Gemeenteblad van Rucphen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rucphen | Gemeenteblad 2026, 317577 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rucphen | Gemeenteblad 2026, 317577 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Participatieverordening gemeente Rucphen 2026
De raad van de gemeente Rucphen;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2026;
Gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen
Deze verordening verstaat onder:
beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat: de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen;
gemeente: lokaal overheidsorgaan bestaande uit de drie bestuursorganen: burgemeester, college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad;
inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
inwonersparticipatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden, inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.
maatschappelijke organisaties: verenigingen, stichtingen, sociale ondernemingen en andere organisaties, die een collectief vormen, daaronder niet begrepen wettelijke adviesorganen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners of maatschappelijke organisaties samenwerken met de gemeente, waarbij de gemeente een faciliterende of ondersteunende rol vervult; hieronder begrepen het uitdaagrecht;
participatie: de samenwerking tussen gemeente en inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen;
Participatievisie: het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid van de gemeente Rucphen;
uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke organisaties om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie daarvan wordt toegepast en volgt daarbij de Participatievisie.
2. Het bestuursorgaan past bij participatie onder bijzondere regelgeving zoveel mogelijk deze verordening en de Participatievisie toe. Onder de Omgevingswet gaat het daarbij om het vaststellen of wijzigen van:
a. de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet;
b. het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;
c. een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet.
Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
3. Er vindt geen participatie plaats als:
a. participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;
b. de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
c. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;
d. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
e. het interne aangelegenheden van de gemeente betreft;
f. het de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet betreft;
g. er sprake is van uitvoering van door de gemeenteraad vastgestelde regelgeving, waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft.
Artikel 4. Plan voor participatie
Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een plan op met het proces en de planning van de participatie volgens het stappenplan participatie, zoals die is opgenomen in de Participatievisie.
Als een bestuursorgaan in het kader van de participatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 6. Eindverslag inwonersparticipatie
1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit openbaar.
2. Het eindverslag bevat ten minste:
a. een beschrijving van het gevolgde proces;
b. de belangrijkste uitkomsten van de participatie;
c. de reactie van het bestuursorgaan op die uitkomsten, inclusief eventuele aanpassingen in beleid of besluitvorming;
3. Indien de raad bevoegd gezag is, stelt het college het eindverslag op en informeert de raad.
Artikel 7. Verzoek om overheidsparticipatie
1. Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen bij het college een verzoek om
overheidsparticipatie indienen.
2. Het verzoek bevat tenminste:
a. een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft;
b. de reden dat de indiener het verzoek indient; en
c. het resultaat dat de indiener beoogt.
d. In het geval het verzoek uitgaat van inwoners: aanduiding van de groep inwoners die het verzoek ondersteunt;
3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:
a. wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;
b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn.
4. Het verzoek wordt beoordeeld volgens het stappenplan en afwegingskader ‘initiatieven vanuit de samenleving’ zoals dat in de Participatievisie is opgenomen.
Artikel 9. Nadere regels college
Het college kan over participatie nadere regels inzake de uitvoering van deze verordening vaststellen.
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.
Artikel 11. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
1. De ‘Verordening participatie en inspraak gemeente Rucphen’ vastgesteld op 19 juni 2019 wordt ingetrokken.
2. De ‘Verordening participatie en inspraak gemeente Rucphen’ blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-317577.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.