Gemeenteblad van Noardeast-Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 318513 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 318513 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Door middel van deze publicatie stelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân het Water en Rioleringsprogramma vast.
Het Water en Rioleringsprogramma gemeente Noardeast-Fryslân is vastgesteld, zoals aangegeven in 'bijlage A'.
De wijzigingen ten opzichte van het ontwerp zijn als volgt:
Samenvatting: tekstuele wijziging onder het kopje 'Omgevingsvisie 1.0 Noardeast-Fryslân.
Hoofdstuk 3: tekstuele toevoeging onder het kopje 'Vervanging en verbetering van bestaande voorzieningen'.
Hoofdstuk 9 Besluit: Tekstuele wijziging en toevoeging van besluitoverzichten.
Verdieping 6A: afbeelding gewijzigd.
Verdieping 7A: afbeelding gewijzigd.
Verdieping 7B: afbeelding gewijzigd.
Verdieping 7C: afbeelding gewijzigd.
Verdieping 7D: afbeelding gewijzigd.
Verdieping 7E: afbeelding gewijzigd.
Verdieping 8A: tekstuele wijziging en afbeelding toegevoegd onder kopje '5. Heffingsgrondslag'.
Omgevingsvisie 1.0 Noardeast-Fryslân
Fitaal, sûn, undernimmend, duorsum en oantreklik zijn de doelen waar we nu en de komende jaren aan werken. Onze stip op de horizon (Takomstperspektyf) in 2030 is:
In 2030 is Noardeast-Fryslân een vitale, gezonde, ondernemende en duurzame gemeente met een sterke Mienskipssin. Noardeast-Fryslân is een mooie gemeente met bijzondere kwaliteiten. We noemen dat onze kernkwaliteiten, 'Us Goud'. Us Goud is onze identiteit, waar we trots op zijn. Us Goud willen we koesteren en beschermen.
Met dit nieuwe Water- en Rioleringsprogramma (hierna Wrp) geven wij voor de periode 2027 t/m 2031 concreet aan hoe wij vanuit onze gemeentelijke watertaken bijdragen aan het in stand houden en verbeteren van 'Us Goud'.
Het belang van riolering
Sinds de komst van riolering begin 1900 is de hygiëne van de Nederlandse huishoudens en de gezondheid van de bevolking met sprongen vooruitgegaan. Ook het milieu is gebaat bij riolering. Het is nog niet zo heel lang geleden dat afvalwater rechtstreeks op sloten, vijvers en kanalen werd geloosd. Nu wordt nagenoeg al het afvalwater eerst gezuiverd voordat het in oppervlaktewater terecht komt. Riolering levert daarom een belangrijke bijdrage aan een veilige en gezonde buitenruimte. In dit Wrp leggen wij vast hoe wij dit kapitaal, 'Us Goud’, in Noardeast-Fryslân de komende jaren enerzijds goed in stand gaan houden én anderzijds, daar waar het nu nog niet op orde is, verbeteren.
'Us Goud’ koesteren en beschermen
De totale vervangingswaarde van ons areaal bedraagt op dit moment meer dan € 285 miljoen. Dit kapitaal moeten we koesteren en goed in stand houden (beschermen). Dit betekent regulier beheer en onderhoud, periodiek onderzoek om te toetsen of de voorzieningen doen wat ze moeten doen en reparaties c.q. groot onderhoud treffen (of eventueel vervanging) als de voorzieningen niet meer goed functioneren.

'Us Goud’ toekomstbestendig inrichten
'Us Goud’ toekomstbestendig inrichten krijgt in het nieuwe Wrp een prominente(re) plaats. Wanneer vervanging van de riolen nodig is combineren wij dit door de omgeving direct toekomstbestendig in te richten. Dit doen we o.a. door anders om te gaan met water. Enerzijds door robuuste voorzieningen aan te leggen die bij piekbuien, hoge grondwaterstanden of periodes van langdurige gestage regen (zoals het najaar van 2023) water opvangen. Anderzijds door water zo lang mogelijk lokaal vast te houden om problemen bij langdurige periodes van droogte te beperken.
Bij de nieuwe inrichting kijken we nadrukkelijk naar het groen. Met extra groen creëren we (meer) mogelijkheden om water te infiltreren en te bufferen. Met specifieke begroeiing en beplanting kunnen we de biodiversiteit versterken. Tenslotte draagt extra groen bij aan het terugdringen van hittestress.
Tarief rioolheffing
De achterliggende jaren is bewust ingeteerd op de voorziening riolering (een besluit van de raad bij het huidig GRP), de dekkingsgraad rioolheffing bedraagt thans 97%.
In de planperiode 2027-2031 stijgen de jaarlijkse lasten geleidelijk van circa € 5,3 miljoen in 2027 naar circa € 5,4 miljoen in 2031. Deze geleidelijke stijging kunnen wij in de planperiode nog steeds opvangen vanuit de voorziening riolering.
Daarom is het voorstel om het tarief rioolheffing in de planperiode te bevriezen op de stand van 2026, exclusief de jaarlijkse prijsindexatie van loon, materiaal en materiaal kosten conform CBS index. Wel is na de planperiode een stijging nodig om geleidelijk weer tot kostendekkende tarieven te komen. Maar dat is een keuze die bij het Wrp 2032-2036 gemaakt moet worden.
De gemeentelijke watertaken
De planperiode van het huidige GRP verloopt eind 2026. Onder de Omgevingswet is een GRP (Gemeentelijk Riolering Plan) niet langer verplicht, maar de gemeente heeft nog steeds een zorgtaak voor de watertaken en een gedegen plan voor de tariefstelling rioolheffing, conform BBV, is nog steeds benodigd. Gemeenten kunnen, onder de Omgevingswet, er wel voor kiezen om een Water- en Rioleringsprogramma (WRP) op te stellen. Wij kiezen ervoor om het beleidskader voor de gemeentelijke watertaken voor de periode 2027-2031 te verankeren in een WRP.
Een steeds breder speelveld
De omgeving waarin wij onze wettelijke watertaken uitvoeren is voortdurend aan verandering onderhevig. Door invoering van de Omgevingswet is sprake van grote veranderingen in de wetgeving. Daarnaast heeft klimaatverandering een steeds grotere impact op hoe we binnen de openbare ruimte omgaan met opvang en verwerking van water, omdat dit zowel schaarser (droogte) als heviger (wateroverlast) gaat worden in de toekomst. Hoe we dat gaan doen, in welk tempo, hoe de interactie daarin is met overige facetten uit de openbare ruimte (zoals bijvoorbeeld groen en wegen) en wat daarin de inbreng wordt van een ieder wordt in dit nieuwe Wrp bepaald. De gemeentelijke watertaken hebben dus al lang niet enkel meer betrekking op de rioleringsbuizen onder de grond.
Leeswijzer
In deze interactieve rapportage presenteren wij het nieuwe Wrp van onze gemeente voor de periode 2027 t/m 2031. Via de navigatieknoppen aan de rechterzijde van deze pagina zijn de verschillende onderdelen van dit programma te raadplegen. Naast deze interactieve rapportage is er een technisch naslagwerk (achtergronddocument) met detailonderbouwing.
Proces
In onderstaand schema is het proces van het opstellen van dit Wrp gevisualiseerd.

