Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal tot vaststelling van de Subsidieregeling isolatie woningen Verenigingen van Eigenaars gemeente Veenendaal

Intitulé

Subsidieregeling isolatie woningen Verenigingen van Eigenaars gemeente Veenendaal

 

Besluitvorming

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal,

 

gelet op artikel 2, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Veenendaal,

 

overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de verduurzaming van gebouwen van Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) en dat eigenaar-bewoners binnen VvE’s gestimuleerd moeten worden om samen met de VvE’s energiebesparende isolatiemaatregelen te treffen;

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling isolatie woningen Verenigingen van Eigenaars gemeente Veenendaal

 

 

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    appartement: deel van een gebouw waarop een appartementsrecht rust en waarvoor een VvE is opgericht;

  • b.

    Asv: Algemene subsidieverordening Veenendaal;

  • c.

    biobased isolatiemateriaal: isolatiemateriaal dat voor minstens 70% bestaat uit natuurlijk materiaal (zoals houtvezel, vlas of hennep) zoals vastgelegd in de meldcodelijst van de landelijke ISDE-subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • d.

    bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of vergelijkbare sectie;

  • e.

    bouwdeel: één van de volgende vier categorieën: 1.vloer en/of bodem; 2.gevel waaronder spouw; 3. dak en/of zolder en/of vlieringvloer; 4. glas en ramen;

  • f.

    eigenaar-bewoner: meerderjarig natuurlijk persoon, die blijkens de kadastrale gegevens eigenaar is van een appartement en in de gemeentelijke basisregistratie personen staat ingeschreven op het adres van dit appartement;

  • g.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

  • h.

    Rc waarde: totale isolatiewaarde van een bepaald constructieonderdeel;

  • i.

    Rd waarde: waarde die de isolerende werking van een enkel materiaal in een constructie weergeeft;

  • j.

    slecht geïsoleerd bouwdeel:

    • i.

      dak, hellend/plat: geen, slechte en matige isolatie. Minder dan 9 cm aanwezig, Rc ≤ 2,0

    • ii.

      dak, zolder-/vlieringvloerisolatie: Als er geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig is, Rc ≤ 0,5

    • iii.

      gevel: geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig Rc ≤ 1,1

    • iv.

      vloer-/bodemisolatie: geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig. Minder dan 5cm aanwezig, Rc ≤ 1,3

    • v.

      glas: Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas. U-waarde ≥ 1,6

  • k.

    Subsidieregeling: Subsidieregeling isolatie woningen Verenigingen van Eigenaars gemeente Veenendaal;

  • l.

    SVVE: Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • m.

    Ug waarde: waarde die aangeeft in hoeverre glas de warmte doorlaat;

  • n.

    VvE: vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

  • o.

    WOZ-waarde: Waardering Onroerende Zaken.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde isolatiemaatregelen.

Artikel 3. Doel van de subsidie

Het doel van deze subsidieregeling is het isoleren van slecht geïsoleerde bouwdelen in gebouwen van VvE’s.

Artikel 4. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het laten uitvoeren van één of meer van de in het tweede lid genoemde energiebesparende isolatiemaatregelen aan appartementen die aan alle volgende eisen voldoen:

  • a.

    het appartement is onderdeel van een VvE;

  • b.

    het appartement wordt bewoond door de eigenaar-bewoner;

  • c.

    het appartement had in januari 2022 een maximale WOZ-waarde van €477.000,-;

  • d.

    het gebouw van de VvE waarin het appartement zich bevindt heeft ten minste twee slecht geïsoleerde bouwdelen;

  • e.

    het appartement grenst fysiek aan het slecht geïsoleerde bouwdeel waaraan de energiebesparende isolatiemaatregel wordt uitgevoerd.

 

  • 2.

