Beleidsregels verdeling exploitatievergunning coffeeshop Lisse

De burgemeester van de gemeente Lisse,

 

overwegende dat de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lisse 2024 (hierna: APV) en het Coffeeshopbeleid gemeente Lisse 2018 (hierna: Coffeeshopbeleid) het mogelijk maken een coffeeshop te exploiteren;

 

overwegende dat volgens het Coffeeshopbeleid maximaal één vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop verleend worden in de gemeente Lisse;

 

overwegende dat de vergunning, om een coffeeshop te exploiteren, vanwege het maximumstelsel een zogeheten ‘schaarse vergunning’ betreft, en het gevolg daarvan is dat een passende mate van openbaarheid en voldoende gelijke kansen geboden moeten worden om in aanmerking voor de vergunning te komen;

 

gelet op het bepaalde in art. 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

BESLUIT

vast te stellen de navolgende:

 

‘Beleidsregels verdeling exploitatievergunning coffeeshop Lisse’

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    Aanvrager:

    natuurlijke persoon of rechtspersoon die de vergunning aanvraagt.

     

  • -

    AHOJGI criteria:

    gedoogcriteria die door het Nederlandse Openbaar Ministerie zijn opgesteld. Ze bepalen onder welke voorwaarden een coffeeshop softdrugs mag verkopen zonder strafrechtelijk te worden vervolgd. De letters staan voor het volgende:

    • i.

      A – Affichering: een coffeeshop maakt geen reclame voor de onderneming of voor de producten.

    • ii.

      H – Harddrugs: een coffeeshop opereert in een strikt gescheiden markt en verkoopt cannabis en geen alcohol of andere (hard)drugs.

    • iii.

      O – Overlast: een coffeeshop veroorzaakt geen overlast voor de omgeving, dus ook geen hinder door fout geparkeerde auto’s, luidruchtig verkeer of groepen hangjongeren.

    • iv.

      J – Jongeren: een coffeeshop laat geen jongeren onder de 18 jaar toe en ziet daar strikt op toe.

    • v.

      G – Grote hoeveelheden; een coffeeshop verkoopt niet meer dan vijf gram per dag aan een persoon.

    • vi.

      I - Ingezetenen: Alleen ingezetenen van Nederland (mensen die in een Nederlandse gemeente wonen) mogen worden toegelaten en kopen.

  • -

    Coffeeshop:

    een openbare inrichting waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was de verkoop van cannabisproducten plaatsvindt, overeenkomstig het nationale gedoogbeleid en artikel 13b Opiumwet.

     

  • -

    Exploitatievergunning:

    de vergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Lisse 2024 (APV), die op grond van deze beleidsregels wordt verleend voor de exploitatie van een coffeeshop.

     

  • -

    Gedoogbeleid:

    het landelijk beleid van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de gedoogde verkoop van softdrugs in coffeeshops.

     

  • -

    Locatie:

    het pand of perceel waarvoor exploitatie als coffeeshop wordt aangevraagd, inclusief eventuele gebruiks- en bestemmingsplanvoorwaarden.

     

  • -

    Loting:

    een procedure waarbij een notaris de volgorde bepaalt waarin aanvragen inhoudelijk worden beoordeeld.

     

  • -

    Schaarse vergunning:

    een vergunning waarvan het aantal beperkt is, terwijl de vraag dat aanbod (kan) overstijgen.

Artikel 2: Gedoogstatus coffeeshops

  • 1.

    De exploitatie van een coffeeshop vindt plaats met inachtneming van het geldende landelijke gedoogbeleid en de AHOJGI-criteria.

  • 2.

    Een exploitatievergunning voor een coffeeshop kan slechts worden gebruikt indien en zolang de exploitatie door het Openbaar Ministerie wordt gedoogd.

  • 3.

    Indien niet wordt voldaan aan de AHOJGI-criteria of andere gestelde voorwaarden, kan dit leiden tot intrekking van de vergunning.

Artikel 3: Doel en reikwijdte

Deze beleidsregels geven nadere uitwerking aan de wijze waarop de burgemeester gebruikmaakt van zijn bevoegdheid om een exploitatievergunning te verlenen (artikel 2:28 APV), met waarborging van transparantie, gelijke kansen en zorgvuldigheid.

Artikel 4: Maximumstelsel

In de gemeente Lisse wordt maximaal één coffeeshop toegestaan zoals omschreven in het Coffeeshopbeleid. De vergunning betreft daarom een schaarse vergunning.

Artikel 5: Bekendmaking van vrijgekomen vergunning

  • 1.

    De burgemeester maakt bekend dat een exploitatievergunning is vrijgekomen, dan wel vrijkomt.

  • 2.

    De bekendmaking vindt plaats via de gemeentelijke website.

  • 3.

    De bekendmaking vermeldt in ieder geval:

    • a.

      dat één vergunning beschikbaar is;

    • b.

      de termijn van zes weken waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend;

    • c.

      de wijze van indienen;

    • d.

      een overzicht van de vereiste documenten als bedoeld in artikel 8;

    • e.

      een omschrijving van de procedure, waaronder locatietoets, loting en inhoudelijke toetsing;

    • f.

      de geldigheidsduur van de vergunning;

    • g.

      de mogelijkheid tot het stellen van vragen via een contactpunt van de gemeente.

Artikel 6: Aantal aanvragen per aanvrager

Van iedere aanvrager wordt slechts één aanvraag geaccepteerd. Het indienen van meerdere aanvragen leidt tot uitsluiting van de gehele procedure. Bij een vermoeden van overtreding onderzoekt de burgemeester de zakelijke relaties van de aanvrager.

Artikel 7: Wijze van indienen en indieningstermijn

  • 1.

    Een aanvraag wordt uitsluitend in behandeling genomen indien deze binnen zes weken na de start van de aanvraagperiode is ingediend via het daarvoor bestemde aanvraagformulier voor exploitatievergunningen, beschikbaar op de website van de gemeente Lisse.

  • 2.

    Na afloop van deze termijn ontvangen aanvragen worden onverwijld geweigerd.

  • 3.

    Voor zover binnen de termijn geen aanvragen worden ingediend, kan de burgemeester een nieuwe termijn vaststellen en opnieuw bekendmaken.

Artikel 8: Indieningsvereisten aanvraag

Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende documenten:

  • a.

    Kopieën van geldige identiteitsbewijzen van exploitant(en) en leidinggevende(n), zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht;

  • b.

    Een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel, niet ouder dan drie maanden;

  • c.

    Een ondertekende (intentie) huur- of koopovereenkomst waaruit blijkt dat de aanvrager over de locatie beschikt of kan beschikken;

  • d.

    Een recente, op schaal gemaakte plattegrond van de inrichting;

  • e.

    een onderbouwing waaruit blijkt dat de locatie niet in strijd is met het geldende bestemmings- of omgevingsplan;

  • f.

    Een ondernemingsplan, dat ten minste omvat:

    • i.

      een beschrijving van de exploitant(en), waaronder hun persoonsgegevens, opleidingen, ervaring in de branche, hun persoonlijke kwaliteiten en vaardigheden ten aanzien van het exploiteren van een coffeeshop;

    • ii.

      een beschrijving van de coffeeshop en in welke behoefte zal worden voorzien;

    • iii.

      een overzicht van de producten die worden verkocht (menukaart);

    • iv.

      een beschrijving op welk publiek de coffeeshop zich richt;

    • v.

      de locatie van de te vestigen coffeeshop.

  • g.

    Een veiligheidsplan, dat ten minste omvat:

    • i.

      risicoanalyse openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en het woon- en leefklimaat;

    • ii.

      concrete maatregelen ter mitigatie van deze risico's;

    • iii.

      toezichtinrichting binnen en rondom de coffeeshop;

    • iv.

      huisregels;

    • v.

      concrete maatregelen ter naleving van AHOJGI criteria als bedoeld in de Aanwijzing Opiumwet.

