Gemeenteblad van Ede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2026, 317531 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2026, 317531 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Ede,
gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsplan gemeente Ede” d.d. 30 juni 2026
Overwegende dat:
op verzoek van verschillende initiatiefnemers is verzocht om wijziging van het geldende omgevingsplan;
deze verzoeken zijn beoordeeld en daarbij is geconcludeerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
in het voorliggende wijzigingsbesluit voor onderstaande locaties het geldende planologische kader uit de ruimtelijke besluiten op grond van de vervallen Wet ruimtelijke ordening worden vervangen door een nieuwe regeling in het Omgevingsplan gemeente Ede.
Het gaat om de navolgende locaties:
Bennekom, Dijkgraaf 1-1A: Functieverandering van Agrarisch naar Wonen met toevoeging van twee nieuwe woningen.
Bennekom, Rijnsteeg 14-14A en Kraatsweg 5A: Functieverandering van Agrarisch naar Wonen met toevoeging van een nieuwe woning en een nieuw woongebouw.
De Klomp, Binnenweg 11: Functieverandering van Agrarisch naar Bedrijf met 500 m² bedrijfsbebouwing.
Ede, Goorsteeg 8: Vormwijziging van het functievlak voor Recreatie en toevoeging aanduiding voor kamperen en landschapselementen.
Ede, Maanderbroekweg 9: Aanpassing van het bouwvlak voor de functie Wonen conform verleende omgevingsvergunning.
Ede, Maanderbuurtweg 39: Het toevoegen van de functie Bedrijf ten behoeve van een zelfstandig kantoor conform verleende omgevingsvergunning.
Ederveen, Poelweg 9: Functieverandering van Agrarisch naar Wonen met planologisch vastleggen bestaande tweede woning op basis van overgangsrecht en toevoeging van een nieuw woongebouw.
Lunteren, Barneveldseweg 41A-43: Functieverandering van Agrarisch naar Wonen (twee percelen) met elk 300 m² bijgebouwen.
Lunteren, Bisschopweg 39 en 43: Functieverandering van Agrarisch naar Wonen met toevoeging van een nieuwe woning en omzetten bestaande plattelandswoning op Bisschopweg 43 naar reguliere woning.
Lunteren, Klomperweg 113A: Functieverandering van Agrarisch naar Wonen met 300 m² bijgebouwen.
Lunteren, Lage Valkseweg 124-126: Planologisch vastleggen van eerdere planwijziging naar Wonen.
Lunteren, Loenhorsterweg 15: Functieverandering van Wonen met agrarische nevenactiviteiten naar Wonen met 300 m² bijgebouwen.
Lunteren, Meulunterseweg 10: Planologisch vastleggen functievlak voor Bedrijf op basis van overgangsrecht.
Lunteren, Oude Bisschopweg 6: Functieverandering van Agrarisch naar Wonen met 300 m² bijgebouwen.
Lunteren, Vijfsprongweg 116: Aanpassing bestaand functievlak Wonen
Besluit;
"Omgevingsplan gemeente Ede" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het gemeenteblad en lokale huis-aan-huisbladen.
Aldus vastgesteld door Gemeente Ede, 30 juni 2026
de secretaris, de burgemeester,
drs. M. Schlebusch mr. L.J. Verhulst
A
Het opschrift van hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
B
Het opschrift van hoofdstuk 23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
C
Na hoofdstuk 23 worden drie hoofdstukken ingevoegd, luidende:
Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op verschillende 'postzegellocaties' in het landelijk gebied. De verschillende planlocaties zijn raadpleegbaar via het werkingsgebied H26 - postzegelplan "Landelijk gebied Ede, partiële herziening 2026, 2e ronde".
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op het bepaalde in het eerste lid de volgende begripsbepalingen:
postzegelplan: het plan in dit hoofdstuk met werkingsgebied H26 - postzegelplan "Landelijk gebied Ede, partiële herziening 2026, 2e ronde".
omgevingsplan gemeente Ede: het Omgevingsplan van de gemeente Ede zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.
aanbouw: een aan een hoofdgebouw toegevoegde ruimte met een dak die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
aan-huis-verbonden beroep: de uitoefening van een dienstverlenend beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, alsmede een beroep op het terrein van persoonlijke verzorging, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt. Hieronder wordt in ieder geval niet verstaan een (raam)prostitutiebedrijf en/of escortbedrijf.
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
achtergevelrooilijn: de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd. indien er niet sprake is van een achterste grens van een bouwvlak dan wel geen bouwvlak is aangegeven: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw - zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen - alsmede het verlengde daarvan.
afhaalpunt: een locatie waar de consument uitsluitend voorafgaand aan het bezoek via internet bestelde goederen kan (betalen,) afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van deze eerder bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt, en waarbij geen sprake is van uitstalling ter verkoop en/of overige activiteiten.
agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarbij alleen opslag van door het bedrijf voortgebrachte producten is toegestaan.
agrarische nevenactiviteiten: een kleinschalige agrarische activiteit bij een woning gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder begrepen bomen en heesters, en/of het houden van dieren, waarbij opslag van ter plaatse voortgebrachte producten is toegestaan.
antenne: een bouwwerk in de vorm van een zend- en/of ontvangstinstallatie voor telecommunicatiedoeleinden.
askophoogte: de hoogte van het centrisch middelpunt van de molenwieken tot de begane grond van de molen.
atelier: een werkplaats, in het bijzonder die van een beeldend kunstenaar. Tevens is het binnen het atelier toegestaan om kunstwerken ten toon te stellen en te verkopen die door de kunstenaar zelf zijn vervaardigd.
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bed & breakfast: een kleinschalige en onzelfstandige overnachtingsaccommodatie zonder keuken in een (bedrijfs)woning of daarbij behorend bijgebouw of bedrijfsgebouw, dat bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende woning en is bedoeld voor kortdurend recreatief nachtverblijf, eventueel in combinatie met ontbijt, door een persoon of groep van personen die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben.
bedrijf: een onderneming of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan-huis-verbonden beroepen daaronder niet begrepen. Daarbij wordt als één bedrijf beschouwd de tot eenzelfde onderneming of instelling behorende installaties die onderling technische, organisatorische of functionele binding hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen.
bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk en wenselijk is.
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
bestaande situatie: ten aanzien van bebouwing: legaal aanwezige bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk in het omgevingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning. Ten aanzien van gebruik: het legaal gebruik van gronden en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk in het omgevingsplan rechtskracht heeft verkregen.
bijgebouw: een gebouw dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan en hoort bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats.
bouwgrens: de grens van een bouwvlak.
bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
bouwmassa: een verzameling bij elkaar horende gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen.
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel.
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van functie hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
broederij: pluimveebedrijf dat zich richt op het uitbroeden van eieren door middel van broedmachines.
carport: een dakconstructie vrijstaand zonder wanden, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, bedoeld voor de stalling van een motorvoertuig.
culturele voorzieningen: het uitoefenen van activiteiten op (sociaal) cultureel en kunstzinnig vlak, waaronder ateliers, galeries, dansscholen, muziekscholen, musea en theaters.
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling: bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen waaronder zijn begrepen alternatieve geneeswijze, kapperszaken, schoonheidsinstituten, massagesalon, nagelstudio, zonnebankstudio, fotostudio, stomerij, wasserette, videotheek, kleding- en/of schoenenreparatie, belwinkel, internetcafé, en naar aard en uitstraling daarmee gelijk te stellen bedrijven en instellingen, evenwel met uitzondering van prostitutie.
eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond.
erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.
escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend, zoals escortservices en -bemiddelingsbureaus.
functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan.
functiegrens: de grens van een functievlak waarin de functie van de locatie is beschreven.
functievlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
galerie: ruimte voor het exposeren en verkopen van kunstwerken.
garagebedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd.
gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
gestapelde bebouwing: bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten.
geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, worden gebruikt.
grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, zoals een melkveehouderij, een akkerbouwbedrijf of een biologisch veehouderijbedrijf, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf.
groothandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen tot aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.
hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw of de gronden als zodanig mag respectievelijk mogen worden gebruikt.
hoofdgebouw: een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden verstrekt (uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum) en/of waar bedrijfsmatig logies wordt verstrekt.
horeca categorie 1: een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van overwegend niet-alcoholhoudende dranken, zoals een snackbar, cafetaria, lunchroom, broodjeszaak, ijssalon en koffiehuis.
horeca categorie 2: een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een hotel, een restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria.
horeca categorie 3: een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren, zoals een café.
horeca categorie 4: een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen dan wel tot het uitoefenen van een kans- en behendigheidsspel al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, zoals een dancing, discotheek/nachtzaak, casino of automatenspeelhal.
hospita(kamer)verhuur: verhuur door een particuliere eigenaar van maximaal 2 kamers (aan maximaal 1 persoon per kamer) in de door de eigenaar zelf bewoonde woning.
huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.
onzelfstandig kantoor: een onderdeel van een bedrijf, dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft.
kantoor- en/of praktijkruimte: een ruimte die door aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of daarmee naar aard gelijk te stellen arbeid, dan wel dat dient voor het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied.
karakteristiek pand: historisch bouwkundig object dat door de zeggingskracht van zijn architectuur, bijzonderheid van het type, interactie met de omliggende bebouwing of plek in het straatbeeld dan wel landschap in sterke mate bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de omgeving.