    De energiebesparende isolatiemaatregelen bedoeld in het eerste lid zijn:

  • a.

    dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:

    • i.

      minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

    • ii.

      het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft; en

  • b.

    gevelisolatie, waarbij:

    • i.

      gemiddeld minimaal 10 m2 per appartement van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; en

    • ii.

      het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft;

  • c.

    spouwmuurisolatie, waarbij:

    • i.

      gemiddeld minimaal 10 m2 per appartement van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

    • ii.

      het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2K/W heeft; en

  • d.

    vloer- dan wel bodemisolatie, waarbij:

    • i.

      minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer of bodem behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

    • ii.

      het toegevoegde isolatiemateriaal voor de vloer of bodem een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft; en

  • e.

    glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door het vervangen van:

    • i.

      gemiddeld minimaal 3 m2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas met een U-waarde van ten hoogste 1,2 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 1,2 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K;

    • ii.

      gemiddeld minimaal 3 m2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, met een U-waarde van ten hoogste 0,7W/m2K, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een U-waarde van ten hoogste 1,5 W/ m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 0,7 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,0 W/m2K;

    • iii.

      gemiddeld minimaal 3 m2 per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K, eventueel in combinatie met kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 2 W/m2K; of

    • iv.

      glas, kozijnpanelen, deuren in een monumentaal appartement door hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K, eventueel in combinatie met kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K.

  • 3.

    Onverminderd het eerste lid wordt het aanbrengen van lokaal gespoten isolatie schuimen zoals PIR of PUR (polyurethaan) niet gesubsidieerd voor alle bouwdelen met uitzondering van vloerisolatie in vochtige (kruip)ruimtes. Het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR moet worden uitgevoerd met HFK-vrije blaasmiddelen.

Artikel 5. Indieningstermijn aanvraag

Subsidieaanvragen kunnen doorlopend worden ingediend bij het college vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling

Artikel 6. Aanvrager

Subsidie kan enkel worden aangevraagd door een VvE.

Artikel 7. Eisen aan de aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag wordt voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden ingediend via een aanvraagformulier. Op het aanvraagformulier wordt de volgende informatie ingevuld:

  • a.

    adresgegevens VvE;

  • b.

    bouwjaar gebouw;

  • c.

    indien van toepassing, verklaring dat het gebouw een monument is;

  • d.

    naam en contactgegevens VvE;

  • e.

    registratie KvK;

  • f.

    IBAN nummer VvE;

  • g.

    gegevens per appartement in de VvE dat voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4, eerste lid, adres, WOZ-waarde, te isoleren oppervlak in m2, grenzend aan welk slecht geïsoleerde bouwdeel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

 

  • 2.

    De aanvraag wordt enkel in behandeling genomen als met het aanvraagformulier en in aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de Asv de volgende gegevens worden verstrekt:

  • a.

    een afschrift van de akte van splitsing;

  • b.

    een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP);

  • c.

    bewijs van minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dit bewijs dient te worden geleverd door verstrekking van een van de volgende bewijsmiddelen, zoals:

    • i.

      energielabel D of slechter per appartement; of

    • ii.

      bouwkundig rapport; of

    • iii.

      rapport van een gecertificeerd energieadviseur; of

    • iv.

      offerte voor het isoleren van 2 slecht geïsoleerde bouwdelen;

  • d.

    een verslag van de Algemene Ledenvergadering van de VvE met daarin het besluit van de VvE over de voorgenomen activiteiten en om een subsidieaanvraag op grond van deze regeling in te dienen;

  • e.

