Gemeenteblad van Kerkrade
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2026, 321111 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2026, 321111 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wegsleepverordening gemeente Kerkrade 2026
Wegsleepverordening Gemeente Kerkrade
De raad van de gemeente Kerkrade;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 mei 2026
- Het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;
- Artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994)
Overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen
I. in te trekken de Wegsleepverordening gemeente Kerkrade 2008 en vast te stellen de Wegsleepverordening gemeente Kerkrade 2026.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. besluit: het besluit tot wegslepen van voertuigen;
b. college: het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Kerkrade;
c. motorrijtuigen: hetgeen hieronder verstaan wordt in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet1994;
d. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
e. verordening: de Wegsleepverordening gemeente Kerkrade 2025;
f. wet: de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994);
g. voertuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1, RVV 1990;
h. aanhangwagen: hetgeen hieronder verstaan wordt in artikel 1, RVV 1990;
i. brommobiel: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1, RVV 1990;
j. gehandicaptenvoertuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1, RVV 1990;
k. wegslepen: het verwijderen, overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg staand (motor-)voertuig.
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid, als bedoeld in het eerste lid, indien met een op een weg staand voertuig bij of krachtens de wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met:
a. het belang van de veiligheid op de weg;
b. het belang van de vrijheid van het verkeer;
Artikel 3 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten
Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.
Artikel 5 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen
De in de vorige leden genoemde bedragen worden jaarlijks in juli aangepast overeenkomstig de procentuele wijziging die het consumenten-prijsindexcijfer over de maand januari van het lopende kalenderjaar heeft ondergaan ten opzichte van dit prijsindexcijfer over de maand januari van het daaraan voorafgaande jaar.
Artikel 6 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 4 en 5 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Kerkrade van 1 juli 2026.
De voorzitter van de raad De griffier,
dr. T.P. Housen-Dassen mr. drs. D.G.M.G. Franssen
1. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer
Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:
a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).
b. een voertuig is tot stilstand gebracht:
• op een kruispunt, rotonde of een overweg; · op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;
• op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;
• bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;
• op de rijbaan langs een busstrook;
• op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;
• langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990;
• op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)
c. een voertuig is geparkeerd:
• bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;
• voor een inrit of een uitrit;
• buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
• langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990;
• op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;
• binnen een erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig betreft - geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen;
• op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;
• zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld (Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)
d. een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon; (Zie artikel 82 RVV 1990.)
e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. (Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)
Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroom van het verkeer. Er zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig is.
In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.
In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.
In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.
In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV 1990.
In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht.
2. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen
De volgende wegsleepwaardige overtredingen zien niet zozeer op verkeersveiligheid en doorstroom van het verkeer, maar op het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Er zijn verschillende locaties denkbaar waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk wordt geacht, zonder dat direct sprake is van verkeersonveiligheid of belemmering van de doorstroom van het verkeer.
Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:
• op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;
• op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt;
• op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voorzover: het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd;
• op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; · op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage: tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;
• die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig;
• op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
• op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;
• op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;
• in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren.
Het betreft de kosten die in rekening worden gebracht indien de sleepwagen besteld is maar nog niet ter plekke is, terwijl betrokkene reeds bij het voertuig staat.
Het betreft de kosten welke in rekening worden gebracht op het moment dat de sleepwagen reeds is gearriveerd op de locatie van het weg te slepen voertuig en daarbij reeds is aangevangen met de handelingen om het wegslepen van het voertuig noodzakelijk te maken, terwijl betrokkene nog niet ter plaatse is. Bijvoorbeeld: de takels zijn in gereedheid gebracht om het voertuig weg te slepen, echter het voertuig is nog niet daadwerkelijk weggesleept naar de bewaarplaats. Zodra betrokkene bij het voertuig arriveert en deze handelingen zijn reeds verricht, dan worden voorbereidingskosten in rekening gebracht.
Deze kosten worden in rekening gebracht indien het voertuig op de sleepwagen staat en het daadwerkelijke wegslepen naar de bewaarplaats in gang wordt gezet . Tevens betreft dit het tarief dat in rekening wordt gebracht indien de betrokkene het voertuig af komt halen op de bewaarplaats.
De kosten per dag dat het voertuig gestald staat op de bewaarplaats. Vanaf het moment van inbewaringneming van het voertuig, worden de stallingskosten pas in rekening gebracht vanaf de 2e dag stalling. In dit geval worden de kosten voor het definitief wegslepen én de stallingskosten in rekening gebracht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-321111.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.