Subsidieregeling amateurkunst gemeente Kampen 2027

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen;

gelezen het voorstel van 30 juni 2026,met kenmerk 41036-2026,

gelet op Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Kampen 2026;

besluit vast te stellen de

Subsidieregeling amateurkunst gemeente Kampen

 

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    actieve leden: contributie betalende leden van een amateurkunstvereniging, die de activiteiten ervan mede uitvoeren. De artistieke leiders, bestuurders, commissarissen, donateurs, ereleden en dergelijke worden niet als zodanig aangemerkt;

  • -

    activiteiten: artistieke werkzaamheden gericht op de beoefening van amateurkunst door de amateurkunstvereniging;

  • -

    amateurkunst: kunst die uit liefhebberij en niet beroepsmatig wordt beoefend;

  • -

    amateurkunstvereniging: een rechtspersoon zonder winstoogmerk die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten op het gebied van amateurkunst;

  • -

    artistiek leider: een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf of vergelijkbare functionaris met een relevante opleiding of aantoonbare ervaring;

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Kampen 2026;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen;

  • -

    jeugd: personen tot 18 jaar;

  • -

    muziekvereniging: een drumband, fanfareorkest, harmonieorkest, symfonieorkest, drumfanfare of blazersensemble, met uitzondering van showkorpsen;

  • -

    openbaar optreden: een door een amateurkunstvereniging georganiseerde, voor publiek toegankelijke activiteit waaraan door middel van publiciteit bekendheid wordt gegeven, met uitzondering van optredens tijdens religieuze bijeenkomsten;

  • -

    publieksbereik: het aantal personen dat door de openbare optredens van de amateurkunstvereniging wordt bereikt of naar verwachting zal worden bereikt;

  • -

    showkorps: een muziekvereniging die muziek en choreografie combineert door middel van taptoes, concoursen of optochten.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.

  • 2.

    De Asv is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling nadrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 3 Doel

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van activiteiten van amateurkunstverenigingen die bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in de cultuurnota “De Kracht van Cultuur (2025–2028)” van de gemeente Kampen, te weten het behoud en de versterking van de kwaliteit van het rijke verenigingsleven, het continueren van bestaande regelingen en het realiseren van een inclusief cultureel aanbod.

Artikel 4 Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten gericht op het bevorderen van amateurkunst. Daaronder worden in elk geval begrepen: repetities, exposities, optredens en nevenactiviteiten. Deze activiteiten hebben artistieke en sociaal-maatschappelijke waarde en dragen bij aan de zichtbaarheid en ontmoeting binnen en buiten amateurkunstverenigingen in de gemeente Kampen.

Artikel 5 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan amateurkunstverenigingen die gevestigd zijn in de gemeente Kampen, die voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      de amateurkunstvereniging verzorgt minimaal 2 openbare optredens per jaar in de gemeente Kampen;

    • b.

      de amateurkunstvereniging heeft ten minste vijf actieve leden, waarvan ten minste vijftig procent woonachtig is in de gemeente Kampen;

    • c.

      de amateurkunstvereniging voldoet aan redelijke eisen van goed bestuur.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt aan natuurlijke personen.

Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 4 en die noodzakelijk zijn voor het realiseren van deze activiteiten, voor zover deze kosten resteren na aftrek van bijdragen van derden en plaatsvinden binnen de subsidiabele periode.

Artikel 7 Subsidiabele periode

Subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt.

Artikel 8 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een subsidie bedraagt maximaal per kalenderjaar:

    • a.

      € 1.000 voor een vereniging voor beeldende kunst of literatuur;

    • b.

      € 1.000 voor een kleine zang-, toneel-, muziektheater- of dansvereniging (5–9 leden);

    • c.

      € 1.500 voor een middelgrote zang-, toneel-, muziektheater- of dansvereniging (10–34 leden);

    • d.

      € 2.500 voor een grote zang-, toneel- of dansvereniging (minimaal 35 leden) of een middelgrote muziekvereniging (10–34 leden);

    • e.

      € 4.500 voor een grote muziekvereniging of vereniging voor muziektheater (minimaal 35 leden);

    • f.