  • h.

    Een verkeersplan, dat ten minste omvat:

    • i.

      een beschrijving van de bereikbaarheid van de coffeeshop voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer;

    • ii.

      een globale beschrijving van de te verwachten bezoekersstromen en het moment waarop deze zich kunnen voordoen;

    • iii.

      een beschrijving van de parkeermogelijkheden in de directe omgeving van de coffeeshop;

    • iv.

      een beschrijving van mogelijke aandachtspunten voor verkeer en parkeren in de omgeving en de wijze waarop de exploitant verwacht hiermee om te gaan;

    • v.

      de wijze waarop signalen of klachten over verkeer en parkeren uit de omgeving worden ontvangen en opgevolgd.

Het verkeersplan wordt ter beoordeling voorgelegd aan een verkeerskundige. Daarbij wordt in ieder geval beoordeeld of de vestiging van de coffeeshop, gelet op de verwachte bezoekersstromen, niet leidt tot een onevenredige belasting van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en parkeerdruk in de directe omgeving.

 

  • i.

    Een communicatieplan, waarin staat beschreven:

    • i.

      een beschrijving hoe de exploitant(en) omwonenden en omliggende bedrijven zullen informeren/voorbereiden op de komst van een coffeeshop;

    • ii.

      een beschrijving hoe de exploitant(en) gedurende de exploitatie van de coffeeshop in contact blijven met de omgeving en omgaan met diens klachten; en

    • iii.

      een omschrijving hoe de exploitant(en) een constante, open en constructieve verstandhouding tot de omgeving bewaren;

  • j.

    Een preventieplan, waarin wordt beschreven:

    • i.

      het toegangs- en deurbeleid;

    • ii.

      de wijze waarop personeel kennis en inzicht vergaart en behoudt over verdovende middelen, de herkenning van verslavingssymptomen en de kans op en de risico’s van verslaving;

    • iii.

      de wijze van eigen inzet en te treffen maatregelen ter voorkoming van verslaving als ook de samenwerking met verslavingszorg en/of andere partners;

Artikel 9: Aanvulling van onvolledige aanvragen

  • 1.

    Voor zover de aanvraag onvolledig is, stelt de burgemeester de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb in de gelegenheid de aanvraag binnen twee weken na verzending van het aanvulverzoek aan te vullen.

  • 2.

    Wordt de aanvraag niet tijdig aangevuld, dan wordt deze buiten behandeling gesteld.

  • 3.

    De beslistermijn wordt opgeschorst vanaf de dag na verzending van het aanvulverzoek tot en met de dag waarop de aanvullende gegevens zijn ontvangen.

Artikel 10: Verdeelmethode en deelname loting

  • 1.

    De verdeling van de beschikbare vergunning vindt plaats door middel van loting.

  • 2.

    Tot deelname aan de loting worden uitsluitend toegelaten de aanvragen:

    • a.

      die binnen het aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 7, lid 1 juncto artikel 8 zijn ontvangen en;

    • b.

      voldoen aan de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 8;

    • c.

      voldoen aan de vereisten van fasen 1 en 2 als bedoeld in artikel 11.

  • 3.

    Aanvragers die niet deelnemen aan de loting worden hier schriftelijk van in kennis gesteld alsmede van het moment van loting.

  • 4.

    Deelnemende aanvragers worden schriftelijk in kennis gesteld van de loting en de datum waarop deze wordt uitgevoerd.

Artikel 11: Procedure vergunningverlening

  • 1.

