- 1.
Subsidieaanvragen voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:1 van deze subsidieregeling worden beoordeeld op basis van de verdelingsregels zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid van de Asv. Daarbij worden aanvragen gescoord, gerangschikt en, mits de aanvraag aan de eisen gesteld in de Asv en in deze subsidieregeling voldoet, toegekend in volgorde van hoogst tot laagst scorend, tot het voor de activiteit(en) beschikbaar bestelde budget zoals opgenomen in artikel 4:2, vierde lid van deze subsidieregeling, besteed is.
- 2.
In aanvulling op deze verdelingsregels worden subsidieaanvragen tevens beoordeeld op:
- a.
De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een beweging van symptoombestrijding naar een versterking van de sociale basis;
- b.
De mate waarin de activiteit naar verwachting bijdraagt aan het aanpakken van de oorzaken van de toenemende druk op jeugdhulp, Wmo en de Participatiewet, alsook de termijn waarbinnen dit effect naar verwachting optreedt, of, in het geval van het beleidsthema ‘cultuureducatie’, de mate waarin rekening gehouden is met het creëren van laagdrempelig en toegankelijke activiteiten voor kwetsbare en nieuwe doelgroepen;
- c.
De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een gezonde generatie in 2040;
- d.
Financiële gezondheid:
- i.
De mate waarin de begroting naar oordeel van het college realistisch lijkt;
- ii.
De mate waarin de subsidieaanvrager naar oordeel van het college aan heeft getoond een solide organisatie te zijn.
- e.
De mate waarin aanspraak wordt gemaakt of wordt beoogd aanspraak te maken op andere financieringsbronnen (van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in artikel 2:1, tweede lid onder b);
- f.
Gebiedsgerichte aanpak (van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in artikel 2:1, tweede lid onder c en onder d):
- i.
De mate waarin er sprake is of kan zijn van een ketenaanpak van activiteiten in eenzelfde gebied, wijk of buurt;
- ii.
De mate van spreiding van activiteiten door de gehele gemeente heen.
- 3.
Het college hanteert bij de beoordeling het volgende model:
|
Criterium
|
Maximale score
|
|
De mate waarin de aanvrager bij kan dragen aan de te realiseren beleidsdoel(en)
|
30 punten
|
|
De mate waarin nog geen aanbod aanwezig is dat voorziet in de realisatie van de beleidsdoel(en)
|
15 punten
|
|
De mate waarin de aanvrager aantoonbaar beschikt over de benodigde kennis en expertise om de activiteiten uit te kunnen voeren
|
10 punten
|
|
De mate waarin de aanvrager beoogt samen te werken dan wel samenwerkt met andere partijen
|
10 punten
|
|
De mate van lokale binding
|
3 punten
|
|
De prijs-kwaliteitverhouding
|
5 punten
|
|
Innovatie
|
3 punten
|
|
De onderdelen zoals benoemd in het tweede lid van dit artikel
|
24 punten, als volgt verdeeld:
a.
6 punten
b.
6 punten
c.
3 punten
d.
3 punten
e.
3 punten
f.
3 punten
|
- 4.
Een aanvraag moet beoordeeld worden met een score van minimaal 70 punten om een positieve beoordeling te verkrijgen. Aanvragen die beoordeeld worden met een score van minder dan 70 punten, worden niet toegekend.
- 5.
In gevallen waarin 2 of meer aanvragen voor soortgelijke activiteiten met precies hetzelfde aantal punten worden beoordeeld, worden de subsidieaanvragers uitgenodigd voor een gesprek met het college. In dit gesprek lichten zij hun aanvraag toe. Het college beoordeelt dit gesprek met een score van maximaal 10 punten en weegt deze score mee, waarbij geldt dat de subsidieaanvrager met de hoogste score in beginsel de subsidie toegekend krijgt.
|
- 1.
Subsidieaanvragen voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:1, met uitzondering van onder c (Activiteiten in het kader van cultuureducatie), van deze subsidieregeling worden beoordeeld op basis van de verdelingsregels zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid van de Asv. Daarbij worden aanvragen gescoord, gerangschikt en, mits de aanvraag aan de eisen gesteld in de Asv en in deze subsidieregeling voldoet, toegekend in volgorde van hoogst tot laagst scorend, tot het voor de activiteit(en) beschikbaar bestelde budget zoals opgenomen in artikel 4:2, vierde lid van deze subsidieregeling, besteed is.
- 2.