      € 6.000 voor een showkorps (minimaal 60 leden).

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid bedraagt de subsidie niet meer dan het bedrag dat door de leden van de vereniging zelf wordt ingebracht middels contributie.

Artikel 9 Subsidieplafond

Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

Artikel 10 Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van subsidie vindt plaats op basis van een volledige en ontvankelijke aanvraag als bedoeld in artikel 11, die wordt beoordeeld aan de hand van de criteria, opgenomen in bijlage 1 bij deze subsidieregeling.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de volledige aanvraag is ontvangen.

  • 3.

    Een aanvraag komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien deze ten minste 16 punten behaalt op basis van het puntensysteem, zoals is uiteengezet in bijlage 1.

  • 4.

    Bij de beoordeling wordt uitsluitend uitgegaan van de gegevens zoals door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt, waaronder in ieder geval het activiteitenplan met toelichting en de bijbehorende begroting.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond voor het betreffende kalenderjaar niet wordt overschreden, wordt aan de aanvragers die voldoen aan het derde lid de volledige subsidie verleend.

  • 6.

    Indien het subsidieplafond voor het betreffende kalenderjaar wordt overschreden, wordt voor aanvragen die voldoen aan het derde lid de hoogte van de subsidie per aanvraag aangepast op basis van de behaalde score, waarbij hogere scores leiden tot een hoger percentage van het op grond van artikel 8 berekende subsidiebedrag, volgens de volgende staffel:

    • a.

      16 tot en met 18 punten: 80% van het subsidiebedrag;

    • b.

      19 tot en met 22 punten: 90% van het subsidiebedrag;

    • c.

      23 tot en met 25 punten: 100% van het subsidiebedrag.

  • 7.

    Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat het subsidieplafond nog steeds wordt overschreden, worden de op grond van het zesde lid bepaalde subsidiebedragen naar rato verlaagd. De verlaging vindt plaats door vermenigvuldiging van elk individueel subsidiebedrag met een verdeelfactor, waarbij:

    • a.

      verdeelfactor = subsidieplafond / som van alle op grond van het zevende lid berekende subsidiebedragen;

    • b.

      de aldus berekende bedragen naar beneden afgerond worden op hele euro’s.

  • 8.

    dat Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat er subsidiemiddelen binnen het subsidieplafond resteren, worden de op grond van het zevende lid, sub a en b, bepaalde subsidiebedragen naar rato verhoogd tot het subsidieplafond is bereikt. De aanpassing vindt plaats door vermenigvuldiging van elk individueel subsidiebedrag als bedoeld in het zevende lid, sub a en b, met een verdeelfactor, waarbij:

    • a.

      verdeelfactor = subsidieplafond min de som van alle bedragen op grond van het zevende lid, sub c / som van alle bedragen op grond van het zevende lid, sub a en b;

    • b.

      de aldus berekende bedragen naar beneden worden afgerond op hele euro’s;

    • c.

      de subsidie per aanvraag niet hoger wordt vastgesteld dan het door de aanvrager aangevraagde en op grond van artikel 8 berekende subsidiebedrag.

Artikel 11 Aanvraag

  • 1.

    Een subsidieaanvraag kan, in afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Asv, uitsluitend worden ingediend door een rechtspersoon.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij het college op een daarvoor ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

  • 3.

    Bij de aanvraag legt de aanvrager, in aanvulling op artikel 6, derde en vierde lid, van de Asv, de volgende gegevens over:

    • a.

      een overzicht van de totale uitgaven en inkomsten van de aanvrager voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b.

      gegevens over de contributie en het aantal actieve leden ten tijde van de aanvraag.

  • 4.

    De aanvraag gaat, in aanvulling op artikel 6, derde lid, onder a en c, van de Asv, vergezeld van een activiteitenplan en een sluitende begroting inclusief een dekkingsplan, waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten bijdragen aan de volgende beoordelingscriteria:

    • a.

      artistieke begeleiding;

    • b.

      publieksbereik;

    • c.

      sociaal-maatschappelijke relevantie;

    • d.

      uniciteit en originaliteit ten opzichte van andere aanvragers;

    • e.

      samenwerking in de sector;

    • f.

      toegankelijkheid en zichtbaarheid;

    • g.

      promotie van de gemeente Kampen.