kelder: een geheel ondergronds gelegen ruimte die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorende bovengronds bouwwerk, en waarvan de bovenkant van de vloer zich op ten minste 1,75 m onder peil bevindt;
kunstobject: een bouwwerk zonder een specifiek gebruiksdoel ter verfraaiing en verrijking van de directe omgeving waarbij de artistieke waarde van het bouwwerk voorop staat.
lichte bedrijvigheid: het op ambachtelijke wijze vervaardigen, herstellen, onderhouden of bewerken van producten en/of diensten in de vorm van bedrijven die voorkomen in categorie A van de van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten.
maatschappelijke voorzieningen: educatieve, (para)medische, sociale, levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening.
magneetgevoelig object: bouwwerk waarin kinderen langdurig verblijven, waaronder woningen, kinderdagverblijven en onderwijsgebouwen.
mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
molen: inrichting bestemd en geschikt voor het benutten van wind- of waterkracht.
niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt, en die als zodanig niet afhankelijk is van agrarische gronden als productiemiddel, zoals een intensief veehouderijbedrijf of een intensief kwekerijbedrijf.
onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant op minder dan 1,20 m boven peil is gelegen.
ondergeschikte detailhandel: beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten.
ondergeschikte functie: functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt.
ondergeschikte horeca: horeca waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt voor ten hoogste horeca categorie 1.
overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
overkapping: een dakconstructie zonder wanden, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen of andere bouwwerken.
plaatsingsplan: plan waarin de bestaande antenne-installaties binnen de gemeente alsmede de zoekgebieden voor toekomstige installaties zijn aangegeven.
plangrens: de aangegeven begrenzing van het omgevingsplan.
productiegebonden detailhandel: beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat die goederen vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.
publiekverzorgend ambacht en dienstverlening: een ambachtelijk c.q. dienstverlenend bedrijf dat zijn goederen en diensten rechtstreeks levert aan de consument, zoals een goudsmid, schoenmaker, kapper en videotheek, alsmede commerciële en medische dienstverlening, met dien verstande dat de detailhandelsfunctie ondergeschikt en gerelateerd is aan het bedrijf.
raamprostitutie: een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.
recreatief medegebruik: recreatief medegebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met uitzondering van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat ondergeschikt is aan de functie van de functie waarbinnen dit gebruik is toegestaan. Het medegebruik legt geen specifiek beslag op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden en die in hoofdzaak gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving.
recreatiewoning: een permanent aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar gebruikt te worden uitsluitend voor recreatieve doeleinden.
ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte.
seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
stacaravan: een kampeermiddel zonder fundering met een maximale oppervlakte van 55m², inclusief al dan niet vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, waarbij onder fundering wordt verstaan, een bouwwerk in de grond als basis voor een, al dan niet tot de constructie daarvan behorend, kampeermiddel.
standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, ofwel de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het bedrijven van de markthandel, ofwel de ruimte die is aangewezen voor het plaatsen van een kiosk, waarop of waarbij voorzieningen aanwezig kunnen zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
straatprostitutie: het in hoofdzaak op de openbare weg door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken.
stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld, inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n).
streekeigen producten: zelfgemaakte, bewerkte, gekweekte of geteelde producten dan wel door agrarische bedrijven uit de Regio FoodValley geproduceerde producten die als streekeigen worden beschouwd.
terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt.
teeltondersteunende voorzieningen: constructies in, op of boven de grond (niet zijnde kassen) die door agrarische bedrijven worden gebruikt om de plantaardige teelt te beschermen, de productie te verbeteren, de oogst te vervroegen/verlengen of arbeidsomstandigheden te optimaliseren. Voorbeelden zijn hagelnetten, regenkappen, aardbeienkappen en luisvrije tunnels. Deze voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik.
uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
veldschuur/schuilgelegenheid: een overdekte ruimte voor weidedieren dat tot doel heeft het bieden van bescherming tegen weersomstandigheden waarbij (buiten)opslag niet is toegestaan met uitzondering van kleinschalige aan het gebruik gerelateerde opslag (onder andere voerproducten, stroo, hooi en mest);
verkoopvloeroppervlakte (vvo): de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank.
voorgevellijn: de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan.
voorgevelrooilijn: de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.
winkel: een gebouw dat een ruimte omvat die door zijn indeling kennelijk is bedoeld om te worden gebruikt voor de uitoefening van detailhandel.
woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat kan worden verplaatst.
woning: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
webwinkel / internetverkoop: vorm van kleinschalige bedrijfsactiviteiten die bestaat uit de opslag en distributie van goederen die door particulieren via een website zijn besteld en betaald en waarbij de artikelen (eventueel per post) bij de klant worden thuisbezorgd. Er is geen afhaalpunt voor particulieren of showroom.
zaalverhuur: een inrichting ten behoeve van het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, waarbij het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of het verstrekken van drank voor consumptie ter plaatse mogelijk is.
zelfstandig kantoor: een voorziening die op zichzelf het bedrijf vormt en gericht is op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek al dan niet rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
zelfstandige woonruimte: woonruimte met een een eigen aparte opgang en voordeur, met eigen voorzieningen waarbij onder andere een keuken, toilet, badkamer, douche, niet met anderen hoeft te worden gedeeld.
zorginstelling: een instelling of complex ten behoeve van wonen in combinatie met een zorgfunctie met bijbehorende voorzieningen dan wel zelfstandige wooneenheden met een bijbehorende zorgfunctie.
zonneveld: elke groepering van zonnepanelen die niet op een gebouw, maar op of boven de grond wordt geplaatst.
zonneveld (netto-oppervlakte): de oppervlakte van de grond onder de zonnepanelen, inclusief onderhoudspaden en toebehoren zoals een transformator of inkoopstation. De oppervlakte van de landschappelijke inpassing wordt niet gerekend tot de netto-oppervlakte.
zorggerelateerde voorzieningen: faciliteiten die noodzakelijk zijn voor de (fysieke en/of geestelijke) zorgverlening aan personen en niet kan worden aangemerkt als maatschappelijke dienstverlening of mantelzorg.
Bij de toepassing van de regels in dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten c.q. gerekend:
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.
bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de functie of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die functie.
Bovenkant Spoorstaaf (BS): de hoogte van de bovenkant van de laagste spoorstaaf.
breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde: overeenkomstig de omtreklijn van de horizontale projectie van alle delen van die bouwwerken.
breedte, diepte c.q. lengte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande dat wordt gemeten op vloerniveau (NEN 2580). Bij meerlaagse gebouwen wordt per bouwlaag gemeten.
oppervlakte van een zonneveld: tussen de buitenzijde van de zonnepanelen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de panelen. Onderhoudspaden en toebehoren, met uitzondering van groenvoorzieningen, worden tevens tot de oppervlakte van het zonnneveld gerekend.
de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
peil: het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.
Bij het berekenen van het bebouwingspercentage of de te bebouwen oppervlakte/inhoudsmaat wordt de oppervlakte/inhoud van ondergrondse gebouwen, voor zover gelegen onder het bovengrondse gebouw, buiten beschouwing gelaten.
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, zoals:
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locaties van dit postzegelplan in dit hoofdstuk.
De regels in hoofdstuk 22 (zonder lettertoevoeging) van het 'Omgevingsplan gemeente Ede' zijn van overeenkomstige toepassing op de locaties in dit hoofdstuk, met dien verstande dat de regels in hoofdstuk 26 voorrang hebben bij strijdigheid;
Als de regels uit hoofdstuk 22 van het 'Omgevingsplan gemeente Ede' op enig moment een andere plek in de structuur krijgen, blijven die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.
Activiteiten met betrekking tot het planologisch gebruik en bouwen zijn alleen toegestaan voor zover dat is bepaald in dit hoofdstuk.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van activiteiten waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere activiteiten buiten beschouwing
Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk (of nalaat te handelen indien dat noodzakelijk is voor een goede fysieke leefomgeving) en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in dit hoofdstuk zijn gesteld, is verplicht:
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
In dit hoofdstuk worden de bouwmogelijkheden en situering van bebouwing onder andere bepaald op basis van de gebiedsaanwijzing H26 - bouwvlak. In dit tijdelijke hoofdstuk tijdens de transitiefase van het Omgevingsplan gemeente Ede wordt in de juridische regels kortheidshalve alleen gesproken over 'bouwvlak' of 'gekoppeld bouwvlak' zonder dat per juridische regels een zogenaamde annotatie wordt gemaakt naar de hiervoor genoemde gebiedsaanwijzing.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluitkwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit plan kan worden verbonden.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 26.11 (gebruiksactiviteiten binnen de toegedeelde functie)
Op een locatie binnen de gebiedsaanwijzing H26 - agrarisch zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen;
activiteiten gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van landschapswaarden en groenvoorzieningen;
activiteiten gericht op behoud, herstel en bescherming van cultuurhistorische waarden in de vorm van onverharde wegen en paden;
noodzakelijke toegangswegen ten dienste van (aangrenzende) bestemming(en).
