U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Omgevingsplan gemeente Beek

Ontwerp wijzing omgevingsplan gemeente Beek: aanwijzing bebouwingscontour houtkap

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek heeft het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan gemeente Beek voor de aanwijzing van de bebouwingscontour houtkap vrijgegeven voor de terinzagelegging.

Wijzigartikel I

De wijziging van het omgevingsplan gemeente Beek voor de aanwijzing van de bebouwingscontour houtkap zoals opgenomen in Bijlage A van dit Besluit wordt als ontwerp vrijgegeven.

Artikel II

Deze wijziging heeft enkel betrekking op het aanwijzen van de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Een onderbouwing van de wijziging wordt omgeschreven in Bijlage B.

Bijlage A Wijziging Bebouwingscontour Houtkap

A

Hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 21 GEBIEDSONTWIKKELINGEN

[Gereserveerd]

Afdeling 21.1 VANWEGE INSTRUCTIEREGELS AANGEWEZEN GEBIEDEN EN LOCATIES

Paragraaf 21.1.1 Instuctieregels van het Rijk
Artikel 21.1 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap

Ter plaatse van de locatie bebouwingscontour houtkap geldt dat de gronden zijn aangewezen als bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Binnen deze bebouwingscontour houtkap zijn de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing.

B

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Geografische Informatieobjecten

Deze regeling bevat geen GIO informatie.

bebouwingscontour houtkap

/join/id/regdata/gm0888/2026/e4de557723ae4f97a39c66a1727c3f96/nld@2026‑07‑02;7893a8129ec54289911e159a4603d30d

C

Na sectie 1 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

21 GEBIEDSONTWIKKELINGEN

21.1 VANWEGE INSTRUCTIEREGELS AANGEWEZEN GEBIEDEN EN LOCATIES

21.1.1 Instructieregels van het Rijk
Artikel 21.1 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap

Artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat een instructieregel over het aanwijzen van een bebouwingscontour houtkap. Dit is nodig, omdat de regels in afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving uitsluitend gelden buiten het stedelijk gebied van gemeenten (artikel 11.111, tweede lid, aanhef en onder a, Besluit activiteiten leefomgeving). De grenzen daarvan - de ‘bebouwingscontour houtkap’- worden door de gemeenteraad vastgesteld in het omgevingsplan.

D

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

In dit artikel staan de specifieke aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument die een archeologisch monument betreft. Een archeologisch monument is in de Erfgoedwet gedefinieerd als een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Dit artikel is van toepassing als de aanvraag een gemeentelijk monument betreft dat een archeologisch monument is, en kan in bepaalde gevallen van toepassing zijn als deze een archeologisch monument betreft dat geen zelfstandig gemeentelijk monument is, maar zich ter plaatse van een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument bevindt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de resten van een voorganger van een als gemeentelijk monument beschermde kerk die zich daar nog onder bevinden, of aan het bodemarchief onder een slotgracht of kasteeltuin. Als voor die locatie nog geen afweging over de archeologische monumentenzorg heeft plaatsgevonden in het kader van besluitvorming over het toedelen van functies aan locaties, kunnen de archeologische belangen worden meegewogen bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor een (bodemverstorende) activiteit die een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument betreft. Er kunnen in dat geval aan de omgevingsvergunning in het belang van de archeologische monumentenzorg ook vergunningvoorschriften worden verbonden voor het in situ- of ex situ-behoud van het zich daaronder bevindende archeologisch monument (zie verder de toelichting bij artikel 22.303).

In de meeste gevallen zal het bij een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in dit artikel gaan om het op een of meer plaatsen verstoren van de bodem, maar het kan bij zichtbare archeologische monumenten, zoals terpen/wierden, kasteelterreinen, hunebedden, grafheuvels en scheepswrakken, bijvoorbeeld ook gaan om ontsiering of beschadiging van het zichtbare deel van het archeologisch monument.

Veel voorkomende activiteiten die betrekking hebben op een archeologisch monument, zijn:

  • a.

    bouw-, sloop-, inrichtings- en graafwerkzaamheden,

  • b.

    de aanleg of het onderhoud van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen, rioleringen, kabels en leidingen.

Ook kan het gaan om:

  • a.

    het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte,

  • b.

    het aanleggen of dempen van waterlopen en het aanleggen van vaargeulen,

  • c.

    het aanplanten en verwijderen van (diepwortelende) bomen en struiken,

  • d.

    het ophogen, verlagen of egaliseren van het maaiveld,

  • e.

    het wijzigen van het grondwaterpeil,

  • f.

    het winnen van grondstoffen,

  • g.

    agrarische grondwerkzaamheden, en

  • h.

    activiteiten die tot doel hebben de fysieke staat van het archeologisch monument te consolideren of te restaureren.

Bijlage B Motivering

Motivering wijziging OP bebouwingscontour houtkap

/join/id/pubdata/gm0888/2026/c98c8b9fd5a24849bdbfd94fdbc1a92f/nld@2026‑07‑02;1

Naar boven