Artikel 12 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Asv, ingediend in de periode van 1 augustus tot en met 30 september, voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 13 Aanvullende weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de Asv, kan het college de subsidie weigeren als:

  • a.

    de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds op andere wijze (gedeeltelijk) subsidie heeft ontvangen;

  • b.

    de aanvraag minder dan 16 punten behaalt op grond van de beoordeling, bedoeld in artikel 10.

Artikel 14 Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies

Subsidies worden door het college direct vastgesteld.

Artikel 15 Overgangsbepalingen

Op aanvragen die zijn ingediend voorafgaand aan inwerkingtreding van deze regeling blijft de Subsidieregeling amateurkunst gemeente Kampen van kracht.

Artikel 16 Slotbepalingen

  • 1.

    De Subsidieregeling amateurkunst gemeente Kampen wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling amateurkunst gemeente Kampen 2027.

 

 

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 30 juni 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen,

N.J. Middelbos,

secretaris

S. de Rouwe,

burgemeester

Bijlage 1 – Puntensysteem amateurkunstverenigingen

De verstrekking van subsidie vindt plaats door puntentoekenning zoals bedoeld in artikel 10 van deze subsidieregeling, op basis van de onderstaande criteria.

  • A.

    Artistieke begeleiding (2 punten)

  • B.

    Publieksbereik (4 punten)

  • C.

    Sociaal-maatschappelijke relevantie (10 punten)

  • D.

    Uniciteit en originaliteit ten opzichte van andere aanvragers (2 punten)

  • E.

    Samenwerking in de sector (3 punten)

  • F.

    Toegankelijkheid en zichtbaarheid (3 punten)

  • G.

    Promotie van de gemeente Kampen ( 1 punt)

 

De criteria worden hieronder nader toegelicht en per criterium wordt het aantal te behalen punten weergegeven.

________________________________________

Maximaal te behalen punten: 25

Minimale score voor subsidie: 16 punten

________________________________________

 

  • A.

    Artistieke begeleiding (max. 2 punten)

Scoretabel (bindend):

Situatie

Punten

Geen gediplomeerd artistiek leider en/of relevante ervaring

0

Aantoonbare gediplomeerd artistiek leider en/of relevante ervaring

2

 

Toelichting:

Verenigingen werken vaak met een of meerdere artistiek begeleiders, zoals een dirigent, choreograaf, regisseur of docent. Als indicator voor de kwaliteit van het aanbod wordt er bij dit criterium gekeken of begeleiders aantoonbaar beschikken over een relevante opleiding en/of ervaring. Uitgangspunt is dat professionele begeleiding bijdraagt aan de autonome waarde (kwaliteit, expressie en originaliteit) en aan de educatieve waarde (talentontwikkeling en leerproces).

________________________________________

 

  • B.

    Publieksbereik (max. 4 punten)

Scoretabel (bindend):

Onderdeel

Situatie

Punten

Aantal openbare optredens in de gemeente Kampen

2 optredens

1

 

3 of meer optredens

2

Verwacht gemiddeld publiek per optreden

100 bezoekers of minder

1

 

Meer dan 100 bezoekers

2

 

Toelichting:

De gemeente vindt het van belang dat zoveel mogelijk Kampenaren kunnen genieten van de activiteiten van een vereniging. Het verzorgen van meer dan twee openbare optredens en/of het bereiken van een groter publiek met deze optredens zorgt voor een hogere score op dit criterium. Voor de duidelijkheid: onder een openbaar optreden vallen voor het publiek toegankelijke activiteiten waaraan door publiciteit bekendheid wordt gegeven, niet zijnde optredens tijdens religieuze bijeenkomsten. Naast het aantal optredens en bezoekers sluit een breed publieksbereik aan bij de toegankelijkheids- en verbindingswaarde van cultuur. Het draagt namelijk bij aan “brede welvaart”, doordat meer inwoners kunnen deelnemen.

________________________________________

 

  • C.

