Gemeenteblad van Eindhoven
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eindhoven | Gemeenteblad 2026, 320875 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eindhoven | Gemeenteblad 2026, 320875 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Versterken Sociale Basis
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat het in de vergadering van 23 juni 2026
De gemeente Eindhoven deze visie en doelstellingen verder wil ondersteunen door het subsidiëren van activiteiten die daaraan bijdragen en daarmee een breed, laagdrempelig en vindbaar aanbod van activiteiten én ondersteuning, in eigen buurt, wijk of daarbuiten (bijv. stedelijk of online) wil creëren.
Besluit vast te stellen de Subsidieregeling Versterken Sociale Basis
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Actiegebied: door het college aangewezen actiegebieden zijn: deel van Drents Dorp (oost en zuid) en deel van ’t Ven (bezit ‘thuis), Bennekel (oost en west), deel van Blaarthem (Offenbachlaan) en Genderdal, Burghplan en Tivoli, Doornakkers (oost en west), deel van 't Hofke (Vlinderbuurt) en Lakerlopen, Eckart-Vaartbroek, deel van 't Hool (noord) en Jagershoef, Vlokhoven, (Hemelrijken en Gildebuurt, Woensel West, Kronehoef, Mensfort, Rapenland en Limbeek (noord en zuid).
Buurtontmoetingslocatie: een fysieke ontmoetingsplek die onderdeel is van het landschap van buurtontmoeting, gericht op het versterken van verbinding, sociale cohesie en vrijwillige inzet. Dit kan een Huis van de Wijk of Huis van de Buurt zijn zoals omschreven in het Beleidskader Buurtontmoeting 'Verbinding maak je samen’.
(Basis)dagbesteding: een algemene voorziening gericht op het bieden van een laagdrempelige ontmoetingsplek waarin tevens vorm wordt gegeven aan een gevarieerd activiteitenaanbod die de zelfredzaamheid en participatie van deelnemers bevordert, behoudt of compenseert, ondersteunt bij het creëren van een dagstructuur en betrokken mantelzorgers ontlast.
Integrale kaders Outreachend Werk:
Outreachend werk: het proactief benaderen en opsporen van kwetsbare volwassenen die hun (werkelijke) hulpvraag niet kunnen, willen, durven of mogen stellen en een (mogelijk) risico vormen voor zichzelf en/of omgeving. Outreachend werk zorgt dat de juiste zorg en ondersteuning geleverd wordt op de juiste plek (d.m.v. het wijzen van de juiste weg) aan de inwoner en zijn/haar omgeving, in een zo vroeg mogelijk stadium, om de gezondheid en het welbevinden van inwoners te bevorderen, overlast te verminderen en (verdere) escalatie te voorkomen.
Alle Outreachend Werk-partners vormen samen één netwerk waarin onderling (blijvend) wordt afgestemd: hoe de inzet van het outreachend werk te verdelen (o.a. met behulp van cijfers en data) over de gebieden, wijken en buurten (hotspots en hottimes); hoe ieders specialisatie het meest effectief kan worden ingezet; welke partner het beste aansluiting vindt met welke inwoner of persoon op straat.
Onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.
Professioneel beheer: het organiseren en uitvoeren van het sociaal en zakelijk beheer van een buurtontmoetingslocatie door een organisatie met aantoonbare deskundigheid en organisatorische capaciteit, waarbij de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken, activiteiten en het gebruik van de locatie bij de professionele organisatie ligt met als doel om het beheer en exploitatie over te dragen naar vrijwillig beheer (waar mogelijk).
Sociale basis: De sociale basis bestaat en wordt gevormd door inwoners en de gemeenschappen waar inwoners onderdeel van uitmaken. Iedereen maakt er per definitie onderdeel vanuit en kan eraan bijdragen. In de sociale basis vinden inwoners steun bij elkaar. Daarnaast bestaat er een breed, laagdrempelig en vindbaar aanbod van activiteiten én ondersteuning, in eigen buurt, wijk of daarbuiten (bijv. stedelijk of online). Dit aanbod bestaat uit een combinatie van inwonerinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties.
Vrijwillig beheer: het organiseren en uitvoeren van het sociaal en zakelijk beheer van een buurtontmoetingslocatie door vrijwilligers, bewonersinitiatieven of verenigingen, waarbij de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken, activiteiten en het gebruik van de locatie bij de gemeenschap of vrijwilligersorganisatie ligt, in lijn met het uitgangspunt “vrijwillig beheer tenzij…”.
