Gemeenteblad van Súdwest-Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Súdwest-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 319678 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Súdwest-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 319678 | beleidsregel |
Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 gemeente Súdwest-Fryslân
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân;
gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; de Participatiewet: artikelen 17, 18b, 31, tweede lid onderdeel s, 35, 36b, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, 44, vijfde lid, 48 derde lid, en 50, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers: artikelen 13, 15a eerste lid, en 16a vierde lid, paragraaf 5, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen: artikel 13 en paragraaf 5.
vast te stellen de Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 gemeente Súdwest-Fryslân.
Hoofdstuk 2 B-nummers; Algemeen
Hoofdstuk 3 B-nummers; Draagkracht
Hoofdstuk 4 B-nummers; Medische kosten
Hoofdstuk 5 B-nummers; Rechtsbijstand, bewindvoering, mentorschap en curatele
Hoofdstuk 6 B-nummers: Wonen en verhuizen
Hoofdstuk 7 B-nummers: Jongeren en ouders
Hoofdstuk 8 B-nummers: Reis-en verwervingskosten
Bijlage: Overzicht B-nummers in numerieke volgorde en corresponderende beleidsregel
Deze beleidsregels gaan over wat de gemeente kan doen als inwoners bepaalde noodzakelijke kosten niet kunnen betalen. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf aan zet als er financiële problemen zijn. Als het inwoners niet lukt om zelf hun kosten te betalen, kan de gemeente hulp bieden. Die hulp heet bijzondere bijstand, en is bedoeld om inwoners te helpen onverwachte noodzakelijke kosten te betalen als ze dat zelf niet meer kunnen. Hoe en wanneer die hulp gegeven kan worden, leggen we in deze beleidsregels uit. Het zijn regels op hoofdlijnen. Per situatie onderzoekt de gemeente wat de beste oplossing is voor het probleem van de inwoner. Dat noemen we maatwerk.
1.4 Geen beroep op een andere voorziening
De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, als géén beroep kan worden gedaan op een andere (voorliggende) voorziening. Het gaat om een voorziening die toereikend (voldoende) en passend in de kosten van de inwoner voorziet en daarom voorgaat op bijzondere bijstand (artikel 15 van de Participatiewet). Die voorziening moet de inwoner dan eerst aanvragen. Als de kosten volgens die voorziening niet noodzakelijk zijn, kan de inwoner voor die kosten ook geen bijzondere bijstand ontvangen.
Voorbeelden van voorliggende voorzieningen zijn (deze lijst is niet compleet):
Op grond van artikel 44, lid 1 van de Participatiewet wordt de bijzondere bijstand meestal toegekend vanaf de datum waarop iemand zich bij de gemeente meldt voor een aanvraag. Dat is de hoofdregel.
Alleen in bijzondere situaties kan bijstand met terugwerkende kracht worden toegekend, dus voor kosten die eerder zijn gemaakt. Bijzondere bijstand is bedoeld voor noodzakelijke kosten die ontstaan door een bijzondere situatie. Daarom is het soms sociaal en praktisch wenselijk de kosten alsnog te vergoeden. Een aanvraag voor bijzondere bijstand geldt in ieder geval als deze binnen 3 maanden is gedaan nadat de kosten zijn ontstaan.
1.6 Noodzakelijke kosten en bijzondere omstandigheden
De kosten moeten noodzakelijk zijn en het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden (art. 35, lid 1 van de Participatiewet). Of dit zo is bepaalt de gemeente per geval, maar voor sommige kosten nemen we dat altijd aan. Die kosten noemen we hieronder in hoofdstuk 2. We geven dan ook aan welke bijzondere regels daarvoor gelden.
1.7 Vier vragen in dwingende volgorde
Er is recht op bijzondere bijstand als iemand geen geld/middelen heeft om noodzakelijke kosten te betalen die zijn ontstaan door een bijzondere situatie. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als gezinnen. De kosten moeten niet kunnen worden betaald uit:
Bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand wordt gekeken naar de beschikbare middelen. Voor de berekening van de draagkracht sluit het college aan bij de bepalingen over inkomen en vermogen in de Participatiewet, inclusief de daarin opgenomen vrijlatingen. Het college bepaalt over welke periode het inkomen en vermogen wordt bekeken.
Om te beoordelen of er recht is op bijzondere bijstand, moeten vier vragen worden beantwoord (dit volgt uit artikel 35 Participatiewet):
De vragen moeten in deze volgorde worden beantwoord. Als één van de eerste drie vragen met “nee” wordt beantwoord, is er geen recht op bijzondere bijstand. Als de vierde vraag met “ja” wordt beantwoord, betekent dit dat de kosten uit eigen middelen kunnen worden betaald en bestaat er eveneens geen recht op bijzondere bijstand.
Een inwoner die geen recht heeft op bijstand op grond van de artikelen 11 tot en met 15 van de Participatiewet, kan toch in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als sprake is van ‘zeer dringende redenen’ (artikel 16 van de Participatiewet). Daarvan is alleen sprake in een acute noodsituatie die niet op een andere manier kan worden opgelost. De inwoner moet aannemelijk maken dat zo’n situatie zich voordoet. Per geval beoordeelt het college of bijstand wordt verleend. Het college past deze bepaling terughoudend toe.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt (individueel) bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten. Soms zijn er meerdere mogelijkheden om in de kosten te voorzien. Uitgangspunt is dan dat de gemeente bijstand verleent voor de goedkoopste mogelijkheid. In de actuele prijzengids van het Nibud staan normbedragen voor die kosten. De gemeente hanteert die normbedragen voor het bepalen van de hoogte van de bijstand.
Bijzondere bijstand betaalt de gemeente in principe ‘om niet’ (als gift). Soms kan bijzondere bijstand als lening worden verstrekt. Dat is bijvoorbeeld zo als de bijstand bestemd is voor de aanschaf van huishoudelijke apparaten als een wasmachine of koelkast. Zie artikel 4.10 voor de situaties waarin de bijstand als lening wordt verstrekt. Soms geeft de gemeente ook aan bepaalde groepen vaste of terugkerende hulp. Dit heet categoriale bijzondere bijstand.
Bijzondere bijstand kan ook een lening zijn, als de inwoner op korte termijn voldoende geld ontvangt om de kosten zelf te betalen, of als de inwoner schuld heeft aan het ontstaan van de kosten of de kosten had kunnen voorkomen. Per situatie bepaalt de gemeente of de bijstand dan als lening wordt verstrekt.
Hoofdstuk 2 B-nummers algemeen
Hoofdstuk 3 B-nummers: Draagkracht
Hoofdstuk 4 B-nummers; medische kosten
Hoofdstuk 5 Rechtsbijstand, bewindvoering, mentorschap en curatele
Hoofdstuk 6 Wonen en verhuizen
Hoofdstuk 7 B-nummers: Jongeren en ouders
Hoofdstuk 8 B-nummers: Reis- en verwervingskosten
Hoofdstuk 9 B-nummers: Overige
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-319678.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.