Ondergeschikt aan het gebruik in het eerste lid is toegestaan:
Artikel 26.12 (algemene regels gebruik)
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende specifieke verboden:
opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
het exploiteren van een IPPC-installatie is niet toegestaan;
activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII Besluit kwaliteit leefomgeving zijn niet toegestaan;
activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zijn niet toegestaan (artikel 5.78b Besluit kwaliteit leefomgeving);
activiteiten die worden aangemerkt als m.e.r.-plichtig project zoals bedoeld in bijlage V Omgevingsbesluit zijn niet toegestaan;
het gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige woonruimte is niet toegestaan, met uitzondering van huisvesting in verband met mantelzorg;
seksinrichtingen zijn niet toegestaan;
zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan;
zelfstandige detailhandel is niet toegestaan;
zelfstandige horeca is niet toegestaan;
gastouderschap of kinderopvang is niet is toegestaan.
Artikel 26.14 (vergunningplichtige gebruiksactiviteiten met afwegingsruimte)
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de hierna aangegeven activiteit(en) te verrichten, waarbij het het bevoegd gezag afwegingsruimte heeft om een omgevingsvergunning te verlenen voor die activiteit(en) met inachtneming van de beoordelingsregels in de genoemde artikelen:
het gebruik van een paardenbak buiten het bouwvlak, met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.15.
Artikel 26.15 (beoordelingsregels: paardenbak buiten bouwvlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik ten behoeve van een paardenbak buiten het bouwvlak, met inachtneming van de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten zoals bepaald in artikel 26.19.
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat:
terreinafscheidingen tot een hoogte van 1,5 meter buiten het bouwvlak zijn toegestaan;
bestaande hulpgebouwen en schuilgelegenheden buiten het bouwvlak zijn toegestaan, inclusief noodzakelijke keerwanden met een maximum hoogte van 1 meter ten behoeve van kleinschalige aan het gebruik gerelateerde opslag;
groeibegeleidende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat:
de afstand van bebouwing tot de as van de weg mag niet minder bedragen dan 15 meter.
Artikel 26.17 (bedrijfsgebouwen)
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:
Artikel 26.18 (bouwwerken, geen gebouwen zijnde)
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van silo’s mag niet meer bedragen dan 15 meter;
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter;
sleufsilo’s en/of kuilvoerplaten moeten zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de bouwhoogte van een afrastering/ omheining van een paardenbak mag niet meer bedragen dan 1,5 meter en moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Artikel 26.19 (paardenbakken buiten het bouwvlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.16, onder a voor het realiseren van één paardenbak buiten het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
plaatsing binnen het bouwvlak is niet mogelijk of niet doelmatig;
de paardenbak grenst direct aan het bouwvlak en moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de totale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 800 m²;
de bouwhoogte van afrasteringen/omheiningen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
het plaatsen van een paardenbak buiten het bouwvlak leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
het plaatsen van verlichting bij de paardenbak is niet toegestaan.
Artikel 26.20 (afstand tot de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.16, onder b voor het verkleinen van de afstand van de bebouwing tot de as van de weg, met inachtneming van de volgende bepalingen:
het verkleinen van de afstand is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
het verkleinen van de afstand is noodzakelijk voor een verantwoorde bedrijfsvoering;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het verkleinen van de afstand leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.21 (omgevingsvergunning)
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering.
Artikel 26.22 (beoordelingsregels)
De in artikel 26.21 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
Artikel 26.23 (uitzonderingen)
Het in artikel 26.21 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Artikel 26.24 (gebruiksactiviteiten binnen de toegedeelde functie)
Op een locatie binnen de gebiedsaanwijzing H26 - bedrijf zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
bedrijven zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (buitengebied) (buitengebied) bij deze regels;
ter plaatse van het werkingsgebied H26 - kantoor is uitsluitend een kantoor toegestaan;
wonen in een bedrijfswoning, voor zover dat in de gebruiks- en bouwregels mogelijk is gemaakt;
activiteiten gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van landschapswaarden en groenvoorzieningen;
activiteiten gericht op behoud, herstel en bescherming van cultuurhistorische waarden in de vorm van onverharde wegen en paden;
noodzakelijke toegangswegen ten dienste van (aangrenzende) bestemming(en);
Ondergeschikt aan het gebruik in het eerste lid is toegestaan:
Artikel 26.25 (algemene regels gebruik)
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
per bouwvlak of gekoppeld bouwvlak is maximaal één bedrijf toegestaan.
aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat de omvang van de activiteit niet meer mag bedragen dan 50 m² en plaats moet vinden in de woning;
ondergeschikte detailhandel is toegestaan, met dien verstande dat het uitsluitend verkoop van ter plaatse geproduceerde streekeigen producten betreft met een maximum oppervlakte van 50 m²;
buitenopslag is niet toegestaan, met uitzondering van bestaande buitenopslag vóór 23 juni 2011;
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende specifieke verboden:
opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
het exploiteren van een IPPC-installatie is niet toegestaan;
activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII Besluit kwaliteit leefomgeving zijn niet toegestaan;
activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zijn niet toegestaan (artikel 5.78b Besluit kwaliteit leefomgeving);
activiteiten die worden aangemerkt als m.e.r.-plichtig project zoals bedoeld in bijlage V Omgevingsbesluit zijn niet toegestaan;
het gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige woonruimte is niet toegestaan, met uitzondering van huisvesting in verband met mantelzorg;
seksinrichtingen zijn niet toegestaan;
zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan;
zelfstandige detailhandel is niet toegestaan;
zelfstandige horeca is niet toegestaan;
gastouderschap of kinderopvang is niet is toegestaan.
Artikel 26.27 (vergunningplichtige gebruiksactiviteiten met afwegingsruimte)
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de hierna aangegeven activiteit(en) te verrichten, waarbij het het bevoegd gezag afwegingsruimte heeft om een omgevingsvergunning te verlenen voor die activiteit(en) met inachtneming van de beoordelingsregels in de genoemde artikelen:
het gebruiken van een locatie voor een bedrijf dat niet is toegestaan op grond van het bepaalde in artikel 26.24, eerste lid, met uitzondering van de activiteiten genoemd in artikel 26.26 en met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.28;
buitenopslag, met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.29;
het gebruik van een gebouw voor bed & breakfast, met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.30.
Artikel 26.28 (beoordelingsregels: vergelijkbaar bedrijf)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik ten behoeve van een ander bedrijf dat naar aard, milieubelasting en ruimtelijke impact (verkeersaantrekkende werking, schade aan het wegennet, ruimtebeslag, aantal arbeidsplaatsen e.d.) vergelijkbaar is met het op grond van artikel 26.24, eerste lid toegestane bedrijf, met dien verstande dat de afwijking niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.29 (beoordelingsregels: buitenopslag)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik ten behoeve van buitenopslag, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de buitenopslag is noodzakelijk voor een verantwoorde bedrijfsvoering;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
de buitenopslag leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.30 (beoordelingsregels: bed & breakfast)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik ten behoeve van een Bed & Breakfast, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
een Bed & Breakfast met een bruto vloeroppervlakte van maximaal 50 m² kan binnen de woning worden toegestaan en/of in een legaal aanwezig bijgebouw, waarbij de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 75 m² met maximaal 4 slaapplaatsen;
het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning onder voorwaarde van een bedrijfsmatige exploitatie, een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het bijhouden van een nachtregister;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het verblijf binnen een Bed & Breakfast is beperkt tot een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken;
de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer (via de bestaande uitweg) en het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat terreinafscheidingen tot een hoogte van 1,5 meter buiten het bouwvlak zijn toegestaan
de afstand van bebouwing tot de as van de weg mag niet minder bedragen dan 15 meter;
de afstand van bebouwing tot de zijdelingse en achterste bouwperceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 meter, met uitzondering van terreinafscheidingen;
de totale oppervlakte aan gebouwen en overkappingen per bouwvlak of een gekoppeld bouwvlak mag, met uitzondering van het bepaalde in de artikelen 26.33 en 26.34 niet meer bedragen dan 300 m², tenzij anders is aangegeven met de omgevingsnorm H26 - maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing (m2).
Artikel 26.32 (bedrijfsgebouwen)
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:
Artikel 26.33 (bedrijfswoningen)
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
tenzij anders is aangeduid met de omgevingsnorm H26 - maximum aantal wooneenheden, is per bouwvlak of een gekoppeld bouwvlak ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan;
de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer bedragen dan 660 m³;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter.
de dakhelling van een bedrijfswoning, met uitzondering van aan- en uitbouwen, mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º.
bij vervangende nieuwbouw dient de bedrijfswoning te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning.
Artikel 26.34 (bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen)
Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning of woongebouw gelden de volgende bepalingen:
Artikel 26.35 (bouwwerken, geen gebouwen zijnde)
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter;
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Artikel 26.36 (overschrijding van het bouwvlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.31, onder a voor het bouwen van een gebouw dat de grenzen van het bouwvlak overschrijdt, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de overschrijding is alleen toelaatbaar voor zover plaatsing in het bouwvlak niet mogelijk of niet doelmatig is;
de overschrijding mag niet meer bedragen dan 5 meter;
het overschrijden van het bouwvlak mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan.