Artikel 3 De te subsidiëren activiteiten
Activiteiten richten zich op het realiseren van de ambities uit het preventief jeugdbeleid Geen Kinderspel 2022–2026: Iedere jeugdige een goede start, Alle jeugdigen doen mee, en ‘Elke jeugdige groeit veilig op. De activiteiten dragen aantoonbaar bij aan ten minste één van de in dit beleid geformuleerde gewenste situaties en doelstellingen. Daarbij passen de activiteiten in één van de zes deelthema’s:
Deelthema 1 Opvoed- en opgroei ondersteuning.
Laagdrempelige, wijkgerichte ondersteuning zonder verwijzing, gericht op het versterken van ouders en opvoeders vanuit positief ouderschap en hun eigen mogelijkheden. Door een collectieve aanpak bouwen we aan sterke sociale netwerken die veerkracht, zelfvertrouwen en handelingsperspectief vergroten en een duurzame, steunende pedagogische basis vormen voor een goede start van kinderen en jeugdigen.
Deelthema 3 Ondersteuning op school en kinderopvang
Het bieden van extra ondersteuning aan professionals voor het creëren van een veilige en
inclusieve leeromgeving voor alle kinderen.
In 2027 wordt voor activiteiten gericht op preventief jeugdbeleid alleen subsidie verleend voor activiteiten op de deelthema's 1. Opvoed- en opgroeiondersteuning en 3. Ondersteuning op school en kinderopvang.
Activiteiten richten zich op het realiseren van het Stadsplan 'Iedereen basisvaardig'. Het plan heeft als doel het bevorderen van basisvaardigheden van volwassen inwoners met een nadruk op de NT1 doelgroep; inwoners met Nederlands als moedertaal die moeite hebben met lezen en schrijven en digitale vaardigheden. Daarnaast richt het plan zich ook op de NT2 inwoners in een kwetsbare positie.
Naast het richten op de genoemde doelgroepen uit het Stadsplan is er ook noodzaak voor activiteiten die aandacht besteden aan de ontwikkeling van basisvaardigheden bij kinderen. Door vroegtijdig in te zetten op (taal)ontwikkeling, wordt niet alleen laaggeletterdheid voorkomen, maar worden ook gelijke kansen geboden, talentontwikkeling gestimuleerd en onderwijsachterstanden tegengegaan.
Activiteiten richten zich op een samenleving waar mensen verbonden zijn, naar elkaar omzien en elkaar helpen. Het vasthouden en versterken van de saamhorigheid in de samenleving, zorgen ervoor dat iedereen mee kan doen en dat iedereen de juiste ondersteuning krijgt die nodig is. Inwoners kunnen beter omgaan met hun eigen levensvraagstukken waardoor zij minder gevoelens van eenzaamheid ervaren. Door het wegnemen van zo veel mogelijk barrières, kunnen alle Eindhovenaren laagdrempelig deelnemen aan sociale en maatschappelijke processen.
Activiteiten richten zich op de ambitie om van Eindhoven een stad te maken met vitale inwoners: mensen die goed in hun vel zitten en gezond zijn. Ook streven we naar een stad met een sociale, groene leefomgeving waar de gezonde levensverwachting en kwaliteit van leven stijgt en men graag meedoet in de samenleving. De activiteiten dragen bij aan deelthema 1 “gezondheid” of deelthema 2 “verslaving”.
De activiteiten dragen bij aan de gezondheid van alle inwoners. Zij voeren zoveel mogelijk eigen regie over hun gezondheid en leven en hebben daarin gelijke kansen. De activiteiten:
De activiteiten dragen bij aan
Activiteiten richten zich op de groep kwetsbare inwoners die door een opeenstapeling van problemen op meerdere leefgebieden extra zorg en aandacht nodig heeft. De activiteiten zijn erop gericht dat de juiste zorg eerder op de juiste plek komt (ook bij impliciete zorgvragen), zodat verdere escalatie wordt voorkomen.
