gelet op:
- artikel 15, lid 1 WVW 1994, ingevolge de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit;
- artikel 15, lid 2 WVW 1994, voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen van of verwijdering van fysieke voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van de weg of weggedeelte gebruik kan maken, geschiedt krachtens een verkeersbesluit;
- artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) waarin is verwoord dat het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is voor het nemen van een verkeersbesluit en dat deze bevoegdheid op 30 maart 2010 is gemandateerd aan de Afdelingsmanager Ruimte;
- artikel 12 onder a van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge de plaatsing/verwijdering van de verkeersborden E06 cf. bijlage 1 behorende bij het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;
- artikel 21 BABW dat de motivering van het verkeersbesluit vermeldt welke doelstelling(en) met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit.
- artikel 24 onder a van het BABW dat overeenkomstig dit artikel overleg is gevoerd met de gemandateerde van de Politie, eenheid Oost Nederland, district Noord en Oost Gelderland;
- De is gelegen buiten de bebouwde kom van Vaassen en in eigendom, beheer en onderhoud is bij de gemeente Epe;
overwegende dat: