Regeling tot wijziging van de Regeling jeugdhulp Den Haag 2024

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 3.5, vierde lid van de Verordening jeugdhulp Den Haag 2024,

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Regeling jeugdhulp Den Haag 2024:

Artikel I  

De Regeling jeugdhulp Den Haag 2024 wordt gewijzigd als volgt.

  • A.

    Artikel 1:1 wordt gewijzigd als volgt:

    De begripsomschrijving van ‘ondersteuningsplan’ komt te luiden:

    - ondersteuningsplan:

    document dat wordt opgesteld door de jeugdhulpaanbieder en waarin wordt uitgewerkt hoe vanuit de in het gezinsplan vastgestelde ondersteuningsbehoefte de te bereiken resultaten worden geformuleerd en de wijze waarop de resultaten worden bereikt;

  • B.

    In artikel 2:1, onderdeel b, wordt ‘de Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling,’ vervangen door: ‘het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling’.

  • C.

    In artikel 2:2, tweede lid, wordt ‘Indien de jeugdige of zijn ouders niet instemmen met het oordeel van het college, legt het college dit in het gezinsplan vast en wijst de jeugdige of zijn ouders op het recht een beschikking te ontvangen met het oog op een bezwaarprocedure.’ vervangen door: ‘Indien de jeugdige of zijn ouders niet instemmen met het oordeel van het college en een individuele voorziening wensen, legt het college dit in het gezinsplan vast en geeft het een beschikking af.’.

  • D.

    Artikel 2:3 komt te luiden:

    Artikel 2:3 Eigen kracht, gebruikelijke hulp, draagkracht en draaglast

     

    De beoordeling als bedoeld in artikel 2.4 van de verordening verloopt als volgt:

     

    Stap 1: weging eigen kracht: wat is gebruikelijke zorg?

     

    Gebruikelijke zorg van ouders voor hun minderjarige kinderen omvat:

    • 1.

      De ouders verzorgen en houden toezicht op hun tot het gezin behorende minderjarige kinderen en voeden hen op, ook in het geval er sprake is van een minderjarige jeugdigen met een ziekte, aandoening of beperking.

    • 2.

      De ouders hebben in ieder geval de volgende zorgtaken, als onderdeel van verantwoordelijk ouderschap, ook als het gaat om een minderjarige met een ziekte, aandoening of beperking:

      • a.

        ouders zijn te allen tijde bereikbaar voor hun minderjarige kinderen;

      • b.

        ouders begeleiden en vervoeren een minderjarige naar de huisarts, therapeut, zorgaanbieder, medisch specialist of jeugdarts;

      • c.

        ouders begeleiden en vervoeren een minderjarige naar sport, vrijetijdsclubs of lessen;

      • d.

        ouders begeleiden en vervoeren een minderjarige naar school of kinderopvang en onderhouden het contact met school of kinderopvang;

      • e.

        ouders begeleiden en vervoeren een minderjarige in het normale maatschappelijk verkeer, zoals familiebezoek of gezamenlijke uitstapjes.

    • 2.

      Het college hanteert het afwegingskader als opgenomen in bijlage 1 bij het bepalen van de gebruikelijke zorgtaken van de ouders ten aanzien van de minderjarige.

    • 3.

      In aanvulling op het afwegingskader als bedoeld in het derde lid kunnen zorgtaken die niet in deze opsomming staan, ook onder de zorgtaken van de ouders vallen.

  • Stap 2: weging draagkracht

     

    • 1.

      Het onderzoek van het college naar de draagkracht van de minderjarige en de ouders richt zich enerzijds op wat er redelijkerwijs van de minderjarige en de ouders verwacht mag worden en anderzijds op de vraag of de minderjarige en de ouders hiertoe in staat zijn.

    • 2.

      Voorafgaande aan de vaststelling van de draagkracht en de draaglast wordt eerst met de minderjarige of zijn ouders besproken hoe zij dit zelf ervaren en wat zij nodig hebben om de zorg voor hun kind te kunnen voortzetten zonder risico op overbelasting. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat de mate van noodzaak tot ondersteuning en de vorm waarin deze plaats vindt, kan fluctueren in de loop der tijd.

    • 3.

      Er is sprake van voldoende draagkracht als door het zelf verlenen van ondersteuning door de ouders, geen onoverkomelijke problemen ontstaan.

  • Stap 3: weging draaglast

     

    • 1.

      Om vast te stellen wat redelijkerwijs van de ouders verwacht mag worden, beoordeelt het college welke hulp uitstijgt boven de hulp die de minderjarige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening of beperking redelijkerwijs nodig heeft. Hierin worden de volgende factoren meegenomen:

      • a.

        leeftijd van de minderjarige;

      • b.

        aard van de hulp;

      • c.

        frequentie en patroon van de hulp;

      • d.

        tijdsomvang van de hulp;

      • e.

        planbaarheid van de hulp.

    • 2.