Artikel 26.37 (herbouw op een andere locatie)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.33, onder f voor de herbouw van de bedrijfswoning op een andere locatie binnen het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
herbouw op een andere locatie is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan;
herbouw op een andere locatie leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.38 (afstand tot de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.31, onder b en c voor het verkleinen van de afstand van de bebouwing tot de as van de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens, met inachtneming van de volgende bepalingen:
het verkleinen van de afstand is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
het verkleinen van de afstand is noodzakelijk voor een verantwoorde bedrijfsvoering;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het verkleinen van de afstand leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.39 (goothoogte (doorrijhoogte))
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.32, onder a voor het verhogen van de goothoogte om de doorrijhoogte te vergroten, met inachtneming van de volgende bepalingen:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.32, onder c voor het realiseren van bedrijfsgebouwen met plat afgedekte daken, met inachtneming van de volgende bepalingen:
Artikel 26.41 (bouwen voor mantelzorg)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.33, onder b voor het vergroten van de inhoudsmaat van een bedrijfswoning voor het bieden van mantelzorg, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de vergroting is noodzakelijk voor het bieden van mantelzorg;
de vergroting van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 100 m³;
vergroting is alleen toelaatbaar voor zover het bieden van mantelzorg binnen de bestaande bedrijfswoning niet mogelijk of redelijk is;
er bestaat aantoonbaar behoefte aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden;
er wordt een schriftelijke verklaring overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van mantelzorg;
er mag geen zelfstandige woonruimte ontstaan;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de vergroting leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.35, onder b voor het bouwen van een windturbine binnen of aansluitend aan het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van een windturbine mag niet meer bedragen dan 15 meter;
per bouwvlak of aansluitend daaraan is ten hoogste 1 windturbine toegestaan en deze moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
indien de windturbine gerealiseerd wordt aansluitend aan het bouwvlak, dan mag de afstand tot het bouwvlak niet meer bedragen dan 10 meter;
er is sprake van een landschappelijke inpassing;
het plaatsen van de windturbine leidt niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.43 (oppervlak bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoning)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.34, onder a voor het vergroten van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen kan worden vergroot tot maximaal 150 m²;
bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van deze uitbreiding betrekt het bevoegd gezag zowel de omvang van het bouwperceel als alle reeds aanwezige bijgebouwen, overkappingen en aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw;
de uitbreiding is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
het vergroten van de oppervlakte leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.44 (uitbreiden inhoud bedrijfswoning)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.33, onder b voor de maximale inhoud van een bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale inhoud van een bedrijfswoning kan worden vergroot tot maximaal 1000 m³;
voor elke extra kuub dient 1,5 maal zoveel aan compenserende sloopmeters uit de Regio FoodValley te worden ingezet conform de Beleidsuitwerking Functieverandering 2024.
er moet worden aangetoond dat de benodigde sloopmeters inzetbaar zijn;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
de uitbreiding leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
Indien de in het eerst, onder sub b bedoelde (beleids)regel wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Artikel 26.45 (zonneveld buiten het bouwvlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van artikel 26.31, onder a voor het realiseren van een zonneveld buiten het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
plaatsing binnen het bouwvlak (bij voorkeur op daken) is niet mogelijk of niet doelmatig;
het zonneveld grenst direct aan het bouwvlak en moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de omgevingsvergunning kan alleen worden verleend voor gronden met de functie 'Agrarisch', 'Bedrijf' of 'Bos';
de netto-oppervlakte van het zonneveld mag niet meer dan 150 m² bedragen;
de hoogte van de zonnepanelen, inclusief constructie, mag niet meer dan 70 cm bedragen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing met inachtneming van aanwezige cultuurhistorische en ecologische waarden;er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het zonneveld leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.46 (omgevingsvergunning)
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering.
Artikel 26.47 (beoordelingsregels)
De in artikel 26.46 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
Artikel 26.48 (uitzonderingen)
Het in artikel 26.46 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Artikel 26.49 (gebruiksactiviteiten binnen de toegedeelde functie)
Op een locatie binnen de gebiedsaanwijzing H26 - natuur zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuur en landschapswaarden:
verharde en onverharde wegen en paden, voor zover noodzakelijk en in verhouding tot natuurdoelstellingen;
bescherming van ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden:
water en waterhuishoudkundige voorzieningen:
extensief recreatief medegebruik.
Artikel 26.50 (verbod bouwen bouwwerken)
Het is verboden om bouwwerken te bouwen op locaties zoals genoemd in artikel 26.49.
Artikel 26.51 (omgevingsvergunning)
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering.
Artikel 26.52 (beoordelingsregels)
De in artikel 26.51 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
Artikel 26.53 (uitzonderingen)
Het in artikel 26.51 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Artikel 26.54 (gebruiksactiviteiten binnen de toegedeelde functie)
Op een locatie binnen de gebiedsaanwijzing H26 - recreatie zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Ondergeschikt aan het gebruik in het eerste lid is toegestaan:
aan huis verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsactiviteiten;
detailhandel;
horeca;
dienstverlening;
voorzieningen voor verkeer en verblijf;
verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen;
speelvoorzieningen;
groenvoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Artikel 26.55 (algemene regels gebruik)
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken geldende volgende bepalingen:
aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat de omvang van de activiteit niet meer mag bedragen dan 50 m² en plaats moet vinden in de woning;
recreatiewoningen mogen uitsluitend worden gebruikt voor recreatief gebruik op basis van een bedrijfsmatige exploitatie;
ter plaatse van het werkingsgebied H26 - kampeermiddelen is uitsluitend gebruik voor kamperen met mobiele kampeermiddelen toegestaan;
ter plaatse van het werkingsgebied H26 - landschapselement mogen gronden uitsluitend worden gebruikt voor het aanleggen, versterken en/of in stand houden van landschapselementen.
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken geldende volgende specifieke verboden:
het gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige woonruimte is niet toegestaan;
het gebruiken van een gebouw voor bed & breakfast en overige nevenactiviteiten is niet toegestaan;
buitenopslag is niet toegestaan;
seksinrichtingen zijn niet toegestaan;
Het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor permanente bewoning of het huisvesten van werknemers is niet toegestaan;
Het gebruik van centrale voorzieningen, anders dan ten behoeve van de verblijfsrecreatieve bedrijfsuitoefening is niet toegestaan.
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat terreinafscheidingen tot een hoogte van 1,5 meter buiten het bouwvlak zijn toegestaan
de afstand van bebouwing tot de as van de weg mag niet minder bedragen dan 15 meter;
de afstand van bebouwing tot de zijdelingse en achterste bouwperceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 meter, met uitzondering van terreinafscheidingen;
per bouwvlak of een gekoppeld bouwvlak mag de maximale bebouwing niet meer bedragen dan de bestaande legale bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit.
Artikel 26.58 (bedrijfsgebouwen)
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:
Artikel 26.59 (bedrijfswoningen)
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
tenzij anders is aangeduid met de omgevingsnorm H26 - maximum aantal wooneenheden, is per bouwvlak of een gekoppeld bouwvlak ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan;
de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer bedragen dan 660 m³;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter.
de dakhelling van een bedrijfswoning, met uitzondering van aan- en uitbouwen, mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º.
bij vervangende nieuwbouw dient de bedrijfswoning te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning.
Artikel 26.60 (bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen)
Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning of woongebouw gelden de volgende bepalingen:
Artikel 26.61 (bouwwerken, geen gebouwen zijnde)
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter;
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Artikel 26.62 (overschrijding van het bouwvlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.57, onder a voor het bouwen van een gebouw dat de grenzen van het bouwvlak overschrijdt, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de overschrijding is alleen toelaatbaar voor zover plaatsing in het bouwvlak niet mogelijk of niet doelmatig is;
de overschrijding mag niet meer bedragen dan 5 meter;
het overschrijden van het bouwvlak mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan.
Artikel 26.63 (herbouw op een andere locatie)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.59, onder f voor de herbouw van de bedrijfswoning op een andere locatie binnen het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
herbouw op een andere locatie is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan;
herbouw op een andere locatie leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.64 (afstand tot de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.57, onder b en c voor het verkleinen van de afstand van de bebouwing tot de as van de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens, met inachtneming van de volgende bepalingen:
het verkleinen van de afstand is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
het verkleinen van de afstand is noodzakelijk voor een verantwoorde bedrijfsvoering;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het verkleinen van de afstand leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.58, onder c voor het realiseren van bedrijfsgebouwen met plat afgedekte daken, met inachtneming van de volgende bepalingen:
Artikel 26.66 (bouwen voor mantelzorg)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.59, onder b voor het vergroten van de inhoudsmaat van een bedrijfswoning voor het bieden van mantelzorg, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de vergroting is noodzakelijk voor het bieden van mantelzorg;
de vergroting van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 100 m³;
vergroting is alleen toelaatbaar voor zover het bieden van mantelzorg binnen de bestaande bedrijfswoning niet mogelijk of redelijk is;
er bestaat aantoonbaar behoefte aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden;
er wordt een schriftelijke verklaring overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van mantelzorg;
er mag geen zelfstandige woonruimte ontstaan;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de vergroting leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.61, onder b voor het bouwen van een windturbine binnen of aansluitend aan het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van een windturbine mag niet meer bedragen dan 15 meter;
per bouwvlak of aansluitend daaraan is ten hoogste 1 windturbine toegestaan en deze moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
indien de windturbine gerealiseerd wordt aansluitend aan het bouwvlak, dan mag de afstand tot het bouwvlak niet meer bedragen dan 10 meter;
er is sprake van een landschappelijke inpassing;
het plaatsen van de windturbine leidt niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.68 (oppervlak bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoning)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.60, onder a voor het vergroten van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen kan worden vergroot tot maximaal 150 m²;
bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van deze uitbreiding betrekt het bevoegd gezag zowel de omvang van het bouwperceel als alle reeds aanwezige bijgebouwen, overkappingen en aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw;
de uitbreiding is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
het vergroten van de oppervlakte leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.69 (uitbreiden inhoud bedrijfswoning)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.59, onder b voor de maximale inhoud van een bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale inhoud van een bedrijfswoning kan worden vergroot tot maximaal 1000 m³;
voor elke extra kuub dient 1,5 maal zoveel aan compenserende sloopmeters uit de Regio FoodValley te worden ingezet conform de Beleidsuitwerking Functieverandering 2024.
