Subsidieregeling Versterken Sociale Basis

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat het in de vergadering van 23 juni 2026

 

Overwegende dat:

  • De sociale basis bestaat en wordt gevormd door inwoners en de gemeenschappen waar inwoners onderdeel van uitmaken. Iedereen maakt per definitie onderdeel uit van en kan bijdragen aan de sociale basis;

  • De gemeentelijke visie sociale basis ‘Goed voor elkaar’ ernaar streeft dat Eindhovenaren zich fijn, gezien en gesteund voelen en naar elkaar omkijken en elkaar helpen als het nodig is;

  • Deze visie daarvoor de volgende doelstellingen willen bereiken;

  • Het gevoel van Eindhovenaren ergens bij te horen neemt toe;

  • Het gemeenschapsgevoel (samenkracht) of gevoel van saamhorigheid onder Eindhovenaren neemt toe;

  • Er is een toename van (ervaren) steunbronnen in de omgeving van inwoners;

  • De gemeente Eindhoven deze visie en doelstellingen verder wil ondersteunen door het subsidiëren van activiteiten die daaraan bijdragen en daarmee een breed, laagdrempelig en vindbaar aanbod van activiteiten én ondersteuning, in eigen buurt, wijk of daarbuiten (bijv. stedelijk of online) wil creëren.

 

Gelet op:

  • de ASV Eindhoven

  • titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluit vast te stellen de Subsidieregeling Versterken Sociale Basis

 

 

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • Actiegebied: door het college aangewezen actiegebieden zijn: deel van Drents Dorp (oost en zuid) en deel van ’t Ven (bezit ‘thuis), Bennekel (oost en west), deel van Blaarthem (Offenbachlaan) en Genderdal, Burghplan en Tivoli, Doornakkers (oost en west), deel van 't Hofke (Vlinderbuurt) en Lakerlopen, Eckart-Vaartbroek, deel van 't Hool (noord) en Jagershoef, Vlokhoven, (Hemelrijken en Gildebuurt, Woensel West, Kronehoef, Mensfort, Rapenland en Limbeek (noord en zuid).

  • Basisvaardigheden: Binnen de volwasseneneducatie wordt onder de basisvaardigheden verstaan: taal-, reken- en digitale vaardigheden voor volwassenen. Met voldoende beheersing van de basisvaardigheden kan een volwassene zich zelfstandig redden in de maatschappij, deze persoon is zelfredzaam.

  • Buurtontmoeting: het proces waarin inwoners elkaar in de wijk ontmoeten, communiceren en samenwerken, informeel of georganiseerd, met als doel het versterken van sociale cohesie en gemeenschapsvorming.

  • Buurtontmoetingslocatie: een fysieke ontmoetingsplek die onderdeel is van het landschap van buurtontmoeting, gericht op het versterken van verbinding, sociale cohesie en vrijwillige inzet. Dit kan een Huis van de Wijk of Huis van de Buurt zijn zoals omschreven in het Beleidskader Buurtontmoeting 'Verbinding maak je samen’.

  • Eenzaamheid: het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties;

  • Ervaren steunbronnen: de ervaring dat er (laagdrempelige) vormen van (georganiseerde) ondersteuning in de eigen omgeving aanwezig zijn.

  • Exploitatie: het geheel van financiële en organisatorische activiteiten dat nodig is om een buurtontmoetingslocatie duurzaam in stand te houden.

  • (Basis)dagbesteding: een algemene voorziening gericht op het bieden van een laagdrempelige ontmoetingsplek waarin tevens vorm wordt gegeven aan een gevarieerd activiteitenaanbod die de zelfredzaamheid en participatie van deelnemers bevordert, behoudt of compenseert, ondersteunt bij het creëren van een dagstructuur en betrokken mantelzorgers ontlast.

  • Gebiedscoördinator: gebiedscoördinator werkzaam bij de gemeente Eindhoven.

  • Integrale kaders Outreachend Werk:

    • Outreachend werk: het proactief benaderen en opsporen van kwetsbare volwassenen die hun (werkelijke) hulpvraag niet kunnen, willen, durven of mogen stellen en een (mogelijk) risico vormen voor zichzelf en/of omgeving. Outreachend werk zorgt dat de juiste zorg en ondersteuning geleverd wordt op de juiste plek (d.m.v. het wijzen van de juiste weg) aan de inwoner en zijn/haar omgeving, in een zo vroeg mogelijk stadium, om de gezondheid en het welbevinden van inwoners te bevorderen, overlast te verminderen en (verdere) escalatie te voorkomen.

    • Alle Outreachend Werk-partners vormen samen één netwerk waarin onderling (blijvend) wordt afgestemd: hoe de inzet van het outreachend werk te verdelen (o.a. met behulp van cijfers en data) over de gebieden, wijken en buurten (hotspots en hottimes); hoe ieders specialisatie het meest effectief kan worden ingezet; welke partner het beste aansluiting vindt met welke inwoner of persoon op straat.  

    • Je omschrijft duidelijk hoe je samenwerkt met andere Outreachend werk partners en hoe jullie met elkaar de verdeling van de inzet (blijven) afstemmen.

    • De Outreachend Werk- partners betrekken z.s.m. het Regieteam of WIJeindhoven voor de casusregie bij een situatie.

    • Outreachend Werk is tijdelijk: het vliegt in, en vliegt ook weer uit.

    • Als Outreachend Werk partner ga je (nog méér) de straat op: zichtbaar en present op zoek naar vindplaatsen.

    • In het netwerk Outreachend Werk wordt ervaringsdeskundigheid ingezet, gezien de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid voor deze doelgroep.

    • De omgeving en het sociaal netwerk van de betreffende persoon met zorgwekkend (en/of zorgmijdend) gedrag wordt nadrukkelijk betrokken in de aanpak. 

  • Inwonersondersteuning: sociaaljuridische ondersteuning, belangenbehartiging dak- en thuislozen en slachtofferhulp. Het kan gaan om bemiddeling, informatie en advies, advisering, ondersteunen bij of overnemen van administratieve zaken en belangenbehartiging.

  • Huisvestingskosten: de kosten die direct samenhangen met het gebruik en het in stand houden van een fysieke locatie (huur- en gebruikskosten, kosten voor energie en water, kosten voor klein onderhoud, lokale heffingen en verzekeringen).

  • Nieuw vergelijkbaar aanbod: aanbod dat nog niet eerder in aanmerking is gekomen voor subsidie op grond van de subsidieregeling Versterken Sociale Basis met dezelfde doelstelling of werkwijze als ander al aanwezig aanbod in Eindhoven.

  • NT1: NT1 is Nederlands als eerste taal. Het gaat dan om volwassen mensen met Nederlands als moedertaal (de taal van het land waarin je geboren bent). Ze zijn hier geboren, hier naar school geweest, maar zij hebben toch nog moeite met de basisvaardigheden.

  • NT2: Nederlands als tweede taal. De term NT2 verwijst naar het taalonderwijs aan mensen met een andere moedertaal dan het Nederlands, waarbij het doel van dit onderwijs is dat zij de Nederlandse taal (verder) verwerven.

  • Onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.