    één offerte van een bouwbedrijf, met daarin minimaal:

    • i.

      naam en KvK nummer bouwbedrijf;

    • ii.

      naam VvE en adressen die vallen onder de VvE;

    • iii.

      uit te voeren maatregelen, inclusief isolatiewaarden en het aantal geïsoleerde vierkante meters per isolatiemaatregel;

    • iv.

      isolatiematerialen (meldcodes);

    • v.

      indien van toepassing, hoe wordt gehandeld conform de methode natuurvriendelijk isoleren of hoe bij het uitvoeren van isolatiemaatregelen in spouwmuur of dak de regels en voorschriften uit het Soortmanagementplan (SMP) van de gemeente Veenendaal worden nageleefd;

    • vi.

      indien van toepassing, het biobased isolatiemateriaal, inclusief meldcode, aantal m² en de maatregel waarbij dit materiaal wordt toegepast;

    • vii.

      verwachte datum van installatie;

    • viii.

      verdeling materiaalkosten/arbeidskosten;

  • f.

    onderbouwing dat de activiteit binnen achttien maanden na verlening, en uiterlijk op 30 juni 2028, wordt uitgevoerd.

Artikel 8. Subsidiabele kosten

  • 1.

    Kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn kosten van het door een bouwbedrijf laten uitvoeren van energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.

 

  • 2.

    In ieder geval de volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;

  • b.

    arbeidskosten van doe-het-zelvers;

  • c.

    zelf ingekochte apparatuur en materialen;

  • d.

    kosten voor regulier onderhoud;

  • e.

    kosten voor het opstellen van een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP);

  • f.

    kosten voor adviezen of onderzoeken;

  • g.

    kosten voor procesbegeleiding;

  • h.

    vervoerskosten;

  • i.

    verzendkosten;

  • j.

    afwerkingskosten;

  • k.

    kosten gemaakt na beëindiging van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

  • l.

    kosten van aan de VvE gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht.

Artikel 9. Hoogte subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie is niet hoger dan 100% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen, met een maximum van €1.500 inclusief btw per appartement en een maximum van €75.000,- per VvE.

  • 2.

    Indien voor een activiteit gebruik wordt gemaakt van biobased isolatiemateriaal dan wordt de subsidie, per appartement dat voor deze activiteit subsidie ontvangt, verhoogd met een bedrag van €250 inclusief btw tot ten hoogste het maximale subsidiebedrag per VvE zoals vermeld in lid 1.

Artikel 10. Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt voor de jaren 2026 tot en met 2028 een subsidieplafond vast van in totaal € 735.000.

  • 2.

    Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

  • a.

    het plafond is vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd, en

  • b.

    de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 3.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 4.

    Het college kan het subsidieplafond jaarlijks bij afzonderlijk besluit wijzigen.

Artikel 11. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 10 van de Asv beslist het college afwijzend op de aanvraag als:

  • a.

    de aanvrager al eerder subsidie heeft ontvangen vanuit deze subsidieregeling;

  • b.

    de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en eisen gesteld in deze subsidieregeling;

  • c.

    het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 12. Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 3.

    Indien door verlening het subsidieplafond wordt overschreden en de aanvraag gedeeltelijk kan worden verleend, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om aan te geven welk deel van zijn aanvraag voor het resterende subsidiebedrag binnen het subsidieplafond kan worden uitgevoerd. Een aanvrager kan besluiten van deze mogelijkheid geen gebruik te maken, op dat moment kan het college besluiten de opvolgende aanvrager deze mogelijkheid te bieden.

  • 4.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip is ontvangen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.

Artikel 13. Bevoorschotting

  • 1.

    Het subsidiebedrag wordt voor maximaal 80% bevoorschot.

  • 2.

    De wijze van bevoorschotting wordt in de verleningsbeschikking opgenomen.

Artikel 14. Verplichtingen

In aanvulling op Hoofdstuk 6 van de Asv is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit;

  • b.

    de activiteit binnen 18 maanden na de verlening uit te voeren, met dien verstande dat de activiteit uiterlijk op 30 juni 2028 wordt uitgevoerd;

  • c.

    de benodigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke toestemmingen voor het uitvoeren van de activiteit te verkrijgen.

Artikel 15. Vaststelling

  • 1.

    De aanvraag tot vaststelling dient binnen de termijn overeenkomstig artikel 19, 20 of 21 van de Asv te worden ingediend.

  • 2.