er moet worden aangetoond dat de benodigde sloopmeters inzetbaar zijn;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
de uitbreiding leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
Indien de in het eerst, onder sub b bedoelde (beleids)regel wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Artikel 26.70 (zonneveld buiten het bouwvlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van artikel 26.57, onder a voor het realiseren van een zonneveld buiten het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
plaatsing binnen het bouwvlak (bij voorkeur op daken) is niet mogelijk of niet doelmatig;
het zonneveld grenst direct aan het bouwvlak en moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de omgevingsvergunning kan alleen worden verleend voor gronden met de functie 'Agrarisch', 'Bedrijf' of 'Bos';
de netto-oppervlakte van het zonneveld mag niet meer dan 150 m² bedragen;
de hoogte van de zonnepanelen, inclusief constructie, mag niet meer dan 70 cm bedragen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing met inachtneming van aanwezige cultuurhistorische en ecologische waarden;er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het zonneveld leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.71 (omgevingsvergunning)
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering.
Artikel 26.72 (beoordelingsregels)
De in artikel 26.71 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
Artikel 26.73 (uitzonderingen)
Het in artikel 26.71 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Artikel 26.74 (gebruiksactiviteiten binnen de toegedeelde functie)
Op een locatie binnen de gebiedsaanwijzing H26 - wonen zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Ondergeschikt aan het gebruik in het eerste lid is toegestaan:
aan huis verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsactiviteiten;
hospita(kamer)verhuur;
het uitoefenen van agrarische nevenactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van het werkingsgebied H26 - agrarisch nevenactiviteit;
het gebruik ten behoeve van een paardenbak;
tuinen, erven en verharding;
water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Artikel 26.75 (algemene regels gebruik)
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat de omvang van de activiteit niet meer mag bedragen dan 50 m² en plaats moet vinden in de woning en moet worden uitgevoerd door de hoofdbewoner(s);
ondergeschikte detailhandel is toegestaan, met dien verstande dat het uitsluitend verkoop van ter plaatse geproduceerde streekeigen producten betreft met een maximum oppervlakte van 50 m².
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende specifieke verboden:
opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
het exploiteren van een IPPC-installatie is niet toegestaan;
activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII Besluit kwaliteit leefomgeving zijn niet toegestaan;
activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zijn niet toegestaan (artikel 5.78b Besluit kwaliteit leefomgeving);
activiteiten die worden aangemerkt als m.e.r.-plichtig project zoals bedoeld in bijlage V Omgevingsbesluit zijn niet toegestaan;
het gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige woonruimte is niet toegestaan, met uitzondering van huisvesting in verband met mantelzorg;
seksinrichtingen zijn niet toegestaan;
zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan;
zelfstandige detailhandel is niet toegestaan;
zelfstandige horeca is niet toegestaan;
gastouderschap of kinderopvang is niet is toegestaan;
buitenopslag is niet toegestaan.
Artikel 26.77 (vergunningplichtige gebruiksactiviteiten met afwegingsruimte)
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de hierna aangegeven activiteit(en) te verrichten, waarbij het het bevoegd gezag afwegingsruimte heeft om een omgevingsvergunning te verlenen voor die activiteit(en) met inachtneming van de beoordelingsregels in de genoemde artikelen:
het uitvoeren van een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit in een bijgebouw, met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.78;
Het gebruiken van een gebouw voor een bed & breakfast, met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.79;
het gebruiken van zorggerelateerde voorzieningen in een bijgebouw, met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.80;
het splitsen van een woning, met inachtneming van de beoordelingsregels in artikel 26.81;
Artikel 26.78 (beoordelingsregels: aan huis verbonden beroep of bedrijf)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik ten behoeve van een aan huis verbonden beroep of kleinschalig bedrijf in een bijgebouw, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m²;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de activiteit leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en/of ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
de activiteit een ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en het parkeren dient op het eigen perceel te worden ingericht;het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning uitsluitend aan de hoofdbewoner van de betreffende woning en is niet overdraagbaar.
Artikel 26.79 (beoordelingsregels: bed & breakfast)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik ten behoeve van een Bed & Breakfast, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
een Bed & Breakfast met een bruto vloeroppervlakte van maximaal 50 m² kan binnen de woning worden toegestaan en/of in een legaal aanwezig bijgebouw, waarbij de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 75 m² met maximaal 4 slaapplaatsen;
het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning onder voorwaarde van een bedrijfsmatige exploitatie, een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het bijhouden van een nachtregister;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het verblijf binnen een Bed & Breakfast is beperkt tot een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken;
de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer (via de bestaande uitweg) en het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.
Artikel 26.80 (beoordelingsregels: zorggerelateerde voorzieningen)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van (tijdelijke) zorgvoorzieningen in een bijbehorend bouwwerk, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
(tijdelijke) zorgvoorzieningen kunnen binnen een legaal aanwezig bijbehorend bouwwerk worden toegestaan tot een maximale oppervlakte van 75 m²;
bij professionele zorg op commerciële basis moet bij de aanvraag een bedrijfsplan worden ingediend, waarmee de uitvoerbaarheid van de vergunning aannemelijk wordt gemaakt;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer (via bestaande uitweg) en het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden;
de omgevingsvergunning wordt verleend onder de voorwaarde dat alle voorzieningen die strekken tot zorgverlening worden verwijderd na verloop van de vergunning of zodra geen sprake meer van zorgverlening is zoals in de vergunning beschreven.
Artikel 26.81 (beoordelingsregels: woningsplitsing met sloopcompensatie)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels voor het splitsen van een woning naar twee of meer woningen, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend voor gronden met de functie ‘Wonen’;
voor elk extra woonrecht dient 300 m² aan inzetbare compenserende sloopmeters uit de Regio Foodvalley te worden ingezet conform de Beleidsuitwerking Functieverandering 2024;
er moet worden aangetoond dat de benodigde sloopmeters inzetbaar zijn;
een woning mag gesplitst worden in maximaal 4 woningen;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de splitsing leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
Indien de in het eerst, onder sub b bedoelde (beleids)regel wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
de afstand van bebouwing tot de as van de weg mag niet minder bedragen dan 15 meter;
de afstand van bebouwing tot de zijdelingse en achterste bouwperceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 meter, met uitzondering van terreinafscheidingen.
ter plaatse van het werkingsgebied H26 - karakteristiek is het niet toegestaan bouwwerken zonder omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk te veranderen, vernieuwen of te slopen, met inachtneming van de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 26.98, tenzij het uitwendig karakter van het bouwwerk in bestaande toestand niet wordt veranderd voor wat betreft de hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen, de dakvorm, de nokrichting en de dakhelling alsmede de gevelindeling door ramen, deuropeningen en erkers.
het bepaalde onder sub c is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale onderhoud en beheer.
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen:
per functievlak of een gekoppeld functievlak is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij anders is aangeduid met de omgevingsnorm H26 - maximum aantal wooneenheden;
de inhoud van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer bedragen dan 660 m³, tenzij anders is aangegeven met de omgevingsnorm H26 - maximum volume (m3);
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter.
de dakhelling van een woning, met uitzondering van aan- en uitbouwen, mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º.
bij vervangende nieuwbouw dient de woning te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande woning;
indien een bouwvlak is opgenomen, dan dient de woning binnen dat bouwvlak te worden gebouwd.
Artikel 26.84 (woning in de vorm van woongebouw)
Voor het bouwen van een woning in de vorm van een woongebouw gelden de volgende bepalingen:
ter plaatse van het werkingsgebied H26 - woongebouw is per bouwvlak of gekoppeld bouwvlak ten hoogste één woongebouw toegestaan met het aantal wooneenheden zoals met de omgevingsnorm H26 - maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden is aangegeven;
de totale inhoud van een woongebouw, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer bedragen dan is aangegeven met de omgevingsnorm H26 - maximum volume (m3);
eventuele resterende bouwruimte wordt 50/50 verdeeld over de wooneenheden, tenzij de eigenaren een andere verdeling overeenkomen;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter.
de dakhelling, met uitzondering van aan- en uitbouwen, mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º;
bij vervangende nieuwbouw dient het woongebouw te worden gebouwd ter plaatse van het bestaande woongebouw;
indien een bouwvlak is opgenomen, dan dient de woning binnen dat bouwvlak te worden gebouwd.
Artikel 26.85 (woning in de vorm van een vila)
Voor het bouwen van een villa gelden de volgende bepalingen:
ter plaatse van het werkingsgebied H26 - villa is per bouwvlak ten hoogste één villa toegestaan;
de totale inhoud van een villa, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer bedragen dan 1.100m³;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter.
de dakhelling, met uitzondering van aan- en uitbouwen, mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º.
bij vervangende nieuwbouw dient de villa te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande villa.