    De verlening van de vergunning door de burgemeester vindt plaats via het doorlopen van vijf fasen:

    • a.

      fase 1: toetsing of het gebruik van de aangevraagde locatie als coffeeshop in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan dan wel omgevingsplan;

    • b.

      fase 2: toetsing of de aanvraag volledig is en voldoet aan de indieningsvereisten, alsmede een toetsing of sprake is van een evidente weigeringsgrond op basis van artikel 1:8 en artikel 2:28 van de APV;

    • c.

      fase 3: loting tussen de overgebleven aanvragen, waarna de in de loting getrokken aanvragen, uitsluiteind ter bepaling van de volgorde, in volgorde van trekking, de volgende fase doorlopen;

    • d.

      fase 4: uitgebreide inhoudelijke toetsing van de aanvraag aan:

      • -

        het Coffeeshopbeleid;

      • -

        de ingediende plannen (ondernemingsplan, veiligheidsplan, communicatieplan, verkeersplan, preventieplan);

      • -

        naleving van AHOJGI criteria;

      • -

        overige toepasselijke beleidsregels;

    • Deze toetsing heeft het karakter van een voldoen- of niet-voldoentoets; daarbij vindt geen onderlinge vergelijking tussen aanvragen plaats.

    • e.

      fase 5: toetsing op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob), inclusief een eventuele adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob, in samenhang met het geldende gemeentelijke Bibob beleid.

  • 2.

    Indien een aanvraag in een fase wordt afgewezen, worden daaropvolgende fasen voor deze aanvraag niet meer doorlopen, tenzij de situatie als bedoeld in lid 7 zich voordoet.

  • 3.

    De in fase 3 gelote aanvragen worden, in volgorde van trekking, getoetst aan fase 4 en fase 5.

  • 4.

    Voor zover in fase 1 blijkt dat een afwijking van het bestemmingsplan of het omgevingsplan noodzakelijk is, is de exploitant verplicht binnen vier weken na dagtekening van de schriftelijke mededeling daarvan de benodigde vergunning aan te vragen.

  • 5.

    In afwijking van fase 5 kan de burgemeester besluiten de vergunning te verlenen indien advisering door de gemeentelijke afdeling Bibob of het Landelijk Bureau Bibob is vertraagd, voor zover deze vertraging de exploitant(en) niet te verwijten is.

  • 6.

    Voor zover toepassing wordt gegeven aan het vijfde lid, kan de burgemeester de vergunning alsnog intrekken indien het later ontvangen Bibob advies daartoe aanleiding geeft, met inachtneming van artikel 7 van de Wet Bibob.

  • 7.

    Voor zover na afronding van de verdelingsprocedure een verleende vergunning op grond van het voorgaande lid wordt ingetrokken, komen de bij de loting getrokken aanvragen in volgorde van trekking alsnog in aanmerking voor de toetsing in fase 4 en fase 5 en (bij positieve uitkomst) voor vergunningverlening.

Artikel 12: Uitvoering van de loting

  • 1.

    De loting wordt uitgevoerd door een door de burgemeester aangewezen notaris.

  • 2.

    De burgemeester kent aan de tot de loting toegelaten aanvragen een uniek nummer toe en verstrekt deze tezamen met de naam van de aanvrager aan de notaris.

  • 3.

    Bij de loting zijn de burgemeester, of ten minste twee door hem aangewezen ambtenaren, aanwezig. De loting is, behoudens de aanwezigheid in dit lid, niet openbaar.

  • 4.

    De notaris stelt een proces-verbaal op met daarin de wijze van loten, de uitslag van de volgorde van trekking en de datum van de loting. Het proces-verbaal wordt ondertekend door de notaris.

  • 5.

    De aanvragers worden onverwijld door de burgemeester geïnformeerd over de uitkomst van de loting.

Artikel 13: Afhandeling

  • 1.

    De aanvraag die in alle fasen positief wordt beoordeeld, ontvangt de vergunning.

  • 2.

    Voor zover de verleende vergunning vervalt binnen de geldigheidsduur, kan de burgemeester een nieuwe verdelingsprocedure starten. Eerder ingediende aanvragen die in het kader van een eerdere verdelingsprocedure zijn afgewezen, worden daarbij niet betrokken. Voor deelname aan de nieuwe procedure dient een nieuwe aanvraag te worden ingediend.

