'Samen R toe doen' Participatiebeleid gemeente Rucphen 2026

Voorwoord

Samen R toe doen – omdat het ertoe doet’

De gemeente Rucphen gelooft in de kracht van haar gemeenschap. In onze dorpen kennen mensen elkaar, helpen elkaar en zetten zich samen in voor een fijne, leefbare omgeving. Die betrokkenheid vormt de basis voor dit nieuwe participatiebeleid.

De afgelopen periode zijn we met inwoners, verenigingen en maatschappelijke organisaties in gesprek gegaan over hoe we samenwerken, wat goed gaat en waar het beter kan. De boodschap was duidelijk: participatie doet ertoe. Wanneer we samen plannen maken, groeit het vertrouwen en kan het de kwaliteit van besluiten verbeteren.

Met dit beleid leggen we vast hoe we inwoners structureel betrekken bij beleid, plannen en projecten, én hoe we ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving zelf. Zo versterken we de samenwerking tussen inwoners en gemeente en bouwen we verder aan het vertrouwen in elkaar.

Participatie is geen doel op zich, maar een manier van werken. Een houding die vraagt om openheid, luisteren en eerlijk zijn over wat wél en niet kan. Dat geldt voor ons als gemeente, maar ook voor iedereen die meedoet.

Dit beleid is een volgende stap: van losse bouwstenen, instrumenten en ervaringen naar een gezamenlijke aanpak. Een aanpak die we de komende jaren verder uitwerken in trainingen, hulpmiddelen en een praktische toolkit voor medewerkers.

Namens het college wil ik iedereen bedanken die hieraan heeft bijgedragen. Dankzij jullie inzet en ideeën kunnen we verder bouwen aan een Rucphen waar meedoen vanzelfsprekend is.

Blijf meedenken. Blijf meedoen. Samen R toe doen.

Wethouder Laura Matthijssen-de Jong

Portefeuillehouder Participatie

 

Inhoudsopgave

Samenvatting

Inleiding ‘Samen R toe doen’

  • 1.

    Wat is participatie?

  • 2.

    Visie en uitgangspunten

    • 1.

      De Rucphense manier van meedoen

    • 2.

      Onze visie en uitgangspunten

  • 3.

    Inwonersparticipatie – initiatieven van de Gemeente Rucphen

    • 1.

      Van participatieladder naar participatiepalet

    • 2.

      Verbeterpunten uit onderzoek

    • 3.

      De Rucphense participatieaanpak

  • 4.

    Overheidsparticipatie – initiatieven vanuit de samenleving

    • 1.

      Hoe we samenwerken met initiatiefnemers

    • 2.

      Hoe we ondersteunen

    • 3.

      Uitdaagrecht (Right to Challenge)

    • 4.

      In de praktijk

  • 5.

    Rollen en verantwoordelijkheden

    • 1.

      De samenleving

    • 2.

      De gemeenteraad

    • 3.

      Het college van burgemeester en wethouders

    • 4.

      Het managementteam

    • 5.

      De ambtelijke organisatie

  • 6.

    Monitoring, evaluatie en doorontwikkeling

    • 1.

      Jaarlijkse cyclus

    • 2.

      Doorontwikkeling van beleid en organisatie

    • 3.

      Uitvoeringsprogramma Participatie

Bijlagen

 

 

Begrippenlijst

 

Woord

Uitleg

Participatie

Meedoen aan en meedenken over dingen die belangrijk zijn in de gemeente.

Participatieproces

De manier waarop mensen betrokken worden bij dingen die belangrijk zijn in de gemeente.

Inwonersparticipatie

De gemeente zorgt dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties makkelijk kunnen meedenken over nieuwe plannen en projecten.

Overheidsparticipatie

De gemeente denkt en helpt mee bij ideeën die inwoners, (maatschappelijke) organisaties, bedrijven of andere partijen hebben om de gemeente fijner en beter maken.

Rucphense participatieaanpak

De Rucphense participatieaanpak beschrijft hoe de gemeente participatie stap voor stap organiseert.

Het geeft inwoners duidelijkheid over wat zij wanneer kunnen verwachten en hoe hun inbreng wordt meegenomen.

Participatiepalet

Een palet van participatievormen die we combineren afhankelijk van het onderwerp en de fase van het proces.

Het palet laat zien dat participatie maatwerk is. Het helpt de gemeente om per onderwerp de vorm van participatie te kiezen die het beste past bij de situatie en de betrokkenen.

Gedragskompas

Een beschrijving die de gemeente helpt om op een open en respectvolle manier met inwoners samen te werken en met elkaar in gesprek te gaan.

SAMENVATTING

Participatie doet ertoe In de gemeente Rucphen willen we beter samenwerken. Samen met inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties bouwen we aan een gemeente waar meedoen vanzelfsprekend is. De titel van dit nieuwe participatiebeleid – ‘Samen R toe doen’ – zegt precies wat we bedoelen: we doen het sámen, omdat het ertoe doet.

Waarom dit beleid

De samenleving verandert. Inwoners willen eerder betrokken worden, meer duidelijkheid over hun invloed en ruimte om zelf initiatief te nemen. Tegelijkertijd vragen de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau, om een meer structurele en zorgvuldige manier van samenwerken. Met dit beleid brengt Rucphen alle bestaande afspraken, ervaringen en instrumenten samen tot één helder kader: één visie, één werkwijze, één taal voor participatie.