Artikel 26.86 (bouwen geluidgevoelig gebouw - hoger toegestane geluidsniveau)
Ter plaatse van het werkingsgebied H26 - verhoogde geluidsbelasting is het toegestaan een geluidgevoelig hoofdgebouw te realiseren waarbij de geluidbelasting afwijkt van de standaardwaarden zoals bedoeld in tabel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
de gezamenlijke geluidbelasting op de gevel(s) van het geluidgevoelige hoofdgebouw wordt vastgesteld conform de waarde(n) zoals aangegeven in de akoestische onderzoeken zoals bedoeld in onderstaande tabel 26.0;
voor het bepalen van de onder sub a genoemde geluidsbelasting worden alle relevante bronnen, waaronder milieubelastende activiteiten, betrokken;
de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden in het hoofdgebouw dient minimaal de waarde te zijn zoals is bepaald onder sub a minus 33 dB, hetgeen moet worden aangetoond bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het betreffende geluidsgevoelige hoofdgebouw.
Artikel 26.87 (bijgebouwen en overkappingen bij woningen of woongebouw)
Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij een woning of woongebouw gelden de volgende bepalingen:
de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 75 m² per woning en 50 m² per wooneenheid voor een woongebouw, tenzij anders is aangegeven met de omgevingsnorm H26 - maximum oppervlakte bijgebouwen (m2);
in afwijking van het bepaalde onder sub a, mag ter plaatse van het werkingsgebied H26 - villa de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedragen dan 150 m²;
ter plaatse het werkingsgebied H26 - woongebouw is het toegestaan om in afwijking van het bepaalde in sub a, en volledig in de plaats daarvan, maximaal 150 m² per wooneenheid inpandig te realiseren indien daarvoor een landschappelijke en/of stedenbouwkundige noodzaak bestaat;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,30 meter.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6,60 meter.
de dakhelling mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º.
ter plaatse van het werkingsgebied H26 - vergunningvrije bijbehorende bouwwerken uitgesloten geldt dat gronden niet worden beschouwd als 'achtererfgebied' in de zin van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan en het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 26.88 (bouwwerken, geen gebouwen zijnde)
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter;
de totale oppervlakte aan paardenbakken mag niet meer bedragen dan 800 m² en moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn. De bouwhoogte van een afrastering/ omheining mag hiervoor niet meer bedragen dan 1,5 meter;
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Artikel 26.89 (herbouw op een andere locatie)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.83, onder f en artikel 26.84 onder g voor de herbouw van de bedrijfswoning of woongebouw op een andere locatie binnen het functievlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
herbouw op een andere locatie is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan;
herbouw op een andere locatie leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.90 (herbouw bijgebouw van woning of woongebouw)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.87, onder a voor de herbouw van bijgebouwen voor zover dit de maximale oppervlakte overschrijdt, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de maximum oppervlakte van artikel 26.87 kan worden vergroot met maximaal 50% van de bestaande overschrijding aan bijgebouwen met een absoluut maximum van 200 m²;
de herbouw is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan;
herbouw op een andere locatie leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.91 (paardenbak met schuilgelegenheid buiten het functievlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor voor het realiseren van een paardenbak met schuilgelegenheid buiten het functievlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
plaatsing binnen het functievlak is niet mogelijk of niet doelmatig;
de paardenbak en de schuilgelegenheid grenzen direct aan het functievlak en deze moeten zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de omgevingsvergunning kan alleen worden verleend voor gronden met een agrarische functie;
de totale oppervlakte van de paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m²;
de totale oppervlakte van de schuilgelegenheid mag niet meer bedragen dan 25 m², met inachtneming van de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van afrasteringen/omheiningen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
het plaatsen van een paardenbak en schuilgelegenheid buiten het functievlak leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.92 (afstand tot de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.82, onder a en b voor het verkleinen van de afstand van de bebouwing tot de as van de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens, met inachtneming van de volgende bepalingen:
het verkleinen van de afstand is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
het verkleinen van de afstand is noodzakelijk voor een verantwoorde bedrijfsvoering;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het verkleinen van de afstand leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.93 (bouwen voor mantelzorg)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.83, onder b en artikel 26.84 onder b voor het vergroten van de inhoudsmaat van een woning voor het bieden van mantelzorg, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de vergroting is noodzakelijk voor het bieden van mantelzorg;
de vergroting van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 100 m³;
vergroting is alleen toelaatbaar voor zover het bieden van mantelzorg binnen de bestaande bedrijfswoning niet mogelijk of redelijk is;
er bestaat aantoonbaar behoefte aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden;
er wordt een schriftelijke verklaring overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van mantelzorg;
er mag geen zelfstandige woonruimte ontstaan;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de vergroting leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.94 (oppervlak bijgebouwen en overkappingen bij een woning of woongebouw)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.87, onder a voor het vergroten van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een woning of woongebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen kan worden vergroot tot maximaal 150 m²;
bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van deze uitbreiding betrekt het bevoegd gezag zowel de omvang van het bouwperceel als alle reeds aanwezige bijgebouwen, overkappingen en aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw;
de uitbreiding is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
het vergroten van de oppervlakte leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.95 (oppervlak bijgebouwen en overkappingen bij woning of woongebouw tot 200 m² met sloopcompensatie)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.87, onder a voor het vergroten van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een woning of woongebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen kan worden vergroot tot maximaal 200 m²;
voor elke extra m² groter dan 150 m² dienen compenserende sloopmeters uit de Regio Foodvalley te worden ingezet conform de Beleidsuitwerking Functieverandering 2024;
bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van deze uitbreiding betrekt het bevoegd gezag zowel de omvang van het bouwperceel als alle reeds aanwezige bijgebouwen, overkappingen en aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw;
de uitbreiding is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
het vergroten van de oppervlakte leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Indien de in het eerst, onder sub b bedoelde (beleids)regel wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Artikel 26.96 (uitbreiden inhoud woning of -woongebouw)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.83, onder b en artikel 26.84, onder b voor de maximale inhoud van een woning of woongebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale inhoud van een woning of woongebouw kan worden vergroot tot maximaal 1000 m³;
voor elke extra kuub dienen compenserende sloopmeters uit de Regio Foodvalley te worden ingezet conform de Beleidsuitwerking Functieverandering 2024;
er moet worden aangetoond dat de benodigde sloopmeters inzetbaar zijn;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
de uitbreiding leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
Indien de in het eerst, onder sub b bedoelde (beleids)regel wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Artikel 26.97 (zonneveld buiten bouwvlak)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het realiseren van een zonneveld buiten het bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen:
plaatsing binnen het bouwvlak (bij voorkeur op daken) is niet mogelijk of niet doelmatig;
het- zonneveld grenst direct aan het bouwvlak en moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de omgevingsvergunning kan alleen worden verleend voor gronden met de functie 'Agrarisch' of 'Bos'.
de netto-oppervlakte van het zonneveld mag niet meer dan 150 m² bedragen;
de hoogte van de zonnepanelen, inclusief constructie, mag niet meer dan 70 cm bedragen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing met inachtneming van aanwezige cultuurhistorische en ecologische waarden;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het zonneveld leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
Artikel 26.98 (karakteristiek)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het geheel of gedeeltelijk veranderen, vernieuwen en/of slopen van bouwwerken ter plaatse van het werkingsgebied H26 - karakteristiek, met inachtneming van de volgende bepalingen:
door het geheel of gedeeltelijk veranderen, vernieuwen en/of slopen dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen wordt geen blijvend onevenredig afbreuk gedaan aan de karakteristieke waarden van het bouwwerk en waarbij hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen, en:
een strikte toepassing van het verbod op het geheel of gedeeltelijk veranderen, vernieuwen en/of slopen van bebouwing zou leiden tot een onevenredig grote beperking voor het op de functie gerichte gebruik.
Artikel 26.99 (omgevingsvergunning)
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering.
Artikel 26.100 (beoordelingsregels)
De in artikel 26.99 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
Artikel 26.101 (uitzonderingen)
Het in artikel 26.99 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Paragraaf 26.3.1 is van toepassing op het verrichten van activiteiten, zoals genoemd in het tweede lid, binnen het werkingsgebied:
Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten voor zover die bestaan uit:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verhogen en/of verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering;
het aanleggen (containervelden) of aanplanten van houtige gewassen en houtopstanden
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
het behoud en versterken van landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit;
het behoud en versterken van de biodiversiteit en ecologische waarden/structuren;
het beschermen van het woon- en leefklimaat;
het beschermen van de gezondheid;
het behoud en versterking van een duurzame leefomgeving;
het behoud en beschermen van waardevol open landschap;
het behoud, versterken en ontwikkeling van cultuurhistorische landschapswaarden.
Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 26.104, is niet van toepassing op activiteiten zoals beschreven in artikel 26.102, tweede lid voor zover sprake is van:
activiteiten gericht op het normaal onderhoud, beheer en gebruik van de gronden conform de toegedeelde functie in afdeling 26.2;
activiteiten die plaatsvinden binnen een bouwvlak, met uitzondering van het ophogen en/of verlagen met meer dan 30 cm.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de in artikel 26.102, tweede lid genoemde activiteiten uit te voeren.
De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 26.104, kan worden verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in artikel 26.102, derde lid beschreven oogmerken.
