Erfgoedprogramma gemeente Bergen

Erfgoedprogramma gemeente Bergen

Op 9 juni 2026 stelde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen het Erfgoedprogramma gemeente Bergen vast.

Artikel I

Het college van burgemeester en wethouders besluit het Erfgoedprogramma Gemeente Bergen vast te stellen

zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

[Gereserveerd]

Artikel III

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop dit bekend wordt gemaakt.

-

Bijlage A

Erfgoedprogramma gemeente Bergen

Voorblad

afbeelding binnen de regeling

Erfgoedwaarden in de gemeente Bergen. Bron: gemeente Bergen en Regionaal Archief Alkmaar (onderste archieffoto van de reddingpost in Camperduin)

Voorwoord

Met trots presenteren we het eerste Erfgoedprogramma van de gemeente Bergen. Erfgoed gaat over het eeuwenoude open landschap, de dorpskernen met hun eigen sfeer en historische bebouwing maar ook over de verhalen van vroeger en wat je daar nu nog van ziet. Al die erfgoedwaarden geven onze gemeente karakter en identiteit en maken het een plek waar mensen graag wonen, werken en recreëren. Tegelijkertijd staan we voor actuele uitdagingen zoals de energietransitie en krapte op de huizenmarkt. Dit programma laat zien hoe erfgoed een kans kan zijn en kan helpen bij toekomstbestendige oplossingen.

Het doel is helder: erfgoed beter beschermen, bij ontwikkelingen respectvol omgaan met (erfgoed)waarden en erfgoed meer beleefbaar maken. Dat doen we praktisch en doelgericht, met duidelijke kaders en in een doorlopende beleidscyclus. Inwoners jong en oud, het erfgoednetwerk, vrijwilligers en lokale partners hebben meegedacht over de inhoud van het Erfgoedprogramma en zullen ook een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van het erfgoedbeleid.

Het Erfgoedprogramma is een uitwerking van onze omgevingsvisie en vervangt de beleidsnota Cultuurhistorie uit 2009. Het programma omschrijft wat we onder erfgoed verstaan, hoe we waarden samen bepalen, hoe we die waarden beschermen en meenemen bij ontwikkelingen.

Wat is nieuw in het Erfgoedprogramma

  • we versterken het erfgoednetwerk, gericht op meer samenwerken met vrijwilligers en op kennisdelen;

  • we gaan – naast gemeentelijke monumenten - karakteristieke bouwwerken en karakteristieke gebieden beschermen;

  • naast materieel erfgoed hebben we aandacht voor immaterieel erfgoed, zoals verhalen en tradities;

  • we zetten erfgoedwaarden op een toegankelijke Erfgoedkaart

  • onze erfgoedadviseurs zijn gemakkelijk te bereiken via ons nieuwe, laagdrempelige Monumentenloket;

  • we bieden subsidies voor karakteristieke bouwwerken en ‘beleefsubsidie’ voor lokale publieksactiviteiten;

  • we koppelen erfgoed aan grote opgaven zoals circulaire landbouw, woningbouw, natuurontwikkeling, energietransitie en andere maatschappelijke thema’s.

Tot slot

Gemeente Bergen is met recht een erfgoedgemeente te noemen. Karaktervolle dorpskernen, een buitengebied dat eeuwen geleden door mensen is ingericht en nauwelijks is veranderd, waardevolle archeologische vindplaatsen, een kasteelruïne en een abdij, stolpboerderijen, een zeedorpenlandschap, kunstenaarshuizen, historische pensions en de verhalen van mensen toen en nu. Al dat erfgoed wordt in onze gemeente breed gewaardeerd, zowel door inwoners als door de vele recreanten die op bezoek komen. Je zou kunnen zeggen dat het erfgoed van de gemeente Bergen een levendig en kleurrijk palet is dat verleden en heden verbindt.

afbeelding binnen de regeling

Infographic

afbeelding binnen de regeling

1 Algemeen

1.1 Inleiding

Dit Erfgoedprogramma is het nieuwe erfgoedbeleid van de gemeente Bergen. Centraal staat de vraag ‘hoe kunnen we het erfgoed in de gemeente (beter) beschermen, ontwikkelen en beleven?’. Dit eerste hoofdstuk beschrijft de aanleiding voor dit nieuwe beleid, wat we verstaan onder erfgoed en wat we moeten en kunnen doen met de thema’s: erfgoed beschermen, ontwikkelen en beleven.

Het Erfgoedprogramma vervangt de Cultuurhistorische nota uit 2009. Het nieuwe beleid is niet totaal anders, het is gefundeerd op het oude beleid en aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen, maar ook de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. In 2022 is dit beleid geëvalueerd (zie bijlage 1). Uit de evaluatie bleek de noodzaak voor nieuw beleid wat geleid heeft tot dit Erfgoedprogramma.

Wat verstaan we onder erfgoed?

‘(Cultureel) erfgoed’ omvat volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) monumenten, archeologische vondsten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en roerend en immaterieel erfgoed dat aan specifieke locaties is verbonden. In onze gemeente is van die erfgoedcategorieën veel terug te vinden. We gebruiken daarom dezelfde definitie. In de gemeente Bergen kan je denken aan beschermde monumenten, maar ook ander erfgoed dat meestal niet beschermd is, zoals de historische bus met de naam ‘de Stofzuiger’, herdenkingserfgoed, (gevel)kunst, begraafplaatsen, de Zomerbraderie, klederdracht, de scheepsmaquettes in de Prins Hendrik Stichting en de museumstukken in het Museum van Egmond. Al deze objecten, structuren en plekken vertellen verhalen en laten zien hoe eerdere bewoners hier leefden. Veel verhalen worden verteld door enthousiaste vrijwilligers die op hun manier de geschiedenis en identiteit doorgeven.

afbeelding binnen de regeling

1.2 Leeswijzer

  • a.

    In het eerste hoofdstuk staat de aanleiding van dit Erfgoedprogramma en wat een omgevingsprogramma precies is. Maar ook een omschrijving van wat in de gemeente Bergen onder erfgoed wordt verstaan.

  • b.

    In hoofdstuk 2 is beschreven welke visie de gemeente heeft ten aanzien van erfgoed, welke keuzes daarin worden gemaakt en hoe deze visie tot uitgangspunten en concrete maatregelen leidt.

  • c.

    In hoofdstuk 3 komt participatie en samenwerking aan bod. Voor dit programma is een aantal mensen en groepen gesproken die hun wensen uitten over erfgoed. Specifiek haalden we waardevolle plekken op waar herinneringen en verhalen liggen. Ook intern is opgehaald welke raakvlakken er zijn met andere beleidsterreinen zoals toerisme, wonen en landschap.

  • d.

    Hoofdstuk 4 geeft weer hoe de gemeente de komende tijd de ambities uit dit Erfgoedprogramma gaat concretiseren in haalbare acties. En welke capaciteit en middelen nodig zijn voor de uitvoering daarvan.

5. Bijlagen

  • Ambtelijke evaluatie: Notitie analyse t.b.v. update Erfgoedbeleid (2022)

  • Beleid van andere overheden en van andere taakvelden binnen de gemeente benoemd

  • Participatieverslag

afbeelding binnen de regeling

1.3 Aanleiding en opgave

Dit programma gaat verder waar de Omgevingsvisie Gemeente Bergen ophoudt en is gericht op uitvoering van concrete acties. De gemeenteraad heeft op 16 oktober 2025 een uitgangspuntennotitie vastgesteld, waarin de belangrijkste keuzes voor erfgoed zijn verwoord.[1] De zes uitgangspunten vormen samen met wettelijke taken, de Omgevingsvisie Gemeente Bergen en de uitkomsten van participatie de basis voor dit Erfgoedprogramma.

[1] De uitgangspuntennotitie die de raad heeft vastgesteld staat hier: https://bergen-nh.raadsinformatie.nl/document/15951238/2/bij+1+Uitgangspuntennotitie+Erfgoedprogramma+Bergen?connection_type=16&connection_id=1081169

1.4 Erfgoedwet en Omgevingswet

Twee wetten van de rijksoverheid zijn bepalend voor gemeentelijk erfgoedbeleid: de Omgevingswet en de Erfgoedwet. Voor gemeenten is de Erfgoedwet vooral van belang voor hetduidenvan roerend en onroerend erfgoed en geeft de mogelijkheid om gemeentelijk erfgoed aan te wijzen. De Omgevingswet regelt deomgangmet onroerend cultureel erfgoed, zoals bij vergunningaanvragen en het aanwijzen van monumenten en dorpsgezichten (zie afbeelding).

Gemeenten moeten erfgoed opnemen in het omgevingsplan. Hiervoor moet een gemeente een inventarisatie en analyse maken van bestaand én verwacht cultureel erfgoed en een toereikend beschermingsregime vaststellen.[2] Veel gemeenten maken daarom een erfgoedkaart met bekende en te verwachten waarden.

[2] Zie: Artikel 5.130 lid 1 Bkl wetten.nl - Regeling - Besluit kwaliteit leefomgeving - BWBR0041313).

1.5 De rol van het omgevingsprogramma

Onder de Omgevingswet maken we als gemeente Bergen omgevingsprogramma’s en deelprogramma’s. Deze slaan een brug tussen de omgevingsvisie (waarin de meer abstracte ambities zijn verwoord) en het omgevingsplan (de juridisch-planologische borging van de ambities). Een programma is een digitaal beleidsdocument om ontwikkeling, gebruik, beheer en behoud van de fysieke leefomgeving uit te werken. De omgevingsvisie en het omgevingsplan worden door de raad vastgesteld, het omgevingsprogramma door het college. De juridische regels -waaronder vergunningplichten- worden vastgelegd in het omgevingsplan of beleidsregels (beide vastgesteld door de raad, zie afbeelding).

afbeelding binnen de regeling

1.6 Wat houdt dit Erfgoedprogramma in

Dit Erfgoedprogramma geeft niet alleen richting aan hoe we omgaan met erfgoed, maar zorgt ervoor dat we concreet aan de slag kunnen om de beleidsdoelen te bereiken. Dit beleid is integraal tot stand gekomen; in samenwerking met andere vakdisciplines en domeinen binnen de gemeente.

In dit Erfgoedprogramma krijgen alle soorten erfgoed een plek, zowel onroerend erfgoed (bouwwerken, archeologie, landschap) als roerend erfgoed (verhalen en tradities, ook wel ‘immaterieel erfgoed’). Het programma is niet uitputtend, het wordt waar en wanneer nodig aangepast en aangevuld, zie ook monitoring en evaluatie. Sommige thema’s diepen we uit in deelprogramma’s. De samenhang tussen de deelprogramma’s wordt bewaakt in het Erfgoedprogramma:

Deelprogramma Karakteristieke bouwwerken (incl. stolpen) – vastgesteld in 2025

Deelprogramma Archeologie

  • Het huidige archeologiebeleid van de gemeente Bergen dateert uit 2013. In 2026 starten we met het maken van een Deelprogramma Archeologie waarin we vastleggen hoe we archeologie willen beschermen, benutten en beleven.

  • We stellen ook de Archeologische Verwachtingskaart vast. Onder de Omgevingswet is het verplicht te onderbouwen waarom ergens archeologische resten worden verwacht. De Verwachtingskaart wordt vervolgens in het Deelprogramma Archeologie gebruikt als basis voor een Archeologische Beleidskaart. De beleidskaart geeft weer wanneer een initiatiefnemer van ‘bodemroering’ rekening moet houden met archeologie.

Deelprogramma Erfgoed en Klimaat

  • Over erfgoed en klimaat maken we een deelprogramma. We bepalen dan hoe de gemeente omgaat met erfgoed in de energietransitie/ energieplanologie. Het klimaatbeleid grijpt in in de fysieke leefomgeving (bodem, landschap, gebouwen, straten, stedelijk weefsel) en de (omgevings)kwaliteit.

  • Erfgoed en de circulaire economie lijken op het eerste gezicht verschillende domeinen, maar ze delen een gemeenschappelijke kern:waardebehoud en hergebruik. We vinden herbestemming van gebouwen belangrijk. Dit bespaart grondstoffen, vermindert afval en behoudt de architecturale en cultuurhistorische waarde van het gebouw. Daarnaast wordt in de monumentenzorg bij restauraties gekozen voor het behouden en herstellen van originele materialen.

1.7 Onze kijk op erfgoed

Erfgoed is sterk in ontwikkeling. Gemeenten krijgen steeds meer verantwoordelijkheden, vooral door de Omgevingswet. In de omgevingsvisie van onze gemeente ligt de nadruk op het vinden van de balans tussen ontwikkelen en beschermen. Erfgoed wordt vanaf het begin meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, door samen te werken met andere vakdisciplines en domeinen binnen de gemeente.

Erfgoed heeft ook een economische, toeristische en maatschappelijke waarde. We vinden het belangrijk dat erfgoed door iedereen beleefd kan worden. Erfgoed verrijkt en verbindt. Daarom stimuleren we inwoners, dorpsraden, ondernemers, ontwikkelaars en het erfgoednetwerk ook aan de slag te gaan.

Het nieuwe beleid kan worden samengevat in drie kerntaken die elkaar beïnvloeden en versterken. In willekeurige volgorde zijn dat:

Pijler 1 Beschermen is de zorg voor erfgoed (bijvoorbeeld door gebouwen aan te wijzen als monument) en een goede erfgoedadvisering bij projecten, plannen, vergunningverlening en initiatieven.

Pijler 2 Ontwikkelen gaat over het benutten en betrekken van erfgoed van begin tot einde bij ontwikkelingsprocessen, zoals gebiedsontwikkeling en nieuwbouw.

Pijler 3 Beleven is gericht op participatie en het vergroten van de toegankelijkheid tot en waardering voor erfgoed, bijvoorbeeld voor recreatie, educatie en sociaal-maatschappelijke projecten gericht op verbinding en inclusie.

afbeelding binnen de regeling

2 Uitwerking van het beleid

2.1 Visie

Wat willen we als gemeente met erfgoed? Dit hoofdstuk beschrijft de keuzes die de gemeente maakt voor erfgoed en wat de gevolgen zijn voor inwoners en de gemeente zelf. We doen dat met onze visie als uitgangspunt en aan de hand van drie pijlers die samen een driehoek vormen.