    Sociaal-maatschappelijke relevantie (max. 10 punten)

Dit criterium wordt onderverdeeld in twee subcriteria:

C1. In de Kamper samenleving (max. 7 punten)

Scoretabel (bindend):

Onderdeel

Situatie

Punten

Intensiteit

Alleen culturele waarde

0

 

Sociaal-maatschappelijke waarde

3

 

Tevens zorgen voor verbinding tussen de doelgroepen

5

Frequentie (per jaar)

Eenmalig

1

 

Meermalig of structureel

2

________________________________________

 

Toelichting:

De gemeente Kampen acht culturele activiteiten op zichzelf waardevol. Meerwaarde ontstaat wanneer de activiteiten ook sociaal-maatschappelijk van waarde zijn. Zo is cultuur niet alleen een doel op zich, maar wordt het ook ingezet als middel tegen eenzaamheid, voor inclusie, voor een preventieve werking in de zorg en ter bevordering van diversiteit. Cultuur kan daarnaast een rol spelen in kansengelijkheid, doordat mensen met een lager inkomen of een beperking kunnen deelnemen en zich erbij betrokken voelen.

Als hoogst haalbare doel ziet de gemeente het faciliteren van onderling begrip en verbinding, door verschillende doelgroepen met elkaar in contact te brengen, waarbij het niet vanzelfsprekend is dat zij elkaar ontmoeten. Bijvoorbeeld wanneer jong en oud samen zingen en toewerken naar een optreden. Samen musiceren zorgt voor een nadere kennismaking en een gezamenlijk doel.

Zie ook de regeling externe link: Samen cultuur maken van het Fonds voor Cultuurparticipatie ter inspiratie. Meermalige of structurele initiatieven genieten de voorkeur boven eenmalige initiatieven.

________________________________________

 

C2. Binnen de vereniging (max. 3 punten)

Scoretabel (bindend):

Onderdeel

Situatie

Punten

Aantal keren repeteren of bijeenkomsten (m.u.v. vakantieperiodes)

Minder dan of gelijk aan één keer per week

1

 

Meer dan één keer per week

2

Op andere wijze extra naar elkaar omkijken

Geen extra activiteiten of aandacht

0

 

Wel extra activiteiten of aandacht

1

________________________________________

 

Toelichting:

Naast de belangrijke rol die verenigingen kunnen vervullen voor de sociale cohesie in de samenleving, kan het elkaar ontmoeten binnen een vereniging ook bijdragen aan de onderlinge sociale cohesie. De onderlinge verbondenheid binnen een vereniging kan eenzaamheid tegengaan en een sociaal netwerk bevorderen. De gemeente moedigt aan om vaker samen te komen, bijvoorbeeld door meer te repeteren of op te treden, of door het organiseren van extra activiteiten zoals barbecues, bingoavonden, ouder-kind-activiteiten en andere evenementen voor leden van de vereniging.

Ook het extra naar elkaar omkijken, bijvoorbeeld via een lief- en-leedpot of een WhatsAppgroep voor leden, wordt binnen dit criterium gewaardeerd.

________________________________________

 

  • D.

    Uniciteit en originaliteit ten opzichte van andere aanvragers (max. 2 punten)

Scoretabel (bindend):

Situatie

Punten

Niet onderscheidend

0

Onderscheidend / uniek

2

 

Toelichting:

De gemeente Kampen streeft naar diversiteit in het aanbod van amateurkunstverenigingen en stimuleert creativiteit en inhoudelijke vernieuwing. Originaliteit vraagt niet alleen om inhoudelijke vernieuwing, maar kan ook bijdragen aan innovatie en duurzaamheid (zoals out-of-the-box oplossingen en cross-overs met andere domeinen).

Amateurkunstverenigingen die zich weten te onderscheiden door de inhoud van hun activiteiten, scoren punten bij dit criterium. De geografische spreiding wordt hierbij eveneens meegenomen, bijvoorbeeld de aanwezigheid in kernen of gebieden met een relatief klein cultureel aanbod.

________________________________________

 

  • E.