Onze visie

De visie van Rucphen is gebaseerd op de kernwaarden van de organisatie en is nader ingekleurd op basis van een participatieproces en vertaald naar drie leidende principes. Ze vormen de basis voor onze manier van werken — binnen de organisatie én in de samenleving.

•Doordachte betrokkenheid aan de voorkant We bedenken vooraf wie we betrekken, waarom en op welke

manier.

•Gelijkwaardig samenwerken in een ongelijk speelveld We luisteren actief, creëren ruimte voor verschillende stemmen

en zorgen voor eerlijke verwachtingen.

•Leren, experimenteren en verbeteren We durven te proberen, reflecteren en groeien – participatie is

een continu leerproces.

Onze aanpak

De gemeente werkt vanaf nu volgens Rucphense participatieaanpak:

 

• een stappenplan voor elk participatieproces;

• vaste werkafspraken over communicatie, verslaglegging en terugkoppeling;

• en een gedragskompas dat richting geeft aan houding en samenwerking.

Daarnaast gebruiken we het participatiepalet – een flexibel model waarmee we per onderwerp de juiste participatievorm kiezen of mengen met elkaar: meedenken, adviseren, samenwerken, meebeslissen of zelfsturing.

Ruimte voor initiatieven

We stimuleren en ondersteunen inwonersinitiatieven met een duidelijke werkwijze, één loket en een vaste contactpersoon per initiatief. Initiatieven die bijdragen aan leefbaarheid, duurzaamheid of sociale samenhang krijgen de ruimte om te groeien. Ook het uitdaagrecht (Right to Challenge) krijgt een plek: inwoners kunnen de gemeente verzoeken de uitvoering van een taak over te nemen.

Rollen en verantwoordelijkheden

• Inwoners en maatschappelijke organisaties: brengen ideeën, ervaring en energie.

• De gemeenteraad: stelt kaders, controleert en stelt vast.

• Het college: stuurt, stimuleert en legt verantwoording af.

• Het management en medewerkers: voeren uit, leren en verbeteren.

Leren en verbeteren

We evalueren participatietrajecten, meten resultaten en delen leerpunten. Via een jaarlijkse rapportage en een uitvoeringsprogramma houden we participatie actueel en zichtbaar. Zo groeit Rucphen stap voor stap naar een lerende en betrokken organisatie.

Met ‘Samen R toe doen’ maken we participatie meer concreet, herkenbaar en uitvoerbaar. We luisteren, verbinden en handelen vanuit vertrouwen. Niet omdat het moet, maar omdat het helpt.

 

Inleiding ‘Samen R toe doen’

De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen is helder: we bouwen op gemeenschapskracht en vakmanschap. Onze dorpen zijn sterk door saamhorigheid en lokale betrokkenheid. Daar ligt de basis van onze manier van werken: ‘Samen R toe doen’— samen verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van onze gemeente.

We staan voor grote opgaven op het gebied van wonen, duurzaamheid, leefbaarheid en het versterken van onze dorpen. Die uitdagingen kunnen we niet alleen oplossen. We hebben de kennis, ervaring en ideeën van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hierbij nodig. Participatie helpt ons om die samenwerking vorm te geven. Het betekent dat we inwoners vroegtijdig betrekken bij plannen en keuzes, en dat we als gemeente ruimte geven aan initiatieven uit de samenleving. Op deze manier komen we tot oplossingen die beter aansluiten bij wat er leeft en die breder gedragen worden.

De afgelopen jaren kregen we signalen dat dit beter kan. Inwoners willen vaker meepraten en meehelpen bij onderwerpen die hen raken. Tegelijkertijd vragen zij om duidelijkheid: wat mogen we verwachten, hoe verloopt het proces, en wat doet de gemeente met onze inbreng?

Met dit beleid leggen we vast hoe we in Rucphen participeren, waarom we dat doen en wat we daarbij van elkaar mogen verwachten. Het beleid geeft richting aan onze houding, werkwijze en besluitvorming. Het helpt ons om bewuster, transparanter en consistenter te handelen – zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn en medewerkers weten hoe ze het kunnen aanpakken.

We brengen hiermee alle losse onderdelen – leidraad Participatie, visiedocumenten en ervaringen – samen tot één herkenbaar en praktisch participatiebeleid.

Daarbij horen ook:

•een nieuwe participatieverordening, waarin de formele kaders zijn vastgelegd;

•en uitvoeringsprogramma met o.a. trainingen, (interactieve) (online) tools, hulpmiddelen en voorbeeldformats;

•een toolkit participatie – ‘Samen R toe doen’, met praktische handvatten voor medewerkers.

 

Wettelijke verplichtingen

  • 1.

    Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingswet heeft participatie een belangrijke rol. In de Omgevingswet staat dat gemeenten participatiebeleid moeten opstellen en hoe zij invulling geven aan participatie. Dit participatiebeleid is alleen zelfbindend voor de gemeente en geldt dus niet voor andere initiatiefnemers die onder de Omgevingswet een participatieverplichting hebben (zie bijlage 1)

  • 2.

    Daarnaast is op 1 januari 2025 de Wet versterking participatie op decentraal niveau ingegaan, waarbij gemeenten verplicht zijn om een participatieverordening op te stellen en het uitdaagrecht wettelijk moeten verankeren. Met het wetsvoorstel wordt ook de inspraakverordening verder uitgebreid: een gemeente regelt niet alleen betrokkenheid bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering én evaluatie van beleid.