In aanvulling op deze verdelingsregels worden subsidieaanvragen tevens beoordeeld op:
- a.
De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een beweging van symptoombestrijding naar een versterking van de sociale basis;
- b.
De mate waarin de activiteit naar verwachting bijdraagt aan het aanpakken van de oorzaken van de toenemende druk op jeugdhulp, Wmo en de Participatiewet, alsook de termijn waarbinnen dit effect naar verwachting optreedt, of, in het geval van het beleidsthema ‘cultuureducatie’, de mate waarin rekening gehouden is met het creëren van laagdrempelig en toegankelijke activiteiten voor kwetsbare en nieuwe doelgroepen;
- c.
De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een gezonde generatie in 2040;
- d.
Financiële gezondheid:
- i.
De mate waarin de begroting naar oordeel van het college realistisch lijkt;
- ii.
De mate waarin de subsidieaanvrager naar oordeel van het college aan heeft getoond een solide organisatie te zijn.
- e.
De mate waarin aanspraak wordt gemaakt of wordt beoogd aanspraak te maken op andere financieringsbronnen (van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in artikel 2:1, tweede lid onder b);
- f.
Gebiedsgerichte aanpak (van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in artikel 2:1, tweede lid onder c en onder d):
- i.
De mate waarin er sprake is of kan zijn van een ketenaanpak van activiteiten in eenzelfde gebied, wijk of buurt;
- ii.
De mate van spreiding van activiteiten door de gehele gemeente heen.
- 3.
Het college hanteert bij de beoordeling het volgende model:
|
Criterium
|
Maximale score
|
|
De mate waarin de aanvrager bij kan dragen aan de te realiseren beleidsdoel(en)
|
30 punten
|
|
De mate waarin nog geen aanbod aanwezig is dat voorziet in de realisatie van de beleidsdoel(en)
|
15 punten
|
|
De mate waarin de aanvrager aantoonbaar beschikt over de benodigde kennis en expertise om de activiteiten uit te kunnen voeren
|
10 punten
|
|
De mate waarin de aanvrager beoogt samen te werken dan wel samenwerkt met andere partijen
|
10 punten
|
|
De mate van lokale binding
|
3 punten
|
|
De prijs-kwaliteitverhouding
|
5 punten
|
|
Innovatie
|
3 punten
|
|
De onderdelen zoals benoemd in het tweede lid van dit artikel
|
24 punten, als volgt verdeeld:
a.
6 punten
b.
6 punten
c.
3 punten
d.
3 punten
e.
3 punten
f.
3 punten
|
- 4.
De ingediende subsidieaanvragen voor het thema cultuureducatie zoals benoemd in artikel 2:1, lid 2 onder c, worden in afwijking van de vorige leden beoordeeld op basis van de mate waarin de subsidie aanvrager op de volgende criteria scoort:
|
Criteria
|
Puntenaantal
|
|
Maatschappelijke impact in verhouding tot aangevraagd subsidiebedrag
|
10 punten
|
|
Kwaliteit van de aanvraag, begroting en de mate waarin de aanvrager bij kan dragen aan de te realiseren beleidsdoel(en)
|
15 punten
|
|
Kennis en expertise uitvoerder(s) Leerkrachten / aanbieder
|
15 punten
|
|
De mate van lokale binding
|
3 punten
|
|
Beschrijving en het bereik van de beoogde doelgroep
|
15 punten
|
|
Toegankelijkheid/
drempelverlagend
|
12 punten
|
|
De mate van aansluiting bij de leefwereld van kinderen of jongeren
|
15 punten
|
|
Samenwerking in het culturele veld/ sociaal domein
|
5 punten
|
|
Aanbod in lokale context
|
10 punten
|
- 5.
Een aanvraag moet beoordeeld worden met een score van minimaal 70 punten om een positieve beoordeling te verkrijgen. Aanvragen die beoordeeld worden met een score van minder dan 70 punten, worden niet toegekend.
- 6.
In gevallen waarin 2 of meer aanvragen voor soortgelijke activiteiten met precies hetzelfde aantal punten worden beoordeeld, worden de subsidieaanvragers uitgenodigd voor een gesprek met het college. In dit gesprek lichten zij hun aanvraag toe. Het college beoordeelt dit gesprek met een score van maximaal 10 punten en weegt deze score mee, waarbij geldt dat de subsidieaanvrager met de hoogste score in beginsel de subsidie toegekend krijgt.
|