Gemeenteblad van Land van Cuijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Land van Cuijk | Gemeenteblad 2026, 320402 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Land van Cuijk | Gemeenteblad 2026, 320402 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening fysieke leefomgeving Land van Cuijk 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:3 Doel van deze verordening
Deze verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang:
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing en melding (voorheen o.a. artikel 1:5 APV)
Artikel 1:7 Weigeringsgronden (voorheen artikel 1:8 APV)
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Van deze termijn kan bij of krachtens deze Verordening worden afgeweken.
HOOFDSTUK 2 AANWIJZINGEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING
In deze afdeling wordt verstaan onder openbare inrichting:
De lokaliteit(en), waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
In deze afdeling wordt verstaan onder een terras: een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatste kunnen worden bereid of verstrekt.
Artikel 2:5 Ligplaats woonboten of andere drijvende bouwwerken (voorheen artikel 5:25 APV)
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet of het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 2:6 Ligplaats vaartuigen (voorheen artikel 5:25 APV)
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet of het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 2:7 aanwijzing aanlegplaatsen (nieuw artikel)
De gemeenteraad heeft de volgende aanlegplaatsen aangewezen:
Artikel 2:9 passantensteigers (nieuw artikel)
Het in het eerste lid, onder b., gestelde verbod geldt niet voor de vaartuigen die ligplaats hebben in een jachthaven dan wel aan de campingsteiger, privésteiger bij woning/niet openbare steigers of bij een daartoe aangewezen overnachtingsplaats. Bij de als zodanig aangewezen overnachtingsplaatsen geldt een door burgemeester en wethouders vast te stellen beheerregime en vergoeding.
Het in het eerste lid, onder b., gestelde verbod geldt niet voor vaartuigen van door het college van burgemeester en wethouders in het algemeen belang aangewezen maatschappelijke, culturele en creatieve instellingen/ondernemers, stichtingen en verenigingen en dergelijke die ten behoeve van recreatie, onderwijs, welzijn en cultuur, toezicht en hulpverlening, ligplaats innemen.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet of het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 2:10 Voorwerpen op, in of boven openbaar water (voorheen artikel 5:24 APV)
Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Land van Cuijk, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:11 Beschadigen van waterstaatswerken (voorheen artikel 5:28 APV)
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
Artikel 2:12 Reddingsmiddelen (voorheen artikel 5:29 APV)
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
De gemeenteraad heeft nadere definities en regels vastgesteld met betrekking tot het cultureel erfgoed. Deze definities en regels zijn vastgelegd in de geldende Erfgoedverordening Land van Cuijk.
HOOFDSTUK 3 ACTIVITEITEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING
AFDELING 2 Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, sloopactiviteiten
Artikel 3:3 Bodemonderzoek (voorheen artikel 2.1.5 Bouwverordening gemeente Land van Cuijk 2022)
Als voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, uit het in NEN 5725 bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is, dan wel dat de gerezen verdenkingen een volledig onderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen, kan het college toestaan dat gedeeltelijk wordt afgeweken van de verplichting om een onderzoeksrapport in te dienen.
Artikel 3:4 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen (voorheen artikel 2.4.2 Bouwverordening gemeente Land van Cuijk 2022)
Voor het vormen van dit oordeel maakt het college gebruik van een onderzoeksrapport en/of andere bij haar bekende onderzoeksresultaten zoals bedoeld in de Regeling Omgevingswet, dan wel een saneringsplan op grond van het voorheen geldende artikel 39, eerste en tweede lid van de Wet bodemsanering of op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving;
Artikel 3:5 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem (voorheen artikel 2.4.1 Bouwverordening gemeente Land van Cuijk 2022)
Er mag niet worden gebouwd op een bodem die zodanig verontreinigd is dat schade of gevaar voor de gezondheid van de gebruikers is te verwachten, voor zover bouwen betrekking heeft op:
AFDELING 3 Milieubelastende activiteiten met betrekking tot geluid
Artikel 3:8 Melding incidentele festiviteiten (voorheen artikel 4:3 APV)
Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64, 5.65, 5.66, 5.67, 5.68, 5.69, 5.70, 5.71 en 5.72 van het Bkl, niet van toepassing zijn. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit ten minste vier weken voor het begin van de festiviteit schriftelijk meldt aan het college, via het daartoe door het college vastgestelde meldformulier.
Het is een inrichting toegestaan om maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met incidentele festiviteiten de verlichting aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit ten minste tien werkdagen voor het begin van de festiviteit daarvan schriftelijk meldt aan het college, via het daartoe door het college vastgestelde meldformulier.
Artikel 3:9 Onversterkte muziek (voorheen artikel 4:5 APV)
AFDELING 4 Overige milieubelastende activiteiten
Artikel 3:12 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke (voorheen artikel 4:13 APV)
Het is verboden in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, buiten een inrichting, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
AFDELING 5 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente
Artikel 3:15 Voorwerpen op of aan de weg (voorheen artikel 2:10 APV)
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
Artikel 3:16 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (voorheen artikel 2:11 APV)
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod, zoals bedoeld in het eerste lid, is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 3:18 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp (voorheen artikel 2:15 APV)
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel 3:21 Verbod handelsreclame (voorheen artikel 4:15 APV)
Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het eerste lid van artikel 3:21, dan wel aangebracht voor een ander doel dan handelsreclame, de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving wordt veroorzaakt, zijn burgemeester en wethouders bevoegd de rechthebbende onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger is verplicht aan deze aanschrijving te voldoen.
Artikel 3:24 Defecte voertuigen (voorheen artikel 5:4 APV)
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 3:29 Uitzichtbelemmerende voertuigen (voorheen artikel 5:9 APV)
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Artikel 3:30 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (voorheen artikel 5:10 APV)
Artikel 3:32 Overlast van fietsen of bromfietsen (voorheen artikel 5:12 APV)
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Artikel 3:33 Definitie kampeermiddel (voorheen artikel 4:17 APV)
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 3:36 Toestemming rechthebbende (voorheen artikel 5:19 APV)
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
AFDELING 8 | Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 3:39 Crossterreinen (voorheen artikel 5:32 APV)
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Artikel 3:40 Beperking verkeer in natuurgebieden (voorheen artikel 5:33 APV)
Artikel 3:47 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen (voorheen artikel 4:9 APV)
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 3:49 Definitie (voorheen artikel 5:35 APV)
In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
AFDELING 14 Traditioneel schieten (APV)
Artikel 3:52 Begripsbepaling (voorheen artikel 4:5a APV)
In dit artikel wordt verstaan onder:
Artikel 3:54 Tijden (voorheen artikel 4:5c APV)
Het schieten mag uitsluitend plaatsvinden tussen 07.00 uur en 23.00 uur.
HOOFDSTUK 4 HANDHAVING, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast personen die bij bijzondere wetten met de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten worden belast en personen die bij verordening zijn belast met het toezicht op de naleving van die verordening, een en ander voor zover het die feiten betreft en die personen zijn beëdigd.
Artikel 4:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-320402.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.