Geldzorgen, armoede en schulden hebben impact op alle leefgebieden van inwoners. Een financieel zeker bestaan is een randvoorwaarde om op andere vlakken iets te kunnen bereiken in het leven. De aanpak van geldzorgen, armoede en schulden staat daarmee aan de basis van een effectieve aanpak op grondoorzaken in het gehele sociale domein. Samen met onze partners in de stad werken we aan het versterken van de bestaanszekerheid van inwoners. Zodat iedereen kan meedoen, ongeacht de hoogte van het inkomen. We willen voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen, de grondoorzaken van geldzorgen aanpakken en zorgen voor duurzame oplossingen zodat inwoners meer besteedbaar inkomen hebben en kunnen meedoen.
De activiteiten dragen bij aan deelthema 1 'Vangnet en materiële ondersteuning’ of deelthema 2 ‘Preventie van financiële problemen’:
Deelthema 1: Vangnet en materiële ondersteuning
Ambitie: Iedereen kan meedoen, ook inwoners met een laag inkomen.
Doelstelling(en): De inwoners van Eindhoven ervaren (hulp bij) bestaanszekerheid.
Deelthema 2: Preventie van financiële problemen
Ambitie: Voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen.
Doelstelling(en): Het bevorderen van financiële zelfredzaamheid bij inwoners.
Activiteiten richten zich op de ambitie dat niemand in Eindhoven tussen wal en schip valt. Inwoners met een (psychische) kwetsbaarheid kunnen meedoen in de samenleving op eigen kracht en of met hulp van anderen.
De activiteiten zijn gericht op het vroegtijdig signaleren van (complexe) problematiek bij deze inwoners, die in de ogen van hun buurtgenoten verward en/of onbegrepen gedrag vertonen, dragen bij aan het verminderen van zwaardere zorginzet en het voorkomen van thuis- of dakloosheid. Door het daadkrachtig optreden van professionals richting deze inwoners en hun directe leefomgeving wordt ook gewerkt aan het destigmatiseren (normaliseren) van mentale kwetsbaarheid.
De activiteiten dragen bij aan een van de twee deelthema's:
Deelthema 1 Straatwerk dak- en thuislozen
Opsporen, signaleren en contact leggen met dak- en thuislozen en toeleiding naar juiste ondersteuning of zorg. Het straatwerk is zichtbaar in de wijk aanwezig en draagt bij aan een gevoel van veiligheid en draagvlak in de omgeving.
Opsporen en opzoeken van inwoners met zorgwekkend en of zorgmijdend gedrag (ook verborgen leed achter de voordeur), en het toeleiden naar passende ondersteuning of zorg. Voor deze doelgroep, die dreigt tussen wal en schip te vallen, is de methodiek ‘bemoeizorg’ beschikbaar.
Activiteiten richten zich erop dat dat Eindhovenaren worden gestimuleerd zich vrijwillig in te zetten dat zij weten waar ze dit kunnen doen en dat zij op een passende manier hierbij worden ondersteund. Vrijwilligersorganisaties worden ondersteund bij vraagstukken rondom het eigen vrijwilligersbeleid.
De activiteiten dragen bij aan een van de twee deelthema's:
Deelthema 1 Onafhankelijke cliëntenondersteuning (OCO)
Activiteiten zijn gericht op het voorzien van informatie, advies en algemene ondersteuning aan inwoners die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening. De ondersteuning richt zich op het gehele sociale domein: maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. De inwoner staat hierbij centraal.
Deelthema 2 Inwonersondersteuning:
Subsidie kan worden aangevraagd voor ondersteuning, belangenbehartiging dak- en thuislozen en slachtofferhulp. Het kan gaan om bemiddeling, informatie en advies, advisering, ondersteunen bij of overnemen van administratieve zaken en belangenbehartiging.
Activiteiten zijn erop gericht dat Eindhovenaren zo lang mogelijk vitaal, gelukkig, veilig en vertrouwd in de eigen wijk kunnen wonen. Buurten en wijken ontwikkelen zich tot een zorgzame omgeving, waar oog is voor mensen in een kwetsbare positie, specifiek mensen met dementie. Om in de toekomst beter om te kunnen gaan met de toenemende aantallen inwoners met dementie is een gezamenlijke aanpak noodzakelijk. Die aanpak richt zich op het herkennen van dementie, het omgaan met dementie, het doorbreken van taboes rondom de ziekte, om de ondersteuning van mantelzorgers en om toegankelijke informatievoorziening rondom het thema dementie.