In het belang van de in artikel 26.102, derde lid beschreven oogmerken kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 26.104, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een omschrijving van de voorgenomen activiteiten en de effecten van de activiteiten op de doelstelling zoals is bepaald in artikel 26.102, derde lid;
een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatiepunten, met de exacte locatie van de activiteit;
de afmetingen van het werk of de omvang van de werkzaamheid; en
de te gebruiken materialen.
Op verzoek van het bevoegd gezag wordt zo nodig aanvullende informatie verstrekt indien dat voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is.
Paragraaf 26.3.2 is van toepassing op het verrichten van activiteiten binnen de werkingsgebied H26 - beschermingszone archeologie, voor zover die bestaan uit het verstoren van de bodem door:
grondwerkzaamheden, waartoe in elk geval worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden;
grondwerkzaamheden waarbij hei-/ boorpalen en/of andere voorzieningen (onder andere voor leidingen voor transport, energie of telecommunicatie en daarmee verband houdende constructies) de grond in worden gebracht;
vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
het verhogen en/of verlagen van het waterpeil;
het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage;
het aanplanten of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 26.110, is niet van toepassing als wordt voldaan aan één of meer van de volgende regels:
het gaat om normaal gebruik, beheer en onderhoud ten behoeve van de toegekende functie zoals bepaald in paragraaf 26.2;
het gaat om werkzaamheden ten dienste van archeologisch onderzoek door een ter zake deskundige;
het gaat om werkzaamheden die niet dieper gaan dan aangegeven in de omgevingsnorm H26 - archeologie diepte (cm);
het gaat om werkzaamheden met een totale oppervlakte dat kleiner is dan aangegeven in de omgevingsnorm H26 - archeologie oppervlakte (m2), waarbij artikel 26.7 van overeenkomstig toepassing is bij het bepalen van de oppervlakte;
het gaat om werkzaamheden ten behoeve van de toegekende functies zoals bepaald in paragraaf 26.2, indien het betreft: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en bodemdiepte niet wordt vergroot.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de in artikel 26.108, eerste lid genoemde activiteiten uit te voeren.
De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 26.110, wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad op basis van:
archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd door een ter zake deskundige, waaruit blijkt dat:
archeologische informatie dat al beschikbaar is bij het bevoegd gezag en de gemeentelijk archeologisch deskundige op basis daarvan kan vaststellen dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel dat op basis van concrete maatregelen aangetoond kan worden dat de archeologische waarden in de bodem (in situ) behouden kunnen blijven.
Indien op basis van archeologisch onderzoek door een terzake deskundige is aangetoond dat sprake is van archeologische waarden, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 26.110, verlenen met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
de activiteit is met redelijke alternatieven, waarbij de archeologische waarden in de bodem (in situ) behouden kunnen blijven, niet uitvoerbaar;
de archeologische waarden worden door opgraving veilig gesteld (ex situ) conform de geldende Kwaliteitsnorm Nederlands Archeologie van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, een door het bevoegd gezag vooraf opgesteld of goedgekeurd Programma van Eisen en het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Erfgoedwet;
Aan de in artikel 26.110 bedoelde omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn in het belang van het behoud van en bescherming van archeologische waarden.
Een voorschrift zoals bedoeld in het eerste lid kan in elk geval inhouden:
het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem (in situ) kunnen worden behouden;
dat bij de uitvoering alle aanwijzingen van het bevoegd gezag in acht worden genomen;
het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze zoals is bepaald in artikel 26.111, tweede lid.
dat het bevoegd gezag 10 dagen voorafgaand aan de uitvoering van een opgraving hierover wordt geïnformeerd;
dat binnen twee weken na voltooiing van de opgraving schriftelijk de eerste bevindingen van de opgraving aan het bevoegd gezag kenbaar worden gemaakt.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 26.110, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:
een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatiepunten, met de exacte locatie van de activiteit;
doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld;
als sprake is van een opgraving: een motivering waarom er geen redelijke alternatieven bestaan zoals bedoeld in artikel 26.111, tweede lid onder a;
voor zover de activiteit tevens bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen met eventuele hei- of boorpalen;
als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen.
Op verzoek van het bevoegd gezag wordt zo nodig een rapport van een ter zake deskundige verstrekt waarin in elk geval:
de archeologische waarden in voldoende mate nader zijn vastgesteld van dat deel waarop de activiteit van invloed is;
de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;
de keuze voor behoud van de archeologische waarden in de grond (in situ) met maatregelen of de veiligstelling door opgraving (ex situ) voldoende is onderbouwd.
Indien een archeologisch rapport moet worden ingediend bij de aanvraag, zoals bedoeld in artikel 26.111, tweede lid, dan wordt voorafgaand aan het indienen van het definitieve rapport:
Tekeningen als bedoeld in artikel 26.113 hebben een schaal die niet kleiner is dan:
Aan deze paragraaf wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
In dit artikel worden voor de regels over geluid en geur als één activiteit met gebruiksruimte beschouwd:
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het geluid dat wordt veroorzaakt door milieubelastende activiteiten, anders dan wonen, met uitzondering van het geluid door:
activiteiten die plaatsvinden op een industrieterrein;
activiteiten en evenementen die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht;
windturbines en windparken;
civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen;
spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg of een bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg;
doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;
de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en
wonen.
De waarden in deze paragraaf zijn niet van toepassing op:
De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op:
het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat;
het benutten van locaties en bouwwerken;
het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; en
het bieden en begrenzen van gebruiksruimte voor geluid door activiteiten.
De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald:
op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen:
op een woonschip of woonwagen, op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen;
Voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen of toegelaten, gelden de waarden in deze paragraaf voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
De in het tweede lid bedoelde afstand wordt verruimd tot maximaal 30 meter, voor zover de locatie grenst aan openbaar gebied en tot zover er geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen of toegelaten.
De in het tweede en derde lid bedoelde afstanden gelden niet als de activiteit binnen een zone voor geluid is gelegen als bedoeld in artikel 26.121.
Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw of ruimte niet meer dan de waarden in onderstaande tabel 26.1.
|
|
07.00 – 19.00 uur |
19.00 – 23.00 uur |
23.00 – 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
40 dB(A |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
70 dB(A) |
65 dB(A) |
60 dB(A) |
Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw of ruimte, waarbij de activiteit wordt verricht gelegen in een zone die in het kader van milieuzonering wordt beschouwd als ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied' (alle locaties in dit plan), niet meer dan de waarden in onderstaande tabel 26.2.
|
|
07.00 – 19.00 uur |
19.00 – 23.00 uur |
23.00 – 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
35 dB(A |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
65 dB(A) |
65 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
65 dB(A) |
60 dB(A) |
60 dB(A) |
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over:
activiteiten waarbij, anders dan door laden en lossen, regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 70 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden; en
activiteiten waarbij door het laden en lossen regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 75 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden.
Bij het verrichten van een activiteit op een locatie die ligt binnen het werkingsgebied 'H26 - geluidzone - 1', 'geluidzone - 2', 'geluidzone - 3' of 'geluidzone - 4' is het geluid niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, zoals is bepaald in onderstaande tabel 26.3, met inachtneming van het bepaalde in artikel 26.119.
|
werkingsgebied |
afstand vanaf grens locatie (m) |
07.00 – 19.00 uur |
19.00 – 23.00 uur |
23.00 – 07.00 uur |
|
Geluidzone - 1 |
30 |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
35 dB(A) |
|
Geluidzone - 2 |
50 |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
35 dB(A) |
|
Geluidzone - 3 |
50 |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
|
Geluidzone - 4 |
50 |
50 dB(A) |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
Voor zover geen geluidszone is opgenomen, zoals bedoeld in het eerste lid, gelden de waarden zoals vermeld in tabel 26.3 voor geluidzone 1 op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, met inachtneming van het bepaalde in artikel 26.119;
De in het tweede lid genoemde afstand van 10 meter wordt verruimd tot maximaal 30 meter, voor zover sprake is van openbaar toegankelijk gebied.
Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 26.121.
De omgevingsvergunning bedoeld in het eerste lid kan worden verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag:
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunningvoorschriften over de waarden, die maximaal 5 dB hoger zijn dan de waarden, bedoeld in de artikel 26.121, mits dat niet leidt tot een overschrijding van de waarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in onderstaande tabel 26.4.
|
|
07.00 – 19.00 uur |
19.00 – 23.00 uur |
23.00 – 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT |
35 dB(A) |
30 dB(A) |
25 dB(A |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
55 dB(A) |
45 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
45 dB(A) |
45 dB(A) |
Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op aanwezige geluidgevoelige gebouwen, als:
maatregelen aan de gevel om voor dat gebouw te voldoen aan de waarden, bedoeld in tabel 26.4, leiden tot zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard;
de eigenaar weigert mee te werken aan het onderzoek naar het geluid in zijn gebouw door activiteiten en de noodzakelijke geluidwerende maatregelen; of
de eigenaar weigert geluidwerende maatregelen te laten aanbrengen.
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op geur die wordt veroorzaakt door milieubelastende activiteiten, anders dan wonen, die wordt verricht binnen een geurzone, met uitzondering van geur door:
Op het bepalen van geur door activiteiten is de Nederlandse technische afspraak NTA9065 van juni 2023 van toepassing.