De taken van de betrokken partijen
De zorg en verantwoordelijkheid voor water in Noardeast-Fryslân is, naast de gemeente, in handen van Wetterskip Fryslân, de Provincie Fryslân, het drinkwaterbedrijf (Vitens) en in de gemeente aanwezige particulieren en ondernemers. Onderstaand schema toont de taakverdeling tussen de betrokken

Kaders voor dit Wrp
Bij de invulling van de gemeentelijke watertaken hebben we te maken met wet- en regelgeving, thema’s & opgaven en wensen vanuit bestuur en gebruikers. De taakstellingen en verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn deels bepalend voor de invulling van dit nieuwe Wrp.
Wet en regelgeving
De afgelopen jaren is nieuw beleid en regelgeving ingevoerd met consequenties voor afvalwater, hemelwater en grondwater. De invoering van de Omgevingswet heeft daarin de meeste impact gehad.
Thema’s & opgaven
O.a. het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA), het Fries Bestuursakkoord Waterketen (FBWK) 2021, de Friese Klimaatadaptatiestrategie 2020 en de visie "Fryslân Klimaatbestendig 2050+“ bepalen mede de koers van dit nieuwe Wrp.
Bestuur (eigen kaders en beleid)
Onze Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie en het Biodiversiteitsplan vormen belangrijke pijlers voor dit nieuwe Wrp.
Gebruikers (mienskip)
Wij werken aan een duurzame toekomst, duurzaamheid is een onderwerp dat onze hele mienskip raakt. In het participatiekader van Noardeast-Fryslân staat hoe bewoners, ondernemers en organisaties mee kunnen doen en denken over plannen en beleid voor de gemeente, kern of buurt.
Zijn alle voorgenomen maatregelen uit het huidig GRP uitgevoerd? Resteren er nog maatregelen en zo ja welke? Wat ging goed wat kan er eventueel beter? Bij de evaluatie én analyse van de behaalde uitvoeringsresultaten van het huidig GRP brengen we dat in beeld.
Reguliere exploitatie
Beleid, planvorming en onderzoek
De afgelopen jaren zijn o.a. “factsheets klimaat” opgesteld waarin wateroverlastlocaties op kaart gezet zijn (op basis van de Friese Klimaatatlas). Hieruit is een programma met maatregelen opgesteld om overlastlocaties aan te pakken. Daarnaast zijn we gestart met de actualisatie van de oude(re) basisrioleringsplannen (BRP’s). Daarin maken we per kern gedetailleerde modeltoetsingen van het riolerings- en watersysteem. Dit geeft inzicht in mogelijke knelpunten, zodat we eventuele maatregen kunnen bepalen. Deze actualisatie is wel later gestart dan gepland.
In 2025 is een regentonactie gestart en is aangesloten bij Steenbreek (Tegelwippen).In het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie is/wordt voor communicatie een concrete aanpak/strategie samengesteld. Dit programma wordt parallel opgesteld met dit Wrp.
Inspecties, keuring en beheerprogramma
Inspecties zijn met een nieuw bestek uitbesteed en lopen volgens planning. Het beoordelen en verwerken van deze data vraagt wel veel tijd, en is inmiddels uitbesteed. Achterstanden in het verwerken van inspecties en revisies in het beheersysteem zijn in de afgelopen jaren weggewerkt.
Met de taakstelling uit de Kadernota 2026 is bezuinigd op het inspectiebudget. Wel is met een ouder wordend areaal het van belang dat de inspecties, keuringen en onderzoeken blijven plaatsvinden om de kwaliteit van het stelsel inzichtelijk te houden.
Organisatie
In het GRP is budget voor uitbreiding van de eigen formatie opgenomen. Deze is, zij het later dan beoogd, gerealiseerd. De binnendienst is qua capaciteit nu op orde.
Onderhoud
Het reguliere onderhoud verliep, en verloopt, volgens planning. De eigen buitendienst, voert veel van de onderhoudswerkzaamheden zelfstandig uit. Aandachtspunt is de structuur van de budgetten, en de samenstelling hiervan (hoe worden de kosten toebedeeld en wie houdt hier regie op). Met dit nieuwe Wrp worden daarvoor verbeteringen aangedragen.
Met baggeren in het stedelijk watersysteem is een inhaalslag gemaakt. Hoofdwater-gangen zijn gebaggerd en weer op het gewenste onderhoudsniveau. Het baggeren van overstort locaties en overige watergangen is niet of nauwelijks uitgevoerd in de afgelopen planperiode. Deze opgave is beeld, de planning is nog niet bepaald. Hierover vindt nog afstemming met het Wetterskip Fryslân plaats.
Investeringen
Vervanging en verbetering van bestaande voorzieningen
In het GRP is voor de periode 2022-2025 circa € 11,0 miljoen aan investeringskredieten geraamd. Tot dusver (december 2025); is hiervan circa € 4,3 miljoen gerealiseerd. Bij het merendeel van de projecten is start van uitvoering doorgeschoven c.q. uitgesteld. Reden hiervoor zijn o.a. langere en complexere voorbereidingsprocedures (bijvoorbeeld de afstemming omtrent het warmtenet in het wijkuitvoeringsplan Fûgellân Dokkum en afstemming met nutsbedrijven), personeelswisselingen en ontvlechting van de ambtelijke samenwerking met Dantumadiel.
Het merendeel van de uitgestelde projecten worden de komende planperiode gerealiseerd. Voor dit Wrp is de uitvoeringsplanning herijkt en is specifiek rekening gehouden met de langere voorbereidingsprocedures.
Financieel
De afgelopen jaren zijn minder kosten gemaakt dan voorzien in het GRP. Dit is voornamelijk ontstaan door lagere kapitaallasten (lagere rente en minder projecten gerealiseerd). Omdat de totale lasten lager zijn uitgevallen dan beoogd in het GRP is de voorziening gegroeid. Waar een verwachte stand van circa € 3.767.000 was voorzien voor 31‑12‑2025, is deze naar verwachting € 6.986.000 (prognose begroting 2025).
€ 285 miljoen aan voorzieningen
De totale vervangingswaarde van onze gemeentelijke voorzieningen, zowel in als boven de grond, bedraagt op dit moment meer dan € 285 miljoen. Dat is omgerekend naar het aantal inwoners circa € 6.200 per inwoner.
De oudste, nog bestaande, riolen in de gemeente stammen van voor de oorlog (periode 1925-1935). Dit betreft o.a. de riolen in de Bronlaan Dokkum, Van Scheltingalaan Kollum en Nieuwebuurt Dokkum.
De vrijverval riolen in stad en dorpen vormen verreweg het grootste aandeel binnen de voorzieningen. Maar daarnaast zijn ook de gemalen, persleidingen, kolken en lozingswerken onderdeel van de gemeentelijke voorzieningen.