Als erfgoedrijke gemeente beschermen en ontwikkelen wij ons erfgoed – van monumenten en archeologie tot landschap en verhalen – als basis voor identiteit, leefkwaliteit, recreatie en duurzame ontwikkeling. Samen met inwoners, eigenaren, ondernemers en partners maken wij dit erfgoed zichtbaar, beleefbaar en toekomstbestendig, door het stevig te verankeren in ons ruimtelijk en sociaal beleid en te investeren in kennis, samenwerking en draagvlak.

Het erfgoedbeleid en de uitvoering gebaseerd op de drie pijlers Beschermen, Ontwikkelen en Beleven dragen bij aan de visie.

In dit hoofdstuk werken we de keuzes per pijler uit. Om te komen tot deze keuzes is uitgegaan van een aantal kaders:

  • Wettelijke taken

  • Omgevingsvisie Gemeente Bergen (2023)

  • Bestaand erfgoedbeleid (2009) en de evaluatie daarvan (2022)

  • Beleid van andere beleidsvelden zoals de Nota Omgevingskwaliteit, strandbeleid, cultuurbeleid, Recreatie en Toerisme

  • Oude bestemmingsplannen

  • Structuurvisie Landelijk Gebied met kernwaarden

  • De pilot over karakteristieke bouwwerken in Egmond aan Zee en het Van Reenenpark Bergen

  • Oude inventarisaties van erfgoed in de gemeente

  • Handreikingen, richtlijnen en inspiratiedocumenten van Provincie en Rijk zoals voor stolpenbeleid, groen erfgoed

  • Europese verdragen zoals het Verdrag van Faro (verdrag dat de maatschappelijke kant van erfgoed benadrukt: ‘erfgoed is van iedereen’) en het Verdrag van Granada (verdrag inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, afgesloten in 1985, dat landen verplicht om het architectonisch erfgoed te beschermen als een hoofddoel binnen ruimtelijke ordening en stedenbouw)

afbeelding binnen de regeling

2.2 Wat gaan we doen om erfgoed te beschermen

2.2.0 Introductie

Om de identiteit van de kernen en het landschap een toekomst te geven, gaan we erfgoedwaarden beter beschermen. We breiden de mogelijkheden voor bescherming uit. Op dit moment telt het erfgoedregister 246 (voornamelijk gebouwde) monumenten, waaronder 83 gemeentelijke monumenten. Ook zijn er archeologische monumenten en terreinen en drie door het rijk beschermde dorpsgezichten. De komende jaren wijzen we monumenten en voor het eerst ook karakteristieke bouwwerken (waaronder stolpen en gebouwen die voortkomen uit de pilot in het Van Reenenpark Bergen en in Egmond aan Zee) en karakteristieke gebieden aan, zoals landschappelijke elementen. Ook voor kerkgebouwen waar leegstand dreigt is aandacht. We zorgen voor korte lijnen met de eigenaren van het erfgoed bij het beschermen en ontwikkelen ervan.

Hoe inventariseren en beschermen we gebouwd erfgoed en landschappelijke structuren de komende jaren? Hier volgen de acties themagewijs, in hoofdstuk 4 staat de uitvoering van de acties uitgezet in de tijd.

afbeelding binnen de regeling
2.2.1 We inventariseren waarden en zetten die op de Erfgoedkaart

Uitgangspunt 1. De basis op orde: erfgoed op de kaart. Ambitie: we maken (met behulp van participatief waarderen) een Erfgoedkaart.[3]

Gemeenten moeten zowel beschermd als niet-beschermd erfgoed in kaart brengen, analyseren en een passend beschermingsregime in het omgevingsplan opnemen. Wij doen dit door een Erfgoedkaart te maken die het gehele grondgebied en alle tijdlagen – van prehistorie tot heden – weergeeft.

Het maken van zo’n uitgebreide kaart is een intensief, meerjarig project dat we samen uitvoeren met het erfgoednetwerk, inwoners en andere belanghebbenden. We verrijken bestaande data (bijv. de verouderde waardenkaart uit de Cultuurhistorische Atlas Bergen Lusthof 2005 en de waarden uit de Structuurvisie uit 2010) met nieuwe locaties, verhalen en participatieve waarderingen (zie ook bijlage 3 participatieverslag). De Erfgoedkaart heeft een belangrijke functie bij het ontwikkelen met respect voor deze waarden. We onderzoeken hoe de gemeente en de adviescommissies plannen kunnen toetsen aan de Erfgoedkaart.Ook is de kaart te gebruiken als inspiratiebron, voor themaverhalen voor toerisme en recreatie, voor cultuur en educatie.

Een aantal thema’s is nieuw en vraagt om onderzoek, zoals gebouwd erfgoed uit de periodes 1945-1965 en 1965-1990, maar ook militair erfgoed (sporen van de korte oorlog van 1799 en de Tweede Wereldoorlog). De restanten zoals graven van soldaten, bunkers, vliegveld- en radarcomplexen, tankgrachten en -muren leggen we ook vast op de Erfgoedkaart. In de toekomst onderzoeken we of waardevolle onderdelen in aanmerking komen voor een beschermingsstatus (monument, karakteristiek bouwwerk/ gebied). Met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de kustprovincies en terreinbeheerders werken we aan een afwegingskader voor de omgang met resten van de Atlantikwall uit de Tweede Wereldoorlog, voor eigenaren, beheerders en initiatiefnemers van kust- en ontwikkelingsprojecten.

[3] De uitgangspuntennotitie die de raad heeft vastgesteld: https://bergen-nh.raadsinformatie.nl/document/15951238/2/bij+1+Uitgangspuntennotitie+Erfgoedprogramma+Bergen?connection_type=16&connection_id=1081169

2.2.2 We wijzen meer gebouwd erfgoed aan als monument of karakteristiek bouwwerk

Uitgangspunt 2. Gebouwd erfgoed beter beschermen. Ambitie: we ontmoedigen sloop van waardevolle gebouwen

We gaan de komende jaren aan de slag met het beter beschermen van gebouwd erfgoed. Zo willen we voorkomen dat nieuwbouw waardevolle gebouwen verdringt. We doen dat door karakteristieke bouwwerken en monumenten aan te wijzen via een zorgvuldige methodiek. We maken duidelijk welke erfgoedwaarden hiervoor in aanmerking komen, welke planregels erbij horen en hoe we vergunningaanvragen toetsen.

De gemeente heeft momenteel 83 gemeentelijke monumenten (woningen, boerderijen, kerken, maar ook de dorpspomp van Egmond aan Zee). Sinds 2007 is er een achterstand ontstaan; veel unieke panden ontbreken op de monumentenlijst. Deze achterstand willen we inhalen door bouwwerken aan te wijzen als monument of als karakteristiek bouwwerk.[4]

De beschermvorm monument is vertrouwd. Daarbij is aandacht voor het exterieur én interieur van het gebouw en ook voor de ouderdom van het materiaal zelf. De status ‘karakteristieke bouwwerk’ is nieuw voor de gemeente, gericht op de uitstraling van het gebouw.

Om te komen tot succesvol aanwijsbeleid wordt een aantal maatregelen genomen, zoals aanpassing van de Verordening Fysieke Leefomgeving en het inrichten van een monumentenloket en subsidieregeling. Ook is het Deelprogramma Karakteristieke Bouwwerken gemaakt. [5] Karakteristieke gebouwen krijgen een lichtere bescherming dan monumenten; het gaat vooral om de waarde die deze bouwwerken hebben voor het straatbeeld. We hebben de methodiek van inventariseren getest in een pilot in Egmond aan Zee en het Van Reenenpark in Bergen.Met een nog te maken afwegingskader bepalen we of een waardevol pand al dan niet de status van monument of karakteristiek bouwwerk krijgt.[6]

[4] De stand eind 2025: de gemeente heeft 132 rijksmonumenten, 29 provinciale monumenten en 83 gemeentelijke monumenten.

[5] Het Deelprogramma staat hier: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-262692.html en hier in het DSO: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/documenten/_akn_nl_act_gm0373_2026_2_6/overzicht?regelsandere=regels

[6] Er zijn meer opties waar de gemeente voorlopig niet voor kiest, zoals ‘gemeentelijk beschermd dorpsgezicht’ en ‘cultuurlandschap’. De vorm beeldbepalend pand is hetzelfde als karakteristiek bouwwerk (zie Deelprogramma Karakteristieke bouwwerken inclusief stolpen).

2.2.3 We maken een sloopregeling voor waardevolle bouwwerken

Uitgangspunt 2. Gebouwd erfgoed beter beschermen. Ambitie: we ontmoedigen sloop van waardevolle gebouwen

De gemeente onderzoekt of ruim 700 bouwwerken in aanmerking komen voor bescherming. Om te voorkomen dat deze bouwwerken tijdens het onderzoek ongezien gesloopt worden zonder erfgoedafweging, wordt het zogenoemde TAMIMRO-Omgevingsplan Cultuurhistorie Bergen voorgelegd aan te raad om te worden vastgesteld. Dat TAMIMRO-Omgevingsplan is een tijdelijke regeling.

De geselecteerde 715 gebouwen liggen bijna allemaal in tien focusgebieden. Dat zijn historische buurten en wijken die waardevol zijn en waar de panden bijdragen aan het karakteristieke straatbeeld. Een aantal gebouwen ligt buiten die gebieden, dat zijn waardevolle stolpen. De regeling houdt sloop niet altijd tegen, maar biedt de mogelijkheid nog onderzoek te doen naar erfgoedwaarden.

Bij sloop of dreigende sloop kan de gemeente (met spoed) een pand onderzoeken. De kosten voor een cultuurhistorisch onderzoek zijn dan voor de gemeente. De regeling geldt totdat alle gebouwen zijn onderzocht en al dan niet een beschermde status hebben gekregen. We willen de aanwijzing binnen 10 jaar afronden. Tegelijk starten we quickscans voor de gebouwen om de waarde te bepalen. Eigenaren worden bij het aanwijstraject betrokken.

De beschermvorm karakteristieke bouwwerken is lichter dan die van monumenten (zie ook paragraaf 2.2.2). Deze lichte vorm is in het leven geroepen om waardevolle panden te beschermen met beperkte regeldruk, zodat ontwikkelingen eenvoudiger zijn. Beschermd zijn alleen de karakteristieke delen van een gebouw, meestal de straatzijde en soms ook de zijkanten, die omschreven zijn in een redengevende omschrijving.

Het uitgangspunt is dat wat vergunningsvrij is voor niet-monumenten ook vergunningsvrij is voor deze beschermvorm, met uitzondering van wat in de redengevende omschrijving wordt genoemd (zoals vorm, maatvoering, materiaal en detaillering). Voor stolpen geldt dat ook de karakteristieke piramidevorm en de vierkantconstructie waardevol is.

2.2.4 We richten een proactief Monumentenloket op

Uitgangspunt 4. (Potentiële) eigenaren van erfgoed. Ambitie: eigenaren van (potentiële) monumenten en karakteristieke bouwwerken worden geïnformeerd en betrokken via een proactief Monumentenloket

We richten een goed vindbaar, proactief Monumentenloket op dat eigenaren ontzorgt, met persoonlijk contact en heldere voorlichting. We onderzoeken de mogelijkheid de subsidieverordening voor monumenten uit te breiden voor karakteristieke bouwwerken.

Het Monumentenloket wordt bemenst door erfgoedadviseurs van de gemeente. Op locatie of op het gemeentehuis kunnen eigenaren van monumenten en karakteristieke bouwwerken terecht met vragen, zodat zij op de hoogte zijn van de rechten en plichten, maar ook van actuele informatie en tips ten aanzien van behoud van het monument. Dit soort kennis draagt bij aan bewustwording en behoud van erfgoed. Het gaat niet om vooroverleg of over concrete plannen waar een vergunning voor nodig is. In die gevallen kunnen mensen terecht bij het Omgevingsloket (DSO) en het Infocluster omgevingsvergunningen.

We betrekken eigenaren bij aanwijzingen

Eigenaren van potentiële monumenten en karakteristieke bouwwerken worden vanaf het begin van het aanwijzingstraject betrokken. De gemeente maakt zorgvuldige afwegingen bij aanwijzingen en kan ten uiterste ook aanwijzen als een eigenaar na betrokkenheid niet instemt. Om nieuwe monumenteneigenaren goed voor te bereiden en te informeren bieden we via het loket waar mogelijk ondersteuning en faciliteiten. Ook actualiseren en verruimen we de subsidieverordening voor onderhoud van monumenten en karakteristieke bouwwerken. Iemand die een omgevingsvergunning moet aanvragen voor werkzaamheden, betaalt geen leges voor het onderdeel ‘wijzigen monument’.

We ondersteunen kerkeigenaren

Uitgangspunt 5. Visie op kerkgebouwen. Ambitie: we stimuleren het behoud van de maatschappelijke functie van kerken en ondersteunen kerkeigenaren bij functieverandering of nevenbestemming waar mogelijk.

Veel kerkbesturen in Bergen zien hun kerkgemeenschap krimpen, zoals bleek uit het kerkenvisietraject. Onderhoud van de kerkgebouwen wordt voor de besturen en vrijwilligers steeds moeilijker.Kerken dragen voor een belangrijk deel bij aan de identiteit van de dorpskernen en ook niet-kerkelijke inwoners hechten er waarde aan. We ondersteunen kerkeigenaren via het Monumentenloket, ook bij dreigende leegstand van de niet-beschermde kerkgebouwen.

De verantwoordelijkheid voor kerkgebouwen ligt bij de kerkbesturen; de gemeente bezit alleen enkele oude kerktorens. Wel wil de gemeente kerkeigenaren ondersteunen als zij zoeken naar nieuwe toekomstperspectieven.Kerkbesturen kunnen bij het Monumentenloket terecht voor vragen over verduurzaming, wet- en regelgeving en erfgoedbeheer. We verwijzen door naar collega’s van ruimtelijke ordening, sociaal domein en andere gemeentelijke expertise. Ook bieden we hulp bij aanvraagprocedures en bij het vinden van aanvullende of nieuwe bestemmingen die kerkgebouwen een duurzame toekomst geven.

Kerkeigenaren van kerkgebouwen die gemeentelijk monument zijn, kunnen subsidie aanvragen voor onderhoud. We stimuleren het behoud van de maatschappelijke functie van kerken en begeleiden bij functiewijzigingen, waarbij samenwerking met gebiedsregisseurs en het sociaal domein essentieel is. Kerkbesturen verbinden we via het regionale en landelijke netwerk (via Rijksprogramma Toekomst Religieus Erfgoed) en het erfgoednetwerk. We zien contact onderhouden als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de kerkbesturen en de gemeente.