    Samenwerking in de sector (max. 3 punten)

Scoretabel (bindend):

Situatie

Punten

Geen samenwerking

0

Samenwerking binnen óf buiten de eigen kunstdiscipline

2

Samenwerking binnen én buiten de eigen kunstdiscipline

3

 

Toelichting:

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere instellingen binnen of buiten de eigen discipline. Met de eigen discipline wordt het type amateurkunst bedoeld. Een koor dat bijvoorbeeld samenwerkt met een toneelvereniging, is een voorbeeld van samenwerking buiten de eigen discipline. De samenwerkingspartners moeten een inhoudelijke toegevoegde waarde hebben. Samenwerking binnen én buiten de eigen discipline wordt gezien als het hoogst haalbare.

Samenwerking biedt artistieke meerwaarde en wordt ook extra gewaardeerd, omdat deze bijdraagt aan de versterking van cultureel ondernemerschap en aan de verbinding met toerisme, onderwijs en zorg. De gemeente ziet graag dat verenigingen samen sterk staan.

Commerciële inhuur, bijvoorbeeld voor de uitvoering van een onderdeel van de activiteit of voor de huur van een locatie of materialen, wordt niet aangemerkt als samenwerking. Een uitzondering op dit criterium vormen verenigingen die de enige zijn binnen hun discipline. Voor deze verenigingen is het niet mogelijk om binnen het eigen type amateurkunst samen te werken. Daarom worden zij uitsluitend beoordeeld op samenwerking buiten de eigen kunstdiscipline (maximaal 3 punten).

________________________________________

 

  • F.

    Toegankelijkheid en zichtbaarheid (max. 3 punten)

Scoretabel (bindend):

Situatie

Punten

Vaste doelgroep en toevallig publiek

0

Actief op zoek naar nieuw publiek en/of nieuwe leden

3

 

Toelichting:

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre het culturele aanbod toegankelijk, zichtbaar en aantrekkelijk is voor alle inwoners van Kampen. Wordt met de activiteiten met name een vast en terugkerend publiek bereikt, of zet de vereniging ook actief in op het verbreden van het bereik? Dit kan bijvoorbeeld door middel van marketing en communicatie, maar ook door optredens in de openbare ruimte om de zichtbaarheid te vergroten.

Binnen dit criterium wordt ook gekeken naar de mate waarin de jeugd bij de activiteiten wordt betrokken. Inzetten op de jeugd is investeren in het publiek en de leden van de toekomst.

________________________________________

 

  • G.

    Promotie van de gemeente Kampen (max. 1 punt)

Scoretabel (bindend):

Situatie

Punten

Geen promotie

0

(Inter)nationale of regionale promotie

1

 

Toelichting:

Bij dit criterium wordt gekeken naar de manier waarop de aanvrager de gemeente Kampen door middel van de activiteiten op de kaart zet. Denk aan optredens van de vereniging elders in het land, uitwisselingen met zustersteden, het winnen van prijzen en/of het verkrijgen van onderscheidingen of regionale/landelijke media-aandacht.

Landelijke en regionale zichtbaarheid draagt bij aan de toeristische en recreatieve waarde, versterkt het verhaal van Kampen (Hanzeschatten, erfgoed) en zet de stad cultureel op de kaart.

 

Toelichting

Artikel 10 Wijze van verdeling

Artikel 10 regelt de wijze waarop beschikbare subsidiegelden worden verdeeld over de ingediende aanvragen. Hierbij wordt gewerkt met een puntsysteem (zie bijlage 1) en een verdelingsmechanisme dat afhankelijk is van het al dan niet overschrijden van het subsidieplafond.

 

In de eerste plaats worden alleen aanvragen die minimaal 16 punten behalen in aanmerking genomen (lid 3). Indien het subsidieplafond niet wordt overschreden, ontvangen deze aanvragen het volledige subsidiebedrag (lid 5).

 

Wanneer het subsidieplafond wél wordt overschreden, wordt in twee stappen gewerkt:

 

Stap 1: toepassing van de staffel (lid 6)

De hoogte van de subsidie wordt eerst aangepast op basis van de behaalde score. Hoe hoger de score, hoe hoger het percentage van het berekende subsidiebedrag dat wordt toegekend.

