De raad van de gemeente Heemstede;
gelezen het voorstel van het college van 12 mei 2026;
gelet op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 138 van de Monumentenwet 1988;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Erfgoedverordening Heemstede 2026
Artikel 1 Geen toepassing
Deze verordening is niet van toepassing op onroerende zaken met de status:
Artikel 2 Definities
In deze verordening wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
- -
adviescommissie: een commissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de geldende Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Heemstede;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders;
- -
erfgoedregister: voor iedereen te raadplegen register waarin het college gemeentelijk erfgoed bijhoudt;
- -
gemeentelijk beschermd dorpsgezicht: dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht is aangewezen;
- -
gemeentelijk erfgoed: overkoepelend begrip ter aanduiding van gemeentelijk monument, gemeentelijk dorpsgezicht, karakteristiek bouwwerk, karakteristiek gebied of waardevolle structuur, die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening zijn aangewezen als beschermd erfgoed;
- -
gemeentelijk monument: monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als gemeentelijk monument is aangewezen;
- -
karakteristiek bouwwerk: onroerende zaak, geen monument zijnde, dat kenmerkend is voor het beeld en van cultuurhistorische waarde is en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als karakteristiek bouwwerk is aangewezen;
- -
karakteristiek gebied: gebied, geen gemeentelijk dorpsgezicht of waardevolle structuur zijnde, dat van algemeen cultuurhistorisch belang is en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als karakteristiek gebied is aangewezen;
- -
omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot gemeentelijk erfgoed);
- -
redengevende omschrijving: een feitelijke beschrijving in woorden met een motivering van het bijzonder belang van het gemeentelijk erfgoed voor de gemeente vanwege schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;
- -
waardevolle structuur: een doorlopende structuur, geen dorpsgezicht of karakteristiek gebied zijnde, die van algemeen cultuurhistorisch belang is en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening is aangewezen als waardevolle structuur.
Artikel 3 Gemeentelijk erfgoedregister
- 1.
Het college houdt een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening (al of niet voorlopig) aangewezen gemeentelijk erfgoed, of het voornemen daartoe, inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie gemeentelijk erfgoed is toebedeeld.
- 2.
Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:
- a.
gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het gemeentelijk erfgoed;
- b.
gegevens over de status van het gemeentelijk erfgoed (voorlopig, aangewezen, voorbescherming).
Artikel 4 Aanwijzing als gemeentelijk monument
- 1.
Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een onroerende zaak die van bijzonder belang is voor de gemeente aan te wijzen als gemeentelijk monument.
- 2.
Een aanvraag van een belanghebbende dient in ieder geval te omvatten: een beschrijving van de onroerende zaak en een onderbouwing van de criteria zoals genoemd in artikel 9 en bijlage 1.
- 3.
De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende omschrijving die is opgebouwd aan de hand van de waarderingscriteria voor erfgoed conform artikel 9 en bijlage 1.
Artikel 5 Aanwijzing als karakteristiek bouwwerk
- 1.
Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een onroerende zaak aan te wijzen als karakteristiek bouwwerk.
- 2.
Er bestaan twee typen karakteristieke bouwwerken:
- a.
Karakteristiek bouwwerk type ‘gevelindeling en detaillering’.
- b.
Karakteristiek bouwwerk type ‘hoofdvorm’.
- 3.
Een aanvraag van een belanghebbende dient in ieder geval te omvatten: een beschrijving van de onroerende zaak en een onderbouwing van de criteria zoals genoemd in artikel 9 en bijlage 1.
- 4.
De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende omschrijving die is opgebouwd aan de hand van de waarderingscriteria voor erfgoed conform artikel 9 en bijlage 1.
Artikel 6 Aanwijzing als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
- 1.
De gemeenteraad kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht aan te wijzen.
- 2.
Een aanvraag van een belanghebbende dient in ieder geval te omvatten: een beschrijving van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht en een onderbouwing van de criteria zoals genoemd in artikel 9 en bijlage 1.
- 3.
De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende omschrijving die is opgebouwd aan de hand van de waarderingscriteria voor erfgoed conform artikel 9 en bijlage 1.
Artikel 7 Aanwijzing als karakteristiek gebied
- 1.
Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een gebied aan te wijzen als karakteristiek gebied.
- 2.
Een aanvraag van een belanghebbende dient in ieder geval te omvatten: een beschrijving van het karakteristiek gebied en een onderbouwing van de criteria zoals genoemd in artikel 9 en bijlage 1.
- 3.
De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende omschrijving die opgebouwd is aan de hand van de waarderingscriteria voor erfgoed conform artikel 9 en bijlage 1.
Artikel 8 Aanwijzing als waardevolle structuur
- 1.
Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een doorlopende structuur aan te wijzen als waardevolle structuur.
- 2.
Een aanvraag van een belanghebbende dient in ieder geval te omvatten: een beschrijving van de waardevolle structuur en een onderbouwing van de criteria zoals genoemd in artikel 9 en bijlage 1.
- 3.
De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende omschrijving die is opgebouwd aan de hand van de waarderingscriteria voor erfgoed conform artikel 9 en bijlage 1.
Artikel 9 Waarderingscriteria
- 1.
Voor de waardering van gemeentelijk erfgoed worden de waarderingscriteria van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor gebouwd en aangelegd (groen) erfgoed gehanteerd, zoals opgenomen in bijlage 1.
- 2.
In aanvulling op de criteria genoemd in het eerste lid, wordt de belevingswaarde toegevoegd, die betrekking heeft op de sociale aspecten van erfgoed.
Artikel 10 Voornemen tot aanwijzing
- 1.
Een voornemen om gemeentelijk erfgoed aan te wijzen wordt door het college schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op het (gemeentelijk) erfgoed die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
- 2.
Voordat gemeentelijk erfgoed met een religieuze bestemming wordt aangewezen, voert het college overleg over het voornemen met de eigenaar.
- 3.
Het college verwerkt het voornemen tot aanwijzing en de geldende voorbescherming in het erfgoedregister.
Artikel 11 Voorbescherming
- 1.
De bescherming van gemeentelijk erfgoed is van overeenkomstige toepassing op het gemeentelijk erfgoed ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 10, eerste lid is bekendgemaakt.
- 2.
De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment dat het college het besluit heeft genomen tot aanwijzing.
Artikel 12 Advies gemeentelijke adviescommissie
- 1.
Voordat het college het voornemen uitspreekt om gemeentelijk erfgoed aan te wijzen, vraagt het advies aan de adviescommissie.
- 2.
De adviescommissie geeft binnen 12 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk een gemotiveerd definitief advies aan het college, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
Artikel 13 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit
- 1.
Het college beslist binnen 14 weken na ontvangst van het definitief advies van de adviescommissie.
- 2.
Het college kan besluiten de in het eerste lid genoemde beslistermijn te verlengen met maximaal 14 weken. Het college stelt de aanvrager daarvan binnen de in het eerste lid genoemde termijn van 14 weken in kennis.
- 3.
De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk erfgoed als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 8, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en de redengevende omschrijving van het gemeentelijk erfgoed, alsmede de status van voorbescherming, voorlopig of aangewezen.
Artikel 14 Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving
- 1.
Het besluit om gemeentelijk erfgoed aan te wijzen wordt door het college schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op het gemeentelijk erfgoed die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
- 2.
Het college verwerkt de aanwijzing zo spoedig mogelijk in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 15 Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk erfgoed
- 1.
In spoedeisende gevallen kan het college voorlopig gemeentelijk erfgoed aanwijzen. In afwijking van artikel 12 wordt in dat geval aan de adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk erfgoed.
- 2.
Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk erfgoed vervalt als het college een besluit heeft genomen over de aanwijzing, zoals bedoeld in de artikelen 4 tot en met 8.
- 3.
De artikelen 14 en 18 tot en met 20 zijn van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van het college tot aanwijzing als voorlopig gemeentelijk erfgoed.
Artikel 16 Wijziging en vervallen aanwijzing (voorlopig) gemeentelijk erfgoed en verwerking in erfgoedregister
- 1.
Het college kan de aanwijzing van gemeentelijk erfgoed en voorlopig gemeentelijk erfgoed ambtshalve of op verzoek wijzigen.
- 2.
Als de wijziging ziet op het schrappen uit het erfgoedregister zijn de artikelen 4 tot en met 15 van overeenkomstige toepassing, tenzij het gemeentelijk erfgoed waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan..
- 3.
De inhoud en de datum van de wijziging worden zo spoedig mogelijk in het gemeentelijk erfgoedregister aangetekend.
- 4.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk erfgoed waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of het provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de gemeentelijk aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk verwerkt in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 17 Opheffen aanwijzing
- 1.
Het college kan de aanwijzing als gemeentelijk erfgoed opheffen.
- 2.
Voordat het college besluit tot opheffing van de aanwijzing, vraagt het advies aan de adviescommissie en treedt het, als het gemeentelijk erfgoed met een religieuze bestemming betreft, in overleg met de eigenaar.
- 3.
De opheffing van de aanwijzing van gemeentelijk erfgoed wordt gedurende een periode van een jaar vermeld in het erfgoedregister en deze vermelding wordt daarna verwijderd uit het erfgoedregister.