2.2.5 We beschermen karakteristieke gebieden

Uitgangspunt 3. Behoud van kernkwaliteiten bij ontwikkelingen. Ambitie: behoud, bescherming en versterking van erfgoed zijn randvoorwaarden om nieuwe initiatieven toe te staan

De Omgevingsvisie Gemeente Bergen zegt: we beschermen ensembles, zoals de omgeving van een monument, landschapselementen en historische structuren via het omgevingsplan. Dat doen we door belangrijke delen van het landschap in het omgevingsplan op te nemen als karakteristiek gebied. De gemeente Bergen heeft een uitzonderlijk cultuurlandschap dat door velen wordt gewaardeerd en gekoesterd. Voorbeelden zijn de meest waardevolle doorkijkjes vanuit de kernen naar het buitengebied, het Parnassiapark met de lanenstructuur en het zeedorpenlandschap bij Egmond aan Zee. Hier hebben veel Derpers een ‘lankie’, een moestuin met een lange geschiedenis.

Vanaf 2012 moeten gemeenten cultuurlandschappelijke waarden in het ruimtelijke beleid opnemen. In enkele bestemmingsplannen is dat gebeurd, maar niet structureel. Bovendien ontbreekt een werkbaar toetsingskader. Het is dus tijd voor een inhaalslag. Dat gaan we doen door waarden te beschermen via het omgevingsplan. Zo willen we de unieke kenmerken en afleesbare ontstaansgeschiedenis van het landschap behouden. [7] Ook minder concrete waarden zoals openheid, doorkijkjes, zichtlijnen, silhouetten en de kernkwaliteiten van het landschap horen daarbij.[8] Om de meest waardevolle landschapselementen te beschermen, kiezen we voor de nieuwe beschermvorm ‘karakteristiek gebied’ in het omgevingsplan.

Bij de inventarisatie en waardering betrekken we organisaties die zich bezig houden met (de zorg voor) het cultuurlandschap, zoals erfgoedorganisaties, terreinbeheerders en –eigenaren en inwonersgroepen. Uit participatiegesprekken kwam een groot aantal te behouden landschappelijke structuren naar voren (zie bijlage 3 Participatieverslag). We onderzoeken of de status ‘karakteristiek gebied’ hierbij past, zoals zichtlijnen en doorkijkjes naar het buitengebied en de open polders, duinrellen, het polderlandschap met sloten, dijken, molens, Zeedorpenlandschap bij Egmond aan Zee, en de blekerij bij de Weg naar de Bleek in Egmond.

afbeelding binnen de regeling

[7] Voor het landelijk gebied wordt een Programma Landelijk gebied gemaakt. Onder het programma zijn deelprogramma’s over circulaire landbouw, biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. We werken hierin samen vanwege de grote overlapping van erfgoed en het landschap.

[8] BPL staat voor Bijzonder Provinciaal Landschap. De provincie heeft het begrip gewijzigd in Beschermd Landschap.

2.3 Hoe ontwikkelen we met respect voor erfgoed

2.3.0 Introductie

Veel landelijke trends beïnvloeden het erfgoed en de leefomgeving ook in onze gemeente – soms positief, soms negatief. Terwijl de druk op ruimte voor wonen, natuur en economie toeneemt, vormt erfgoed juist een kans: door aan te sluiten bij bestaande waarden dragen ontwikkelingen bij aan de kwaliteit en identiteit van de plek. Voor de gemeente Bergen is erfgoed ook van belang als economische factor, zoals voor toerisme en het vestigingsklimaat. Veel mensen willen dat het karakter van hun dorp of het landschap niet verdwijnt. Erfgoed biedt daar handvatten voor. Duidelijke regels, gebiedsbeschrijvingen en nauwe samenwerking met initiatiefnemers maken ontwikkelen met waarden kansrijk.

afbeelding binnen de regeling
2.3.1 Initiatieven toetsen we op de impact op erfgoed

Uitgangspunt 3. Behoud van kernkwaliteiten bij ontwikkelingen. Ambitie: behoud, bescherming en versterking van erfgoed zijn randvoorwaarden om nieuwe initiatieven toe te staan.[9]

We zien erfgoed niet als belemmering, maar als krachtbron om kwaliteit en eigenheid van een plan te versterken. Erfgoed wordt vaak benut om draagvlak te creëren voor nieuwe ontwikkelingen, omdat mensen zich verbonden voelen met de geschiedenis van hun omgeving. Erfgoed bestaat uit fysieke kenmerken (bijvoorbeeld gebouwen, cultuurlandschappen en archeologie) én uit verhalen over het verleden. Verhalen geven betekenis aan de stenen, landschappen en scherven. Erfgoed maakt een gebied aantrekkelijk en herkenbaar.

  • Ontwikkelingen waarbij erfgoedwaarden van het begin tot en met realisatie mee zijn genomen passen beter bij de identiteit van het gebied. Een voorbeeld is het gebruiken van oude duinrellen om water beter te beheersen. Bij het inrichten van een nieuw woonerf kan erfgoed - ook immaterieel erfgoed zoals tradities en verhalen - het stedenbouwkundig ontwerp beter maken. Het dient als ontwerpkader en wordt meegenomen in vergunningsprocedures en bij de uitvoering van een ontwikkeling. We zorgen dat erfgoed altijd een aandachtspunt is bij het toetsen van initiatieven, zowel bij de omgevingstafels als bij de (onafhankelijke) adviescommissies.

  • We zien de Erfgoedkaart als basis voor (het beoordelen van) ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ingrepen wordt niet alleen onderzocht welke archeologische, maar ook welke andere cultuurhistorische waarden in het geding zijn.

Wat betekent dat concreet?

  • We toetsen plannen op basis van bekende waarden zoals die in de Omgevingsvisie Gemeente Bergen staan (‘de kernwaarden per gebied’) en op de Erfgoedkaart. Behoud, bescherming en versterking van erfgoed zijn randvoorwaarden om nieuwe initiatieven toe te staan. Ontwikkelingen moeten aantoonbaar passen bij de historische, landschappelijke en culturele identiteit. Het gaat daarbij om zichtbare en onzichtbare erfgoedwaarden, die terug te vinden zijn op de Erfgoedkaart. We ondersteunen initiatieven die deze waarden behouden of versterken. In bepaalde gevallen stellen we specialistisch onderzoek aan gebouwen verplicht, zoals bouwhistorisch, dendrochronologisch en kleuronderzoek. Voor dit onderzoek kan subsidie worden aangevraagd.

  • We onderzoeken hoe we met erfgoed kunnen bijdragen aan inclusiviteit en toegankelijkheid. We denken dan aan toegankelijke gebouwen en informatievoorzieningen over erfgoed voor doven en slechtzienden. En we maken erfgoedlocaties (gebouwen, evenementen en opgravingen) die te bezoeken zijn tijdens Open Monumentendag of de Nationale Archeologiedagen zoveel mogelijk rolstoelvriendelijk. De Omgevingsvisie Gemeente Bergen schrijft daarover: ‘We behandelen mensen gelijk en geven iedereen gelijke kansen. Voor onze fysieke omgeving betekent dat bijvoorbeeld dat plekken goed toegankelijk zijn zodat je er met een rolstoel, rollator of kinderwagen kunt komen. Dat geldt voor de openbare ruimte maar ook voor openbare gebouwen, woningen of vakantiehuizen.’

  • We zorgen voor duidelijke regels in het omgevingsplan voor molens en de molenbiotopen.

Nieuwe initiatieven en erfgoed

  • Als een verzoek binnenkomt kijken we of het verzoek:

    • past of kan passen binnen geldende wet- en regelgeving

    • Voldoet aan onze 6 kernprincipes (manieren van werken) uit de omgevingsvisie.[10] Als we keuzes maken en als we plannen maken passen we de kernprincipes toe. Door toepassing van de kernprincipes vertalen we de intenties van de Omgevingswet naar onze gemeente en reageren we op trends en ontwikkelingen zoals de bovenmatige druk op de ruimte.

    • We werken vanuit “ja, mits”; een plan is een kans om de identiteit van onze gebieden te versterken en inhoud te geven aan onze speerpunten. Bij een initiatief onderzoeken we vanuit een positieve grondhouding of deze kans verzilverd wordt en of het initiatief kan worden uitgevoerd. Of het plan inspeelt of kan inspelen op de bestaande waarden (hoofdstuk 3 omgevingsvisie, op de Erfgoedkaart en uit de Structuurvisie) en of het kan aansluiten bij de 16 speerpunten uit de Omgevingsvisie Gemeente Bergen (hoofdstuk 4). Voor Leefbare kernen zijn de speerpunten bijvoorbeeld:

      - we ontwikkelen met respect voor onze waarden;

      - de cultuurhistorie en de identiteit van onze kernen;

      - onze kernen zijn vitaal en aantrekkelijk, met goede basisvoorzieningen;

      - in onze kernen kunnen jong en oud een woning vinden en elkaar ontmoeten;

      - verspreid over onze kernen is een netwerk van maatschappelijke voorzieningen en zorg aanwezig;

      - in onze openbare ruimte komen alle maatschappelijke opgaven samen.

    • Hoe beter een plan aansluit bij waarden en speerpunten, hoe groter de kans van slagen. We bekijken verzoeken vanuit alle invalshoeken die van belang zijn. Dat doen we met elkaar. We maken een integrale gezamenlijke afweging. We gaan na of het plan uitvoerbaar is en voldoende meerwaarde heeft. Of dat het plan met een aanpassing uitvoerbaar of van meerwaarde kan worden gemaakt.

[9] De uitgangspuntennotitie die de raad heeft vastgesteld: https://bergen-nh.raadsinformatie.nl/document/15951238/2/bij+1+Uitgangspuntennotitie+Erfgoedprogramma+Bergen?connection_type=16&connection_id=1081169

[10] Zie Omgevingsvisie Bergen p.47 Bij-1-Ontwerp-omgevingsvisie-Bergen-vs-30112023.pdf

2.3.2 We maken een afwegingskader voor 'Bouwen vanuit het landschap'

De grote woningbehoefte vraagt om slimme locatiekeuzes. De vakgroep Landschap van de gemeente onderzoekt samen met belanghebbenden welke waarden dorpsranden en linten hebben waar nog geen bebouwing is. De provincie staat in gebieden die als Beschermd Landschap zijn aangewezen in bepaalde gevallen maximaal 25 nieuwe woningen per dorpskern of -lint toe.[11] Het is daarbij belangrijk zorgvuldig af te wegen welke (cultuur)landschappelijke waarden aanwezig zijn.

Er komt een gemeentelijk afwegingskader voor woningbouw langs dorpskernen en linten, waarbij erfgoed en landschap de belangrijkste wegingsfactoren zijn.[12] Aansluitend daarop denken we vanuit erfgoed mee over de ambitie uit de omgevingsvisie (p 28): ‘agrarische bedrijven wordt gevraagd de stap te maken naar een duurzame bedrijfsvoering. Als gemeente zorgen we ervoor dat we ondernemers daar de ruimte voor geven binnen de voor het gebied omschreven waarden.( …) Voor stoppende ondernemers voorzien we in mogelijkheden om vrijkomende gebouwen te hergebruiken. En we onderzoeken of we bouwrechten van overtollige niet-karakteristieke schuren ook kunnen verplaatsen. Dit past bij ons streven om het buitengebied zo groen mogelijk te houden en bouwen zoveel mogelijk te concentreren bij kernen.’

[11] https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Beschermd_landschap

[12] We geven zo invulling aan de motie 14 M 2 ‘Bouwen vanuit het landschap’ (aangenomen door de raad op 19 juni 2025).

2.3.3 We zoeken naar passende functies en (her)bestemmingen

Waar mogelijk combineren we functies en stimuleren we her- en nevenbestemming van waardevolle gebouwen, beginnend met ons eigen vastgoed. Herbestemming kan voorkomen dat voor sloop gekozen wordt. Dat draagt dus bij aan behoud van erfgoedwaarden, maar is ook veel duurzamer. Hergebruik bespaart grondstoffen en vermindert afval.

In de Omgevingsvisie Gemeente Bergen (p. 61) staat ‘Het behoud van karakteristieke gebouwen is geen vanzelfsprekendheid. Het zijn meestal oude gebouwen met hoge onderhoudskosten en energielasten. Sommige eigenaren kiezen voor vervanging van de karakteristieke gebouwen door nieuwbouw. Dit zorgt voor verarming van de dorpen. Doordat kerkgebouwen leeg komen te staan worden ze onvoldoende onderhouden. Belangrijk is dat voldoende mogelijkheden worden geboden voor alternatieve functies die nieuwe draagkracht geven voor het behouden van dat wat karakteristiek is.

’We kijken hoe we vanuit erfgoed kunnen bijdragen aan het vervullen van deze behoeftes. We doen dat bijvoorbeeld door vanuit het Monumentenloket goede voorbeelden te laten zien van herbestemming en aan te sluiten bij landelijke netwerken. We zetten extra in op agrarische erven, we onderzoeken hoe we stolpen, erven, schuren behouden en herbestemmen, tot woningen bijvoorbeeld, met behoud van waarden.

2.4 Hoe maken we erfgoed beleefbaar en toegankelijk voor iedereen

2.4.0 Introductie

Erfgoed is van iedereen en dat staat centraal in het thema ‘erfgoed beleven’. Dat beleven kan op veel manieren. Zo geven veel inwoners aan te genieten van al het erfgoed dat te zien is in de gemeente Bergen. Honderden vrijwilligers houden zicht, al dan niet binnen een organisatie, bezig met het erfgoed. De historische verenigingen hebben samen niet alleen heel veel kennis maar ook veel leden die daarin geïnteresseerd zijn. Als gemeente ondersteunden we tot nu toe af en toe een initiatief zoals een evenement of een publicatie. Die inspanningen gaan we structureel versterken. We halen verhalen op over plekken die bijdragen aan de identiteit van de kernen en het landschap. We maken die verhalen zichtbaar en toegankelijk zodat erfgoed van iedereen is en een stevige plaats krijgt in de samenleving.