Dit beleid gaat verder dan het voldoen aan wettelijke verplichtingen: het is een uitdrukking van de bestuurlijke ambitie om inwoners een stem te geven en samen te bouwen aan een gemeente waar mensen zich gehoord en betrokken voelen. Deze maatschappelijke en wettelijke veranderingen hebben ervoor gezorgd dat participatie niet meer zo vrijblijvend is. Met het vaststellen van het participatiebeleid geeft de gemeente aan wat haar visie op participatie is en hoe zij hiermee omgaat.

 

Totstandkoming van dit beleid

Dit beleid bouwt voort op eerdere visiedocumenten, waaronder de omgevingsvisie 2.0, visie Versterken Sociale Basis, Collegewerkprogramma 2022-2026, Communicatievisie met als onderdeel Routeplan Overheidsparticipatie (2017) en resultaten van het onderzoeksrapport participatie rekenkamer Rucphen 2025. Daarnaast voerden we verschillende gesprekken en werksessies met onder meer het participatie kernteam samengesteld uit medewerkers van verschillende afdelingen, maatschappelijk georganiseerde stakeholders, bestuur en managementteam. De aftrap vond plaats in het voorjaar van 2025 met een uitgebreide online enquête onder onze inwoners. Met aansluitend verdiepende werksessies met vertegenwoordigers van maatschappelijk georganiseerde stakeholders. Alle resultaten zijn verzameld in participatieverslagen aangehecht bij dit document in bijlage 2.

Dit participatiebeleid is een dynamisch document. De ervaringen van alle betrokkenen - inwoners, ambtenaren, bestuurders en samenwerkingspartners - vormen een continue bron van inzichten. Op basis daarvan verrijken we het document per bestuursperiode aan de hand van evaluaties met alle betrokkenen en scherpen we het aan. Op deze manier blijft dit document aansluiten bij de praktijk en benutten we nieuwe inzichten en kansen.

Leeswijzer

In dit participatiebeleid beschrijven we 4 onderdelen van participatie:

• Wat is participatie, hoofdstuk 1

• Visie op participatie, hoofdstuk 2

• Inwonersparticipatie, hoofdstuk 3

• Overheidsparticipatie, hoofdstuk 4

 

 

  • 1.

    Wat is participatie?

Participatie betekent letterlijk meedoen. Voor de gemeente Rucphen betekent het: samen met inwoners, ondernemers en organisaties plannen maken en uitvoeren die invloed hebben op onze leefomgeving en samenleving.

Participatie is geen vinkje of extra stap, maar een manier van werken. Het is een kans om betere plannen te maken, samen met de samenleving. Met als gevolg meer betekenisvolle participatie.

We betrekken anderen omdat hun kennis, expertise, ervaring en betrokkenheid onze plannen beter maken. Zo vergroten we het draagvlak, de kwaliteit van besluiten en het vertrouwen tussen gemeente en gemeenschap.

Waarom participatie ertoe doet

Goede participatie helpt om:

• beter te begrijpen wat er speelt in de dorpen en wijken;

• ideeën, zorgen en kansen vroeg op tafel te krijgen;

• betere en zorgvuldige besluiten te nemen, met oog voor verschillende perspectieven en belangen;

• en samen te werken aan realistische oplossingen die breder gedragen worden.

 

Participatie kan in alle fasen van beleid en projecten plaatsvinden: van idee tot uitvoering en evaluatie. Maar participatie gaat ook over hoe de gemeente mee kan werken en ruimte geeft aan initiatieven die ontstaan uit de gemeenschap.

Om deze vormen van elkaar te onderscheiden, spreken we van inwonersparticipatie en overheidsparticipatie die beide een plek hebben gekregen in dit participatiebeleid.

De gemeente Rucphen sluit voor de definitie aan bij de Memorie van Toelichting van de Omgevingswet en hanteert de volgende definitie voor inwonersparticipatie:

 

Kenmerken:

• Het startpunt van een initiatief ligt bij de gemeente.

• De gemeente zet zelf bewust en doordacht een participatieproces op.

• Samen kennis, ideeën, perspectieven en belangen in beeld brengen om plannen beter te maken.

• Ruimte voor maatwerk.

Voorbeeld: bij de herinrichting van een straat of het opstellen van nieuw beleid nodigen we inwoners uit om mee te denken, te adviseren of samen te werken aan een ontwerp of concept.

 

Kenmerken:

• Het startpunt van een initiatief ligt niet bij de gemeente. De gemeente doet mee met het plan of initiatief. De samenleving is in dit geval de initiatiefnemer van een maatschappelijke of ruimtelijke ontwikkelin

• De gemeente heeft een andere rol ten opzichte van inwonersparticipatie. Bij overheidsparticipatie kan dit zijn: faciliterend, stimulerend of regisserend. Hoe deze rol wordt ingevuld, hangt af van het initiatief en de mate waarin dit initiatief bijdraagt aan bijvoorbeeld de gemeentelijke doelstellingen. Daarbij geldt ook weer ruimte voor maatwerk.

Voorbeeld: een dorpsinitiatief dat zelf een speelplek wil aanleggen of een buurttuin wil onderhouden, krijgt ondersteuning van de gemeente in kennis, netwerk of vergunning.

De bedoeling

Participatie is nooit een doel op zich. We doen het met een duidelijke bedoeling: om op te halen wat mensen weten, vinden of willen bijdragen. Dat helpt ons om de juiste vorm van participatie te kiezen. We zijn daarom altijd helder over:

• het doel van het proces;

• de rol van de gemeente en van deelnemers;

• de ruimte voor invloed;

• en wat we doen met de opbrengst.