Om de huidige situatie in de gemeente Noardeast-Fryslân te kunnen beoordelen heeft een 'nulmeting' plaatsgevonden. Hierbij is de stand van zaken en het huidig kwaliteitsniveau van de voorzieningen in kaart gebracht.
Stedelijk afvalwater
Aansluitgraad
In de gemeente zijn 21.047 rioolaansluitingen. 1.630 percelen zijn niet aangesloten op de gemeentelijke voorziening (riolering of IBA) van de gemeente. Deze percelen liggen in het buitengebied, waar een aansluiting op het rioolstelsel niet doelmatig is vanwege de grote afstand tot het bestaande stelsel. Op deze locaties hebben de perceel-eigenaren een eigen zuiveringsvoorziening (particuliere IBA).
Foutieve aansluitingen worden door materiaalkeuze en inspecties naar meldingen geminimaliseerd. Daarnaast komt rioolvreemd water wel voor, met name in gebieden die hoge grondwaterstanden. Resultaten van onderzoeken van het Wetterskip Fryslân worden meegenomen in onze eigen onderzoeken om deze locaties verder in kaart te brengen.
Technische staat riolen
Uit de inspecties van de vrijverval riolering in het stedelijk gebied blijkt dat in 11% van de geïnspecteerde vrijverval riolering (circa 20 km) ingrijpmaatstaven volgens het beoordelingsprotocol voorkomen. De grootste opgave doet zich voor bij de riolen die in de periode 1960-1969 aangelegd zijn, deze riolen zijn inmiddels 55-65 jaar oud. Maar riolen gaan gemiddeld gezien wel langer mee dan de gemiddelde technische levensduur van riolen in Nederland; 60 jaar.
Bedrijfszekerheid voorzieningen
In ons rioolsysteem zijn in totaal 24 hoofdgemalen, 53 rioolgemalen (kernen) en 234 minigemalen (buitengebied) toegepast. De bedrijfszekerheid borgen wij door periodieke inspecties uit te voeren.
In het overzicht Fixi meldingen 2024 zijn in totaal 32 meldingen geregistreerd waarbij bewoners/ondernemers melding hebben gemaakt van een storing bij een gemaal. Deze storingen zijn gemiddeld gezien binnen een dag afgehandeld.
Hemelwater
Afvoercapaciteit voorzieningen
De riolering is bedoeld om bij normale buien probleemloos het water van wegen en daken af te voeren. Het rioleringssysteem is hiervoor oorspronkelijk, conform de landelijke normen, gedimensioneerd op een bui met een herhalingstijd van eens per twee jaar (20 mm neerslag in een uur tijd).
Vanwege de klimaatveranderingen toetsen we de rioolvoorzieningen via gedetailleerde modelberekeningen ook met buien met een hogere neerslagintensiteit (o.a. 70 mm neerslag in een uur tijd). Hiermee worden locaties bepaald waar deze belasting tot een te groot risico op wateroverlast leidt. De Friese Klimaatatlas in combinatie met de “factsheets klimaat” hebben inzicht gegeven in knelpunten en hier zijn al de eerste maatregelen gedefinieerd. De komende jaren gaan wij met nieuwe modelberekeningen knelpunten verder in beeld brengen en eventueel benodigde maatregelen bepalen.
Vuiluitworp riolering
In een groot deel van het vrijverval riool (206 km) wordt naast het afvalwater ook overtollig hemelwater via dezelfde buis ingezameld en afgevoerd (zogeheten gemengde stelsels). Bij zware buien, wanneer het rioolstelsel volledig is volgelopen, kan via één van 51 gemengde overstorten of 36 randvoorzieningen (verdund) afvalwater worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Deze emissies voldoen aan o.a. de kaders uit de Europese Kaderrichtlijn Water.
Grondwater
In de gemeente zijn enkele locaties bekend met grondwaterproblemen. Hier zijn peilbuizen geplaatst om beter inzicht te krijgen. Indien sprake is van structurele overlast bepalen we eerst wie verantwoordelijk is voor aanpak ervan. Blijkt daaruit dat de gemeente aan zet is dan gaan wij maatregelen treffen om de overlast tegen te gaan. Dit doen we in nauw overleg met Wetterskip Fryslân.
Herijkt ambitiescenario “klimaatrobuust en duurzaam”
Met het huidig GRP is het ambitiescenario “klimaatrobuust en duurzaam” vastgesteld. Onderstaand schema toont het bijbehorend kwaliteitsprofiel.
Diverse onderdelen van dit ambitieniveau zijn ondertussen geïntegreerd in andere gemeentelijke beleidsdocumenten die na het vaststellen van het huidige GRP zijn opgesteld én door de raad vastgesteld, zoals o.a. het biodiversiteitsplan en het groenstructuurplan. Daarnaast sluit het ambitieniveau naadloos aan op de omgevingsvisie 1.0 (met name op de kernopgave “ Energieneutrale, klimaatbestendige en biodiverse gemeente” en “Gezonde en vitale mensen in een gezonde en veilige leefomgeving”). Er is dan ook geen aanleiding tot bijstelling van het kwaliteitsprofiel.
Wél is de strategie/tactiek herijkt met actuele inzichten en geijkt aan het (concept) Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie.

Dit kwaliteitsprofiel is vertaald naar effecten/inspanningen die gebruikers van de openbare ruimte kunnen/gaan ervaren, oftewel wat willen wij bereiken.
'Us Goud’ toekomstbestendig inrichten
'Us Goud’ toekomstbestendig inrichten krijgt in het nieuwe Wrp een prominente(re) plaats. Wanneer vervanging van de riolen nodig is combineren wij dit door de omgeving direct toekomstbestendig in te richten. Dit doen we o.a. door anders om te gaan met water. Enerzijds door robuuste voorzieningen aan te leggen die bij piekbuien, hoge grondwaterstanden of periodes van langdurige gestage regen (zoals het najaar van 2023) water opvangen en verwerken. Anderzijds door water zo lang mogelijk lokaal vast te houden om problemen bij langdurige periodes van droogte te beperken.
Bij de nieuwe inrichting kijken we nadrukkelijk naar het groen. Met extra groen creëren we (meer) mogelijkheden om water te infiltreren en te bufferen. Met specifieke begroeiing en beplanting kunnen we de biodiversiteit versterken. Tenslotte draagt extra groen bij aan het terugdringen van hittestress.
Deze manier van werken maakt wel dat de scope van de projecten steeds breder en complexer wordt, zoals weergegeven in onderstaand figuur.

Om de ambitie waar te (kunnen) maken is een strategie bepaald. Deze is vertaald naar concrete activiteiten die gebundeld zijn in een programma wat uit de volgende onderdelen bestaat:

Onderstaand schema toont de budgetraming van het uitvoeringsprogramma planperiode 2027-2031.
Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
De geraamde bedragen zijn op prijspeil 2025 en moeten in de toekomst met de dan geldende prijsindex gecorrigeerd;
De taakstelling in de begroting, conform Kadernota 2026, is hierin verwerkt;
Alle geraamde bedragen zijn exclusief btw;
De investeringen zijn inclusief toeslagen voor voorbereiding en toezicht (voor projecten die niet door de eigen organisatie uitgevoerd kunnen worden, uitgangspunt 15%);
Bijna de helft van de uitgaven betreft investeringen voor groot onderhoud en vervanging en verbeteringsmaatregelen. Deze investeringen worden geactiveerd en komen vervolgens als nieuwe kapitaallast (rente en afschrijving) ten laste van de begroting. Bij het onderdeel kostendekking wordt dit nader toegelicht.