Uitgangspunt 6. Sociale aspecten van het erfgoedbeleid. Ambitie: We blijven inwoners en organisaties stimuleren zich in te zetten voor erfgoed door hen te verbinden, via evenementen en met een subsidieregeling voor beleefbaar erfgoed.[13]

afbeelding binnen de regeling

[13] De uitgangspuntennotitie die de raad heeft vastgesteld: bij+1+Uitgangspuntennotitie+Erfgoedprogramma+Bergen

2.4.1 We zetten erfgoed midden in de samenleving

We willen kennis delen en luisteren naar de verhalen van inwoners. Daarom ondersteunen we bewonersinitiatieven rondom erfgoed (zie ook paragraaf 2.4.3). We onderzoeken of erfgoed kan bijdragen aan de behoefte aan werk-, ontmoetings- en studieplekken, bijvoorbeeld door nevenbestemming van kerkgebouwen te stimuleren. We betrekken mensen actief bij het waarderen van erfgoed voor het project Erfgoed op de kaart. We weten dankzij onderzoek en de inzet van vrijwilligers al veel over historische plekken in onze gemeente. Nu willen we vooral samen met inwoners op zoek naar de verhalen in de hoofden en harten van mensen. Hoe leefden onze voorouders hier en was het vroeger beter?

Erfgoed en het dagelijks leven zijn nauw met elkaar verbonden. Burgers en historische verenigingen starten talloze initiatieven die maatschappelijke waarde hebben. Als gemeente willen we die initiatieven steunen. We onderzoeken hoe we kunnen faciliteren zonder de initiatieven over te nemen. Dit past bij de landelijke trend die in het Verdrag van Faro wordt beschreven.

Het idee van het Verdrag van Faro is dat erfgoed kan bijdragen aan maatschappelijke doelen, zoals meer sociale samenhang en een prettigere leefomgeving. In heel Nederland wordt hier al mee geëxperimenteerd, en er is een nieuwe subsidieregeling van het Rijk beschikbaar.[14] We onderzoeken hoe we het Verdrag van Faro kunnen toepassen in de gemeente. We kijken hierbij ook naar inclusiviteit en toegankelijkheid. We zien bijvoorbeeld de Nederlandse Gebarentaal (NGT) - een van de drie erkende talen in Nederland- als immaterieel erfgoed. We willen weten hoe we NGT-toegankelijkheid kunnen waarborgen in het erfgoedbeleid, zoals de inzet van NGT-tolken bij bijeenkomsten.

Waarom de verhalen van specifieke plekken belangrijk zijn

De verhalen die aan concrete locaties hangen, inspireren niet alleen het ruimtelijk ontwerp, maar ook sociaal-maatschappelijke projecten. Wij verzamelen deze plekken en hun verhalen en plaatsen ze op de Erfgoedkaart. Daarbij werken we waar nodig samen met gebiedsregisseurs en jongerenwerkers. We doen dat volgens de methode participatief waarderen. Met een communicatieproject roepen we mensen op mee te doen met Erfgoed op de kaart, zoals we al succesvol hebben gedaan in Schoorl en Groet (zie hoofdstuk 3).

Participatie en draagvlak vinden we belangrijk: beleid maken we samen met inwoners, erfgoedverenigingen, eigenaren en ondernemers. We stimuleren iedereen om ervaringen en verhalen over erfgoedplekken uit te dragen. We hebben als gemeente de verantwoordelijkheid voor een groot aantal objecten en gebieden maar hebben daarvoor beperkte capaciteit. Regionale samenwerking (buurgemeenten, provincie, erfgoednetwerken) helpt om specialistische kennis te delen en gezamenlijk op te treden bij grote opgaven. Erfgoed wordt daarmee van de gemeenschap als geheel.

[14] Meer over het Verdrag van Faro: Verdrag van Faro | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

2.4.2 We versterken het erfgoednetwerk

We werken samen met erfgoedpartners in de regio om kennis uit te wisselen en erfgoed voor iedereen toegankelijk te maken. Naast het materiële erfgoed dat zichtbaar is en verankerd is in de fysieke leefomgeving, heeft de gemeente veel immaterieel en roerend erfgoed. Vaak zijn het historische verenigingen en hun vrijwilligers die het erfgoed levend houden (of weer tot leven brengen), maar ook inwoners zijn bewust of onbewust met hun erfgoed bezig, zoals met de Egmonder Pinck, het ambacht van de molenaar en het Mirakel van Bergen.

Faciliteren van initiatieven

We werken graag samen met inwoners en het erfgoednetwerk en maken duurzame verbindingen om erfgoedwaarden te beschermen, ontwikkelen en/of beleven. We waarderen het Erfgoedplatform BES als netwerk waar erfgoedorganisaties in de gemeente elkaar ontmoeten. Voorbeelden waar samenwerking toe leidt zijn Open Monumentendag, Nationale Molendag en de Erfgoedsafari’s.

We gaan werken aan een stevig netwerk met korte lijnen:

  • We gaan meer gebruik maken van deskundigen (bouwkundigen, financieel deskundigen, kunsthistorici, projectmanagers etc.), materialen en kennis die bij de vrijwilligersorganisaties aanwezig zijn;

  • Veel erfgoedwaarden houden niet op bij de gemeentegrens. We onderzoeken regionale samenwerking;

  • We helpen organisaties met ideeën op weg naar andere financiële bronnen en contacten in de erfgoedwereld;

  • Er is een georganiseerd maar vergrijzend netwerk van erfgoedorganisaties. De uitdaging is om ook andere inwoners te betrekken bij erfgoed in relatie tot omgevingskwaliteit;

  • We verbinden erfgoed, cultuur, toerisme en de openbare ruimte, zodat erfgoed fysiek beleefbaar is. Voorbeelden zijn een programma van eisen voor informatieborden of het zichtbaar maken van archeologische vindplaatsen.

Participatie-aanpak

In hoofdstuk 3 is te lezen hoe we verschillende groepen hebben gesproken om tot dit Erfgoedprogramma te komen. We hebben veel geleerd over hoe we elkaar kunnen vinden en vertrouwen en hoe we in de toekomst met de inbreng van mensen willen omgaan. We breiden de pilot die we in Schoorl en Groet deden kunnen uit naar alle kernen.

2.4.3 We hebben een subsidieregeling voor erfgoedbeleving

We stellen een nieuwe subsidie beschikbaar voor het beleefbaar maken van erfgoed. We faciliteren erfgoedgemeenschappen om erfgoed te delen, zodat zij mede uitvoering geven aan het erfgoedbeleid op een manier die zij belangrijk vinden. Het kan dan gaan om publicaties, maar ook om evenementen die erfgoed raken. Met de beleefsubsidie ondersteunen we initiatieven met een duidelijk doel of eindproduct voor bewoners en bezoekers van de gemeente Bergen. We denken aan een regeling voor terugkerende en voor eenmalige initiatieven.

2.4.4 We maken communicatieplannen voor erfgoed

We ontwikkelen beleid voor vaste informatie-uitingen, zowel offline als online. We geven uitleg over gebouwen, archeologische vindplaatsen en het landschap en hoe je erfgoedwaarden kunt herkennen. We doen dit voor verschillende doelgroepen. Het plaatsen van informatieborden in gevoelige gebieden doen we zorgvuldig. We subsidiëren goede initiatieven om specifieke erfgoedlocaties in de spotlight te zetten. We onderzoeken of de subsidie ook geschikt is voor instandhouding van erfgoedtradities.

In het kader van het samen nadenken over welk erfgoed we hebben in de gemeente en welke erfgoedwaarden we belangrijk vinden hebben we de participatiepilot in Schoorl en Groet gedaan en een pilot over Karakteristieke Bouwwerken in Egmond aan Zee en in het Van Reenenpark Bergen. Dit wordt ook wel ‘participatief waarderen’ genoemd. Daar gaan we mee door. We gaan de waardevolle plekken vanaf 2026 op de kaart zetten in het kader van het project Erfgoed op de Kaart. We vergeten daarbij niet de vele bestaande inventarisaties van erfgoed in de gemeente. Een voorbeeld is de database van verdwenen molens. Ook onderzoeken we hoe we de verouderde atlas Bergen Lusthof uit 2005 kunnen actualiseren en een nieuwe vorm kunnen geven.

We maken een Plan van Aanpak Communicatie waarin we omschrijven hoe we per thema of ambitie de communicatie en participatie gaan uitwerken. Daar waar dat nodig is schrijven we dit verder uit in een aantal communicatieplannen.

3 Participatie en integraliteit

3.0 Introductie

Om te komen tot dit Erfgoedprogramma spraken we mensen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Voordat we naar de uitvoering in hoofdstuk 4 gaan, lichten we toe hoe de inbreng van velen is meegenomen in het nieuwe erfgoedbeleid. We gebruiken hiervoor het begrip participatie, maar in feite gaat het over samenwerken, meedenken en delen wat belangrijk is. In dit hoofdstuk staat wie we gesproken hebben, op welke manier en wat die gesprekken opleverden. Een uitgebreider participatieverslag is als bijlage 3 toegevoegd. Daarin staat wat is opgehaald en hoe we de input al dan niet hebben verwerkt in dit programma. In hoofdstuk 4 staat hoe we bij de uitvoering van het beleid omgaan met participatie.

3.1 Waarom participatie?

3.1.0 Introductie

In de Omgevingswet en in het Omgevingsbesluit zijn regels over participatie opgenomen. Er geldt een motiveringsplicht. Dat betekent dat gemeenten in instrumenten als de omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s (zoals dit Erfgoedprogramma) moeten aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn en wat de resultaten hiervan zijn. De gemeente is dus wettelijk verplicht participatie onderdeel te maken van nieuw beleid. Ook vanwege het Verdrag van Faro -dat uitgaat van ‘erfgoed is van iedereen’- verwacht de rijksoverheid dat gemeenten met erfgoedparticipatie aan de slag gaan, bij het opstellen van nieuw beleid maar ook tijdens de uitvoering daarvan. Hoe de gemeente Bergen de participatieplicht invult en uitvoert, staat in de gemeentelijke Participatieverordening uit 2021. Daarin staat ook hoe de gemeente omgaat met de uitkomsten van een participatieproces.

Vervolg op de Omgevingsvisie Gemeente Bergen (2023)

In de omgevingsvisie staat dat ‘we ontwikkelen met respect voor onze waarden: de cultuurhistorie en de identiteit van onze kernen’. Het participatietraject tornt niet aan deze waarden. Ook blijft in stand wat we nu weten over de geschiedenis van Bergen. We voegen wel nieuwe verhalen en waarden toe. Ook de ambitie erfgoed te beschermen staat in de omgevingsvisie. Welke erfgoedwaarden dat zijn bepalen we met interne en externe participatie. De omgevingsvisie is na uitgebreide participatie tot stand gekomen. We zijn verder gegaan op wat participanten toen hebben aangedragen.

3.1.1 Wie hebben we gesproken?

We onderscheiden vier hoofddoelgroepen die meer of minder nabij het erfgoedbeleid staan. In bijgevoegde cirkel is dat verbeeld. Het meest veraf staan de participanten in de buitenste ring. Dat zijn alle inwoners van de gemeente. Het meest betrokken bij het (maken van het) erfgoedbeleid is de gemeente zelf, in de gele cirkel. Het gaat om ambtenaren en het bestuur. De gemeenteraad wordt actief betrokken door het college, maar ook tijdens erfgoedsafari’s die georganiseerd zijn door de Vakgroep Erfgoed en Erfgoedplatform BES. Iedere keer als het Erfgoedprogramma wordt aangepast worden deze doelgroepen bevraagd.

afbeelding binnen de regeling

Belanghebbenden

  • Inwoners algemeen: alle inwoners van de gemeente

  • Inwoners van Schoorl en Groet (participatiepilot)

  • Overige stakeholders: we hebben organisaties, verenigingen en stichtingen bevraagd over uiteenlopende, specifieke onderwerpen zoals het zeedorpenlandschap en de Atlantikwall.

3.1.2 De pilot in Schoorl en Groet

Om te onderzoeken hoe we in korte tijd veel mensen kunnen spreken die we doorgaans niet zo vaak horen, hebben we een pilot gedaan onder de noemer ‘was hier vroeger alles beter’. Deze pilot heeft ertoe geleid dat we zowel met jongeren als met ouderen op zoek gingen naar het antwoord op deze vraag. Zij hebben veel plekken genoemd die voor hen bijdragen aan de identiteit van de dorpen. Tijdens de pilot hebben we niet het erfgoed maar de mens centraal gezet. Hoe kunnen inwoners zeggenschap hebben over wat we bewaren, slopen etc.? Hoe kom je tot co-creatie en kunnen we burgerinitiatieven meer gemeengoed maken in de erfgoedpraktijk? De pilot was een succes en we gaan de aanpak uitrollen in de andere kernen voor het project Erfgoed op de kaart.

Aanpak van de pilot

We hebben met ongeveer 35 inwoners waarde toegekend aan plekken, verhalen, landschappen en objecten. Op verschillende manieren hebben we geluisterd naar de verhalen van inwoners over plekken die zij betekenisvol vinden. We stonden open voor nieuwe erfgoedwaarden, een breder erfgoedbegrip en gaven meer ruimte aan kennis van burgers dan gebruikelijk is in de ‘oude erfgoedpraktijk’. Ook hebben we gekeken hoe we erfgoed kunnen verbinden aan sociaal-maatschappelijke doelen.

Het thema van de participatiepilot kwam voort uit de maatschappelijke ambities van de gemeente die verwoord zijn in de Omgevingsvisie Gemeente Bergen: ‘In onze openbare ruimte komen alle maatschappelijke opgaven samen’ en ‘jong en oud kan elkaar daar ontmoeten’. Hier ligt de verbindende kracht van het delen van verhalen over de woonomgeving en wat bewoners door willen geven aan toekomstige generaties.

