Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg tot wijziging van de Subsidieregeling Fysiek en mentaal fit Leidschendam-Voorburg 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg,

 

gelezen het bestuurlijk behandelvoorstel met kenmerk 4760,

 

besluit:

 

De Subsidieregeling Fysiek en mentaal fit Leidschendam-Voorburg 2026 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel I  

A

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • b.

    Activiteiten gericht op een domeinoverstijgende samenwerking eerste lijn – sociaal domein: in ieder geval het versterken van samenwerking met de eerstelijnszorg en het sociaal domein voor alle inwoners. De samenwerking moet gericht zijn op het ondersteunen van inwoners, met als doel instroom in geïndiceerde ondersteuning voorkomen of, als dit wel nodig is, gerichter te laten plaatsvinden. Subsidieontvangers dienen dan ook goed met elkaar af te stemmen en deel te nemen aan relevante netwerken c.q. netwerkoverleggen. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:

    • i.

      Welzijn op Recept, waarbij subsidie kan worden verleend voor maximaal 48 aaneengesloten maanden;

    • ii.

      Praktijkondersteuners Jeugd, waarbij subsidie kan worden verleend voor maximaal 12 aaneengesloten maanden;

    • iii.

      Praktijkondersteuners Sociaal, waarbij subsidie kan worden verleend voor maximaal 12 aaneengesloten maanden.

  • b.

    Activiteiten gericht op een domeinoverstijgende samenwerking eerste lijn – sociaal domein: in ieder geval het versterken van samenwerking met de eerstelijnszorg en het sociaal domein voor alle inwoners. De samenwerking moet gericht zijn op het ondersteunen van inwoners, met als doel instroom in geïndiceerde ondersteuning voorkomen of, als dit wel nodig is, gerichter te laten plaatsvinden. Subsidieontvangers dienen dan ook goed met elkaar af te stemmen en deel te nemen aan relevante netwerken c.q. netwerkoverleggen.

    Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. 

 

B

Artikel 2:1 lid 2 onder d wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • d.

    Activiteiten op het gebied van sport, bewegen en gezondheidsvaardigheden: regelmatig sporten en bewegen is belangrijk voor een goede lichamelijke en mentale gezondheid. Activiteiten staan in het teken van het sportiever maken van de gemeente en het in beweging krijgen van nog meer inwoners, met in het bijzonder aandacht voor inclusief sporten en een focus op jeugdigen en ouderen. Dit onderdeel moet voldoen aan de doelstellingen Sportakkoord 2.0 en het Gezond en Actief Leven Akkoord 2023-2026. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:

    • i.

      Combinatiefunctionarissen (sport en cultuur)

  • d.

    Activiteiten op het gebied van sport, bewegen en gezondheidsvaardigheden: regelmatig sporten en bewegen is belangrijk voor een goede lichamelijke en mentale gezondheid. Activiteiten staan in het teken van het sportiever maken van de gemeente en het in beweging krijgen van nog meer inwoners, met in het bijzonder aandacht voor inclusief sporten en een focus op jeugdigen en ouderen. Dit onderdeel moet voldoen aan de doelstellingen Sportakkoord 2.0 en het Gezond en Actief Leven Akkoord 2023-2026. Per 2027 moeten deze activiteiten voldoen aan het vervolg op het Gezond en Actief Leven akkoord, namelijk het Aanvullende Zorg en Welzijnsakkoord.

    Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. 

    Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:

    • i.

      Combinatiefunctionarissen (sport en cultuur)

 

C

Artikel 2:2 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • 1.

    Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.

  • 2.

    Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:

    • a.

      De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;

    • b.

      De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;

    • c.

      De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.

  • 3.

    In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.

  • 1.

    Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.

  • 2.

    Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:

    • a.

      De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;

    • b.

      De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;

    • c.

      De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.

  • 3.

    In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.

  • 4.

    Nieuwe activiteiten die niet eerder zijn gesubsidieerd worden door het college geëvalueerd aan de hand van de tussentijdse- en eindverantwoording. Op basis van de uitkomst kan de subsidie voor de activiteit (omlaag) worden bijgesteld of worden beëindigd.

  • 5.

    Subsidie voor de in artikel 2:1, tweede lid, genoemde activiteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

D

Artikel 5:2 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

  • 1.

    In aanvulling op artikel 17 van de Asv, verplicht het college subsidieontvangers die een subsidie van € 50.000 of meer en/of uitvoering geven aan een activiteit met een looptijd van meer dan 12 maanden, een tussentijdse rapportage te overleggen.

  • 2.

    De subsidieontvanger doet de tussentijdse rapportage op eigen initiatief en binnen 2 maanden na afloop van de eerste 6 maanden van een kalenderjaar toekomen aan het college. De subsidieontvanger doet dit ieder kalenderjaar gedurende de looptijd van de subsidie.

  • 3.

    De tussentijdse rapportage bevat dezelfde informatie als opgenomen in artikel 5:1, eerste lid van deze subsidieregeling.

  • 4.

    Van bovenstaande leden kan worden afgeweken wanneer hier naar oordeel van het college dringende redenen voor zijn.

  • 1.

    Het college kan subsidieontvangers die een eenjarige of meerjarige subsidie ontvangen bij verleningsbeschikking verplichten om een tussentijdse rapportage te overleggen.

  • 2.

    De subsidieontvanger doet de tussentijdse rapportage binnen 2 maanden na afloop van de eerste 6 maanden van een kalenderjaar toekomen aan het college. De subsidieontvanger doet dit ieder kalenderjaar gedurende de looptijd van de subsidie.

  • 3.

    Vervallen

  • 4.

    Vervallen

Artikel II  

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 19 mei 2026.

R.J. den Haan

secretaris

M.W. Vroom

burgemeester

Naar boven