Balans te dekken lasten versus inkomsten rioolheffing
De uitgaven voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden gedekt vanuit de rioolheffing die door de inwoners en ondernemers in de gemeente bijeengebracht wordt. In onderstaand figuur is de balans tussen de rioolheffing en de lasten weergegeven.
Lastenontwikkeling planperiode en middellange termijn en tariefvoorstel
Onderstaand figuur toont de lastenontwikkeling in de planperiode (inclusief doorkijk naar de 2 planperiodes erna 2032-2036 & 2037-2041).
Op dit moment zijn de tarieven rioolheffing niet kostendekkend (97% in 2026); het tekort vangen wij op vanuit de voorziening. Deze heeft daarvoor voldoende buffer; maar zonder tariefcorrectie bereiken we op middellange termijn de ondergrens van de voorziening. Daarom is het voorstel om het tarief te bevriezen tot en met 2033 om vervolgens vanaf 2034 te stijgen met 2,5% per jaar, exclusief de jaarlijkse prijsindexatie van loon, materiaal en materiaal kosten conform CBS index.
Besluitvorming
Het concept Wrp is door het college in de vergadering van 13 januari 2026 vrijgegeven voor de ter inzagelegging. Vanaf woensdag 4 februari 2026 heeft het Wrp gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze inzagetermijn zijn er geen zienswijzen ingediend.
Het Wrp is vervolgens als ontwerp-omgevingsprogramma door het college vastgesteld op 14 april 2026. Daarna is deze gepresenteerd aan de raad in It Petear van 13 mei 2026 én voorgelegd voor “wensen en bedenkingen” op 21 mei 2026. In deze vergadering heeft de raad besloten geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Het Wrp is vervolgens door het college definitief vastgesteld in de vergadering van 2 juni 2026.
De vaststelling van de financiële paragraaf vindt plaats met de begroting 2027.

Na vaststelling is deze gepubliceerd via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), overheid.nl, de gemeentelijke website en de overige gangbare communicatiekanalen.
Jaarlijks wordt via de P&C cyclus aan management en bestuur de voortgang van het Wrp gerapporteerd.


Kaders: Wat moeten wij?
Bij de invulling van de gemeentelijke watertaken hebben we te maken met wet- en regelgeving, thema’s & opgaven en wensen vanuit bestuur en gebruikers. De taakstellingen en verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn deels bepalend voor de invulling van dit Wrp.
Evaluatie: Wat hebben wij gedaan en wat moeten wij nog?
Zijn alle voorgenomen maatregelen uit het huidig GRP uitgevoerd? Resteren er nog maatregelen en zo ja welke? Wat ging goed wat kan er eventueel beter? Bij de evaluatie én analyse van de behaalde uitvoeringsresultaten van het huidig GRP brengen we dat in beeld.
Nulmeting: Waar staan we nu?
Vervolgens brengen wij in beeld waar we nu staan, wat we aan areaal hebben en hoe dit er nu bij ligt. Want alleen vanuit een goed fundament kun je nieuwe keuzes maken. Door middel van de nulmeting wordt de huidige kwaliteit vastgesteld.
De kenmerken van een nulmeting zijn:
Verzamelen van informatie voor een strategisch en beleidsmatig niveau;
Geven van de algemene en gemiddelde kwaliteitsindruk, opgebouwd uit vaktechnische items (bijvoorbeeld afvoercapaciteit, vuilemissie) en gebruikersitems (overlast, veiligheid, beleving).
Ambitie: Wat willen we bereiken?
Vanuit dit fundament bepalen we vervolgens wat we willen bereiken. Ondanks de taakstellingen en wettelijke verplichtingen is er zeker ruimte om te differentiëren, te nuanceren en eigen keuzes te maken. Vanuit deze ambitieafweging wordt vervolgens het ambitiescenario voor de komende planperiode geformuleerd. Deze keuze wordt uitgewerkt tot een concreet voorstel voor het beleid. Daarin leggen wij o.a. vast hoe wij als gemeente invulling geven aan de drie wettelijke zorgtaken (stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater).
Programma: Wat moeten wij daarvoor doen?
Dit beleid vertalen we naar de bijbehorende strategie. Daarin brengen wij in beeld wat we gaan doen, waarom we dat doen, wanneer we dat doen en hoe we dat gaan doen, zodat ook inwoners weten waar zij aan toe zijn.
Kostendekking: Wat kost het en hoe gaan we het bekostigen?
De laatste fase betreft de vertaling van de strategie naar concrete activiteiten inclusief kostenraming. De resultaten importeren wij direct in het kostendekkingsplan waarmee de tarief ontwikkeling van de rioolheffing bepaald wordt.
De Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht is geworden heeft diverse beleidsdomeinen en wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer en de Waterwet, juridisch geïntegreerd.
Naast de Omgevingswet zijn ook de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek relevant voor het stedelijk waterbeheer. Tenslotte zijn ook de WIBON en de INSPIRE van belang voor de stedelijk waterbeheerder.
In het schema onder is de relatie van de wet- en regelgeving, die relevant is voor het stedelijk waterbeheer, gepresenteerd vanuit de vier invalshoeken:
Via de website https://www.overheid.nl zijn de actuele kaders van wetten en regelgeving te raadplegen.

Exploitatie
De totale exploitatiekosten zijn de afgelopen jaren lager geweest dan voorzien in het GRP. Vooral lagere kapitaallasten (€ 1,15 miljoen over 2022-2024) en personeelskosten (€ 0,55 miljoen) zorgden hiervoor. De overige onderdelen waren qua lasten zoals voorzien. Binnen de reguliere exploitatie was het onderhoud wel duurder dan voorzien en tegelijkertijd waren de lasten voor onderzoek minder dan voorzien in het GRP.

Investeringen
In de periode 2022-2025 is circa € 4,3 miljoen van de geraamde investeringskredieten gerealiseerd (peildatum december 2025). Voor dit nieuwe Wrp is een geactualiseerde onderhouds- en vervangings-planning vrijverval riolering opgesteld. Hierin zijn de openstaande projecten uit het GRP herijkt. De planning is daarin afgestemd met andere disciplines. Bij het bepalen van de uitvoeringstermijnen is rekening gehouden met de steeds langere voorbereidingsprocedures. Uit deze herijking is gebleken dat een aantal GRP projecten kunnen vervallen. Dit zijn voornamelijk maatregelen groot onderhoud vrijverval riolering (relinen). Uit aanvullend onderzoek (o.a. nieuwe inspecties) is gebleken dat met klein onderhoud volstaan kan worden en volledig relinen niet noodzakelijk is.

De riolen vormen verreweg het grootste aandeel binnen de voorzieningen. Maar daarnaast zijn o.a. ook de gemalen, persleidingen, kolken en lozingswerken onderdeel van de gemeentelijke voorzieningen. Onderstaande tabel toont een samenvatting van de arealen anno 2025.
Detailinformatie van de voorzieningen is o.a. vastgelegd in de beheersystemen, de basisrioleringsplannen en de systeemoverzichten stedelijk water.
Aanlegperiode per stelseltype
Tot begin jaren negentig zijn nog hoofdzakelijk gemengde rioolstelsels aangelegd. Vanaf dat moment is structureel begonnen met aanleg van gescheiden stelsels. De gemengde riolen die na de jaren negentig zijn aangelegd betreft het vervangen van slechte riolen op plaatsen waar aanleg van gescheiden stelsel niet doelmatig was.

Inspectiegraad per aanlegperiode
Een groot deel van de vrijverval riolering (243 km) is geïnspecteerd (gedetailleerd via een video opname vanuit de buis). Het overgrote deel van de oudere riolering (aangelegd voor 1980) is ondertussen geïnspecteerd (ruim 90%).
Van de nieuwere riolen zijn wel (oplever)inspecties beschikbaar; maar omdat deze riolen geen beschadigingen en/of schades hebben worden deze niet ingelezen in het beheersysteem.

Ons areaal vrijverval riolering wordt ouder
Vanaf de jaren 60 heeft de aanleg van riolering in onze gemeente een vlucht genomen. In de periode 1960-1970 is er ruim 3 keer zoveel riolering aangelegd dan in de periode 1950-1960. Vervolgens is in de periode 1970-1980 bijna 2 keer zo veel areaal aangelegd dan in de periode 1960-1970.
Deze arealen worden steeds ouder. Gemiddeld bedraagt de technische levensduur van vrijverval riolering in Nederland circa 60 jaar. Bij het begin van de planperiode (2027) is circa 48 km riolering in onze gemeente 60 jaar of ouder (circa 13% van het totale areaal). Dit betreft de rood gemarkeerde riolen in de kaart links.