Voortzetten van erfgoedparticipatie

De pilot was een waardevol en inspirerend project. In bijlage 3 staat het resultaat en wat we met de bijdragen hebben gedaan. We kunnen concluderen dat het wederzijds veel oplevert om elkaar op te zoeken. Als gemeente zijn we een toegankelijke gesprekspartner geworden en dat geeft vertrouwen. Daarnaast hebben we mensen bij elkaar gebracht die elkaar niet zo vaak vinden.De werkwijze is bruikbaar als basis voor toekomstige erfgoedparticipatie. Een belangrijk vervolgproject is Erfgoed op de kaart, waarbij we waarden op een digitale landkaart zetten om erfgoed beter te beschermen, mee te kunnen nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen en om erfgoedverhalen te delen.

afbeelding binnen de regeling
3.1.3 Wat viel ons op

Per doelgroep hebben we een middel gekozen om suggesties, verhalen en kennis op te halen. In dit schema staat wat we hebben gedaan en wat ons opviel.

afbeelding binnen de regeling

3.2 Samenhang met ander beleid

3.2.0 Introductie

Programma’s zijn volgens de bedoeling van de Omgevingswet integraal opgesteld. Hieronder lichten we toe met welke aanverwante beleidsvelden afstemming plaatsvond.De komende jaren werken we specifieke thema’s uit in deelprogramma’s. In 2026 starten we met het Deelprogramma Erfgoed en Klimaat en het Deelprogramma Archeologie. Voor karakteristieke bouwwerken is in 2025 een deelprogramma vastgesteld.

afbeelding binnen de regeling
3.2.1 Groen, natuur en landschap

Groen(beheer)

De gemeente heeft een lijst van (rijks)monumentale bomen. Deze worden beschermd met een kapvergunning.[15] In sommige gevallen kunnen gezonde bomen erfgoedwaarden belemmeren, zoals de windvang van molens. In het groenbeleid is opgenomen dat bomen die schadelijk zijn voor erfgoedwaarden gekapt kunnen worden. We onderzoeken samen met team Beheer Openbare Ruimte welke landschappelijke structuren het beschermen waard zijn en hoe we die in de toekomst beheren.

[15] Meer over monumentale bomen staat hier: https://www.bomenwacht.nl/project/online-viewer-voor-monumentale-bomen-van-de-gemeente-bergen/

Landschap

Het buitengebied is grotendeels beschermd vanuit een natuur- en landschap-perspectief, dus niet gericht op de erfgoedkant ervan. De Provincie Noord-Holland heeft gebieden aangewezen als Beschermd Landschap (voorheen Bijzonder Provinciaal Landschap) en een Leidraad Landschap en Cultuurhistorie voor de omgang hiermee. Ook zijn aardkundige waarden benoemd.[16] De brochure Aardkundige Monumenten in Noord-Holland [https://www.noord-holland.nl/bestanden/pdf/Brochure Aardkundige_Monumenten.pdf] geeft meer informatie over de Noord-Hollandse aardkundige waarden. In onze gemeente zijn aardkundige waarden de duingebieden Schoorl-Bergen, het duingebied Noord-Kennemerland, Bergen-Egmond en het duingebied Egmond-Wijk aan Zee.

In onze gemeente is een groot deel van het landschap door de provincie en het rijk genoemd of aangewezen als waardevol. In de praktijk is deze bescherming -die vooral gebaseerd op landschappelijke en natuurwaarden- niet voldoende om cultuurlandschappelijke waarden te beschermen. We willen de bescherming van landschappelijke structuren met erfgoedwaarde onder meer regelen door in samenwerking met de vakgroep Natuur en Landschap karakteristieke gebieden aan te wijzen en mee te werken aan het Deelprogramma Behoud Landschapskwaliteit.

[16] De leidraad staat hier: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie | Provincie Noord-Holland, BL links

3.2.2 Recreatie en toerisme

Uit erfgoedparticipatie komen ideeën en thema’s voort die we kunnen inzetten om recreatie en toerisme in de gemeente én de regio te versterken. Het beleefbaar en toegankelijk maken van erfgoed voor uiteenlopende doelgroepen sluit aan op de visie Toerisme en Recreatie Regio Alkmaar [1] en bijbehorende regionale en lokale uitvoeringsagenda Toerisme en recreatie (2026-2028) (vaststelling verwacht in Q2 2026) en op de Beleidsnota Kunst en Cultuur (zie 3.2.9).

Door het verleden levend te houden en minder bezochte gebieden een stimulans en bekendheid te geven, vergroten we de aantrekkingskracht van de gemeente en dragen we bij aan spreiding in ruimte en tijd. We koppelen erfgoed aan toeristisch-recreatieve activiteiten, promotie en producten. Vanuit Recreatie en Toerisme is budget beschikbaar voor het organiseren van de zeer populaire Open Monumentendag. We werken hierin samen met de andere BUCH-gemeenten om dit grootser aan te pakken.Het erfgoed van Bergen houdt niet op bij de huidige gemeentegrenzen en de mensen die ervan genieten komen niet alleen uit de gemeente. We werken samen met partners in de regio ten behoeve van toerisme en recreatie. Als regiogemeenten rond Alkmaar vertellen we samen het verhaal aan de hand van te ontwikkelen themaverhalen en een digitale database. We zorgen dat de erfgoedthema’s landen in themaverhalen. Deze thema’s vormen de basis voor toeristische routes en recreatie. We voeden deze themaverhalen met plekken en verhalen om zo ook de recreatieve mogelijkheden in het landelijk gebied te versterken. We brengen de verhalen onder de aandacht, bijvoorbeeld over de molens, de historische pensions, de koloniehuizen en recreatieparken.

[1] De uitvoeringsagenda is een uitwerking van het Regionaal Toeristisch-recreatievisie van de regio Alkmaar. Themaverhalen geven verdieping aan het beleid en erfgoedthema’s lenen zich hier goed voor.

3.2.3 Strandbeleid

Het Programma Strand is in voorbereiding. Naar verwachting wordt over erfgoedwaarden het volgende opgenomen over archeologie en maritiem erfgoed:

  • Bescherming van erfgoed: Het strand is omgeven door natuur- en cultuurgebieden. Er liggen (verborgen) scheepswrakken en resten van de korte oorlog in 1799 en de Atlantikwall uit de Tweede Wereldoorlog;

  • Metaaldetectie en toevalsvondsten: archeologische toevalsvondsten moeten worden gemeld (rijksbeleid);

  • Rol van strandondernemers: Samen met natuurpartners voorzien we strandondernemers van instrumenten om bezoekers te informeren en enthousiasmeren over een natuurrijk strand. Hierbij hebben we ook aandacht voor het uitdragen en beleefbaar maken van erfgoed dat te vinden is op en rond het strand.

3.2.4 Kunst en Cultuur

De relatie tussen kunst en erfgoed is hecht. De samenhang staat ook in de ‘Beleidsnota Kunst en Cultuur 2021-2026’ op p.3. ‘Het behoud van erfgoed is een belangrijke basis voor het cultuurbeleid, want door cultuur kan het erfgoed een nog diepere betekenis krijgen door het zichtbaar maken en verrijken van de geschiedenis van onze gemeente. Veel bewoners en bezoekers van onze gemeente komen voor cultuur en de plekken waar je dat kan ervaren, zoals de musea, het Oude Hof, ruïnes en monumenten. Waardering voor cultuur gaat ver terug in onze gemeente. Naast beeldend kunstenaars (zoals van de Bergense en Egmondse school) heeft de gemeente veel bekende inwoners gehad. De Franse filosoof René Descartes en Nicolaas Witsen, burgemeester van Amsterdam, verbleven bijvoorbeeld in de 17e eeuw in (verdwenen) buitenplaatsen in Egmond. In de vorige eeuw woonde de dichter Adriaan Roland Holst op de Nesdijk in Bergen. Veel van hun werk is nog altijd geliefd en tot ver buiten Nederland bekend, zoals van de dichter en schilder Lucebert, de schilder Charley Toorop en haar zoon Edgar Fernhout, die ook schilderde, en Simeon ten Holt, componist van de Canto Ostinato. Vanaf de jaren 1970 traden allerlei bekende artiesten op in De Blinkerd in Schoorl, waaronder Seth Gaaikema, Tineke Schouten en André van Duin. Een ander voorbeeld is de drukkerij van fotograaf Bonda die in 1910 toestemming kreeg van Burgemeester en Wethouders tot het stichten van een Winkelhuis en Drukkerij, die uitgroeide tot de Eerste Bergensche Boekhandel.

3.2.5 Stedenbouw en omgevingskwaliteit/welstand

De Nota Omgevingskwaliteit[17] is beleidsneutraal en voorbereidend op de Omgevingswet tot stand gekomen in 2023. In deze nota is ervoor gekozen de gebiedskarakteristieken minder uitgebreid te beschrijven dan in de oude welstandsnota. Wel kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (GAO) breder adviseren dan voorheen op basis van inhoudelijke deskundigheid. Nu kunnen bijvoorbeeld ook materiaal- en kleurgebruik deel zijn van de adviesvraag.

De Nota omgevingskwaliteit wordt uitgebreid om te kunnen adviseren over ontwikkelingen met de beschermvorm karakteristieke bouwwerken en karakteristieke stolpen. Bij het opstellen van de Nota in 2023 is al rekening gehouden met deze aanvulling. Dit extra hoofdstuk is een ‘addendum’ en vervangt dus geen onderdelen van de Nota. In deze uitbreiding komen criteria voor het uiterlijk van karakteristieke bouwwerken. De redengevende omschrijving wordt de basis voor advisering.

[17] Link naar de nota https://www.bergen-nh.nl/fileadmin/BUCH/visie-en-beleid/Bergen/bouwen-en-wonen/Nota-omgevingskwaliteit-Bergen-2023.pdf

3.2.6 Klimaat en duurzaamheid

Over het thema ‘erfgoed en klimaat’ maken we met de vakgroep Klimaat een deelprogramma. We bepalen dan hoe de gemeente omgaat met erfgoed in de energietransitie/ energieplanologie. Het klimaatbeleid grijpt in in de fysieke leefomgeving (bodem, landschap, gebouwen, straten, stedelijk weefsel) en de (omgevings)kwaliteit. Ook erfgoed heeft te maken met (de maatregelen die voortkomen uit) het Klimaatakkoord, het Deltaprogramma en het beleid op circulair gebied.

3.2.7 Splitsingsbeleid

mensen in een gebouw kunnen wonen, zodat het bouwen van nieuwe woningen minder noodzakelijk wordt. Zo kan het buitengebied, het straatbeeld of een karakteristieke dorpsrand behouden blijven. Wel kan het gevolgen hebben voor bijvoorbeeld stolpen en erfgoedwaarden. Splitsen blijft maatwerk.In het splitsingsbeleid (2017) staat dat functieverandering kan bijdragen aan behoud van waardevolle gebouwen. Het herziene splitsingsbeleid verwijst naar het oude beleid waarin voor stolpen groter dan 1000 m3 onder voorwaarden gesplitst kunnen worden. Splitsen mag geen afbreuk doen aan het karakter van het gebouw en het erf.

3.2.8 Sociaal domein [18]

Erfgoed verbindt mensen en kan bijdragen aan maatschappelijke opgaven als het behoud van sociale cohesie, het beleven van een gezamenlijke identiteit. Veel vrijwilligers zijn actief met erfgoed, veelal binnen verenigingsverband. Dit sluit mooi aan op de Sociale Basis."[19]

Er gebeurt al veel in de gemeente; de dorpen kennen een rijk verenigingsleven, mensen kijken naar elkaar om, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk en activiteiten gericht op ontmoeting. Erfgoed draagt onderwerpen aan die sociaal-maatschappelijke activiteiten verdiepen, zoals de gesprekken met jongeren en ouderen over de vraag ‘was hier vroeger alles beter’. Uit die gesprekken komen ideeën voort om de gemeenschap bij elkaar te brengen en de leefomgeving aangenamer te maken. We willen als gemeente toegroeien naar een samenleving waarin bewoners of bewonerscollectieven steeds meer het initiatief nemen en daartoe ook ruimte en soms ook middelen kunnen krijgen.We onderzoeken waar erfgoed en (opgaven in) het sociaal domein elkaar raken en kunnen versterken. De beleefsubsidie kan ook een stimulans zijn om erfgoedinitiatieven gericht op ontmoeten te realiseren. We onderzoeken hoe lokale initiatiefnemers – de zogenoemde ‘dorpdoeners’- met elkaar de toekomst van de dorpen maken en hoe zij erfgoed (kunnen) betrekken.Tijdens het project ‘Kerkenvisie’ kwam naar voren dat kerken en hun gemeenschappen niet alleen een erfgoedthema is, maar vooral raakvlakken heeft met het Sociaal Domein. We betrekken deze domeinen als een kerkbestuur zich meldt bij het Monumentenloket met vragen over nevenfuncties bijvoorbeeld.

[18] Beleidsdocument: Integraal beleidskader Sociaal domein BUCH-gemeenten https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742073/1.

[19] De Sociale Basis is het geheel van informele en formele relaties, netwerken en voorzieningen in de leefomgeving van mensen, aangevuld en ondersteund door lokale overheden en organisaties, waardoor inwoners kunnen deelnemen aan sociale relaties die hun welzijn en zelfredzaamheid bevorderen.

3.2.9 Vergunningen, handhaving en toezicht en juridische zaken

We willen voorkomen dat er te veel extra regels ontstaat. Toch laat dit Erfgoedprogramma zien dat er wel extra gemeentelijke capaciteit nodig is. Het aanwijzen van monumenten en karakteristieke bouwwerken/gebieden en de tijdelijke sloopvergunning (zie paragraaf 2.2.3) brengen met zich mee dat meer vergunningen worden aangevraagd en behandeld moeten worden. Op de uitvoering moet ook worden toegezien. De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 is het uitvoeringsbeleid voor vergunningen, toezicht en handhaving omgevingsrecht bouwen/ruimtelijke ordening. Bij de strategie hoort een jaarlijks programma waarin de werkzaamheden voor de wettelijke taken worden geprogrammeerd.

4 Uitvoering

4.0 Introductie

In dit hoofdstuk staat hoe het beleid concreet wordt uitgevoerd en omgezet in concrete maatregelen. Het nieuwe beleid vraagt meer inzet van het ambtelijk apparaat. We maken daarom inzichtelijk wat de kansen maar ook de (financiële) gevolgen zijn van het Erfgoedprogramma en welke ambtelijke inzet (wie, hoe en capaciteit) nodig is.

Binnen de gemeente zijn veel mensen met erfgoed bezig, vaak als deel van een veel groter takenpakket, zoals vergunningverlening, handhaving, vastgoedonderhoud en landschap. Het uitgangspunt van het Erfgoedprogramma is, dat de extra regeldruk en de druk op de ambtelijke capaciteit beperkt blijven. De vakgroep Erfgoed houdt zich binnen de gemeente bezig met de dagelijkse erfgoedtaken. Denk bijvoorbeeld aan adviseren bij vergunningaanvragen over monumenten, archeologie en het landschap, op locatie gesprekken voeren bij restauratievragen en het behandelen van subsidieaanvragen, het erfgoedregister (de monumentenlijst) bijhouden, beleid maken, nieuwe straatnamen bepalen, monumentenschildjes uitdelen, Open Monumentendag organiseren, samenwerken met allerlei partners binnen en buiten het erfgoedveld en binnen en buiten de gemeentegrenzen.