Artikel 14: Geldigheidsduur vergunning

  • 1.

    De exploitatievergunning wordt verleend voor een periode van tien (10) jaar, tenzij de burgemeester gemotiveerd een kortere duur bepaalt.

  • 2.

    Voor zover de vergunning tussentijds vervalt of wordt ingetrokken, kan de burgemeester de resterende duur opnieuw verdelen door een nieuwe verdelingsprocedure te starten overeenkomstig deze beleidsregels. Eerder ingediende aanvragen die in het kader van een eerdere procedure zijn afgewezen, worden daarbij niet betrokken. Voor deelname aan de nieuwe procedure dient een nieuwe aanvraag te worden ingediend.

Artikel 15: Legeskosten

Voor aanvragen die na de loting inhoudelijk worden beoordeeld, worden leges geheven overeenkomstig de geldende Legesverordening.

Artikel 16: Intrekkings- en wijzigingsgronden

  • 1.

    De burgemeester kan de vergunning intrekken of wijzigen indien:

    • a.

      zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 1:6 APV of de exploitatie is in strijd met artikel 2:28 APV;

    • b.

      sprake is van overtreding van de Opiumwet, het nationale coffeeshopbeleid (AHOJGI) of het gemeentelijke Coffeeshopbeleid (bijvoorbeeld ernstige of herhaalde overlast of verkoop aan minderjarigen);

    • c.

      risico’s voor openbare orde en veiligheid blijken uit een nieuw Bibob onderzoek.

Artikel 17: Afwijkingsbevoegdheid

De burgemeester kan afwijken van deze beleidsregels, voor zover dit noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde, veiligheid of het woon en leefklimaat, of om gelijke kansen te waarborgen.

Artikel 18: Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 19: Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels verdeling exploitatievergunning coffeeshop Lisse”.

Bijlage 1: Artikelsgewijze toelichting

 

Beleidsregels verdeling exploitatievergunning coffeeshop Lisse

 

Inleiding

In de gemeente Lisse geldt een maximumstelsel waarbij maximaal één coffeeshop mag worden geëxploiteerd. Dit volgt uit het gemeentelijke coffeeshopbeleid. Omdat er meer vraag naar de vergunning kan zijn dan het aantal beschikbare vergunningen, is de exploitatievergunning aan te merken als een schaarse vergunning. Bij schaarse vergunningen is het noodzakelijk dat de burgemeester zorgdraagt voor een passende mate van openbaarheid, gelijke kansen voor alle potentiële gegadigden, en een transparante en objectieve procedure.

De voorliggende beleidsregels geven invulling aan deze verplichting door vast te leggen op welke wijze de gemeente een vrijgekomen exploitatievergunning verdeelt, welke stappen worden doorlopen en welke voorwaarden aan de aanvraag worden gesteld.

 

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

Dit artikel bevat de begripsomschrijvingen die binnen deze beleidsregels worden gehanteerd. Door het definiëren van deze termen wordt duidelijkheid geboden en wordt voorkomen dat interpretatieverschillen ontstaan.

 

Het opnemen van de AHOJGI criteria is noodzakelijk omdat deze criteria voortvloeien uit het landelijke gedoogbeleid en direct relevant zijn bij de beoordeling van de geschiktheid van een exploitant en de naleving van de voorwaarden die behoren bij het exploiteren van een coffeeshop.

De overige begrippen sluiten aan bij de definities uit de APV Lisse 2024 en het geldende coffeeshopbeleid.

 

Artikel 2: Gedoogstatus coffeeshops

De exploitatie van coffeeshops in Nederland is formeel in strijd met de Opiumwet. De verkoop van softdrugs wordt echter onder voorwaarden gedoogd op basis van het landelijk beleid van het Openbaar Ministerie en de lokale driehoek (burgemeester, politie en Openbaar Ministerie).

