Gemeenteblad van Voorschoten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorschoten | Gemeenteblad 2026, 317094 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorschoten | Gemeenteblad 2026, 317094 | beleidsregel |
Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Voorschoten 2026
Exploitanten, leidinggevenden, bedrijfsleiders, beheerders van inrichtingen of bedrijven, organisatoren en aanvragers van vergunningen dragen een wezenlijke verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat binnen de gemeente Voorschoten.
Voor diverse vergunningaanvragen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020 (APV) en de Alcoholwet geldt dat van betrokkenen in geen enkel opzicht sprake mag zijn van slecht levensgedrag.
De toets op levensgedrag vormt een preventieve integriteitstoets die erop is gericht risico's voor de openbare orde, veiligheid en leefomgeving te beperken. Vastgesteld slecht levensgedrag vormt een zelfstandige grond om een vergunning te weigeren of in te trekken, dan wel om een leidinggevende of beheerder niet op een vergunning te vermelden.
In het licht van de Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 mei 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1493) moeten de beoordelingscriteria duidelijk, objectief, kenbaar en openbaar zijn. De burgemeester past de levensgedragstoets toe binnen de volgende juridisch verankerde randvoorwaarden:
Deze beleidsregel strekt ertoe deze criteria voor Voorschoten expliciet vast te leggen en juridisch te normeren.
De burgemeester van Voorschoten,
gelet op artikel 2:25, negende lid, artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder b, artikel 2:81, vijfde lid, aanhef en onder b, en artikel 3:7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020, artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 35 van de Alcoholwet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat het wenselijk is duidelijke, kenbare en openbare beoordelingscriteria vast te stellen voor de beoordeling van het levensgedrag;
“Beleidsregel beoordelingscriteria levensgedrag gemeente Voorschoten 2026”
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt aangesloten bij de begrippen zoals deze zijn gedefinieerd in de Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020, de Alcoholwet en de daarop gebaseerde regelgeving. Voor zover begrippen per vergunningstelsel verschillen, gelden de begrippen uit het desbetreffende wettelijke of verordeningsrechtelijke kader.
Deze beleidsregel is van toepassing op alle vergunningen, wijzigingen, bijschrijvingen, verlengingen, ontheffingen en intrekkingen waarbij de burgemeester bevoegd is het levensgedrag van een betrokkene te beoordelen, voor zover de toepasselijke wettelijke of verordeningsrechtelijke regeling daarvoor een grondslag biedt.
Hoofdstuk 3: Beoordeling van het levensgedrag
Artikel 3.1: Algemene beoordelingswijze
Bij de beoordeling betrekt de burgemeester in ieder geval: a. de aard en ernst van de gedraging; b. het aantal gedragingen; c. het tijdsverloop sinds de gedraging; d. de mate waarin sprake is van recidive of patroonvorming; e. de houding van de betrokkene ten opzichte van de gedraging; f. de relatie tussen de gedraging en de aangevraagde of vergunde activiteit; g. de belangen die het betreffende vergunningstelsel beoogt te beschermen.
Artikel 3.3: Relevante feiten en gedragingen
Bij de beoordeling kunnen in ieder geval de volgende feiten en gedragingen worden betrokken, voor zover zij relevant zijn voor de vergunning of activiteit:
De opsomming in dit artikel is niet-limitatief. Andere feiten en gedragingen kunnen worden betrokken indien zij, gelet op de aard van de vergunning of activiteit, relevant zijn voor de beoordeling van het levensgedrag.
Artikel 3.7: Gevolgen van slecht levensgedrag
Indien de burgemeester tot het oordeel komt dat sprake is van slecht levensgedrag, kan dit leiden tot weigering van de vergunning, weigering van een bijschrijving, weigering van een ontheffing, wijziging of intrekking van de vergunning, voor zover de toepasselijke wettelijke regeling daarin voorziet.
Hoofdstuk 4: Bijzondere bepalingen per vergunning of activiteit
Artikel 4.2: Alcoholwetvergunningen en ontheffingen artikel 35 Alcoholwet
Bij de beoordeling weegt de burgemeester in ieder geval alcohol- en drugsgerelateerde gedragingen, geweld, ordeverstoringen, overtredingen van de Alcoholwet of APV en het niet naleven van aanwijzingen van toezichthouders of politie mee, voor zover deze gedragingen relevant zijn voor de verantwoordelijkheid die samenhangt met alcoholverstrekking.
Artikel 4.3: Vechtsportevenementen en andere aangewezen evenementen
Bij evenementen waarbij het levensgedrag van de organisator of aanvrager kan worden beoordeeld, waaronder vechtsportevenementen als bedoeld in artikel 2:25, negende lid, van de APV, weegt de burgemeester gedragingen mee die relevant zijn voor de openbare orde, veiligheid, bezoekersveiligheid en beheersbaarheid van het evenement.
Bij seksbedrijven betrekt de burgemeester naast algemene openbare-ordeaspecten ook de kwetsbare positie van personen die in de seksbranche werkzaam kunnen zijn. De beoordeling richt zich mede op het voorkomen van mensenhandel, uitbuiting, dwang, geweld, afhankelijkheidsrelaties en misstanden in de inrichting of bij de dienstverlening.