      Het college stelt vast of de ouders van wie oplossingen vanuit draagkracht wordt verwacht:

      • a.

        in staat zijn om de minderjarige de noodzakelijke hulp te bieden;

      • b.

        beschikbaar zijn om de noodzakelijke hulp te verlenen, waarbij tevens in de beoordeling wordt betrokken of in het geval van belemmeringen in de beschikbaarheid van de ouders een kortdurende voorziening kan worden geboden om gelegenheid aan de ouders te bieden de beschikbaarheid te vergroten;

      • c.

        niet overbelast dreigen te raken door het bieden van de noodzakelijke hulp, waarbij tevens het volgende in de beoordeling wordt betrokken:

        • i.

          indien er sprake dreigt te zijn van overbelasting, kan een individuele voorziening worden ingezet voor dat deel van de hulp die niet geboden kan worden op basis van draagkracht;

        • ii.

          de inzet van jeugdhulp bij overbelasting of dreigende overbelasting is altijd tijdelijk. Van ouders wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de overbelasting of dreigende overbelasting aan te pakken en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan;

        • iii.

          er moet een aannemelijk verband zijn tussen de overbelasting en de hulp die iemand aan de minderjarige biedt. Bij overbelasting door aantoonbare externe factoren, zal door de ouders ook bij deze factoren naar een oplossing gezocht moeten worden;

        • iv.

          wanneer de geldigheidsduur van de indicatie voor jeugdhulp is verlopen en een nieuwe aanvraag wordt gedaan, worden de inspanningen die zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen meegenomen.

  • E.

    Artikel 3:1 komt te luiden:

    Artikel 3:1 Formele pgb-tarieven

     

    De maximale formele pgb-tarieven in 2026 zijn voor:

    • a.

      begeleiding individueel:

      • 1°.

        € 48,80,- per uur in categorie 1;

      • 2°.

        € 66,55,- per uur in categorie 2;

      • 3°.

        € 101,49,- per uur categorie 3;

    • b.

      persoonlijke verzorging € 43,26 per uur;

    • c.

      dagbesteding:

      • 1°.

        € 54,21,- per dagdeel in categorie 1;

      • 2°.

        € 64,28,- per dagdeel in categorie 2;

      • 3°.

        € 93,38,- per dagdeel in categorie 3;

    • d.

      begeleiding in groepsverband:

      • 1°.

        € 112,33,- per dagdeel in categorie 1;

      • 2°.

        € 193,47,- per dagdeel in categorie 2;

    • e.

      kortdurend verblijf voor lichamelijk of verstandelijk beperkten of geestelijke gezondheidszorg:

      • 1°.

        € 102,46,- per etmaal in categorie 1;

      • 2°.

        € 245,07,- per etmaal in categorie 2;

      • 3°.

        € 313,10,- per etmaal in categorie 3;

    • f.

      vervoer € 32,36,- per retourrit.

  • F.

    Artikel 3:3 komt te luiden:

    Artikel 3:3 Pgb-tarieven overige professionele zorgverlening

     

    De maximale formele pgb-tarieven voor overige professionele zorgverlening in 2026 zijn voor:

    • a.

      behandeling in de basis jeugd-GGZ € 115,36,- per uur; en

    • b.

      behandeling in de specialistische jeugd-GGZ € 130,13,- per uur.

  • G.

    In artikel 3:6, derde lid, wordt ‘en budgetplan’ vervangen door ‘,het budgetplan en de afspraken in de beschikking’

  • H.

    Artikel 4:2 wordt gewijzigd als volgt:

    • 1.

      In het derde lid, onderdeel a, wordt ‘fietst of met een vervoersmiddel’ vervangen door: ‘fietst of met een ander vervoersmiddel’.

    • 2.

      In het derde lid, onderdeel d, wordt ‘het verblijfadres’ vervangen door: ‘de woning’.

  • I.

    In artikel 4:3, onderdeel b, wordt ‘jeugdhulplocatie’ vervangen door: ‘locatie van de jeugdhulpaanbieder’.

  • J.

    In artikel 4:4, aanhef, wordt ‘een vervoersvoorziening’ vervangen door: ‘een individuele vervoersvoorziening’.

  • K.

    Artikel 4:5 komt te luiden:

    Artikel 4:5 Deskundig oordeel en advies

     

    Als het onderzoek of de beoordeling van de aanvraag dit naar het oordeel van het college vereist, dan wint het college deskundig advies in over de medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Jeugdwet.

  • L.

    Artikel 4:7 komt te luiden:

    Artikel 4:7 Zelfstandig leren reizen

     

    Het college kent een individuele voorziening toe ter bevordering van de zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 4:1, onder b, indien het college vaststelt dat:

    • a.

      er voldaan is aan de eisen voor aangepast vervoer als bedoeld in artikel 4:2, derde lid; en

    • b.

      de jeugdige de draagkracht en vaardigheden heeft om in afzienbare tijd zelfstandig te leren reizen naar de jeugdhulplocatie.

  • M.

    In artikel 5:1 wordt ‘leid’ vervangen door: ‘leidt.’.

  • N.

    In Bijlage 1 wordt het afwegingskader voor de leeftijd 0-3 jaar, tussen het vijfde en zesde streepje, aangevuld met: ‘- Zijn niet in staat om zonder begeleiding zichzelf in het verkeer te begeven.'.

  • O.

    In Bijlage 1, in het afwegingskader voor de leeftijd 3-5 jaar, in de tekst achter het negende streepje, wordt ‘kan’ vervangen door: ‘kunnen'.

  • P.

    In Bijlage 1 wordt het afwegingskader voor de leeftijd 12-18 jaar, tussen het zesde en zevende streepje, aangevuld met: ‘- Hebben geen begeleiding nodig van een volwassene in het verkeer.’.

  • Q.

    In de artikelsgewijze toelichting, artikel 3:1, eerste lid, onder f, wordt ‘f’ vervangen door: ‘e’.

Artikel II  

Deze regeling tot wijziging van de Regeling jeugdhulp Den Haag 2024 treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris

Ilma Merx

de burgemeester

Jan van Zanen

Naar boven