Er zijn twee adviescommissies die de gemeente gevraagd en ongevraagd advies over erfgoed geven: Commissie Cultuurhistorische Kwaliteit (CCK) adviseert de gemeente over erfgoedbeleid en straatnamen en de (verplichte) Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAO) adviseert op aanvragen om een omgevingsvergunning.

4.1 Uitvoeringsagenda

Meerjarenplan

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

4.2 Financiële aspecten uitvoering

In deze paragraaf maken we duidelijk welke middelen beschikbaar en nodig zijn om het beleid uit te voeren. Het beleid staat zowel in het Erfgoedprogramma als in het Deelprogramma Karakteristieke Bouwwerken (incl. stolpen). Omgevingsprogramma’s hebben als eigenschap dat ze uitvoeringsgericht, realistisch en haalbaar zijn. Van belang daarbij is ook dat de omschreven ambities financieel gedekt zijn.

Aandachtspunten bij onderstaand schema

1 Personele inzet

  • Voor erfgoed is de plustaak door de gemeenteraad voortgezet per 2026. Met deze plustaak is er in totaal 1,67 fte bij de BUCH beschikbaar voor beleidsmedewerkers voor erfgoed. De resultaten van de plustaak worden tweejaarlijks geëvalueerd.

  • Sommige ambities hebben gevolgen voor andere afdelingen, zoals vergunningen, toezicht en handhaving en voor juridische zaken. We hebben naar schatting 0,5 fte extra nodig voor vergunningenverlening, 0,4 fte extra voor bouw- en woningtoezicht en 0,4 fte extra voor Juridische handhaving. Deze nieuwe plustaak voor VTH-erfgoed voor 2027 en 2028 wordt aangevraagd bij de raad via de begrotingswijziging. In 2028 wordt de plustaak geëvalueerd en al dan niet (aangepast) voortgezet.

2 Huidige middelen voor erfgoed

  • Het werkbudget is bedoeld voor wettelijke erfgoedtaken zoals de inhuur van onderzoekers en de kosten van de regioarcheoloog.[1] Het werkbudget is nu structureel € 49.000 per jaar. Het werkbudget voor erfgoed is in 2010 vastgesteld op basis van de cultuurhistorische beleidsnota (2009).

  • Het budget voor monumentensubsidie is nu € 30.000. De subsidieregeling wordt aangevuld met subsidie voor karakteristieke panden. Daarom wordt onderzocht of ophoging nodig is na 2027.

3 Aanvullende middelen voor 2026 t/m 2028 en 2029 en verder

  • Om het Erfgoedprogramma te kunnen uitvoeren zijn extra middelen en capaciteit nodig. Het jaar 2026 is een voorbereidend jaar zodat we in 2027 en 2028 vol op stoom zijn en de meeste taken voor het Erfgoedprogramma kunnen realiseren.

  • De extra middelen worden aangevraagd via een begrotingswijziging.

  • De posten ‘plustaken, beleefsubsidie en monumentenloket/communicatie’ zijn structureel. Mogelijk dat de evaluatie in 2028 toch wijziging leidt, maar dat zal marginaal zijn.

  • We onderzoeken of we bepaalde lasten kunnen verhalen op initiatiefnemers via leges.

Aanvullende middelen (in euro's)

2026

2027

2028

2029 en verder

Erfgoed op de kaart en participatief waarderen

20.000

10.000

10.000

 

Cultuurlandschappelijke gebieden inventariseren

 

10.000

5.000

 

Quick scans

20.000

20.000

15.000

 

Monumentenloket/communicatie

10.000

10.000

5.000

Structureel

Subsidie voor beleefinitiatieven

 

30.000

30.000

Structureel

Plustaak VTH-erfgoedtaken - Vergunningen

 

54.000

55.800

Structureel

Plustaak VTH-erfgoedtaken - Toezicht

 

47.100

48.800

Structureel

Plustaak VTH-erfgoedtaken - Juridische handhaving

 

52.700

54.500

Structureel

TOTAAL

50.000

223.800

224.100

 

4.3 Monitoring en evaluatie

Dit programma maakt deel uit van een beleidscyclus. Dat betekent dat de Omgevingswet bepaalt dat beleid moet worden gemonitord en geëvalueerd zodat het kan worden geactualiseerd en verbeterd. Dit programma is dus geen statisch document.

Monitoren

We monitoren de uitvoeringsagenda door regelmatig data te verzamelen. Bijvoorbeeld de voortgang van het onderzoek naar de 715 mogelijk karakteristieke bouwwerken houden we bij, net als wie subsidie aanvraagt en wat dat oplevert. Zo willen we de uitvoering en de effecten van beleid bewaken terwijl het in werking is. Het gaat om periodieke gegevens die laten zien of het beleid op koers ligt.

Evalueren

Tweejaarlijks evalueren we het Erfgoedprogramma. We sluiten daarbij aan op de tweejaarlijkse cyclus van de omgevingsvisie. We gaan dan na of de beleidsdoelen daadwerkelijk zijn bereikt. Ook doen we dan aanbevelingen voor herziening van het beleid (Erfgoedprogramma en omgevingsvisie), bijsturing van de doelen en eventueel aanpassing van instrumenten (zoals aangescherpte regels in het omgevingsplan).

We stellen vragen als:

  • zijn de doelen bereikt?

  • hoe verloopt de uitvoering?

  • loopt de uitvoering in de pas met de omgevingsplannen

  • sluit het Erfgoedprogramma nog aan op de dan geldende Omgevingsvisie Gemeente Bergen

  • sluit een en ander aan op de omgevingstafels en de actuele protocollen en werkwijzen

Waar mogelijk worden alle programma’s die door de Vakgroep Erfgoed zijn gemaakt voor Bergen hierbij betrokken en tegelijkertijd tegen het licht gehouden. We onderzoeken hoe we kunnen aanhaken bij een BUCH-brede evaluatie-aanpak, passend bij de eisen die de Omgevingswet stelt.

Bijlage 1 Evaluatie erfgoedbeleid (2022)

De huidige nota cultuurhistorie uit 2009 is inhoudelijk niet sterk verouderd, maar moet vanwege gewijzigde wettelijke kaders tóch vernieuwd worden: de Monumentenwet is bijvoorbeeld al in 2016 vervangen door de Erfgoedwet. De nota 2009 heeft bovendien ook een inhoudelijke update nodig, omdat:

  • diverse beleidsambities uit 2009 zijn blijven liggen of niet uit de verf zijn gekomen. Heroverweging is nodig

  • ambitieus erfgoedbeleid voor het aanwijzen van monumenten en ensemblebescherming gestrand is

  • ambtelijke beschikbaarheid (0,56 fte) niet in verhouding is tot de ambities uit 2009 (1 fte)

  • trends en ontwikkelingen om aandacht vragen

  • uitkomsten participatie en (vermoedelijk) toekomstig rijksbeleid vragen om aandacht voor de mensen / vrijwilligers /eigenaren en initiatiefnemers met een belang in erfgoed

  • het erfgoedbeleid aan moet sluiten op de toekomstige omgevingswet

Cultureel erfgoed: huidig beleid, trends en ontwikkelingen

NB. Dit hoofdstuk is overgenomen uit paragraaf 3.1.1 uit de notitie analyse gemeente bergen, die ten behoeve van de Omgevingsvisie is geschreven.

Beleid

Monumenten, archeologie en cultuurhistorisch landschap; de afzonderlijke vakgebieden zijn te scharen onder de alomvattende benaming (cultureel) erfgoed. De gemeente Bergen is een erfgoedrijke gemeente en mede hierom een gewilde gemeente om te wonen, te werken en te recreëren. Het erfgoedbeleid is er dan ook op gericht om de hoge kwaliteit van het aanwezige erfgoed te behouden en waar mogelijk te versterken.

Uitgangspunten

In de Nota Cultuurhistorie uit 2009 zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • Naarmate de ontwikkelingslocatie een grotere cultuurhistorische waarde heeft, wordt de cultuurhistorie eerder in de besluitvorming betrokken;

  • Bij ruimtelijke ingrepen wordt niet alleen onderzocht welke archeologische, maar ook welke andere cultuurhistorische waarden in het geding zijn;

  • Cultuurhistorie betreft een zaak van de hele samenleving. Toegankelijkheid en ontsluiting van de cultuurhistorie is voor bewoners én bezoekers;

  • Cultuurhistorie betreft het object in zijn omgeving, maar ook de omgeving als zodanig;

  • De diverse dorpen en buurten hebben elk een eigen karakter of identiteit. Deze staan niet los van het landschap maar zijn daarin opgenomen. Het landschap heeft ook een identiteit. Tezamen vormen deze componenten de identiteit van de gemeente Bergen.

Relevante regelgeving en beleid

De omgang met erfgoed, specifiek de omgang met archeologische waarden, rijksmonumenten en de drie van rijkswege beschermde dorpsgezichten, is geregeld in de Erfgoedwet. Voor provinciale monumenten is de provinciale erfgoedverordening van kracht. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in cultuurhistorisch waardevol buitengebied is de PRV (Provinciale Ruimtelijke Verordening, art.15) van belang, waarin de juridische doorwerking in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 verankerd is.Op gemeentelijk niveau is de omgang met erfgoed geregeld in de beleidsnota cultuurhistorie 2009, de subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2010 en de erfgoedverordening 2012. Voor archeologie is de beleidsnotitie archeologie 2013 opgesteld. De welstandsnota is een beleidsstuk; waarin voor sommige gebieden extra aandacht is voor behoud en versterking van de cultuurhistorische kwaliteiten, al naar gelang de cultuurhistorische waarde van dat gebied.In het raadsakkoord 2019 wordt verzocht om een pro-actief erfgoedbeleid, een voorstel tot uitbreiding van de monumentenlijst en aandacht voor de instandhoudingsproblemen van kerkgebouwen, met name de Ruïnekerk.

Relatie met andere thema’s

Erfgoed is verweven met de leefomgeving; er wordt van genoten, het wordt intensief gebruikt en het maakt deel uit van de Bergense identiteit. Erfgoed heeft een verband met toerisme, de lokale economie, de natuur en het kan voor onderwijsdoeleinden ingezet worden. Door de grote verwevenheid van erfgoed met andere thema’s staat het vaak onder druk bij veranderingen; maar erfgoed biedt ook kansen.

Trends en ontwikkelingen

De volgende (landelijke) trends hebben een potentieel positief effect op het erfgoed en de leefomgeving:

  • De samenleving globaliseert, maar de behoefte aan diversiteit en lokale identiteit neemt bij de mensen toe;

  • Toerisme neemt toe en wordt belangrijker voor de economie;

  • Wonen met karakter: de identiteit van de omgeving bepaalt waar mensen het liefste willen wonen en werken;

  • Landelijk en provinciaal erfgoedbeleid zet in op erfgoed als uitgangspunt en drager voor nieuwe ontwikkelingen.

De volgende trends en ontwikkelingen hebben potentieel een negatief effect op het erfgoed en de omgevingskwaliteit:

  • Een verschuiving van een ‘nee, tenzij’ naar een ‘ja, mits’ -houding onder invloed van de omgevingswet;

  • Grote ruimtelijke klimaatopgaven: energietransitie, klimaatadaptatie;

  • Woningbehoefte. Verdichtingsopgaven in de dorpen, of bebouwing van het open landschap;

  • Vervanging van bestaande woningen (zowel monumenten als niet-monumenten) door nieuwbouw heeft gevolgen voor de Bergense dorpsgezichten;

  • Dreigende leegstand van monumentale kerkgebouwen;

  • Verandering van landschap door verdwijnen traditionele boerenbedrijven;

  • Ondeskundige verduurzaming van monumenten kan onherstelbare schade aan gebouwen opleveren;

  • Natuurontwikkeling waarbij archeologische waarden aan de oppervlakte komen;

  • Natuurontwikkeling met gevolgen voor cultuurhistorische landschappen.

Opgaven voor erfgoed: beleven en benutten

Zowel het raadsakkoord, als de trends en ontwikkelingen met gevolgen voor erfgoed, brengen opgaven met zich mee:

  • De uitdaging bij nieuwe ontwikkelingen is om cultuurhistorische waarden niet te zien als een struikelblok, maar juist als een houvast om een beter plan te maken;

  • Participatie. Er is een georganiseerd maar vergrijzend netwerk van erfgoedorganisaties. De uitdaging is om ook andere inwoners te betrekken bij erfgoed in relatie tot omgevingskwaliteit;

  • BUCH-breed zijn acht commissies betrokken bij cultuurhistorische en/of welstandelijke advisering. De omgevingswet brengt een noodzaak tot herdefiniëring met zich mee;

  • Instandhouding van erfgoed combineren met verbeterde toegankelijkheid en betekenisgeving van erfgoed voor de huidige samenleving;

  • Verbindingen leggen tussen erfgoed met cultuur en de openbare ruimte, zoals het zichtbaar maken van archeologische sites in plaveisel of terrein;

  • Dialoog met kerkeigenaren over instandhoudingsproblemen van hun beeldbepalende gebouwen en mogelijke oplossingen;

  • Het formuleren van beleidscriteria, waaronder welstandscriteria, die gericht zijn op het verstandig verduurzamen van monumenten (isoleren, zonnepanelen, warmtepompen);

  • Aanwijzen van gemeentelijke monumenten die van evident belang zijn voor de geschiedenis en identiteit van Bergen en/of een meer gebiedsgerichte bescherming die meer ruimte laat voor ontwikkelingen met behoud van het straatbeeld.

Opgaven

Welke opgaven spelen nu en voor welke opgaven staan we de komende jaren? De opdracht vanuit de raad is gericht op ‘het aanwijzen van monumenten’. Op basis van de argumenten die in de inleiding genoemd zijn, heeft de erfgoednota bovendien een update nodig, qua inhoud én qua opzet/structuur.