Als participatie geen toegevoegde waarde heeft – bijvoorbeeld door wettelijke verplichtingen of besluiten zonder beleidsruimte – informeren we inwoners wel zorgvuldig, maar spreken we niet van participatie.

Informeren versus participeren

Goede informatie is de basis voor elk participatieproces, maar informeren op zichzelf is geen participatie. Participatie gaat over wederkerigheid en dialoog – luisteren, reageren en samen verder komen. Informeren is éénrichtingsverkeer: uitleggen wat er gebeurt.

Toch hoort goed informeren bij elke fase van participatie. We zorgen dat iedereen begrijpt wat er speelt, hoe het proces verloopt en wat er met ieders inbreng gebeurt. Zo voorkomen we misverstanden en bouwen we aan vertrouwen.

Draagvlak en verwachtingen

Met participatie krijgen we inzicht in het draagvlak voor een plan, project, beleid of besluit. Participatie leidt niet automatisch tot draagvlak en ook niet automatisch tot overeenstemming. Niet iedereen krijgt zijn zin – maar iedereen moet zich serieus genomen en gehoord voelen. Het participatieproces geeft ons inzicht in de knel- en pijnpunten, voors en tegens, bezwaren en ook steun. Het maakt duidelijk waar verbeteringen mogelijk zijn om een plan of beleid beter te doen landen. Daarbij kan 100% draagvlak nooit het doel zijn. Door goed te luisteren en zorgvuldig terug te koppelen laten we zien hoe belangen zijn afgewogen en welke keuzes zijn gemaakt. Zo groeit begrip, ook als de uitkomst niet voor iedereen ideaal is.

Participatie en inspraak

Er zijn veel overlappingen en ook verschillen tussen participatie en inspraak. Een belangrijk verschil is de plaats in het (besluitvormings)proces. Participatie is het (pro-)actief, creatief en vroegtijdig in het proces betrekken van de mensen die het aan gaat en bedoeld om perspectieven en belangen in kaart te brengen. Zodat degenen die door een plan, project of beleid worden geraakt, de ruimte krijgen om mee te praten, denken en/of (zelf te) doen. Inspraak maakt deel uit van het besluitvormingsproces en is altijd gesloten en reactief. Dat betekent dat er voor belanghebbenden weinig ruimte is om plannen alsnog te wijzigen. Participatie vervangt nooit de inspraak; inwoners houden altijd recht op het indienen van zienswijzen.

 

 

2. Visie en uitgangspunten

2.1 De Rucphense manier van meedoen

Onze kernen hebben een sterke gemeenschapszin. Mensen kennen elkaar, denken mee en steken de handen uit de mouwen. Die kracht willen we benutten. We zien participatie als een gedeelde verantwoordelijkheid: de gemeente maakt ruimte waar mogelijk voor betrokkenheid, en inwoners bewegen in die ruimte met eigen initiatieven, ideeën en ervaring. Zo bouwen we aan wederzijds vertrouwen, begrip en een duurzame samenwerking tussen inwoners, bestuur en organisatie.

In het collegeakkoord 2022-2026 is de volgende ambitie over participatie opgenomen:

 

 

Kernwaarden

Dit participatiebeleid is zelfbindend. Dat betekent dat de gemeente Rucphen zich moet houden aan haar eigen afspraken in dit beleid.

Dat geeft inwoners duidelijkheid over wat ze van de gemeente kunnen verwachten. Daarom is ervoor gekozen om aan te sluiten bij de kernwaarden van de organisatie. De kernwaarden zijn:

• Gelijkwaardig:  

Respect voor elkaar en de kracht van diversiteit in onze rollen en achtergronden. We behandelen elkaar en onze inwoners met respect, ongeacht functie of achtergrond. Transparantie en eerlijkheid versterken ons interne samenspel en onze externe dienstverlening

• Prestatiegericht:  

Altijd streven naar betere kwaliteit en meer impact. We richten ons op kwaliteit en resultaat, waarbij we steeds meer en waar nodig werken vanuit heldere opdrachten met een doordachte en haalbare tijdplanning. Trots op wat we doen, met een constante zoektocht naar verbetering.

• Samen:  

Verbonden, vertrouwd en samen sterk – zowel intern als met onze inwoners, ondernemers en verenigingen. We blijven bouwen op onze kracht van informeel samenwerken. Samen betekent elkaar vertrouwen, ondersteunen en verbinden om mooie resultaten te behalen.

 

2.2 Onze visie en uitgangspunten

De visie van Rucphen is gebaseerd op de kernwaarden van de organisatie en zijn nader ingekleurd op basis van een participatieproces. Het handelen hiervan is vertaald naar drie leidende principes. Ze vormen de basis voor onze manier van werken — binnen de organisatie én in de samenleving.

1. Doordachte betrokkenheid aan de voorkant

Goede participatie begint met bewuste keuzes. Voor elk onderwerp bepalen we vooraf:

• wie we betrekken en waarom;

• hoeveel invloed er is;

• welke participatievorm (of mix) passend is bij het vraagstuk.

We leggen dit transparant vast, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is. De vormen kunnen ook veranderen gedurende het proces. We nemen de tijd om belangen en perspectieven in beeld te brengen, alternatieven te verkennen en verwachtingen helder te maken. Zo voorkomen we teleurstelling achteraf en kunnen we verantwoorden waarom we bepaalde keuzes maken.

  • 1.

    In de praktijk betekent dit: niet automatisch iedereen uitnodigen, maar gericht de juiste mensen betrekken, op het juiste moment en met het juiste doel.