 

Met dit artikel wordt verduidelijkt dat de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Lisse 2024 niet zelfstandig het recht geeft om softdrugs te verkopen. Het feitelijke gebruik van de vergunning voor de exploitatie van een coffeeshop is afhankelijk van het gedogen van deze activiteiten.

 

De gedoogstatus is gekoppeld aan de naleving van de AHOJGI-criteria, zoals opgenomen in artikel 1 van deze regeling. Indien niet aan deze criteria wordt voldaan, kan dit aanleiding geven tot bestuursrechtelijk optreden, waaronder intrekking van de exploitatievergunning.

 

Dit artikel beoogt de samenhang tussen de publiekrechtelijke vergunningverlening en het strafrechtelijke gedoogbeleid te verduidelijken, en voorkomt misverstanden over de reikwijdte van de exploitatievergunning.

 

De bepaling werkt door in de overige artikelen van deze regeling, waaronder met name de bepalingen over de verlening van de vergunning en de toetsing van aanvragen.

 

Artikel 3: Doel en reikwijdte

Dit artikel verduidelijkt dat deze beleidsregels uitsluitend zien op de wijze waarop de burgemeester gebruikmaakt van zijn bevoegdheid om een exploitatievergunning te verlenen. De beleidsregels wijzigen het maximumstelsel niet, maar geven invulling aan de verdelingsprocedure voor de beschikbare vergunning. Het artikel markeert daarmee dat het gaat om procedurele regels die gelden zodra een vergunning vrijkomt.

 

Artikel 4: Maximumstelsel

Hier wordt vastgesteld dat in Lisse maximaal één coffeeshop wordt toegestaan. Dit maakt de vergunning schaars. Het feit dat er slechts één vergunning beschikbaar is, rechtvaardigt een zorgvuldig en transparant verdeelproces.

 

Dit artikel vormt de rechtvaardiging voor het hanteren van de uitgebreide procedure die in de overige artikelen is vastgelegd.

 

Artikel 5: Bekendmaking van vrijgekomen vergunning

 

Wanneer de vergunning vrijkomt, begint de verdelingsprocedure met een openbare bekendmaking. Deze bekendmaking moet alle potentiële gegadigden informeren over:

  • -

    het beschikbaar komen van de vergunning,

  • -

    de indieningstermijn,

  • -

    de wijze van indienen,

  • -

    de vereiste documenten,

  • -

    de stappen van de procedure,

  • -

    en de geldigheidsduur van de vergunning.

De bekendmaking vindt plaats via de gemeentelijke website. Dit waarborgt dat de procedure toegankelijk en transparant is voor alle geïnteresseerden.

 

Artikel 6: Aantal aanvragen per aanvrager

Per (rechts)persoon mag slechts één aanvraag worden ingediend. Hiermee wordt voorkomen dat één partij door het indienen van meerdere aanvragen een grotere kans creëert in de loting dan anderen.

 

Indien er aanwijzingen zijn dat meerdere aanvragen feitelijk afkomstig zijn van dezelfde partij of dat partijen op een ongewenste wijze samenwerken om kansen te vergroten, kan de burgemeester onderzoeken hoe de onderlinge zakelijke verhoudingen liggen. Dit bevordert de gelijkheid van kansen en voorkomt strategisch gedrag dat de procedure kan beïnvloeden.

 

Artikel 7: Indieningstermijn aanvraag

Dit artikel bepaalt dat de aanvraag binnen zes weken na de start van het aanvraagtijdvak moet zijn ontvangen. Dit biedt aanvragers voldoende tijd om een volledige aanvraag in te dienen, terwijl het proces tegelijkertijd efficiënt blijft.

 

Na afloop van deze termijn ontvangen aanvragen worden buiten behandeling gesteld. Indien binnen het aanvraagtijdvak geen aanvragen zijn ingediend, kan de burgemeester een nieuw tijdvak openen.

 

Artikel 8: Indieningsvereisten aanvraag

De in dit artikel opgenomen indieningsvereisten zijn noodzakelijk om de aanvraag inhoudelijk te kunnen beoordelen op aspecten zoals:

  • -

    openbare orde,

  • -

    veiligheid,

  • -

    volksgezondheid,

  • -

    en het woon‑ en leefklimaat.