Aan het einde van de planperiode in 2031 is circa 78 km van ons areaal 60 jaar of ouder (22% van het totale areaal); de blauw gemarkeerde riolen in de linker figuur. Dit betekent dat circa 30 km riolering die in de komende periode ook 60 jaar of ouder wordt.

Kortom ons areaal wordt ouder, dat maakt dat onze opgave voor het in stand houden van dit areaal de komende decennia toeneemt.
Technische staat vrijverval riolering
Voor dit nieuwe Wrp hebben wij met het beheersysteem een geactualiseerde onderhouds- en vervangings-planning vrijverval riolering opgesteld.
Ondanks dat een deel van de vrijverval riolering ondertussen al meer dan 60 jaar oud is (de gemiddelde technische levensduur van vrijverval riolen in Nederland), en dit aandeel de komende jaren toeneemt, is de werkelijke technische staat van veel riolen op dit moment nog prima. Kortom einde technische levensduur betekent niet automatisch vervanging.
Daarentegen is er ook een deel van de riolering, die nog vrij jong is, waar nu al kwalitatieve maatregelen nodig zijn. Dit is enerzijds het gevolg van o.a. mindere kwaliteit van bouwmaterialen (o.a. betonkwaliteit) en/of fouten bij de aanleg (bijvoorbeeld door de riolen niet diep genoeg te leggen waardoor ze eerder door de verkeersbelasting beschadigd zijn geraakt). Deze riolen zullen naar alle waarschijnlijkheid de gemiddelde technische levensduur van 60 jaar niet halen.

Toekomstbestendig inrichten betekent integraal afwegen
Bij toekomstbestendig inrichten vindt een integrale afweging plaats. We kijken dan naast de technische staat (is de buis nog heel, niet verzakt en lekt deze niet?) ook naar de afvoercapaciteit (is die voldoende om bij piekbuien de hoeveelheid water af te voeren).
Tevens kijken wij naar opgaves vanuit andere beleids- en beheerdomeinen; zijn er wegreconstructies gepland, zijn er vanuit ruimtelijke ordening en/of verkeer projecten te verwachten, etc. Vanuit deze integrale afweging bepalen we uiteindelijk wat er met het riool gaat gebeuren. Wanneer we besluiten tot vervanging van de riolen combineren wij dit door de omgeving direct toekomstbestendig in te richten. Dit betekent soms ook dat we riolen vervangen die nog niet aan vervanging toe zijn, maar waar vervanging binnen de integrale afweging wél doelmatig is
Maar is er geen koppelkans met de andere beleids- en beheerdomeinen én is er geen noodzaak om het riool aan te passen (bv. een grotere buis voor meer afvoercapaciteit) dan kiezen we, indien dit technisch nog goed mogelijk is voor moderne reparatie- en/of renovatietechnieken van de bestaande buizen
De uitkomsten van de planning hebben wij afgestemd met maatregelen voor aanpak van wateroverlast. Veelal kiezen we er dan wel voor het bestaande riool te vervangen (terwijl dit vanuit oogpunt van technische staat niet perse noodzakelijk is) zodat we robuustere maatregelen kunnen treffen voor aanpak van wateroverlast
De omgevingsvisie Noardeast-Fryslân 1.0 bevat 4 kernopgaven. In onderstaande tabel is weergegeven hoe en in welke mate de zeven onderdelen van de watertaken aansluiten op deze kernopgaven.