  • Positieve gezondheid: een benadering binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf;

  • Professioneel beheer: het organiseren en uitvoeren van het sociaal en zakelijk beheer van een buurtontmoetingslocatie door een organisatie met aantoonbare deskundigheid en organisatorische capaciteit, waarbij de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken, activiteiten en het gebruik van de locatie bij de professionele organisatie ligt met als doel om het beheer en exploitatie over te dragen naar vrijwillig beheer (waar mogelijk).

  • Programmering: een samenhangend geheel van georganiseerde activiteiten binnen een buurtontmoetingslocatie, gericht op ontmoeting, participatie en het versterken van sociale netwerken, afgestemd op de behoeften van inwoners uit de buurt en/of wijk.

  • Samenkracht: initiatieven waarbij inwoners gebruik maken van elkaars kwaliteiten;

  • Sociaal beheer: het gastvrij, veilig en verbindend begeleiden van het dagelijks gebruik van een buurtontmoetingslocatie, gericht op ontmoeting, inclusie, vrijwilligersbegeleiding en het versterken van de gemeenschap.

  • Sociale basis: De sociale basis bestaat en wordt gevormd door inwoners en de gemeenschappen waar inwoners onderdeel van uitmaken. Iedereen maakt er per definitie onderdeel vanuit en kan eraan bijdragen. In de sociale basis vinden inwoners steun bij elkaar. Daarnaast bestaat er een breed, laagdrempelig en vindbaar aanbod van activiteiten én ondersteuning, in eigen buurt, wijk of daarbuiten (bijv. stedelijk of online). Dit aanbod bestaat uit een combinatie van inwonerinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties.

  • Vrijwillig beheer: het organiseren en uitvoeren van het sociaal en zakelijk beheer van een buurtontmoetingslocatie door vrijwilligers, bewonersinitiatieven of verenigingen, waarbij de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken, activiteiten en het gebruik van de locatie bij de gemeenschap of vrijwilligersorganisatie ligt, in lijn met het uitgangspunt “vrijwillig beheer tenzij…”.

  • Vrijwillige inzet: onverplichte inspanningen waar geen geldelijke vergoeding tegenover staat, uitgezonderd een eventuele tegemoetkoming in de onkosten;

  • Regieteam: Regieteam onderdeel van de gemeente Eindhoven.

  • Verward en onbegrepen gedrag: kwetsbare volwassenen die hun (werkelijke) hulpvraag niet kunnen, willen, durven of mogen stellen en een (mogelijk) risico vormen voor zichzelf en/of omgeving;

  • Zakelijk beheer: het financiële, administratieve en organisatorische beheer van een buurtontmoetingslocatie, waaronder begroting, exploitatie, contracten, administratie en verplichtingen zoals vergunningen en verantwoording.

  • Zelfredzaamheid: de mate waarop iemand zelfstandig zijn leven kan leiden (op alle levensterreinen) met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg; op basis van persoonlijke hulpbronnen.

 

Artikel 2 Subsidieaanvrager

Voor subsidie komen uitsluitend rechtspersonen in aanmerking.

 

Artikel 3 De te subsidiëren activiteiten

  • 1.

    Binnen deze subsidieregeling wordt uitsluitend een eenmalige subsidie verstrekt voor activiteiten die maximaal een jaar duren en die uiterlijk eindigen op 31 december 2027. Meerjarige subsidieverleningen worden niet verstrekt.

  • 2.

    Een vrijwilligersvergoeding, met uitzondering van een vergoeding voor de daadwerkelijk gemaakte onkosten verbonden aan de inzet voor de activiteiten als bedoeld in het derde lid, komt niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze subsidieregeling.

  • 3.

    Een jaarlijkse subsidie wordt verleend binnen de volgende thema’s en daarop betrekking hebbende activiteiten:

  • a.

    Preventief jeugdbeleid

Activiteiten richten zich op het realiseren van de ambities uit het preventief jeugdbeleid Geen Kinderspel 2022–2026: Iedere jeugdige een goede start, Alle jeugdigen doen mee, en ‘Elke jeugdige groeit veilig op. De activiteiten dragen aantoonbaar bij aan ten minste één van de in dit beleid geformuleerde gewenste situaties en doelstellingen. Daarbij passen de activiteiten in één van de zes deelthema’s:

Deelthema 1 Opvoed- en opgroei ondersteuning.

Laagdrempelige, wijkgerichte ondersteuning zonder verwijzing, gericht op het versterken van ouders en opvoeders vanuit positief ouderschap en hun eigen mogelijkheden. Door een collectieve aanpak bouwen we aan sterke sociale netwerken die veerkracht, zelfvertrouwen en handelingsperspectief vergroten en een duurzame, steunende pedagogische basis vormen voor een goede start van kinderen en jeugdigen.

Deelthema 2 Jongerenwerk

Deelthema 3 Ondersteuning op school en kinderopvang

Het bieden van extra ondersteuning aan professionals voor het creëren van een veilige en

inclusieve leeromgeving voor alle kinderen.

Deelthema 4 Echtscheiding

Deelthema 5 Maatjesprojecten

Deelthema 6 Vastgoed

 

In 2027 wordt voor activiteiten gericht op preventief jeugdbeleid alleen subsidie verleend voor activiteiten op de deelthema's 1. Opvoed- en opgroeiondersteuning en 3. Ondersteuning op school en kinderopvang.

 

  • b.

    Taal en leren

Activiteiten richten zich op het realiseren van het Stadsplan 'Iedereen basisvaardig'. Het plan heeft als doel het bevorderen van basisvaardigheden van volwassen inwoners met een nadruk op de NT1 doelgroep; inwoners met Nederlands als moedertaal die moeite hebben met lezen en schrijven en digitale vaardigheden. Daarnaast richt het plan zich ook op de NT2 inwoners in een kwetsbare positie.

Naast het richten op de genoemde doelgroepen uit het Stadsplan is er ook noodzaak voor activiteiten die aandacht besteden aan de ontwikkeling van basisvaardigheden bij kinderen. Door vroegtijdig in te zetten op (taal)ontwikkeling, wordt niet alleen laaggeletterdheid voorkomen, maar worden ook gelijke kansen geboden, talentontwikkeling gestimuleerd en onderwijsachterstanden tegengegaan.

 

  • c.

    Eenzaamheid & Informele ondersteuning

Activiteiten richten zich op een samenleving waar mensen verbonden zijn, naar elkaar omzien en elkaar helpen. Het vasthouden en versterken van de saamhorigheid in de samenleving, zorgen ervoor dat iedereen mee kan doen en dat iedereen de juiste ondersteuning krijgt die nodig is. Inwoners kunnen beter omgaan met hun eigen levensvraagstukken waardoor zij minder gevoelens van eenzaamheid ervaren. Door het wegnemen van zo veel mogelijk barrières, kunnen alle Eindhovenaren laagdrempelig deelnemen aan sociale en maatschappelijke processen.

 

  • d.

    Gezondheid en verslaving

Activiteiten richten zich op de ambitie om van Eindhoven een stad te maken met vitale inwoners: mensen die goed in hun vel zitten en gezond zijn. Ook streven we naar een stad met een sociale, groene leefomgeving waar de gezonde levensverwachting en kwaliteit van leven stijgt en men graag meedoet in de samenleving. De activiteiten dragen bij aan deelthema 1 “gezondheid” of deelthema 2 “verslaving”.