Van aanvragers wordt een uitgebreid pakket aan documenten verlangd, waaronder een ondernemingsplan, een veiligheidsplan, een verkeersplan, een preventieplan, een communicatieplan, een plattegrond, bewijs van beschikken over de locatie, en een volledig ingevuld Bibob‑formulier.

 

Deze informatie is essentieel om te kunnen bepalen of de voorgenomen exploitatie verantwoorde risico’s met zich meebrengt en of de exploitant naar verwachting in staat is om de coffeeshop veilig en ordelijk te exploiteren.

 

Artikel 9: Aanvulling van onvolledige aanvragen

Indien een aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb in de gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens binnen twee weken aan te vullen.

 

Deze korte termijn past bij de aard van een schaarse vergunning: de procedure moet voortvarend worden doorlopen omdat de vergunning slechts beperkt beschikbaar is. De beslistermijn wordt opgeschort vanaf de dag na verzending van het aanvullende verzoek tot de dag waarop de benodigde stukken zijn ontvangen. Indien de aanvullende informatie niet binnen de gestelde termijn wordt aangeleverd, blijft de aanvraag buiten behandeling.

 

Artikel 10: Verdeelmethode en deelname loting

Omdat er slechts één vergunning kan worden verleend, is gekozen voor loting als verdeelmethode. Loting waarborgt dat elke aanvrager die aan de gestelde voorwaarden voldoet gelijke kansen heeft. Het is een transparante en objectieve methode die veel wordt toegepast bij schaarse vergunningen.

 

Alleen aanvragen die:

  • -

    tijdig zijn ingediend,

  • -

    voldoen aan de indieningsvereisten,

  • -

    en niet reeds een dwingende weigeringsgrond kennen, worden toegelaten tot de loting. Hiermee wordt voorkomen dat aanvragen die niet voldoen aan de basiseisen de procedure beïnvloeden. Aanvragers worden geïnformeerd over toelating en over de datum van de loting.

Artikel 11: Procedure vergunningverlening

De procedure bestaat uit vijf fasen:

 

Fase 1: Locatietoets

In deze fase wordt beoordeeld of de aangevraagde locatie planologisch toelaatbaar is volgens het bestemmingsplan of omgevingsplan. Een coffeeshop kan alleen worden gevestigd op een locatie die ruimtelijk is toegestaan.

 

Fase 2: Toetsing exploitant(en) en leidinggevenden

In deze fase wordt beoordeeld of de aanvraag volledig is en of alle vereiste documenten en gegevens zijn aangeleverd. Alleen een volledige aanvraag wordt inhoudelijk getoetst. Vervolgens wordt getoetst aan de weigeringsgronden van de APV en aan de relevante kaders uit het coffeeshopbeleid. Hierbij wordt onder andere gekeken naar het levensgedrag en de integriteit van de exploitant(en) en leidinggevende(n), de naleving van de AHOJGI‑criteria en de risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Indien de aanvraag onvolledig is, of indien op dit moment al een weigeringsgrond van toepassing is, wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen.

In fase 2 vindt geen inhoudelijke beoordeling plaats van de kwaliteit of uitvoerbaarheid van de ingediende plannen. Die toetsing vindt uitsluitend plaats in fase 4. 

 

Fase 3: Loting

Indien na de eerste twee fasen meer dan één aanvraag overblijft, vindt een loting plaats om de volgorde te bepalen waarin de aanvragen verdere beoordeling ondergaan. De loting bepaalt uitsluitend de volgorde en zegt niets over geschiktheid.

 

Fase 4: Inhoudelijke beoordeling

De ingediende plannen worden uitgebreid beoordeeld op alle relevante beleidsdoelen, waaronder:

  • naleving van AHOJGI,

  • veiligheidsmaatregelen,

  • impact op omgeving,

  • haalbaarheid en professionaliteit van de exploitatie,

  • en de bescherming van het woon‑ en leefklimaat.