Wat willen wij bereiken:
Nagenoeg al het afvalwater wordt ingezameld via riolering en centraal gezuiverd. Op die locaties in het buitengebied waar het niet doelmatig is afvalwater via riolen in te zamelen wordt dit lokaal verwerkt (gezuiverd). Stankklachten en of verontreinigingen van sloten en bodem komen hierdoor nauwelijks voor. Er is nu dan ook geen aanleiding om in het buitengebied de bestaande percelen met een eigen voorziening alsnog aan te sluiten op (druk)riolering.
Mocht er door ontwikkelingen in het buitengebied sprake zijn van een gewijzigde situatie (bijvoorbeeld door aanleg van nieuwbouw of andere ontwikkelingen) bekijken we per geval op basis van doelmatigheid (via het 6E. Afwegingskader nieuwe rioolaansluitingen buitengebied) of én hoe wij dit afvalwater in gaan zamelen.
Bij nieuwbouwlocaties in de kernen worden bij de aanleg meteen systemen in openbaar gebied toegepast, waarbij afval- en hemelwater gescheiden blijft.
De vuilwaterriolering verkeert in goede staat. Bij het vervangen en repareren van riolering geldt als uitgangspunt toepassing van duurzame technieken en materialen.
Omdat ons areaal langzaam alsmaar ouder wordt houden wij de toestand van onze voorzieningen periodiek in de gaten via inspecties. Dit stelt ons in staat vroegtijdig de (eventuele) benodigde onderhoudsmaatregelen te plannen en af te stemmen met de andere beleidsdomeinen (o.a. wegen).
Ingrijpen bij riolen die in slechte staat verkeren betekent niet automatisch vervangen. Per situatie kijken wij of inzet van moderne renovatietechnieken meerwaarde heeft.
Bij aanleg c.q. vervangingen van voorzieningen kijken we altijd naar meekoppelkansen (o.a. wegreconstructies, groen & biodiversiteit, energietransitie en klimaat bestendig inrichten conform het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie).
Er is in het verleden preventief onderzoek gedaan op plekken waar kans op foutieve aansluitingen het grootst is (o.a. de (verbeterd) gescheiden stelsels). Daar waar deze geconstateerd zijn, zijn deze hersteld. Via meldingen van bewoners en/of opmerkingen van de onderhoudsploeg monitoren we of er eventueel nieuwe foutieve aansluitingen ontstaan. Daar waar deze geconstateerd worden herstellen we die.
In de gemeente zijn er meerder plekken met potentie voor terugwinning van energie of grondstoffen uit afvalwater. Echter onderzoek uit 2022 heeft aangetoond dat deze op dit moment nog niet rendabel te maken zijn. We gaan daarom als gemeente niet actief verder onderzoek doen. Eventuele initiatieven van derden (bijvoorbeeld Wetterskip Fryslân) gaan wij, daar waar wij kunnen, wel ondersteunen.
De gemalen draaien op duurzame groene energie die centraal wordt ingekocht. Door middel van gerichte(re) sturing kijken we periodiek of we het energieverbruik van de gemalen verder terug kunnen brengen.
Bij aanleg c.q. vervanging van voorzieningen vindt er altijd een duurzaamheids-afweging plaats. Daarbij streven wij zoveel mogelijk naar hergebruik van grondstoffen (dit draagt bij aan een circulaire economie) en CO₂ reductie tijdens de uitvoering. De komende planperiode werken wij een concreet kader uit met eisen en uitgangspunten voor duurzaam materiaal/materieel gebruik.
We sluiten aan bij nationale en regionale campagnes omtrent bewustwording van goed rioolgebruik (o.a. het niet doorspoelen van vochtige doekjes, geen frituur- en oliebollenvet in het riool en bewuste omgang met medicijnresten).
De gegevens van de voorzieningen zijn actueel en digitaal uitwisselbaar.
Wat willen wij bereiken:
Als in de buurt wat gebeurt (rioolvervanging, wegreconstructie) is scheiden van het hemelwater van het afvalwater (afkoppelen) het vertrekpunt. Daarmee bereiken we dat er minder schoon water naar de zuivering afgevoerd wordt. Daarbij geldt dat we technieken toepassen waarmee we zoveel mogelijk water lokaal vasthouden (infiltreren in de bodem en/of vasthouden in watergangen), mits dit geen (nieuwe) grondwaterproblemen oplevert.
Wij zetten ons in op meer groene oplossingen in de bovengrond dan ondergrondse betonnen oplossingen; groenvoorzieningen dragen bij aan het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater. Wij beschouwen daarbij de totale openbare ruimte.
Wij houden de toestand van onze voorzieningen periodiek in de gaten via inspecties. Dit stelt ons in staat vroegtijdig de (eventuele) benodigde onderhoudsmaatregelen te plannen en af te stemmen met de andere beleidsdomeinen (o.a. wegen).
Bouwen en ontwikkelen doen we klimaatbestendig en waterrobuust, conform de uitgangspunten van Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie en de regels uit de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân. We doen onderzoek naar een puntensysteem voor projectontwikkelaars om klimaatadaptatie te borgen binnen ontwikkelingen.
In bestaand gebied stimuleren wij bewoners, bedrijven, projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen om hemelwater af te koppelen en hun perceel klimaatrobuust in te richten. Wij gaan dit niet verplicht stellen. Wel gaan wij gericht faciliteren via communicatie op social media, advies en subsidies. Hierbij sluiten we aan bij de maatregelen en acties uit het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie.
In onze gemengde stelsels zijn én blijven overstorten noodzakelijk. Bij hoosbuien zal via deze overstorten verdund afvalwater in sloten en vijvers stromen. Deze overstorten voldoen op dit moment aan de wettelijke eisen én er zijn geen problemen uit de praktijk bekend. Mocht er in de toekomst blijken dat overstorten toch problemen opleveren dan bepalen we of en welke maatregelen nodig zijn.
Bij heftige buien (buien die statistisch eens per 2 jaar voorkomen) wordt het overtollig hemelwater opgevangen en afgevoerd. De straat zal slechts zelden blank staan, maar het water komt niet boven de trottoirbanden uit. De omgeving ondervindt hier dan korte tijd hinder, maar van overlast is geen sprake.
Neerslag (met een intensiteit t/m bui 09) leidt in 2050 niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen.
Bij extreme hoosbuien (buien die statistisch eens per 100 jaar voorkomen) moeten wij leren accepteren dat de straat enige tijd blank staat. De riolen en andere voorzieningen zijn niet in staat dergelijk grote hoeveelheden neerslag meteen op alle plaatsen te verwerken. Daarvoor is het ook niet ontworpen. In deze gevallen wordt het water zoveel mogelijk bovengronds opgevangen. Dat dit tot hinder of overlast voor de omgeving (inclusief eventueel aangrenzende natte tuinen en/of erf) leidt moeten we accepteren. Eventuele schade als gevolg van extreme hoosbuien wordt zoveel mogelijk voorkomen.
Wij controleren periodiek per kern via modelberekeningen of de afvoercapaciteit van onze (hemelwater)voorzieningen nog voldoet. Waar de afvoercapaciteit niet voldoet bepalen we maatregelen. Kernen met gedateerde modelberekeningen en/of kernen waar problemen bekend zijn krijgen daarin voorrang.
Op basis van de klimaatadaptatie scores uit het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie en gedetailleerde modelberekeningen bepalen we het risico op wateroverlast en treffen, waar doelmatig, maatregelen om deze te verhelpen.
In de openbare buitenruimte creëren wij, waar mogelijk, wenselijk en inpasbaar, meer berging waar wij, ten tijde van extreme hoosbuien, water tijdelijk kunnen bergen. In tijd van droogte benutten we dit water. Wanneer wij daar groenvoorzieningen voor inzetten worden deze in lijn met het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie, duurzaam en klimaatrobuust ingericht.
Wanneer hemelwatervoorzieningen door slijtage of schades niet meer voldoende functioneren worden deze gerepareerd of vervangen. Bij de vervanging overwegen we grotere buizen toe te passen als dat een duidelijke meerwaarde biedt.
Bij aanleg c.q. vervanging van voorzieningen vindt er altijd een duurzaamheids-afweging plaats. Bij ontwerp van hemelwatervoorzieningen doen wij altijd een duurzaamheidstoets (Is er wel een voorziening (riool) nodig? Kan het hemelwater ook rechtstreeks bovengronds naar een nabij gelegen watergang). Daarbij streven wij zoveel mogelijk naar hergebruik van grondstoffen en CO₂ reductie tijdens de uitvoering. De komende planperiode werken wij een concreet kader uit met eisen en uitgangspunten voor duurzaam materiaal/materieel gebruik.
De gegevens van de voorzieningen zijn actueel en digitaal uitwisselbaar.
Wat willen wij bereiken:
De grondwatersituatie in de kernen van de gemeente wordt grotendeels bepaald door de waterstanden in het buitengebied. Daar heeft de gemeente nauwelijks invloed op.
De ontwatering in openbaar gebied is over het algemeen goed voor elkaar. Incidenteel kan sprake zijn van hoge of lage grondwaterstanden (bijvoorbeeld bij langdurige regenval of droogte) die tot hinder en/of overlast kan zorgen. Mogelijk dat in sommige kruipruimtes af en toe water staat.
Gemeente is aanspreekpunt voor grondwaterproblemen, maar niet aansprakelijk. De perceeleigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor afwatering en aansluitingen op hun eigen terrein. Wij hanteren de 6F. Beslisboom Grondwater bij het vaststellen van de verantwoordelijkheden en het bepalen van maatregelen.
Grondwaterproblemen worden voorkomen door instandhouding van bestaande afvoervoorzieningen (zoals sloten, greppels etc.). Hiervoor is toezicht en goede duidelijke communicatie naar bewoners noodzakelijk.
Grondwaterproblemen kunnen inwoners melden bij de gemeente, de gemeente behandeld deze.
Als er maatregelen in openbaar gebied nodig zijn om acute problemen aan te pakken dan wel te voorkomen worden die door of onder regie van de gemeente (in nauwe samenwerking met het Wetterskip Fryslân) uitgevoerd. Bij voorkeur worden deze maatregelen uitgevoerd in combinatie met andere werkzaamheden. Nader onderzoek zal de urgentie van de maatregelen vaststellen.
Bij het vervangen van riolering wordt gekeken of het nodig is om een aansluiting voor afvoer van overtollig grondwater aan te leggen (bijvoorbeeld via aan aansluiting op regenwaterriool).
Bij nieuwbouwlocaties wordt bij het ontwerp al rekening gehouden met een duurzame ontwatering. Hiermee proberen wij problemen in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen.
Bij nieuwbouwlocaties, bij de aanwezigheid van een RWA riool die over een toereikende afvoerfunctie beschikt (dus geen regenwaterinfiltratie riool (IT riool) en/of een RWA riool wat “verdronken” is; oftewel een RWA riool wat grotendeels en/of volledig met water gevuld is), kan de perceel eigenaar een RWA aansluiting aanvragen waarop de aansluiting voor perceeldrainage aangeboden wordt. Bij een IT riool of een “verdronken RWA riool” is dit in beginsel niet toegestaan vanwege het risico op wateroverlast in kelders. De kosten voor de aansluiting op een gemeentelijke voorziening worden bij de perceel eigenaar in rekening gebracht. De perceel eigenaar is zelf verantwoordelijk voor de afwatering en aansluiting op eigen terrein.
Om problemen met droogte te beperken gaan we meer water vasthouden in de bodem (infiltreren) en het watersysteem (sloten en vijvers).
Bij locaties met een groter risico op droogteproblematiek (zoals bij de Bolwerken) zetten we in op monitoring van de grondwaterstand. Hier leggen we een uitgebreider meetnet voor de grondwaterstanden aan (e.e.a. in samenhang met het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie).
Planvorming & Onderzoek
Om tot doelmatige keuzes en planning van maatregelen aan de riolering te komen (die passen binnen de ambities en voornemens) is jaarlijks onderzoek en planvorming nodig. Daarbij worden de strategische doelen omgezet naar het tactische en operationele beheerniveau.
Binnen de gemeentelijke watertaken is voortdurend sprake van nieuwe inzichten. Elk jaar komen er nieuwe inspecties van riolen en gemalen beschikbaar. Daarnaast komen via metingen ook nieuwe gegevens beschikbaar. planvorming & onderzoek kenmerkt zich dus door een dynamisch proces. Bij een aantal activiteiten is (op onderdelen) specialistische kennis nodig, kennis die de gemeente zelf niet in huis heeft. Hier worden diensten van derden ingezet.
In de komende planperiode worden o.a. de volgende activiteiten voorzien:
Planvorming en communicatie:
- Actualiseren Wrp (5 jaarlijks);
- Periodieke actualisatie Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW’s);
- Actualisatie jaarplannen;
- Communicatie en onderzoeken voor klimaatadaptatie;
- Periodieke overleggen met stakeholders (o.a. FBWK, GAWO, Wetterskip Fryslân);
- Deelname steenbreek.
Inspecties, keuring en onderzoek vrijverval riolering
Inspecties en keuringen van mechanische riolering