De activiteiten richten zich op 2 deelthema's.
Deelthema 1 Professioneel beheer wijkcentra
de overgang van professioneel naar vrijwillig beheer, tenzij is aangetoond dat een dergelijke overgang niet mogelijk is. Het opbouwen en versterken van vrijwillig beheer van de buurtontmoetingslocatie kan onder meer door het coachen, begeleiden, en waar nodig het ondersteunen van het (toekomstige) vrijwillige beheer van het bestuur en andere betrokkenen van de buurtontmoetingslocatie.
Deelthema 2 Vrijwillig beheer wijkcentra
Alle activiteiten binnen deelthema 1 en 2 worden uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het Beleidskader Buurtontmoeting 'Verbinding maak je samen’ waarin vrijwillig beheer tenzij, maatwerk per wijk, in co-creatie met inwoners, vrijwilligers, (wijk)partners en de gemeente en het maximaal benutten van bestaande gemeenschapskracht leidend zijn.
Eenmalige subsidie voor activiteiten voor de duur van maximaal één jaar tot en met einddatum 31december 2027, worden verleend binnen het thema ‘Cultuur in de Wijk’. Het doel is om met kunst en cultuur bij te dragen aan leefbaarheidsverbetering, het versterken van de sociale basis in de wijk en/of ontmoeting tussen bewoners in de wijk tot stand te brengen. Het gaat om culturele projecten binnen de volgende disciplines: architectuur, digitale cultuur en vormgeving, beeldende kunst, film, letteren, podiumkunsten, urban culture, multidisciplinair, cultuurparticipatie- en educatie. De culturele activiteit moet worden ontwikkeld of uitgevoerd voor of samen met buurtbewoners en moet plaatsvinden in een van de bestuurlijk vastgestelde actiegebieden
Activiteiten zijn gericht op het tegengaan en uitbannen van huiselijk geweld en kindermishandeling zodat iedere inwoner in Eindhoven veilig is en zich veilig voelt. We streven naar een samenleving én een professioneel veld die begrijpen wat huiselijk geweld is, (risico’s op) huiselijk geweld weten te signaleren en weten wat met het signaal te doen.
de aanvrager die subsidie aanvraagt voor activiteiten die vergelijkbaar zijn met activiteiten waarvoor reeds subsidie is verleend toont in de aanvraag aan hoe dat nieuwe zich verhoudt tot het reeds gesubsidieerde vergelijkbare aanbod en welke meerwaarde het nieuwe heeft ten opzichte van het al gesubsidieerde vergelijkbare aanbod.
Onderstaande vereisten gelden voor de twee deelthema’s zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel a:
de aanvrager geeft een duidelijke beschrijving van de doelgroep en het inclusieve karakter (laagdrempelige voor alle jeugdige beschikbaar) van de interventie, waarom (de behoefte) de interventie noodzakelijk is, de verwachte resultaten van de interventie en maakt inzichtelijk op welke manier de interventie bijdraagt aan de doelen en ambities zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel a; en
Onderstaande vereisten gelden voor het thema als genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel b:
Voor de doelgroep volwassenen:
Onderstaande vereisten gelden voor beide deelthema’s zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel f:
Voor deelthema 1 Vangnet en materiële ondersteuning geldt de volgende aanvullende vereiste:
Voor deelthema 2 Preventie van financiële problemen gelden de volgende aanvullende vereisten:
Onderstaande vereisten gelden voor thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel i:
Onderstaande vereisten gelden voor beide deelthema’s zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel k:
Voor deelthema 1 Professioneel beheer wijkcentra geldt daarnaast de volgende aanvullende vereiste:
Opbouwen en versterken van vrijwillig beheer en exploitatie. Deelthema 2 Vrijwillig beheer wijkcentra.