Fase 5: Bibob‑onderzoek

De Bibob‑toets volgt na de inhoudelijke beoordeling om te voorkomen dat onnodig veel tijd wordt besteed aan aanvragen die niet aan inhoudelijke eisen voldoen. Indien het Bibob‑advies van het Landelijk Bureau Bibob vertraagd is, kan – onder voorwaarden – een vergunning voorlopig worden verleend. Een later negatief advies kan alsnog leiden tot intrekking, met inachtneming van artikel 7 van de Wet Bibob, waarna de eerstvolgende kandidaat in de volgorde van de loting in aanmerking komt.

 

Artikel 12: Uitvoering van de loting

De loting wordt uitgevoerd door een notaris. De burgemeester kent vooraf unieke nummers toe aan de aanvragen.

 

De loting vindt plaats in aanwezigheid van minimaal twee ambtenaren en wordt vastgelegd in een proces‑verbaal, waarin de manier van loting en de uitkomst worden beschreven. De aanvragers worden vervolgens onverwijld geïnformeerd. Deze werkwijze borgt een controleerbare en verifieerbare procedure.

 

Artikel 13: Afhandeling

De aanvraag die de fasen 1 t/m 5 met succes doorloopt, wordt gehonoreerd. De overige aanvragen worden afgewezen zodra de vergunning is verleend. Indien de verleende vergunning tussentijds vervalt, kan de burgemeester een nieuwe procedure starten om de resterende geldigheidsduur opnieuw te verdelen. Dit garandeert dat ook dan weer gelijke kansen worden geboden.

 

Artikel 14: Geldigheidsduur vergunning

De vergunning wordt verleend voor een periode van tien jaar. Deze termijn biedt exploitanten voldoende zekerheid om investeringen te doen en hun bedrijf stabiel op te bouwen en te exploiteren. Bij verval of intrekking van de vergunning binnen deze periode kan voor de resterende termijn een nieuwe verdelingsprocedure worden gestart.

 

Artikel 15: Legeskosten

Aanvragers waarvan de aanvraag na de loting inhoudelijk wordt beoordeeld, betalen leges conform de geldende Legesverordening. Hiermee worden de gemeentelijke kosten op een evenredige wijze toegerekend aan de daadwerkelijke belasting van de organisatie.

 

Artikel 16: Intrekkings‑ en wijzigingsgronden

Dit artikel verwijst naar de gronden in de APV en de Opiumwet op basis waarvan een verleende vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken. Denk aan:

  • -

    overtreding van AHOJGI‑criteria,

  • -

    ernstige of herhaalde overlast,

  • -

    strafbare feiten of ondermijnende activiteiten,

  • -

    en integriteitsrisico’s zoals vastgesteld in een nieuw Bibob‑onderzoek.

Het artikel geeft duidelijkheid aan zowel gemeente als exploitant over omstandigheden die aanleiding kunnen vormen voor bestuurlijk ingrijpen.

 

Artikel 17: Afwijkingsbevoegdheid

Dit artikel geeft de burgemeester de ruimte om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de beleidsregels wanneer dat noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde, veiligheid of het woon‑ en leefklimaat, of wanneer dit nodig is om gelijke kansen te waarborgen. De afwijking moet steeds gemotiveerd worden en is bedoeld voor situaties waarin strikte toepassing tot onredelijke of ongewenste uitkomsten leidt.

 

Artikel 18: Inwerkingtreding

Dit artikel bepaalt op welk moment de beleidsregels van kracht worden. Gebruikelijk is dat beleidsregels de dag na publicatie in werking treden, zodat helder is vanaf welk moment de procedure van toepassing is.

 

Artikel 19: Citeertitel

Tot slot is een citeertitel opgenomen om de beleidsregels op een duidelijke en uniforme wijze te kunnen aanduiden in besluitvorming en correspondentie.

Naar boven