    Het aanvragen van de vaststelling van de subsidie geschiedt met het aanvraagformulier op de website van de gemeente.

  • 3.

    Overeenkomstig artikel 19 en in aanvulling op artikel 20 en 21 van de Asv dient de subsidieontvanger tevens de volgende documenten bij zijn aanvraag voor vaststelling in:

  • a.

    kopie van de factuur van het bouwbedrijf voor de uitvoering van de maatregelen, waarop de volgende informatie vermeld is:

    • i.

      naam en KvK nummer bouwbedrijf;

    • ii.

      naam VvE en bijbehorende adressen;

    • iii.

      datum van werkzaamheden;

    • iv.

      uitgevoerde maatregelen, inclusief isolatiewaarde en het aantal geïsoleerde vierkante meters per isolatiemaatregel;

    • v.

      isolatiematerialen (meldcodes);

    • vi.

      totale kosten uitvoering in euro’s met verdeling arbeidskosten/materiaalkosten.

  • b.

    afschriften van betaalbewijzen aan bouwbedrijf voor uitvoering van de maatregelen;

  • c.

    minimaal één foto van de aanleg per energiebesparende isolatiemaatregel. Hieruit moeten blijken: de naam, soort, dikte en merk van het materiaal. Deze zijn te zien op de productsticker.

  • 4.

    Onverminderd het eerste lid, kunnen aanvragen voor vaststelling uiterlijk tot en met 30 september 2028 worden ingediend.

  • 5.

    In afwijking van artikel 21, tweede lid, aanhef en onder e, van de Asv bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van boven de € 50.000,- een verklaring van de kascontrolecommissie in plaats van een verklaring van een accountant.

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het college kan een of meerdere artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan gelet op het belang van het doel van deze regeling leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 17. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na publicatie.

  • 2.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling isolatie woningen Verenigingen van Eigenaars gemeente Veenendaal.

  • 3.

    Deze subsidieregeling vervalt op 1 januari 2029.

  • 4.

    Deze subsidieregeling blijft van toepassing op subsidies die voor de vervaldatum onder deze subsidieregeling zijn aangevraagd of verstrekt.

 

Vastgesteld in de vergadering van 30 juni 2026.

Burgemeester en wethouders van Veenendaal,

Sjoukje Deelstra

Secretaris

Gert-Jan Kats

burgemeester

Toelichting subsidieregeling

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Definities

 

Biobased isolatiemateriaal: voor deze subsidieregeling wordt de meldcodelijst van de landelijke ISDE-subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gehanteerd.

 

Rc waarde: totale isolatiewaarde van een bepaald constructieonderdeel, zoals de buitenmuur of het dak. De Rc waarde is de optelsom van de Rd waardes. Bij de Rc waarde is niet alleen het isolerend vermogen van de isolatie belangrijk, maar ook dat van de constructie (bv. de stenen van de spouwmuur, de dakconstructie of het buitenschrijnwerk). Hoe hoger de Rc waarde, hoe beter het isoleert.

 

Rd waarde: Hoe hoger de Rd waarde, hoe beter het isoleert.

 

Ug waarde: Hoe lager de Ug waarde, hoe beter het glas isoleert.

  •  

Artikel 4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

 

In deze regeling gaat het uitsluitend om appartementen binnen een VvE. Dus geen schuren, garages of andere bijgebouwen.

De energiebesparende isolatiemaatregelen genoemd in het tweede lid, zijn de maatregelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de SVVE, zoals die gelden op de datum van de vaststelling van deze subsidieregeling.

HR++ glas: bij de berekening van de oppervlaktes gelden de ‘binnenwerkse maten’. Deze krijgt u door de hele oppervlakte van het element van binnenuit te meten, met het kozijn meegeteld. Deze berekening geldt voor het glas en de deuren en panelen.

Isolerende panelen in het kozijn met HR++ glas: u moet altijd glas vervangen. De oppervlaktes van de isolerende panelen en/of deuren mag u bij het glasoppervlakte optellen. Zo krijgt u makkelijker de minimaal vereiste oppervlakte.