 

Deelthema 1 Gezondheid:

De activiteiten dragen bij aan de gezondheid van alle inwoners. Zij voeren zoveel mogelijk eigen regie over hun gezondheid en leven en hebben daarin gelijke kansen. De activiteiten:

  • zijn algemeen toegankelijk en richten zich op alle inwoners van Eindhoven;

  • hebben een preventief en normaliserend karakter;

  • dragen bij aan het vergroten van gezonde levensverwachting, kwaliteit van leven en participatie van alle inwoners;

  • vinden plaats binnen de sociale basis, vóór inzet van zorg of ondersteuning;

  • zijn niet specifiek gericht op individuele problematiek of doelgroepen, zoals verslavingsproblematiek.

 

Deelthema 2 Verslaving:

De activiteiten dragen bij aan

  • het versterken van gezondheid, kwaliteit van leven en zelfredzaamheid van inwoners met verslavingsproblematiek;

  • het ondersteunen van inwoners met verslavingsproblematiek om deel te nemen aan de samenleving;

  • het voorkomen dat inwoners met verslavingsproblematiek schade toebrengen aan hun directe omgeving en overlast veroorzaken in de (woon)omgeving;

  • het stimuleren van participatie van inwoners met verslavingsproblematiek;

  • preventie en vroegsignalering van verslavingsproblematiek.

 

  • e.

    Veiligheid

Activiteiten richten zich op de groep kwetsbare inwoners die door een opeenstapeling van problemen op meerdere leefgebieden extra zorg en aandacht nodig heeft. De activiteiten zijn erop gericht dat de juiste zorg eerder op de juiste plek komt (ook bij impliciete zorgvragen), zodat verdere escalatie wordt voorkomen.

 

  • f.

    Een financieel zeker bestaan

Geldzorgen, armoede en schulden hebben impact op alle leefgebieden van inwoners. Een financieel zeker bestaan is een randvoorwaarde om op andere vlakken iets te kunnen bereiken in het leven. De aanpak van geldzorgen, armoede en schulden staat daarmee aan de basis van een effectieve aanpak op grondoorzaken in het gehele sociale domein. Samen met onze partners in de stad werken we aan het versterken van de bestaanszekerheid van inwoners. Zodat iedereen kan meedoen, ongeacht de hoogte van het inkomen. We willen voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen, de grondoorzaken van geldzorgen aanpakken en zorgen voor duurzame oplossingen zodat inwoners meer besteedbaar inkomen hebben en kunnen meedoen.

De activiteiten dragen bij aan deelthema 1 'Vangnet en materiële ondersteuning’ of deelthema 2 ‘Preventie van financiële problemen’:

Deelthema 1: Vangnet en materiële ondersteuning

Ambitie: Iedereen kan meedoen, ook inwoners met een laag inkomen.

Doelstelling(en): De inwoners van Eindhoven ervaren (hulp bij) bestaanszekerheid.

Subdoelstelling(en):

  • Onvoorwaardelijk meedoen in de samenleving.

  • Materiele ondersteuning draagt bij aan kansengelijkheid.

  • Het doorbreken van intergenerationele armoede bij kinderen.

  • Inwoners krijgen perspectief op een toekomst zonder geldzorgen of armoede.

Deelthema 2: Preventie van financiële problemen

Ambitie: Voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen.

Doelstelling(en): Het bevorderen van financiële zelfredzaamheid bij inwoners.

Subdoelstelling(en):

  • Het voorkomen en vroegtijdig signaleren van financiële problemen zodat schulden niet verder oplopen.

  • Laagdrempelige hulp en toegang tot financiële ondersteuning.

  • Het creëren van financieel overzicht en daarmee financiële rust.

  • Het bieden van toekomstperspectief door te werken aan financiële rust.

 

  • g.

    Outreachend werk

Activiteiten richten zich op de ambitie dat niemand in Eindhoven tussen wal en schip valt. Inwoners met een (psychische) kwetsbaarheid kunnen meedoen in de samenleving op eigen kracht en of met hulp van anderen.

De activiteiten zijn gericht op het vroegtijdig signaleren van (complexe) problematiek bij deze inwoners, die in de ogen van hun buurtgenoten verward en/of onbegrepen gedrag vertonen, dragen bij aan het verminderen van zwaardere zorginzet en het voorkomen van thuis- of dakloosheid. Door het daadkrachtig optreden van professionals richting deze inwoners en hun directe leefomgeving wordt ook gewerkt aan het destigmatiseren (normaliseren) van mentale kwetsbaarheid.

De activiteiten dragen bij aan een van de twee deelthema's:

Deelthema 1 Straatwerk dak- en thuislozen

Opsporen, signaleren en contact leggen met dak- en thuislozen en toeleiding naar juiste ondersteuning of zorg. Het straatwerk is zichtbaar in de wijk aanwezig en draagt bij aan een gevoel van veiligheid en draagvlak in de omgeving.

Deelthema 2 Bemoeizorg

Opsporen en opzoeken van inwoners met zorgwekkend en of zorgmijdend gedrag (ook verborgen leed achter de voordeur), en het toeleiden naar passende ondersteuning of zorg. Voor deze doelgroep, die dreigt tussen wal en schip te vallen, is de methodiek ‘bemoeizorg’ beschikbaar.

 

  • h.

    Vrijwillige inzet

Activiteiten richten zich erop dat dat Eindhovenaren worden gestimuleerd zich vrijwillig in te zetten dat zij weten waar ze dit kunnen doen en dat zij op een passende manier hierbij worden ondersteund. Vrijwilligersorganisaties worden ondersteund bij vraagstukken rondom het eigen vrijwilligersbeleid.

 

  • i.

    Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) en inwonersondersteuning

De activiteiten dragen bij aan een van de twee deelthema's:

Deelthema 1 Onafhankelijke cliëntenondersteuning (OCO)

Activiteiten zijn gericht op het voorzien van informatie, advies en algemene ondersteuning aan inwoners die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening. De ondersteuning richt zich op het gehele sociale domein: maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. De inwoner staat hierbij centraal.

Deelthema 2 Inwonersondersteuning:

Subsidie kan worden aangevraagd voor ondersteuning, belangenbehartiging dak- en thuislozen en slachtofferhulp. Het kan gaan om bemiddeling, informatie en advies, advisering, ondersteunen bij of overnemen van administratieve zaken en belangenbehartiging.

 

  • j.

    Dementievriendelijke gemeenschappen

Activiteiten zijn erop gericht dat Eindhovenaren zo lang mogelijk vitaal, gelukkig, veilig en vertrouwd in de eigen wijk kunnen wonen. Buurten en wijken ontwikkelen zich tot een zorgzame omgeving, waar oog is voor mensen in een kwetsbare positie, specifiek mensen met dementie. Om in de toekomst beter om te kunnen gaan met de toenemende aantallen inwoners met dementie is een gezamenlijke aanpak noodzakelijk. Die aanpak richt zich op het herkennen van dementie, het omgaan met dementie, het doorbreken van taboes rondom de ziekte, om de ondersteuning van mantelzorgers en om toegankelijke informatievoorziening rondom het thema dementie.

 

  • k.

    Facilitering buurtontmoetingslocaties

De activiteiten richten zich op 2 deelthema's.

Deelthema 1 Professioneel beheer wijkcentra

  • 1.

    De activiteiten hebben uitsluitend betrekking op de hieronder genoemde buurtontmoetingslocaties als geheel:

  • Bellefort in Philipsdorp (Oud-Strijp) (Iepenlaan 40 Eindhoven);

  • De Dommel in de Bennekel (Gestel) (Bennekelstraat 131 Eindhoven);

  • De Mortel in de Achtste Barrier (Woensel Noord) (Savoiepad 14 Eindhoven);

  • Slot in Ooievaarsnest (Gestel) (Kastelenplein 167 Eindhoven);

  • Unitas in Vlokhoven (Ontginning) (Vlokhovenseweg 49 Eindhoven);

  • De Werf in Mensfort) (Woensel-Zuid) (Van der Werffstraat 14 Eindhoven);

  • 2.

    De activiteiten richten zich daarbij op:

  • a.

    het beheren en exploiteren van gemeentelijke buurtontmoetingslocaties waaronder huisvestingskosten en het coördineren van de inhoudelijke programmering; en

  • b.

    de overgang van professioneel naar vrijwillig beheer, tenzij is aangetoond dat een dergelijke overgang niet mogelijk is. Het opbouwen en versterken van vrijwillig beheer van de buurtontmoetingslocatie kan onder meer door het coachen, begeleiden, en waar nodig het ondersteunen van het (toekomstige) vrijwillige beheer van het bestuur en andere betrokkenen van de buurtontmoetingslocatie.

 

Deelthema 2 Vrijwillig beheer wijkcentra

  • 1.

    De activiteiten hebben uitsluitend betrekking op het Huis van de Buurt Blixems, gelegen aan de Ouverture 246 in Blixembosch (Woensel Noord)

  • 2.

    De activiteiten richten zich daarbij op het vrijwillig beheren en exploiteren van het gemeentelijk Huis van de Buurt waaronder huisvestingskosten en het coördineren van de inhoudelijke programmering.

 

Alle activiteiten binnen deelthema 1 en 2 worden uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het Beleidskader Buurtontmoeting 'Verbinding maak je samen’ waarin vrijwillig beheer tenzij, maatwerk per wijk, in co-creatie met inwoners, vrijwilligers, (wijk)partners en de gemeente en het maximaal benutten van bestaande gemeenschapskracht leidend zijn.

 

  • i.

    Cultuur in de wijk

Eenmalige subsidie voor activiteiten voor de duur van maximaal één jaar tot en met einddatum 31december 2027, worden verleend binnen het thema ‘Cultuur in de Wijk’. Het doel is om met kunst en cultuur bij te dragen aan leefbaarheidsverbetering, het versterken van de sociale basis in de wijk en/of ontmoeting tussen bewoners in de wijk tot stand te brengen. Het gaat om culturele projecten binnen de volgende disciplines: architectuur, digitale cultuur en vormgeving, beeldende kunst, film, letteren, podiumkunsten, urban culture, multidisciplinair, cultuurparticipatie- en educatie. De culturele activiteit moet worden ontwikkeld of uitgevoerd voor of samen met buurtbewoners en moet plaatsvinden in een van de bestuurlijk vastgestelde actiegebieden

 

  • m.

    Informeren en activeren van de omgeving bij huiselijk geweld

Activiteiten zijn gericht op het tegengaan en uitbannen van huiselijk geweld en kindermishandeling zodat iedere inwoner in Eindhoven veilig is en zich veilig voelt. We streven naar een samenleving én een professioneel veld die begrijpen wat huiselijk geweld is, (risico’s op) huiselijk geweld weten te signaleren en weten wat met het signaal te doen.

 

Artikel 4 Subsidievereisten

  • 1.

    Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, wordt voor alle thema’s aan de volgende algemene vereisten voldaan:

  • a.

    de aanvrager kent stichting WIJeindhoven en zorgt ervoor dat de activiteit bij WIJeindhoven bekend is; en

  • b.

    de aanvrager heeft een aantoonbaar netwerk in Eindhoven en draagt actief bij aan dit netwerk door actief samen te werken; en

  • c.

    de activiteiten dragen bij aan het versterken van de sociale basis; en

  • d.

    de aanvrager toont aan dat er behoefte is aan de activiteiten; en

  • e.

    de aanvrager staat open voor feedback, inspraak en input van de doelgroep; en

  • f.

    de aanvrager die subsidie aanvraagt voor activiteiten die vergelijkbaar zijn met activiteiten waarvoor reeds subsidie is verleend toont in de aanvraag aan hoe dat nieuwe zich verhoudt tot het reeds gesubsidieerde vergelijkbare aanbod en welke meerwaarde het nieuwe heeft ten opzichte van het al gesubsidieerde vergelijkbare aanbod.

  • 2.

    In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid wordt per thema aan de volgende specifieke vereisten voldaan:

 

  • a.

    Preventief jeugdbeleid

Onderstaande vereisten gelden voor de twee deelthema’s zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel a:

  • a.

    de aanvrager geeft een duidelijke beschrijving van de doelgroep en het inclusieve karakter (laagdrempelige voor alle jeugdige beschikbaar) van de interventie, waarom (de behoefte) de interventie noodzakelijk is, de verwachte resultaten van de interventie en maakt inzichtelijk op welke manier de interventie bijdraagt aan de doelen en ambities zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel a; en

  • b.

    de aanvrager werkt waar mogelijk met wetenschappelijk bewezen interventies die bij voorkeur in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut staan; en

  • c.

    de aanvrager toont samenwerking aan met andere relevante partijen en geeft inzicht in welke netwerkpartners betrokken zijn bij de uitvoering en wat hun rol is; en

  • d.

    de aanvrager geeft aan hoe jeugdigen en ouders/verzorgers bij interventies betrokken worden en maakt hierbij gebruik van de participatieladder van het Nederlands Jeugd Instituut; en

  • e.

    de aanvrager toont aan dat de professionals over voldoende deskundigheid en opleiding beschikken om de interventies op een effectieve manier uit te voeren; en

  • f.

    de aanvrager moet werken volgens de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling; en

  • g.

    de Kindcheck (Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling) moet onderdeel zijn van de werkwijze van de aanvrager.

 

  • b.

    Taal en Leren

Onderstaande vereisten gelden voor het thema als genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel b:

Voor de doelgroep volwassenen:

  • a.

    Het aanbod dient gericht te zijn op het behalen van 2F niveau bij de NT1-doelgroep en/of op het behalen van B1 niveau bij de NT2 doelgroep in een kwetsbare positie; en

  • b.

    Het aanbod dient plaats te vinden in de wijken met een verhoogde kans op het vinden van volwassenen met beperkte basisvaardigheden; en

  • c.

    In de aanvraag dient aangetoond te worden dat er aandacht is voor de kwaliteit van de activiteit en de deskundigheidsbevordering van professionals en vrijwilligers.

  •  

  • Voor de doelgroep kinderen 4 t/m 14 jaar:

  • a.

