Beleidsregel inzake verblijfsontzeggingen gemeente Almere 2026

Besluit van de burgemeester van 30 juni 2026,

 

Overwegende dat:

 

  • -

    in artikel 2:68 van de Algemene Plaatselijke Verordening Almere 2011 (hierna: APV) de burgemeester de bevoegdheid toegekend is om in het belang van de openbare orde een verblijfsontzegging op te leggen aan een persoon voor een periode van ten hoogste acht weken;

  • -

    een verblijfsontzegging een maatregel is om de openbare orde in een gebied te herstellen, de criminaliteit en de overlast terug te dringen en bewoners hun gevoel van veiligheid terug te geven;

  • -

    de burgemeester met het oog op een juiste, afgewogen en consequente toepassing van zijn bevoegdheden de beleidsregel wil vastleggen.

Besluit

 

  • 1.

    op grond van artikel 2:68 van de APV de ‘Beleidsregel inzake verblijfsontzeggingen gemeente Almere 2026’ vast te stellen;

  • 2.

    De 'Algemene beleidsregel inzake gebiedsontzeggingen 2016’ in te trekken.

Achtergrond

Op 30 november 2016 heb ik de ‘Beleidsregel Gebiedsontzegging in de gemeente Almere’ (hierna: de beleidsregel gebiedsontzegging 2016) vastgesteld ter aanpak van de overlast die zich regelmatig in het centrum van Almere voordoet. In de beleidsregel gebiedsontzegging 2016 is de bevoegdheid van de burgemeester uitgewerkt om aan personen die overlast veroorzaken of de openbare orde verstoren een verblijfsontzegging op te leggen. Tevens is bepaald dat deze bevoegdheid is gemandateerd aan politiefunctionarissen die werkzaam zijn binnen de gemeente Almere. Met de onderhavige beleidsregel wordt de beleidsregel gebiedsontzegging geactualiseerd en toegepast als onderdeel van de brede ‘Aanpak overlast centrum’ met als doel de overlast in het centrum van Almere terug te dringen en de leefbaarheid te verbeteren. Er worden geen nieuwe maatregelen of bevoegdheden geïntroduceerd. De onderhavige beleidsregel heeft tot doel om binnen een brede preventieve en repressieve aanpak nadere en duidelijkere richtlijnen te bieden voor de toepassing van de bestaande verblijfsontzeggingen. Daarmee wordt een reeds bestaande bevoegdheid doelgericht ingezet om ontoelaatbaar gedrag adequaat tegen te gaan.

 

Scala aan maatregelen

Op locaties waar overlast en ordeverstoringen plaatsvinden, wordt samen met betrokken instanties intensief samengewerkt aan een integrale aanpak: preventie waar het kan en handhaving waar het moet. Daarbij kan, afhankelijk van de situatie, onder meer worden ingezet op hulpverlening en passende ondersteuning, naast de inzet van politie en boa’s. Wanneer personen ondanks interventies en waarschuwingen doorgaan met overlast, ordeverstoringen of strafbare feiten, kan een tijdelijke verblijfsontzegging voor een specifiek gebied worden opgelegd, overeenkomstig de huidige beleidsregel. Eveneens kunnen andere bestuurlijke maatregelen waaronder een last onder dwangsom of gebiedsverbod – worden opgelegd tegen personen die (structureel) de openbare orde verstoren. Deze aanvullende maatregelen gelden onverkort en blijven ook onder de voorliggende Beleidsregel van kracht.

 

Inleiding

Ingevolge artikel 2:68 van de APV is het degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde schriftelijk is bekendgemaakt, verboden zich gedurende een in de bekendmaking genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd. In deze beleidsregel wordt aangegeven hoe de burgemeester (of een door hem gemandateerde politiefunctionaris) van deze bevoegdheid gebruik kan maken.

Artikel 1 Definitie verblijfsontzegging

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    verblijfsontzegging: het verbod zoals bedoeld in artikel 2:68, eerste lid van de APV om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak en duur te bevinden in het in dat verbod aangewezen gebied.

Artikel 2 Feiten waarvoor een verblijfsontzegging kan worden opgelegd

  • 1.

    Een verblijfsontzegging kan worden opgelegd aan personen die de openbare orde verstoren of overlast veroorzaken door het plegen van een of meer feiten of gedragingen als genoemd in tabel A1 van bijlage 1 bij deze beleidsregel.

Artikel 3 Duur van de verblijfsontzegging

  • 1.

    De duur van de op te leggen verblijfsontzegging is aangegeven in tabel A2 van bijlage 1. Deze bevoegdheid wordt getrapt toegepast.

  • 2.

    Wanneer een persoon aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd binnen één jaar na de oplegging van de laatste opgelegde verblijfsontzegging in hetzelfde gebied opnieuw de openbare orde verstoort of overlast veroorzaakt, dan telt de overtreding mee in de trede (en dus omvang van duratie) en wordt er een verblijfsontzegging opgelegd voor de duur zoals opgenomen in tabel A2.

Artikel 4 Besluit opleggen verblijfsontzegging

  • 1.

    Bij een eerste constatering van een gedraging als bedoeld in tabel A1 wordt in beginsel eerst een mondelinge waarschuwing gegeven, mits:

    • a.

      de situatie dit toelaat; en

    • b.

      een waarschuwing naar verwachting effectief kan zijn.

  • 2.

    Een waarschuwing kan achterwege blijven indien:

    • a.

      sprake is van een acute verstoring van de openbare orde of een concrete dreiging daarvan;

    • b.

      eerdere waarschuwingen zijn gegeven zonder effect (bijv. evidente recidive of eerdere verblijfsontzegging binnen de relevante periode;

    • c.

      de gedraging naar haar aard of ernst direct optreden vereist.