2. Gelijkwaardig samenwerken in een ongelijk speelveld

De gemeente en de samenleving hebben verschillende rollen en verantwoordelijkheden, maar dat betekent niet dat één belangrijker is dan de ander. We werken gelijkwaardig samen op basis van respect, openheid en vertrouwen. Dat doen we door:

• inwoners een gelijkwaardig gesprekspodium te bieden;

• ctief te luisteren naar ideeën en zorgen;

• duidelijk te zijn over onze rol, kaders, grenzen en besluitvorming;

• en oog te hebben voor groepen die minder snel aan tafel komen.

We beseffen dat rollen, kennis en middelen ongelijk verdeeld zijn. Dat is nu eenmaal een feit. Juist daarom investeren we in gelijkwaardige deelname — door processen laagdrempelig te maken en waar nodig extra ondersteuning te bieden.

– In de praktijk betekent dit: we creëren ruimte waar mogelijk, om mee te praten, zorgen voor begrijpelijke informatie en geven terug wat we met ieders inbreng doen.

3. Leren, experimenteren en verbeteren

Participatie is nooit af. We leren door te doen, te reflecteren en te verbeteren. De gemeente moedigt experimenten aan, probeert nieuwe werkvormen uit en deelt wat wel en niet werkt. We staan open voor feedback van inwoners én collega’s. Zo ontwikkelen we stap voor stap een organisatie waarin participatie vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijks werk.

In de praktijk betekent dit: we evalueren participatieprocessen, bespreken wat beter kan en sturen bij in onze aanpak.

Wat inwoners van ons mogen verwachten

Vanuit deze principes gelden drie beloftes aan de gemeenschap:

  • 1.

    We luisteren echt. We nemen de tijd om te horen wat mensen belangrijk vinden en leggen uit wat we met hun inbreng doen.

  • 2.

    We zijn duidelijk. We zeggen wat kan, wat niet kan en waarom. Verwachtingsmanagement is de basis van vertrouwen.

  • 3.

    We handelen zichtbaar. We koppelen terug, ook als de uitkomst anders is dan inwoners of andere belanghebbenden hadden gehoopt.

Wat wij van inwoners vragen

Van inwoners verwachten we:

• een open houding en bereidheid om samen te zoeken naar oplossingen, begrip voor andere meningen en belangen;

• en een constructieve bijdrage aan het gesprek.

 

Zo bouwen we aan een gemeente waarin meedoen vanzelfsprekend is — ‘Samen R toe doen’ in de praktijk .

 

3. Inwonersparticipatie – initiatieven van de gemeente

Inwonersparticipatie betekent dat de gemeente het initiatief neemt om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vroegtijdig te betrekken bij plannen, beleid of projecten. Het is een kans om betere plannen te maken, samen met de samenleving.

De mate van participatie hangt af van het onderwerp, de fase van het proces en de ruimte die er is om keuzes te beïnvloeden. Niet elk onderwerp leent zich voor intensieve participatie, maar iedere opgave vraagt om zorgvuldige communicatie. Daarom is een participatieproces altijd op maat. Dat betekent bijvoorbeeld dat we bij het ene project mensen vragen actief mee te denken, en bij het andere samenwerken.

3.1 Van participatieladder naar participatiepalet

De participatieladder is een model dat de verschillende niveaus van betrokkenheid en zeggenschap van mensen in een besluitvormingsproces weergeeft. De gemeente Rucphen kiest ervoor om participatie niet langer te benaderen als een ladder die je moet beklimmen. De participatieladder doet vermoeden dat hoe hoger je komt – richting meebeslissen – hoe beter het proces is. Maar dat is een misvatting. Niet elk proces vraagt om maximale invloed.

Daarom spreken wij liever van het participatiepalet. Zoals een schilder kleuren mengt om tot een passend beeld te komen, mengen wij vormen van participatie om tot een proces dat werkt. Meedenken, adviseren, samenwerken en meebeslissen en in geval van overheidsparticipatie, zelfsturing zijn geen stappen, maar kleuren op het participatiepalet. Je kunt de kleuren ofwel de ‘vormen’ combineren, afstemmen op de context, en zorgvuldig kiezen wat het beste past.

Dit participatiepalet helpt ons om flexibel en pragmatisch met participatie om te gaan. Wat telt, is dat de uitkomst aansluit bij de opgave én recht doet aan de inbreng van onze inwoners en andere belanghebbenden. Het participatiepalet van gemeente Rucphen bestaat uit een palet van participatievormen die we combineren afhankelijk van het onderwerp en de fase van het proces.

 

 

• Meedenken: inwoners mogen hun mening geven; de gemeente weegt deze af.

• Adviseren: inwoners leveren actief inhoudelijke bijdragen.

• Samenwerken: gemeente en inwoners werken samen aan beleid of uitvoering.

• Meebeslissen: inwoners hebben directe invloed op de uiteindelijke keuzes.

• Zelfsturing (overheidsparticipatie): inwoners organiseren zelf projecten die maatschappelijke doelen aanpakken

 

3.2 Verbeterpunten uit onderzoek

In 2e kwartaal van 2025 hebben we inwoners, organisaties en medewerkers gevraagd naar hun ervaringen met participatie. Zie bijlage 2 voor de participatieverslagen met input en verbetervoorstellen. De belangrijkste conclusies waren helder:

 

• inwoners willen graag meedoen, vooral bij onderwerpen in hun eigen buurt;

• er is behoefte aan duidelijkheid en structuur;

• verwachtingen worden niet altijd goed gemanaged;

• communicatie en terugkoppeling kunnen beter.

