De vrijgekomen incidentele en structurele middelen vallen volgens het financiële beleid terug naar de algemene middelen. Wanneer middelen vrijkomen is er de mogelijkheid een bestemmingsreserve accommodaties in te richten.
We kijken kritisch naar de scheefgroei in de bestedingen op het gebied van buitensport; dit moet eerlijker worden. Door slimme keuzes te maken bij de sporten waarvoor de bestedingen hoog zijn, kan er voor de sporten waarvoor nu weinig middelen beschikbaar zijn meer ruimte ontstaan.
We doen aanvragen bij de fondsen die vanuit het Rijk beschikbaar zijn.
We zoeken ruimte binnen bestaande budgetten.
Bij het bepalen van de haalbaarheid en de betaalbaarheid van de uitvoering van de accommodatieplannen kan het beschikbare budget doorslaggevend zijn. Echter, het werken aan toekomstbestendige gebouwen en terreinen kan niet budgetneutraal worden uitgevoerd. De kosten gaan immers voor de baten uit.
Dit omgevingsprogramma is een dynamisch document dat op basis van ontwikkelingen en nieuwe inzichten, of door het actualiseren van beheerplannen, steeds wordt aangepast. Jaarlijks stellen we een voortgangsrapportage op. Volgens afspraak wordt de voortgang met de raad gedeeld. In de voortgangsrapportage monitoren we het beleid en belichten we de stand van zaken over de uitvoering ervan. Daarnaast wordt de raad ook via actieve informatie geïnformeerd over de accommodatieplannen, dit gebeurt altijd vóór de uitvoering.
/join/id/regdata/gm1949/2026/gebiedsaanwijzing_73b40f8c4aa9470083b82fda426bd578/nld@2026‑07‑06;1
/join/id/regdata/gm1949/2026/gebiedsaanwijzing_2c333ceb38184753b4293522db43dd35/nld@2026‑07‑06;1
/join/id/regdata/gm1949/2026/gebiedsaanwijzing_0e9d130829d24aba8006d1fe71ed7307/nld@2026‑07‑06;1
/join/id/regdata/gm1949/2026/gebiedsaanwijzing_58602efe31ff4ba6ba57ef3301e46ddd/nld@2026‑07‑06;1
/join/id/regdata/gm1949/2026/gebiedsaanwijzing_bad38af2276f45a5ae3c7c73f90285d9/nld@2026‑07‑06;1
/join/id/regdata/gm1949/2026/gebiedsaanwijzing_32e471a52cd94e509596f205d07640bf/nld@2026‑07‑06;1
/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage2_Beslisboom/nld@2026‑07‑06;1
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-323138.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.