Budgetten zijn op prijspeil 2025, exclusief btw en inclusief toeslagen voor voorbereiding, advies en toezicht.
Onderhoud regulier
Voor het in stand houden van het areaal is regulier onderhoud nodig. Zoals het reinigen van kolken en riolen, klein onderhoud en schadeherstel van riolen en gemalen (incl. elektrische installaties).
Een deel daarvan wordt door onze eigen buitendienst uitgevoerd. Deze is ingedeeld in verschillende wijkbeheer eenheden. De buitendienst beschikt over specialistisch materieel (o.a. een kolkenzuiger) om deze werkzaamheden in eigen beheer uit te kunnen voeren. De vaste kosten van dit materieel (o.a. verzekering, afschrijving, brandstof en motorrijtuigenbelasting) worden doorbelast in de begroting (zie naamgeving beginnende met Tractie).
De geraamde kosten (die doorbelast worden in de begroting) bestaan uit budget voor externe kosten, zoals o.a. aanschaf van materialen, dan wel inzet van onderaannemers. De uren die de buitendienst levert zijn via de loonkosten (aparte kostenplaats) in de begroting opgenomen.

Budgetten zijn op prijspeil 2025, exclusief btw en inclusief toeslagen voor voorbereiding, advies en toezicht.
Riolering facilitair
De volgende facilitaire taken worden toegerekend aan de rioolbegroting:
Verzekeringen;
Lidmaatschappen;
Telemetrie gemalen;
Beheerprogramma (software);
Doorbelasting straatveegkosten.
Organisatie - Personeel & overhead
De uren van de eigen formatie voor de reguliere werkzaamheden (binnen- en buitendienst) worden in de begroting doorbelast via de kostenplaats personeelslasten. In de raming van de investeringsmaatregelen zijn kosten voor voorbereiding, advies en toezicht (VAT-kosten) meegenomen. Deze kosten komen, conform de kaders van het BBV, ten laste van de investeringskredieten.
Aan de hand van de formatiescan van Stichting RIONED is voor de komende planperiode bepaald hoe groot de eigen organisatie op jaarbasis moet zijn voor het realiseren c.q. in stand houden van het ambitiescenario. Deze analyse is gebaseerd op de areaalgegevens, de omvang van het regulier onderhoud en de eenmalige investeringen die gepaard gaan met het ambitiescenario. Uit deze scan komt naar voren dat de formatie op dit moment op orde is.
-

Budgetten zijn op prijspeil 2025, exclusief btw en inclusief toeslagen voor voorbereiding, advies en toezicht.
Vrijverval riolering
Jaarlijks inspecteren wij een deel van de vrijverval riolering. Aansluitend op de inspectie vindt een beoordeling van de eventuele schades plaats en bepalen wij waar en welke maatregelen nodig zijn. Afhankelijk van aard, omvang en urgentie clusteren wij de maatregelen (bijvoorbeeld maatregelen uit twee of drie inspectierondes worden in één contract geclusterd en uitgevoerd).
Voor dit nieuwe Wrp hebben wij een geactualiseerde onderhouds- en vervangings-planning vrijverval riolering opgesteld. Lopende projecten zijn herijkt en afgestemd met andere disciplines om te komen tot een herijkte uitvoeringsplanning. In het overzicht zijn enkel vervangingen, zonder verbeter-aspect, opgenomen. Gecombineerde vervangings- en verbeteringsprojecten zijn opgenomen in het overzicht verbetering.
De komende jaren zullen wij jaarlijks nieuwe rioolinspecties uitvoeren. Dan worden hoofdzakelijk riolen geïnspecteerd waarvan er nog geen inspectiedata in ons beheersysteem is vastgelegd en/of riolen waarvan de inspectie inmiddels meer dan 10 jaar geleden is uitgevoerd. Uit deze inspectiedata komen zeer waarschijnlijk nieuwe maatregelen naar voren. Op basis van ervaringscijfers uit recente renovatie / vervangingsprojecten en data uit het beheersysteem hebben wij voor de laatste jaren van de planperiode budget gereserveerd voor verwachtte maatregelen groot onderhoud en vervanging van vrijverval riolering. Deze planning is ook getoetst aan de verwachte uitvoeringscapaciteit.
Mechanische riolering (gemalen en drukriolering)
Klein dagelijks onderhoud aan de mechanische riolering wordt door de eigen buitendienst uitgevoerd. Groot onderhoud, zoals volledige vervanging van alle elektromechanische onderdelen van een gemaal, en complete vervanging van een gemaal wordt veelal als een project uitgevoerd door derden. Op basis van ervaringscijfers uit recente renovatie/vervangingsprojecten en actuele data uit het SAM beheersysteem is het budget voor groot onderhoud en vervanging in de komende planperiode bepaald. Jaarlijks bepalen wij op basis van actuele inspectiedata de exacte planning groot onderhoud/vervanging voor het betreffende jaar.