Relevant kunnen in ieder geval zijn zedendelicten, mensenhandel, arbeidsuitbuiting, geweld in afhankelijkheidsrelaties, drugshandel, ernstige schuldenproblematiek voor zover die relevant is voor misbruikrisico, en het niet naleven van verplichtingen die zijn gericht op de veiligheid en gezondheid van werkenden en klanten.
Artikel 5.1: Hardheidsclausule
De burgemeester kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidsregel, indien toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
Bijlage I: Niet-limitatief overzicht relevante feiten en gedragingen
Deze bijlage bevat een niet-limitatief overzicht van feiten en gedragingen die kunnen meewegen bij de beoordeling van het levensgedrag. De burgemeester beoordeelt steeds per geval of de gedraging relevant is voor de vergunning of activiteit en of de gedraging voldoende aannemelijk is.
Toelichting Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Voorschoten 2026
De levensgedragstoets is een preventieve toets. De toets is erop gericht te voorkomen dat personen die onvoldoende betrouwbaar zijn, verantwoordelijk worden voor activiteiten waarbij openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of het woon- en leefklimaat kunnen worden geraakt. De beleidsregel maakt vooraf kenbaar welke uitgangspunten de burgemeester hanteert en beperkt daarmee het risico op willekeur.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1493, verduidelijkt dat het criterium slecht levensgedrag niet onbeperkt kan worden toegepast. De burgemeester moet motiveren waarom de feiten en omstandigheden relevant zijn voor de betreffende activiteit, hoe de betrokkene vooraf kon weten dat deze gedragingen onverenigbaar zijn met het vereiste levensgedrag en waarom de tegengeworpen gedragingen niet gering zijn of ondanks tijdsverloop nog betekenis hebben.
Deze beleidsregel verwerkt die randvoorwaarden in de artikelen over relevantie, kenbaarheid, aannemelijkheid, tijdsverloop en weging. Daarmee wordt een algemeen toetsingskader gegeven, zonder af te doen aan de verplichting om in ieder individueel besluit concreet te motiveren waarom de feiten in dat geval tot de conclusie slecht levensgedrag leiden.
De Wet Bibob en de levensgedragstoets kunnen naast elkaar worden toegepast. De Wet Bibob richt zich op het gevaar dat een beschikking, transactie of opdracht wordt gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordeel te benutten of strafbare feiten te plegen. De levensgedragstoets richt zich op de betrouwbaarheid van de persoon in relatie tot de verantwoordelijkheid die samenhangt met de vergunning of activiteit.
Het kan voorkomen dat dezelfde feiten relevant zijn voor beide toetsen. Dat betekent niet dat de uitkomst van de ene toets automatisch beslissend is voor de andere toets. De burgemeester maakt bij de levensgedragstoets een zelfstandige beoordeling.
Als uitgangspunt geldt een terugkijktermijn van vijf jaar. Deze termijn draagt bij aan rechtszekerheid en voorkomt dat oude feiten onbeperkt worden tegengeworpen. Oudere feiten kunnen alleen een rol spelen wanneer binnen de vijfjaarstermijn relevante actuele feiten bestaan en de oudere feiten nodig zijn om een patroon of de ernst van de actuele feiten te duiden. Voor zover een bijzondere wettelijke of verordeningsrechtelijke bepaling een afwijkende termijn, peildatum of berekeningswijze voorschrijft, gaat die bepaling voor.
De levensgedragstoets is bestuursrechtelijk van aard. De burgemeester hoeft daarom niet te wachten op een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling. Wel moeten de feiten waarop de burgemeester zich baseert voldoende aannemelijk en concreet zijn. De burgemeester moet terughoudend omgaan met niet-geobjectiveerde signalen en moet een gemotiveerde betwisting door de betrokkene betrekken bij de beoordeling.
Toelichting per toepassingsgebied
Bij openbare inrichtingen staat centraal of de exploitatie geen ontoelaatbare nadelige invloed heeft op de openbare orde of het woon- en leefklimaat. Bij Alcoholwetvergunningen speelt daarnaast de bijzondere verantwoordelijkheid voor verantwoorde alcoholverstrekking. Bij seksbedrijven is mede van belang dat kwetsbare personen worden beschermd tegen misstanden, uitbuiting en afhankelijkheidsrelaties. Bij aangewezen bedrijfsmatige activiteiten en gebieden ligt het accent op het voorkomen van een malafide ondernemersklimaat.
Voor Alcoholwetvergunningen, wijzigingen van het aanhangsel en ontheffingen op grond van de Alcoholwet geldt dat deze beleidsregel uitsluitend invulling geeft aan de open norm “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag”. De overige eisen uit de Alcoholwet en het Alcoholbesluit, waaronder de eisen over zedelijk gedrag van leidinggevenden, blijven zelfstandig van toepassing. De beleidsregel vervangt of verruimt deze wettelijke eisen niet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-317094.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.