Overwegingen ten aanzien van het besluit
Gelet op:
- artikel 2, lid 1, onder a en b en lid 2, onder a van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Op grond van deze wet vastgestelde regels zijn bedoeld voor het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade en ook de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de wet Milieubeheer;
- artikel 15, lid 1 van de WVW 1994. Op grond waarvan de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens, verkeersborden en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat, gebeurt op grond van een verkeersbesluit;
- artikel 15, lid 2 van de WVW 1994. Op grond waarvan maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen voor het regelen van het verkeer gebeurt op grond van een verkeersbesluit, als de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;
- artikel 18, lid 1, onder d van de WVW 1994. Op grond waarvan verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij gaan over het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap;
- artikel 12 van het Besluit administratie bepalingen over het wegverkeer (BABW), waarin is vermeld dat de plaatsing van verkeerstekens op grond van een verkeersbesluit moet geschieden;
- artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen over het wegverkeer (BABW). Op grond waarvan verkeersbesluiten worden genomen na overleg met de korpschef van het betrokken regionale politiekorps;
- artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond waarvan de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaard wordt.
- artikel 3:4 van de Awb. Op grond waarvan de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Overwegende:
- dat het in verband met de breedte van de Van der Baanstraat wenselijk is om deze weg als éénrichtingsweg aan te duiden en het noodzakelijk is de doodlopende weg Meuleweie te verduidelijken;
- dat onderstaande verkeersmaatregelen, gelet op artikel 2 van de WVW 1994, strekken tot:
• het verzekeren van de veiligheid op de weg;
• het beschermen van de gebruikers en passagiers;
• het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
• het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;
- dat bedoelde weg en weggedeelten gelegen zijn binnen de bebouwde kom van de gemeente Goes en in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente;
- dat overleg is gepleegd met de verkeerscoördinator van het betrokken politiekorps;
- dat deze verkeerscoördinator namens de korpschef van het regionale politiekorps Zeeland WestBrabant positief heeft geadviseerd