    De activiteiten dienen aantoonbaar bij te dragen aan het bevorderen van kansengelijkheid door een aanbod gericht op taal, sociaal emotionele achterstanden en/of persoonlijke ontwikkeling; en

  • b.

    De activiteiten hebben een sterk educatief karakter met een bewezen positief effect op de ontwikkeling van kinderen; en

  • c.

    In de aanvraag dient aangetoond te worden hoe er aandacht wordt besteed aan de borging van de kwaliteit van het programma en de deskundigheidsbevordering van professionals en/of vrijwilligers; en

  • d.

    De activiteiten zijn groepsgericht, waarbinnen aandacht voor het individu; en

  • e.

    De activiteiten zijn gericht op kinderen met minder kansen; en

  • f.

    De activiteiten vinden bij voorkeur plaats in de actiegebieden; en

  • g.

    Kinderen en/of hun ouder(s) worden gevraagd mee te werken aan een tevredenheidsonderzoek, gericht op het aangeboden programma en de groei van de persoonlijke ontwikkeling.

 

  • c.

    Eenzaamheid & informele ondersteuning

  • Onderstaande vereisten gelden voor het thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel c:

  • a.

    De activiteit bevordert de positieve gezondheid. Het zorgt voor meer veerkracht, eigen regie en een gezondere leefstijl van de inwoners van Eindhoven.; en

  • b.

    De activiteit draagt bij aan het spoor ‘thuis voelen en erbij horen’ uit de gezondheidsnota ‘gezondheid telt voor iedereen’; en

  • c.

    De aanvrager toont aan dat voorafgaand aan de aanvraag is afgestemd met andere sociale basis partners in het gebied.

 

  • d.

    Gezondheid & verslaving

  • Onderstaande vereisten gelden voor deelthema 1 Gezondheid, zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel d:

  • a.

    De activiteit bevordert de positieve gezondheid. Het zorgt voor meer veerkracht, eigen regie en een gezondere leefstijl van de inwoners van Eindhoven.

  • b.

    De activiteit wordt uitgevoerd door minimaal 2 lokale samenwerkingspartners

  • c.

    De activiteit draagt bij aan één van de sporen uit de gezondheidsnota: zin(geving) en mentale veerkracht of gezonde voeding

  • Onderstaande vereisten gelden voor deelthema 2 Verslaving, zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel d:

  • a.

    De activiteit bevordert de positieve gezondheid. Het zorgt voor meer veerkracht, eigen regie en een gezondere leefstijl van de inwoners van Eindhoven.

  • b.

    De activiteit wordt uitgevoerd door minimaal 2 lokale samenwerkingspartners

  • c.

    De activiteit draagt bij aan het spoor gezonde voeding uit de gezondheidsnota.

  • d.

    De activiteiten zijn groepsgericht en vinden in Eindhoven plaats.

 

  • e.

    Veiligheid

  • Onderstaande vereisten gelden voor het thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel e:

  • a.

    de aanvrager toont aan dat er sprake is van actieve samenwerking in een netwerk dat breder is dan alleen de klassieke veiligheidspartners (politie, OM en Burgemeester), als wel het promoten van inzet van de eigen activiteiten/expertise binnen het netwerk; en

  • b.

    de aanvrager toont aan dat de inzet informatie gestuurd en gebiedsgericht plaatsvindt en aansluit op huidige inhoudelijke trends en ontwikkelingen op het gebied van veiligheid; en

  • c.

    de aanvrager toont aan dat de inzet aansluit bij een of meerdere actuele veiligheidsspeerpunten uit het beleidskader Veiligheid 2023-2026 en verder; en

  • d.

    de aanvrager toont het aantal en type acties dat wordt uitgevoerd; en

  • e.

    de aanvrager toont het type actoren aan dat in beweging wordt gebracht om zich ook in te zetten voor de realisatie van veiligheidsdoelstellingen; en

  • f.

    de aanvrager toont aan hoe het netwerk actief benaderd en betrokken wordt; en

  • g.

    de aanvrager geeft een duidelijke toelichting van de preventieve werking van de acties en actoren.

 

  • f.

    Een financieel zeker bestaan

Onderstaande vereisten gelden voor beide deelthema’s zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel f:

  • a.

    activiteiten en resultaten dragen bij aan de ambities en doelstellingen in het Beleidsplan Een financieel zeker bestaan; en

  • b.

    de activiteit draagt bij aan de ervaren bestaanszekerheid van de inwoner door te voorzien in diens specifieke basisbehoefte(n); en

  • c.

    de aanvrager toont in de aanvraag aan dat er behoefte is aan de voorgestelde activiteit en dat daarin niet al op een andere manier in is voorzien in de stad; en

  • d.

    de aanvrager geeft aan hoe deze samenwerkt met partijen in de stad op het gebied van financiële bestaanszekerheid; en

  • e.

    de activiteiten zijn bedoeld voor inwoners van Eindhoven; en

  • f.

    de subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden. En kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld om de doelstelling van het deelthema te behalen; en

 

Voor deelthema 1 Vangnet en materiële ondersteuning geldt de volgende aanvullende vereiste:

  • a.

    voor zover de activiteiten gericht zijn op het verstrekken van de productsoorten voedsel, speelgoed en kleding, mogen deze niet verder worden onderverdeeld in subcategorieën;

 

Voor deelthema 2 Preventie van financiële problemen gelden de volgende aanvullende vereisten:

  • a.

    activiteiten, bedoeld voor inwoners van Eindhoven met (beginnende) geldzorgen, zijn gericht op laagdrempelige financiële ondersteuning die bijdragen aan een duurzaam toekomstperspectief en aanpakken van grondoorzaken; en

  • b.

    aanvrager toont aan dat de beoogde hulp, ook als die hoofdzakelijk uit informatie & advies bestaat, met een brede blik wordt geboden. Dus met oog voor stressfactoren en aanwezige ondersteunende factoren op alle leefgebieden.

 

  • g.

    Outreachend werk

  • Onderstaande vereisten gelden voor thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel g:

  • a.

    de aanvrager toont aan hoe volgens de integrale kaders Outreachend Werk wordt gewerkt; en

  • b.

    de aanvrager toont aan hoe het AVE-model is verweven in de werkwijze van het Outreachend Werk; en

  • c.

    de aanvrager toont aan dat de casusregie verloopt via WIJeindhoven of het Regieteam; en

  • d.

    de aanvrager toont aan dat het een aantoonbaar bestaand samenwerkingsnetwerk in Eindhoven heeft en integraal samenwerkt met partners.

 

  • h.

    Vrijwillige inzet

  • Onderstaande vereisten gelden voor thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel h:

  • a.

    de aanvrager is gericht op het faciliteren van vrijwilligersorganisaties en vrijwilligers (die bij andere organisaties als de eigen organisatie actief zijn); en

  • b.

    de aanvrager toont aan dat het aanbod open staat voor alle domeinen waar vrijwilligers zich bevinden. Zowel in cultuur, sport, ruimtelijk en sociaal; en

  • c.

    de aanvrager toont aan dat zij een expertiserol vervullen in het vrijwilligersleven in Eindhoven; en

  • d.

    de aanvrager toont aan hoe de samenwerking met partnerorganisaties wordt vormgegeven en op elkaar wordt afgestemd; en

  • e.

    het aanbod past binnen de doelstellingen en/of omschreven activiteiten zoals genoemd in het uitvoeringsprogramma ‘vrijwillig voor elkaar’.