Artikel 6 Aanvrager

 

Een VvE wordt rechtsgeldig vertegenwoordigd door het bestuur.

 

Subsidie gaat naar de VvE en niet naar individuele appartement eigenaren.

 

Artikel 7 Eisen aan de aanvraag

 

De subsidieaanvrager vraagt de subsidie aan via het aanvraagformulier van de gemeente Veenendaal. Bij de aanvraag moet de aanvrager onderbouwen dat de activiteiten binnen achttien maanden na verlening en uiterlijk op 30 juni 2028 worden uitgevoerd. Dit betekent dat een aanvrager maximaal achttien maanden heeft voor de uitvoering. Deze termijn kan ook korter zijn, als een aanvraag later ingediend wordt.

 

Een meldcode zoals genoemd in het tweede lid is een uniek kenmerk voor de isolatiemaatregel. Dit bestaat uit een letter- en cijfercombinatie. Voor deze subsidieregeling wordt de meldcodelijst van de landelijke Investerings Subsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE-subsidie) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gehanteerd.

 

Voor wat betreft staatssteun is er, gezien de reikwijdte en activiteiten van deze subsidieregeling, geen sprake van een selectief voordeel van aanvragers. Tevens is er geen sprake van vervalsing van concurrentie tussen marktpartijen waarbij de Europese interne markt wordt verstoord.

 

Qua beslistermijnen worden voor deze subsidieregeling de beslistermijnen uit de Asv van de gemeente Veenendaal gehanteerd.

 

Artikel 8 Subsidiabele kosten

 

In het tweede lid staan enkele kostenposten opgesomd die per definitie niet subsidiabel zijn. Als de aanvrager wel deze kosten moet maken in het kader van het project, dienen er voldoende eigen middelen of andere bijdragen dan de gevraagde subsidie van de gemeente in de begroting te zijn opgenomen. Het artikel verbiedt dus niet om projecten aan te vragen waarin deze kosten worden gemaakt, maar geeft aan dat deze kosten niet door de gemeente worden gesubsidieerd. Dit overzicht is niet uitputtend.

 

Artikel 9 Hoogte subsidie

 

Het gaat in het eerste lid om appartementen die voldoen aan de voorwaarden in artikel 4, eerste lid, van de subsidieregeling.

 

De subsidie is te combineren met de landelijke SVVE en met andere financiële regelingen.

 

Artikel 11 Weigeringsgronden

 

Subsidieaanvragen worden afgewezen als één van de in dit artikel opgesomde weigeringsgronden van toepassing zijn. Deze gronden zijn een aanvulling op de weigeringsgronden uit de Asv.

 

Artikel 14 Verplichtingen

 

Subsidieontvangers moeten voldoen aan alle in dit artikel opgesomde verplichtingen. Deze verplichtingen zijn een aanvulling op de verplichtingen uit de artikelen 14 tot en met 18 van de Asv. Als er niet aan de verplichting voldaan wordt, krijgen de subsidieontvangers de mogelijkheid om alsnog te voldoen aan de verplichtingen. Blijkt dit niet te kunnen of zijn er na een week geen geplande acties ondernomen tot verbetering, dan kan de subsidie lager worden vastgesteld of teruggevorderd.

 

Wanneer de subsidieontvanger constateert dat de kans bestaat dat de activiteit niet wordt uitgevoerd, of hiervan reeds zeker is, dient de subsidieontvanger direct contact op te nemen met de contactpersoon van de gemeente.

 

Artikel 15 Vaststelling

 

De gevraagde foto in het eerste lid mag geen persoonsgegevens bevatten. Dit betekent dat er geen personen zichtbaar mogen zijn op de foto. Indien dit wel het geval is zal de aanvrager worden gevraagd om een nieuwe foto aan te leveren.

 

 

Naar boven