Inhoud

De huidige nota cultuurhistorie uit 2009 is inhoudelijk nog niet sterk verouderd, maar moet vanwege gewijzigde wettelijke kaders tóch vernieuwd worden: de monumentenwet is bijvoorbeeld al in 2016 vervangen door de Erfgoedwet. De huidige nota richt zich met name op cultuurhistorie in de ruimtelijke omgeving en op de instandhouding van monumenten. De laatste jaren is landelijk een beweging waarneembaar, die gericht is om de verbindende kracht van erfgoed en de positie van erfgoed als onderdeel van de leefomgeving beter te benutten. De nota uit 2009 is destijds ambitieus geschreven voor een ambtelijke inzet van 1 fte. Ambitie was om monumenten aan te wijzen en daarnaast ook het straatbeeld - naar Amsterdams model middels welstands- c.q. ordekaarten - te beschermen. Met de huidige invulling van 0,56 fte en een weerbarstige realiteit bij het aanwijzen van monumenten in het verleden is veel ambitie blijven liggen of stopgezet. Over de benodigde menskracht moet, in samenhang met ambities en beschikbare financiën, keuzes gemaakt worden.

Snelle ruimtelijke ontwikkelingen

De huidige nota speelt nog niet in op belangrijke trends en ontwikkelingen:

  • snelle ruimtelijke ontwikkelingen als gevolg van verdichting van dorpen en buurten

  • gevolgen van klimaatopgaven voor de cultuurhistorie

De uitdaging is om bij nieuwe ontwikkelingen de cultuurhistorische waarden niet te zien als een struikelblok, maar juist als een houvast om een beter plan te maken.

BUCH-breed werken

Erfgoed is bij uitstek een uitdrukking van de lokale identiteit en kwaliteit van een gemeente. Het formuleren van eenvormig beleid is lastig, maar kan wel efficiënter worden door te kiezen voor een modulaire systematiek. Op termijn kan het erfgoedbeleid binnen de vier BUCH-gemeenten hiermee eenduidiger en voorspelbaarder worden, maar met behoud van couleur locale. Erfgoed heeft veel raakvlakken met andere vakgebieden binnen het ambtelijk apparaat: Kunst & Cultuur, Economie & Toerisme, Plannen & Projecten, Vergunningen, duurzaamheid, etc. Onderlinge samenwerking is een voorwaarde voor een succesvol erfgoedbeleid (en andersom ook). Een nieuwe nota moet deze samenhang benoemen.

Omgevingswet

Inspelen op de veranderingen als gevolg van de omgevingswet. Bestemmingsplan wordt omgevingsplan, welstandsnota wordt nota Uiterlijk van bouwwerken. Er wordt gewerkt aan diverse uitingen van de Omgevingswet: de omgevingsvisie, het omgevingsplan en technisch gezien het belangrijkste onderdeel: het DSO (het Digitale Stelsel Omgevingswet). Erfgoed is als discipline hier bij betrokken.

Participatie

De gemeente Bergen hecht grote waarde aan participatie; het betrekken van inwoners en ondernemers bij nieuwe ontwikkelingen. Recent is nieuw participatiebeleid vormgegeven en volgens die normen is ook al informatie opgehaald ten behoeve van nieuw erfgoedbeleid. Erfgoed & Cultuurhistorie trok hierin samen op met Kunst & Cultuur. Ook de uitkomsten van participatie, die ten behoeve van de nieuwe Omgevingsvisie gehouden zijn, worden meegenomen voor zover de onderwerpen betrekking hebben op de ruimtelijke kwaliteit. De geënquêteerden geven aan een grote waarde te hechten aan behoud van kenmerkende monumenten, het dorpse karakter en de cultuurhistorie van het landschap. De verwachte ondertekening van Nederland van het verdrag van Faro zal doorwerken in toekomstig erfgoedbeleid. Faro gaat over de participatieve en verbindende kracht van erfgoed en erfgoed als middel om doelen te bereiken. Ook uit de participatie bleek de behoefte aan een erfgoedbeleid dat aandacht heeft voor de mensen/vrijwilligers die erfgoed mede levend houden.

Duurzaamheid

In het formatieakkoord staat hierover dat binnen elk beleidsterrein uitvoering gegeven wordt aan verduurzaming en reductie. Hoe erfgoedbeleid hier aan kan bijdragen moet benoemd worden in een nieuwe nota.

Maatschappelijke waarde van Erfgoed

De raad heeft het college in september 2020 opgedragen een maatschappelijke kosten- en batenanalyse te doen uitvoeren op de molens in gemeentelijk eigendom. Het resultaat mee te nemen in een nieuwe erfgoednota. Het verzoek was om de (hoge)kosten die het onderhoud van de molens met zich meebrengen, af te wegen tegen de (vaak moeilijk meetbare) maatschappelijke opbrengsten. Het resultaat is positief, ondanks dat molens vrijwel niet her te bestemmen zijn.

Monumenten en de ondersteuning van monumenteigenaren

Een monumenteneigenaar moet veel vaker een omgevingsvergunning aanvragen dan een eigenaar van een niet-monument. Een monumenteneigenaar ervaart het proces om een monument te veranderen vaak als duur, langzaam en een gevoel dat ‘er niets mag’. Dat er niets mag is een fabeltje, maar dat het veranderen van een monument zorgvuldig moet gebeuren en meestal langer duurt en kostbaarder is klopt wel. Een deel van deze frustratie kan weggenomen worden, door na te denken om het proces van vergunningverlening te verbeteren. Maar ook het geven van monumentenadvies, monumentensubsidie en heldere richtlijnen of ambtelijke toetsing kunnen het draagvlak voor erfgoed vergroten.

Opzet/structuur

Het huidige erfgoedbeleid bestaat uit een nota cultuurhistorie, een beleidsnota Archeologie en enkele verordeningen en een regeling voor de Commissie Cultuurhistorische Kwaliteit. In de huidige nota wordt daarnaast verwezen naar (en gebruik gemaakt van) bijvoorbeeld de rijksnota Belvédère, de cultuurhistorische atlas ‘Bergen Lusthof’ en een (niet vastgestelde) lijst karakteristieke panden. De onderlinge koppeling en relevantie is vaak onduidelijk; zie onderstaand schema. Dat kan beter.Hieronder een schematische weergave van het huidige stelsel van nota’s en bijbehorende documenten, verordeningen, etc. Daaronder het voorgestelde modulaire model, met de insteek dat sommige ‘modules’ een BUCH-breed karakter kunnen hebben.

Huidige structuur gemeentelijk erfgoedbeleid

afbeelding binnen de regeling

Voorgestelde structuur gemeentelijk erfgoedbeleid

afbeelding binnen de regeling

Resultaat

De bestaande nota uit 2009 is uitgangspunt. Deze wordt geëvalueerd en inhoudelijk zo veel mogelijk beleidsneutraal opgenomen in een geactualiseerde nota. Nieuw te benoemen onderwerpen komen voort uit de raadsmotie ‘MKBA op de molens’, opgaven die het erfgoed raken (klimaatopgaven, omgevingswet) en de uitkomsten van participatie.

De nieuwe nota wordt een basisnota Erfgoed en Cultuurhistorie. In dit deel worden geen uitgebreide inventarisaties, analyses of gedetailleerde uitwerkingen gegeven. Dit deel is compact, bevat een definitie van Erfgoed & Cultuurhistorie en een visie op Erfgoed en uitgangspunten voor nader uit te werken specifieke onderwerpen (archeologie, erfgoedparticipatie, verduurzamen van erfgoed, …)

Met een nieuwe basisnota Erfgoed en Cultuurhistorie wordt een overzichtelijke kapstok gecreëerd voor toekomstige uitwerkingsnota’s, die als bouwstenen met de basisnota verbonden zijn. Een modulaire opbouw van basis- en uitwerkingsnota’s is een manier om erfgoedbeleid eenduidig en BUCH-breed te organiseren, met ruimte voor ‘een lokale inkleuring’.Een uitvoeringsagenda geeft richting en stelt prioriteiten aan erfgoedbeleid.

Bijlage 2 Wetgeving en kaders

Trends en ontwikkelingen Rijksoverheid

In het Erfgoedprogramma benoemen we thema’s die vanuit landelijke trends en ontwikkelingen ook relevant voor de gemeente Bergen zijn. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) bepaalt het landelijk erfgoedbeleid. De (beleids)projecten van de RCE zijn ook goede inspiratiebronnen voor gemeentelijk beleid.

Sommige thema’s zijn nog niet uitgewerkt, maar worden wel verkend of er wordt -waar mogelijk- ruimte gereserveerd in het programma. In deze eerste versie van het Erfgoedprogramma zijn keuzes gemaakt op hoofdlijnen ten aanzien van uit te voeren ambities.

afbeelding binnen de regeling

Provinciaal beleid

Provincie Noord-Holland heeft instructieregels voor erfgoed en landschap vastgelegd in de ‘Omgevingsverordening NH2022’. Er zijn instructieregels voor de bescherming van provinciale monumenten en beschermde structuren. Ook moeten gemeenten regels opnemen ter bescherming van de kernkwaliteiten van het Beschermd Landschap (BL). Daarnaast moeten gemeenten in het omgevingsplan rekening houden met de ambities en ontwikkelprincipes uit de ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ (2018) van de provincie en daarbij de kansen, ontstaansgeschiedenis en kernwaarden betrekken. Ook heeft de provincie een Stolpen-waarderingskaart en Stolpen-richtlijnen vastgesteld. Deze richtlijnen bevatten een aanbeveling aan gemeenten om stolpen te beschermen.

afbeelding binnen de regeling

Wat is erfgoed volgens de Rijksdienst?

Erfgoed heeft vele vormen en is overal om ons heen. Onder 1. worden ook de karakteristieke bouwwerken

geschaard (Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 3 Participatieverslag

Dit is het verslag van het participatietraject dat doorlopen is in de periode april tot juli 2025. De participatie bestond onder meer uit een pilot met inwoners van Schoorl en Groet en was een belangrijke bron om te komen tot breed gedragen erfgoedbeleid zoals vastgelegd in het Erfgoedprogramma gemeente Bergen.

Erfgoed verbindt en leeft! Dat hebben we gemerkt tijdens de gesprekken en bijeenkomsten die georganiseerd zijn om te komen tot nieuw erfgoedbeleid. Zo waren we in Schoorl en Groet. Verschillende groepen mensen, jong en oud en wel en niet bewust met erfgoed bezig, hebben we daar gesproken. Omdat erfgoedparticipatie op deze manier vrij nieuw is, zagen we het traject als pilot. Naast inwoners hebben we organisaties gesproken die zich met erfgoed, landschap of andere gerelateerde onderwerpen bezighouden. We hebben onder meer gehoord dat mensen twijfels hadden of met hun inbreng daadwerkelijk iets gedaan wordt. Dat hebben we ter harte genomen en zie je terug in dit verslag. Wat is opgehaald en in welke vorm is dat input geweest voor het Erfgoedprogramma? We sluiten het verslag af met de oogst en onze kijk op de pilot.

afbeelding binnen de regeling

Afb. Jongeren zetten plekken op de kaart tijdens Participizza

Doel van de participatie

De inbreng van participanten diende als input voor het Erfgoedprogramma. Het was een verdieping van de participatie die gedaan is voor de Omgevingsvisie Gemeente Bergen (2023). Inwoners en belangenbehartigers gaven aan het belangrijk te vinden dat erfgoed beter wordt beschermd. Maar welke gebouwen, gebieden en ‘waarden’ zijn dat? En we hebben iedereen gevraagd wat niet mag ontbreken in het nieuwe erfgoedbeleid. Wat doet de gemeente al goed, wat kan beter en hoe ziet iedereen zijn eigen rol bij het beschermen, beleven en ontwikkelen van erfgoed.

Het participatietraject past in het beleid van de gemeente. Aanvullend is aangesloten bij het motto van het Verdrag van Faro:

  • Erfgoed is van iedereen

  • We luisteren naar iedereen, ook mensen die erfgoed niet interessant vinden

  • We staan samen aan de lat voor erfgoed

We sloten ook aan bij de maatschappelijke ambities van de gemeente die verwoord zijn in de omgevingsvisie: ‘In onze openbare ruimte komen alle maatschappelijke opgaven samen’ en ‘jong en oud kan elkaar daar ontmoeten’. Hier ligt de verbindende kracht van het delen van (oude) verhalen over de woonomgeving en wat bewoners door willen geven aan toekomstige generaties.

Zes doelgroepen

Met zes doelgroepen hebben gesprekken, enquêtes en bijeenkomsten plaatsgevonden:

afbeelding binnen de regeling

Resultaten

1. Vragen aan inwoners van de gemeente Bergen

Via de participatiewebsite van de gemeente ‘ik denk mee over Bergen’ hebben we aan inwoners vragen over erfgoed voorgelegd. Het doel was te horen wat inwoners en ondernemers waardevol vinden in de gemeente Bergen en welke verhalen over plekken zij kennen, die bijdragen aan de identiteit van de dorpen en het buitengebied. Was hier vroeger alles beter | Ik denk mee over Bergen. De opbrengst was gering. Het handjevol mensen dat reageerde deed dat wel uitgebreid. Ze namen ons mee naar verborgen herinneringen in alle uithoeken van de gemeente. De plekken en verhalen betrekken we bij het onderzoek om te komen tot een Erfgoedkaart.

2. Welke kansen ziet het erfgoednetwerk voor erfgoed?

We vroegen belangenorganisaties die zijn verenigd in het Erfgoedplatform BES hoe zij vinden dat de gemeente omgaat met erfgoed. Wat haalden we op?

  • De gemeente heeft gebrek aan kennis/inventarisatie van erfgoed.

    • Er is weinig tot geen overzicht van het materiële én immateriële erfgoed binnen de gemeente

    • Beleidsmedewerkers (Openbare Ruimte, Ruimtelijke Ordening, Sociaal Domein, Financiën, Toerisme & Recreatie) beschikken niet over de benodigde informatie.

  • Onbenutte lokale expertise

    • De gemeente huurt externe adviseurs in die hun input grotendeels via Google/AI vergaren. Hierdoor ontstaan dure rapporten met hiaten en fouten, terwijl kennis, capaciteit en kwaliteit van inwoners en vrijwilligers onbenut blijven.

  • Beperkte geografische blik

    • De focus ligt uitsluitend op het eigen grondgebied; grensoverschrijdende (regionale, nationale, internationale) samenwerking wordt gemist. Daardoor lopen kansen op subsidies, kennisuitwisseling en bezoekersstromen (bijv. uit Duitsland en Vlaanderen) verloren.

  • Weinig communicatie naar initiatiefnemers

    • Potentiële kopers en projectontwikkelaars krijgen weinig voorlichting over erfgoedwaarde en toetsingskaders voor nieuwbouw.

afbeelding binnen de regeling

Suggesties voor verbeteringen

  • Inventarisatie en waardering

    • Volledige inventarisatie van al het (im)materiële erfgoed binnen de gemeentelijke grenzen.