 

  • i.

    Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) en inwonersondersteuning

Onderstaande vereisten gelden voor thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel i:

  • a.

    de aanvrager staat vermeld op de website https://oco.eindhoven.nl en zorgt dat de informatie op deze site actueel is; en

  • b.

    de aanvrager hanteert het beeldmerk OCO Eindhoven naast het eigen beeldmerk als ‘keurmerk’; en

  • c.

    de aanvrager neemt deel aan samenwerkingsbijeenkomsten met andere (OCO-) organisaties in Eindhoven; en

  • d.

    de aanvrager zorgt dat medewerkers die OCO verlenen beschikken over een VOG en staat ingeschreven bij beroepsregister BCMB; en

  • e.

    de aanvrager geeft verantwoording in een openbaar jaarverslag; en

  • f.

    de aanvrager heeft een signaalfunctie naar de gemeente wat betreft het al dan niet missen van elementen in de sociale basis; en

  • g.

    de aanvrager maakt op aanvraag de wachtlijsten inzichtelijk; en

  • h.

    de aanvrager kent de sociale kaart van de gemeente Eindhoven en kan indien nodig de inwoner passend doorverwijzen; en

  • i.

    de aanvrager betreft inwonersondersteuning behartigt belangen van doelgroep (1) dak- en thuislozen of; (2) inwoners die sociaaljuridische hulp nodig hebben of; (3) inwoners die slachtofferhulp nodig hebben.

 

  • j.

    Dementievriendelijke gemeenschappen

  • Onderstaande vereisten gelden voor thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel j:

  • a.

    de aanvrager toont aan dat de inzet is gericht op meer dan 2.000 inwoners; en

  • b.

    er is een zorgtrajectbegeleider gekoppeld aan de wijk en aanspreekbaar bij vragen van buurtbewoners (vergoeding met gebruik middelen subsidie); en

  • c.

    de aanvraag wordt ingediend in samenwerking met een verbinder van WIJeindhoven; en

  • d.

    de aanvrager toont aan dat er gesprekken zijn gevoerd met de kring van zorgtrajectbegeleiders en Alzheimer Nederland regio Zuidoost-Brabant.

 

  • k.

    Facilitering buurtontmoetingslocaties

Onderstaande vereisten gelden voor beide deelthema’s zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel k:

  • a.

    De activiteiten moeten gericht zijn op een veilige, toegankelijke en goed functionerende ontmoetingsplek binnen de sociale basis van de wijk; en

 

Voor deelthema 1 Professioneel beheer wijkcentra geldt daarnaast de volgende aanvullende vereiste:

  • a.

    De activiteiten moeten tevens zijn gericht op het opbouwen en versterken van vrijwillig beheer en exploitatie, tenzij wordt aangetoond dat dit niet realiseerbaar is; en

  •  

  • b.

    Het in gezamenlijkheid beheren en exploiteren van de in artikel 3, derde lid, onderdeel m genoemde buurtontmoetingslocaties, waarbij afzonderlijke beheer en exploitatie per locatie niet wordt voorzien.

 

Opbouwen en versterken van vrijwillig beheer en exploitatie. Deelthema 2 Vrijwillig beheer wijkcentra.

Waar (nog) sprake is van professioneel beheer, werkt de aanvrager planmatig toe naar duurzaam vrijwillig beheer van de buurtontmoetingslocatie. Dit gebeurt op een zorgvuldige manier die past bij de lokale dynamiek en inzetkracht van de gemeenschap. De aanvrager:

  • a.

    betrekt de gemeenschap actief bij beheer;

  • b.

    bouwt aan de sterke, vrijwillige structuur;

  • c.

    biedt coaching, ondersteuning en duidelijke kaders;

  • d.

    bouwt toe naar overdracht van het sociaal en zakelijk beheer en exploitatie;

  • e.

    werkt met een maatwerkplan per buurtontmoetingslocatie.

 

  • l.

    Cultuur in de Wijk

Onderstaande vereisten gelden voor thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel l:

  • a.

    het moet gaan om een culturele activiteit of cultureel project binnen de volgende disciplines: architectuur, digitale cultuur en vormgeving, beeldende kunst, film, letteren, podiumkunsten, urban culture, multidisciplinair, cultuurparticipatie- en educatie; en

  • b.

    de culturele activiteit draagt bij aan leefbaarheidsverbetering en/of het versterken van de sociale basis en/of het verbeteren van de sociale cohesie in de wijk; en

  • c.

    de culturele activiteit of het culturele project moet worden ontwikkeld of uitgevoerd voor of samen met buurtbewoners; en

  • d.

    de culturele activiteit of het culturele project vindt plaats in een van de bestuurlijk vastgestelde actiegebieden: Drents Dorp (oost en zuid), deel van ’t Ven (bezit ‘thuis), Bennekel (oost en west), deel van Blaarthem (Offenbachlaan), Genderdal, Burghplan, Tivoli, Doornakkers (oost en west), deel van ’t Hofke (Vlinderflats), Lakerlopen, Eckart-Vaartbroek, deel van ’t Hool (noord), Jagershoef, Vlokhoven, Hemelrijken, Gildebuurt, Woensel West, Kronehoef, Mensfort, Rapenland en Limbeek (noord en zuid); en

  • e.

    de maximale subsidiebijdrage bedraagt € 40.000, -; en

  • f.

    binnen 13 weken na afloop van de activiteit moet een verantwoording met een bewijs dat de prestatie is geleverd bij ons binnen zijn; en

  • g.

    er kan niet voor meerdere jaren subsidie worden aangevraagd; en

  • h.

    de culturele activiteit of het culturele project is na de eenmalige impuls niet structureel van aard; en

  • i.

    de aanvrager toont aan dat het gaat om projecten met een vooraf bepaalde tijdsduur met een start- en einddatum; en

  • j.

    met de subsidie kunnen geen al reeds gesubsidieerde activiteiten worden uitgebreid of tekorten in de exploitatie worden gedekt.

 

Artikel 5 Subsidieweigering

In aanvulling op het bepaalde in de ASV Eindhoven weigert het college de subsidie in ieder geval:

  • a.

    indien niet of onvoldoende duidelijk is of de behoefte aan de activiteiten die men aanbiedt gedurende de hele periode in deze mate blijft bestaan; of

  • b.

    indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid is; of

  • c.

    bij een onevenredige verhouding tussen totale kosten van de activiteiten en de daarmee te bereiken resultaten; of

  • d.

    aanvragen worden geweigerd indien ze voor het behalen van de resultaten afhankelijk zijn van voorwaarden terwijl onvoldoende verzekerd is dat aan die voorwaarden op datum aanvraag is voldaan.

 

Artikel 6 Subsidieplafond/verdeling van de subsidie

  • 1.

    Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt jaarlijks vastgesteld met dien verstande dat voor ieder thema of deelthema, genoemd in artikel 3, derde lid deelplafonds worden vastgesteld.

  • 2.

    Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie voor activiteiten op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel a tot en met k, plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 3.

    Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van het beoordelingskader zoals opgenomen in bijlage 1,

  • 4.

    Indien meerdere aanvragen voor activiteiten op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel a tot en met k, op grond van de rangschikking een gelijke score behalen en het resterende subsidieplafond ontoereikend is om deze aanvragen volledig te honoreren, verdeelt het college het resterende subsidieplafond procentueel evenredig over deze aanvragen, voor zover:

  • a.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd deelbaar en uitvoerbaar zijn bij een lager subsidiebedrag; en

  • b.

    de aanvrager de activiteit kan uitvoeren binnen de doelstellingen van deze regeling.

  • 5.

    Indien een of meer van de gelijk geëindigde aanvragen als bedoeld in het vierde lid niet (voldoende) uitvoerbaar zijn bij een evenredig lager subsidiebedrag, kent het college het resterende subsidieplafond niet evenredig toe, maar:

  • a.

    honoreert het college de aanvragen volledig op basis van loting tussen de gelijk geëindigde aanvragen; of

  • b.

    weigert het college de betrokken aanvragen volledig, indien de aard van de activiteit volledige subsidie vereist en verdeling niet mogelijk is.

  • 6.

    Voor activiteiten op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel l vindt verstrekking van subsidie plaats op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 7.

    Als de aanvrager voor activiteiten zoals benoemd in het zesde lid krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum en tijdstip waarop de aangevulde aanvraag door het college is ontvangen.

  • 8.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen voor activiteiten, zoals benoemd in het zesde lid, dat op dezelfde dag en tijdstip door het college wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

 

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

Een subsidie op grond van artikel 3, derde lid onderdeel j, thema Dementievriendelijke gemeenschappen, bedraagt maximaal €10.000,- per jaar.

 

Artikel 8 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie komen de naar het oordeel van het college redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3, derde lid.

  • 2.

    Op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel f, deelthema 1 Vangnet en materiële ondersteuning wordt geen subsidie verleend voor de kosten van personeel, logistiek/vervoer, goederen of voedsel die worden ingekocht om te verstrekken.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid, kan wel subsidie worden verleend voor goederen van materiële aard, als deze aantoonbaar bijdragen aan ontwikkelingskansen van kinderen in armoede op scholen via een educatiefonds of vergelijkbare instelling, voor zover daar in de stad nog niet in is voorzien.

  • 4.

    Activiteiten gericht op dagbesteding komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze subsidieregeling. Voor die activiteiten kan een aanvraag worden gedaan op grond van de ‘Subsidieregeling basisdagbesteding volwassenen’.

 

Artikel 9 Aanvraag

Een aanvraag wordt ingediend middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

 

Artikel 10 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel l, thema Cultuur in de Wijk’ wordt, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV Eindhoven, tenminste 6 weken voor aanvang van de activiteiten ingediend.

 

Artikel 11 Beslistermijn

  • 1.

    Voor een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel l, thema ‘Cultuur in de Wijk’ beslist het college, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van de ASV Eindhoven, binnen 4 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ontvangen.

 

Artikel 12 Verplichtingen

  • 1.

    Aan de subsidieverlening op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel a, thema Preventief Jeugdbeleid worden de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    de subsidieontvanger monitort wat voor effect de interventies hebben (outcome) en brengt de opbrengsten middels een Maatschappelijke Businesscase (hierna te noemen: MBC) in beeld. De aanvrager krijgt in 2027 de tijd om deze MBC op te bouwen, daarbij wordt minimaal gekeken naar:

    • i.

      Ervaringsdata (kwalitatief);

    • ii.

      Wetenschappelijke kennis (evidence-based);

    • iii.

      Kwantitatieve data (cijfers en indicatoren);

  • b.

    de subsidieontvanger maakt, daar waar mogelijk, gebruik van ervaringsdeskundigen /ervaringsdeskundigheid; en

  • c.

    de subsidieontvanger sluit aan bij netwerksessies (max 4x per jaar) rondom (preventief) jeugdbeleid; en

  • d.

    Inwoners weten waar ze de activiteit/ het aanbod kunnen vinden (het staat in ieder geval op de www.eindopweg.nl).

  • 2.

    Voor subsidie op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel c, Eenzaamheid en informele ondersteuning en onderdeel d, Gezondheid en verslaving, gelden de volgende verplichtingen:

  • a.

    De aanvrager maakt (daar waar relevant) gebruik van ervaringsdeskundigen/ ervaringsdeskundigheid; en

  • b.

    De aanvrager gaat op zoek naar/maakt gebruik van cofinanciering; en

  • c.

    Inwoners weten waar ze de activiteit/ het aanbod kunnen vinden (het staat in ieder geval op de STAP naar Gezonder), en er is sprake van een goede doorverwijzing naar (geïndiceerde) hulp daar waar extra ondersteuning nodig is; en

  • d.

    De aanvrager bevordert de samenwerking met patiëntenverenigingen bij de organisatie van je activiteiten; en

  • e.

    De activiteit pakt de grondoorzaken aan van sociale problemen; en

  • f.

    De activiteit wordt afgestemd met andere sociale basis partners in het gebied; en

  • g.

    De activiteit draagt zichtbaar bij aan de beweging van 2-1-0; en

  • h.

    De activiteiten vinden bij voorkeur plaats in gebieden waar de meeste gezondheidswinst te behalen is.

  • 3.

    Voor subsidie op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel f, thema Een financieel zeker bestaan gelden de volgende verplichtingen:

  • a.

    de subsidieontvanger levert uiterlijk drie maanden na afloop van de subsidieperiode aan hoeveel inwoners in Eindhoven bereikt zijn met de daadwerkelijk geboden ondersteuning, goederen en/of diensten.

  • b.

    de subsidieontvanger verwijst de inwoner door naar Stichting WIJeindhoven indien er sprake is van problematische schulden en/of wanneer er sprake is van meer dan drie of meer betalingsregelingen en/of onvoldoende geld over is voor boodschappen of vaste lasten.

  • 4.

    Voor subsidie op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel k, thema Facilitering buurtontmoetingslocaties, deelthema 1 en 2, gelden de volgende verplichtingen:

De aanvrager:

  • a.

    zorgt voor dagelijks functioneren van de locatie;

  • b.

    verzorgt beheer, financiën en administratie;

  • c.

    organiseert activiteiten en betrokkenheid in de wijk;

  • d.

    werkt met en voor vrijwilligers en bezoekers;

  • e.

    versterkt één of meer van de volgende bouwstenen uit het beleidskader Buurtontmoeting:

  • uitnodigende en duurzame inrichting;

  • inclusieve en toegankelijke locatie;

  • diverse en verbindende programmering;

  • goed sociaal en zakelijk beheer;

  • sterke vrijwillige inzet.

  • De aanvrager toont aan hoe de subsidie bijdraagt aan versterking van deze bouwstenen.

  • 5.

    Voor subsidie op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel l, thema Cultuur in de Wijk levert de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afloop van de activiteit een bewijs van de uitgevoerde activiteiten.

 

Artikel 13 Slotbepaling

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking en geldt voor aanvragen betrekking hebbend op activiteiten vanaf 1 januari 2027.

  • 2.