Waar (nog) sprake is van professioneel beheer, werkt de aanvrager planmatig toe naar duurzaam vrijwillig beheer van de buurtontmoetingslocatie. Dit gebeurt op een zorgvuldige manier die past bij de lokale dynamiek en inzetkracht van de gemeenschap. De aanvrager:
Onderstaande vereisten gelden voor thema zoals genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel l:
de culturele activiteit of het culturele project vindt plaats in een van de bestuurlijk vastgestelde actiegebieden: Drents Dorp (oost en zuid), deel van ’t Ven (bezit ‘thuis), Bennekel (oost en west), deel van Blaarthem (Offenbachlaan), Genderdal, Burghplan, Tivoli, Doornakkers (oost en west), deel van ’t Hofke (Vlinderflats), Lakerlopen, Eckart-Vaartbroek, deel van ’t Hool (noord), Jagershoef, Vlokhoven, Hemelrijken, Gildebuurt, Woensel West, Kronehoef, Mensfort, Rapenland en Limbeek (noord en zuid); en
In aanvulling op het bepaalde in de ASV Eindhoven weigert het college de subsidie in ieder geval:
Artikel 6 Subsidieplafond/verdeling van de subsidie
Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie voor activiteiten op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel a tot en met k, plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Indien meerdere aanvragen voor activiteiten op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel a tot en met k, op grond van de rangschikking een gelijke score behalen en het resterende subsidieplafond ontoereikend is om deze aanvragen volledig te honoreren, verdeelt het college het resterende subsidieplafond procentueel evenredig over deze aanvragen, voor zover:
Als de aanvrager voor activiteiten zoals benoemd in het zesde lid krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum en tijdstip waarop de aangevulde aanvraag door het college is ontvangen.
Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen voor activiteiten, zoals benoemd in het zesde lid, dat op dezelfde dag en tijdstip door het college wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 3, derde lid onderdeel j, thema Dementievriendelijke gemeenschappen, bedraagt maximaal €10.000,- per jaar.
Inwoners weten waar ze de activiteit/ het aanbod kunnen vinden (het staat in ieder geval op de www.eindopweg.nl).
Op aanvragen om subsidie die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend, op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend en op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip.
Het volgende schaalmodel wordt gehanteerd: zeer slecht (0) – slecht (2) – onvoldoende (4) – voldoende (6) – goed (8) – uitmuntend (10).
Bijlage 2 Maatschappelijke business case preventief jeugdbeleid
Maatschappelijke businesscase in preventief jeugdbeleid
Een maatschappelijke businesscase is een onderbouwde analyse waarin een subsidieaanvrager inzichtelijk maakt wat de activiteiten bijdragen aan maatschappelijke effecten én aan het voorkomen van zwaardere en duurdere vormen van ondersteuning. De businesscase laat zien hoe preventieve inzet bijdraagt aan het versterken van jeugdigen en gezinnen, en hoe dit doorwerkt in het verminderen van de instroom en inzet van jeugdzorg.
De gemeente kiest voor het werken met maatschappelijke businesscases om preventieve inzet beter te kunnen beoordelen op effectiviteit en impact. Door vooraf en tijdens de uitvoering systematisch inzicht te geven in resultaten, ontstaat een steviger basis om:
Daarmee draagt de maatschappelijke businesscase bij aan het realiseren van de doelstelling om het beroep op jeugdzorg terug te dringen en de zelfredzaamheid van jeugdigen en gezinnen te vergroten.
Opbouw van de maatschappelijke businesscase
De maatschappelijke businesscase bestaat uit drie samenhangende onderdelen:
1. Ervaringsdata (kwalitatief)
De aanvrager beschrijft hoe deelnemers de activiteiten ervaren en welk verschil deze maken in hun situatie. Hierbij wordt inzicht gegeven in de situatie vóór en na deelname, bijvoorbeeld op het gebied van opvoedvaardigheden, welzijn of zelfredzaamheid.
2. Wetenschappelijke kennis (evidence-based)
De aanvrager onderbouwt de gekozen aanpak met bestaande kennis, onderzoek of bewezen effectieve methodieken. Dit maakt inzichtelijk waarom de interventie naar verwachting bijdraagt aan het voorkomen of verminderen van problematiek.
3. Kwantitatieve data (cijfers en indicatoren)
De aanvrager levert concrete gegevens aan over bereik en resultaten, zoals aantallen deelnemers, doorlooptijden, wachttijden en relevante prestatie-indicatoren (KPI’s). Waar mogelijk wordt dit gekoppeld aan ontwikkelingen in het gebruik van jeugdzorg.
Format Maatschappelijke BusinessCase (MBC)
De manier van aanleveren is vormvrij, maar de gevraagde informatie s de info die in het voorbeeld staan maar zijn terug te lezen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-320875.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.