Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg tot wijziging van de Subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg,

 

gelezen het bestuurlijk behandelvoorstel met kenmerk 4760,

 

besluit:

 

De Subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel I  

A

Artikel 2:1 lid 2 onder b wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • 1.

    Activiteiten op het gebied van inclusie: activiteiten gericht op het vergroten van inclusie in de samenleving door het versterken van de basis voor iedereen uit de gemeenschap, het vergroten van de zichtbaarheid en het verbreden van kennis. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 24 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:

    • I.

      Ondersteuning aan Gender Sexuality Alliances;

    • II.

      Activiteiten, zowel lokaal als in de regio;

    • III.

      Gespecialiseerd maatschappelijk werk;

    • IV.

      Voorlichting, waaronder gastlessen op het primair en voortgezet onderwijs.

  • 1.

    Activiteiten op het gebied van inclusie: activiteiten gericht op het vergroten van inclusie in de samenleving door het versterken van de basis voor iedereen uit de gemeenschap, het vergroten van de zichtbaarheid en het verbreden van kennis. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:

    • I.

      Ondersteuning aan Gender Sexuality Alliances;

    • II.

      Activiteiten, zowel lokaal als in de regio;

    • III.

      Gespecialiseerd maatschappelijk werk;

    • IV.

      Voorlichting, waaronder gastlessen op het primair en voortgezet onderwijs.

 

B

Artikel 2:1 lid 2 onder c wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

c.

Activiteiten in het kader van maatjesprojecten: gericht op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van kwetsbare inwoners (zoals kwetsbare jongeren, kwetsbare ouderen, inwoners met schuldenproblematiek, inwoners met GGZ-problematiek, inwoners met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en inwoners die eenzaam zijn) door het bieden van vrijwillige ondersteuning in de vorm van een maatje. De inzet van een maatje moet bijdragen aan het voorkomen van de inzet van geïndiceerde ondersteuning. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden, onder aansturing van 1 penvoerder per doelgroep.

c.

Activiteiten in het kader van maatjesprojecten: gericht op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van kwetsbare inwoners (zoals kwetsbare jongeren, kwetsbare ouderen, inwoners met schuldenproblematiek, inwoners met GGZ-problematiek, inwoners met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en inwoners die eenzaam zijn) door het bieden van vrijwillige ondersteuning in de vorm van een maatje. De inzet van een maatje moet bijdragen aan het voorkomen van de inzet van geïndiceerde ondersteuning. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd onder aansturing van 1 penvoerder per doelgroep.

 

C

Artikel 2:1 lid 2 onder e wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • e.

    Activiteiten in het kader van samenlevingsopbouw: ambulante samenlevingsopbouw gericht op het op collectief niveau versterken van de sociale cohesie in wijken en buurten, en daarmee de onderlinge verbondenheid tussen inwoners, om zo de maatschappelijke kracht die in de gemeente aanwezig is te verstevigen en bestendigen. Activiteiten dienen eraan bij te dragen dat de zelf- en samenredzaamheid van inwoners vergroot wordt en dat zij daardoor minder beroep doen op geïndiceerde ondersteuning, met in verhouding meer aandacht voor de gebieden/wijken Leidschendam-Noord, Voorburg Bovenveen en Leidschendam-Zuid ten opzichte van andere gebieden/wijken in de gemeente. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 24 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:

    • i.

      Het voorkomen en aanpakken van eenzaamheid, met een focus op jongeren, ouderen en inwoners die moeite hebben met rondkomen.

  • e.

    Activiteiten in het kader van samenlevingsopbouw: ambulante samenlevingsopbouw gericht op het op collectief niveau versterken van de sociale cohesie in wijken en buurten, en daarmee de onderlinge verbondenheid tussen inwoners, om zo de maatschappelijke kracht die in de gemeente aanwezig is te verstevigen en bestendigen. Activiteiten dienen eraan bij te dragen dat de zelf- en samenredzaamheid van inwoners vergroot wordt en dat zij daardoor minder beroep doen op geïndiceerde ondersteuning, met in verhouding meer aandacht voor de gebieden/wijken Leidschendam-Noord, Voorburg Bovenveen en Leidschendam-Zuid ten opzichte van andere gebieden/wijken in de gemeente. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:

    • i.

      Het voorkomen en aanpakken van eenzaamheid, met een focus op jongeren, ouderen en inwoners die moeite hebben met rondkomen.

 

D

Artikel 2:2 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • 1.

    Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.

  • 2.

    Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:

    • a.

      De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;

    • b.

      De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;

    • c.

      De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.

  • 3.

    In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.

  • 1.

    Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.

  • 2.

    Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:

    • a.

      De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;

    • b.

      De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;

    • c.

      De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.

  • 3.

    In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.

  • 4.

    Nieuwe activiteiten die niet eerder zijn gesubsidieerd door het college worden, ongeacht de looptijd toegekend onder een thema, geëvalueerd na 24 maanden door het college. Naar aanleiding van deze evaluatie kan de subsidie voor de activiteit (omlaag) worden bijgesteld of worden beëindigd. De evaluatie geschiedt aan de hand van de tussentijdse- en eindverantwoording.

  • 5.

    Subsidie voor de in artikel 2:1, tweede lid, genoemde activiteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

E

Artikel 5:2 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • 1.

    In aanvulling op artikel 17 van de Asv, verplicht het college subsidieontvangers die een subsidie van € 50.000 of meer en/of uitvoering geven aan een activiteit met een looptijd van meer dan 12 maanden, een tussentijdse rapportage te overleggen.

  • 2.

    De subsidieontvanger doet de tussentijdse rapportage op eigen initiatief en binnen 2 maanden na afloop van de eerste 6 maanden van een kalenderjaar toekomen aan het college. De subsidieontvanger doet dit ieder kalenderjaar gedurende de looptijd van de subsidie.

  • 3.

    De tussentijdse rapportage bevat dezelfde informatie als opgenomen in artikel 5:1, eerste lid van deze subsidieregeling.

  • 4.

    Van bovenstaande leden kan worden afgeweken wanneer hier naar oordeel van het college dringende redenen voor zijn.

  • 1.

    Het college kan subsidieontvangers die een eenjarige of meerjarige subsidie ontvangen verplichten bij verleningsbeschikking om een tussentijdse rapportage te overleggen.

  • 2.

    De subsidieontvanger doet de tussentijdse rapportage binnen 2 maanden na afloop van de eerste 6 maanden van een kalenderjaar toekomen aan het college. De subsidieontvanger doet dit ieder kalenderjaar gedurende de looptijd van de subsidie.

  • 3.

    Vervallen

  • 4.

    Vervallen

Artikel II  

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 19 mei 2026.

R.J. den Haan

secretaris

M.W. Vroom

burgemeester

Naar boven