    De Subsidieregeling Versterken Sociale Basis, Gemeenteblad 2025, 283959 wordt met ingang van 1 januari 2027 ingetrokken.

  • 3.

    Op aanvragen om subsidie die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend, op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend en op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip.

  • 4.

    De citeertitel van deze subsidieregeling is: Subsidieregeling VSB.

Eindhoven, 23 juni 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

Bijlage 1 beoordelingskader

Criteria

Score

Sociale basis 65%

 

  • 1.

    Het aanbod is vrij toegankelijk er is geen formele verwijzing of indicatie voor nodig.

 

0-2-4-6-8-10

  • 2.

    Eindhoven is een diverse stad waar iedereen onvoorwaardelijk en gelijkwaardig onderdeel van uitmaakt en waarin we samen bijdragen aan onze inclusieve samenleving. Uit het aanbod blijkt op welke wijze hier aandacht voor is.

 

0-2-4-6-8-10

 

  • 3.

    In hoeverre draagt het aanbod bij aan de doelstellingen van de subsidieregeling?

  •  

  • 4.

    In hoeverre draagt het aanbod bij aan de doelstellingen van het thema (of de eventuele deelthema's)?

 

0-2-4-6-8-10

 

0-2-4-6-8-10

 

  • 5.

    Het aanbod is collectief waar kan, individueel waar nodig.

 

0-2-4-6-8-10

 

  • 6.

    Het aanbod draagt bij aan verbinding tussen groepen (sociale cohesie).

 

 

  • 7.

    De aanvrager draagt actief bij aan het netwerk door actief samen te werken.

 

0-2-4-6-8-10

 

  • 8.

    Het aanbod focust zich aantoonbaar op de doelgroep of wijk die het, het hardste nodig heeft. Onderbouwing kan o.a. met behulp van data uit de Buurtkijker en SES-WOA-scores.

  •  

0-2-4-6-8-10

 

  • 9.

    Het aanbod is aantoonbaar gericht op het wegnemen van grondoorzaken van sociale problemen en/of zet in op verschilmakers: bestaanszekerheid (financieel en wonen), kansengelijkheid, samenleven en gezondheid.

0-2-4-6-8-10

 

 

 

Resultaten 20%

 

  •  

  • 10.

    Uit de aanvraag blijkt duidelijk welke resultaten worden opgeleverd (SMART). Het wordt inzichtelijk gemaakt waar de activiteiten aan bijdragen. Waarom we deze activiteiten zouden moeten subsidiëren.

  •  

 

0-2-4-6-8-10

 

  • 11.

    Het aanbod draagt aantoonbaar bij aan de behoefte van inwoners.

  •  

0-2-4-6-8-10

 

  • 12.

    De activiteiten hebben duurzame resultaten, het is aannemelijk dat het op de lange termijn bijdraagt aan verbetering (nader toelichten).

 

0-2-4-6-8-10

 

Kwaliteit 15%

 

  • 13.

    Uit de aanvraag blijkt dat medewerkers deskundig zijn en er actief aan deskundigheidsbevordering wordt gedaan.

 

0-2-4-6-8-10

 

  • 14.

    Uit de aanvraag blijkt in hoeverre ‘cliënten’/ ‘bezoekers’/ ‘deelnemers’ tevreden zijn over het aanbod.

  •  

0-2-4-6-8-10

 

 

Het volgende schaalmodel wordt gehanteerd: zeer slecht (0) – slecht (2) – onvoldoende (4) – voldoende (6) – goed (8) – uitmuntend (10).

 

 

Bijlage 2 Maatschappelijke business case preventief jeugdbeleid

 

Maatschappelijke businesscase in preventief jeugdbeleid

Wat is het?

Een maatschappelijke businesscase is een onderbouwde analyse waarin een subsidieaanvrager inzichtelijk maakt wat de activiteiten bijdragen aan maatschappelijke effecten én aan het voorkomen van zwaardere en duurdere vormen van ondersteuning. De businesscase laat zien hoe preventieve inzet bijdraagt aan het versterken van jeugdigen en gezinnen, en hoe dit doorwerkt in het verminderen van de instroom en inzet van jeugdzorg.

Waarom kiezen we hiervoor?

De gemeente kiest voor het werken met maatschappelijke businesscases om preventieve inzet beter te kunnen beoordelen op effectiviteit en impact. Door vooraf en tijdens de uitvoering systematisch inzicht te geven in resultaten, ontstaat een steviger basis om:

  • te sturen op wat werkt,

  • middelen doelmatig in te zetten,

  • en de beweging van zwaardere zorg naar preventie en normaliseren te versterken.

Daarmee draagt de maatschappelijke businesscase bij aan het realiseren van de doelstelling om het beroep op jeugdzorg terug te dringen en de zelfredzaamheid van jeugdigen en gezinnen te vergroten.

Opbouw van de maatschappelijke businesscase

De maatschappelijke businesscase bestaat uit drie samenhangende onderdelen:

1. Ervaringsdata (kwalitatief)

De aanvrager beschrijft hoe deelnemers de activiteiten ervaren en welk verschil deze maken in hun situatie. Hierbij wordt inzicht gegeven in de situatie vóór en na deelname, bijvoorbeeld op het gebied van opvoedvaardigheden, welzijn of zelfredzaamheid.

2. Wetenschappelijke kennis (evidence-based)

De aanvrager onderbouwt de gekozen aanpak met bestaande kennis, onderzoek of bewezen effectieve methodieken. Dit maakt inzichtelijk waarom de interventie naar verwachting bijdraagt aan het voorkomen of verminderen van problematiek.

3. Kwantitatieve data (cijfers en indicatoren)

De aanvrager levert concrete gegevens aan over bereik en resultaten, zoals aantallen deelnemers, doorlooptijden, wachttijden en relevante prestatie-indicatoren (KPI’s). Waar mogelijk wordt dit gekoppeld aan ontwikkelingen in het gebruik van jeugdzorg.

 

 

 

 

 

Format Maatschappelijke BusinessCase (MBC)

De manier van aanleveren is vormvrij, maar de gevraagde informatie s de info die in het voorbeeld staan maar zijn terug te lezen.

Criteria

Uitleg

Informatie aanvrager

1. Ervaringsdata (kwalitatief)

De aanvrager beschrijft hoe deelnemers de activiteiten ervaren en welk verschil deze maken in hun situatie. Hierbij wordt inzicht gegeven in de situatie vóór en na deelname, bijvoorbeeld op het gebied van opvoedvaardigheden, welzijn of zelfredzaamheid.

 

 

 

2. Wetenschappelijke kennis (evidence-based)

De aanvrager onderbouwt de gekozen aanpak met bestaande kennis, onderzoek of bewezen effectieve methodieken. Dit maakt inzichtelijk waarom de interventie naar verwachting bijdraagt aan het voorkomen of verminderen van problematiek.

 

 

3. Kwantitatieve data (cijfers en indicatoren)

De aanvrager levert concrete gegevens aan over bereik en resultaten, zoals aantallen deelnemers, doorlooptijden, wachttijden en relevante prestatie-indicatoren (KPI’s). Waar mogelijk wordt dit gekoppeld aan ontwikkelingen in het gebruik van jeugdzorg.

 

 

 

Naar boven