 

Onze ambitie : participatie is standaard onderdeel van elk project – niet iets wat we ‘erbij doen’.

Daarom werken we vanaf nu met een vernieuwde aanpak: de Rucphense participatieaanpak.

 

3.3 De Rucphense participatieaanpak

Voordat we starten is een goede analyse van de opgave van belang. Hierbij brengen we in beeld wat (de context van) het vraagstuk is, wat de aanleiding is en wat we weten vanuit de voorgeschiedenis. We bepalen het gemeenschappelijke doel en de urgentie van de opgave.

We denken vooraf goed na over de vraag; wat willen we samen realiseren? Deze opgave moet duidelijk zijn.

De nieuwe aanpak is opgebouwd uit drie onderdelen die samen de

standaard vormen voor gemeentelijke participatieprojecten: stappenplan participatie, (interne)werkafspraken en een gedragskompas.

  • 1.

    Stappenplan participatie - hoe we starten en keuzes maken met het afwegingskader ‘Participatie, tenzij…’

  • 2.

    Werkafspraken – hoe we zorgen voor consistentie en inbedding in de organisatie.

  • 3.

    Gedragskompas - hoe we participeren in houding en gedrag.

Stappenplan

Het stappenplan heeft een vaste aanpak om in 7 stappen te bepalen of participatie nodig en (waar) mogelijk is, en hoe we die vormgeven. De uitwerking hiervan vormt het participatieplan.

Werkafspraken

De participatieaanpak is geen keurslijf, maar biedt wel eenduidigheid.

Daarom hanteren we organisatie brede werkafspraken:

• participatie wordt vroegtijdig ingebed in elk projectvoorstel;

• er komt altijd een participatieparagraaf bij college- en raadsvoorstellen;

• communicatie en participatie worden samen gepland;

• we koppelen altijd terug aan deelnemers;

• en we leggen de resultaten vast in een participatieverslag.

Gedragskompas

Participatie vraagt niet alleen om structuur, maar ook om een houding.

Daarom werken we met een (gedrags)kompas, gebaseerd op onze

drie leidende principes. We doen dit door:

• bewust te kiezen wie we betrekken en waarom;

• een gelijkwaardig gesprek te voeren, met ruimte voor alle inbreng;

• open te zijn over wat kan en niet kan;

• te leren van wat goed gaat én wat niet lukt.

Zo zorgen we dat participatie niet alleen een proces is, maar ook een gemeenschappelijke manier van werken.

 

 De Rucphense participatieaanpak

 

 

 

 Dit beleid gaat verder dan alleen voldoen aan de wettelijke verplichtingen.

 

 

4. Overheidsparticipatie – initiatieven vanuit de samenleving

Overheidsparticipatie betekent dat de samenleving het initiatief neemt en de gemeente aansluit. Inwoners, verenigingen of ondernemers nemen zelf verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving of voor maatschappelijke thema’s, zoals groenonderhoud, energie, leefbaarheid of zorg. De rol van de gemeente verandert dan: we zijn partner in plaats van aanvoerder. We denken mee, helpen op weg en maken ruimte waar dat kan — zonder het initiatief over te nemen.

Onze kernen hebben veel kracht in zich: inwoners willen zelf iets betekenen voor hun buurt, vereniging of kern. Door initiatieven te ondersteunen, versterken we de gemeenschapszin én verbeteren we de kwaliteit van leven.

Daarom bieden we:

• één duidelijk loket voor inwonersinitiatieven;

• een eenduidige werkwijze binnen de organisatie;

• en een open houding waarin we denken in mogelijkheden in plaats van regels.

 

4.1 Hoe we samenwerken met initiatiefnemers

Niet elk initiatief kan op gelijke wijze ondersteund worden. We hanteren daarom een afwegingskader op basis van een stappenplan met 4 stappen:

 

 

 

4.2 Hoe we ondersteunen

Hoe we een initiatief ondersteunen hangt af van onze rol, de aard van het initiatief en de mate waarin dit bijdraagt aan bijvoorbeeld de gemeentelijke doelstellingen. Daarbij geldt ook weer maatwerk. Ondersteuning kan worden geboden in de vorm van:

 

 

4.3 Uitdaagrecht (Right to Challenge)

Het uitdaagrecht is een bijzondere vorm van overheidsparticipatie. Inwoners mogen taken van de gemeente overnemen als zij denken dat ze die beter, slimmer of goedkoper kunnen uitvoeren. De gemeente

Rucphen heeft hier nog weinig ervaring mee, maar wil wél ruimte bieden voor experimenten.

Voor initiatieven onder het uitdaagrecht geldt de volgende aanpak:

• aanvragen worden beoordeeld via hetzelfde afwegingskader en stappenplan zoals omschreven in paragraaf 4.1;

• bij een positief oordeel starten we altijd met een pilotfase;

• gedurende het proces evalueren we en sturen bij indien nodig;

• samen evalueren na afloop de resultaten en leerpunten.

Het uitdaagrecht krijgt een formele plek in de participatieverordening.

 

4.4 In de praktijk

Overheidsparticipatie vraagt om een cultuur van vertrouwen samen met loslaten. Dat betekent:

• ruimte geven aan nieuwe ideeën, ook als ze niet uit de organisatie komen;

• meedenken in mogelijkheden in plaats van beperkingen en regels;

• duidelijk zijn over kaders, grenzen, middelen en verantwoordelijkheden;

• en open blijven communiceren over voortgang en keuzes;

• maar bovenal ook leren, samen met én van elkaar.