Budgetten zijn op prijspeil 2025, exclusief btw en inclusief toeslagen voor voorbereiding, advies en toezicht.
Vervangingsproject inclusief afkoppelen en/of klimaatmaatregelen
In de herijkte vervangings- en onderhoudsplanning zijn ook projecten opgenomen waar naast reguliere vervanging ook het hemelwater afgekoppeld wordt, of additionele maatregelen getroffen worden in het kader van klimaatadaptatie. De volledige som van deze projecten is opgenomen in het overzicht hiernaast.
Maatregelen voor een toekomstige inrichting (klimaatadaptief)
Op basis van recent opgestelde SSW’s en klimaatstresstesten (zoals beschreven in Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie) hebben wij de maatregelen bepaald die bijdragen aan een toekomstbestendige inrichting. De uitvoering van deze maatregelen vindt in de komende planperiode plaats.
Veel van deze maatregelen combineren wij met groot onderhoud c.q. vervanging van vrijverval riolering en wegreconstructies (werk-met-werk maken).
Budgetreservering Afkoppelen en Klimaatadaptatie maatregelen
Voor het laatste deel van de planperiode (2030-2031) hebben wij een budgetreservering opgenomen voor mogelijke klimaatadaptatie en afkoppelmaatregelen (bijvoorbeeld afkoppelen van verhard oppervlak). Dit is een toeslag op de verwachte vervangingsopgave voor de middellange termijn. Dit budget is, net zoals het vervangingsbudget voor de middellange termijn, getoetst op de uitvoeringscapaciteit.

Budgetten zijn op prijspeil 2025, exclusief btw en inclusief toeslagen voor voorbereiding, advies en toezicht.
Nieuwe aanleg in de kernen
In de komende planperiode zijn circa 90 nieuwbouwprojecten (uitbreidingsplannen en inbreidingsplannen (herstructurering) voorzien. De projecten zijn verspreid over de gemeente; maar verreweg het merendeel is in stad Dokkum voorzien.
In totaal is met deze projecten voorzien in een netto uitbreiding met circa 1.750 woningen. Dit komt ongeveer overeen met een uitbreiding van circa 8% t.o.v. het huidig aantal rioolaansluitingen.
Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geldt het uitgangspunt bij nieuwbouw dat waterstromen (afval- en hemelwater) op het perceel gescheiden worden én gescheiden worden aangeleverd op de perceelsgrens. Ten aanzien van de (verdere) verwerking van hemelwater in gemeentelijke voorzieningen geldt daarbij de voorkeur om water zoveel mogelijk lokaal vast te houden via infiltratie of berging in oppervlaktewater. Indien er geen of onvoldoende oppervlakte water aanwezig is en/of infiltratie niet mogelijk is kiezen we voor inzameling en afvoer van overtollig hemelwater via riolen.
Tijdens de weging van het waterbelang (voorheen de watertoetsprocedure) geldt deze voorkeursvolgorde als uitgangspunt en worden van daaruit de kaders voor het ontwerp op de betreffende nieuwbouwlocatie vastgesteld.
Aanlegkosten nieuwe voorzieningen - grondexploitaties
Kosten voor aanleg van nieuwe voorzieningen, als onderdeel van een grondexploitatie, worden gedekt uit deze grondexploitatie. Het betreft dan kosten voor het opstellen van het ontwerp én de aanlegkosten.
Aansluitkosten op gemeentelijke voorzieningen
Voor het maken van een aansluiting op een gemeentelijke voorziening (riolering) brengt de gemeente kosten in rekening (er wordt een tarief per meter aansluiting berekend).
Nieuwe aanleg in het buitengebied
Met de Omgevingswet is de ontheffingsbevoegdheid voor de zorgtaak stedelijk afvalwater vervallen. De gemeente bepaalt vanaf nu zelf, in overleg met het Wetterskip Fryslân, hoe omgegaan moet worden nieuwe lozingen in het buitengebied.
De insteek van de gemeente is én blijft een doelmatigheidsafweging op maatschappelijke kosten; (via het 6E. Afwegingskader nieuwe rioolaansluitingen buitengebied bepalen we of aansluiting op (druk)riolering meerwaarde biedt.
1. Visie en beheerstrategie
In het onderdeel “programma” van dit Wrp zijn de maatregelen, inclusief de verwachte uitgaven in de planperiode 2027 t/m 2031 gepresenteerd. De ramingen zijn gebaseerd op prijspeil 2025. De ramingen voor de uitgaven na de planperiode (vanaf 2032) zijn gebaseerd op de inzichten en meerjarenplanningen peildatum december 2025.
2. Concernstrategie
Een deel van de kosten van straatvegen (jaarlijks circa € 67.800) worden doorbelast in de rioolheffing.
De compensabele btw op de exploitatielasten en de investeringen worden doorbelast in de rioolheffing.
Jaarlijks wordt € 200.000 gereserveerd voor kwijtschelding/oninbaar.
Overhead vormt geen aparte post binnen de productbegroting maar wordt wel toegerekend aan de rioolheffing. Jaarlijks bedraagt dit circa € 400.000.
3. Financieringsmethodiek
Nieuwe investeringen van dit Wrp worden, in lijn met de financiële verordening, geactiveerd en als kapitaallasten (lineaire afschrijvingsvorm met 1,38% tot 1,87% rente) ten laste van de begroting gebracht.
De investeringskosten voor afval-, hemel- en grondwatervoorzieningen bij nieuwbouwprojecten komen ten laste van de grondexploitatie en vallen buiten dit Wrp.
Om schommelingen in de lasten op te vangen wordt gebruik gemaakt van een voorziening. Hiermee hoeft het tarief niet steeds aangepast te worden wanneer sprake is van een piek (of dal) in de uitgaven. Bij een positieve of negatieve stand wordt geen rente toegerekend aan de voorziening. De voorziening riolering heeft op 1‑1‑2026 een verwachte stand van € 6,99 miljoen. Naar verwachting heeft deze op 1‑1‑2027 (bij het begin van de planperiode) een stand van circa € 6,82 miljoen.
4. Bedrijfsvoering
Op dit moment worden zoveel mogelijk werkzaamheden in eigen beheer uitgevoerd. Op onderdelen waar specialistische kennis nodig is wordt externe capaciteit ingeschakeld.
5. Heffingsgrondslag
Alle percelen in de gemeente, die direct dan wel indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering, betalen rioolheffing. Dit betreft een gebruikersheffing.
Toename heffingseenheden als gevolg van areaaluitbreiding
Er wordt de komende planperiode geen rekening gehouden met een toename van de heffingseenheden. Daarentegen wordt ook geen rekening gehouden met stijging van de exploitatielasten als gevolg van areaalgroei.
Inkomsten rioolheffing
In 2026 wordt in totaal € 4,82 miljoen aan rioolheffing opgelegd.
Lastenontwikkeling
In de planperiode 2027-2031 stijgen de jaarlijkse lasten van circa € 5,3 miljoen in 2027 naar circa € 5,4 miljoen in 2031. Deze geleidelijke stijging is met name het gevolg van de investerings-opgave (vervanging van riolen en gemalen én de verbeterings-maatregelen).
Ook na de periode stijgen de lasten geleidelijk tot circa € 5,9 miljoen in 2041. Dit is het gevolg van alsmaar meer uitgaven voor groot onderhoud en vervanging van de arealen die in de aanleggolf van de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn aangelegd.
Op dit moment zijn de tarieven rioolheffing niet kostendekkend (97% in 2026); het tekort wordt opgevangen vanuit de voorziening. Deze heeft daarvoor op dit moment voldoende buffer; maar zonder tariefcorrectie zal de voorziening vanaf 2036 niet voldoen aan de ondergrens van de voorziening (minimaal € 1,0 miljoen). Daarom zal het tarief voor 2036 verhoogd moeten worden om dit voorkomen.
Daarom is het voorstel om het tarief te bevriezen tot en met 2033 om vervolgens vanaf 2034 te stijgen met 2,5% per jaar, exclusief de jaarlijkse prijsindexatie van loon, materiaal en materiaal kosten conform CBS index.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-318513.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.