Artikel 18 Instandhoudingsplicht gemeentelijk erfgoed
Het is verboden gemeentelijk erfgoed te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding ervan noodzakelijk is.
Artikel 19 Omgevingsvergunning gemeentelijk erfgoed
- 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college gemeentelijk erfgoed:
- a.
te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of
- b.
te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht
- 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
- a.
de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het gemeentelijk erfgoed niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt;
- b.
alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het gemeentelijk erfgoed dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft;
- c.
het op een begraafplaats, die als gemeentelijk erfgoed is aangewezen, met inachtneming van de monumentale waarden:
- 1˚
plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift;
- 2˚
doen van begravingen of asbijzettingen, of
- 3˚
ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk erfgoed.
Artikel 20 Weigeringsgronden
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de erfgoedzorg zich daartegen niet verzet.
Artikel 21 Strafbepaling
Degene die handelt in strijd met artikel 18 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Artikel 22 Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de toezichthouders die daartoe zijn aangewezen door het college.
Artikel 23 Binnentreden
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften, zijn bevoegd tot het binnentreden van ruimten en plaatsen zonder toestemming van de rechthebbende of gebruiker.
Artikel 24 Vangnet archeologie
- 1.
Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij:
- a.
voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend;
- b.
het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring;
- c.
de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of
- d.
met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
- 2.
Het college kan nadere regels stellen over het verrichten van archeologische onderzoek.
Artikel 25 Intrekken oude verordening
De Erfgoedverordening Heemstede 2017 wordt ingetrokken.
Artikel 26 Overgangsrecht
- 1.
Een krachtens de Erfgoedverordening Heemstede 2017 en voorgaande erfgoedverordeningen van Heemstede aangewezen en geregistreerd gemeentelijk monument wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
- 2.
Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening Heemstede 2017.
Artikel 27 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule
- 1.
In alle gevallen waarin deze verordening niet of onvoldoende voorziet, beslist het college.
- 2.
Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 28 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 15 juli 2026.
Artikel 29 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening Heemstede 2026
Bijlage 1 – Waarderingscriteria gemeentelijke monumenten
I. Cultuurhistorische waarden
Belang van het object/complex/aanleg
- 1.
als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaal-economische en/of bestuurlijke/beleidsmatige en/of geestelijke ontwikkeling(en);
- 2.
als bijzondere uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of historisch-ruimtelijke ontwikkeling(en);
- 3.
als bijzondere uitdrukking van (een) technische en/of typologische ontwikkeling(en);
- 4.
wegens innovatieve waarde of pionierskarakter;
- 5.
wegens bijzondere herinneringswaarde.
II. Architectuur-, kunst- en tuinhistorische waarde
Belang van het object/complex/aanleg
- 1.
voor de geschiedenis van de (tuin- en landschaps)architectuur en/of techniek;
- 2.
voor het oeuvre van een bouwmeester, (tuin- en landschaps)architect, ingenieur of kunstenaar;
- 3.
wegens hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
- 4.
wegens bijzonder materiaalgebruik, bijzondere ornamentiek en/of monumentale kunst;
- 5.
wegens bijzondere samenhang tussen exterieur, interieur(onderdelen) en omgeving.
III. Situationele en ensemblewaarden
Belang van het object/complex/aanleg
- 1.
als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel en/of architectuurhistorisch en visueel) onderdeel van een complex
- 2.
(a) wegens bijzondere, beeldbepalende betekenis voor het aanzien van zijn omgeving; (b) wegens bijzondere betekenis voor het aanzien van zijn omgeving, wijk, stad of streek;
- 3.
(a) wegens hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing in relatie tot de onderlinge historisch-ruimtelijke context en in relatie tot de daarbij behorende groenvoorzieningen, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie; (b) wegens wijze van verkaveling/inrichting/voorzieningen.
IV. Gaafheid en herkenbaarheid
Belang van het object/complex/aanleg
- 1.
wegens architectonische gaafheid en/of herkenbaarheid;
- 2.
wegens materiële, technische en/of ambachtelijke gaafheid;
- 3.
als nog goed herkenbare uitdrukking van de oorspronkelijke of een belangrijke historische functie;
- 4.
wegens waardevolle accumulatie van belangwekkende historische bouw-, aanleg- en/of gebruiksfasen;
- 5.
wegens gaafheid en herkenbaarheid van het hele ensemble van de samenstellende onderdelen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken, tuinaanleg en dergelijke);
- 6.
in relatie tot de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving.
V. Zeldzaamheid
Belang van het object/complex/aanleg
- 1.
wegens absolute zeldzaamheid in architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht;
- 2.
wegens relatieve zeldzaamheid in relatie tot een of meer van de onder I t/m III genoemde kwaliteiten.