 

Inwoners nemen initiatief, de gemeente beweegt mee — zo versterken we samen de kracht van onze kernen.

 

 

5. Rollen en verantwoordelijkheden

Goede participatie vraagt om duidelijke rollen. Iedereen – van inwoner tot raad en van college tot medewerker – heeft een eigen taak in het proces. Heldere verantwoordelijkheden voorkomen misverstanden, vergroten het vertrouwen en maken participatie werkbaar.

5.1 De samenleving – gesprekspartner én initiatiefnemer

Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties spelen een dubbele rol:

  • 1.

    Als gesprekspartner brengen zij kennis, ervaring en perspectieven in die beleid en uitvoering verbeteren.

  • 2.

    Als initiatiefnemer nemen zij zelf het voortouw met ideeën of projecten die bijdragen aan leefbaarheid, duurzaamheid of sociale samenhang.

Vanuit de gemeente waarderen we deze betrokkenheid en bieden we ondersteuning waar dat kan – met kennis, netwerk of middelen.

 

Inwoners brengen ideeën, de gemeente brengt ruimte. Samen bouwen we aan de toekomst van Rucphen.

 

5.2 De gemeenteraad – kaders stellen – controleren - besluiten

De gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners en bepaalt de koers. De rol van de gemeenteraad is om:

• kaders te stellen: bepalen hoe participatie wordt vormgegeven en welke ruimte er is;

• toezicht te houden op de uitvoering van participatieprocessen;

• besluiten te nemen op basis van zorgvuldig doorlopen participatie;

• volksvertegenwoordigende rol: de gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners uit de gemeente;

• en verantwoording te vragen aan het college over de kwaliteit en resultaten van participatie.

De raad kan hiervoor gebruikmaken van instrumenten zoals:

• de participatieparagraaf in raadsvoorstellen;

• de evaluatie van participatietrajecten;

• en het jaarlijks overzicht van participatieactiviteiten.

5.3 Het college van burgemeester en wethouders – vaststellen, sturen en verantwoorden

Het college is bestuurlijk verantwoordelijk voor participatie binnen de gemeente. Dat betekent dat het college:

• zorgt voor een heldere koers en bestuurlijke ondersteuning van participatie;

• stimulering en aansturing binnen de organisatie borgt;

• voorstellen richting de raad voorziet van een participatieparagraaf;

• en verantwoording aflegt over de uitvoering en kwaliteit van participatie.

 

Het college zet participatie om in actie: het vertaalt ambities naar projecten en processen die inwoners de kans geven mee te doen.

 

5.4 Het managementteam – bewaken en verbinden

Het managementteam (hierna: MT) zorgt dat participatie onderdeel wordt van het dagelijks werk in de organisatie. Het MT:

• vertaalt bestuurlijke ambities naar beleid en vervolgens naar werkprocessen, teamdoelen en capaciteit;

• bewaakt de consistentie en kwaliteit van participatieaanpakken;

• zorgt voor afstemming tussen afdelingen;

• en stimuleert een cultuur waarin leren en verbeteren centraal staan.

 

Het MT fungeert als schakel tussen bestuur en uitvoering: het zorgt dat wat bestuurlijk is afgesproken, ook ambtelijk wordt waargemaakt.

 

5.5 De ambtelijke organisatie – uitvoeren en ondersteunen

De ambtelijke organisatie brengt het participatiebeleid in praktijk. Dat betekent:

• participatie opnemen in projectplannen en adviezen;

• processen vormgeven volgens de Rucphense participatieaanpak;

• zorgen voor duidelijke communicatie met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers;

• de opbrengsten van participatie vastleggen in een verslag;

• en meewerken aan evaluaties om te leren en verbeteren.

 

Medewerkers zijn het gezicht van participatie. Hun houding, duidelijkheid en betrouwbaarheid zijn belangrijk voor het vertrouwen van inwoners in de gemeente.

 

Samen leren en verbeteren

Participatie is een gedeelde verantwoordelijkheid. Iedereen binnen én buiten de organisatie draagt bij aan de kwaliteit ervan. Daarom investeren we in:

• training en begeleiding voor medewerkers en bestuurders;

• reflectie en evaluatie na elk traject;

• en onderlinge kennisdeling, zodat goede voorbeelden worden verspreid.

We leren door te doen – elke ervaring maakt ons beter in samen werken en samen besluiten.

 

 

6. Monitoring, evaluatie en doorontwikkeling

Participatie is mensenwerk. Geen enkel traject is hetzelfde en elke ervaring levert nieuwe inzichten op. Door te leren van wat goed gaat – én van wat beter kan – groeit de kwaliteit van participatie. Evaluatie is dus geen afrekening, maar een leerproces.

Waarom we evalueren

We evalueren om:

• te begrijpen wat werkt en waarom;

• de kwaliteit van onze processen te verbeteren;

• en onze organisatie continu te laten groeien in participatief werken.

 

Zo zorgen we dat participatie niet alleen beleid is, maar een vaste manier van werken binnen de hele organisatie.

 

Wat we evalueren

Participatie is geen eindproduct, maar een doorlopend proces van samen leren, verbeteren en verantwoorden. We kiezen ervoor om in de eerste jaren van het nieuwe participatiebeleid te investeren in bewustwording, een herkenbare werkwijze en een cultuur van leren. Daarom werken we met drie speerpunten die richting geven aan de ontwikkeling van participatie in 2026 en de daaropvolgende jaren.

