Vierde Wijziging van de Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2022

Het college van de gemeente Lansingerland;

 

gelezen het voorstel (BW2600146) van team Strategie en Samenleving en team Beleidsadvies Samenleving, domein Samenleving;

 

gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Lansingerland van 3 juni 2026;

 

gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 31, tweede lid, onderdeel s, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, en 44, vijfde lid, van de Participatiewet en de artikelen 15a, eerste lid, artikel 16a, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

 

overwegende dat het vanwege wetswijzigingen wenselijk is de Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2022 te wijzigen;

 

besluit:

ARTIKEL I  

De Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2022 worden als volgt gewijzigd:

 

Na artikel 7.7.11 worden vier nieuwe artikelen toegevoegd, die luiden:

 

Artikel 7.7.12 Vrijlaten van giften en kostenbesparende bijdragen individuele gevallen

  • 1.

    Bij de beoordeling of giften en kostenbesparende bijdragen in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, lid 2, onderdeel s, van de Participatiewet, beschouwt het college de volgende categorieën giften en kostenbesparende bijdragen in ieder geval als verantwoord:

    • a.

      giften en kostenbesparende bijdragen die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden;

    • b.

      giften en kostenbesparende bijdragen die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;

    • c.

      giften en kostenbesparende bijdragen waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand.

  • 2.

    De gevallen als genoemd in het eerste lid zijn niet limitatief. Op basis van gedegen beargumentering van de belanghebbende, kan het college ook in andere uitzonderlijke gevallen de ontvangst van giften en kostenbesparende bijdragen uit oogpunt van bijstandsverlening als verantwoord beschouwen.

Artikel 7.7.13 Bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn

  • 1.

    Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen als bedoeld in artikel 41, lid 11, van de Participatiewet, wanneer sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden:

    • a.

      de jongere verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015;

    • b.

      de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding:

      • 1°.

        in een inrichting verbleven;

      • 2°.

        opvang gehad als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; of

      • 3°.

        bij een pleegouder of in een gezinshuis verbleven als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de Jeugdwet.

    • c.

      voor de jongere gold uiterlijk binnen een jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel die werd uitgevoerd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2.4, van de Jeugdwet;

    • d.

      de jongere een zorgbehoefte heeft;

    • e.

      de jongere niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen of niet met een woonadres, maar met een briefadres ingeschreven is in de basisregistratie personen;

    • f.

      de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding algemene bijstand ontvangen;

    • g.

      de jongere heeft probleemschulden, of schulden die naar het oordeel van het college probleemschulden kunnen worden, als de zoektermijn wordt toegepast.

  • 2.

    De omstandigheden als genoemd in het eerste lid zijn niet limitatief. Op basis van gedegen beargumentering van de belanghebbende, kan het college ook in andere uitzonderlijke omstandigheden de aanvraag voor algemene bijstand in behandeling nemen nog voordat de zoektermijn is verstreken.

Artikel 7.7.14 Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure

  • 1.

    Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, lid 1, van de Participatiewet, te gebruiken, wanneer:

    • a.

      dit gebruik leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag;

    • b.

      de nieuwe aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het eindigen van de algemene bijstand; en

    • c.

      de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege:

      • 1°.

        werkaanvaarding; of

      • 2°.

        het starten van een opleiding.

  • 2.

    Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat het college bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens:

    • a.

      het hoofdverblijf;

    • b.

      de gezinssituatie; en

    • c.

      het inkomen en het vermogen.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering, bedoeld in artikel 15a, lid 1, van de Ioaw, met dien verstande dat er bij de aanvraag voor een Ioaw-uitkering geen (her)controle plaatsvindt op vermogen.

Artikel 7.7.15 Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht

  • 1.

    Het college kan de bijstand met terugwerkende kracht tot maximaal drie maanden toekennen als sprake is van een situatie van persoonlijke of systeemtechnische aard, bijvoorbeeld:

    • a.

      de belanghebbende heeft zich niet eerder gemeld omdat:

      • 1°.

        hij niet in staat was om bijstand aan te vragen;

      • 2°.

        een aanvraag voor een passende en toereikende voorliggende voorziening is afgewezen, zoals een IOAW-, IOAZ-, Bbz- of WW-uitkering;

      • 3°.

        een eerdere bijstandsaanvraag buiten behandeling is gesteld of afgewezen omdat de aanvrager niet tijdig alle benodigde gegevens aan het college heeft kunnen verstrekken;

      • 4°.

        hij onvoldoende zicht had op de hoogte van zijn inkomen of vermogen, bijvoorbeeld als gevolg van een flexibel arbeidscontract, een echtscheiding, een erfenis of detentie;

      • 5°.

        met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning heeft gekregen.

    • b.

      er omstandigheden zijn die erop wijzen dat het ernstige gevolgen voor de belanghebbende heeft, als de bijstand niet wordt toegekend voorafgaand aan de melding, bijvoorbeeld in de volgende situaties:

      • 1°.

        de belanghebbende heeft probleemschulden;

      • 2°.

        na de melding is executoriaal beslag gelegd op de middelen van belanghebbende of is belanghebbende failliet verklaard;

      • 3°.

        na de melding is de huur van woonruimte opgezegd, de zorgverzekering geroyeerd, of gas, licht of water afgesloten.

  • 2.

    De situaties in het eerste lid zijn niet limitatief. Op basis van gedegen beargumentering van de belanghebbende, kan het college ook in andere uitzonderlijke situaties de bijstand met terugwerkende kracht toekennen.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van een uitkering, bedoeld in artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw.

  • 4.

    Voor de toepassing van dit artikel zijn de artikelen 11 en 13 van de Participatiewet onverkort van toepassing.

ARTIKEL II  

Artikel I treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland tijdens de vergadering op 30 juni 2026.

Mickel Beckers

Gemeentesecretaris

Rik van der Linden

Burgemeester

Naar boven