    • Goede inschatting van (niet‑financiële) waarden; erfgoed als middel om inwoners (sociaal domein, vrijwilligers) te betrekken en bezoekers aan te trekken.

  • Gebruik van lokale expertise

    • Inzetten van bewoners‑ en vrijwilligerskennis (bijv. via vrijwilligersnetwerken, lokale erfgoedverenigingen).

  • Samenwerking

    • Actief zoeken naar subsidies en kennisuitwisseling op hoger niveau.

    • Opzetten van formele samenwerkingsverbanden met naburige gemeenten, provinciale instanties en internationale erfgoednetwerken.

  • Structurele organisatie‑verbetering

    • Instellen van een adviesorgaan (bijv. een erfgoedraad) dat regelmatig met de gemeente overlegt.

    • Betrekken van deskundige professionals (bouwkundigen, financieel experts, kunsthistorici, projectmanagers) uit de erfgoedsector.

  • Communicatie en voorlichting

    • Ontwikkelen van toetsingskaders voor het bouwprojecten.

    • Voorlichting aan potentiële kopers en projectontwikkelaars over erfgoedwaarden en regelgeving.

  • Financiële stimulering

    • Graag aandacht voor structurele of incidentele subsidieregelingen die het mogelijk maken om bij het beheer van erfgoed niet alleen het fysieke beheer te betrekken. Erfgoed leeft pas door het gebruik ervan en het vertellen van de verhalen. Bied mogelijkheden voor geldopbrengende projecten. Niet alleen directe subsidies, maar ook ruimte bieden aan instellingen om eigen inkomsten te genereren ter ondersteuning van erfgoedonderhoud

    • Van groot belang is dat in het nieuwe erfgoedbeleid aandacht is voor zowel de fysieke als de immateriële kant van het erfgoed. Daarom is ontwikkeling van het beleid gericht op beeld-bepalende panden, maar vooral het behoud van beeldbepalende ensembles van groot belang

  • Zichtbaarheid

    • Plaatsen van informatieborden, routes en ommetjes

    • Organiseren van presentaties door historische verenigingen op het gemeentehuis

  • Instandhouding

    • Investeren in onderhoud van gemeentelijke monumenten\

    • Beschermen van de molenbiotoop door groenbeheer en herstel zichtlijnen

    • Samenwerking met De Hollandsche Molen om alle erfgoedwaarden (technisch, cultuurhistorisch, omgevingswaarden en immaterieel erfgoed) in kaart te brengen

  • Vrijwilligers en maatschappelijke betrokkenheid

    • Faciliteren van actieve vrijwilligers (ondersteuning, faciliteiten, subsidies)

    • Betrekken van bewoners (foto, video, oral history)

  • Dorps-DNA

    • Inventariseren van wat elk dorp kenmerkend maakt

    • Promoten van de unieke diversiteit van de dorpen

Aanvullend op deze punten heeft het Erfgoedplatform BES op 9 oktober 2025 tijdens de raadsvergadering over de Uitgangspuntennotitie ingesproken. Het platform adviseert tot slot de uitgangspunten concreet te maken, met een meerjarenplan en voortgangsrapportages.

3. Pilot met inwoners van Schoorl en Groet (en omgeving)

We spraken jongeren en ouderen uit Schoorl en Groet over verleden en heden van hun dorpen. Wat haalden we op over het DNA van de dorpen. Was het er vroeger beter?

Participizza

Hoe is het om jong te zijn in Groet en Schoorl? We vroegen het tien jongeren tussen 12 en 23 jaar. We kwamen bij elkaar op 14 mei bij jongerenwerker Tessa in het jongerenhonk in De Blinkerd op de grens van Schoorl en Groet. Wat zijn fijne plekken om elkaar te ontmoeten, en vooral: wat zijn plekken en gebeurtenissen die echt bij het dorp horen? Als gemeente zijn we op zoek naar het antwoord op de vraag ‘Was vroeger alles beter?’ We doen dat in het kader van nieuw erfgoedbeleid en iedereen mag meepraten, te beginnen met de generatie met de meeste toekomst. Na het eten van een grote stapel pizza’s en kennismaken met elkaar en met het onderwerp erfgoed, gingen we aan de slag. In twee teams bogen de jongeren zich over de landkaarten van Schoorl en Groet. Café Mereboer werd veel genoemd, maar ook evenementen als Zomerkamp en de badeendjes-race.

Verhalencafés

Met oudere bewoners van Schoorl en Groet gingen we in gesprek tijdens twee verhalencafés onder leiding van ‘verhalenvanger’ Pauline van Vliet. We legden uit dat dit een experiment is voor de gemeente. Het meedenken over waardevolle plekken ten behoeve van erfgoedbeleid is nieuw. We maken als gemeente beleid om erfgoed te beschermen, te ontwikkelen en te beleven. Er is gewerkt in twee rondes. De eerste ronde is samen een gesprek gevoerd over de herinneringen door individueel even terug te gaan in de tijd Vervolgens werd de belangrijkste herinnering met de groep gedeeld. In de twee ronde zijn de verhalen gekoppeld aan plekken op de kaart.

Pauline deed verslag van de Verhalencafés: De eerste vraag was: wat versta je onder erfgoed? Erfgoed is veel meer dan “oude gebouwen uit je dorp”. Het is een levendige schatkist vol verhalen, tradities en plekken die ons verbinden met wie we waren, zijn en zullen worden. In Schoorl laten de bewoners zien hoe breed erfgoed kan zijn: van vogelkolonies tot kampeerplekken, van molens tot toneelgezelschappen.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Wat waren (vroege) herinneringen van de verhalencafés in Schoorl en Groet?

- Iedereen bracht een uniek stukje Schoorlse cultuur naar voren. Zo vertelde een oude boer over de meeuwenkolonie in de duinen, waar men eieren telde en verzamelde om ze aan de plaatselijke bakker te verkopen. Die bakker maakte er knapperig beschuit van – een simpel maar heerlijk voorbeeld van hoe natuur en gastronomie hand in hand gaan. - Langs de velden van een boerderij ontmoetten we de dertig campings die ooit naast de akkers lagen. Al zijn dat geen campings in de moderne zin van het woord. Kinderen van de kampeerders hielpen mee met hooien en melken, terwijl Amsterdammers per boot aankwamen voor een dagje strand en een verfrissend glaasje limonade bij de boerin. Zo werd toerisme een warme brug tussen stad en land. Op Koningsdag spraken de leden van de toneelvereniging in de Blinkerd een hilarische klucht, waarbij de lachsalvo’s nog lang nazinderden. De graanmolen, nog steeds in werking, brengt Mieke elke week vers meel; terwijl men wacht, worden dorpsroddels gezongen – een muzikaal moment dat niemand wil missen.

- ‘s Nachts kwam de jeugd samen in jeugdhonk De Oorsprong, waar de band op het dak “Kom van dat dak af” speelde en de sfeer bruiste van energie.

- Al deze herinneringen vormen een mozaïek van plaatsen en verhalen in Schoorl en Groet die we koesteren en willen bewaren voor de toekomst. Erfgoed is een levend weefsel, waarin elk verhaal – hoe klein ook – een onmisbare draad is in ons gezamenlijke verleden. Tijdens de slotavond hebben we dat wat we hebben opgehaald nog eens de revue laten passeren. Welke van alle genoemde plekken dragen bij aan het DNA van de dorpen? Die plekken zijn het waard om te behouden (en hebben soms een betere juridische bescherming nodig). De genoemde plekken worden meegenomen voor het onderzoek om te komen tot een Erfgoedkaart. De lijst met plekken is beschikbaar via de gemeente.

4. Terreinbeheerders, rijk en provincie over de Atlantikwall

Van de Duitse Atlantikwall uit de Tweede Wereldoorlog liggen nog veel (ondergrondse) resten in de gemeente. Met een aantal andere gemeenten, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Steunpunt van de provincie hebben we een bijeenkomst georganiseerd over hoe we willen omgaan met deze resten. Het was een bijeenkomst die vraagt om een vervolg. De Atlantikwall is een zeer divers en uitgestrekt landschapselement dat door velen wordt beheerd. Wat haalden we zoal op:

  • Het kennisniveau verschilt per gemeente.

  • Onderdelen WOII-erfgoed zijn vaak bekend, het totale verhaal eromheen veel minder.

  • Men vindt het belangrijk, maar niemand is ervan.

  • Er is te veel om te behoud/over te vertellen, je moet keuzes maken.

  • Rol provincie bij gemeentegrens overstijgende zaken.

  • Kijk naar systeem/netwerk op lokaal niveau om te beschermen.

  • Eerst inventarisatie, ook betekenis van een plek en verhaal wat er heeft plaatsgevonden.

  • Na inventarisatie waardering.

  • Bescherming is middel, doel is instandhouding.

  • Maak het verhaal bekend. Draagvlak zorgt voor zorgvuldig omgaan met resten

  • Benoem in omgevingsvisie/-plan structuren om rekening mee te houden.

  • Naar één landelijk, generiek systeem van inventariseren/waarderen.

  • Er is een beschermingsregime nodig voor WOII-erfgoed.

  • Bijzondere objecten een beschermde status geven.

  • Neem ook de omgeving mee als die voor ‘het verhaal’’ van belang is.

  • Kijk ook naar natuurwaarden (bijzondere begroeiing, mossen, vleermuizen).

  • Soms is aanwijzen als archeologisch monument een optie.

  • Er zijn soms meerdere eigenaren binnen een structuur. Dat maakt bescherming/goed beheer lastiger.

  • Je moet kunnen ingrijpen als er aantasting dreigt.

  • Je kunt een transformatiekader voor ontwikkeling opstellen.

  • Kijk ook op hoger schaalniveau.

  • Beleefbaarheid en zichtbaarheid zijn belangrijk.

  • Maak een overzicht van eigenaren/beheerders, zodat je weet bij wie je moet zijn. 5% is in particuliere handen.

  • Gemeente of provincie moet voor bescherming zorgen.

  • Particulieren activeren/bewust maken. Vertel de verhalen. Laat mensen trots worden op wat ze in eigendom hebben. Wanneer je je ervan bewust bent dat iets bijzonder is, zul je het minder snel slopen.

  • Maak gezamenlijk beleid en zorg voor een coherent verhaal

5. Kerkentafel (geannuleerd)

Het gesprek met kerkeigenaren over de kerkenaanpak van de gemeente is helaas niet doorgegaan. Te weinig kerkbesturen meldden zich aan om de zogenoemde Kerkentafel door te laten gaan. Bij navraag bleken mensen zich niet te hebben aangemeld omdat de relevantie niet duidelijk was, maar ook:

  • De stukken die u heeft aangeleverd toen waren m.i. te veel van het goede, veel pagina’s om door te lezen waardoor de mensen denk ik dachten ik vind het wel goed zo.

  • Misschien had een info tijdstip met uitleg hoe en waarom beter geweest dan komen de vragen daarna vanzelf, en dan pas de stukken uitdelen ter info en met misschien een vragenlijst om in te vullen.

  • Veel zien de noodzaak er (nog) niet van in denk ik.

  • Een tijdstip in de middag is beter er zijn voornamelijk veel oudere vrijwilligers actief in de kerken.

  • We hebben ons niet aangemeld omdat de relevantie voor ons niet duidelijk is.

6. Gesprek met belangenbehartigers van erfgoed

Op 22 mei 2025 deden we een werksessie met vier belangenorganisaties van (gebouwd) erfgoed. Hoe kijken zij naar het (nieuwe) erfgoedbeleid en hun rol en die van gemeente daarin?

  • We verwachten dat de omgevingsvisie binnenkort geactualiseerd wordt (cyclisch proces)

  • Voor erfgoed is het takenpakket veel; alles staat en valt met voldoende capaciteit

  • In de oude gemeente Bergen is een buitengewone achterstand van beschermen ontstaan

  • Over beleven is een enquête de deur uitgegaan, over landschap en samenhang

  • Wat betreft ontwikkelen; de energietransitie, toerismeontwikkeling en buitengebied zijn belangrijk

  • hoe verlopen de processen en wie gaan daar mee bezig. Er is een goede basis om te verbeteren, maar het blijft steken. Hoe kan je barrières verbeteren. Hoe kan je verschillende domeinen verbinden

  • De regionale visie voor toerisme is een lastig verhaal. Ondanks langdurig benoemen, komt het niet van de grond. De ambtelijke ondersteuning is te zeer uitgedund

  • Er is weinig toezicht en handhaving

  • Er is te weinig besef van de historie van de gemeente, maak gebruik van kennis die er wél is

  • Erfgoed en omgevingskwaliteit dragen positief bij. We verwachten dat iedereen zich inzet op erfgoed. De gemeente is bereid om daarin te faciliteren

  • Graag meer zorg over wat er niet beschermd is

  • Archeologische onderzoeken. Redelijk georganiseerd, maar geen vertaling naar kennisdelen

  • We moeten vernieuwen binnen de erfgoedsector, door te zoeken naar verbinding buiten de sector

Conclusie: terugkerende thema’s

Samenvattend is de opbrengst van de uitgebreide participatie waardevol te noemen. Veel van de aangedragen suggesties zijn verwerkt in het Erfgoedprogramma.

afbeelding binnen de regeling

Evaluatie participatietraject

We kijken terug op een waardevol en inspirerend participatietraject. We hebben veel mensen gesproken die erfgoed waarderen en graag zien dat we als gemeente zorgvuldig omgaan met erfgoedwaarden.

Voortzetten van erfgoedparticipatie

Uit de pilot is gebleken dat de participatievorm werkt, maar dat we op een andere manier participanten moeten betrekken. We zijn blij met de diversiteit in leeftijd van de deelnemers, mede dankzij de jongeren-werkers. We maken een communicatiestrategie voor toekomstige erfgoedparticipatie. We staan nog maar aan het begin. Zo vraagt een project als ‘subsidieregeling beleefbaar erfgoed’ om nog veel meer verbinding met allerlei groepen mensen. Ook gaan we verkennen waar de kerkbesturen echt wat aan hebben.

De werkwijze die we hebben geprobeerd met de pilot zetten we ook in voor het ophalen van verhalen in de andere dorpen en buurten. Dat doen we onder meer voor het project Erfgoed op de kaart, waarbij we waarden op een digitale landkaart zetten om erfgoed beter te beschermen, mee te kunnen nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen en om erfgoedverhalen te delen. We doen dit door ‘participatief te waarderen’.

Naar boven