Speerpunt 1. Eén herkenbare werkwijze

We willen van losse initiatieven naar één herkenbare manier van werken met inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. Het doel is dat iedereen – van raad tot projectleider – weet wat we bedoelen met participatie en welke stappen daarbij horen. We gebruiken één uniforme aanpak met bijbehorend stappenplan (Rucphense participatieaanpak) en delen ervaringen met elkaar.

• Leerdoel: inzicht krijgen in wat medewerkers en bestuur nodig hebben om volgens één herkenbare werkwijze te werken.

• Indicatoren:

– Aandeel college- en raadsvoorstellen (indien aanwezig met participatieplan);

– Medewerkers ervaren duidelijkheid over onze werkwijze (interne peiling).

Speerpunt 2. Rolvastheid en samenspel

Participatie vraagt om duidelijkheid in rollen en verwachtingen tussen raad, college, organisatie, inwoners en andere belanghebbenden.

De gemeenteraad stelt de kaders, het college borgt kwaliteit en de organisatie faciliteert en verbindt. Inwoners weten waar hun inbreng het verschil kan maken.

Leerdoel: gemeenteraad, college en organisatie hebben inzicht in hun rol bij de uitvoering van participatie en hoe ze elkaar in dit samenspel versterken.

• Indicatoren: 

– De raad stelt jaarlijks kaders via de participatieparagraaf in de begroting.

– Reflectiegesprekken met raad en college over rolverdeling en verwachtingen.

Speerpunt 3. Leren en verbeteren

We willen dat participatie leidt tot inzicht, vertrouwen en betere besluiten. Daarom sluiten we trajecten bewust af, koppelen terug wat we met de inbreng hebben gedaan en benoemen we wat we meenemen naar volgende processen.

 

• Leerdoel: leren hoe we participatie beter kunnen afsluiten en terugkoppelen aan inwoners en andere belanghebbenden.

 

• Indicatoren:

– Aantal participatieprocessen waarin een eindverslag of terugkoppeling is verstuurd naar deelnemers;

– Aantal verbeteracties dat in het jaarverslag is opgenomen naar aanleiding van evaluaties intern en extern.

 

 

Eenvoudig en betekenisvol meten

We houden het systeem van monitoring bewust eenvoudig: drie speerpunten, drie leerdoelen en enkele lichte indicatoren. Het gaat niet om cijfers, maar om inzicht in wat werkt en wat beter kan. De resultaten worden jaarlijks samengevat in de participatieparagraaf. Zo wordt leren een vanzelfsprekend onderdeel van de manier waarop we samenwerken aan beleid en besluitvorming.

‘We bouwen niet in één keer een cultuur van participatie – we groeien erin, stap voor stap.’

Wie evalueert

• De projectleider evalueert elk traject samen met het projectteam.

• De participatieadviseur of communicatieadviseur ondersteunt bij de opzet en uitvoering van de evaluatie.

• De gemeenteraad gebruikt evaluaties om haar kaderstellende en controlerende rol waar te maken.

• Inwoners worden betrokken via korte vragenlijsten of terugkoppelgesprekken.

Hulpmiddelen voor monitoring en evaluatie

Om dit structureel te doen, ontwikkelt de gemeente een aantal praktische hulpmiddelen:

• een evaluatieformat voor projectleiders;

• een korte vragenlijst voor deelnemers;

• een interne reflectietool voor teams;

• een jaarlijkse rapportage over participatie;

• en een digitaal dashboard met lopende en afgeronde trajecten.

Deze instrumenten worden opgenomen in de toolkit Participatie ‘Samen R toe doen’.

6.1 Jaarlijkse cyclus

Participatie krijgt een plek in de reguliere planning- en control cyclus. Jaarlijks brengen we in kaart:

  • 1.

    welke participatietrajecten hebben plaatsgevonden;

  • 2.

    welke lessen daaruit zijn geleerd;

  • 3.

    en welke verbeteracties volgen voor het komende jaar;

  • 4.

    Waar nodig kunnen we eerder en gemotiveerd bijsturen.

    De resultaten worden gedeeld met college en raad, en benut bij de actualisatie van het participatiebeleid en uitvoering.

     

    Evaluatie- en leerloop

    We werken met een jaarlijkse cyclus van Doen – Leren – Verbeteren – Delen:

    1. Uitvoering;

    2. Evaluatie per team of project;

    3. Resultaten en actiepunten;

    4. Terugkoppeling via planning & control-cyclus.

 6.2 Doorontwikkeling van beleid en organisatie

We blijven continu werken aan participatie in de organisatie.

Dat betekent:

 

• trainingen en intervisie voor medewerkers en bestuurders;

• reflectiebijeenkomsten om successen en dilemma’s te delen;

• structurele aandacht voor participatie in werkprocessen en nieuwe projecten;

• periodieke actualisatie van het beleid en de toolkit participatie.

 

Participatie is geen project, maar een cultuur. We bouwen er iedere dag aan

6.3 Uitvoeringsprogramma Participatie

Het uitvoeringsprogramma participatie vertaalt dit beleid naar concrete acties voor de komende jaren. Daarin staat:

• wat we per jaar doen om de visie te realiseren;

• welke middelen, trainingen en ondersteuning daarvoor nodig zijn;

• hoe we de voortgang volgen;

hoe we de organisatie stap voor stap participatiever maken.

 

Met het uitvoeringsprogramma zetten we participatie om van papier naar praktijk. Zo blijft ‘Samen R toe doen’ niet alleen een manier van denken, maar een manier van werken – één visie, één werkwijze, één taal voor participatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gemeenteraad Rucphen

Naar boven