Bij het verrichten van een activiteit binnen het werkingsgebied 'H26 - milieu - geurzone 1, 2 of 3, waarbij emissies naar de lucht plaatsvinden, bedraagt de geur niet meer dan de waarden zoals aangegeven in onderstaande tabel 26.5 op de aangegeven afstanden vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht:
|
Werkingsgebied |
Afstand vanaf grens locatie (m) |
Als 98 percentiel |
Als 99.9 percentiel |
|
Milieuzone - geurzone 1 |
30 |
0,5 ouE/m³ of H=-0,5 |
2 ouE/m³ of 4*H=-0,5 |
|
Milieuzone - geurzone 2 |
50 |
0,5 ouE/m³ of H=-0,5 |
2 ouE/m³ of 4*H=-0,5 |
|
Milieuzone - geurzone 3 |
50 |
1 ouE/m³ of 1*H=-1 |
4 ouE/m³ of 4*H=-1 |
Als op grond van het eerste lid meer dan één waarde van toepassing is, geldt de voor de betreffende zone de waarde voor de gehele activiteit, waarbij de waarde met de grootste afstand telt.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 26.125.
De omgevingsvergunning bedoeld in het eerste lid kan worden verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag:
De standaardwaarden zoals bedoeld in artikelen 5.109, eerste en tweede lid, en 5.109a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 26.7, tot geurgevoelige gebouwen met een woonfunctie of een bedrijfsfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:
op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven;
in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de dierenverblijven; en
in samenhang met de sloop van dierenverblijven of bedrijfsgebouwen voor functioneel ondersteunende activiteiten.
Afstand tot ruimte-voor-ruimte functie bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor bedraagt:
Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels:
de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, hellings- en oppervlaktematen, die meer bedragen dan de maximum maten welke in afdeling 26.2 zijn voorgeschreven, moeten als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, hellings- en oppervlaktematen die minder bedragen dan de minimale maten welke in afdeling 26.2 zijn voorgeschreven, moeten als ten minste toelaatbaar worden aangehouden;
bij vervangende nieuwbouw dient de bebouwing op dezelfde plaats te worden herbouwd;
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in de bestemmingsregels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
de regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft;
de regels en toestaan dat het bouwvlak met maximaal 2 meter wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
de regels voor de bouw van een luifel aan de voorgevel van een hoofdgebouw, geen woning zijnde, mits:
de regels en toestaan dat openbare nutsgebouwen, waaronder wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits:
de regels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken en toestaan dat deze worden vergroot:
het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het wijzigen van het gebruik van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de geldende opgave, zoals beschreven in de Beleidsregel Nota parkeernormen Ede 2025;
Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet in het plangebied bij de ontwikkeling wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de geldende opgave, zoals beschreven de Beleidsregel Nota parkeernormen Ede 2025;
Indien de in het eerst en tweede lid bedoelde (beleids)regel wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien binnen het plangebied overeenkomstig de Beleidsregel Nota parkeernormen Ede 2025;
Indien de onder a bedoelde (beleids)regel wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 26.131 en 26.132 artikel
voor zover op andere wijze in de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte wordt voorzien;
voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte noodzakelijk is;
voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;
bij de beoordeling van het bepaalde onder sub a, b en c wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de Beleidsregel Nota parkeernormering Ed 2025. Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
Ter plaatse van het werkingsgebied H26 - landschappelijke inpassing is het niet toegestaan de locatie conform de toegedeelde functie te gebruiken, indien niet in het eerstvolgende plantseizoen (jaarlijks 1 november tot 15 april) na eerste ingebruikname van de locatie conform deze paragraaf is voorzien in de aanleg van de landschappelijke inpassing van de locatie zoals aangegeven op het inpassingsplan zoals bedoeld in onderstaande tabel 26.8
|
Locatie |
Bijlagen |
|
Bennekom, Dijkgraaf 1-1A |
|
|
Bennekom, Rijnsteeg 14-14A en Kraatsweg 5A |
H26 - Landschappelijke inpassing, Bennekom Rijnsteeg 14 - 14a en Kraatsweg 5a |
|
De Klomp, Binnenweg 11 |
|
|
Ede, Goorsteeg 8 |
|
|
Ederveen, Poelweg 9 |
|
|
Lunteren, Barneveldseweg 41A-43 |
H26 - Landschappelijke inpassing, Lunteren Barneveldseweg 41 - 43 |
|
Lunteren, Bisschopweg 39 |
|
|
Lunteren, Klomperweg 113A |
H26 - Landschappelijke inpassing, Lunteren, Klompereweg 113a |
|
Lunteren, Loenhorsterweg 15 |
H26 - Landschappelijke inpassing, Lunteren, Loenhorsterweg 15 |
|
Lunteren, Oude Bisschopweg 6 |
H26 - Landschappelijke inpassing, Lunteren, Oude Bisschopweg 6 |
er plaatse van het werkingsgebied H26 - sloopverplichting geldt voor het gebruik van de gronden en de realisatie van nieuwe bebouwing als voorwaarde dat de sloop van (voormalig agrarische) bedrijfsbebouwing, zoals volgt uit de sloopkaart per locatie als opgenomen in onderstaande tabel 26.9, moet zijn afgerond, voordat de gronden gebruikt mogen worden conform de toegedeelde functie en voordat nieuwe bebouwing op de locatie mag worden gerealiseerd.
|
Locatie |
Bijlagen |
|
Bennekom, Dijkgraaf 1-1A |
|
|
Bennekom, Rijnsteeg 14-14A en Kraatsweg 5A |
H26 - Sloopverplichting, Bennekom, Rijnsteeg 14 - 14a en Kraatsweg 5a |
|
De Klomp, Binnenweg 11 |
|
|
Ederveen, Poelweg 9 |
|
|
Lunteren, Barneveldseweg 41A-43 |
|
|
Lunteren, Bisschopweg 39 |
|
|
Lunteren, Klomperweg 113A |
|
|
Lunteren, Loenhorsterweg 15 |
|
|
Lunteren, Oude Bisschopweg 6 |
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de regels in dit hoofdstuk, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het strijdige gebruik, zoals bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdig gebruik, tenzij de afwijking door deze verandering naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
D
Het opschrift van hoofdstuk 24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
E
Het opschrift van artikel 24.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Na het lichaam worden twee bijlagen ingevoegd, luidende:
/join/id/regdata/gm0228/2026/16114627837d471d85aa16c5e6eff1b8/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/6fe2bbaa07c14c668b0d796d15d7e65a/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/13b094edbae64df3b723507447aedc04/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/a3582316d4a243559edf2e273c62a935/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/20500ac5658a440f89ee0c170e965728/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/ec5165bcd43c46e4b3ef6ce9617a5d96/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/d15a95141ef74638aaa8e4a0d8d4edce/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/d962ee4fc7ee4effbf03e1b21e74e796/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/924a91a6d62242fa89ca9700b3b94d22/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/982bc36865fc4013a3b73d0ccb5155d4/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/01f70481bd8047bbab52b9182a530d7a/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/ec6d9dff9bd84db3a8364e6a7063b772/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/5c1d11b3668745d4b9e65e24c9593696/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/2b0658fd02fa40dbad48dcbc814ffca9/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/b114050fae824676803e1102fd4109fc/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/f32261f5142747c18acdb4e86fc53ab4/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/4623074084524909ba64d1062c2c891e/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/2d8e6d8bd9564672aff8b953024bc16c/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/b76bf67ee8054a4c9bbe36d28d66ac18/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/7356aab174204da79cc6057a9a822b5f/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/1e3c05bccb9d499481e0d340e5ce01a9/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/4beb2a15c641409db64cfd045e0d0798/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/1500cfc350e44296830beeb9d29d8c4a/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/32432659d14343e7b7b43d724af4aa15/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/25638aabae4b4794a86b7797d666e4cd/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/7ccf698eb19b4a6daa73168d8e82ba32/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/aa64a266a64347e7a44af50f47de0265/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/fc8d842ac6e54be7b352d7fead9b801e/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/9032b7e38eac4dd0a76f579944f01b26/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/448b591494f941c1aae5b4a75108d880/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/b509af04876144aab88562ed50f1dcef/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/34b9e9f3daaf41fd80e74a0b2460b399/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/63864061850e480596975bacd96056e7/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/a1d8785326914b8c94387c41a7ca946d/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/1e607a3c754e45b2a31ad2b71292fcbd/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/618bcbecf0fa487bb245ff9751710e8d/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/da356df41e664edf9f86a746386a9564/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/211fa4a3e0304baa91bc19a7832d7cf1/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/d49c56ff7df54d3490e2a1484361c556/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/3729f62ab8dc462a973de1e445a1876c/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/dfb2c99268c34dcf9441a439bb8c3f05/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/07fedfde3a0a46b6a361437b3f695841/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/1095e1bed5854107a7952d824b33fbea/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/f5266cdee2034c6eb1ace268b53085c1/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/a9bd0319a8b44ea39fabbf3f3c9e5b9b/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/7fd911c8fd7f454789fdb542ad0a7f43/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/6c52c0aaac654e7995b5622f70c1e4f8/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/4e711d0eba604701bbc4cd7daf5e1d65/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/873ee1fb8c6646bc8681ce0830f44dd6/nld@2026‑07‑01;07514415
/join/id/regdata/gm0228/2026/2a8b6e6534a94926931b47c79aaae648/nld@2026‑07‑01;07514415
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-317531.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.