 

Stap 2: evenredige verlaging (lid 7)

Indien het totaal van deze aangepaste subsidiebedragen nog steeds hoger is dan het subsidieplafond, worden alle bedragen naar rato verlaagd. Dit gebeurt door middel van een verdeelfactor, zodat het totaal precies binnen het subsidieplafond blijft.

 

Rekenvoorbeeld

Stel:

  • Subsidieplafond: € 20.000

  • Er zijn 12 aanvragen die voldoen aan de minimumeis (≥16 punten)

 

Aanvraag

Score

 

Maximaal subsidiebedrag

A

17

 

€ 1.000

B

18

 

€ 1.000

C

20

 

€ 1.500

D

21

 

€ 1.500

E

22

 

€ 2.500

F

19

 

€ 2.500

G

24

 

€ 4.500

H

23

 

€ 4.500

I

20

 

€ 1.000

J

16

 

€ 1.000

K

22

 

€ 1.500

L

25

 

€ 4.500

Totaal

 

 

€ 27.000

 

Het totaal (€ 27.000) is hoger dan het subsidieplafond (€ 20.000). Overschrijding → lid 6 toepassen

 

Aanvraag

Score

%

Maximaal subsidiebedrag

A

17

80%

€ 800

B

18

80%

€ 800

C

20

90%

€ 1.350

D

21

90%

€ 1.350

E

22

90%

€ 2.250

F

19

90%

€ 2.250

G

24

100%

€ 4.500

H

23

100%

€ 4.500

I

20

90%

€ 900

J

16

80%

€ 800

K

22

90%

€ 1.350

L

25

100%

€ 4.500

Totaal

 

 

€ 25.350

 

Nog steeds boven plafond → lid 7 toepassen

 

Berekening verdeelfactor

De verdeelfactor wordt als volgt berekend:

verdeelfactor = subsidieplafond / totaal na staffel

= 20.000 / 25.350

= 0,789

 

Toepassing verdeelfactor

Alle bedragen worden met 0,789 vermenigvuldigd:

 

Aanvraag

Na staffel

X 0,789

Eindbedrag

A

€ 800

 

€ 631

B

€ 800

 

€ 631

C

€ 1.350

 

€ 1.065

D

€ 1.350

 

€ 1.065

E

€ 2.250

 

€ 1.775

F

€ 2.250

 

€ 1.775

G

€ 4.500

 

€ 3.550

H

€ 4.500

 

€ 3.550

I

€ 900

 

€ 710

J

€ 800

 

€ 631

K

€ 1.350

 

€ 1.065

L

€ 4.500

 

€ 3.550

Totaal

 

 

€ 19.998

De bedragen worden conform de regeling naar beneden afgerond op hele euro’s.

 

Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat er subsidiemiddelen binnen het subsidieplafond resteren, worden de op grond van het zevende lid, sub a en b, bepaalde subsidiebedragen naar rato verhoogd tot het subsidieplafond is bereikt.

 

Rekenvoorbeeld

Stel:

  • Subsidieplafond: € 500,00

  • Er is voor 510 euro subsidie aangevraagd.

  • De aanvragen:

    • De aanvraag M van 110 euro krijgt 16 punten,

    • De aanvraag N van 150 euro krijgt 19 punten,

    • De aanvraag O van 250 euro krijgt 23 punten.

 

Toepassing van het zesde lid betekent:

M: 110 x 80% = 88 euro

N: 150 x 90% = 135 euro

O: 250 x 100% = 250 euro

 

Totaal: 88 + 135 + 250 = 473 euro.

 

Er blijft in dit rekenvoorbeeld 27 euro aan subsidiemiddelen onbenut. Aan lid 7 kom je pas toe als de berekening van lid 7 boven de 500 euro uitkomt.

 

Berekening verdeelfactor

Verdeelfactor = 500 - 250 = 250 / 88+135 = 1,12

 

Dan wordt:

M = 88 x 1,12 = 98

N = 135 x 1,12 = 151.

O = blijft gelijk (250), omdat ze al 100% van het aangevraagde bedrag hebben gekregen.

 

Naar boven