  • 3.

    Indien een verblijfsontzegging is opgelegd en betrokkene een zwaarwegend belang heeft om zich op de openbare weg in het aangewezen gebied te begeven, bijvoorbeeld om belangrijke primaire voorzieningen te betreden of te bezoeken, zoals het verblijfsadres, het werkadres en/of een zorginstelling, dan krijgt betrokkene bij het ontvangen van de verblijfsontzegging een (loop)route van en naar deze locatie. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt de zienswijze door de ambtenaar van politie schriftelijk vastgelegd.

    • a.

      Het is ter beoordeling aan de burgemeester of de door hem daartoe gemandateerde of er sprake is van een zwaarwegend belang.

    • b.

      Het is betrokkene nadrukkelijk niet toegestaan om zich langer dan strikt noodzakelijk op deze (loop)route te begeven, zich hier onnodig op te houden en/of zich anderszins overlastgevend te gedragen.

  • 4.

    In het besluit tot het opleggen van een verblijfsontzegging wordt aangegeven op welk feit of welke feiten de verblijfsontzegging is gebaseerd, alsmede voor welke periode en welk gebied de ontzegging geldt. Tevens wordt een kaart uitgereikt van het aangewezen gebied waarvoor de verblijfsontzegging van toepassing is.

  • 5.

    Het besluit wordt van kracht op het moment dat het aan de betrokkene is uitgereikt. In het geval van een minderjarige zal een afschrift van de verblijfsontzegging ook aan de wettelijke vertegenwoordiger gezonden of overhandigd worden.

Artikel 5 Dossiervorming en verslaglegging

  • 1.

    De politie legt bij een verblijfsontzegging via een proces-verbaal van bevindingen relevante gedragingen van betrokkene vast, die geleid hebben tot het opleggen van de verblijfsontzegging. Dit met als doel om een inzicht te geven in de wijze van totstandkoming van de verblijfsontzegging.

  • 2.

    Indien een verblijfsontzegging wordt opgelegd, wordt het besluit binnen twee weken toegezonden aan het team Veiligheid van de gemeente Almere.

  • 3.

    Op verzoek van de burgemeester of ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeente Almere wordt een afschrift van dit proces-verbaal verstrekt ten behoeve van de behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures tegen de opgelegde verblijfsontzegging(en).

Artikel 6 Hardheidsclausule

De burgemeester kan in uitzonderingsgevallen gemotiveerd afwijken van het vastgestelde beleid, namelijk wanneer toepassing van de beleidsregels voor één of meer belanghebbenden leidt tot onevenredige gevolgen.

Artikel 7 Mandaat

Met inachtneming van het bepaalde in het ‘Mandaatbesluit voor het opleggen van de verblijfsontzegging door de Politie Eenheid Midden-Nederland, district Flevoland’ mandateert de burgemeester de uitoefening van zijn bevoegdheid tot het opleggen en uitreiken van een verblijfsontzegging met een looptijd tot en met 28 keer 24 uur (4 weken) aan de politiefunctionarissen, werkzaam in het werkgebied van de Politie Eenheid Midden-Nederland in de gemeente Almere. Een besluit tot het opleggen van een verblijfsontzegging met een looptijd van langer dan 28 keer 24 uur (4 weken) wordt opgelegd door de burgemeester en is dus uitdrukkelijk niet gemandateerd.

Artikel 8 Overgangsrecht

Verblijfsontzeggingen die zijn afgegeven onder de werking van de oude ‘Beleidsregel Verblijfsontzegging in de gemeente Almere 2016’ blijven van kracht en worden aangemerkt als verblijfsontzegging krachtens deze beleidsregel.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus besloten te Almere op 30 juni 2026

de burgemeester van Almere,

W.H.J.M. van der Loo

Bijlage 1 Tabel A1 bepalingen verblijfsontzegging

 

Artikel

Beschrijving

artikel 2:2 APV

verstoring van de openbare orde

artikel 2:47 APV

hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

artikel 2:48 APV

verboden drankgebruik

artikel 2:49 APV

verboden gedrag bij of in gebouwen

artikel 2:50 APV

hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten

artikel 2:58 APV

bedelarij

artikel 2:62 APV

drugshandel op straat

artikel 2:63 APV

hinderlijk gebruik softdrugs

artikel 3:18 APV

straatprostitutie

artikel 4:7 APV

natuurlijke behoefte doen

artikel 131 Wetboek van Strafrecht

opruiing

artikel 350 Wetboek van Strafrecht

vernieling

artikel 453 Wetboek van Strafrecht

openbare dronkenschap

artikel 13, 26 of 27 Wet Wapens en Munitie

dragen verboden wapens

 

Tabel A2 Duur verblijfsontzegging overtredingen

1e constatering

1 x 24 uur (één dag) wordt door de politie opgelegd

2e constatering

2 x 24 uur (twee dagen) wordt door de politie opgelegd

3e constatering

28 x 24 uur (vier weken) wordt door de politie opgelegd

4e constatering

56 x 24 uur (acht weken) wordt door de burgemeester opgelegd

 

Toelichting

Bij een 4de constatering is het aan de burgemeester om een verblijfsontzegging op te leggen. De Politie Eenheid Midden-Nederland kan wel op dat moment een verblijfsontzegging voor 28 keer 24 uur opleggen om meteen handhavend te kunnen optreden. De burgemeester zal hier rekening mee houden in het nemen van zijn besluit.

Naar boven